Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: oktober 2007
Aantal bladzijden: 222
Uitgegeven bij: De kleine Uil
Genre van het boek
“Heiligschennis”is een psychologische roman over zelfdoding, euthanasie en schrijverschap.
De aangeleverde flaptekst
Heiligschennis is een roman over hulp bij zelfdoding en naastenliefde. De hoofdfiguur is een schrijver die niet kan verwerken dat zijn vader een buurvrouw aan haar lot overliet.
Henk van der Ent schreef een roman over een actueel thema, die de lezer van het begin tot het einde boeit. Hoe moeten wij mensen bijstaan die kiezen voor een vrijwillig levenseinde
Titelverklaring
In de roman wordt de problematiek van euthanasie of hulp bij zelfdoding beschreven. Het ingrijpen in het leven van een mens door een mens kan als “heiligschennis”worden beschouwd.
Structuur en/of verhaalopbouw
De roman heeft een bijzondere structuur.
De inhoud bestaat uit twee delen.
Het eerste deel “Ik neem hem” is het manuscript van het boekenweekgeschenk dat de schrijver Ronald Krijger moet schrijven. Hij heeft die opdracht van de CPBN gekregen.
Dat deel valt weer uiteen in twee delen.
het verhaal “Huisvredebreuk” dat ongeveer twaalf bladzijden omvat
het deel “Koga Myata” In dit deel wordt gesuggereerd dat de hoofdfiguur van dat deel Gillis Braams, de schrijver is van het verhaal “Huisvredebreuk.” Hij laat het manuscript aan diverse mensen (zoals zijn ex-vrouw lezen) Dit deel wordt onderverdeeld in 6 hoofdstukken.
De uitgever heeft ervoor gekozen deze twee delen op een ander soort (grijzer) papier af te drukken dan het tweede deel.
Het tweede deel heet Heiligschennis. Hierin is de schrijver Roland Krijger de hoofdpersoon in het verhaal waarin zijn vader en zijn handelen in het verleden een belangrijke rol speelt. In dit deel wordt eigenlijk verteld dat de verhalen van deel 1 een basis hebben in het leven van Ronald Krijger. De schrijver die van zichzelf zegt dat hij geen autobiografische romans wil schrijven. Dit tweede deel wordt onderverdeeld in 9 hoofdstukken.
Op zich is die structuur dus vrij ingewikkeld omdat de auteur ( Van der Ent) speelt met fictie en werkelijkheid. In Deel 2 wordt gesproken over het boekenweekgeschenk dat uit deel 1 a en 1b bestaat. Deel 1 b bespreekt bovendien deel 1a alsof de verteller in deel 1b de schrijver is van deel 1a. Op die manier krijg je het Droste-effect. De reclame waarin de verpleegster steeds terugkeert in het Droste beeld van het vorige blik.
Gebruikt perspectief
In “Huisvredebreuk” wordt een personaal perspectief gebruikt : de hoofdfiguur Arend (die in deel 2 eigenlijk de vader van Roland Krijger is) beschrijft in de hijvorm zijn bemoeienis met het overlijden van zijn buurvrouw De Weerd.
In “Koga Myata”is Gillis Braams (de schrijver van “Huisvredebreuk”) de personale verteller die aan het einde zelfmoord pleegt. Maar beide personale vertellers zijn hoofdfiguur van een boekenweekgeschenk.
In “Heiligschennis”is Ronald Krijger (de schrijver van deel 1) ook de ik-verteller over de dood van zijn vader.
Alle drie vertellers schrijven in de o.v.t.
Tijd van het verhaal
Er worden geen concrete aanwijzingen over data prijsgegeven. Maar duidelijk is wel dat de roman speelt in de eerste jaren van de 21e eeuw. Er wordt namelijk gesproken over euro’s. Ook andere actuele gegevens als internet, mobiele telefoons, etc,. worden genoemd.
Motto
Er zijn diverse motto’s die alle voor zichzelf spreken:
Voordat het boekenweekgeschenk “Ik neem hem ” begint, wordt een uitspraak van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, Eugène Sutorius, geciteerd: Wellicht staan we aan de vooravond van een culturele wende waarin de dood, nu hel en verdoemenis voor velen hebben afgedaan, ook wel eens als een kameraad wordt gezien. In de zin van : ik ben vijfendertig, de dood is een optie en ik neem hem “
Voor het eerste verhaal van deel 1 “Huisvredebreuk “ gebruikt de auteur een motto van Gerard Reve: “ De Dood echter blijft een probleem, vermoedelijk omdat men hem als een indringer beschouwt die op zijn minst schuldig is aan huisvredebreuk.
Voor deel 2 “Heiligschennis” worden twee citaten gegeven:
Alvorens de mens te definiëren als een dier dat zelfmoord kan plegen, moet hij gedefinieerd worden als in staat om voor een ander te leven. [ Levinas]
Hij die opzettelijk een ander tot zelfmoord aanzet, hem daarbij behulpzaam is, of hem de middelen daartoe verschaft, wordt indien de zelfmoord volgt, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar. [ Artikel 294 Wetboek van Strafrecht]
Samenvatting van de inhoud
Deel 1 “Ik neem hem”
“Huisvredebreuk”
Dit is het twaalf pagina tellende verhaal over Arend, een oude man die de dood van zijn vrouw Greta maar nauwelijks kan verwerken en heel eenzaam is. Hij fietst veel omdat dit nog zijn enige leuke bezigheid is. Hij ontmoet nog wel wat vrouwen, maar allemaal beginnen ze meteen over hun ellendige leven te klagen. Hij rijdt ook nog wel eens langs de hoeren maar hij gaat er nooit naar binnen. Een half jaar geleden heeft buurvrouw De Weerd pillen ingenomen en hij had haar horen huilen als een zeehond. Hij was het huis binnengedrongen en had het alarmnummer gebeld. Ze was daardoor blijven leven.
Op een middag denkt hij dat de buurvrouw opnieuw een einde wil maken aan haar leven en hij vlucht naar de stad, waar hij een oude vriend Gerrit ontmoet die ook weduwnaar is geweest maar intussen alweer een andere vrouw heeft. Gerrit probeert hem ervan te overtuigen dat het leven altijd zin heeft en dat je moet proberen mensen te behoeden voor zelfdoding. Arend krijgt nu een beetje spijt en hij fietst hard naar huis. Buurvrouw De Weerd is springlevend in de tuin. Hij gaat naar binnen, gaat schoonmaken en valt van een trapje. Hij voelt ineens een stekende pijn.
“Koga Myata”
Gilles Braams is schrijver van het verhaal huisvredebreuk. Het is stilistisch niet zo goed maar hij heeft een grote droom om schrijver te worden. Hij is kort daarvoor gescheiden van zijn vrouw Jacqueline die daarna een lesbische relatie is begonnen met Erica. Hij heeft een saaie baan als ambtenaar maar schijven is zijn passie. Toch kan hij het niet zo goed. Maar ook andere zaken gaan niet zo goed: hij wordt voor een baan waarvoor hij een psychologische test heeft afgelegd afgewezen en de post brengt hem ook de uitslag van zijn tentamens statistiek, waarvoor hij nu al voor de vijfde keer een dikke onvoldoende heeft gehaald. Het is een “born loser.” Niettemin gaat hij op zekere dag exorbitante inkopen doen: merkkostuums, nieuwe lenzen, een groot aantal dure overhemden, een laptop. Zo maakt hij ook nog eens flinke schulden. Uit enkele korte anekdotes uit zijn leven als scholier blijkt dat hij vroeger ook al een loser was.
Hij vraagt de mening van zijn ex-vrouw (lerares Nederlands), haar broer en een ex-collega over het verhaal “Huisvredebreuk.” Maar de reacties zijn niet goed. Het is stilistisch zwak, zegt zijn ex-vrouw, en bovendien wil ze niet dat hij gegevens over haar ouders in het verhaal opneemt. Ze wil niet dat er op autobiografische wijze wordt geschreven.
De lesbische vriendin Erica is er die avond niet en wanneer het begint te onweren, zegt Jacqueline dat hij wel mag blijven slapen (een uitnodiging voor seks?) maar Gillis weigert.
De volgende dag rijdt hij naar Baarn om zijn ex-collega te ontmoeten en de loser Braams
Krijgt eerst nog een onbenullige boete vanwege het onzichtbaar zijn van zijn nummerbord
door de trekhaak. Dat is echter al acht jaar het geval. Ook zijn ex-collega vindt het verhaal maar niets. Braams is een desillusie armer.
Hij heeft wel een grote passie: wielrennen en heeft een prachtige Koga Myata in zijn schuurtje staan. Maar nu hij ruim boven de dertig is, worden zijn lichamelijke prestaties minder en dat kan hij niet goed verdragen. Hij heeft de laatste tijd bovendien een zenuwtic gekregen en gaat daarvoor naar de dokter. Die suggereert dat hij hem t.z.t. wel wil helpen wanneer er iets misgaat en Braams denkt daarbij aan hulp bij zelfdoding. De neuro-specialist weet hem echter van zijn tic te genezen, maar Braams is nu alleen maar eenzamer en ellendiger geworden. Hij vindt het leven wel genoeg geweest. Hij gaat terug naar zijn huisarts en wil hulp bij zelfdoding. Die heeft dat eerst niet zo bedoeld, alleen wanneer hij ongeneeslijk ziek zou zijn. Nu weigert hij medewerking, wel schrijft hij een verwijzing naar een psychiater uit: die kan hem wel helpen.
Braams komt thuis en zint op een manier om uit het leven te stappen. In het schuurtje waar zijn Koga staat, parkeert hij zijn Mazda, haalt een stofzuigerslang uit huis en bindt die aan zijn uitlaat en start de motor.
Deel 2 “Heiligschennis
Ronald Krijger is schrijver van prozaromans en poëzie. Zijn laatste romans lopen wat minder goed: zijn poëzie wordt niet goed verkocht, maar is wel van hoge kwaliteit. Hij is getrouwd met de juriste Irene en uitgenodigd om het boekenweekgeschenk te schrijven. Hij heeft de titel gekozen “Ik neem hem” maar hij is een beetje vastgelopen. De geschiedenis is gebaseerd op een hulp bij zelfdodingmotief dat zijn vader in het verleden parten heeft gespeeld.
Die heeft hem jaren geleden eens verteld dat hij geweigerd heeft hulp te verlenen aan zijn buurvrouw De Weerd, toen deze medicijnen had ingenomen om zichzelf te doden. Daar heeft hij later nooit meer met zijn vader over gesproken, maar hij heeft het gegeven nu verwerkt in zijn boekenweekgeschenk. Hij bezoekt regelmatig een coach (psychotherapeut) die vooral de relatie met zijn broer Karel (die hij al lange tijd niet meer heeft gezien ) bespreekt.
Bij het begin van dit deel moet Ronald een gesprek hebben met de nieuwe directeur van zijn uitgeverij. Dat is een heel ander (en sneller ) type dan zijn vorige baas. Hij wil zijn poëzie pas later uitgeven, maar Ronald staat op zijn poot dat de bundel tegelijkertijd uitkomt met het boekenweekgeschenk. Uiteindelijk gaat Frederik akkoord, maar hij heeft nog wel kritiek op de verkoopcijfers van de laatste roman.
Ronald spoedt zich naar Boekhandel Donner in Rotterdam omdat hij in een forum zit over het nut van literaire prijzen (Libris, Ako) Zijn vader zal erbij aanwezig zijn. De discussie verloopt niet helemaal goed ook het boekenweekgeschenk en de relaties die daarbij een rol spelen komen op tafel. Wanneer Ronald zijn vader wil ontmoeten, wordt hij even opgehouden door een vrouwelijke fan van zijn poëziebundels. Hij komt daardoor te laat bij zijn vader die op de afdeling waar Ronalds boeken staan een hartstilstand krijgt. Hij sterft ter plekke, 80 jaar oud.
Het is Ronalds taak om zijn broers en zussen in te lichten. Zijn broer Laurens is medicus, zijn oudste broer Karel directeur van een verffabriek en zus Alide werkt in de gezondheidszorg. Een dag later komen ze bij elkaar om de begrafenis te bespreken. Karel heeft acht jaar lang niet naar zijn vader omgekeken. Hij en zijn vrouw Mathilde zijn nu echter wel aanwezig tot ergernis van de anderen. Ze bespreken de vraag wie de toespraak moet houden. Dat zal Karel als oudste zoon op zich nemen, maar, kondigt hij aan, het zal geen leuke toespraak worden, want hij zal geen blad voor zijn mond nemen. Toch krijgt hij het groene licht en Ronald zal daarna nog een gedicht van Henriëtte Roland Holst voordragen. Karel vertelt dat zijn vader ooit tegen hem verteld heeft dat hij buurvouw De Weerd een handje geholpen heeft met het overlijden door een plastic zak over haar hoofd te trekken nadat ze medicijnen had ingenomen. Ronald wil dat niet geloven, zijn vader heeft immers iets anders tegen hem verteld.
Karel haalt in zijn toespraak inderdaad behoorlijk uit en zegt dat zijn vader een man van tegenstellingen was. Ronald draagt het gedicht voor. Al met al valt alles mee.
Wat niet meevalt, is de kritiek die de commissie van het boekenweekgeschenk heeft over het boek “Ik neem hem” : het is te kort, het onderwerp te zwartgallig en de inhoud niet aantrekkelijk genoeg. Zijn uitgever Frederik geeft hem wat tips (meer seks in het verhaal, Gillis naar de hoeren etc) Ronald weigert dat vooralsnog, maar hij moet wel iets veranderen aan de opzet van het boek.
Daarna moet het huis van zijn vader worden leeggehaald en Karel geeft aan dat Ronald alle boeken van zijn vader goed moet nazoeken omdat die nog wel eens geld wilde verbergen. Ronald vindt inderdaad 4800 euro en wil dit bedrag voor zichzelf houden. Met zijn broer Laurens (arts) praat hij over de wens tot zelfdoding. Laurens is als arts fel tegen de opvatting dat mensen zelf over hun leven mogen beschikken. Ronald vertelt wel van het gevonden geld.
Ook vindt Ronald een map met aantekeningen van zijn vader o.a. dagboekaantekeningen. Daarin leest Ronald dat zijn vader inderdaad de buurvrouw bij haar dood geholpen heeft uit een soort barmhartigheid. Hij had een plastic zak over haar hoofd dichtgeknepen. Ronald is geschokt en licht zijn zus en broers in. Twee (Alide en Laurens) willen er niets van weten en Karel nodigt hem met tegenzin uit om te komen praten. Wanneer Ronald begint over de dagboekaantekeningen van de buurvrouw, laat Karel ook nog een bloknootje zien met aantekeningen van vader Krijger over de aanranding van Mathilde, zijn schoondochter. Dat was de ware reden waarom Karel niet meer bij zijn vader langs kwam. Hij heeft daarom ook niets willen erven. Alleen de Friese staartklok had hij willen hebben: die had hij gekocht door 4800 euro in een boek te stoppen. Hij vindt dat Ronald die met zijn broer en zus moet delen.
Ook mag hij het verhaal van de aanranding wel doorvertellen. Mathilde heeft het nu verwerkt.
Ronald gelooft Karel wel, maar hij is verbijsterd door de houding van zijn vader. Hij snapt nu waarom Mathilde altijd zo afstandelijk heeft gedaan. Het was een daad uit pure geilheid begaan toen de oude Krijger al 72 jaar was.
Hij krijgt door alle gebeurtenissen ook weinig inspiratie voor zijn boekenweekgeschenk, totdat hij op een keer in de tuin werkt en hij een ander idee krijgt. Mensen moeten de beschikking krijgen over hun leven en dan niet op zo’n lugubere manier als Gillis Braams in zijn boekenweekgeschenk heeft gedaan. Ronald krijgt een idee voor een “euthanasium” waar mensen zelf naar toe kunnen gaan en onder deskundige leiding uit hij lijden verlost worden. Dat zal het einde van zijn boekenweekgeschenk worden.
Thema, motieven en interpretatie
Centraal in de roman staat de thematiek rond de zelfdoding. In de drie verhalen komt dit thema voor. In het eerste deel Huisvredebreuk omdat Arend weggaat als zijn buurvrouw medicijnen wil innemen, terwijl hij een half jaar daarvoor wel ingegrepen heeft. Dat blijkt weer fictie te zijn in het verhaal van Gillis Braams die zelf op jonge leeftijd al de brui wil geven aan het leven, daarvoor geen dokter vindt en dus gaat experimenten met zijn auto.
Dan blijkt in het grote verhaal dat het eerste verhaal een fictief (en dus autobiografisch ) element is van de houding van Vader Krijger met betrekking tot de euthanasiepoging van zijn buurvrouw. Ronald denkt dat zijn vader niet heeft willen helpen en dus niet ingegrepen heeft, terwijl zijn broer Karel weet dat zijn vader de buurvrouw een handje heeft geholpen. Uit de aantekeningen die hij na zijn vaders dood vindt, blijkt dat zijn broer gelijk heeft gehad. Maar de opvatting over zelfdoding is nogal divers. Laurens (huisarts) is ertegen evenals de huisarts in het verhaal dat Ronald heeft bedacht. Een aantal keren wordt ook de vergelijking getroffen met de dierenwereld: waarbij een dier een genadeschot krijgt en de discussie die Ronald voert met de bazin van de hond die hem heeft gebeten. Zij weet niet wat de hond wil en daarom heeft ze hem nog niet laten afmaken. Ronald Krijger ervaart bovendien dat het grote publiek zijn opvatting over zelfdoding (het einde van zijn boekenweekgeschenk) ook niet aanvaardt.
Daarom bedenkt hij het “euthanasium” (de kliniek waarin ieder op eigen verzoek en onder deskundige begeleiding zelfdoding kan verkrijgen) Maar of de schrijver Van der Ent daarachter staat, is weer de grote vraag. De vragen die Ronald Krijger in het allerlaatste deel van de roman op zich krijgt afgevuurd door kritische journalisten en recensenten geven meteen aan welke bezwaren er aan een kliniek voor zelfdoding zouden kleven.
Een belangrijk tweede motief in de roman is de vader-zoonverhouding. Ronald Krijger krijgt een ander beeld van zijn vader na diens dood. Zijn broer Karel heeft zijn vader acht jaar lang niet meer bezocht, maar het blijkt dat die daarvoor ene goede reden heeft. Allereerst beschouwt hij hem als de moordenaar van zijn buurvrouw, toen hij haar met een plastic zak een eindje op weg had geholpen. Uit aantekeningen op dagboekniveau blijkt dat dit inderdaad het geval is. Maar uit de aantekeningen blijkt bovendien dat de oude Krijger zich vergrepen heeft aan de vrouw van Karel. Dat heeft hij gedaan uit pure wellustige neigingen en dat had de verwijdering tussen vader en zoon Karel tot stand gebracht. Dat is een flinke klap in het gezicht van Ronald. Die had een aardige band met zijn vader: hij belde hem wekelijks op en zijn vader is ook aanwezig bij het forum over de literaire prijzen. Hij laat dan in een moment van eigen trots (een vrouwelijke fan belaagt hem even) zijn vader even van hem weggaan en hij ziet hem niet meer levend terug. Bij de begrafenis leest hij een mooi gedicht van Roland Holst voor. Het is volgens Karel en Alide te mooi, want ook Alide heeft nooit het gevoel gehad dat haar vader goed voor haar was. Bovendien heeft vader Krijger zich altijd laten leiden door zijn vrouw en ook zijn tweede vrouw, een violiste was een weinig gelukkige keus. Maar de desillusie is voor Ronald toch het grootste.
En passant ventileert Van der Ent nog zijn mening over het fenomeen van de literaire prijzen. Ook zijn personage Krijger is nooit bekroond en in het forum laat hij Ronald wel enkele rake dingen zeggen. Bovendien geeft Van der Ent nog zijdelings zijn opvatting over het verwerken van autobiografische gegevens in romans.
Conclusie
Heiligschennis is een indrukwekkend gecomponeerde roman van een relatief onbekende schrijver die meer waardering en bespreking verdient dan tot dusver het geval is geweest. Met zijn verhaal in een verhaal in weer een verhaal wordt de lezer driedubbel geconfronteerd met de thematiek van de roman: de hulp bij zelfdoding en de mogelijkheid het levenslot in eigen hand te nemen. Vooral door de gehanteerde compositie wordt het verhaal spannend waardoor je het achter elkaar wilt uitlezen. De verrassende ontknoping doet ook nog enigszins denken aan de ontknoping van “De Passievrucht.”
Bovendien heeft Van der Ent een nuchtere kijk op succes, prijzen en verkoopcijfers. Niet die laatste gegevens maar kwaliteitsnormen zouden de tactiek van uitgevers mogen bepalen.
Heel geschikte roman voor de literatuurlijst van eindexamenkandidaten havo en vwo. Waardering: 3 punten.
Recensie
In De Volkskrant van vrijdag 28 december 2007 stond een heel positieve recensie van Edith Koenders. Drie halen ,één betalen, zou je kunnen zeggen van de ingenieus gecomponeerde roman Heiligschennis van Henk van der Ent. Stapje voor stapje betrekt hij de nietsvermoedende lezer in zijn literaire spel met de waarheid [….]De roman lezen is als het uit elkaar halen van een baboesjka. Het ene verhaal komt uit het andere voort, en als de poppetjes op een rij staan, zie je wat hen bindt. Want de afzonderlijke verhalen mogen dan over euthanasie en zelfmoord gaan, meer nog is de ik-figuur Ronald Krijger op zoek naar de waarheid over zijn vader, die model stond voor de oudere man in ‘Huisvredebreuk’
Koenders ziet maar één nadeel: " Het is jammer dat Van der Ent, die heel natuurlijk en bescheiden schrijft, met de vondst van een ‘euthanasium’ komt, waarmee ‘een einde aan het geknoei met de dood in eigen beheer’ zal komen. Heiligschennis is een fijn beschilderde baboesjka die je steeds weer uit elkaar wilt halen
Over de schrijver
Henk van der Ent / (pseudoniem = Anton Ent) studeerde Nederlands aan de School voor Taal- en Letterkunde in Den Haag en aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij gaf les in Apeldoorn. In zijn poëzie is geborgenheid het centrale thema. In verband hiermee behandelt hij de thema\'s lijden en dood, liefde en religie. In zijn verhalend proza en zijn essays, met name in Het vierde land, wordt het moderne levensgevoel geconfronteerd met het geloof. Anton Ent debuteerde in 1969 met de bundel Hagel en sneeuw.
Anton Ent is een productief schrijver: in zesendertig jaar publiceerde hij veertien gedichtenbundels, afgewisseld met proza en essayistisch werk. Doordat de dichter door middel van beelden, klanken en ritme bij de lezers gevoelens wil oproepen, is zijn poëzie niet altijd eenvoudig. Zij vereist een leeshouding waarbij de lezer zich openstelt voor de evocatieve kracht van de taal.
In de rubriek \'Gedichtenestafette\' in het cultureel supplement van het NRC van 18 augustus 2006 zegt dichter Lloyd Haft over Ent: "Hij grijpt niet in, hij wordt gegrepen, ook door een madeliefje langs de weg. Hij racet niet door de dagen, hij wandelt, fietst desnoods, neemt zelfs \'de schaduw van de kiezelsteen\' in zich op".
Bibliografie van romans
Wie niet zien kan (1980)
Waterlelies (1998)
Per saldo (2005)
Heiligschennis door Henk van der Ent
- Boekverslag door Cees
- Docent | 3471 woorden
- 8 januari 2008
- 22 keer beoordeeld
22
keer beoordeeld
Bewaar of download dit verslag!
Om dit verslag toe te voegen aan je persoonlijke leeslijsten of te downloaden moet je geregisteerd zijn bij Scholieren.com.
22.599 scholieren gingen je al voor!
Ook lezen of kijken
Waarom havisten het vaakst zakken: 'Het is een verdund vwo-programma'
Wat vind jij van de n-termen voor vmbo?
REACTIES
1 seconde geleden