Zit je in de 3e of 4e van het vmbo? Vul dan deze vragenlijst in. Kost je een paar minuutjes en je verdient 2 euro. Alvast bedankt!!

 


Meedoen


ADVERTENTIE
Hey doe jij dit jaar eindexamen? Volg dan @eindexamens op Instagram. Wij bereiden je vanaf nu al voor op die gevreesde weken in mei. Met tips, nieuws, info over studiekeuze en natuurlijk enorm veel mentale steun van ons en je lotgenoten!

Volg @eindexamens
Auteur
Harry Mulisch
Titel
Het beeld en de klok
Eerste druk; uitgever
1989; De Bezige Bij
Aantal bladzijdes; leestijd
95 bladzijdes; 100 minuten
Motto
End fact. Try fiction
EZRA POUND, Near Perigord

Het motto kan er op wijzen dat er een einde komt aan de werkelijkheid, dus dat de mens sterfelijk is. Het standbeeld echter, komt tot leven -wat dus fictief is in het verhaal-, maar hij blijft wel lang bestaan, terwijl er al vele generaties mensen dood zijn gegaan.

Titelverklaring
Het verhaal wordt verteld uit het perspectief van een wandelend (stand)beeld. Samen met `De Meester' gaat hij opzoek naar een horloge. Gaandeweg het verhaal wordt duidelijk dat een digitale klok staat voor de dood en een wijzerklok voor het leven. Tevens legt Mulisch aan de hand van de tijd de betrekkelijkheid van het leven uit.

Samenvatting
De novelle opent met: `Er zijn natuurlijk vaker beelden van hun sokkel gekomen, dat weet elk kind; maar het is denkelijk lang geleden, dat dat voor het laatst is gebeurd. De tijden zijn er niet meer naar. (…) Zelf had ik het in elk geval nooit gedaan, en ik was ook niet van plan het ooit te doen'. Deze opening maakt meteen duidelijk dat het vroeger heel normaal voor een beeld was om van zijn `voetstuk' te vallen, zij het in een andere betekenis. Toch gebeurt hetgeen het beeld voor onmogelijk had gehouden toch: Terug in zijn vaderstad Haarlem, wekt een figuur die aangeduid wordt als `De Meester' met een knipoog het bronzen standbeeld van Laurens Janszoon Coster tot leven. Tegenwoordig bleven de meeste beelden staan waar ze waren, uit roerloosheid, zo ook dit beeld. Het staat namelijk al honderd dertig jaar op de Grote Markt in Haarlem en heeft in die tijd veel dingen en mensen zien komen en gaan: de paardentram, elektrische tram en vervolgens was hij getuige van de komst van de auto. Al deze levenservaring ten spijt, echt veel van de wereld heeft hij verder niet gezien door zijn roerloosheid. Een goed tijdsbeeld heeft het standbeeld wel, in tegenstelling tot begrip van ruimte. Wanneer De Meester en het standbeeld een voettocht door Haarlem maken, is het een hele verademing voor het beeld om de stad eens vanaf een andere plaats te zien. De Meester is op zoek naar een horloge waarop een dubbele klok staat, zodat hij de tijd op meerdere plaatsen in de wereld bij kan houden. Hoe hij aan het idee van dit dubbele horloge komt, vertelt hij in een verhaal over een zojuist gemaakte vliegreis naar Australie, vanwaar hij via een bezoek aan zijn oude moeder in San Francisco is teruggekomen: Omdat hij tijdens de reis z'n horloge telkens moet verzetten om te zorgen dat zijn tijd synchroon loopt met de tijd terplekke, bedenkt hij dat het handig is om een horloge te hebben waar je de tijd op verschillende plekken bij kan houden. Tijdens de vlucht van Australie naar de Verenigde Staten, op de eerste dag van de Australische lente, passeert het vliegtuig de evenaar op het -denkbeeldige- punt waar ook de datumgrens loopt. De meester raakt in grote opwinding: `Besef toch wat er gebeurt! (…) Wij hebben vandaag de eerste lentedag gehad, en over een paar minuten gaan wij diezelfde dag nog eens overdoen, voor de tweede keer doorleven, maar nu als de eerste herfstdag! Gedurende een etmaal zullen wij onze eigen dubbelgangers zijn! Direct komt dat punt, die overgang… dat is toch… dat is toch zoiets als… het Gulden Vlies!' Uit dit voorbeeld en de rest van het verhaal van De Meester wordt duidelijk dat hij geobsedeerd is door tijd en daaruit de betrekkelijkheid van het leven afleidt. Aan het standbeeld wordt uitgelegd dat wijzerhorloges in reclamebladen vaak op negen minuten over tien staan omdat die tijd staat voor de ultieme perfectie. De hoek tussen beide wijzers is dan namelijk 108 graden en deze hoek komt ook terug in een pentagram en pentalpha. Omdat in een pentalpha -een pentagram waarbij alle diagonalen getekend zijn- alleen maar hoeken van 108, 72 en 36 graden en is een internationaal symbool van gezondheid.

Wanneer De Meester en het standbeeld teruglopen naar de Grote Markt, nemen ze afscheid en neemt het beeld weer zijn plaats op de sokkel in.

Hoofdpersonen
Hoofdpersoon is het standbeeld van Laurens Janszoon Coster dat gemaakt is door Louis Royer. Het beeld staat vanaf 1856 op de Grote Markt te Haarlem en staat op een 4 meter hoge sokkel. Zelf ook vier meter lang, heft het, groen uitgeslagen, met zijn rechterhand een stempel met de letter A, terwijl hij met zijn linkerhand een boek tegen zijn borst drukt. Er wordt in het boek benadrukt dat beelden niet uitsluitend een afbeelding zijn van degene die ze uitbeelden. Dit omdat degenen die zij uitbeelden, er niet meer zijn en als ze er nog wel waren, zou het verschil tussen werkelijkheid en beeld des te duidelijker zijn. Een beeld is dus het beste met een acteur te vergelijken die iemand nadoet, maar er wel een eigen draai aan geeft.
Het standbeeld heeft in zijn roerloze jaren veel mensen en dingen zien komen en gaan en heeft daardoor een goede kijk op het reilen en zijlen op de Grote Markt. Het beeld is in staat te zien en horen en die zintuigen komen dus overeen met die van een `echt' mens. Wanneer De Meester naar hem knipoogt, komt het beeld nog meer tot leven omdat hij zich nu kan bewegen als een mens. Het beeld is zeer nieuwsgierig en neemt zoveel mogelijk dingen van zijn omgeving in hem op. Verder is hij bereid te luisteren naar de verhalen van de wereldse Meester.
De Meester is een van de zeldzame mensen op aarde van wie de schaduw weinig gelijkenis met de persoon vertoont. Al van jongs af aan is De Meester op zoek naar zijn ware schaduw en is daardoor geobsedeerd geraakt door licht. Schaduw is voor hem meer dan een plaats waar geen licht komt, het vertegenwoordigt de eindigheid van het leven. Wanneer een mens namelijk bijvoorbeeld uit een raam springt en in contact treedt met zijn schaduw, is het vaak afgelopen met het leven. De Meester reist de hele wereld over om congressen bij te wonen en houdt zelf lezingen over zijn leven met de verkeerde schaduw. Op een van zijn vliegreizen richting Australie, raakt hij geïnteresseerd in de tijd. Hij verklaart waarom negen minuten over tien de perfectie uitbeeldt en wat de betekenis van de datumgrens is. Tevens vindt hij uit dat de zon in Australie van rechts naar links gaat, voor wie er met zijn of haar gezicht naar toe staat. De Meester is dus vindingrijk en interesseert zich niet voor de abstracte kunst omdat dat te weinig nadruk legt op de werkelijkheid van het leven en de betrekkelijkheid van vele dingen. De Meester is een groot denker, hoewel hij ontkent dat zijn doel is om anderen zijn ideeen op te dringen. Zoals hij zelf uit valse bescheidenheid zegt: `Ik bedoel niets. Ik bedoel nooit iets. Ik laat je alleen maar zien hoe het is, wat er gebeurd is, en op welke plaats.' Waar het dus op neer komt is dat hij vindt dat hij gelijk heeft, maar dat ieder voor zich dat maar in moet zien.

Bijpersonen
Buiten het standbeeld en De Meester komen er verder geen enkele belangrijke personages meer aan bod. Dit omdat het hele boek een beschrijving is van de gedachten van het beeld en de conversatie tussen De Meester en het beeld.

Tijd
Het verhaal speelt zich rond 1986 af in Haarlem. Een ander jaartal dat prominent naar voren komt is 1856, het jaar waarin het standbeeld gegoten is. In datzelfde jaar werd -zoals in het boek genoemd wordt- ook Freud geboren en werd in Londen de Big Ben geïnstalleerd. De lezer zal in zijn naïviteit denken dan 1856 een goed jaar was omdat hij onder andere de volgende beschrijving van De Meester voor zijn kiezen krijgt: `Sinds hij Big Ben in de oorlog dagelijks over de engels radio had gehoord, vertegenwoordigde het geluid van die klok voor hem de absolute stem van de hoop.' Het jaartal 1856 wordt verheerlijkt door alleen maar positieve dingen te noemen.
Tijd speelt de hoofdrol in Het beeld en de klok. Dit omdat het hele verhaal gaat over de betrekkelijkheid van het leven. Het leven wordt beheerst door de sterfelijkheid van de mens. De tijd dringt, de mens wordt oud en aan de dood valt niet te ontkomen zo lijkt het. En toch is daar een beeld, dat menselijke trekjes heeft en dat al jaren bestaat. Helaas is deze eigenschap niet aan mensen besteed, waardoor de mens het moet stellen met een beperkt leven. Het komt er dus op neer dat tijd de beperkende factor in ons leven is.
Verder vindt De Meester uit dat tijd maar een relatief begrip is. Het duidt de eindigheid uit, maar verder stelt het niks voor. Wanneer De Meester over de datumgrens vliegt, voelt hij zich eerst opgewonden omdat hij zich realiseert wat voor iets vreemd er gebeurt door een zelfde dag voor de tweede keer te beleven. Later beseft hij dat de tijd en datum niet meer dan een formaliteit is. Ergens op de wereld is er vroeger iemand geweest die bepaald heeft dat er in een dag 24 uur gaan en dat op die en die plaats de datumgrens ligt. In feite verandert er namelijk niks als je die grens passeert. Je bent en blijft dezelfde sterfelijke mens die ooit door de tijd ingehaald wordt en niet aan haar dood ontkomt.

Structuur
De bouw van het verhaal is vrij eenvoudig. In de eerste paar hoofdstukken komen de gedachten van het standbeeld, de ikpersoon, naar voren. Hij memoreert vroegere tijden en overdenkt huidige gebeurtenissen. Wanneer het beeld door De Meester tot leven wordt gebracht, wordt in het boek hun wandeling beschreven. Terwijl ze een wandeling maken, vertelt De Meester over zijn reizen. Er zijn dus een soort van flashbacks verwerkt in het verhaal in de vorm van herinneringen. In totaal spelen de gebeurtenissen zich in een paar uurtjes af, maar door de herinneringen aan vroeger, krijg je toch meer mee.

Het eind van het boek is een mooi afgerond geheel: het beeld komt weer op z'n oorspronkelijk plaats terug en neemt zijn starre positie op de sokkel weer aan.

Ruimte
De wandeling wordt in Haarlem gemaakt, wat voor De Meester de plek van zijn oorsprong is. Voor het standbeeld betekent dit echter iets zeer anders, hij ervaart het namelijk als de microkosmos waarvan hij, staande op de Grote Markt, zichzelf het roerloze middelpunt waant. Vandaar de uitspraak van het standbeeld dat ze zon al generaties om hem heen draait, terwijl het in werkelijkheid natuurlijk precies andersom is.
De betrekkelijkheid van de ruimte komt zeer uitvoerig aan bod. Wie een reis om de aarde maakt -wat De Meester in het verhaal heeft gedaan-, realiseert zich onderweg de betrekkelijkheid van het eigen standpunt: het horloge moet steeds worden bijgesteld en ook de positie ten opzichte van de zon is onderhevig aan voortdurende wijzigingen. In Autralie bijvoorbeeld, het werelddeel van `onze tegenvoeters', heeft De Meester tot zijn voldoening kunnen vaststellen dat de zon -voor wie er met zijn gezicht naar toe staat- van rechts naar links gaat in plaats van andersom zoals bij ons het geval is. Om dezelfde reden draaien in Australie de schaduwen van links naar rechts.

Thema
Mulisch heeft enorm veel verschillende thema's in zijn boek verwerkt. Allereerst `tijd' in de ruimste betekenis van het woord. Tijd als klok die maar doortikt, waardoor het einde nadert. De sterfelijkheid van de mens wordt aangegeven door de tijd die verstrijkt en de klok die maar verder en verder loopt. Hierdoor moet de mens leren relativeren zodat ze ook begrijpt dat tijd maar een relatief begrip is. Ook het passeren van de datumgrens zou geen opwinding horen te veroorzaken, omdat de plaatsing van die grens alleen maar een afspraak uit het verleden is. Een citaat uit het boek dat dit aanduidt, is als volgt: `Ik (De Meester) vertelde mijn moeder over mijn geestdrift, dat ik over het snijpunt van aequator en datumgrens vloog, en dat ik nu diezelfde eerst herfstlentedag aan haar bed zat, -maar volgens haar was dat allemaal onzin. Dat waren uitsluitend afspraken. Wat zou een astronaut dan wel niet te vertellen hebben?'
Verder wordt aan de hand van het verschil in draaiing van de zon op verschillende continenten de betrekkelijkheid van de ruimte laten zien. Een astronaut ervaart de wereld heel anders dan iemand die zich `alleen maar' per vliegtuig verplaatst. En iemand als het standbeeld, dat zijn hele leven op een plaats staat, ziet de wereld weer heel anders. Doordat iedereen het anders ervaart, heeft ruimte een weinige betekenis.
Wat er nog meer uitgebreid aan bod komt, is de perfectie van de vroegere technologie en de achteruitgang van de moderne techniek. Mulisch toont dit door een wijzerhorloge te vergelijken met een digitaalhorloge. Het eerst toont de mens iets, het tweede geeft alleen onpersoonlijke cijfers weer.

Genre
Het beeld en de klok is op te vatten als een pseudo-wetenschappelijk verhaal. Van een roman is geen sprake omdat er geen sprake is van enige karakterontwikkeling. Door de vrij technische beschrijvingen van het pentagram en de pentalpha en de theorieen over tijd en ruimte, kan het boek enigszins wetenschappelijk opgevat worden. Wanneer je je niet verdiept of interesseert in deze wetenschappelijke en filosofische details, wordt het boek gelezen als een `gewoon' kort verhaal over een beeld en een man die een horloge willen gaan kopen.

Taalgebruik
De beschrijvingen van theorieen en filosofische opvattingen over ruimte, tijd, meetkunde en relativiteit maken het boek toch een beetje ingewikkeld om te lezen. Mulisch heeft gebruik gemaakt van lange zinnen en beschrijvingen, waardoor het bijna bezwerend is. Door dit taalgebruik, maakt hij wel duidelijk dat hij de onderwerpen en thema's die hij aanstipt, goed beheerst. Er straalt een soort van wijsheid vanaf.

Perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van het standbeeld. Hij vertelt als het ware het verhaal, waardoor het in de ikvorm geschreven is. Door dit gekozen perspectief, krijg je de gebeurtenissen van zeer dichtbij mee en voel je je als het ware aanwezig bij de gesprekken tussen De Meester en het beeld.

Plaats in de literatuurgeschiedenis
Het beeld en de klok is geschreven in 1989 en vertegenwoordigt niet echt een bepaalde stroming. Je zou het misschien kunnen plaatsen in een rijtje auteurs dat zich afzet tegen de technologische ontwikkelingen in de moderne tijd.

Relatie tekst-auteur
In `De Meester' is zonder veel moeite Harry Mulisch te herkennen. Een pseudo-wetenschapper die graag met zijn kennis te koop loopt en die de mens een hoop te vertellen heeft. Het zoeken naar de schaduw van De Meester kan opgevat worden als het zoeken naar de ware `ik' door Mulisch. Hij kan op zoek zijn geweest naar het beste thema om zijn boeken over te schrijven, of een nieuwe stijl. Het vertegenwoordigt in ieder geval de zoektocht naar iets nieuws, iets ontbrekends in zijn leven of werk.
Mulisch gaat het bij deze novelle om een uitval naar de moderne tijd: de aanduiding van de tijd op horloges: `Digitaalhorloges waren voor mensen, die niet met vulpennen schreven maar met ballpoints; iemand met een digitaal horloge beschouwde De Meester niet werkelijk als een mens.' Mulisch lijkt te willen zeggen dat ondanks de voordelen die veel technologische ontwikkelingen met zich meebrengen, toch niet iedere ontwikkeling positief is. De authenticiteit van de samenleving lijkt er af te gaan, de mens lijkt nergens meer van op te kijken. Dit wordt verbeeld door de mensen die niet eens vreemd opkijken wanneer ze een wandelend standbeeld in de stad zien lopen. Het lijkt dus alsof iedereen langs elkaar heen leeft en op dit verschijnsel geeft Mulisch commentaar met zijn boek.

Eigen mening
Het beeld en de klok vond ik leuk om te lezen, omdat het lekker vlot doorlas en me een andere kijk op dingen heeft gegeven. Doordat ik nog niet eerder zo'n halftechnisch en filosofisch boek heb gelezen, ben ik gaan nadenken over het door Mulisch geschrevene, namelijk de relativiteit van dingen. Als je de moeite doet om je iets in het boek te verdiepen, zal het je zeker aan het denken zetten en daarmee heeft Mulisch zijn doelstelling waarschijnlijk wel bereikt!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Hendri lle

Hendri lle

Pff...wat een geweldig goed boekverslag over zo'n ingewikkeld boek...

Mijn complimenten hoor...Het was erg goed bruikbaar.

Groet,

Hendriëlle

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast