Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Auteursinformatie:

J. Bernlef - de naam van een blinde dichter uit de achtste eeuw - is het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. De schrijver Bernlef wordt op 14 januari 1937 geboren in St. Pancras. Als kind woonde hij in Amsterdam en Haarlem Hij volgde de HBS in Amsterdam, in 1955 doet hij examen. Na zijn examen was hij bediende in een boekhandel. Van 1956 tot 1958 zet hij in militaire dienst. J.Bernlef reisde van 1958 tot 1960 heen en weer tussen Nederland en Zweden. Hij had allerlei baantjes, bijvoorbeeld bordenwasser, houthakker en ober. Van 1960 tot 1964 werkte Bernlef in een boekenimportbedrijf in Amsterdam.
J.Bernlef debuteerde met de dichtbundel ‘Kokkels’ (1960). Als prozaïst debuteerde hij met ‘Stenen spoelen’ (1960). Sinds 1964 wijdt hij zich geheel aan het schrijven.
J. Bernlef is getrouwd met Eva Hoornik (dochter van de dichter Ed Hoornik). Ze hebben twee kinderen.
‘Hersenschimmen’ (1984) was Bernlefs doorbraak naar het ‘grote publiek’. Hierin beschrijft hij het dementeringsproces.
In het werk van J. Bernlef komen enkele van zijn fascinaties steeds terug: lege plekken, gaten, vergeten, het waarnemen, fotografie en jazz.
* J. Bernlef kreeg voor zijn gedichtenbundel ‘Kokkels’ in 1959 de Reina Prinsen Geerligs-prijs.
* Hij kreeg de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam 1962 voor ‘Morene’.
* Hij kreeg de Lucy B en C.W. van der Hoogt-prijs 1964 voor zijn gedichtenbundel ‘Dit verheugd geval’.
* J.Bernlef ontving de Vijverbergprijs 1977 voor ‘De man in het midden’.
* In 1989 werd ‘Hersenschimmen’ bekroond met de Diepzeeprijs.

Samenvatting:

Maarten en Vera wonen samen in Gloucester. Op een dag gaat Maarten wandelen met Robert, hij rust uit bij de travern, en vergeet dat hij Robert bij zich had, en loopt alleen naar huis. Maarten gaat naar een antiquariaat, waar hij een boek haalt. Maarten maakt steeds vaker vreemde opmerkingen en hij vergeet dingen. Maarten eet ’s morgens vroeg veel: kip, koekjes, leverpastei en ananasschijven. Hij denkt steeds dat het al avond is terwijl hij nog maar net opgestaan is. Maarten denkt steeds dat hij naar zijn werk moet, hij breekt de deur van het washok en het kantoor open. Vera heeft dokter Eardly erbij gehaald. Vera, Maarten en de dokter bekijken foto’s uit een album. Maarten weet niet meer waar de foto’s van zijn. William komt langs, om de deur van het washok te repareren. Maarten slaat een raam in met een stoel, en gaat ervandoor. William komt weer, dit keer om het raam te maken. De dokter is er weer, hij geeft Maarten kalmerende middelen. Maarten krijgt een oppas. Maarten gaat wandelen met Phil, en hij zegt vreemde dingen. Later gaat Maarten foto’s kijken met Phil. Maarten weet niet meer waar de foto’s van zijn, en loopt boos weg. Maarten verbrand de foto’s en wordt vastgebonden. Maarten wordt voorgelezen als de bel gaat. Maarten wordt weggevoerd naar een inrichting. Het boek eindigt in de lente, als zijn vrouw Maarten komt opzoeken.

Het boek en het thema:

Het boek gaat over een dementerende man, die zijn steeds groter wordende isolement beschrijft. Het boek past goed in dit thema, omdat het boek uitsluitend over dit thema gaat. De hoofdpersoon (Maarten), is de dementerende man, en je leest gebeurtenissen (waarin hij bijvoorbeeld wegloopt en niet meer weet waar hij woont) en gedachten (meestal erg verward, omdat Maarten bijvoorbeeld niet meer weet wie iemand is, terwijl deze persoon zich net heeft voorgesteld).

Opvallende zaken:

Maarten heeft het steeds over het boek: ‘Our Man in Havanna’ van Graham Greene met de film waarin Alec Guiness speelt.

Telkens als William langskomt vraagt Maarten of Kiss, zijn hondje ook mee is gekomen. Dat hondje is allang dood en dat heeft Vera al vaak tegen hem gezegd, maar hij blijft het vragen, want het dringt niet tot hem door.

Maarten wil naar zijn werk, terwijl hij al jaren geleden is gestopt met werken. Hij zoekt ook telkens zijn tas en papieren die hij helemaal niet heeft.

Deze dingen vonden we opvallend, want ze kwamen telkens terug in het boek. Het zijn ook dingen die vroeger zijn gebeurd en hij denkt dat dat nog steeds zo is.
Hij heeft niet in de gaten dat hij niet meer hoeft te werken en dat na al die jaren die hij al thuiszit.
Hij heeft het vaak over dat boek met bijbehorende film, terwijl de andere personen die film helemaal niet kennen.

Fragment:

Zakelijke aanpak, Maarten. Die man wil iets van je. Ze beginnen altijd vriendelijk, iets te amicaal. Dat verraadt hen meteen. Dat duidt altijd op achterliggende bedoelingen. Dan is de methode Simic geboden. Simic heeft het me na het werk een keer uitgelegd. We zaten in de cocktaillounge waar Karl na zijn werk altijd heen ging voor hij de ondergrondse naar huis nam. Een chique, wat duistere tent verdeeld in met donkerpaars fluweel beklede boxen met van die kelkvormige melkglaslampjes uit de jaren twintig op de tafeltjes. Simic, Karl Simic. Een Joegoslavische naam geloof ik. Spreek uit: Simmitsj. Daar ging hij iedere dag een paar whisky’s drinken. Ja, hij kon hem soms flink raken, die Karl.
‘Heb je dorst,’ vraagt Vera. ‘Je zit zo met je lippen te smakken.’
‘Whisky on the rocks.’
Er zit een man in de kamer met een boerse vierkante kop, met hangwangen, grote oorlellen en kortgeknipt stug blond haar. Hij is er. Hij lacht. Hij weet niets van de methode Simic. Hij heeft een fotoalbum op zijn schoot waar hij in bladert. Hij bekijkt één foto nauwkeurig en reikt me dan het opengeslagen album aan.
Uitgerekend een trouwfoto. Ben ik totaal niet in de stemming. Maar Simic zou zeggen: stelregel één: herhaal met beleefde glimlach de woorden van je gesprekspartner terwijl je ter ondersteuning vriendelijk met het hoofd knikt.
Tijdwinst is vooral aan het begin van een gesprek alles.
‘Is dat een foto van uw trouwen?’ vraagt de man.
‘Is dat een foto van uw trouwen?’
Kijk schuin omhoog, tussen hen door en geef knikjes met het hoofd. Dan zeg ik vlug achter elkaar zes keer ja. Dat is Simics tweede regel: beleefdheid tot rituele hoogten opgevoerd. Zelfs als je het nergens mee eens bent, begin met alles te bevestigen, maar ontneem door veelvuldige herhaling meteen weer bet bevestigende karakter aan wat je zegt.
‘Jajajajajaja.’

Dit vinden wij een goed fragment, omdat je duidelijk leest dat Maarten erg in de war is. Hij wist in het stukje hiervoor nog wel wie de man was die in de kamer zat (namelijk de dokter), maar in dit fragment weet hij het al niet meer, en spreekt hij van een man met een vierkante boerse kop (enz). Hij herinnert zich duidelijk wel weer een stukje geschiedenis, hij herinnert zich een gesprek met Simic, die hem ooit verteld heeft wat en hoe hij moet antwoorden als hij een vraag niet begrijpt. Zo vinden wij het heel grappig dat Maarten de vraag van de dokter herhaalt, en later zes keer ja zegt. Je begrijpt daardoor dus ook goed dat Maarten er niet meer helemaal bij is met z’n hoofd, want een normaal mens vraagt gewoon nog eens wat diegene zei.

Verhaalanalyse:

* De titel van het boek ‘Hersenschimmen’ zegt iets over de dementie van Maarten. Dementie en hersenschimmen passen bij elkaar; je denkt dat er iets pas is gebeurd, maar datgene is al heel lang geleden gebeurd.
* Tijd:
- Het verhaal speelt zich voornamelijk af in de winter, en eindigt vroeg in de lente.
- Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar er zitten erg veel flashbacks in. Het verhaal is dus niet-continu.
- Het verhaal is in de tegenwoordige tijd verteld, het is ook in de ik-vertelsituatie verteld. Daardoor kun je goed meeleven.
- Het verhaal is ‘Ab Ovo’, het begint bij het begin.
* Personages:
- Maarten Klein: de hoofdpersoon in dit boek. Hij is een gepensioneerde man van 71 jaar, die begint met dementeren. Hij heeft zich samen met zijn vrouw Vera teruggetrokken in een huis in een klein dorpje in Amerika. Hij heeft zijn hele leven ook in Amerika gewerkt. Hij kan heel goed overweg met andere mensen. Hij heeft het goed naar zijn zin op de manier zoals hij nu leeft.
- Vera Klein: zij is de vrouw van Maarten. Ze heeft een goede relatie met Maarten, dit blijft ook zo, alleen verandert de relatie van betekenis, ze probeert hem te behoeden voor fouten, maar als ze ziet dat dit geen nut heeft praat ze met hem mee, om het zo gemakkelijk mogelijk voor hem te maken. Ze is heel zorgzaam, en houdt van de dingen zoals ze zijn. Zij heeft zich voorgenomen samen met Maarten haar dagen te slijten. Het is dan ook erg moeilijk voor haar als ze erachter komt dat Maarten niet meer de oude is, dat hij steeds verwarder wordt.
- Robert: dit is de hond van Maarten en Vera. Hij neemt in het boek ook een belangrijke positie in, hij is een soort houvast voor Maarten als deze het allemaal even niet meer weet. Het is een vrolijk springerig diertje. Zijn vacht is bruin, wit en zwart, met rond de neus al wat grijze haren.
- Phil Taylor: de oppas van Maarten, zodra Vera het niet meer alleen aan kan. Ze heeft blond haar, en Maarten vindt haar op zijn dochter, Kitty, lijken.
- Kitty en Fred: dit zijn de kinderen van Vera en Maarten. Je krijgt ze als lezer niet echt te ‘zien’, maar je ‘hoort’ alleen verhalen over ze, omdat vooral Maarten het vaak over ze heeft.
- Karl Simic: een (vroegere) collega van Maarten. Hij had weinig sociaal contact, en heeft zelfmoord gepleegd kort na een bezoek van Maarten. Maarten leerde van deze man een aantal dingen die hij moest doen als hij een beleefd gesprek wilde voeren maar de vragen niet begreep, zoals: de vraag herhalen, zes keer ja zeggen, en vriendelijk met het hoofd knikken.
- Karin: een mollige vrouw waar Maarten lang geleden een verhouding mee had op zakenreis in Parijs.
- William: de zoon van Cheever. Hij is de ‘klusjesman’. Maarten vraagt steeds naar zijn dode hondje Kiss, en dan weet hij even niet wat hij moet zeggen, maar hij lost deze moeilijke situaties toch goed op.
- Dokter Eardly: de plaatselijke dokter. Zijn hulp wordt ingeroepen om Maarten te helpen, maar hij begrijpt er volgens ons zelf ook niet veel van, want Maarten heeft niets aan hem (hij heeft trouwens een vierkante boerse kop, hangwangen, grote oorlellen en stug blond haar).

Onze mening:

Mening van Ilona over “Hersenschimmen”:

1. Ik vind het een goed en ook wel gevoelig onderwerp. Het lijkt me erg moeilijk om hier over te schrijven, omdat je nooit precies weet wat er in het hoofd van een dementerend persoon omgaat. J. Bernlef heeft het erg goed beschreven, want af en toe had ik het gevoel alsof ik zelf aan het dementeren was, dat was niet erg leuk, dan moest ik echt even het boek aan de kant leggen. Ik ben wel blij dat ik dit boek gelezen heb, want op de een of andere manier begrijp ik nu hoe mijn oma (die ook aan de ziekte van Alzheimer lijdt) zich moet voelen als ze weer eens niet meer weet hoe al die vreemde mensen in de kamer heten. Zij heeft ook een hondje, en ik denk dat zij daar dus ook heel veel waarde aan hecht. Als ze weer in een vergeetachtige bui zit praat ze ook alleen tegen haar hondje, ook al weet ze niet meer hoe het beestje heet. Dit vind ik dus heel erg op het boek lijken. Ik vind dat heel typisch, het lijkt net of de ziekte bij iedereen hetzelfde is, terwijl toch beweerd wordt van niet.

2. Ik vind de meeste gebeurtenissen wel aardig, soms ook wel grappig. Zoals het stukje dat Maarten denkt dat hij moet werken (terwijl hij al lang werkloos is), en dus in het kantoor inbreekt, en daar helemaal niets en niemand aantreft. Daar blijft hij dan even zitten wachten, en als er echt niemand komt denkt hij dat de vergadering verzet is. En hij gaat daarna richting huis, maar hij blijft steken in een café. Als hij later wel naar huis wil, weet hij de weg niet meer en loopt hij maar wat te mijmeren. Dat vind ik best wel grappig, omdat elk ander mens nooit zou inbreken in een gebouw dat potdicht zit (behalve dan een inbreker). De gedachten die hij er dan bij heeft zijn heel serieus, maar toch lachwekkend. Dan zit hij echt te wachten tot zijn collega’s komen, en dan blijft hij maar aan het werk denken. Dat is eigenlijk ook wel zielig. Ik denk dat hij zich ook heel eenzaam moet voelen, want er is niemand die hem echt kan begrijpen, omdat hij/zij niet weet wat er in zijn hoofd omgaat.

3. De bedoeling van J. Bernlef is denk ik om je kennis te laten maken met het leven van iemand die dementeerd. Je leest hoe moeilijk deze mensen het soms hebben, omdat ze zelf ook weten dat ze in de war zijn, maar ze kunnen er niets aan doen. Ook wil Maarten soms iets wel doen, maar dan vergeet hij het steeds, en dan wordt Vera boos omdat hij het niet gedaan heeft. Dan denkt Maarten er weer aan, en dan is het klusje al gebeurd.

4. Ik vind Maarten een sympathiek man. Hij heeft een goed karakter, hij is vaak vrolijk, maar doordat hij weet dat zijn geheugen achteruit gaat, is hij steeds vaker depressief. Hij gaat graag (en goed) om met andere mensen. Hij is meestal erg verward, dan weet hij veel dingen niet meer of denkt dat dingen die in het verleden gebeurd zijn nu opnieuw gebeuren. Hij doet ook vaak dingen waarna hij zelf niet meer weet waarom hij dit deed, dit vind ik heel zielig voor hem. Het lijkt me erg rot om deze ziekte te hebben, juist omdat ze zelf dondersgoed beseft dat je niet meer bij de tijd bent, maar je kunt er niets aan (of tegen) doen.
Zijn dementie begint met het vergeten van kleine dingetjes, die hij dan ontkent door het af te schuiven op zijn leeftijd of de winter de schuld te geven. Dit vind ik wel begripvol (omdat het mij ook niet prettig lijkt om soms aangekeken te worden of je gek bent) maar ook juist onbegripvol, want hij wil er maar niet aan geloven dat zijn geheugen achteruit gaat. Hij heeft wel door dat hij minder bij de tijd is, maar wil er niet aan toegeven. Hij vraagt ook geen hulp, hij vraagt zelfs niet of een vraag herhaald kan worden, als hij dit wel deed, zou hij nog eens goed kunnen luisteren, en misschien begreep hij het dan wel.
Het is heel moeilijk voor hem als hij niet meer met zijn hond Robert naar buiten mag, omdat hij dan misschien weer wegloopt, of de hond weer vergeet. Hij weet ook vaak niet meer wie iemand is, terwijl hij/zij net aan hem is voorgesteld. Dat vind ik erg rot voor Maarten, maar natuurlijk ook voor de persoon waar het om gaat.
- Vera vind ik een aardige, behulpzame, goede vrouw. Ze laat haar man in deze moeilijke periode niet in de steek, maar ze probeert hem zo veel mogelijk te helpen. Ze probeert hem ook te behoeden voor fouten (die hij later toch maakt). Het lijkt me erg moeilijk voor haar om hem op het einde toch naar een inrichting te laten afvoeren. Ze moet dan afstand doen van haar droom om met hem haar dagen te slijten. Ik vind het wel goed van haar dat ze het toch gedaan heeft, want je leeft toch voor jezelf, en niet voor een ander. Ze redt ook andere personen uit moeilijke situaties, zoals William, die door Maarten steeds geconfronteerd wordt met zijn dode hondje Kiss, en Vera redt ook Ellen Robbins uit een moeilijke situatie, want Maarten vraagt aan haar hoe het met haar man is, terwijl deze al een aantal jaren dood is. Dit vind ik echt top van Vera. Dat zou ik zelf heel moeilijk vinden denk ik. Je hoopt dan maar dat die mensen niet boos op Maarten worden, omdat hij van die ‘harde’ opmerkingen maakt.
- Robert vind ik een vrolijk, leuk en gezellig beestje. Hij is de houvast voor Maarten, ook als zal de hond het zelf niet beseffen, hij speelt een belangrijke rol in het leven van Maarten.
- Dokter Eardly vind ik een rare en nare man. Zijn hulp wordt ingeroepen om Maarten proberen te helpen, maar Maarten heeft geen bal aan hem. Hij doet niets om Maarten te helpen, maar dat zal ook wel komen omdát je niets kunt doen. Hij reageert wel goed op Maarten, want als Maarten vraagt of er iets is met Fred (zijn zoon die allang uit huis is) zegt hij gewoon dat er niets met hem is, hij zegt niet bijvoorbeeld dat hij allang uit huis is of zoiets. Ik vind hem naar, omdat hij Maarten op een gegeven moment vastbindt. Dat vind ik echt nergens op slaan. Oké, Vera en Phil moeten ook nachtrust krijgen, maar dan kunnen ze ook om de beurt ‘nachtdienst’ houden. Ze zouden hem ook sterkere slaappillen kunnen geven, dan weten ze zeker dat hij onder zeil blijft. Maar een oude man vastbinden? Nee, dat vind ik echt niet kunnen hoor.
- Kitty en Fred lijken mij wel aardige en lieve kinderen, want Maarten mist ze erg. Hij is ook de enige die ze steeds ter sprake brengt.
- Phil vind ik een behulpzaam meisje. Ze helpt Vera goed met het verzorgen van Maarten. Ze wekt ook bepaalde gevoelens bij Maarten op. Ze doet hem denken aan zijn pianolerares, waar hij vroeger stiekem verliefd op was.
- William lijkt me wel een aardig en ook weer behulpzaam persoon, omdat hij altijd maar weer komt opdraven als er iets gemaakt moet worden. In het begin weet hij niet goed wat hij moet antwoorden als Maarten naar zijn dode hondje vraagt, maar later zegt hij gewoon dat het goed met hem gaat. Hij redt zichzelf dus ook goed uit nare situaties.
- Karl Simic lijkt me een grappig persoon, want het advies dat hij Maarten ooit gegeven heeft slaat helemaal nergens op, maar Maarten gebruikt het op een gegeven moment wel, en daardoor wekt hij juist argwaan op, hierdoor beseft iedereen juist dat hij niet helemaal meer bij de tijd is.

5. Ik vond het taalgebruik heel gemakkelijk, er kwamen voor mijn gevoel geen moeilijke woorden in voor. Hierdoor werd het verhaal niet steeds onderbroken omdat ik mijn woordenboek erbij moest pakken. Daar ben ik erg blij mee, want nu kon ik tenminste mijn volle aandacht richten op het verhaal. De zinnen zaten gemakkelijk in elkaar, en waren niet te lang. Ik kon me hierdoor erg goed in het boek inleven, soms zelfs een beetje te goed, want het leek vooral op het einde wel alsof ik zelf aan het dementeren was. Op het einde lees je ook alleen heel erg verwarde gedachten van Maarten, de zinnen zijn daar niet meer volledig, er stonden alleen maar losse woordgroepen met alsmaar puntjes ertussen. Daar werd ik wel een beetje gek van. Ik moest dan wel even het boek wegleggen om niet zelf door te draaien. Dit vind ik erg jammer van dit boek, dit was een klein minpuntje. Over de rest heb ik niet zo veel te zeggen, ik vond het gewoon een prachtig boek, met veel goed beschreven emoties. Ik vind het ook goed dat J. Bernlef het zo realistisch heeft geschreven, het kan gemakkelijk echt gebeurd zijn.
6. Kortom: ik vind het een mooi, begrijpelijk en goed boek. Er gebeurde heel veel in het verhaal, het is een heel levendig boek. De ene keer zijn het serieuze gebeurtenissen, dan juist weer humoristisch. Ik vind het heel goed van J. Bernlef dat hij over dit onderwerp ook grappige dingen heeft kunnen schrijven, want het is toch een gevoelig onderwerp vind ik. Ik vind dit boek zeker een 8.5 waard, door de laatste bladzijden die heel erg verward zijn is het geen 9,5 geworden, want dat vond ik echt jammer.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast