ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Het behouden huis - W.F. Hermans

Bibliografische gegevens

Titel: Het Behouden Huis

Schrijver: Willem Frederik Hermans

Eerste druk: 1952

Uitgever: uitgeverij de Bezige Bij

Aantal pagina’s: 77

Genre: Oorlogsverhaal/novelle

 

Korte inhoud / samenvatting Het Behouden Huis

Een Nederlander heeft zich aangesloten bij het partizanenleger. Dit is een mengelmoes van mensen uit allerlei landen die tegen de Duitsers vechten. De hoofdpersoon heeft wel een groot probleem want hij verstaat eigenlijk niemand in het leger. Er is een Spanjaard die een paar woorden Frans spreekt en waarmee hij dus wat woorden kan uitwisselen. Als ze weer een stadje veroverd hebben, krijgt de Nederlander een bevel van de kolonel. Hij kan de kolonel niet verstaan en vangt alleen het woord boobytrap op. Kennelijk is het de bedoeling dat hij het stadje op boobytraps gaat controleren. Hij gaat alleen het stadje in en vindt een behouden huis, een huis dat van binnen en van buiten nog helemaal intact is. Er staat zelfs een pan soep te pruttelen. Hij vermoedt dat er nog iemand in het huis is en op de bovenverdieping is een kamer op slot. In het huis neemt hij een bad en spoelt het vuil van de oorlog van zich af. Hij doet zijn vieze uniform niet meer aan, ook niet als hij overal om hem heen bommen hoort vallen. Als de bel gaat, staat er een Duitse soldaat voor de deur die aanneemt dat de Nederlander de bewoner van het huis is. Het stadje is heroverd en er zullen Duitse officieren in het huis ondergebracht worden. De Nederlander staat hem vriendelijk te woord en haast zich daarna om zijn vieze partizanenuniform op te bergen. Hij besluit zich voor te blijven doen als de bewoner van het huis.

 

De Duitse officieren wonen bij hem in en gedragen zich prima. Uit het stadje heeft de Nederlander een kat bevrijd die hij nu als huisdier heeft. De kat wil echter heel erg graag de gesloten kamer in en de Nederlander weet nog steeds niet wat daar inzit. Hij is bang dat de Duitsers zullen merken dat hij zelf de kamer niet in kan waaruit ze zullen concluderen dat hij niet de man des huizes is.

 

Op een dag komt de echte eigenaar van het huis terug. Hij is verbaasd om de Nederlander in zijn kleding rond te zien lopen. De Nederlander wil in het huis blijven en vermoordt daarom de man, maar dan duikt ook de vrouw van de eigenaar op. Hij doodt haar ook. Het lichaam van de man is uit het raam in de struiken gevallen en dus niet te zien. Het lichaam van de vrouw legt hij in zijn bed.

Maar er is nog een man in het huis. de gesloten kamer is geopend en daarin blijken allemaal aquaria te staan. Het is een oude man die de Nederlander niet lijkt te horen. De oude man vertelt over zijn bijzondere vissen en pleit dat zij voer moeten krijgen. Ondertussen beginnen er weer bommen te vallen en de Nederlander weet niet wat hij moet doen met de oude man. Dus sluit hij hem op in de kamer met de vissen.

 

De bommen en het geweervuur dat hij hoorde, was de herovering van het stadje door de partizanen. Een Duitse kolonel komt hem dat vertellen. De Nederlander neemt de kolonel als krijgsgevangene en probeert de oude man duidelijk te maken dat de andere partij in de stad is en dat hij dus op zijn woorden moet letten.

 

De oude troep partizanen waar de Nederlander ook bij hoorde, heeft de stad weer ingenomen en wanneer de Spanjaard vraagt waar hij al die tijd is geweest, zegt hij dat hij gevangen werd gehouden door de Duitsers, maar dat de Duitsers vluchtten en hij daardoor kon ontsnappen. Hij vertelt ook dat hij een Duitser als krijgsgevangene heeft. De partizanen plunderen het huis en doden de kolonel en de oude man. Ook de vissen overleven het niet. Voor de troep waarbij de Nederlander zich weer aangesloten heeft het stadje verlaat, gooit de Nederlander een handgranaat in het huis waardoor alle ramen springen.

 

Recensie van internet

Het behouden huis is een vrij briljante novelle. Keihard en diep cynisch, maar vrij briljant. In een kleine veertig pagina's vertelt Hermans ons het verhaal van een Nederlander die vecht aan het oostfront, als deel van een behoorlijk ongeorganiseerde troep partizanen. Deze veroveren een stad op de Duitsers, en worden vervolgens weer door de Duitsers verdreven. De hoofdpersoon, echter, is ondertussen in slaap gevallen in een mooi, nog in goede staat verkerend huis, zodat hij wordt overvallen door de Duitsers. Hij doet zich dan voor als de eigenaar van het huis: gedeeltelijk om het vege lijf te redden, maar gedeeltelijk ook omdat hij in het huis een enclave van rust ziet in de chaotische oorlog.

 

Hermans, zoveel is ondertussen wel duidelijk, is erg geïnteresseerd in de zinloosheid van het leven en het menselijke streven. Die interesse kan natuurlijk juist zo goed tot zijn recht komen in een oorlogsverhaal: het onbegrijpelijke geweld, de chaos, het verlies van alle moraal, dat alles weet Hermans economisch en overtuigend neer te zetten. Aan het begin van het verhaal zit een mooi stukje waarin de hoofdpersoon kijkt naar een dogfight tussen een aantal jachtvliegtuigen: één ervan stort neer, maar hij vraagt zich niet eens af of het een vriend of een vijand is. Hij is dusdanig vervreemd van alles om hem heen dat zijn gedrag in de rest van het boek, inclusief de moorden die hij pleegt, ons niet meer verbazen.

Toch komt hij tot rust in het behouden huis, en probeert hij uiteindelijk enkele goede daden te verrichten: hij wil het leven redden van zowel een oude man als een Duitse officier. In de inktzwarte nacht van Het behouden huis is die poging het enige lichtpuntje. Uiteraard blijft zij zonder succes. Het boek eindigt in een orgie van geweld en vernieling, en met de observatie:

 

“Ik keek voor de laatste maal om naar het huis. Alle ruiten waren uit de sponningen gebarsten. Ik zag armzalig dood riet in bossen naar beneden hangen uit de gebroken plafonds die de hemel hadden voorgesteld. Ik keek het huis diep in de doodzieke keel.

Het was of het ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het in werkelijkheid altijd al was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid.”

Overigens heeft Harry Mulisch er bezwaar tegen gemaakt dat Hermans de Duisters als nette kerels neerzet, terwijl de communisten verschijnen als een storm van geweld en vernieling. Dit bezwaar lijkt me nogal onzinnig: ten eerste is onze afkeer van de fascisten dusdanig groot dat dit niet nog aangedikt hoeft te worden; en ten tweede worden de Duitsers in het boek neergezet als volkomen lege hulzen die hele avonden achter elkaar alleen maar Für Elise spelen en beweren dat de essentie van cultuur erin gelegen is dat je je onder alle omstandigheden met warm water scheert.

Ook die cultuur, wil Hermans zeggen, is hol en tochtig, inwendig vol afbraak en vuiligheid. Nergens kan je je verstoppen. Waar je ook bent en wat je ook doet. Diep cynisch, zoals ik zei, en niet een boodschap waar ik een schrijver om zou prijzen. Maar hij wordt door Hermans wel heel goed gebracht.

(Gijsbers, 2010)

 

Mijn waardering / thema en motieven

Ik heb het boek gelezen zonder enige gevoelens, om het zo maar even te verwoorden. Ik vond het op zich wel een interessant boek, maar ik snap niet dat dit boek tot literatuur behoort.

Het is niet het meest aansprekende boek dat ik heb gelezen, ook al zei ik in de aanleiding dat ik me wel in het boek interesseerde en het me aansprak.

 

Je moet het boek wel lezen als je wat meer wilt weten over de oorlog, omdat het de eenzaamheid en individuele afhankelijkheid van de oorlog wel goed verwoord. Ik vind het wel intrigerend dat het hele boek gaat over het behouden huis, maar hij gooit er in het eind een granaat in wat alle ramen doet springen.

 

De titel van het boek is ‘het behouden huis’. Behouden betekent hetzelfde blijven en beschermen. Het huis staat voor orde en regelmaat en is met de badplaats hetzelfde gebleven ondanks de oorlog. De soldaat vindt niet alleen onderdak maar ook een thuis. Hij wil nooit meer weg uit dat huis en doet er dan ook alles aan om de eigenaar te blijven. Helaas is dit gevoel van veiligheid misplaatst.

 

De badplaats staat symbool voor het dodenrijk: zo bereikt de hoofdpersoon de plaats door over lijken te springen, waarna hij in een plaats belandt waar de tijd lijkt stil te staan. Het plaatsje zelf en de omgeving ervan staan in tegenstelling tot elkaar als een oase in een woestijn. Zijn wasbeurt in de luxe badplaats bij een straatkraan in de vorm van een slangenkop lijkt een rituele reiniging, hij ontmoet honden die herkenbaar zijn als de traditionele wachters van de ingang der onderwereld. Deze honden slaan geen acht op hem, wat hem de indruk geeft dood te zijn. Het huis behoort tot het domein van de dood, met zijn badwater waar een verstenende werking van uitgaat. Boven het bad hangen hydra's, mythologische bewakers van de onderwereld. De hoofdfiguur heeft aldoor naar het oosten gelopen en lijkt nu zijn eindbestemming te hebben bereikt, die erg verschilt van het land waar hij vandaan komt. Hij begint een nieuw bestaan met een nieuwe identiteit en nieuwe kleding. Als de partizanen weer terug komen en de hoofdfiguur de Spanjaard weerziet, wordt hem gevraagd of hij nog steeds dorst heeft. Alsof er geen tijd verlopen is in de tussentijd. De hoofdfiguur snakte namelijk naar water, hij is als een vis op het droge, hij is als de vissen in het aquarium van de oude man: een associatie die betrekking heeft op de stomheid van die dieren.

 

De aquariumkamer staat parallel met het behouden huis. Het is een soort miniatuurversie van het huis zelf. Het huis wordt met veel ramen beschreven, wat een beetje aan een aquarium doet denken. De hoofdpersoon staat op een ladder als hij wordt aangezien voor de glazenwasser door de eigenlijke bewoner, zo ook staat de dove man op de ladder als de hoofdpersoon om zijn identiteit vraagt. Wanneer de deur naar de aquariumkamer opengaat, is dat het einde van de ‘rustige’ toestand.

 

De hoofdfiguur staat parallel met de oude dove man in de aquariumkamer. Beiden leven afgesloten van de buitenwereld en kunnen niet wijs worden uit wat anderen tegen hen zeggen. Bovendien behandelt de ik-figuur, die niet aarzelde de eigenaar en diens vrouw te vermoorden, de oude man opvallend vriendelijk en probeert hem voor de dood te behoeden: dit komt voort ‘uit een herkenning’.

De hoofdfiguur staat parallel met de oude dove man in de aquariumkamer. Beiden leven afgesloten van de buitenwereld en kunnen niet wijs worden uit wat anderen tegen hen zeggen. Bovendien behandelt de ik-figuur, die niet aarzelde de eigenaar en diens vrouw te vermoorden, de oude man opvallend vriendelijk en probeert hem voor de dood te behoeden: dit komt voort ‘uit een herkenning’.

 

In het boek wordt veel beeldspraak gebruikt. Beeldspraak waarmee de verteller voortdurend oorlogshandelingen beschrijft alsof het om veel onschuldiger zaken gaat en die een zekere onthechting aan de actuele werkelijkheid uitdrukt. Dreiging wordt als onwerkelijk ervaren:

“De kogels uit hun mitrailleurs sloegen dichtbij in de grond. Ook nu kan het raak wezen, dacht ik, en ik zit hier gewoon, ik doe niets. Ik heb dorst. Ook nu kan ik getroffen worden, alsof op zitten de doodstraf staat. Maar iedereen gaat dood, ook al zou er nooit oorlog zijn. Wat maakt oorlog voor verschil? – Zich iemand indenken die geen geheugen heeft, die aan niets kan denken dan aan wat hij ziet, hoort en voelt... voor hem bestaat er geen oorlog. Hij ziet deze heuvel, de lucht, hij voelt de droge vliezen van zijn keel krimpen, hij hoort het knallen van... hij zou een geheugen moeten hebben om te weten waarvan. Hij hoort knallen, hij ziet hier en daar mensen liggen, het is warm, de zon schijnt, drie vliegtuigen oefenen zich in het reclameschrijven. Er is niets aan de hand. Oorlog bestaat niet.”

 

Thema’s is Hermans oeuvres zijn veelal: werkelijkheid-chaos. Binnen de orde probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken. In dit werk komt dat thema ook naar voren. De mens kan de ondoorgrondelijke werkelijkheid niets anders dan een schijnorde opleggen. De hoofdpersoon tracht zich een nieuwe identiteit als huiseigenaar te verwerven, een irreëel doel dat dan ook als een verblijf in het dodenrijk wordt geschetst. Hij verdedigt zijn nieuwe bestaan tegen inbreuken van buitenaf door in het heden te leven, als een dier. Bij gebrek aan een deugdelijk beeld van de realiteit is dit tot mislukken gedoemd. Uiteindelijk vervalt die misplaatste orde. Ook de Duitse kolonel is een soort parallel met de hoofdfiguur. Ook hij heeft zijn manier om in die chaos orde te zoeken. Hij doet dat door zich elke ochtend, precies om half zeven, te scheren (‘Dat is wat ik onder cultuur versta!’) oorlog of geen oorlog.

 

“Als romantisch rationalist ziet Hermans twee wegen die de mens in staat stellen om in de chaos van zijn wereld ordenend op te treden: betrouwbare en controleerbare uitspraken kan hij alleen doen met de middelen van de logica en de exacte wetenschappen; daarbuiten in de filosofie, ethiek, psychologie, in de mens- en maatschappijwetenschappen, bestaan geen zekerheden; alleen in literatuur en kunst kunnen met irrationele middelen 'waarheden' worden 'aangetoond'. Deze positie tussen (neo-)positivisme en (neo-)romantiek houdt de erkenning in dat de wereld van de mens grotendeels onkenbaar is (zelfs de taal is een onbetrouwbaar instrument) en het universum kan daarom sadistisch worden genoemd omdat de mens over onvoldoende mogelijkheden beschikt zijn bestaan daarin te begrijpen. Hermans' personages zijn personificaties van aspecten van zijn wereldbeeld: zij zijn eenzamen die hun wereld voortdurend verkeerd interpreteren, in het contact met andere interpretaties niets zinvols kunnen doen, overgeleverd zijn aan moedwil (het bedrog van anderen), misverstand en toeval; zij mislukken, gaan ten onder aan de discrepantie tussen de wereld en hun voorstellingen daarvan. In deze wereld, waarin ten slotte de natuurkrachten (machtsdrift, agressiviteit) het winnen, is geen plaats voor begrippen als vrijheid en verantwoordelijkheid, noch voor ethisch idealisme: in de jungle van het menselijk bestaan is een offer voor de goede zaak zinloos.”

                                                                                                                                             Frans A. Janssen

 

W.F. Hermans heeft in het behouden huis goed weergegeven wat hijzelf wil zeggen volgens Frans Janssen. De mens leeft in een sadistische wereld. Hij probeert misschien orde te creëren, maar deze orde zal nooit lang volhouden. De werkelijkheid is dat er geen orde bestaat. De mens heeft godsdienst en cultuur, maar die zullen in tijden van extreme chaos niet blijven bestaan. Het behouden huis is dan ook eigenlijk bedrog. Er is niks behouden aan. Het is zoals in het begin van het boek gesteld wordt, eigenlijk daadwerkelijk een fata morgana. De hoofdfiguur wenst naar orde en water en die wensen lijken tijdelijk te worden beantwoordt, maar het is slechts schijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.