Heren van de thee door Hella S. Haasse

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3377 woorden
  • 16 augustus 2006
  • 59 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 59 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1992
Pagina's
302
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Prijzen
Trouw Publieksprijs (1993 Winnaar)

Boekcover Heren van de thee
Shadow

Heren van de thee vertelt het levensverhaal van Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop. Eind negentiende eeuw trouwt Jenny na enige aarzeling met Rudolf en komt zij te wonen op de afgelegen thee-onderneming Gamboeng in de Preanger op Java. In het decor van de indrukwekkende mysterieuze natuur en tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de koloniale p…

Heren van de thee vertelt het levensverhaal van Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop. Eind negentiende eeuw trouwt Jenny na enige aarzeling met Rudolf en komt zij te…

Heren van de thee vertelt het levensverhaal van Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop. Eind negentiende eeuw trouwt Jenny na enige aarzeling met Rudolf en komt zij te wonen op de afgelegen thee-onderneming Gamboeng in de Preanger op Java. In het decor van de indrukwekkende mysterieuze natuur en tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de koloniale politiek, leven we mee met de autocratische ondernemer Rudolf en zijn langzaam verbitterd rakende echtgenote. Hella S. Haasse baseerde zich op een waargebeurd verhaal.

Heren van de thee door Hella S. Haasse
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Zakelijke gegevens
Auteur: Hella S. Haasse
Titel: Heren van de Thee/ Hella S. Haasse. 39e dr. – Amsterdam:
Querido, 1998 – 302 p. / 1e dr. 1992
Genre: Roman

Eerste reactie
Ik heb dit boek van Hella S. Haasse gelezen, omdat ten eerste de titel werd aanbevolen door mijn leraar Nederlands. Ik vind het fijn als boeken worden aanbevolen, ik kan dan ook een goed geschreven werkje verwachten. En ook dit keer was mijn keuze goed, want het boek was prachtig. Net als mijn voorgaande titels was ook dit boek gebaseerd op de werkelijkheid.

Ik moet zeggen dat ik erg genoten heb van dit boek. Het verhaal was zo goed geschreven dat ik me al snel goed kon inleven in de hoofdpersoon: Rudolf Edouard Kerkhoven. Dit voelt dan snel vertrouwd en hierdoor kun je je ook gemakkelijk concentreren op de personen en gebeurtenissen die in het verhaal voorkomen. Ook vond ik de taal die Hella S. Haasse gebruikt in haar boek ook zeer fijn. Ik vind dat het op een goed niveau is geschreven. Het waren allemaal mooie, duidelijke zinnen. De woordkeuze van Haasse vond ik zeer rijkelijk. Ook was de vertelperspectief fijn. Niet alles werd gezien door de ogen van een ikpersoon, maar het wisselde zich af met een auctoriale verteller, wat overigens vaker voorkomt. Samengevat vond ik het een zeer goed geschreven boek, wat ik zeker aanbeveel aan mensen die net als ik houden van werkelijkheid, sociale banden (familiegeschiedenis) en een andere cultuur.


Verdieping

Schrijfstijl
Er valt mij in dit boek op dat er weinig verschil is in taalgebruik tussen de documenten onderling. Wanneer ik een brief van Rudolf aan zijn ouders of het dagboek van Jenny lees kan ik geen enkel verschil in stijl merken. Allen sprek en in min of meer dezelfde goed geformuleerde zinnen. Wel moet ik er één uitzondering bij vermelden, deze kon ik terugvinden bij de hospita van Rudolf. Zij spreekt in heel korte, niet altijd even goed geformuleerde zinnen. Een voorbeeld:

‘Van der Drift zal ook je laarzen poetsen, meneer. De bewassing doe ik. Wij zorgen voor alles, behalve voor warm eten. Dat ken ik niet, met m’n winkel.’

Hella S. Haasse weet op een schitterende manier de natuur te beschrijven:

Het begon al licht te worden. Hij (Rudolf) droeg een stoel naar buiten, en zag ademloos toe hoe de zon boven de kom rees en verre wolkenvelden in gloed zette. Als met inkt omlijnd tekenden de bergtoppen zich af tegen de hemel. Fonkelende nevelstrepen dreven door de vallei en tussen de stammen van de rasamala’s. Het bos weergalmde van het geluid van duizenden vogels. Bij de klaterende waterstraal van de wasplaats klonken stemmen helder op in de ochtendlucht, het rook naar houtvuren.

Ik vond dat Hella Haasse uiterst verzorgde zinnen had en een rijke woordkeuze.


Ruimte
Het verhaal speelt zich af tussen 1869 en 1918. Dit kunnen we afleiden aan de koppen van de verschillende delen van het boek. Ook is het verhaal, op een hoofdstuk na, chronologisch verteld. In het begin van het verhaal komen we een flashback tegen. Het boek begint in Java en keert daarna terug naar Nederland. Daarna gaat het verder in chronologische volgorde. Ook kan ik zeggen dat er sprake is van discontinuïteit, omdat er over de tijd 1907- 1918 niets is verteld.

Tussen 1869 en 1873 speelt het verhaal zich af in Nederland, hierna gaat het verder op de plantage ‘Gamboeng’ in de Preanger, West-Java.

De verschillende delen in het boek zijn zo genaamd:

27 Gamboeng, de eerste dag 1 januari 1873
28 Taferelen van voorbereiding 1869-1873
29 De ontginning 1873-1876
30 Het paar 1876-1879
31 Het gezin 1879-1907
32 Gamboeng, de laatste dag 1 februari 1918

Verhaalfiguren
Rudolf Eduard Kerkhoven: Opgegroeid in Deventer. Een jongeman met een hoog voorhoofd en donkerblond haar. Op het moment dat wij hem leren kennen is hij 21 jaar oud. Hij studeert af in Delft als chemisch technoloog en wil zijn familie volgen naar Indië, om daar ook zijn brood te verdienen in de theeplantage.
Rudolf is een jongeman dat het het beste met de mensen voorheeft. Hij is een doorzetter en heeft veel zelfvertrouwen, maar tegelijkertijd is hij wel conservatief. Soms voelt hij zich een beetje onbegrepen en in de steek gelaten. Wanneer het boek eindigt is hij een man van een jaar of zestig/ zeventig jaar oud.
Jenny Roosegaarde: een erg zorgzame vrouw die haar kinderen ook goed opvoedt.
Bisschop: Jenny wil op een zekere leeftijd een ander leven gaan leiden. Alleen Rudolf past dan niet echt meer in dat plaatje, want hij is degene die gewoon hetzelfde blijft. Jenny wil wat maken van haar leven. Door de gedachte dat het ook anders kan, wordt ze depressief. Na enkele maanden wordt die depressie zo hevig, dat ze zelfmoord pleegt.
De natuur: Deze zou je de derde ‘hoofdpersoon’ kunnen noemen. Voor haar heeft Rudolf tijdens zijn verblijf bij zijn grootouders Kerkhoven in Hunderen oog op gekregen. Hij noemt die plek bij Twello in Gelderland: Eldorado. Hij geniet, van de hoge ruisende bomen, rododendronhagen en stroken dicht struikgewas rondom een grasveld. Hij geniet ook heel veel van de beschrijvingen van de natuur in Indië die zijn vader in zijn brieven aan Rudolf schrijft.

‘Hij wist dat ook zijn toekomst daarginds lag’.

Wanneer August in Nederland is en hem van de in Indië gemaakte uitstapjes vertelt, krijgt Rudolf het gevoel er zelf te zijn geweest:
‘Hij zag het open terrein, op een hoogvlakte omringd door golvend bergland, de uitgestrekte woeste gronden van het voormalige Tegal Mantri, waar de Hoofden van de streek op tijgers en herten plachten te jagen; hij zag de paar al ontgonnen tuinen met hun jonge theestruiken, de kleine nederzetting van bamboehuisjes’.

De natuur is een deel van hemzelf. Wanneer hij afscheid van Gamboeng neemt en zijn ogen sluit, geniet hij nog één keer van het uitzicht:
‘Maar ook met dichte ogen droeg hij dat landschap op zijn netvlies, de wijde golving omlaag naar het dal van de Tji Enggang, de wal van rasamala’s, de ooit door Jenny geplante, nu tot majestueuze bomen opgegroeide tjemara’s en damars en cipressen, het groen, blauw en violet van de nabije en verre bergen’.

Vertelwijze
Sommige stukken van het boek beleven we door de ogen van een ik. In andere delen van het verhaal geldt er een alwetende perspectief. De brieven van Jenny aan Rudolf staan bijvoorbeeld in de ik- perspectief. Ook komt het regelmatig voor dat Rudolf zelf aan het woord is, namelijk in het volgende stukje:

blz. 131
Wat mij betreft, ik ben best tevreden. Mijn jonge aanplant Javathee komt goed op, het zijn al struiken, na de regens kan ik voor het eerst plukken. Op de schoongemaakte velden in het bos heb ik nieuwe koffie geplant, een secuur werk, omdat ik vijf of zes variëteiten moet uitzetten die niet door elkaar mogen raken.

Een voorbeeld van een stukje verteld door een alwetend-perspectief:

'Zij lazen alle punten nog eens door en zetten daarna hun handtekening. Rudolf hief zijn glas champagne op het heuglijke moment, de bekroning van drie jaar zwoegen. Makkelijk zou hij het in de naaste toekomst niet krijgen. De Nederlands-Indische Handelsbank had bepaald dat alle hem verleende voorschotten terugbetaald moesten zijn vóórdat hij aanspraak kon maken op dividend of tantième. Het kon hem niet deren Gamboeng was van hem!'

Thema
Het thema in dit boek kan ik afleiden uit de volgende citaat uit het verhaal:

“Als de temperamenten verschillen,”zei Papa, “helpt liefde geen zier!”

Verschil in temperament. Jenny en Rudolf verschillen te veel in karakter van elkaar. Rudolf heeft maar één doel: hij wil een groot planter worden en zo in de planterswereld een ereplaats innemen. Hij let overal goed op, heeft oog voor de cultures en de natuur. Maar hij heeft geen oog voor wat er in zijn gezin gebeurt. Jenny wilt een voorbeeldige plantersvrouw zijn die naast haar man staat. Ze accepteert het leven op de Gamboeng dan ook, maar in de loop van de tijd begint het toch te kriebelen. Ze verlangt naar luxe en hiermee komt zij in strijd met Rudolf. Rudolf heeft in zijn leven bereikt wat hij maar bereiken kon, maar in zijn streven hiernaar heeft hij noch zijn vrouw noch zijn kinderen gelukkig kunnen maken. Achteraf gezien heeft hij hier later wel spijt van, zoals ik kon opmerken aan het einde van de roman:

Hoe verlang ik soms terug naar de tijd toen wij arm waren en met onze vijf kinderen in dat kleine houten huis woonden, en wij het dikwijls moeilijk hadden .wat zou ik niet geven om mijn lieve vriendelijke Jenny van toen weer bij me te hebben…’
Plaats in de literatuurgeschiedenis
Haasse wordt niet beschouwd als een ‘Indisch schrijfster’. Enigszins tot haar teleurstelling, zo liet zij in een interview blijken: ‘Ik ben gevormd door mijn geboorte en mijn jeugd in Indië’. Pas met het in 1992 verschenen ‘Heren van de thee’ publiceerde Haasse weer een ‘indische roman’. Door de literaire kritiek werd Haasse lange tijd beschouwd als een zeer kundig, maar tegelijk weinig vernieuwend, nogal formeel vertelster. Inmiddels word Haasse gezien als één van de grootste naoorlogse Nederlandse auteurs.
Ze kreeg dan ook onder andere de publieksprijs 1993. De jury stelde in haar verantwoording verder het volgende: ‘Weinig auteurs hebben de Nederlandse literatuur zo waardig en nadrukkelijk op een podium geplaatst als Hella S. Haasse’.
Het thema dat in veel werken van Haasse terugkomt is het zoeken naar identiteit, het bepalen van een positie in het leven waarbij vaak pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden.
Over haar plaats in de Nederlandse literatuur heeft zij zich nooit druk gemaakt.
‘Ik doe gewoon mijn werk en als er literatuurhistorici of andere mensen zijn die willen weten wat voor soort schrijver ik ben, dan kunnen zij dat al naargelang hun voorkeur of kennis van zaken invullen. Ik heb daar helemaal geen behoefte aan. Ik trek me niets van stromingen aan, als het maar goed geschreven is; onder welke noemer het wordt gepubliceerd, is van geen belang’.
beoordeling
Mijn eindoordeel over het boek Heren van de thee is dat het een knap geschreven werk is.
Het onderwerp in dit boek sprak mij zeer aan. Familiegeschiedenis is een onderwerp dat ik interessant vind. Ik ben een mens dat houd van de sociale kanten van de mensheid. Alles wat te maken heeft met onderlinge relaties, onderlinge sociale banden, familie relaties, vind ik interessant om over te lezen. Dit boek was dan ook uiterst geschikt daarvoor. Heel mooi vond ik het hoe Haasse de onderlinge relaties beschreef. Wel vond ik het jammer dat er zoveel ‘kleine’ typetjes in voorkwamen. De familie van Rudolf is zo groot, er zijn onderling zoveel relaties, dat je op een gegeven moment niet alles meer kunt onderscheiden van elkaar en het ook niet meer zo goed kunt onthouden. Maar doordat je weet wie de hoofdpersonen zijn in dit verhaal hoef je hier niet zoveel aandacht aan te besteden. Ik heb me meer geconcentreerd op de ‘drie hoofdpersonen’ in dit verhaal, namelijk: Rudolf, Jenny en de ‘Natuur’. Dit waren heel duidelijk de drie hoofdpersonen, hier ging het verhaal om. De personen die verder in het verhaal aan bod kwamen waren niet van heel groot belang. Als deze wel van belang waren voor een bepaalde situatie/gebeurtenis in het verhaal, werd deze dan ook wel weer uitgelicht. Knap gedaan vond ik. Ook vond ik het fijn dat ik me echt in de hoofdpersoon Rudolf (ook in Jenny) kon inleven. We leven een paar jaar samen met ze en leren ze dan ook goed kennen, wat ik ook zeer belangrijk vind in een goed boek. Het is interessanter als het dieper gaat en je het gedrag van de personen dan ook kunt begrijpen. Als het verhaal oppervlakkig blijft, betekent dit niet dat het boek geen goed boek is, maar kan ik mij dan niet zo goed in het verhaal vinden. Ik vind het belangrijk om jezelf gemakkelijk in het verhaal te vinden, je vertrouwt voelen, op je gemak voelen is uiterst belangrijk, wil je het boek met plezier lezen.
Het tweede wat mij aanleiding gaf om met plezier het boek door te spitten was het feit dat het verhaal over een ander land, een andere cultuur ging. Ook dit vind ik zeer belangrijk. Ik vond het een zeer ‘warm’ boek, moet ik zeggen. Er heerste geen kilte, geen oppervlakkigheid. Dit zal dan ook de reden zijn geweest dat het een plezier was om dit boek te lezen.

Wat mij verder aansprak in dit verhaal is vooral ook dat het waargebeurd is. Het verhaal berust op werkelijke feiten. Ik houd niet van fiction of een verhaal waar heel veel op fantasie berust. Werkelijkheid is waar ik mij op mijn gemak voel en mij ook eerder kan inleven in de betreffende hoofdpersoon, zoals in dit boek het geval was.
Ik vind dat Haasse een mooie schrijfstijl heeft, haar woordkeuze vond ik zeker niet vervelend. Mooi literair geschreven in mooi Nederlands. Dit is niveau vind ik. Fijn om te lezen. Dit, samen met het feit dat het familiegeschiedenis is en een verhaal is dat gaat over Nederlandres in het buitenland (hier: Indië), geeft mij aanleiding om te zeggen dat het een goed geschreven werkje is. De schrijfster Hella S. Haasse verwoord prachtig in een kleine driehonderd pagina’s een familiegeschiedenis dat op de werkelijkheid berust.

Auteur

Geboren: 2 februari 1918
Debuut: Stroomversnelling (1945, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, toneel, essay, autobiografie, reisbeschrijving
Bijzonderheid: Is waarschijnlijk de enige persoon in Nederland die Oeroeg niet verplicht heeft gelezen. Is in 2000 opgenomen in het Franse Legioen van Eer.
Citaat: 'Ik heb nooit de behoefte gehad om verschrikkelijk autobiografisch te werk te gaan. Mijn eigen leven is niet alleen van mij, het is ook het leven van mijn man, mijn kinderen, ouders en grootouders. Er zijn zoveel mensen bij betrokken als je werkelijk over je eigen leven gaat schrijven.' (Haagse Post, 21-4-1990)
Recent werk: Ogenblikken in Valois (1996, autobiografische teksten, essays), Uitgesproken opgeschreven (1996, essays), Zwanen schieten (1997, roman), Fenrir: een lang weekend in de Ardennen (2000)

Hélèna Serafia van Lelyveld-Haasse wordt op 2 februari 1918 geboren in Batavia. Als ze een jaar oud is gaat het gezin voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Hella verblijft bij haar grootmoeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baam. In 1928 gaan ze weer terug naar Batavia. Hella bezoekt het lyceum en maakt kennis met de Nederlandse literatuur. Na haar eindexamen besluit ze naar Amsterdam te gaan en studeert ze Scandinavische Taal- en Letterkunde. In 1941 geeft ze haar studie op om naar de Amsterdamse Toneelschool te gaan.

In 1944 trouwt ze met Jan van Leliënveld. Heila debuteert in 1945 met de gedichtenbundel stroomversnelling. Naast poëzie en romans schrijft Hella novellen, toneelstukken en reisbeschrijvingen. In 1981 ontvangt ze de Constantijn Huygensprijs. In datzelfde jaar gaat Hella met haar man in Frankrijk wonen. Twee jaar later ontvangt ze de P.C. Hoofdprijs, vijf jaar later gevolgd door het Eredoctoraat in de Letteren.

Op 2 februari 1918 wordt Hella (Hélèna) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indië de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland.
In 1922 keert de familie terug naar Indië, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella verblijft bij haar grootmoeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indië. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd. Het zijn vooral de Nederlandse dichters die tot de verbeelding spraken: Slauerhoff, Roland Holst.
Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in 1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders zien pas in 1946 hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.

In 1941 beëindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beëindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneel-gezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys.
Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.
Oeroeg verschijnt anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek van 1948. Lezers mogen raden wie de auteur is. In het najaar van 1993 wordt de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema. Na de verschijning van Oeroeg volgt een lange lijst literaire produkties.
Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs.
In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre.
Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt. Toegekend voor haar gehele oeuvre.
Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredocotoraat in de Letteren.
Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot televisieportret voor de NOS, dat op 29 april wordt uitgezonden.
In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend.
In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje en in maart 1994 verschijnt het Boekenweekgeschenk Transit.

(korte) Samenvatting

Dit verhaal gaat over het leven van een Nederlandse jongen,Rudolf Eduard Kerkhoven, eind vorige eeuw op Java. Rudolf Kerkhoven vertrekt in 1871 naar Indië, als afgestudeerd chemisch technoloog. Daarmee treedt hij in de voetsporen van de rest van zijn familie, waarvan de meeste al naar Java zijn vertrokken. Ze stichten daar vele plantages en zorgen voor een beter systeem van landbouw en een goede economische welvaart in Java. Rudolf moet hier op de plantage van oom Edouard werken, Sinagar en niet op de plantage van zijn ouders, nl. Ardjasari, wat hij gehoopt had. Over Sinagar krijgt hij niet snel daarna ook het beheer als oom weg gaat. Rudolf ontmoet bij zijn zus Cateau zijn toekomstige vrouw Jenny Roosegaarde Bisschop. Ze worden al snel verliefd op elkaar en besluiten samen dan ook al gauw dat ze willen trouwen. Dit gaat niet zo snel, eerst moeten ze wachten totdat Jenny haar leeftijd om te trouwen volbrengt. Maar daarna duurt het ook niet lang meer of Jenny en Rudolf worden in het echt verbonden. Het boek beschrijft heel nauwkeurig hoe hun onderlinge band is. Samen krijgen ze ook kinderen. In het begin zijn ze erg verliefd op elkaar, maar Jenny’s houding wordt steeds verbitterder. Rudolf is een aristocratische en conservatieve man, terwijl Jenny er juist op uit wil en haar grenzen wil verleggen. Ze was bezig op politiek terrein en probeerde ook te gaan werken. Rudolf hield haar niet tegen, maar ze was niet gelukkig. Op die manier groeiden ze uit elkaar. Op een gegeven moment werd ze depressief en na een paar maanden heeft ze in stilte zelfmoord gepleegd. In het boek wordt ook heel mooi beschreven hoe Rudolf zich helemaal omhoog werkt en een paar belangrijke plantages sticht. In het begin mislukken zijn oogsten een paar keer en heeft hij nog maar weinig geld. Toch heeft hij zich daar helemaal overheen gezet en is hij een evenwichtige man met goed draaiende plantages geworden. De onderlinge familiebanden zijn ook een belangrijk onderwerp in het boek. Zo lees je hoe de band tussen Rudolf en zijn zus Cateau verslechteren, vanwege haar man. Ook zijn de ouders van Rudolf nooit een echte steun voor hem geweest. Hij heeft niet veel vertrouwen van ze gekregen en ook geen complimenten over het goede werk dat hij o.a. voor zijn vader verrichtte. Wanneer het leven van Rudolf bijna aan zijn einde is, zorgen zijn kinderen nog steeds goed voor hem.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Heren van de thee door Hella S. Haasse"