Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


Hersenschimmen

J. Bernlef

 

H5B

Formele gegevens

  1. De schrijver van dit boek is J. Bernlef, dit is een pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman.
  2. Hendrik Jan Marsman is geboren op 14 januari 1937 en gestorven op 29 oktober 2012.

Hij was een schrijver, dichter en vertaler. Marsman studeerde op de hbs in Haarlem en hierna politieke en sociale wetenschappen. In 1984 werd hij bekend met zijn boek “Hersenschimmen” dit boek is in 1988 verfilmd en in 2006 is hier een musical van gedraaid.

 

Hij was getrouwd met Eva Hoornink en zij hadden samen twee kinderen. Het pseudoniem Bernlef is ontleend aan de blinde Friese dichter Bernlef uit de 8e eeuw.

Bernlef was de schrijver van het Boekenweekgeschenk in 2008, met het boek De pianoman. Met zijn boeken en gedichten heeft hij verschillende prijzen gewonnen, zoals: AKO Literatuurprijs voor Publiek geheim, Diepzee-prijs voor Hersenschimmen, P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

  1. De titel van het boek is: Hersenschimmen.

Hersenschimmen verwijst naar de schimmen uit het verleden die in Maartens hoofd terugkeren, vooral zijn vader en moeder, terwijl hij steeds verder ‘wegzakt’ maar ook naar alles wat om Maarten heen gebeurt. Omdat hij dementeert denkt hij niet meer helder, waardoor allerlei gebeurtenissen enkel schimmen zijn.

  1. Het niveau van dit boek is:
  2. In dit boek is geen ondertitel aanwezig.
  3. In dit boek is geen opdracht aanwezig.
  4. “A touching dream to which we all are lulled
    But wake from separately.”
    Philip Larkin

    Elk leven is bedrieglijk en staat eigenlijk in het teken van de dood. Het leven houdt de schone schijn op, maar het is in feite langzaam doodgaan. 
  5. Het boek is voor het eerst verschenen in 1984.

 

Inhoud

  1. De 71- of 72-jarige Maarten Klein woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten. In de jaren vijftig zijn ze vanuit Nederland naar Amerika geëmigreerd. Hun twee kinderen, Kitty en Fred, zijn teruggegaan naar Nederland. Maarten werkte tot zijn pensionering bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation (IMCO), een instituut voor visserijonderzoek in Boston.


Op een winterse dag kijkt hij uit naar de schoolbus met kinderen die elke morgen bij zijn huis stopt. Hij denkt terug aan zijn vader, die griffier bij de rechtbank was en thuis temperatuurgrafieken bijhield en aantekeningen over het weer maakte. Uit opmerkingen van zijn vrouw wordt duidelijk dat Maarten een beetje verstrooid begint te worden: het is zondag, dus de kinderen hoeven niet naar school. Hij denkt dat het ochtend is, maar het is al middag. Eerder vergat hij al zijn koffie op te drinken en voor Vera hout uit de schuur te halen, hoewel ze hem daar tweemaal om had gevraagd. Hij zoekt de schuld van zijn vermoeidheid en concentratieverlies voorlopig bij de lange witte winter. Maarten piekert over zijn vergeetachtigheid. Er is iets mis, maar hij weet niet precies wat. Hij betrapt zich erop dat hij hardop in zichzelf praat. Woorden die hij alleen gebruikte op zijn werk als hij niets beters wist te zeggen, duiken plotseling op in zijn conversatie met Vera. Zijn gedachten dwalen vaak door associaties af naar gebeurtenissen uit het verleden, vooral uit zijn jeugd, uit de Tweede Wereldoorlog en uit de tijd dat hij op kantoor werkte. Soms roepen de herinneringen handelingen op waarvan hij zich niet bewust is. Als hij terugdenkt aan het mislukte vlechtwerkje dat hij op de kleuterschool van stroken papier maakte, scheurt hij onbewust de krant aan repen. De juffrouw vroeg hem destijds de potlodendoos te halen en Maarten gaat hem zoeken, op een plank in het washok, waar hij met een stoel bijklimt. Als Vera hem daar vindt, beseft hij pas wat hij doet.

Tijdens een wandeling met de hond Robert verliest hij zich weer in het verleden. In het meisje achter de bar van het café waar hij even uitrust herkent hij zijn eerste vriendin. Daarna komt hij in het antiquariaat waar hij kort daarvoor ‘The Heart of the Matter’ van Graham Greene kocht. Maarten kan zich het boek op dat moment niet herinneren, hoewel hij er thuis af en toe een stukje in leest. Als hij mijmerend verder dwaalt door de stad, vindt Vera hem, ze maakte zich ongerust en is hem met de auto gaan zoeken. De symptomen van Maartens dementie worden duidelijker en heviger. Vera heeft de deur op slot gedaan toen ze even weg moest, maar Maarten breekt hem open om naar een IMCO-vergadering te gaan. Het gereedschap neemt hij mee in zijn aktetas Hij gaat echter niet als vroeger met de trein naar Boston, maar loopt naar een vakantiehuisje, waarvan hij de deur ook forceert. Terwijl hij wacht op de anderen oefent hij zijn betoog, waarin hij zijn twijfel uitspreekt over de zin van de organisatie, die aan de hand van computerprognoses aanbevelingen doet over vangstquotums. Dan realiseert hij zich de situatie en gaat hij op weg naar huis; hij vergeet echter zijn tas.

Vera is in die tijd bij dokter Eardly geweest. Hij heeft haar aangeraden met Maarten foto's te bekijken om de herinneringen te ordenen. Maarten herinnert zich tot in de details het verhaal bij een foto uit zijn jeugd, maar kan andere gebeurtenissen, zoals het bezoek van zijn kinderen uit Nederland drie jaar geleden, niet plaatsen. Later weet hij dat weer en spijt het hem dat hij dat niet eerder wist. Als die dag de deur wordt gerepareerd kan hij zich het niet herinneren dat hij de deur heeft opengebroken. De deur wordt gerepareerd door William. Deze Amerikaanse jongeman komt vaak bij hen over de vloer om klusjes uit te voeren. Hij is best verlegen en stil maar na een paar pilsjes wil hij nogal eens loskomen. William had vroeger een hondje, Kiss, die al een tijdje dood is. Toch vraagt Maarten iedere keer weer als hij William ziet hoe het met Kiss is, wat natuurlijk niet leuk voor William en Vera is. 

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen


Op het tweede bezoek van dokter Eardly reageert Maarten met een redevoering, die imponerend bedoeld is. Daarna realiseert hij zich met machteloosheid, woede en angst dat hij niet meer helemaal meester is over de taal: hij moet zinnen soms eerst vanuit het Nederlands in het Engels vertalen voordat hij ze kan uitspreken en heeft moeite met het benoemen van voorwerpen. Steeds meer vermengt Maartens verleden zich met zijn dagelijks leven. Maarten verwart Vera met zijn moeder en zijn huis met het huis van zijn grootouders. Wat zijn vrouw hem het ene moment vertelt, kan hij direct daarna weer vergeten zijn. Als zij weg is, slaat Maarten een ruit in om de hond binnen te laten. Daarna vergeet hij het gas uit te zetten.

Bij het volgende bezoek van de dokter ziet Maarten hem als een tegenstander in een moeilijke onderhandeling. Hij gaat hem verbaal te lijf met een vergaderstrategie van zijn ex-collega Karl Simic. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven, slaat hij hem de spuit uit handen. Op dat moment waant hij zich in de oorlog. Omdat de toestand gevaarlijk wordt, komt de gezinshulp Phil Taylor inwonen om op Maarten te letten. Maarten vergeet steeds wie zij is en waarom ze er is en verwart haar met zijn pianolerares Greet van vroeger waar hij toen verliefd op was en met zijn dochter Kitty. Als hij tweemaal in een nacht door het huis dwaalt, geeft Phil hem een injectie. Maarten wordt wakker doordat hij in zijn bed heeft gepoept. Vera en Phil maken de riemen los waarmee hij was vastgebonden en wassen hem in het bad; Maarten krijgt daarbij een erectie. Pas als hij het aanraakt beseft hij vol schaamte dat het zijn geslacht is dat boven water uitkomt.

Maarten ontsnapt nog een keer uit het huis en komt na een wandeling door de duinen waarbij hij geen jas aanheeft terecht in het zomerhuisje waar hij eerder zijn aktetas had laten staan. De vuurtorenwachter ziet hem lopen en brengt hem terug naar huis in zijn jeep. Maarten houdt hem voor een Amerikaanse soldaat tijdens de bevrijding. Even later komt dokter Eardly, die Maarten voor een soldaat in burger houdt. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven, denkt hij dat hij wordt verdacht van collaboratie. Als Maarten wakker wordt, maakt hij een vuur in de open haard en verbrandt hij uit het album de foto's waarop hij is afgebeeld. Hij herkent zichzelf niet meer. Vera en Phil binden hem op een stoel vast. Ook hen herkent hij niet meer.

Dan wordt hij in een ambulance naar een inrichting gebracht. Dit ervaart hij als iets onvermijdelijks maar raars. Er dringen nog maar flarden van buiten tot Maarten door; zijn wereld is gekrompen tot zijn onsamenhangende, maar soms plotseling heldere gedachten, waarin de taal een belangrijke rol speelt. Het boek eindigt met een mededeling die hij nog wel opvangt, al beseft hij niet dat die van Vera komt: zij vertelt hem dat de lente op het punt staat te beginnen. 

  1. De volgende motieven zitten in dit boek:
  2. Winter

Maarten, die dement is, gaat dood en het 'oude leven' is dan voorbij. Lente duidt aan dat er een nieuw, zorgeloos leven weer aanbreekt voor de andere personages.

  •  “Our Man in Havana?” 

Eerst ziet Maarten een ander boek van Greene liggen, en besluit in een antiquariaat de titel “Our Man in Havana?” te kopen. Even later weet hij niet meer dat het zijn boek is en denkt dat het van Vera is. Dit wel en niet herkennen herhaalt zich een paar keer, maar terwijl Maarten verder aftakelt komt het boek ook bij anderen terecht. Zo lezen o.a. Vera en Phil het uit, terwijl Maarten het nooit uit leest. Het boek is een symbolische verbeelding van de toestand van Maartens ziekte.

  • Oorlog

Maarten heeft dementie, hierdoor werkt zijn kortetermijngeheugen niet meer goed. Hij krijgt veel herinneringen van de oorlog, hij denkt op een bepaald moment in het boek ook dat het oorlog is.

  • Herinneringen

Vera probeert Maarten zijn geheugen “op te frissen” door oude fotoboeken erbij te pakken.

 

  1. Dementie

Het boek gaat over dementie en hoe ermee om te gaan. Aan de ene kant gaat het verhaal er namelijk over hoe Maarten zelf met zijn dementie omgaat, maar aan de andere kant lees je het verhaal van twee mensen die al iets van vijftig jaar samen zijn en liefde en leed hebben gedeeld, maar doordat Maarten dementeert van elkaar vervreemden. Op de achterliggende vraag van beide ‘verhaallijnen’: hoe moet je met dementie omgaan? Hier wordt geen antwoord op gegeven.

  1. Maarten Klein

Maarten is van oorsprong Nederlands, heeft rechten gestudeerd en is samen met Vera naar de VS geëmigreerd, waar hij jarenlang voor een internationaal bedrijf gewerkt heeft dat onderzoeken deed naar visvangst. Samen met Vera heeft hij twee kinderen, Kitty en Fred, maar die komen bijna nooit langs. In de tegenwoordige tijd van het boek is hij 71 en begint te dementeren. Door de vele herinneringen en het vastzitten, krijgen we een zeer gedetailleerd beeld van zijn leven.

 

Vera Klein

Vera is Maartens echtgenote. We komen niet zo heel veel over haar te weten, alleen dat ze in de VS lange tijd bij een bibliotheek heeft gewerkt en dat zij en Maarten erg veel van elkaar houden. Ze heeft het steeds zwaarder naarmate Maarten verder aftakelt, maar besluit uiteindelijk toch dat het beter is als hij in een verzorgingstehuis komt. Tot het laatste moment blijft ze hem steunen.

  1. De schrijver wil laten zien hoe het voelt om dement te worden, om zo meer begrip te krijgen voor de dementerende persoon. Maarten krijgt namelijk zijn gedachten en herinneringen helemaal niet op orde. Ook wil de schrijver laten zien hoe het is voor de mensen die dicht bij de dementerende staan: opeens wordt een goede vriend/ familielid een heel ander persoon.

Verteltechniek

  1. Er wordt verteld dat hij 21 was toen Hitler in opkomst kwam, dit was rond 1930. Hij is in het verhaal ongeveer 71 dus het verhaal speelt zich af rond 1980.
  2. Het verhaal wordt in ongeveer twee weken verteld.
  3. Dit boek heeft 176 bladzijden.
  4. Dit verhaal wordt chronologisch verteld. Wel zitten er veel flashbacks in dit verhaal.
  5. Dit verhaal wordt verteld door een ik-verteller, namelijk Maarten.
  6. Dit boek is niet onderverdeeld in hoofdstukken.

 

Literaire achtergronden

  1.  Bernlef is geboren in 1937, vlak voor de tweede wereldoorlog en heeft deze bewust meegemaakt. Dit thema komt terug in het boek.

Ook heeft Bernlef voor een lange tijd in Zweden gewoond. In het verhaal is Maarten ook naar het buitenland verhuisd.

  1. -

Meningen

  1. http://www.volkskrant.nl/theater/kaaitheater-met-ontroerende-hersenschimmen~a486583/

Niet-begrijpend staart de Brusselse taxichauffeur naar de gehaaste recensente uit Amsterdam. 'De Onze Lieve Vrouwe van Vaak Straat', zegt ze opnieuw. De geïrriteerde blik van de zoveelste Franstalige chauffeur reduceert het adres tot een vormeloze reeks klanken. Een paar uur geleden beloofde dit adres nog een moeiteloze reis naar een vertrouwde stad. Nu versperren diezelfde woorden de toegang tot een vreemde, vijandige wereld.Zo ongeveer moet Maarten zich voelen, de hoofdpersoon uit Hersenschimmen van J. Bernlef. Alleen is de wereld waarin hij zich niet meer verstaanbaar kan maken geen grote stad in een buurland, maar zijn eigen huis. 'Zeg, je moet iets tegen die vrouw verderop zeggen', beveelt Maarten zichzelf halverwege het boek. Die vrouw verderop is Maartens echtgenoot Vera, met wie hij al veertig jaar is getrouwd.Bernlef beschrijft in Hersenschimmen het geestelijke aftakelingsproces van de 71-jarige Maarten, dat zich in angstwekkende snelheid voltrekt. Het bijzondere is, dat hij dit proces van binnenuit beschrijft.De lezer kruipt in het hoofd van Maarten, beleeft de opduikende herinneringen mee, probeert samen met Maarten de flarden informatie uit zijn binnen- en buitenwereld tot een zinvol geheel te ordenen en voelt de toenemende angst en verwarring als dit steeds minder goed lukt.Dit boek omzetten in theater lijkt een onmogelijke onderneming. Zet Maarten op het toneel en het perspectief verandert: je kijkt niet meer met hem mee maar tegen hem aan. Toch is de voorstelling die regisseur en mede-bewerker Guy Cassiers van Hersenschimmen maakte minstens zo aangrijpend als Bernlefs boek.Cassiers brengt de handeling terug tot de gebeurtenissen in het huis van Maarten. Met minieme middelen verbeeldt acteur Nand Buyl de verwarring van Maarten. Hij bladert door een fotoboek en op zijn gezicht zie je de herkenning opflakkeren en weer wegebben. De vreemde gedachtensprongen van Maarten verwoordt Buyl met een ontroerende vanzelfsprekendheid, zonder gespeelde paniek.De linkerhand van Buyl vertelt een eigen verhaal, getuigend van de groeiende vervreemding die Maarten voelt ten opzichte van zijn eigen lichaam. Die hand zwaait uit zichzelf, grijpt de tafel vast om te voorkomen dat Maarten wegglijdt uit de werkelijkheid, en reikt aan het eind van Hersenschimmen vanuit een onpeilbare diepte naar de hand van Vera. Die pakt de hand van haar vervaagde echtgenoot, maar de vingers van Maarten blijven wriemelend zoeken.Bij Vera, de hulpeloze toeschouwer van Maartens aftakeling, legt Cassiers het meeste drama. Henny Orri, onverwachts terug na haar afscheid van het Nederlandse toneel, drentelt heen en weer met de kopjes, schudt verdrietig haar hoofd en slaat soms huilend de handen voor het gezicht. De jonge actrice Miek Van Bocxtaele geeft in een handvol kleine rollen Orri's zorgelijke optreden een nuchter tegenwicht. Ze toont de afstandelijke studieblik waarmee de dokter Maarten bekijkt en de verveling van de oppas van Maarten.Het realisme van een televisie-documentaire over dementie ligt bij deze voorstelling op de loer. Het intrigerende lichtplan van beeldend kunstenaar Maria Blondeel gaat hier tegenin. Het is een theatrale vertaling van Bernlefs beschouwingen over het menselijke bewustzijn van tijd en ruimte. Onafhankelijk van de handelingen op het toneel verkleuren de lichtvlekken op de vloer en de bakstenen muren, en verandert de ruimte van stemming, zonder dat iemand daar vat op lijkt te hebben. Het klikken van de diaprojectoren die Blondeel hierbij gebruikt, zorgt voor een mysterieuze opdeling van de tijd.Die lichtinstallatie is specifiek gemaakt voor de Kaaitheaterstudio's. Daarom moeten we voor deze lucide voorstelling afreizen naar Brussel. Rue Notre Dame du Sommeil, luidt het Franse adres.Marijn van der Jagt

 

 

 

http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2533536/1994/08/12/Een-ander-heeft-het-woord-genomen.dhtml

Een ander heeft het woord genomen

PETER DE BOER − 12/08/94, 00:00

RECENSIE J. Bernlef: Vreemde wil. Querido, Amsterdam; 60 blz. - Fl. 35.

Bernlefs bekendste en meest succesvolle boek, handelend over een dementerende hoofdpersoon, heet dan ook Hersenschimmen, en men zou zijn hele werk kunnen beschouwen vanuit het gezichtspunt van de verneveling: het 'oplossen' van feiten, zichtbaarheden, herinneringen en emoties in de almachtige stroom van de stilte, de afwezigheid en onzichtbaarheid. Bernlefs gedichten, verhalen en romans dienen zich altijd in de meest nuchtere termen aan, maar gaandeweg verschuiven de perspectieven en nemen hogere machten het heft in handen. Het sterke openingsgedicht van zijn voorlaatste bundel Niemand wint, getiteld 'Keerzijde', spreekt dit ook met zoveel woorden uit. We zijn overgeleverd aan de gunst der goden, heet het daar, die ons lot spinnen maar 'het weefgetouw voor ons verborgen' houden. Hoewel we midden in het leven staan, weten we nauwelijks wie, wat en waar we zijn:

Wij bevinden ons in een schimmenspel schering en inslag sturen onze vrijheid aan de keerzijde van het tapijt.#

Bernlefs laatste, heel mooi uitgegeven dichtbundel - een huldeblijk van de uitgever voor zijn auteur, die dit jaar de P. C. Hooftprijs voor poëzie in de wacht sleepte - heet Vreemde wil, een typisch Bernlefiaanse titel die het in 'Keerzijde' gestelde nog eens pregnant benadrukt. De bundel bevat vier afdelingen, waarvan de eerste drie uit min of meer 'losse' gedichten bestaan, terwijl de vierde wordt gevormd door de buitengewoon curieuze, ingewikkelde maar fascinerende titelcyclus 'Vreemde wil.' Net als in Niemand wint komt Bernlef in deze nieuwe bundel binnen met een ijzersterk openingsgedicht, ditmaal getiteld 'Averechts.' Het gaat zo:

Wat is er in mijn hand gevaren dat mij voor mijzelf onleesbaar maakt# verwrongen staart het schrift mij aan.

Een ander heeft het woord genomen schrijft tegen de letters in, een averechts gedicht stijgt naar het oppervlak.#

Zoals jaarringen zwijgen in een boom totdat zij, door de bijl bevrijd, rond# gaan zingen in ontwortelde tijd.'

De beginsituatie is heel concreet: de dichter schrijft een gedicht. Maar van meet af aan is ook duidelijk dat hijzelf het in dit poëtisch universum niet voor het zeggen heeft. Een ander, je mag ook zeggen: een vreemde wil, dicteert hier de woorden en regels. Nu is dit inzicht op zichzelf verre van nieuw - 'j'est un autre' nietwaar? - maar de suggestief-proefondervindelijke wijze waarop Bernlef het hier verwoordt is uit de kunst. Via het soepele scharnier van de tweede strofe stuwt hij dit besef van artistieke depersonalisatie in de richting van die alles onthullende, magnifieke vergelijking met de jaarringen in een boom in strofe 3. Je moet er maar opkomen om het wezenlijke - het verzwegene en onzichtbare - zo, nota bene in 'ontwortelde tijd' (wat een heerlijk dubbelzinnig beeld is dat in dit verband), aan het licht te brengen! 'Averechts' is een uitnemend en voor Bernlef heel typerend gedicht. Typisch zo'n gedicht waarin de concrete werkelijkheid 'oplost' in een aan de praat gekregen stilte. Kenmerkend is ook de tot het einde toe volgehouden nuchtere toon die, gekruid met een enkel, flitsend beeld, aangenaam contrasteert met de diepgang, de bewust gecreëerde verwarring die zijn poëzie eigen is.

Lang niet alle gedichten halen het niveau van 'Averechts', al is Bernlef vakman genoeg om nergens een uitglijder te maken. In een aantal gedichten speelt hij als vanouds met het fenomeen 'gestolde tijd' zoals dat op foto's tot ons komt. Het is een kolfje naar zijn hand, omdat 'fotogedichten' allerlei wisselingen in tijd en perspectief mogelijk maken, hetgeen hij dan ook vaardig maar naar mijn gevoel vrij obligaat ten uitvoer brengt. Ook een op zichzelf geslaagd gedicht als 'Geluk' ('In takken groeperen zich groene zinnen/popelend om alle kanten uit te lopen') wekt bij mij niettemin de indruk grotendeels op de automatische piloot geschreven te zijn. Het is op een bijna achteloze manier goed, maar niet ten enen male het overrompelende, in een begenadigde flits ontwaarde inzicht van 'Averechts.'

'Perken en paden' daarentegen is dan weer een knap én indrukwekkend gedicht. Hierin tracht een tuinier de chaos en teloorgang - voor deze gelegenheid verzinnebeeld door niets minder dan een tikkende tijdbom - met veel snoeien en wieden de baas te blijven. Tevergeefs, zo blijkt uit de slotstrofe, want hoewel de bom (nog) niet ontploft, tikt hij dreigend voort. Waarmee de menselijke conditie - want die tuinier dat zijn wij allen, met mierenijver schoffelend in de Hof die leven heet - weer eens in explosieve termen van eindigheid en vergeefsheid is uitgepenseeld. Een fraai gedicht ten slotte is ook 'Blindenkaart', waarin het landschap akoestisch wordt gevisualiseerd tot 'klankschap': 'wind ritselt een boom zijn blikveld binnen / neemt hem in alle stilte ook weer mee.' Het titelgedicht - en tevens slotcyclus van de bundel, bestaande uit dertien gedichten van elk zes terzinen - is een breed uitwaaierend poëticaal droomvisioen dat de symfonische tegenhanger vormt van het fraai solerende en pregnante 'Averechts'. Ook dit gedicht heet te zijn ontstaan onder het dictaat van 'een vreemde wil', maar ditmaal wordt die vreemde wil het doel van een soort mythische inspectietocht die de dichter voert naar de grenzen van de droom, van de poëzie en van het eigen ik. De cyclus dendert als een vloedgolf van associaties, droombeelden en spitsvondige maar van hun ankers losgeslagen beschouwingen over de lezer heen. Ook de dichter zelf gaat in deze maalstroom meer dan eens bijna kopje onder, hoewel zijn nuchtere, tot nauwkeurig observeren geneigde inborst hem telkens weer vaste grond onder de voeten geeft. Hij begrijpt zelf niet wat hem overkomt ('wie was hier aan het werk, in duizelende vaart / en in volmaakte stilte'), maar hij is wel in staat met veel verve te beschrijven wat hij meent te zien, te voelen en te denken. De tocht eindigt in een poëtische wedergeboorte, een verneveling, een overgang naar een nieuwe zijnstoestand die Bernlef op z'n Bernlefs, dus suggestief, aards en helder, onder woorden weet te brengen:

De eerste lichtval viel met huilen samen alles wat tot dan toe één geweest was brak geen houden was er nu aan dit bewegen#

Hoewel nog half in water werd het steeds droger en kreeg na verloop van later randen ook geluiden stormden aan van alle kanten#

Belaagden het hersendons met losgeslagen vlagen die van binnen op een vaag herkennen stuitten -# en het deinen van mijn brein begon.#

Het is onmogelijk deze gedichtenreeks, waarvan ik hier slechts een enkel aspect heb aangestipt, in een paar woorden te duiden. Zij 'betekent' niets, of alles. Zij is een uitdijend heelal in taal dat voortdurend aan de grenzen van het ken- en voelbare voorbijschiet, en er toch constant voeling mee houdt. De dichter zelf zegt het in het slotgedicht zeer expliciet zo: 'Meer wenst het ons niet te leren dan / dat alles in beweging is, iedere gedachte, elk gezicht / dit lied valt niet te resumeren.'

De slotcyclus eist wel wat van het uithoudingsvermogen van de lezer, die door een in trance verkerende dichter alle kanten wordt uitgestuurd zonder precies te weten waarom. Maar het is een boeiende reeks die heel wat ontregeling bewerkstelligt en de nieuwsgierigheid prikkelt. Bernlef is een dichter voor heldere lezers, die de charmes voor zijn ontdekkingsreizen in het rijk van de functionele verwarring weten te waarderen.

  1. Ik vond dit een heel mooie roman. Er werd op een goede manier beschreven hoe iemand dement werd. Het mooie van dit boek vind ik, is dat je ook ziet hoe groot de impact is op de omgeving van Maarten. Het laatste gedeelte van het boek vond ik erg vaag. Ik heb zelf weinig ervaring met mensen die dementie hebben, dus ik heb er dankzij dit boek een goed beeld van gekregen. Dementie is iets wat een persoon overkomt en deze raakt de grip op de werkelijkheid steeds meer kwijt.

De slotcyclus eist wel wat van het uithoudingsvermogen van de lezer, die door een in trance verkerende dichter alle kanten wordt uitgestuurd zonder precies te weten waarom. Maar het is een boeiende reeks die heel wat ontregeling bewerkstelligt en de nieuwsgierigheid prikkelt. Bernlef is een dichter voor heldere lezers, die de charmes voor zijn ontdekkingsreizen in het rijk van de functionele verwarring weten te waarderen.

  1. Ik vond dit een heel mooie roman. Er werd op een goede manier beschreven hoe iemand dement werd. Het mooie van dit boek vind ik, is dat je ook ziet hoe groot de impact is op de omgeving van Maarten. Het laatste gedeelte van het boek vond ik erg vaag. Ik heb zelf weinig ervaring met mensen die dementie hebben, dus ik heb er dankzij dit boek een goed beeld van gekregen. Dementie is iets wat een persoon overkomt en deze raakt de grip op de werkelijkheid steeds meer kwijt.

 

Het gedeelte van het boek wat mij het meeste aansprak, was toen hij zijn vrouw niet meer herkende. Dit is natuurlijk vreselijk voor zijn vrouw! Ik bewonder het erg in haar dat zij doorgaat met de zorg voor haar man, ondanks dat hij haar niet meer herkent als zijn vrouw.

 

Ik vond in deze roman wel onrealistisch, dat iemand met dementie overlijdt na twee weken, dit duurt vaak maanden of jaren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast