ADVERTENTIE
Proefstuderen vanuit huis? Wil je vóór dat je een studie kiest, zeker weten of het qua inhoud is wat je ervan verwacht? Dat kan! Volg één van de vijf online proefstudies en ontdek hoe het is om aan de universiteit van Wageningen te studeren. Je volgt videocolleges en maakt opdrachten, gewoon vanuit je slaapkamer. Je wordt begeleid door studenten, die je vragen kunt stellen over de inhoud van de proefstudie of gewoon over het studentenleven! Alles is vrijblijvend, je zit nergens aan vast.

Meld je aan!

1.2 Leesbelevingsverslag ‘Hersenschimmen’
1. Door het vertelperspectief maak je als lezer als het ware rechtstreeks het aftakelingsproces van Maarten Klein mee. Sommige lezers vinden dit een schitterende vondst van de auteur, andere vinden het dan weer bijzonder verwarrend. Probeer jouw mening hierover zo nauwkeurig mogelijk te verwoorden en gebruik concrete tekstpassages ter illustratie.
Ik ben het over beide eens. Ik vind het namelijk fascinerend hoe de schrijver over sommige zaken heeft nagedacht, dingen die hij zegt waar een grond van waarheid inzit. Bijvoorbeeld: ‘Je moet nooit teruggaan naar de plaatsen van vroeger. Dan vernietig je die gloed, de kern van je herinneringen.’ Hier had ik nooit bij stilgestaan, ik vind dat hij hierin gelijk heeft. Je kan je herinneringen beter laten zoals ze zijn, anders worden ze misschien weggevaagd en verlies je zo mooie gedachten die je had aan vroeger. Ook zijn er dingen waarop de schrijver dieper nadenkt, bv.: ‘… en zoek ondertussen naar woorden, een formulering voor wat ik voel.’ Ik begrijp deze gedachte, je hebt soms van die momenten dat het moeilijk is om te beschrijven wat je voelt. Je kan soms verdrietig zijn zonder reden, of heel opgewekt zijn zonder te weten hoe het komt. Op het einde van het boek wanneer Maarten Klein is opgehaald door een ziekenwagen en niet meer thuis woont, is het een beetje verwarrend om de woorden, halve zinnen van de schrijver nog helemaal te kunnen begrijpen. Dan wordt het moeilijk om de schrijver zijn gedachten nog volledig te snappen.
2. Selecteer drie passages uit het boek die je heel sterk geraakt hebben. Leg uit waarom je er zo door getroffen werd.
De eerste passage die me geraakt heeft is de eerste keer dat Maarten Vera niet meer ziet als ‘Vera’, maar als zijn moeder. Dit lijkt mij heel veel pijn te doen voor Vera; haar man die haar niet meer ziet als zijn vrouw, de liefde van zijn leven, maar in haar een moederfiguur ziet. Het is de eerste keer dat Maarten haar niet meer herkent. Hieraan zal Vera waarschijnlijk merken dat de toestand van Maarten alleen nog maar zal achteruitgaan, en dit dan ook nog tegen een sneller tempo dan normaal.
De tweede passage die me is bijgebleven is het moment waarop Maarten aan zijn kinderen denkt, zich afvraagt wanneer hij ze nog is zal zien, of hij ze óóit nog wel zal zien. Ik vind het erg, zowel voor Maarten als zijn vrouw, dat ze hun kinderen al lang niet meer hebben gezien. Zelfs in deze situatie komen ze nog niet over naar Amerika, ookal had de dochter dit belooft. Dat Vera geen enkele hulp heeft van haar kinderen of familie moet zwaar zijn voor haar. Ze staat er zowaar alleen voor, ze heeft wel haar trouwe hond, Amerikaanse vrienden en vriendinnen waar ze op kan rekenen en een jongedame die bij haar komt inwonen, maar je familie bij je hebben vind ik toch nog anders. Het zou me zeer zwaar lijken om in zo’n situatie te zitten en het gevoel te hebben dat je eigenlijk alleen voor staat.
De derde passage die ik aangrijpend vond is wanneer Maarten wordt opgehaald door de ziekenwagen. Tijdens het lezen van het boek dacht ik vaak na hoe moeilijk dit wel niet zou moeten zijn voor Vera, ze kan op niemand rekenen. Nu Maarten ook uit huis wordt gehaald is die situatie eigenlijk bijna gelijk aan het feit dat haar man zou sterven. Hij is nu niet meer bij haar en ze kan ook niet meer met hem praten zoals vroeger, hij weet niet meer wie ze is. Vera moet beginnen leren alleen te leven…
3. Wellicht heeft het boek bij jou heel wat vragen opgeroepen over ethische kwesties die rechtstreeks of onrechtstreeks met de dementerende mens te maken hebben. Bijvoorbeeld: wat is een menswaardig bestaan, wat met dementie en euthanasie, hoe moet je omgaan met dementerende mensen… (zie vak godsdienst thema ‘Lijden’!)
Vragen die ik me bij het boek stelde waren: ‘Hoe kan Vera zo’n situatie aan? Zou ik zoiets kunnen? Hoe erg moet het wel zijn? Ik denk dat een menswaardig bestaan moet kunnen zonder ziektes, erge lijdenswegen, hongersnood e.d. Bij Maarten is een menswaardig bestaan dus op het einde van zijn leven niet meer van toepassing. Het lijkt me gruwelijk om dit zelf mee te maken, te weten dat er iets mis is met je, maar niet weten wat, het niet te kunnen beschrijven. Maar niet alleen voor de dementerende persoon is dat erg, ook voor zijn naasten. Ik denk dat het me het meest pijn zou doen als iemand die me nauw aan het hart ligt niet meer weet wie ik ben, welke mooie momenten we samen hebben meegemaakt. Mijn mening over dementie en euthanasie weet ik zelf niet echt. Als de familie van de dementerende persoon het echt niet meer aankan en zo niet meer wil leven, kan ik het misschien begrijpen. Maar als er niet naar euthanasie gevraagd wordt, mag die ook niet gegeven worden. De persoon met de dementie weet zelf niet wat er gaande is, en zal zich dus ook niet dood wensen. Het moet dus zo zijn dat euthanasie voor mij kan als het leven met die dementerende persoon nog onmogelijk is. Ik zou zelf niet echt weten hoe ik met dementerende mensen zou moeten omgaan, omdat ik dit nog nooit heb moeten doen. Maar volgens mij moet je hierbij héél veel geduld hebben en je vasthouden aan de mooie herinneringen die je hebt met die persoon. Enkel zo kan je het blijven volhouden.
4. Misschien ben je zelf al in contact gekomen met een persoon die lijdt aan een vorm van dementie, hetzij in je familie en je vriendenkring, of in je ruimere leefomgeving. Wellicht kun je daarover in de les iets vertellen, of zelfs punten van overeenkomt met Maarten in de roman aanduiden.
Ik ken een aantal mensen uit de buurt (waarvan enkele overleden) die dement zijn (of waren), maar ik ben nooit met hen in contact geweest, dus daarover kan ik niets vertellen. Wel kan ik wat vertellen over de oom van mijn schoonzus. Hij is 14 jaar lang dement geweest (dit duurde zo lang omdat hij Alzheimer had), waarvan de 2 laatste jaren snel gingen. Dit is dus een heel pak langer dan Maarten Klein, maar de persoon in kwestie was ook helemaal niet zo oud. Hij was leerkracht en zijn leerlingen begonnen te merken dat er iets niet juist was. Het begon met kleine, onschuldige dingen, zoals niet meer weten waar de sleutel ligt, maar dat verergerde alleen maar. Zo was er een keer het geval dat hij het verkeer ophield omdat hij stilstond op de weg. De politie sprak hem hierover aan, maar hij wist gewoon niet meer hoe hij thuis moest geraken. Op het einde van zijn dementie ging hij veel wandelen, als een soort uitlaatklep, wat Maarten ook vaak deed. Beide werden ze afgesloten van de buitenwereld om gevaar, ongelukken te vermijden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast