Held van beroep door Adriaan Jaeggi

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2344 woorden
  • 8 december 2006
  • 66 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 66 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1999
Pagina's
222
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Held van beroep
Shadow
Held van beroep door Adriaan Jaeggi
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Adriaan Jaeggi, Held van Beroep
Amsterdam, derde druk, 2000
Genre: psychologische roman

Eerste reactie
Ik heb dit boek uitgekozen omdat het werd aanbevolen door een klasgenoot. Zij zei dat ze het in een dag uitgelezen had. Omdat ik geen beter idee had, besloot ik dat boek maar te gaan lezen. Ze had inderdaad gelijk, het boek was heel erg leuk. Er zat niet zoveel diepgang in het verhaal, maar wel in de gedachten van de hoofdpersoon, Samson Fittipaldi. Sam is een vreemd jongetje die leeft in een vreemd gezin. Hij bekijkt alles op een andere manier dan dat ik dat zou doen, en dat vind ik bijzonder. De meeste dingen die hij dacht waren onzin, maar alles bij elkaar zat er toch een gedachte achter, een boodschap.
Als mij van tevoren was verteld dat dit boek ging over ‘het leven van een gezin met een iets te hoog sterftecijfer’ was ik het waarschijnlijk niet gaan lezen. Maar in dit boek ging het niet om de verhaallijn. Het boek verveelde me geen moment, ik had het heel erg snel uitgelezen. Ik vond de schrijfstijl heel gemakkelijk, er waren niet zoveel moeilijke woorden gebruikt en geen lange zinnen gebruikt.

Ook was het verhaal op een aparte manier grappig, een beetje ironisch. Bijvoorbeeld als het hele gezin op een veerboot hun overleden moeder in de zee gaan gooien. Dit is heel triest natuurlijk, maar op een bepaalde manier ook weer grappig, vooral omdat het zo grappig verteld werd. Dit kwam bijvoorbeeld omdat Teddy, de zus van Sam, de sleutels van de deur naar de auto’s moest zien te krijgen. Daarvoor moest ze een van de bemanningsleden versieren. Dit moet eigenlijk heel serieus zijn, maar de situatie is wel heel grappig.

Samenvatting
Sam, de hoofdpersoon in dit verhaal, leeft in een gezin met drie zussen (Teddy, Nadine en Molly), zijn vader en zijn zieke moeder. Als hij thuiskomt na het zwemmen, ziet hij dat zijn moeder in een ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht. Omdat hij dit niet mag weten van zijn vader en zijn zussen, loopt hij weg van huis. Hij gaat naar de secretaresse van zijn vader, Dixie. Daar ontmoet hij Do, waar hij het goed mee kan vinden. Na een paar dagen, als zijn moeder is overleden, gaat hij weer naar huis. Sam’s vader wil zijn moeder in zee gooien, omdat ze elkaar daar ontmoet hebben. Ze nemen haar mee in een skibox en gooien haar ’s nachts vanuit een veerboot in zee.
Al snel daarna loopt Sam weer weg, dit keer naar zijn demente oma. Daar gaat hij algauw weer weg, naar het huis van zijn andere, overleden oma. Daar ontmoet hij Do weer. Zij is de dochter van de buren. Na een tijdje op het strand doorgebracht te hebben met Do gaat hij terug naar huis.

Titelverklaring
De hoofdpersoon van dit verhaal, Sam, wil later liever bijzonder zijn, dan dat hij echt iets betekent. Hij weet niet precies wat hij wil, maar hij wil iets waar hij nooit mee klaar zou zijn. Hij heeft ook een groot voorbeeld dit hij in de volgende passage beschrijft. Hij beschrijft de schade na een olieramp:
Op een gegeven moment was er afgesproken dat de oliefirma wat geld zou betalen en mee zou helpen met schoonmaken. Ik zat voor de tv en zag hoe dat ging: je had die baai en het strand en de rotsen, alles overdekt met die glimmende, vette, pikzwarte laag. Overal. De rotsen waren zwart, het zand was zwart, zelfs de golven waren glimmend zwart. Kleine dikke golfjes die het strand op rolden. Hier en daar lag een vogel met zijn vleugels te klapperen. En midden in al die rotzooi stond een man, één man, met een oliebroek en een gele zuidwester en een emmertje en een zwabber. Hij stak zijn zwabber in de emmer en dan schrobde hij een stukje strand schoon. En dan spoelde hij hem uit in de emmer en schrobde weer een stukje strand schoon. Ik keek naar hem, naar die enorme baai die glom van de olie en die kilometers vet strand en naar die zwabber en dat emmertje. (…) Het rare was, ik zag hoe hopeloos het was, maar tegelijkertijd was ik zo jaloers op hem, dat hij zoiets had om aan te werken. (…) Hij was nou eenmaal de man die altijd de onmogelijke klussen kreeg, de wanhopige dingen die toch gedaan moesten worden. Niet uit nobelheid of goedhartigheid, maar omdat dat zijn baan was. Held van beroep. Die John is mijn grote voorbeeld.
Daarom heet het boek dus held van beroep.


Thema
Volgens het boek is het thema puberteit. Hier ben ik het mee eens, want Sam loopt niet voor niets steeds weg van huis. Hij is op zoek naar zichzelf en hij denkt dat hij niet bij zijn familie hoort. Zijn zussen en vader begrijpen hem niet. Ook blijkt uit de gesprekken met Do dat hij niet goed weet wat hij of wat hij kan.
Dit is een passage uit het boek als Do en hij in het huis van zijn oma aan het praten zijn over zijn toekomst:
Ze klinkt net als mijn vader, en Teddy, en Nadine, zoals eigenlijk iedereen klinkt die een paar dagen ouder is. Dat je eindelijk eens volwassen moet worden. Dat je je moet gedragen naar je eigen leeftijd. Dat je een grote jongen moet zijn. (…) ’Ik wil best een paar dagen eten voor je blijven halen, Sam, en je kunt ook geld van me krijgen, maar op een gegeven moment ga ik hier weer weg, en wat moet je dan?’ (…) Ik weet het niet. Echt niet. Ik zie wel.
‘Je ziet wel. En vanmiddag zei je nog dat je je zo’n held voelde.’ ‘Nee, dat zei ik helemaal niet. Ik zei dat als ik moest kiezen, ik het meest onmogelijke zou kiezen. Dat de rest van mijn leven duurt. En dan het liefste ergens ver weg, bij mensen die ik niet kende en die ik het niet allemaal voortdurend zou hoeven uitleggen.’
Hieruit blijkt dat hij veel bezig is met het vinden van zijn eigen identiteit, maar het allemaal nog niet weet. Ik vond passages zoals deze heel bijzonder.
Een ander thema in het boek is familie. Sam heeft het heel vaak over zijn familie, waar hij een hekel aan heeft, maar hij kan eigenlijk ook niet zonder ze. Zijn zussen lopen vaak weg, en hij vindt het onzin dat ze iedere keer zo snel terugkomen. Maar als hij zelf weggaat komt ook hij snel weer terug omdat hij niet zonder ze kan. Hij zeurt vaak over zijn zussen, maar je merkt dat hij toch veel van ze houdt. Aan het einde van het verhaal merkt Sam dat zijn zussen ook niet zonder hem kunnen. Zijn zus Teddy smeekt hem (over de telefoon) om naar huis te komen. Dit is het laatste stukje uit het boek, als hij dus weer thuiskomt:
Ik houd mijn adem in. (…) Ik druk mijn rug tegen de dikke laag mos op de muur en staar naar de donker wordende hemel, alsof daar het sein vandaan zal komen dat ik eindelijk mag vertrekken, het pad af mag wandelen naar de keukendeur waar Teddy op een leeg omgekeerd bierkrat naast de grasmaaier zit, tegenover mijn zus Molly op een wankele maar zo te zien heel comfortabele omgekeerde kruiswagen, Molly die me aankijkt over Teddy’s nijdige gespannen rug heen en met haar mond trekt alsof ze op het punt staat te glimlachen -wat een wonder zou zijn- of de eerste woorden van een welkomstspeech te zeggen – wat een even groot wonder zou zijn -, die haar donkere ogen niet van me afneemt als ik bij haar voeten ga zitten en die zegt: ‘K-kijk daar hebben we Sam,’ mijn grote zus Molly die begint te praten, de ene zin na de andere, stamelend en stotterend, omdat ze weet dat haar zinnen niet zal afmaken voor ze klaar is, dat ik zal luisteren tot ze alles gezegd heeft wat er te zeggen valt, want dat is het minste wat je kunt doen, iemand laten uítpraten, al zou je ook duizend keer liever je tijd besteden aan het redden van een kat uit een brandend huis een paar straten verderop, of aan het kerven van een ongelooflijk gedetailleerd zeilbootje uit de kies van je oud en gelukkig gestorven grootvader.

Personages
Twee belangrijke personages uit het verhaal zijn:
Samson Fittipaldi: De hoofdpersoon van dit verhaal. Hij is een jongen van 15 jaar. Hij heeft drie oudere zussen waar hij het soms niet zo goed mee kan vinden. Hij houdt van zwemmen en monopoliën met zijn zus, Teddy. Samson is niet een alledaags jongetje, hij denkt veel na over wat hij wil later. Dit doen alle pubers maar hij wil iets heel anders dan anderen, want hij wil eigenlijk het onmogelijke bereiken. Hij wil zwemmen in het zwembad zonder einde, en hij wil later een beroep waar je nooit iets af kan hebben.
Do: Do is het meisje waar Samson verliefd op wordt. Do heeft vaak ruzie met haar ouders, en loopt ook vaak weg van huis. Ze is heel brutaal en heeft veel zelfvertrouwen. Omdat ze Samson heel erg veel vraagt over zijn toekomst, gaat Sam er meer over na denken.

Schrijver

Adriaan Jaeggi is geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zijn eerste werk verscheen in 1995, de tol van de roem. Held van beroep is zijn tweede boek, dit verscheen voor het eerst in 1999. Dit verhaal is ook in het Duits vertaald. Andere boeken van hem zijn: Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten. Dit is een dichtbundel uit 2002. In 2004 verschijnt de columnverzameling Luxe problemen. In 2006 verschijnen zijn romans Tromboneliefde en Pluto. Sinds januari 2006 is Adriaan Jaeggi dichter in Amsterdam.

Beoordeling
Ik vond dit verhaal vooral ironisch geschreven, maar toch met een achterliggende gedachte. De meeste zinnen in het boek waren heel serieus, diepgaand geschreven, maar als je het nog een keer las, zat er toch weer iets ironisch in.
Een voorbeeld is deze zin:
Ik heb een raar dubbel gevoel, of eigenlijk een driedubbel gevoel: opluchting, moeheid, een soort uitgelatenheid door de wind die de ziekenhuislucht van ons af blaast, maar ook ongerustheid om mijn moeder en spijt dat we haar niet even dag hebben kunnen zeggen. Ik voel ook gegrinnik dat ik nauwelijks binnen weet te houden, om die idiote dokter in die film. Dat is een zesdubbel gevoel, inderdaad. Bedankt dat je zo goed oplet.
Dit is een hele serieuze gedachte met een grappig einde.

Een ander voorbeeld:
Dat zeehonden en dolfijnen en orka’s zo populair zijn geeft aan hoe slim de meeste mensen ongeveer zijn. Omdat zeehonden huilerige kinderogen hebben, orka’s er ook lief uitzien (…) en dolfijnen altijd zo’n wezenloze grijns om hun bek hebben. Ze lachen helemaal niet, het is gewoon de vorm van hun bek. Iedereen weet dat maar iedereen houdt vol dat dolfijnen hele vrolijke vissen zijn. Ik denk dat ze zo grijnzen omdat niemand doorheeft wat ze onder water uitspoken. Groepsverkrachtingen. Orgieen met inktvissen.

Dit is hetzelfde, een serieuze gedachte met een grappig einde,wat hij in dit geval misschien wel serieus meent, maar misschien ook niet.
De schrijfstijl is zeer geslaagd. Het leest heel makkelijk, en daar houd ik wel van. Sommige schrijvers maken het verhaal niet zo moeilijk maar de schrijfstijl wel (Zoals Ronald Giphart), en dat bevalt mij ook wel. Maar verhalen die makkelijk lezen maar iets meer diepgang hebben vind ik leuker.
Het beste deel uit het verhaal vond ik het deel dat hij in het huis van zijn overleden oma is, omdat daar het thema het best naar voren komt. Hij praat daar veel met Do over zijn idee van de toekomst, maar ook over hoe hij nu over het leven denkt. Hij is ook verliefd op Do, en ook daardoor vind ik juist dat stukje leuker om te lezen. Het levert iets van spanning op.
Dit is een passage uit dat deel: (Sam noemt Do hier Vrijdag).
We zitten boven op het duin, Vrijdag en ik , zij in haar sinaasappelkleurige jopper en ik in het zwarte trui met rode ruiten die ze van thuis heeft meegejat. Hij stinkt naar sigaar, zegt ze, maar ik zeg dat het niet geeft. Hij is warm. Vanochtend heeft ze appels voor me meegenomen, en ontbijtkoek en een grote rode deken waar ze alles op heeft uitgestald. Ze is een prima Vrijdag. Zo een heb ik er altijd willen hebben.
We zeggen weinig. Het waait hard. Afwezig veegt ze steeds haar haren uit haar gezicht, wat ongeveer evenveel succes heeft als de vloed tegenhouden met je blote handen. Ze kijkt me aan over haar schouder en zegt:’Maar luister, je moet íets worden.’ Daar hadden we het over, wat ik wilde worden later. Ze is er heel serieus over. Alsof ik nu direct moet beslissen: autocoureur of haringboer.

Een ander grappig aspect uit het boek was het feit dat de familie iedere week wel naar een begrafenis van een of ander onbekend familielid moest. Dat was echt routinewerk voor ze, het enige voordeel dat je eruit kon halen was dat je niet naar school hoefde.
Dit is de openingspassage uit het boek:

Laten we vooral dankbaar zijn dat onze voorouders van grote gezinnen hielden, anders waren we allang uitgestorven. Niet te geloven hoe er gesneuveld wordt in deze familie. Vorige week een achterneef van mijn vader, sufste begrafenis van het jaar tot nu toe, en vanochtend drie verse rouwkaarten. Die kun je op een kilometer afstand tussen de post zien zitten. Lijkgrijs met een donkergrijs randje, of romig wit met een zwarte band, en altijd groter dan de rest van de enveloppen, alsof ze bang zijn dat je ze over het hoofd ziet.

Je kan hieraan merken dat hij het verschrikkelijk vindt om naar begrafenissen te gaan, en niet eens meer zielig. Het is weer een voorbeeld van een grappige passage.

Kortom: het boek had geen diepgang in het verhaal, maar in de gedachten van de hoofdpersoon. Dit vond ik heel erg goed, er zat veel diepgang in, maar (gelukkig) ook veel ironie.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Held van beroep door Adriaan Jaeggi"