Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


Titel: Hersenschimmen
Auteur: J. Bernlef
Plaats van uitgave: Amsterdam
Uitgave van dit boek: 44e druk, 2006
Eerste druk: 1984

Uittreksel van de uittrekselbank
Titel: Hersenschimmen
Periode: 1980
Auteur: Bernlef, J.
Thema: Dementie, herinneringen
Jaar van uitgave: 1984
Taal: Nederlands
Bron tekst: Uittrekselpocket, 1985
Bron artikel: Walvaboek
Vorm: Roman

Samenvatting
Maarten Klein staat voor het raam en verbaast zich erover dat de schoolkinderen er nog niet zijn. Dan realiseert hij zich dat het zondag is. Vervolgens bestudeert hij de thermometer die vroeger van zijn vader was. Hij mijmert over de weersnoteringen die zijn vader vroeger gewoon was te doen en dit tot zijn dood (hij werd 74 jaar) volhield zonder de illusie te hebben dat hij er een systeem in zou ontdekken. Maarten realiseert zich dat hij de laatste tijd steeds vergeetachtiger wordt. Lezen gaat ook niet zo gemakkelijk meer als vroeger; hij mist de concentratie. Zijn gedachten dwalen terug naar vroeger en hij handelt ook alsof hij in het verleden leeft. Vera brengt hem weer naar de alledaagse werkelijkheid.

Midden in de nacht staat hij op en kleedt zich aan, totdat hij zich realiseert wat hij doet. Als hij de volgende dag Robert uitlaat en in een bar wat drinkt, ziet hij in het meisje aan de tap degene met wie hij voor het eerst vrijde. Plotseling meent hij naar een belangrijke IMCO-vergadering te moeten. Thuis moet hij nog de benodigde papieren halen, maar Vera is niet thuis en hij forceert de deur met een schroevendraaier. Hij denkt dat Vera naar de bibliotheek is, waar ze altijd gewerkt heeft, maar is vergeten dat ze daar niet meer werkt.

De plaats waar hij denkt dat de vergadering wordt gehouden, is een leegstaand vakantiehuis en dan realiseert hij zich dat hij in de war is. Vera is naar de dokter geweest en deze (dr. Eardly) raadt haar aan, samen met haar man aan de hand van hun fotoalbums zijn herinneringen te ordenen. Dokter Eardly komt ook langs en adviseert de fototherapie voort te zetten. Maarten dementeert steeds meer. Dingen die hij aan het begin van het verhaal nog weet, herinnert hij zich halverwege het boek niet meer. Aanvankelijk weet hij nog dat Graham Greens Our Man in Havana verfilmd is met Alec Guiness in de hoofdrol, maar op bladzijde 72 kan hij zich daar totaal niets meer van herinneren.

Met Robert mag hij van Vera en de dokter niet meer uit wandelen, omdat hij anders zal verdwalen. Steeds meer gaat hij op in zijn jeugdjaren, in Vera ziet hij soms zijn moeder. Als Vera weg moet, sluit ze alle deuren en ramen. Robert is echter nog buiten en Maarten slaat een raam in om de hond binnen te laten. Later moet William de ruit weer repareren. Maarten vraagt William steevast hoe het met diens hond gaat. De hond in kwestie, Kiss, is al jaren dood en William vindt het pijnlijk om steeds weer te zeggen dat Kiss niet meer leeft. Maar Vera is op een gegeven moment zover dat ze zegt: 'Je weet toch dat hij altijd ruzie heeft met onze hond.' Vera accepteert, zij het met verdriet, dat ze Maarten aan het verliezen is.

Als Maarten naast de wc plast en soms met injecties gekalmeerd moet worden, komt er een verzorgster in huis: Phil Taylor. Soms denkt Maarten dat Phil zijn dochter Kitty is. Daags daarop bevuilt hij zijn hele bed en zichzelf erbij. Vera en Phil stoppen hem in bad en Maarten gaat schuine verhalen vertellen.

Terwijl hij zijn omgeving niet meer herkent, zwerft hij zonder jas door de duinen. De vuurtorenwachter pikt hem op in zijn jeep. Maarten denkt dat hij door de Amerikanen wordt meegenomen die Nederland komen bevrijden. Ook de dokter en de ambulancechauffeur ziet hij aan voor bevrijders. Dan neemt de ambulance hem mee naar de kliniek. Daarna is de schrijfstijl analoog aan het aftakelingsproces: korte zinnen, veel punten en onsamenhangende woorden. Het einde heeft nog een lichtpuntje, als Vera hem komt vertellen dat het lente wordt. Maarten schijnt dit te begrijpen. De lente waar hij zo naar verlangd heeft, is toch gekomen, ook voor hem. Helaas kent het dementieproces in werkelijkheid geen hoopgevend einde.

Schrijver
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman,geboren in het Noord-Hollandse Sint-Pancras en opgegroeid in Amsterdam en Haarlem. Zijn leraar Nederlands, Rob Nieuwenhuis, wakkert zijn interesse voor Nescio, Carmiggelt en Elsschot aan, door Marsman met deze auteurs kennis te laten maken. Na zijn eindexamen H.B.S.A. in 1955 is hij een half jaar student aan de Politiek-sociale Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Gelijktijdig werkt hij in een boekwinkel.

Tijdens zijn militaire dienst debuteert hij met het korte verhaal Mijn zusje Olga in het tijdschrift Hoos. Tussen 1958 en 1960 reist hij heen en weer tussen Zweden en Nederland. In Karlstad is hij bordenwasser in een hotel en werkt hij aan verhalen (Stenen spoelen) en gedichten (Kokkels). Voor beide werken krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1959).

Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op, dat tot 1972 heeft bestaan en dat alledaagse teksten afdrukte. De poëzie lag op straat, vonden de redacteuren. Voor zijn dichtbundel Morene (1961) krijgt hij in 1962 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn bundel Dit verheugd verval (1963) krijgt de Van der Hoogtprijs (1964).

Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het toneel en worden er enkele toneelstukken van hem opgevoerd (1973: Sterf de moord; 1974: In Verwachting). In 1977 is hij een van de oprichters van het tijdschrift Raster.

Ook publiceert Marsman een aantal romans: Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De Man in het Midden (1977), bekroond met de Vijverbergprijs, Onder IJsbergen (1981) en Hersenschimmen (1984). De romans gaan vaak over eenzame zwervers op stille vlaktes. Voor zijn totale oeuvre krijgt Bernlef in 1984 de Constantijn Huygensprijs.

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

Titel, thema en motieven
Het boek geeft een verslag van het dementieproces van Maarten Klein, gezien door de ogen van de patiënt zelf. Maarten ervaart dat het contact met de dingen, de mensen en de tijd steeds meer breuken gaat vertonen. Bernlef heeft voor dit boek de vakliteratuur over dementie bestudeerd, regelmatig verpleeginrichtingen bezocht en zich verder zeer goed proberen in te leven in de gedachtewereld van een demente. Afgezien van het registreren van het ziektebeeld, is er ook het verhaal van Vera, de vrouw van Maarten, die zichzelf gedwongen ziet de aftakeling van haar man te accepteren.

Een motief dat in Hersenschimmen is verwerkt is de gedachte dat de mens de feiten van zijn leven niet kan overzien; hij kan ze registreren, maar niet samenvatten. Ook de gezonde mens heeft geen overzicht van zijn eigen leven. In dit verband is de vader van Maarten van belang. Deze had de gewoonte om alle weergegevens te registreren. Niet dat hij dacht er bij zijn leven een systeem in te ontdekken, maar hij hoopte dat wellicht over generaties genomen er een vast patroon in viel waar te nemen. Deze vader was overigens griffier, dus ook iemand die moest registreren. Maarten zat op hetzelfde spoor: hij was notulist geweest bij vergaderingen.

Verhaaltechniek
Tijd
Het aftakelingsproces van Maarten speelt zich in een medisch niet erg waarschijnlijk tijdsbestek van acht dagen af: vanaf de eerste tekenen van vergeetachtigheid tot en met de totale dementie die het noodzakelijk maakt Maarten in een inrichting op te nemen. Gewoonlijk duurt het dementeren veel langer.

Ruimte
Het verhaal speelt in en rond het huis van Maarten en Vera aan de kust in Gloucester, een stad ten noorden van Boston in de Verenigde Staten. De schrijver heeft deze locatie met opzet gekozen. Maarten valt steeds meer terug op zijn jeugd en de taal van zijn jeugd, zodat een Amerikaanse omgeving extra vervreemdend werkt.

Perspectief
Het verhaal wordt verteld door Maarten zelf van het begin tot het (onsamenhangende) einde. Vanuit de patiënt wordt het ziektebeeld beschreven. In het begin heeft Maarten wel besef van zijn kwaal, maar hij realiseert zich ook, dat hij er weinig tegen kan doen. Hij voelt zich als

'een zeilschip, dat in een windstilte is terechtgekomen. En dan plotseling is er even weer wat wind, vaar ik weer. Dan heeft de wereld weer vat op me en kan ik weer meebewegen' - p. 70

Figuren
De hoofdpersoon is de 71-jarige Maarten Klein die uit Alkmaar afkomstig is, maar al lang in Amerika woont. Tot zijn pensioen werkte hij bij de IMCO (IntergovernmentaI Maritime Consultative Organisation), waar hij notulen van vergaderingen maakte en vangstquotums vaststelde zonder enig overzicht te hebben van de organisatie. Hij is al vijftig jaar samen met zijn vrouw Vera, die in het verhaal haar man kwijt raakt. Verder zijn er nog William, die boodschappen komt brengen en klusjes in huis doet, Dokter Eardly en Phil Taylor, de verzorgster van Maarten. De laatste drie zijn flat characters. Robert, de hond van Maarten en Vera, speelt ook nog een rol.

Stijl
Het onderwerp brengt zoveel gevoel met zich mee, dat Bernlef een koele, vaak onderkoelde stijl hanteert. Dat biedt de lezer ruimte voor zijn eigen gevoelens ten aanzien van dit met zoveel liefde gebrachte verhaal.

Titel en motto
De titel van het boek is 'Hersenschimmen'. Dit is het onderwerp van het verhaal.
'Hersenschimmen' slaat op het feit dat Maarten langzamerhand steeds dementer wordt en uiteindelijk zichzelf volledig verliest.

Maarten vergeet in het begin van het boek alleen kleine dingen, maar in de loop van het verhaal kan hij zich steeds minder herinneren en denkt hij soms dat hij nog een kind is; dat het oorlog is; dat zijn ouders nog in leven zijn; of bijvoorbeeld dat zijn vrouw, Vera, zijn moeder is.

Het motto van het boek is ‘een mens wordt gevormd door zijn herinneringen, als een mens geen herinneringen meer heeft is het niets meer’.
Naarmate het verhaal vordert, verliest Maarten steeds meer herinneringen en valt hij op den duur in een soort overlevingsmodus, maar kan hij niet meer echt leven. Hij is dus hij bij wijze van spreken geen mens meer.

Verhaallijnen
Het boek heeft één verhaallijn en het wordt chronologisch verteld.

Er is een aantal flashbacks en er zijn momenten dat je denkt dat het een flashback is, maar dat het alleen een moment is wanneer Maarten denkt dat hij in het verleden leeft.

Het verhaal begint zonder dat je weet wie de hoofdpersoon is; er wordt verteld vanuit ik, maar op pagina tien noemt Vera zijn naam:

‘Maar Maarten, het is zondag vandaag.’

Maarten en Vera wonen in de Verenigde Staten, in de buurt van Eastern Point. Het huis waarin ze wonen is oud; het kraakt in deze barre wintertijd. De vader van Maarten had een Heidensieckthermometer en daar heeft Maarten het altijd over als hij aan zijn vader denkt. Hij weet niet veel van zijn moeder meer.

Maarten kijkt uit het raam, zoals hij elke maandag doet en hij wacht op de kinderen die uit de schoolbus komen. Maar de kinderen komen niet, en als hij aan zijn vrouw Vera vraagt waar zij blijven, antwoordt ze:

‘Maar Maarten, het is zondag vandaag.’ - p. 10

Dan gaat hij zijn thee drinken, omdat Vera zegt dat hij dat moet. Ineens raakt Maarten geïrriteerd.
‘Ik moet even naar het toilet,' zegt hij.
Dan is hij ineens in zijn gedachten in zijn kindertijd beland. Vera treft hem aan, terwijl op een stoel staat; hij denkt dat hij de potlodendoos voor de juf moest gaan pakken, de eerste tekenen van dementie.

Het is al vaker gebeurd dat Maarten vergat wat hem gevraagd was of dat hij dacht dat hij in het verleden leefde, maar het wordt steeds erger. Midden in de nacht staat hij op en kleedt zich aan, maar dan realiseert hij zich wat hij aan het doen is.

De dag erna gaat hij Robert, de hond, uitlaten en besluit om wat te gaan drinken in de bar. Aldaar ziet hij het meisje met wie hij voor het eerst de liefde bedreven heeft. Zij blijkt het niet te zijn. Dan bedenkt hij zich ineens dat hij een IMCO-vergadering heeft. Hij werkte vroeger voor IMCO. Maarten gaat naar huis om de papieren te halen die hij nodig heeft, maar als hij merkt dat Vera er niet is, forceert hij de deur met een schroevendraaier. Hij denkt dat Vera naar de bibliotheek is waar ze altijd gewerkt heeft, maar is vergeten dat ze daar niet meer werkt. De plaats waar hij denkt dat de vergadering wordt gehouden, is een leegstaand vakantiehuisje aan het strand. Dit is hoe Maarten opmerkt dat hij in de war is.

Vera vindt dat het zo niet langer kan en roept de hulp van een dokter in.
Dokter Eardly vertelt dat Vera haar man binnen moet houden en foto’s met hem moet gaan kijken, de beste therapie, omdat hij zo in een vertrouwde ruimte zijn geheugen moet gebruiken om na te denken wat er op de foto te zien is en waar en wanneer dat plaats heeft gevonden.

Willem Cheever komt Vera en Maarten zo nu en dan helpen met de klusjes waar het echtpaar te oud voor geworden is. Deze aardige jongen had vroeger een hondje, Kiss, maar die is al lang overleden. Maarten weet dit niet meer en blijft maar vragen naar de hond.

Omdat Maarten alleen maar verder achteruit gaat, krijgen Vera en Maarten een permanente hulp in huis: Phil Taylor, een blonde jongedame waarvan Maarten denkt dat het een vriendinnetje van Kitty, zijn dochter, is; of dat hij pianoles van haar heeft. Hij was verliefd op zijn pianodocente.

Het gaat steeds maar slechter met Maarten en hij gaat steeds meer overleven, in plaats van leven. Op een dag moet Maarten naar een speciaal verzorgingstehuis voor demente ouderen, maar zelf denkt dat hij meegenomen wordt om vergast te worden.

Het verhaal heeft een open einde, omdat je vanaf dit punt niet weet hoe het afloopt met Maarten. Ook weet je niet hoe het eindigt met Vera, want op den duur wordt er helemaal niets meer over haar verteld.

Spanning en open plekken
Doordat Maarten aan geheugenverlies lijdt, zijn er een heleboel dingen die hij niet meer weet, maar omdat jij als lezer niet het hele verhaal kent, vallen er een heleboel open plekken; zo wordt er ook spanning opgebouwd.

Een voorbeeld: wie is Vera? Omdat zij en de hoofdpersoon samen in een huis wonen, ga je er vanuit dat het de vrouw van Maarten is.
Een ander voorbeeld: wat is er met Maarten aan de hand? Pas in de loop van het verhaal begrijp je dat hij de persoon is die aan 'hersenschimmen' lijdt.

Personages
Er zijn twee belangrijke personages: Maarten Klein en Vera Klein.

De Hoofdpersoon in het boek Hersenschimmen is Maarten Klein. Hij is geboren in Nederland, maar is samen met zijn vrouw Vera naar Amerika verhuisd. Maarten heeft de oorlog meegemaakt en dit heeft zo’n diepe indruk op hem gemaakt dat zelfs als hij niets meer weet, dat in zijn belevenis op dit moment de oorlog aan de gang is. Over Maartens uiterlijk wordt niet veel verteld, maar ik heb hem mij voorgesteld als de meneer op de voorkant. Voor hij ging dementeren was hij een intelligente man; hij werkte als notaris bij de IMCO en hij gebruikt moeilijke woorden, bijvoorbeeld als hij woordpuzzels maakt. Maarten had een vader die op vaste tijden aan zijn bureau de buitentemperaturen noteerde in tabellen. Dit is nog een van Maartens laatste herinneringen. Hij  weet niet meer wat hij wil; dit komt omdat hij zich niets kan herinneren. Persoonlijk denk ik dus dat zich dingen herinneren zijn doel is, maar helaas heeft hij dit doel niet kunnen volbrengen.

Vera Klein is een zorgzame vrouw; zodra het niet goed gaat met haar man is ze heel bezorgd en probeert ze alles voor hem te doen. Ze heeft groene ogen met donkere spikkeltjes in de pupillen, haar tanden zijn regelmatig en klein ze heeft een kunstgebitje. Het lichaam van Vera is niet dik en niet dun. Ze heeft nog altijd snelle abrupt afbrekende gebaren en spitse vingers. Vera tuit haar lippen als ze nadenkt en schudt zachtjes haar hoofd als ze iets leest of iets mooi vindt; al deze (en andere) trekjes en gebaren zijn bewaard gebleven van het jonge meisje dat ze eens was. Vera heeft een duidelijk doel: ze wil dat het beter gaat met haar man, maar ook Vera's doel wordt niet volbracht. Omdat Vera zorgzaam is, wil ze het beste voor Maarten, daarom neemt ze ook een van de belangrijkste beslissingen: ze belt de dokter om Maarten naar een speciaal tehuis voor ouderen te laten brengen. Het gevolg van die beslissing is dat Maarten en zij gescheiden gaan leven, maar zij zal rust hebben en Maarten professionele hulp.

Maarten en Vera hebben samen twee kinderen: Kitty en Fred. Kitty heeft beloofd dat ze binnenkort zal overvliegen naar Amerika. Fred laat niets meer van zich horen. Ook hebben de Kleins een hond Robert.

Ellen Robins is een vriendin van Vera maar is niet heel belangrijk in het verhaal.

Thema en motieven
Het thema van het boek ‘ersenschimmen is geheugenverlies. Het thema verwijst naar de titel, omdat Maarten geheugenverlies krijgt - dat is wat hersenschimmen zijn. Die hersenschimmen van Maarten hebben te maken met zijn ouderdom.

Thema en motieven
Het thema van het boek ‘ersenschimmen is geheugenverlies. Het thema verwijst naar de titel, omdat Maarten geheugenverlies krijgt - dat is wat hersenschimmen zijn. Die hersenschimmen van Maarten hebben te maken met zijn ouderdom.

Het motto van het boek is ‘een mens wordt gevormd door zijn herinneringen, als een mens geen herinneringen meer heeft is het niets meer’. Herinneringen verlies je door geheugenverlies en daarmee verwijst het motto naar het thema.

Een verhaalmotief is dementie. Door het verhaal heen gaat het geheugen van Maarten steeds meer achteruit en dat komt door de dementie.

Gedurende het hele verhaal is het huis van Maarten aanwezig, bijna het hele verhaal door is hij daar. Verder is er niet één voorwerp wat constant aanwezig daarom is het huis het leidmotief van Hersenschimmen.

Ruimte en tijd
Er worden slechts een paar ruimtes beschreven in het boek.

De belangrijkste ruimte is het huis van Maarten en Vera. Het is een oud, versleten huis met zijn eigen verhaal. Maarten mocht erin wonen, omdat hij werkzaam was bij de IMCO,  maar zelfs als na zijn pensioen mag hij er blijven wonen.

Helaas wordt de ruimte niet echt beschreven. De enige beschrijving van het huis is dat er een halletje is met halverwege een trap naar boven en aan het einde van het halletje een washok. Van boven maken zij geen gebruik meer; boven zijn de kamers van de kinderen die niet meer thuis wonen. Ook wordt een aparte zithoek met bank en tv beschreven; door het raam zijn de kinderen die uit school komen te zien. Verder wordt er een eetkamer met daaraan vast een open keuken genoemd. Buiten is er vanaf achter het huis een paadje dat je alleen kent, als je weet dat het er is. Dit leidt naar de duinen en het strand waar vakantiehuisjes staan.

De vertelde tijd is ongeveer een seizoen en de verteltijd is 188 bladzijden.

Er zijn opvallende flashbacks, omdat Maarten denkt dat hij in het verleden leeft.

Perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit het oogpunt van de ik-persoon, Maarten Klein.
Doordat je alleen vanuit de ogen van Maarten het verhaal ziet, vallen er een heleboel gaten in het verhaal en heb je echt het gevoel dat wat hij denkt, de waarheid is. Een voorbeeld: soms denk je dat Vera zijn moeder is of dat het verhaal zich echt afspeelt in de Tweede Wereldoorlog.

Structuur
Het boek Hersenschimmen bestaat uit 188 bladzijden. Het heeft geen aparte hoofdstukken.

Het boek heeft een open einde, de hoofdvraag is weliswaar beantwoord, maar we weten niet hoe het verder gaat met Maarten en Vera. Je blijft dus met allemaal vragen zitten, zoals of Vera bij Maarten blijft.

Er is samenhang tussen de grote tekstdelen omdat je herhaling en overeenkomst ziet.

De personages blijven ongeveer hetzelfde, soms worden er stukken tekst herhaaldelijk gebruikt.

Het verhaal begint ab ovo; een onbekende hoofdpersoon die later Maarten blijkt te zijn, vertelt zijn verhaal vanaf het moment dat hij aan geheugenverlies begint te lijden.

Er is sprake van een cyclische opbouw, het eindigt ook met hetgeen aan het begin van het verhaal een van de belangrijkste dingen is: het geheugenverlies van Maarten.

Eigen mening
Eerst begreep ik niet goed waar het verhaal over ging en het duurde lang totdat ik in het verhaal zat, maar toen ik eenmaal in het verhaal zat, was het goed te lezen.
Wat vooral leuk is aan het boek, is dat je precies kunt begrijpen hoe Maarten zich voelt, hoewel je het zelf niet meegemaakt hebt.

Het was niet extreem spannend, maar wel interessant, want je verplaatst je helemaal in het leven van Maarten en zijn vrouw.

Het verhaal zet je aan het denken: wat als je je delen van je leven niet meer kunt herinneren? Het is daarom heel belangrijk dat je geniet van het leven, nu je je er nog volledig bewust van bent en de leuke momenten kunt koesteren.

Verwerkingsopdracht 3: Tijd
Het van dag tot dag vertellen wat Maarten denkt en voelt is de fabel. In het sujet lees je veel flashbacks en gedachten van Maarten. Het boek is chronologisch verteld, er komen geen tijdssprongen in voor.

Omdat ik tijdens het lezen vaak mijn best moest doen om bij het verhaal te blijven heeft het mij relatief veel tijd gekost om door het verhaal te komen: 6 tot 7 uur voor 176 bladzijdes.

Het verhaal speelt zich af in de moderne tijd, na de oorlog. Maarten heeft waarschijnlijk als 35-jarige man de oorlog meegemaakt, want er wordt gesproken over een radio verstoppen voor de kinderen en later over dat het geen oorlog meer is.

'Kun je de radio dan wegbrengen? Het klinkt misschien gek, maar in deze tijd kun je zelfs je eigen kinderen niet vertrouwen. Voor je het weet praten ze op school hun mond voorbij en word je erbij gelapt.'
'Het is allang geen oorlog meer, Maarten. We leven in een vrij land, in Amerika.' - p. 110

Dit zou betekenen dat hij nu rond de 80 jaar moet zijn, als het 1984 is, het jaar waarin het boek uitgegeven is.

Er is één verhaallijn: die van Maarten, die steeds dementer wordt, met flashbacks.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast