Gevangenis met een open deur door Jan Terlouw

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 3702 woorden
  • 5 februari 2007
  • 53 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 53 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1986
Pagina's
173
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Gevangenis met een open deur
Shadow
Gevangenis met een open deur door Jan Terlouw
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
GEGEVENS:
1. Datum: dinsdag 10 oktober 2006.
2. Titel: Gevangenis met een open deur.
3. Auteur: Jan Terlouw.
4. Genre: Geloof
5. Thema: meneer Keizer maakt zich zorgen over de sekte ‘The Living Souls’. Het gaat over hoe gevaarlijk sommige sekten zijn.

INHOUD:
6. Samenvatting van het boek:
Oud-commissaris Keizer maakt zich zorgen over de sekte `The Living Souls` in Amsterdam. Hun leider, Willem de Vries, die zich `de Voorziener` of `The Bright` (de schitterende) laat noemen laat mensen `rekruteren` die er verdrietig uitzien of bijv. zelfmoord willen plegen. Ze worden dan aangesproken door mensen die bij de sekte zitten en er wordt aan ze gevraagd of ze mee naar binnen gaan omdat je samen met anderen `er beter tegen kunt`. Daar krijgen ze te maken met aardige leeftijdsgenoten. Als ze denken dat ze bij de sekte willen, worden ze `gewassen`zodat ze ook een levende ziel worden.
Keizer zoekt 3 jongeren uit die bewezen hebben een sterk karakter te hebben, (de één was een drugsverslaafde en is er op eigen kracht vanaf gekomen (Valentijn). De ander heeft eens een jongen vastgehouden in een kamer omdat zijn vriend voor een misdaad werd aangekeken die de ándere jongen had gedaan, totdat de jongen bekende (Paul). De ander is Keizers eigen kleindochter, en zij heeft zijn karaktereigenschappen geërfd (Josefien, ook wel ‘Josje’ genoemd) en laat die infiltreren in ‘The Living Souls’. Na een tijdje wordt Valentijn uit de sekte gezet, zonder dat er een duidelijke reden voor wordt gegeven. Met Paul gaat het heel anders: hij wordt een overtuigd lid van de sekte. Van Josje willen de sekteleider ook een overtuigd lid maken, door haar hard te laten werken en haar weinig slaap te gunnen. Ook moet ze een boek, door Willem de Vries zélf geschreven, uit haar hoofd leren.

Intussen weet de commissaris niet wat er aan de hand is, en stuurt zijn manusje van alles, Leo van Wagenaar, op onderzoek uit. Hij (Leo) papt aan met een meisje (Lucie) dat naast de gebouwen (drie ‘aan elkaar gebouwde’ grachthuizen) op kamers zit, nadat hij met haar hospita had gesproken die hem de deur uit had geschopt, omdat hij zei van de politie te zijn, maar hij ‘toevallig’ zijn politiepenning niet bij zich had. Hij vraagt aan haar of de mogelijkheid bestaat om via haar dakraam naar het raam van ‘The Living Souls’ te gaan. Dat blijkt mogelijk te zijn, en Leo trekt er met een ding op uit waarmee je door de dakgoot kunt ‘lopen’. Dat ding ziet er zo uit: 2 staven hangen aan de dakgoot, van onderen verbonden met een dwarslat. Daarna worden één voor één de staven bewogen, zodat je door de dakgoot ‘loopt’ (dat Leo zo acrobatisch is, komt doordat hij in zijn jeugd alle daken van Amsterdam heeft doorwandeld als daktoerist, en daarna heeft gewerkt bij een bedrijf dat dakgoten fabriceert). Hij hing de staven in de goot en `liep` naar het raam naast Lucie`s dakraam. Het was gelijk raak: het was de kamer waarin Josje zat. Hij tikte op het raam en beduidde dat ze open moest doen. Josje zei tegen hem, dat hij nu niet naar binnen kon komen, omdat er elk moment iemand aan kon komen, en vroeg of hij om één uur terug kon komen. Lucie bleek een `jofele meid` te zijn, want ze vond het goed. Om 5 over één ’s nachts klopte Leo op Josje`s raam. Ze deed open en liet hem binnen. Josje zei dat ze dacht dat er met haar eten geknoeid werd: drugs erin, zodat ze weinig slaap nodig had.
Opeens hoorden ze de voordeurbel. Josje zei tegen Leo dat het veiliger was om weg te gaan. Leo wilde gaan, maar hij was te laat. Driftige stappen kwamen in de richting van Josje`s kamer. Leo dook onder het bed, maar omdat hij zo lang was, (zijn bijnaam was `Long Vehicel`) pasten zijn benen niet onder het bed van Josje. Willem de Vries kwam binnen en zei dat Leo onder het bed vandaan moest komen. Leo gaf als uitleg dat hij van Josje hield dat hij niet meer kon slapen sinds ze weg was. Hij moest weggaan van Willem de Vries, maar niet door het raam, maar door de deur. Toen zat Leo in een lastig parket, want zijn `gootmachine` hing nog steeds voor het raam van Josje. Leo ging bij Lucie naar binnen, met behulp van een ijzerdraadje (die had hij thuis gehaald, samen met een hark) en klopte bij Lucie aan. Ze vond het goed dat hij (om 2 uur ’s nachts) zijn gootmachine terughaalde met zijn hark. Hij klom weer bij Josje naar binnen, en zij `leidde hem rond`. Leo was naast gootexpert ook een `slotexpert`, en hij haalde een bos lopers tevoorschijn en maakte de deur van Willem de Vries open. Ze gingen de kamer, en vonden een muurkast die op slot zat. Het was een combinatieslot, dus Leo had niets aan zijn lopers. Leo gaf Josje de opdracht om een cijfercombinatie van 6 cijfers te zoeken, dat iets met Willem de Vries zijn leven te maken had. Josje dacht na over zijn verjaardag, de indeling van zijn groepen (in het gebouw van The Living Souls), en dacht na tot ze ± 20 cijfercodes had. Ze probeerde ze op de kluis, maar geen van allen deed het. Toen vroeg Valentijn die met een meisje (Céline) dat bij `The Living Souls` zat had kennisgemaakt (hij zei dat hij een brief van `de Voorziener` had gekregen, waarin stond dat er een `spion` in het gebouw was en hij eruit gestuurd was, zodat de spion zich wat vrijer zou gaan gedragen, zodat ze hem/haar gemakkelijker konden ontdekken) aan Céline of ze op één van de wekelijkse bijeenkomsten wilde vragen wanneer de Voorziener door `Dia` (zo noemden de Living Souls God) was geroepen. Dat was op 11 oktober 1976 (111076 dus). Josje (die erbij zat te luisteren) liep snel naar Willem`s kamer en toetste het in. Ze hoorde een klikje en maakte de muurkast open. Daarin zag ze schoenendozen, boordevol met oude munten, die Willem de Vries spaarde. Opeens kwam er een vrouw binnen die op haar moest letten, en die sloot Josje op in het kamertje waar Josje altijd zat. Josje vond het te gevaarlijk worden en ontsnapte door de lakens in elkaar te draaien en ermee voor Lucie raam mee heen en weer te zwaaien. Lucie zag het en deed het raam open. Josje vroeg of ze Leo’s gootmachine naar haar toe wilde schuiven. Josje `liep` ermee naar Lucie`s raam en klom daar naar binnen.
In de volgende toespraak vroeg Céline (in opdracht van Valentijn) wat Willem de Vries van geld vond. Hij zei:”Geld is de vloek van deze wereld”, en praatte verder negatief over geld. Opeens hoorde hij een rinkelend geluidje, maar hij besteedde er geen aandacht aan. Toen klonken er twee rinkelende geluidjes, alsof er muntjes op het podium vielen. Willem werd zenuwachtig en ging sneller spreken. Toen vielen er vier munten op het podium. (Boven het podium was een luik dat werd gebruikt om dingen naar beneden te laten tijdens toneelvoorstellingen. Daar zaten Valentijn en Leo bij met ieder een schoenendoos met munten uit de Vries’ muurkast. Die gooiden ze nu naar beneden.) Ineens gooide Valentijn een handvol munten naar beneden. “Wat is dat?” riep de Voorziener. Toen gooiden Leo en Valentijn handenvol munten naar beneden. Ze kwamen boven op de Voorziener terecht, die knielde en om zich heen graaide en de namen van de munten riep. Leo en Valentijn gooiden de rest van de doos leeg en Willem de Vries graaide ze bij elkaar onderwijl roepend dat Dia hem munten stuurde. Ineens begreep hij dat het zijn eigen munten moesten zijn en verliet de zaal. Valentijn gooide het touw waaraan de dingen naar beneden werden gelaten naar beneden en liet zich zakken. Hij was een goed redenaar, en hij hield een rede over `de Voorziener`. Over dat hij maar een mens was, en dat mensen iemand nooit blindelings moeten volgen.
Toen hij klaar was met spreken, liep hij naar achteren. Opeens stond Paul op en hij en Josje liepen naar achteren waar ze zich bij Valentijn voegden en zwijgend wegliepen…

7. A. Hoofdpersonen: er is niet echt `een hoofdpersoon`, maar verschillende
hoofdpersonen: meneer Keizer, Josje van Duivenbode, Valentijn de Boer en Paul van Ravenswaai.
Bijpersoon: Leo Wagenaar.
B. Uiterlijk van meneer Keizer: hij heeft een bruine teint van de zon, grijs, bijna wit haar en een beginnend buikje.
Uiterlijk van Josje van Duivenbode: ze heeft rood haar dat ze in vlechten draagt, bruine ogen en ze heeft ook sproeten (7 op iedere wang).
Uiterlijk van Valentijn de Boer: hij heeft een bleke huid (er staat eigenlijk nergens in het boek wat zijn uiterlijk is).

Uiterlijk van Paul van Ravenswaai: hij is groot (1,99 m) en sterk (zijn vrienden noemden hem soms ‘baviaan’).
C. Karakter van meneer Keizer: het is een `doorzetter`, een groot denker en hij maakt goede plannen, neemt grote risico’s, maar denkt daar wel eerst goed bij na.
Karakter van Josje van Duivenbode: ze heeft veel wilskracht, is nieuwsgierig, leergierig en vrolijk.
Karakter van Valentijn de Boer: hij is rustig, slim, een goed redenaar en hij heeft heel veel wilskracht.
Karakter van Paul van Ravenswaai: hij heeft ook veel wilskracht en als hij iets in zijn hoofd heeft, krijg je het er niet meer uitgepraat, hij is nieuwsgierig.

D. Nee, de hoofdpersonen veranderen niet in de loop van het verhaal.

8. Het verhaal speelt zich grotendeels in Amsterdam af, aan de Prinsengracht: “Tot ze op een dag in Amsterdam een meisje ontmoette van haar leeftijd, dat haar meenam naar een groot huis aan de Prinsengracht.”
9. A. Valentijn was 19 jaar toen hij ging studeren, wat gemiddeld 4 jaar duurt,
daarna ging er nog wat tijd overheen voordat meneer Keizer hem in `dienst` nam. Hij werd geboren in 1967 + 19 + 4 + ± 5 jaar = 1995. Het verhaal speelt zich dus rond 1995 af.
B. Tussen het begin en het eind zitten misschien anderhalf à één jaar, ik weet het niet zeker, want er staan geen harde getallen in het boek, maar het zal ongeveer wel zoiets zijn.
C. In het begin worden de dossiers van de jongeren voorgelezen en als je dat een flashback wilt noemen zitten er flashbacks in. Ook wordt er van tevoren het verhaal van een meisje verteld dat naar de sekte gaat. Dat zou ook een flashback kunnen zijn. Voor de rest is het verhaal gewoon achter elkaar doorverteld en maakt het geen flashbacks of flashforwards.
10. Als je begint te lezen, worden de hoofdpersonen eerst aan je voorgesteld en dan gaat het verhaal beginnen. Het boek begint met meneer Keizer die aan Leo vraagt of hij dossiers samen wil stellen.
11. Het belangrijkste probleem is: hoe wordt Willem de Vries ontmaskerd en hoe komen de jongeren weer terug in het ouderlijk huis?
12. A. Het is een goede afloop, want Willem de Vries was ontmaskerd en de
jongeren konden weer naar huis gaan.
B. Het is een beetje een open einde, want je hoort niet wat Willem de Vries verder doet en hoe het verder met de jongeren van de sekte gaat. Ook hoor je niet hoe het met de hoofdpersonen afloopt.
13. Het boek heet GEVANGENIS MET EEN OPEN DEUR, omdat je vrijwillig bij de sekte komt, maar er niet meer uit wilt, omdat je wordt gehersenspoeld.
14. Ik vind het een heel goed boek, omdat het je waarschuwt tegen sekten, maar het is óók makkelijk te lezen. Het is ook een beetje spannend, want je weet niet hoe Josje gaat ontsnappen en je weet ook niet of Paul wel of niet bij de sekte vandaan gaat.

Belevingsverslag

Het onderwerp:
1. Het onderwerp van dit boek: sekten
2. Ja, ik zou, als ik de schrijver was geweest, het boek ook zo geschreven hebben.
3. Mijn mening over het onderwerp `sekten en hun gevaar` is nu: je mag je er wél in verdiepen, maar je mag er nooit in betrokken raken, ook omdat het vaak in strijd is met het christelijk geloof.
4. Ik ga misschien nog meer lezen over dit onderwerp, maar ik weet het niet zeker, want het gaat er maar om of ik een goed boek over dit onderwerp tegen kom. Als ik dat niet doe, ga ik er niet (speciaal) naar op zoek.

De gebeurtenissen:
5. De belangrijkste gebeurtenis in dit verhaal is dat de Voorziener (alias Willem de Vries) wordt ontmaskerd.
6. Ik had het belangrijkste probleem in dit verhaal, als ik schrijver was geweest, zo
verteld hebben: ik zou er
eerst `voorlichting` over hebben gegeven (uitleggen wat voor sekte het was) en daarna zou ik pas met het verhaal begonnen zijn. Jan Terlouw heeft het `geloof` van de sekte in de loop van het verhaal uitgelegd. Ik zou het zo gedaan hebben omdat je dan beter weet waar je aan toe bent.
7. Wat er in het boek beschreven staat, kan allemaal echt gebeurd zijn.
8. Nee, toen ik het boek las, dacht ik niet aan iets wat ik wel eens heb meegemaakt.
9. A. Dingen uit het boek waaraan ik terugdenk zijn: Hoe Valentijn de jongeren
overreed met zijn sprekerstalent en hoe Leo een muntje op het achterwerk van Willem de Vries gooide (toen Valentijn en Leo de muntjes op het podium gooide en Willem de Vries ze bij elkaar graaide).
B. Ik heb deze gevoelens gehad tijdens het lezen:
Lachen: Toen Leo een muntje op het achterwerk van Willem de Vries gooide.
Medelijden: Met Willem de Vries, toen hij `als een gebroken man het podium afliep`.
10. Ja, dit boek heeft me vanaf de eerste bladzijde geboeid, omdat het een onderwerp was waar ik interesse in had en heb.

De personen:
11. Ik kwam van Josje, Valentijn en Paul het meest te weten in dit boek, omdat Leo in het begin, als meneer Keizer de jongeren uitkiest die in de sekte zouden infiltreren, een dossier van hen had gemaakt.
12. Ik voelde me, toen ik het boek las, het meest `vriend` van Valentijn, omdat hij zo’n groot redenaar was en iedereen plat praatte.
13. Ik kon met meneer Keizer het beste meeleven, want hij had zijn kleindochter (Josje) in gevaar gebracht en had daardoor een schuldgevoel. Ook had hij `ervoor gezorgd` dat Paul bij de sekte ging en daarover had hij óók een schuldgevoel.
14. Ik vond niets van wat de personen in het boek deed onbegrijpelijk. Alles was goed uitgedacht en ik was het er meestal wel mee eens.
15. Uiterlijk leek een van de personen uit het boek op iemand die ik ken: mijn broer lijkt een beetje op Leo (ook lang en dun), maar híj heeft geen flaporen.


“inhoudelijk” verslag

de inhoud:
B. Plaatsen:
1. Het verhaal speelt zich af in Amsterdam, in een groot huis aan de Prinsengracht.
2. Voorbeeld uit het boek: “Tot ze op een dag in Amsterdam een meisje ontmoette van haar leeftijd, dat haar meenam naar een groot huis aan de Prinsengracht.”
3. De plaats is zo belangrijk omdat daar de sekte `The Living Souls` huisvest.
E. Titel:
1. Het titel van het boek dat ik gelezen heb heeft met het boek te maken, omdat de sekte `een gevangenis met een open deur` is. Je kùnt er wel weg, maar je wilt het niet.
2. Ik heb geen voorbeelden uit het boek waardoor de titel duidelijk wordt.
3. Een andere (zelfverzonnen) titel voor het boek is: “DE GENIALE REDENAAR”.
F. Spanning:
1. Drie stukjes uit het boek die ik spannend vind:
• In `het dossier van Paul van Ravenswaai`, toen hij de jongen die gestolen had in een torenkamer opsloot.
• Toen Leo bij Josje was en gesnapt werd door Willem De Vries.
• Toen Josje gesnapt werd terwijl ze een cijfercombinaties voor de kluis waarin de munten lagen uitprobeerde (de dag waarop Willem de Vries `door Dia geroepen` zou zijn) in Willem de Vries’ kamer.
2. Drie kopieën van bovenstaande dingen:
• Bladzijden 40 – 45: Op een dinsdagochtend om 5 uur, werd Jan-Hein (de jongen die het geld gestolen had) wakker omdat er een hand op zijn mond werd gelegd en een stem fluisterde: ‘Hou je mond en kom je bed uit.’ Tegelijk werd hij al half uit dat bed getrokken (Paul was een grote, sterke jongen) en naar de deur geduwd. (…) Hij werd de trap opgeduwd, en nog een trap en daarna bevonden ze zich in het `torentje`. Paul deed de deur op slot en stak de sleutel bedaard in zijn zak. ’Daar liggen je kleren,’ zei hij. ‘Ik zou ze maar aantrekken, want het is frisjes.’ Jan-Hein was intussen wakker geworden en verzamelde zijn moed. ‘Je bent volstrekt gek, man. Wat wil je eigenlijk van me? Dacht je dat ik hier ging zitten bekennen dat ik dat geld gestolen heb? Volgens mij ben jij bezig kierewiet te worden. We mogen niet eens in het torentje komen, wist je dat?’ Paul was gaan zitten en vertrok geen spier. (…) (Paul liet geen mensen binnen en ook geen eten. Ook verbood hij Jan-Hein te gaan slapen en deed dat zelf ook niet, zodat hij Jan-Hein dwong te bekennen. Na een tijdje klapte Jan-Hein in.) Paul liep naar het raam en riep met luide stem dat hij de directeur graag wilde spreken. Die verscheen even later. ‘Jan-Hein heeft u iets te zeggen,’ zie Paul. ‘Ik heb het geld gestolen,’ zei Jan-Hein met een droge snik.
• Bladzijden 131 en 132: ‘Misschien is het veiliger als je weggaat,’ zei Josje. ‘Je hebt gelijk. Morgenmiddag om 2 uur ben ik terug. Met gereedschappen om een deur open te maken.’ Hij was te laat. Driftige stappen kwamen kennelijk in de richting van Josjes kamer. Leo schoot onder het bed. ‘Je voeten,’ siste Josje. (…)De deur ging open en op de drempel stonden de Voorziener in hoogsteigen persoon en de TES-man Govert. De Vries wees naar het bed en zei zonder een spoortje opwinding: ‘kom er maar onder vandaan.’ (…) (De Vries vraagt uitleg en Leo zegt dat hij al jaren verliefd op Josje is. Leo wordt weggestuurd, zonder zijn `gootloper`.)
• Bladzijde 156: Ze duwde de dozen terug op hun plaats en sloot de kast. In haar haast om weg te komen had ze toch ineens weer moeite de deur open te krijgen, nu aan de binnenkant. Met een rood hoofd stond ze te morrelen, vol schrik ineens, want ze meende voetstappen op de trap te horen.
`Lofty` Martha had Josje zin zitten in de zaal terwijl Willem de Vries zijn verhaal deed over hoe hij door `Dia` werd geroepen en kon zich niet herinneren dat de Vries daarvoor toestemming had gegeven. (…) Ze besloot naar boven te gaan (want Josje ging naar de kluis en die was boven) en haar op haar kop te geven. Op de bovenste verdieping stond ze stil. Hoorde ze daar iets, in de kamer van de Voorziener? Ja, waarachtig, de deur ging open en dat wicht met de vlechten (Josje had vlechten) kwam op haar tenen naar buiten. Martha deed een paar stappen in haar richting en zei bars: ‘wat moet dat daar?’
3. Waarom ik de stukjes zo spannend vind:
• Het had gekund dat Jan-Hein niet zou bekennen en dat Paul gearresteerd zou worden.
• Ik wist niet van tevoren wat er met Leo zou gebeuren. Ik wist niet of hij om de één of andere reden vastgehouden zou worden bij `The Living Souls`.
• Het was spannend omdat ik niet wist of Josje op tijd weg zou kunnen komen of niet en wat er met haar zou gebeuren als ze gepakt werd.


persoonlijk verslag

A. Naam van de hoofdpersoon: Aart Keizer
Zijn belangrijkste uitdaging: de sekte `The Living Souls` oprollen.
Hij pakt het probleem aan door: er 3 jongeren in te laten infiltreren.
Als ik voor zo’n probleem zou staan zou ik: het aan de politie overlaten, maar hij was zelf ex-commissaris en hij had al vaker met zo’n bijltje gehakt.
Omdat: ikzelf géén ex-commissaris ben en níét vaker met dit bijltje gehakt heb.
E. Eigenschappen die ik belangrijk vind bij mensen:
Eigenschap: Persoon uit het boek die deze eigenschap bezit:
Wilskracht Paul van Ravenswaai, Valentijn de Boer
Aardig Josje van Duivenbode
Vergevingsgezindheid Josje van Duivenbode, Valentijn de Boer
Respect voor elkaar Meneer Keizer
Niet snel opgeven wat je aan het doen bent Josje van Duivenbode
F. Naam van het slachtoffer in het gelezen boek: Willem de Vries
De `straf` die hij heeft ondergaan is: niet bekend, want het boek heeft een `open einde`.
De persoon is `slachtoffer` geworden omdat: hij een sekte heeft opgericht en zichzelf `verraden` heeft (met die munten).
Hij had zijn straf kunnen voorkomen door: geen sekte op te richten en te gaan werken.

Vormverslag

H. Een brief schrijven:
1. Ik kies Céline uit om een brief naar te schrijven, omdat zij in het begin van het boek naar `The Living Souls` gaat. Dat wordt in de proloog beschreven (bladzijde 5 t/m 9).

Lekkerkerk, 22 november 2006

Hallo Céline

Ik schrijf je een brief, omdat ik me afvraag of je het nou echt leuk vond bij `The Living Souls` en hoe het nu met je gaat.

Het lijkt me, dat je als je vloeren moet schrobben en nieuwe leden moet verwerven en daar niet eens geld voor krijgt, niet leuk om bij zo’n sekte (sorry voor dit woord, maar dat was het toch?) te zijn. In het boek staat dat je het met liefde deed. Hoe zit dat nu, zou je het voor dezelfde man nóg doen nadat je zag hoe hij zichzelf en jullie bedroog, denk je?
Ik snap het trouwens niet: je had het moeilijk thuis, maar miste je je ouders niet toen je in `The Living Souls` woonde en werkte, `s avonds ofzo, als je alleen was en niets hoefde te doen. Je was natuurlijk wel moe, maar je valt toch niet gelijk in slaap als je je bed instapt? Dan lig je toch nog even te denken?

Wat deed je toen Willem de Vries werd 'ontmaskerd' en nadat je bij meneer Keizer vandaan ging? Ging je toen naar huis, of nog even afscheid nemen van het gebouw waar je zolang gewoond had en van de jongeren die denk ik wel je vrienden waren geworden?
Hoe is de band tussen je ouders en jou nu? Waren ze blij toen je weer thuiskwam? Ja toch zeker? Als ik je ouders een heel klein beetje kent, hadden ze een beetje een schuldgevoel, of niet?

Nou, ik hoop dat het goed met je gaat en je je examen toch gaat maken. Ik hoop dat je me snel terugschrijft.

Veel succes!

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Gevangenis met een open deur door Jan Terlouw"