4. Auteur:



Levensloop

Evert hartman

Geboren in 1937 en gestorven in 1994.



Evert is geboren op 12 juli in 1937 in Debemsvaart. Hij komt uit een gereformeerd gezin hij mocht niks doen op zondag. Evert was zeven toen de oorlog uitbrak en kan zich nog dingen herinneren uit die tijd. Na de oorlog in toen hij 10 was zijn ze met de familie verhuist naar kampen. Als jongen van 16 wilde hij al verhalen schrijven voorzichtig begon hij met schrijven van korte verhalen voor zichzelf. Toen hij zijn eindexamen ging af had ging hij de militaire dienst in. Toen hij 21 was is hij aardrijkskunde gaan studeren aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Met deze studie stopte die toen hij toen 29 was. Hij was al begonnen met les geven op de middelbare school het Menso Alting College in Hoogeveen. Hij gaf daar aardrijkskunde. Dit beroep heeft hij 30 jaar volgehouden daarna is hij alleen nog maar bezig geweest met schrijven. Hij luisterde graag naar klassieke muziek en hielt van romantische verhalen. In 1965 trouwde hij en werd doctorandus in de sociale geografie. In 1973 verschijnt zijn eerste boek: Signalen in de nacht. Dit boek is voor volwassenen. In 1979 is zijn eerste jeugd boek klaar: Oorlog zonder vrienden. In 1980 krijgt hij zijn eerste prijs voor een boek. Hij kwam aan ideeën voor zijn boeken door andere boeken te lezen, kranten, tijdschriften, radio, tv, gespreken en ontmoetingen. Hij werkt ongeveer aan één boek anderhalf tot twee jaar.

Evert is overleden op donderdag 7 april 1994 in zijn woonplaats Hoogeveen hij is 56 jaar geworden. Hij was getrouwd en had 2 zonen.



Bibliografie

Boeken voor volwassenen

1973 signalen in de nacht 1975 machinist op dood spoor 1977 de laatste stuw

kinderboeken

1979 Oorlog zonder vrienden

1980 Vechten voor overmorgen

1982 Het onzichtbare licht 1984 Gegijzeld

1986 Buitenspel

1987 Morgen ben ik beter 1988 Het bedreigde land 1989 De droom in de woestijn 1991 Niemand houdt mij tegen: een avontuur in de 22ste eeuw 1993 De voorspelling 1994 De vloek van Polyfemos



Centrale onderwerpen en thema’s

Hij vindt het belangrijkste thema persoonlijke vrijheid. Dat zie je in bijna al zijn boeken terug komen. Dat komt door zijn verleden wand, hij is in een streng gereformeerd gezin opgegroeid en mocht op zondag niks doen. Hij is met seksualiteit heel voorzichtig in zijn boeken. Hij deed het onderwerp er alleen in om te zorgen dat zijn boeken dan beter verkocht worden. Maar in het boek niemand houd mij tegen, ging het toch wel een beetje een rol spelen.



Genres die Evert hartman gebruikt zijn:



Oorlog romans Toekomst romans Psychologische romans Realistische romans Bijbels Historische romans Mythologische romans



Milieu

Evert is in een streng gereformeerd gezin opgegroeid. Hij mocht niks doen op zondag. Dat vond hij helemaal niet leuk. Dus daarom gaan bijna al zijn boeken over persoonlijke vrijheid. Veel boeken zitten in het onderwijs waarschijnlijk omdat hij zelf leraar aardrijkskunde was. Hij gebruikte vaak kinderen uit de klas die hij les gaf in zijn boeken, dan had die 3 kinderen en dan gooide hij die drie verschillenden persoonlijke heden in een persoon en die gebuikte hij dan in zijn boeken.



Autobiografie

Hij gebruikt in zijn boeken niet de gebeurtenissen die hij zelf heeft meegemaakt in zijn leven.



Biografie

De auteur gebruikt in zijn boeken wel het leven van echte mensen. Veel zijn leerlingen uit zijn eigen klas die hij les gaf. Zoals bijvoorbeeld in het onzichtbare licht.



Prijzen

1988 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor: Morgen ben ik beter

1989 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor: Het bedreigde land

1990 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor:De droom in de woestijn

1992 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor:Niemand houdt mij tegen: een avontuur in de 22ste eeuw

1994 Prijs van de Kinder- en Jeugdjury Limburg 14 t/m 16 jaar voor: De voorspelling 1994 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor: De voorspelling

1995 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor: De vloek van Polyfemos



5. Titel



Titel:



De titel van het boek is gegijzeld.



Verklaring:



De auteur heeft deze titel gekozen omdat de leraar en de kinderen in de klas gegijzeld werden door de gijzelaars.



Ik vind het een goeie titel alleen bij het verhaal van Leon past het er niet echt bij. Maar als is zelf een titel had moeten verzinnen had ik denk toch ook voor deze titel gekozen omdat het toch is wat er gebeurt in het verhaal want de leraar en de kinderen worden gegijzeld.



Nieuwsgierig makend:



Ik vind het best een nieuwsgierig makende titel, dat komt omdat het best wel een spannende de titel is en ik best wel van spanning hou in boeken.



6. Thema



Boodschap



Thema: Gegijzeld



Evert Hartman is op het idee gekomen om een boek over een gijzelingsactie in een school te schrijven. Dat komt waarschijnlijk door de gijzeling door Molukkers in de jaren 70 op een basisschool in Boven-Smilde. Waarschijnlijk vond hij het zo’n interessant onderwerp en is hij daar dus een boek over te gaan schrijven.



Thema 1



Evert hartman wil met dit boek zeggen dat je moet uitkijken voor extremisten zoals Leon en David. Voor je het weet doen ze precies het zelfde als de leiders in de landen waar ze vandaan komen. Leon en David zijn gevlucht uit hun land waar een militaire dictatuur is. Waarschijnlijk komen ze uit midden- of Zuid-Amerika. Het is een land waar niemand voor zijn eigen mening mag uitkomen en waar mensen die het niet met de regering eens zijn zonder een uitspraak gevangen worden gezet of zelf worden vermoord. Met andere woorden: een land waar de mensenrechten niet worden geaccepteerd. Leon en David doen precies hetzelfde als degenen waar ze tegen strijden, doordat ze onschuldige mensen en de kinderen gijzelen om hun eigen idealen te verwezenlijken.



Thema 2



Evert Hartman laat in zijn boek ook zien hoe erg het is om in een land te wonen met een militaire dictatuur net als waar Leon en David vandaan komen. En in de landen waar je nog steeds niet voor je eigen mening mag opkomen anders word je opgesloten in een gevangenis. Maar het kan nog erger want daar worden mensen zelfs vermoord.



Thema 3



Evert Hartman beschrijft in dit boek ook hoe mensen tijdens een gijzeling heel erg kunnen veranderen. In het begin van het verhaal zijn de gegijzelden heel bang dat ze wat overkomen en vinden ze Leon en David maar een stel idioten die door hun gelijk proberen te krijgen van de minister. Maar later in het verhaal als Leon steeds meer begint te vertellen over waar ze vandaan komen en wat daar allemaal is gebeurd, vinden ze dat Leon en David wel gelijk hebben dat ze die gijzelingactie zijn begonnen om hun doel proberen te bereiken. Ze zijn zelfs kwaad als ze worden meegenomen en de mensen roepen dat het een stel gekken zijn, want hun vinden dat niet zo. Behalve meneer de Rooy is het niet met de kinderen eens. Hij vindt dat je nooit onschuldige mensen mag misbruiken om je eigen doelen te bereiken. Hierin vind je de mening van Evert hartman heel duidelijk.



Mening auteur



In het verhaal laat Evert Hartman zijn mening zien door de Rooy, want de Rooy vind het niet goed dat de gijzelaars misbruik maken van de kinderen en dat vind Evert ook niet goed.



Zwart-wit plaatje



Het thema kom je heel duidelijk tegen in het boek. Het thema is een gijzelingsdrama maar bij Evert gaat het hem aller eerst om de situatie politieke vluchtelingen in Nederland. Hij probeert de lezer duidelijk te maken wat de achtergrond van zo’n iemand kan zijn. Meestal gaat het namelijk om een zeer politieke toestand in een land.

Op de tweede plaats wil Hartman aangeven dat het niet veel uitmaakt of er nou een ‘linkse’ dictatuur of een ‘rechte’ dictatuur aan de macht is, dat maakt voor de slachtoffers niet uit. Alleen bij een ‘rechtse’ dictatuur speelt het egoïsme een grote rol.



Realistisch



Als wat in het verhaal staat kan echt gebeuren en het ergste is dat heel veel dingen ook al gebeurd. Je kan van het boek veel leren en dat is denk ook wat Evert wil.



Overdrijven



Ik vind niet dat de schrijver overdrijft, want als hij echt zou gaan overdrijven was het boek wel heel erg geworden en dat is denk niet wat hij wou, want het is een jeugdboek.



7 plaats



beschrijving



Het verhaal speelt zich allemaal op een school, maar in het verhaal van Leon speelt het zich af in het land waar Leon is opgegroeid waarschijnlijk in midden- of Zuid-Amerika maar dat weet ik niet zeker.



Sfeer



In het begin zijn ze allemaal heel erg bang, maar later als Leon zijn verhaal gaat vertellen lijkt het erop dat ze zich steeds meer op hun gemakt gaan voelen.



8 Tijd:



Plaats in de tijd



Het boek speelt zich af in ongeveer eind jaren 70, want je hoort niks over een mobile telefoon of een computer en ze luisteren naar een radio inplaats van dat ze naar het nieuws op de tv kijken.



Vertelde tijd



De gijzeling duurt 5 dagen en de flashback duurt ongeveer één maand.

Het speelt zich af in 1984, dat staat in de tekst.



Continu



Het is niet continu vertelt, want in ongeveer de helft van het boek wordt er verteld over het verleden van Leon.



Chronologie



Het boek is niet-chronologisch dat wil zeggen dat er veel over verledentijd wordt verteld. En dat gebeurt heel veel, want als Leon zijn verhaal vertelt gaat het over zijn verleden.



9. Manier van schrijven:



Algemeen



Evert gebruikte vaak zijn leerlingen als voorbeeld voor zijn verhaalfiguren. Hij pluisde altijd als voorbereiding alle kranten na, las boeken over het onderwerp of hij reisden plaatsen af waar het boek zich afspeelden. Voor het boek morgen ben ik beter liet hij zich opnemen in het ziekenhuis voor een kleine, niet urgente operatie. Op die manier kon hij zich beter inbeelden hoe de sfeer is als je in het ziekenhuis ligt. Evert Hartman was altijd al geïnteresseerd in helderziendheid en andere paranormale zaken. Maar het fijne wis hij nog niet. Dus dook hij in de literatuur over dit onderwerp. En toen heel toevallig ontmoeten hij een helderziend meisje van ongeveer dezelfde leeftijd als de hoofdpersoon Leny in het onzichtbare licht. Zij heeft Hartman toen haar belevenissen verteld. Zo kon hij nauwkeurig mogelijk beschrijven wat een meisje als Leny meemaakt en voelt.



Genre



Het boek is een jeugdroman, want hij heeft het voor jongeren gemaakt, maar ook een realistische roman dat komt doordat er allemaal hele erge dingen gebeuren en die dingen kunnen in het echt ook jammer genoeg gebeuren net als die gijzeling.



Taalgebruik



De schrijver gebruik weinig moeilijke woorden vind ik. De zinnen zijn goed vind ik zelf omdat ze niet te lang en ook weer niet te kort. Hij gebruikt alleen wel vaak dialogen. De gijzelaars praten af en toe in een taal die de gegijzelden niet kunnen verstaan maar wat ze zeggen kun je ook niet lezen.



Perspectief



Het is een personaalperspectief verhaal, want je hoort het verhaal in het lokaal bijna helemaal van Gerard, maar het verhaal over het land waar Leon en David vandaan komen word door Leon verteld.



Lay-out



Het is een gebonden boek

Er is maar één plaatje in het boek en die is op de voorkant en die is door Jan Wesselingen gemaakt.

Er zitten 199 bladzijden in het boek.

Het is een normale letter waarschijnlijk lettertype grote 9 of 10 het zijn normale saaie letter die makkelijk te lezen zijn.

Het boek heeft een harde kaft met op de voorkant een foto die is gemaakt door Jan Wesselingen.



Einde



Het boek heeft een gesloten einde want het verhaal loopt goed af op het eind zeggen de gijzelaars dat ze weg mogen en toen gingen ze naar huis en was alles weer helemaal over en dan worden David en Leon meegenomen.



10. hoofdpersonen



Persoonsbeschrijving



Er zijn 2 hoofdpersonen Leon Brenda en Gerard.



Karakter



Leon: Hij gijzelde de kinderen samen met David. Hij is totaal veranderd door de dictatuur in zijn land, hij is heel erg kwetsbaar. De leeftijd van hem zal rond de dertig liggen. Hij is in donkere kleren gekleed.



Gerard: Hij leeft met de terroristen mee maar is in het begin wel erg bang. Via hem kom je alles te in het verhaal van wat er in de klas is gebeurd.



Rol



Leon Brenda: hij is één van de gijzelaars. Hij heeft veel meegemaakt hij komt uit een land met een militaire dictatuur. Hij heeft een broer Edgar en een zusje Ramona.

Hij en zij zusje worden meegenomen naar een instituut doordat hun vader is meegenomen door de GEPO. Edgar heeft zich verstopt in zijn schuilplaats Leon maakte zich erge zorgen om hem omdat hij er niet in zijn ééntje uit kan komen dus had Leon toen hij werd meegenomen een seintje aan de buurman gegeven maar hij wist niet of hij bevrijd was. Hij en zijn zusje waren allebei gescheiden in het instituut Ramona zat in een ander gebouw alleen voor meisjes. Ze zijn met Shaira het meisje dat Ramona ontmoet had in het instituut bij de meisje en Leon en Chris ( Leon heeft Chris in het instituut leren kennen) ontsnapt uit het instituut buiten het instituut worden ze weer gevonden door de GEPO en moeten ze in de auto stappen maar dan word er op de auto geschoten Shaira word dood geschoten. Het is Edgar met nog een paar mannen die op de auto schoten, daardoor is Leon erg boos geworden op Edgar maar later word dat wel minder.



Gerard: Een jongen van een jaar of veertien. Via hem kom je alles te weten wat er in de klas gebeurt er wordt niet verteld wat hij allemaal heeft meegemaakt alleen dat hij met Jacqueline, Henk, Bertus en de Rooy worden gegijzeld. Voor de rest kom je niet echt veel te weten.



11. bijfiguren



Persoonsbeschrijving



Jacqueline, Bertus en Henk



Het zijn de andere drie leerlingen die gegijzeld zijn. Jacqueline is net als Gerard eerst ook erg bang, maar later begint ze een beetje met de gijzelaars te praten. Voor de rest kom je niet veel over haar te weten. Bertus is op het begin ook erg bang maar trekt zich van Leon en David niet veel aan. Hij heeft hele stengen ouders. Henk is alleen op het begin een beetje geschrokken en zegt de raarste dingen tegen de gijzelaars. later kan hij het goed met de gijzelaars vinden. Vindt zichzelf een stoere jongen en wil graag opvallen.



Meneer de Rooy



Hij is het niet met de gijzelaars eens en via hem kom je de mening van Evert Hartman te weten.



David



De tweede gijzelnemer. David is erg gesloten en zegt niet veel. Hij is ook erg fanatiek voor de beweging, maar laat dat veel minder merken. Hij let veel meer op de gijzelaars en vindt het ook niet erg fijn als de kinderen praten. David kent Leon van vroeger toen ze in hetzelfde dorpje woonden.



In het verhaal van Leon.



Chris, Luc, David, Walter en Kasper



Het zijn de jongens die in het instituut bij Leon op de kamer (kamer 20) zaten. Leon kon het beste vinden met Chris. Ze zijn later in het verhaal ook samen met Ramona en Shaira uit het instituut gevlucht.



Ramona en Shaira



Ramona is het zusje van Leon en ze is ook opgesloten in het instituut. Ze ontmoette Shaira waarmee ze samen met Leon en Chris ontsnapten. Shaira word dood geschoten tijdens hun ontsnapping als ze weer zijn opgepakt door de GEPO. Dat gebeurd door Edgar en nog een paar mannen.



Gustaf en Edgar Brenda



Gustaf is de vader van Leon die ook wordt opgesloten door de GEPO. Edgar is de broer van Leon die zich verstopte in zijn schuilplaats toen de GEPO kwam. Hij schiet met nog een paar mannen op de auto van de GEPO door hun was Shaira vermoord.



Juffrouw



De verpleegster in de ziekenkamer waar Leon lag toen hij was neergevallen.



De directeur van het instituut



Je komt zijn naam niet te weten alleen hij was heel erg boos op Leon omdat die dacht dat Leon loog.



Bernt Erwin en Felix



Zij liggen bij Leon in de ziekenkamer als hij is neergevallen tijdens de pleinoefening. Erwin ligt er omdat hij longontsteking heeft, Felix heeft hele erge eczeem en Bernt heeft astma die stikt wel eens bijna zij Felix.



12. inhoud



Dinsdag, 22 maart, 15.45 uur



Gerard, Jacqueline, Bertus en Henk zitten nog bij de Rooy in het lokaal ze krijgen bijles wiskunde, omdat ze er niet goed in zijn. Behalve Henk. Hij heeft zitten klieren dus moest hij voor straf blijven en een paar moeilijke sommen gaan maken. Als die zijn sommen af heeft vraagt die op die naar huis mag maar dat vind de Rooy niet goed hij moet gewoon blijven tot kwart over vier. Meneer de Rooy draait een shagje en steekt hem aan. Henk vraagt of hij er ook één mag opsteken. Maar als de Rooy antwoord wil geven horen ze ineens harden knallen. Henk kijkt uit het raam maar ziet niks hij vraagt of hij mag kijken maar dat vind de Rooy niet nodig. Even later horen ze harden, rennende voetstappen of het lokaal afkomen. Dan word ineens de deur open gesmeten en komen er 2 mannen naar binnen in donker groene jacks en blauwe broeken. Ze hebben machinepistolen bij zich. Ze trekken de deur gelijk weer achter zich dicht. Ze zeggen dat ze allemaal op de grond moeten liggen. De Rooy wil iets zeggen maar dan haalt de kleinste van de 2 de trekker over. Het salvo vliegt door de lucht tegen een tl-lamp. Er valt glas en hele lading stof naar beneden. Gerard gelooft niet wat er gebeurt. Hij is helemaal in paniek en gaat staan. Hij krijgt door een van de overvaller een harde trap. Gerard ziet zijn hele leven al aan hem voorbij gaan. Hij denkt aan ontsnappen maar dat laat hij snel uit zijn hoofd. Dan hoort hij een radio en dan krijgt hij door dat ze gegijzeld zijn. Hij vraagt zicht af: waarom willen ze dat? Wat zijn ze van plan? En waarom hebben ze juist hen overvallen?



Dinsdag, 22 maart, 17.00 uur



'Radionieuwsdienst, verzorgd door het ANP. In een schoolgebouw in Haagwoude houden sinds vier uur vanmiddag twee gewapende mannen een groepje leerlingen en een leraar in gijzeling. Om vijf voor vier, ongeveer een half uur nadat de meeste lessen waren afgelopen, drong het tweetal schietend de school binnen, waarbij een conciërge gewond raakte door rondvliegende glasschreven. Daarna begaven ze zich meteen naar een lokaal op de derde verdieping, waar een aantal leerlingen bijles kreeg. Vlak na de bezetting van het lokaal is er naar buiten geschoten, maar daarbij werd niemand geraakt. Ook in het lokaal zelf zijn schoten gehoord. Wie de bezetting heeft uitgevoerd is vooralsnog onbekend. Ook onbekend is wat de eisen van de bezetters zijn. Terwijl tot nu toe niemand de verantwoordelijkheid voor de actie heeft opgeëist. De politie heeft de omgeving van de school afgezet en er worden voorbereidingen getroffen voor de inrichting van crisis- en beleidcentra.

Veder binnenlandsnieuws…’



De twee overvallers staan na dit nieuws bericht met elkaar te praten en kijken daarna naar hun gevangenen. Gerard vraagt zich weer af wat die gasten nou willen. De Rooy kucht zacht voor hij begint te praten: ‘mogen wij misschien weten waar dit allemaal goed voor is?’ Hou je mond zegt de langst tegen hem. ‘nog één woord of ik…!’ Hij pakt zijn machine pistool. Gerard word weer helemaal gek en er gaan weer allemaal vragen door zijn hooft. Na een klein half uurtje draaien de mannen aan de knop van de radio. Ze horen weer de nieuwslezer. Het is bijna het zelfde verhaal, maar opeens is Gerards aandacht extra gespannen.



Aan het eind van het radio nieuws word er gezegd: “inmiddels heeft de politie, die spreekt van een ‘goede voorbereide actie’ het kordon om het schoolgebouw verstrekt. Met de bezitters zelf zijn nog echter geen contacten gelegd. Hoe groot de groep gegijzelden is, is niet precies bekend; vermoedelijk gaat het om vijf tot acht leerlingen met een leraar.”



Vijf tot acht leerlingen? Hoe komen ze daar nou weer bij denkt Gerard. Hij is weer bang want wat zal er gaan gebeuren met ons als de minister-president het niet doet?

ze horen een helikopter aankomen. De overvallers staan met hun machinepistolen en schieten op de helikopter. Daarna haalt de kleine het patroonmagazijn uit zijn pistool en pakt een nieuwe uit de tas. Ze hebben dus genoeg kogels…

Gerard moet naar de wc maar durft het niet te vragen. Even later steekt Henk zijn vinger op en vraagt op hij naar de wc mag. De lange man denkt even na en zegt iets tegen de ander en zegt ja. Al Henk geweest is en gaat zitten zegt de man: over een half uur mag de volgende. Het is zeven uur als de lange terrorist opstaat en heen en weer loopt, hij heeft zijn pistool in zijn hand alsof hij wil schieten. Bij het nieuws blijft die stil staan alsof die het net wil missen. Het is toch weer het zelfde. De man bij het raam doet de gordijnen dicht loopt naar de deur en doet het licht aan en zegt: twee naar de wc! Gerard en Jacqueline staan op. Jacqueline moet als eerst zegt de man. Gerard denkt te ontsnappen maar doet het niet. Henk zit op de grond, het lijkt of hij gymnastiekoefeningen aan het doen is. Hij buigt zijn benen alsmaar en strekt ze dan weer. Totdat één van de terroristen naar hem toe stapt en begint te gillen dat hij stil moet zitten. Henk gaat in elkaar zitten alsof hij een hond is. Gerard kan het niet meer aan zien en denkt aan iets leuks aan de paasvakantie.



Woensdag, 23 maart, 02.00 uur



Gerard droomt. Hij droomt over een overstroming. Hij zit opeens op een vlot en ziet een monster. Met een schok wordt hij wakker. Hij ligt op de grond in het lokaal. Hij kijkt om zich heen en ziet de Rooy met een arm om Jacqueline. Normaal zou die dat raar vinden, maar nu denkt hij dat de Rooy dat heeft gedaan om haar te beschermen. De Rooy doet zijn ogen open en kijkt naar Gerard. De Rooy fluistert iets maar Gerard verstaat het niet. De Rooy fluistert het iets harder en Gerard probeert zo goed mogelijk te luisteren en hij hoort het. De Rooy zei dat alles goed komt. Waarschijnlijk wil hij daarmee zeggen dat Gerard gewoon verder moet slapen. De Rooy sluit zijn ogen weer. Gerard denkt na en valt weer in slaap.



Woensdag, 23 maart, 07.00 uur



Gerard is al een tijdje wakker. Hij zit tegen een muur. Hij luistert naar het nieuws. Het nieuws is hetzelfde als gister en het boeit hem niet echt meer. Hij wil nog veel langer slapen. De gijzelaars praten met elkaar. De langste gijzelaar loopt naar het groepje gegijzelde en wijst Henk en Bertus aan. Ze mogen naar de wc en ze mogen wat drinken. Als ze terug zijn mogen Gerard en Jacqueline. Daarna gaat de Rooy. Als hij terug is, krijgt hij een blaadje. Hij moet daarop schrijven:‘eten om negen uur neerzetten op de gang.’ Het wordt door één van de gijzelaars opgeplakt tegen het raam. Even later krijgt meneer de Rooy een niet blaadje en moet daar opschrijven: panterwagen weg! Het plaatje word ook tegen het raam geplakt. Gerard gaat zitten piekeren omdat hij bang is dat ze geen eten neerzetten. De man wijst ineens Leon aan hij staat op en loopt achter de man aan die de deur open houd voor hem. Aan het eind van de gang staat een doos. “Jij gaat dat eten halen” zegt de man met zijn machinepistool, “en waag het niet te ontsnappen.” Gerard ziet allemaal tv-films voor zicht waar het ontsnappen altijd zo makkelijk gaat. Langzaam loopt hij naar de doos. Hij tilt de doos op hij is zwaarder dan hij verwacht had. Hij loopt terug naar het lokaal. Als die binnen is moet die de deksel eraf halen. Hij begrijpt meteen waarom de dood zo zwaar is. In de doos zit ook een portofoon in de doos. Ze gaan eten. De rooy heeft een paar boterhammen klaar gemaakt en vraagt een de gijzelaars of ze ook willen maar ze hoeven niet en de Rooy moet weer terug gaan en gaan zitten. Onder het eten maakt de portofoon een gek geluid als of hij gaat exploderen. De terroristen laten de portofoon met rust en laten hem liggen. De langste terrorist zegt dat ze op de grond moten zitten. Er gaan minuten voorbij, maar de portofoon laat zich niet meer horen. Gerard vraagt zich af waarom ze die portofoon niet gebruiken.



Woensdag, 23 maart, 11.45 uur



Al drie kwartier lang heeft niemand iets gezegd. De terroristen lopen heen en weer. En dan moet de Rooy van de overvallers bij het raam gaan staan met een wit doek voor zijn gezicht. De radio word uitgezet en iedereen in het lokaal is stil. De Rooy liep er heen alsof zijn laatste uurtje had geslagen. Maar naar een kwartier mocht hij weer weg.

Om één voor twaalf ging de radio weer aan. Weer begon het journaal over de gijzeling. En de overvallers hadden een brief geschreven wat ze wouden en daarin stond dat de minister op de radio moest komen en wie kwam er niet de minister. Ze worden zo boos. Uit woeden gooide de twee tafels en alles om. Over de grond liep melk, die ze net hadden gekregen. De Rooy nam het woord. Hij vroeg hoezo ze hen gevangen hielden als ze zelf de gevangen die onschuldig vast zitten wilden bevrijden. Waarop ze zijden dat De Rooy het niet wou begrijpen. Hij probeerde nog meer vragen maar na een tijdje hield hij er toch maar mee op.



Om even na half drie gaat er een portofoon af. De blonde overvaller die Leon heet zegt ja. Dan begint een man die Bakker heet te praten: “Mijn naam is Bakker, en de regering heeft mij afgevaardigd voor een gesprek met u. Wij zijn bereid tot een open en eerlijk gesprek als u daarmee akkoord gaat.” Waarop Leon zei: “Als u niet aan onze eisen voldoen, valt er niets te praten.” “Al wij uw eisen serieus moeten nemen moeten wij wel praten”, komt het terug. “de enige basis voor een gesprek is wat er in de brief staat. En dat zijn geen wensen dat zijn eisen. En jullie krijgen alsnog de tijd om daaraan te voldoen… tot vanavond negen uur”. En dan reageert Leon niet meer op het commentaar van Bakker. De kinderen gaan kaarten. Ze krijgen honger en de langste terrorist wijs naar de doos. Henk word de brood zat en dat zegt die hard op, daardoor moet die opstaan en stil blijven staan. De rest gaat maar weer verder kaarten. Af en toe kijkt Gerard even naar Henk die nu niet meer stil staat maar heen en weer staat te wiebelen. Even later mag Henk weer gaan zitten. Nu vind Gerard dat de die kerels helemaal niet zo beroert zijn anders hadden ze hem wel laten staan tot die erbij neerviel.



Woensdag, 23 maart, 22.30



Gerard ligt in een slaapzak hij is donker groen met een capuchon, gemaakt van donzig materiaal. Van zijn trui en spijkerbroek heeft hij een kussen gemaakt. Hij is alles behalve gelukkig, want nu weet hij wat de bezetters van plan zijn, anders hadden ze niet om toiletartikelen en schoonmaakspullen gevraagd, waarvan ze alleen maar het laatste hebben gehad. Leon vroeg zich af waarom de lichten waren uitgedaan. om hen te laten slapen? Maar hij kan toch niet slapen hij zou liever wat te lezen hebben dan zou die zo in slaap vallen. Thuis heeft hij onder zijn bed ook een hele stapel stripboeken liggen. Daar zou die er nu een paar van willen hebben hadden ze tenminste wat te doen. hij begint te fantaseren.



Donderdag, 24 maart, 08.00 uur



Gerard word wakker van een nieuws uitzending, waarin geen nieuws word verteld, tenminste niet over hun. Hij vraagt aan Bertus of die goed geslapen heeft. Bertus antwoord dat hij al om 5 uur wakker was. Hij begint maar wat te vertellen een beetje uit verveling. Ze praten over een aquarium die ze allebei hebben. Daarna gaat het over een racefiets. Ze praten nog even verder en kijken dan rond. Bertus verteld dat die al 2 keer het nieuws heeft gehoord en allebei de keren ging het niet over hun. Bertus verteld dat die altijd drie kwartier per dag de krant moet lezen en ook altijd naar het nieuws moet kijken. Jacqueline vraagt zich af of ze hun zijn vergeten tot dat de Rooy antwoord dat, dat niet kan. Rond een uur of negen word er in de gang een kantine wagentje met eten gezet. Zie je wel dat ze ons niet vergeten zijn, zegt Jacqueline zachtjes. Ze gaan eten. Na het eten piept de portofoon. Leon pakt hem op. Maar als hij de woorden van bakker zat is drukt die de portofoon weer weg. Leon denkt aan de woorden van bakker en begint te fantaseren. Jacqueline verveelt zich ze wil wat te lezen hebben. De Rooy stelt voor dat ze aan het werk gaan en vraagt welke boeken ze bij zich hebben alleen Henk laat dat dus niet gebeuren en vraagt aan de Rooy of die gek is geworden. De langste staat op en vraagt waarom ze daar over gaan praten terwijl er tienduizenden mensen zitten opgesloten. En dat er alleen op een dag als vandaag al tientallen politieke moorden worden gepleegd. En dat er dan ook nog honderden kinderen doodgaan van de honger. De Rooy schut zijn hooft. En zo praten ze nog een tijdje door. Daarna gaan ze praten over Leon ze vinden hem eigenlijk helemaal zo erg nog niet.



Donderdag, 24 maart, 18.00 uur



Als Gerard het wagentje met eten door de gang duwt, is hij niet bang meer. Eigenlijk gaat hij het allemaal gewoon vinden. Hij is zelf nieuwsgierig naar wat er allemaal in de dozen zit. Het lijkt of er speelgoed in zit. Gerard moet die dozen buiten de deur zetten. Hij begrijpt het niet, maar als hij naar Leon kijkt begint hij het te begrijpen,waarschijnlijk is Leon bang dat er gevaarlijke spullen inzitten, bijvoorbeeld iets dat explodeert als je een doos openmaakt. Gerard luistert maar naar Leon. Ze gaan eten. Onder het eten is het stil, totdat Jacqueline plotseling aan Leon vraagt of ze echt niet in de dozen mogen kijken. Hij zegt dat het mag als ze klaar zijn met eten. Als ze in de dozen hebben gekeken word Henk boos omdat er in de doos klei zit en hij vindt dat, dat voor kleuters is. Hij reageert het op de anderen af. Als hij wil weglopen word die tegen gehouden door de Rooy. Maar de Rooy houd hem niet. Gerard en Bertus proberen het ook. Ze houden hem tegen tot dat Henk ineens begint te huilen. De Rooy gaat met hem praten. Jacqueline is helemaal bang geworden dus Bertus stelt haar tot rust. Ze begint weer een beetje te lachen.



Donderdag, 24 maart, 21.00 uur



Een uur geleden hebben David en Leon kranten geëist en gekregen. Alleen Gerard en de anderen mogen er niet in kijken. Gerard vraagt zich af waarom dat niet mag, ze mochten toch ook de radio meeluisteren. Henk verveelt zich terwijl de anderen schaakstukken met de klei aan het maken zijn. Henk wijst naar het geweer van Leon en vraagt of het een Uzi is. Leon knikt. Gerard blijft allemaal dingen vragen alleen het lijkt of Leon er niet in is geïnteresseerd. Als Henk vraagt of ze, ze hebben gestolen geeft Leon toe dat ze gestolen zijn. Leon begint steeds geïnteresseerder te worden. Als meneer de Rooy tegen Henk zegt dat die moet stoppen met vragen word Leon zelfs boos en zegt dat Henk de enige is die begrijpt waarom ze die allemaal doen. ze blijven nog een hele tijd door praten. David begint nu ook mee te praten. Tijdens hun gesprek gaat de portofoon. Leon is het niet met bakker eens en zegt dat als ze hun niet begrijpen ze maar beter ook geen contact meer kunnen leggen en Leon ze de portofoon uit. Gerard is het helemaal met Leon eens.



Vrijdag, 25 maart, 11.00 uur



Ze hebben een nieuw spel bedacht: alle spreuken en kreten die in de banken zijn gekrast verzamelen ze en maken er nieuwe rijmpjes van. Maar dat worden ze ook een beetje zat. Jacqueline vraagt of ze schoonmaakspullen mag. Van Leon mag het. Als Jacqueline gaat schoonmaken vraagt ze met een zachte stem: ‘Zijn jullie ook uit jullie land… gevlucht?’ ze had het niet gedacht maar Leon reageerde op haar vraag. ‘Ja, we zijn gevlucht.’ Ze gaan praten en Leon verteld over zichzelf en over David . Hij geen werk heeft maar ze aan het studeren zijn en af en toe klusjes doen. Leon woont hier al vijf jaar en David twee. Ze kende elkaar al toen ze een jaar of veertien, vijftien jaar waren. Ze kwamen uit een dorp aan een kleine rivier. Het land was een communistisch land. De majoor zou een einde maken aan het communisme maar in plaats daarvan, ging het van een communistisch land naar een nog erger communistisch land. Edgar de broer van Leon was het met het communisme niet eens en werd al gezocht. Omdat hij zijn eigen mening had en dat was verboden. Sinds Leon in Nederland was wist hij niet hoe het met Edgar ging omdat hij was gepakt en zat nu in de gevangenis. Toen hij dit verteld werd hij rusteloos, en zei dat wat hij had meegemaakt hij nooit zou vergeten. Jacqueline vroeg wat dit was.



Het verhaal van Leon.



De inval



De avond was drukkend warm. Leon en Ramona probeerde te slapen. Tot Leon een auto hoorde langs rijden. En hij stopte. Er was waarschijnlijk iets niet goed. Er stopte nooit een auto ‘s nachts. Het was vast de GEPO. Snel moesten ze hun vader en Edgar waarschuwen zodat Edgar zich kon verstoppen zodat hij niet gevangen zou worden genomen. En ja hoor er werd op de deur geklopt: de politie, doe open. Daar kwam vader en heel rustig deed hij open, en wat denk je, ze vroegen meteen naar Edgar. Hij had een paar dagen terug een aantal partijleden uitgescholden. Leon die dit niet kon aanzien ging naar beneden om de kijken wat er aan de “hand” was. Opeens werd hij zo woedend dat hij naar het keukentje glipte en pakte de pook. Toen er twee mens van de GEPO binnen kwamen probeerde hij er een te raken. Hij miste en toen hij het nog eens probeerde sloeg hij een van de mannen op zijn arm. Hij probeerde nog een keer te slaan maar een hand hield hem tegen. En de man gooide hem tegen de muur. En ineens begon alles te golven en de mannen werden schaduwen.



De schuilplaats



Leon heeft een tijdje buitenwesten gelegen. Toen hij weer wakker was, was zijn vader al meegenomen door de GEPO, en Edgar zit nog in de schuilplaats. Als ze Edgar helpen om uit de schuilplaats te komen. Vraagt Edgar wat er allemaal is gebeurd. Ramona vertelt het hele verhaal. Edgar zei dat ze nu maar moesten gaan slapen en dat ze zich geen zorgen moesten maken. De volgend ochtend toen ze wakker werden kwam er weer een auto. Weer was het de GEPO. Weer moesten ze Edgar wakker maken zodat hij zich weer kon verstoppen. Toen de GEPO eenmaal binnen was moesten Ramona en Leon zich aankleden en moesten mee. Toen ze buiten waren moest Leon overgeven waarschijnlijk kwam dat door de klap van gister. Ook had hij zorgen over Edgar, hij kon namelijk niet alleen uit de schuilplaats komen. Toen hij aan het overgeven was zag hij dat Posan stond te kijken en Leon maakten een gebaar dat Edgar nog in huis was. En voor ze het wisten zaten ze in de auto op weg. Maar waar gingen ze heen…?



Kamer 20



Na een rit van ruim twee uur stopt de auto ineens, bij een hek. Op dit hek staat geschreven: “INSTITUUT VOOR NATIONALE OPVOEDING EN ONTWIKKELING.” Na de binnen komst worden ze even ondervraagd. En daarna worden ze van elkaar gescheiden. In kamer 20 waarin hij geplaatst is, staat zijn kast met kleren van het instituut er in en school boeken die over hoe goed het communisme is gaan. En er zijn er heel veel regels en als iemand in de kamer een regel overtreedt dan word de hele kamer gestraft. De bel gaat het is etenstijd. Heel kamer 20 loop naar de grote zaal waar gegeten wordt. Als eindelijk kamer 20 aan de beurt is om eten op te scheppen word Leon aangesproken omdat hij geen uniform aan heeft. Daarna wordt hij en de hele kamer gestraft omdat hij geen bestek kon vinden en daarna kreeg hij op zijn kop van de kamer dat hij hun eten heeft afgenomen.



Angst om edgar



Langzaam trok Leon zijn kleren aan die hij in zijn kast had gevonden. Ze zagen er redelijk nieuw uit. Allen de sokken zaten strak om zijn enkels en de trui prikte in zijn hals. Hij begon een gesprek met de jongens in de kamer. Het verhaal begon met de vraag van Leon over hoelang ze al in het instituut zaten. Daarna over de straffen die ze krijgen, als er één iets verkeerd doet word de hele kamer gestraft. Hij vroeg of er wel eens iemand werd geslagen of gemarteld maar dat doen ze niet. Der ging een zoemer dat betekent dat ze les hebben. Ze gaan naar het lokaal. Alleen namen worden opgenoemd om te kijken of iedereen aanwezig is. Na drie kwartier is de les voorbij. Ze gaan terug naar hun kamer. Leon denkt aan Edgar hij vraagt zich af of die wel is bevrijd. Chris vraagt aan Leon waarom zit je zo te staren. Leon zegt dat die naar de directeur wil. Chris vraagt waarom en Leon verteld het verhaal. Chris vind ook dat die het moet vertellen aan de directeur dus Leon gaat erheen. Eerst mag die niet naar binnen van een bewaker maar als die zegt dat zijn broer nog thuis zit mag die binnen komen. Hij vertelt het verhaal maar de directeur word boos omdat die heeft gelogen. Hij loopt weet terug naar zijn kamer. Chris vraagt meteen hoe het is gegaan. En Leon antwoord: “ ze doen er niks aan ze laten hem dood gaan”. “De schoft!” fluisterde Chris. “de ongelofelijke schoft!” Leon kijkt hem met brandende ogen aan en zegt dat hij vanavond gaat ontsnappen.



De pleinoefening



Vertelt zonder dat de andere het kunnen horen dat hij niet kan ontsnappen. Maar Leon luistert er niet naar en blijft bij zijn woord dat het altijd kan. Maar dan legt Chris uit wat er gebeurt met de anderen in de kamer. Leon weet er geen antwoord op te geven. Ze hebben pleinoefening Leon wil niet hij heeft hoofdpijn maar hij moet meedoen. “Opstellen in rijen van drie!” commandeerde de bewaker. “Én monden dicht.” De bewaker vertelt een heel verhaal maar Leon denkt aan Ramona. Ze moeten allemaal in de houding van een soldaat gaan staan en achter elkaar aan lopen in looppas. En dat een paar rondjes in zwaar tempo ze zijn blij als ze naar hun kamer mogen. Als Leon de kamer in komt haalt hij een beker uit de kast en vult die in een ander kamertje met water en drinkt het op. En zetten zijn beker weer terug. Hij ging zitten en vroeg waarom hun eigenlijk in dit instituut zitten iedereen vertelde het alleen Walter wou het niet zeggen. Maar toch zij hij het. Hij zei dat zijn vader zijn moeder had doodgeslagen hij zit nu in een inrichting en daarom moes die naar het instituut. Iedereen was stil. Alleen Luc begon een beetje lullige opmerkingen te maken tot dat Chris er wat van zij. Bijna een kwartier lang werd er niks gezegd en toen ging de zoemer ze moesten eten. Er werd een gedicht voorgelezen. Als het gedicht af is word er door de microfoon gezegd dat kamer 20 naar de gang moet komen. Leon moet naar voren komen. Hij zei dat Leon weer had gelogen omdat zijn broer niet meer in de schuilkamer zat. Daardoor moesten ze een extra pleinoefening doen van twee minuten. Kasper werd boos op Leon maar Chris kwam voor Leon op. Leon was blij, want Edgar was vrij. De pleinoefening was zwaar maar Leon probeerde ze bij te houden totdat hij weer vlekken zag en neer viel op de grond.



Engel in de ziekenzaal



Toen Leon wakker werd lag hij in de ziekenkamer hij keek om zich heen en zag twee bedden staan. In één ervan zat een jongen met allemaal rode vlekken. volgens Felix, de jongen met de rode vlekken, heeft hij ’s nachts overgegeven. De juffrouw vindt dit niet leuk, vertelde hij. Hij vroeg zich af wie die juffrouw was hij was is een beetje verwart. En kijkt naar een jongen tegen over hemen zag iets van een wit gezicht op een kussen. De jongen met de rode vlekken, zegt dat het Erwin is en de jongen naast Leon is Bernt die heeft astma. Leon word een beetje gek van Felix omdat hij te veel praatmaar hij zegt niks tot dat Bernt er iets zegt. Felix houd gelijk zijn mond. Leon viel in slaap.



Leon is wakker van het geluid van stoelen. Hij keek om zich heen en zag dat Felix uit zijn bed was. De deur ging open het was de verpleegster met de dokter. De dokter zegt dat Leon over twee dagen wel weer beter is. De dokter zegt dat die over twee dagen terug komt. Omdat Leon het ontbijt had gemist kwam Felix het brengen voor hem. Na dat hij het op had gegeten kwam er een meisje de kamer binnen. Leon vond haar een engel en vergat te kauwen op een stukje brood. Toen ze vroeg hoe hij heette kon hij amper zijn eigen naam zeggen. Na een aantal vragen hoe hij hier terecht was gekomen vertelde Shaira, zo heet de engel, hoezo zij hier was. Leon vroeg wat er met haar arm was. Ze zij dat ze haar sleutelbeen had gebroken omdat ze van de trap was gemieterd. Ze zegt dat ze epilepsie heeft en een aanval had waardoor ze van de trap viel. Toen Shaira weg ging zei ze dat ze nog wel terug zou komen. Toen Shaira de kamer uit liep botste ze bijna tegen Felix op. Felix vroeg waarom ze in de ziekenkamer was ze zei dat ze verstoppertje speelde en geen goeie plek kon vinden dus dat ze ging kijken of ze zich daar kon verstoppen. Toen ze de deur dicht had gedaan maakten Leon zich zorgen omdat hij een harden vrouwenstem hoorden en hij bang was dat ze straf kreeg. Maar Bernt stelde hem gerust dat ze nooit straf kreeg en anders zou ze zich er toch niks van aantrekken.



Een vriend voor Felix



Die dag kwam Shaira niet terug. Leon was bang dat ze toch straf zou hebben gehad. Hij zat te piekeren. Leon denkt nog een tijdje over haar, hij praat nog wat met Bernt die ook in de ziekenzaal ligt, dan gaat de deur open. Het is de bewaker Sedaka. Als Leon een brutale opmerking maakt, wordt hij boos. Als hij weg loopt, zegt hij tegen Leon dat hij er nog wel problemen mee gaat krijgen. Felix is trots op Leon en noemt hem zijn vriend. Even later als de zuster binnen komt en voelt aan Erwin’s pols is zijn koorts al minder en ze zegt tegen Leon dat hij zich minder brutaal moet gedragen.



Twee dagen later

Als de juffrouw binnenkomt, moet Leon oefeningen gaan doen. Ze ziet dat het Leon nog helemaal niet goed lukt. Dus ze vraagt aan hem of hij een tijdje in het schuurtje wil blijven, ander zal de dokter hem waarschijnlijk terug stuurt naar de kamer waar hij vandaan komt. Leon vindt het goed. Ze rennen samen heel hard naar het schuurtje zodat ze niet gezien worden. Als de juffrouw even later weg is, ziet Leon dat er heel veel gereedschap ligt, hij pakt een draadtang en legt die op een balk zodat hij hem van buitenaf kan pakken, zodat als hij wil ontsnappen hij het hek makkelijk kapot kan maken. Even later komt Sedaka hem ophalen, als hij weer terug is vraagt Bernt waar hij als die tijd geweest is, Leon zegt dat ze hem nodig hadden voor een onderzoek.



Afspraak met Shaira



De dagen die volgde voelde Leon zich goed. Hij deed zelf kribbig oefeningen om zijn benen sterker te maken. Even later komt Sedaka binnen. Hij is de dokter en bewaker in één. Die zei tegen Leon dat hij de volgende dag naar het instituut moest. Maar dat wilde hij niet. Eerst moest hij zijn plan aan Shaira vertellen. Dus glipte hij weg om naar Shaira te gaan. Toen hij daar aankwam kwam Shaira achter een kastdeur vandaan. Als Shaira’ s kamergenootje weg is begint hij te vertellen. Hij vertelt haar dat hij een manier heeft om te ontsnappen. Als Shaira dit hoort wordt ze helemaal blij. Hij vraagt haar om te zorgen dat ze over een paar weken weer in het “ziekenhuisje” terecht komt. Maar Shaira moet wel Ramona meenemen. Samen met zijn drieën willen ze ontsnappen. Toen hij dit had verteld ging hij weg en ging alvast zijn spullen inpakken. Toen die weer in kamer 20 kwam waren de andere jongens blij hem te zien, alleen van kasper moest hij wel de regels uit zijn hooft gaan leren.



De steengroeve

Leon leert de regels goed uit zijn hoofd: hoelaat ze moesten opstaan; hoe ze de kamers schoon moesten houden:hou ze zich moeten gedragen bij het eten, tijdens de lessen en werk buiten het instituut; hoe ze alle opdrachten van de bewakers onvoorwaardelijk moesten uitvoeren. De dagen erna probeerde hij zich zo goed mogelijk aan de regels te houden. De eerste keer dat ze het instituut verlieten en naar de steengroeven gingen was hij best wel een beetje gespannen. Onderweg naar de steengroeven dacht hij aan het ontsnappen hij zag nu een beetje hoe hij moes gaan lopen. Het werken in de steengroeven is zwaar werk en als ze klaar zijn met werken. Mogen ze een half uur pauze houden, maar dan gaat de zoemer weer af en hebben ze weer les. Leon begon aan het leven op het instituut te wennen, maar ook te haten. Chris en Leon praten samen over de bewakers, Chris vind dat ze heel anders doen. Als Leon erop let ziet hij dat Chris gelijk heeft.



Onrust in het Instituut



De bewakers veranderen steeds erger. Een paar dagen later verscheen er een legerauto. Er kwamen gewapende militairen uit. Het gerucht gaat dat het leger in opstand was gekomen. De jongens praten erover.



De volgende dag

Het begon als alle andere dagen alleen na het eten moest iedereen zich op het plein verzamelen daar vertelt de directeur wat er allemaal aan de hand is. Als hij klaar met vertellen is mogen ze een halfuur uitrusten, daarna hebben ze les. Als ze op de kamer komen begrijpen ze nog niet wat er aan de hand is. Als ze zoemer gaat, gaan ze naar de les. Als de les is afgelopen praten de jongens over Malisko, maar als Awarsu binnen komt en zegt dat hij alles heeft gehoord en erg boos is, weet Chris het weer goed te praten. Als Leon even later uit het raam kijkt ziet hij een donkere deken hangen. Alle jongens moeten oefeningen doen, voor als ze worden aangevallen.



‘Gekke’ Felix



De hele dag moeten de jongens pleinoefeningen doen en krijgen ze les. Leon is aan het einde doodop. Na het avond eten snijd Leon zich expres in zijn arm zodat hij naar de ziekenzaal mag. Maar Sedaka stuurt Walter en Chris mee. Leon wil dat eigenlijk niet maar het moet van Sedaka. Uiteindelijk wil Chris ook mee ontsnappen, maar Walter wil niet dus hij blijft in het instituut. Felix lijdt Sedaka af zodat ze kunnen ontsnappen maar dan horen ze schoten. Ze zien dan dat Felix op de grond ligt. Ze pakken snel het gereedschap en knippen het hek door.



Storm in de bergen



Toen ze met zijn vieren door het hek kropen gingen ze als een speer weg, want als ze gepakt zouden worden weet je maar nooit wat er met ze zou gebeuren. Ze lopen al een paar uur door de bergen, als Shaira ineens in elkaar zakt. Ze reageert niet meer, Leon schrikt maar Ramona zegt dat ze waarschijnlijk een toeval heeft. Het kan lang duren dus daarom tilt Chris haar op en neemt haar mee in zijn armen. Na een tijdje komen ze bij een schuurtje aan het zit op slot, ze krijgen het niet open. Ramona vindt een touw en daarmee krijgen ze het slot open. Als het slot open breekt brengen ze Shaira naar binnen. Ze praten wat met z’n drieën tot dat ze zien dat Shaira bijkomt. Ze vertelen Shaira wat er aan de hand is. Na een tijdje besluiten ze om weer verder te lopen. Dan vinden ze in het schuurtje dynamiet en een touw ze nemen het mee want misschien kunnen ze het wel gebruiken.



Het huis bij het meer



Na weer een hele dag te hebben gelopen komen ze bij een huis aan dat staat leeg. Ze besluiten om daar te gaan slapen. De volgende ochtend als ze wakker worden merken ze dat Shaira er niet meer is, die was naar buiten naar eten aan het zoeken. Tijdens haar zoektocht komt ze een jongetje tegen die een jaar of acht is en heeft een appel in zijn hand. Het jongetje heet Gino. Hij zag meteen dat ze uit het instituut waren ontsnapt omdat ze de kleren nog aanhadden. Toen kwam de moeder van Gino naar buiten en ze zag ook meteen dat ze uit het instituut waren ontsnapt. En zij nodigde hen uit om een hapje te eten. Leon vertrouwde het niet helemaal. Nadat ze hen te eten had gegeven vroeg ze waar ze heen gingen. Chris die het woord nam antwoorden heel vaag. Maar de vrouw wilde hen helpen. Zij wou hun kleren geven en geld en ze konden haar roeiboot lenen om naar de overkant van het meer te varen. Ze waren er alle vier stil van. Totdat Shaira iets durfde te vragen. Ze vroeg waarom de vrouw dit allemaal deed. Ze vertelde dat haar man hoofdbewaker was van het instituut. Maar hij was opgepakt en zat nu in de staatsgevangenis. Na afscheid van haar genomen te hebben vertrokken ze naar de overkant van het meer en zo konden ze daar de trein pakken.



De hinderlaag



Toen ze in de trein zaten ging alles goed. Tot op een ogenblik. Bij een station stapte er twee politie mannen in. Ze vroegen aan de vier waar hun persoonsbewijzen waren en die waren ze alle vier “verloren”. Hier trapte de twee agenten niet in en ze moesten met hen mee en waar heen wisten ze nog niet. Misschien terug naar het instituut. Ze wisten het nog niet. Ze reden in een auto en een tijdje ging dit goed. Maar toen kwamen er allemaal kogel door de auto en opeens hoorde ze een gil. Shaira was geraakt. Ze was even buiten westen en toen ze wakker werd zei ze nog een ding dat ze het licht zag en het licht kwam naar haar. En toen lag ze stil en haar ogen doofde als een kaarsje. Er kwam een man met donkere kleding en een vechtpet op hij had een machine pistool in zijn handen. Ze moesten uitstappen. En opeens hoorde ze Edgar die hen riep. Hij had hun stemmen gehoord en was blij hun te zien. Leon was ook blij maar ook kwaad door hen was Shaira nu dood. Het bevrijdingsleger vond het dynamiet van Chris die hij had meegenomen uit het instituut. Hiermee konden ze hun vader bevrijden. En zo gingen ze weg op naar de staatsgevangenis.



Vrijdag, 25 maart, 17.00 uur



na het verhaal van Leon heeft Gerard het gevoel dat die is wakker geworden in een vreemde omgeving: het bedompte lokaal met de effen gordijnen en de kalen bakstenen muren is een andere wereld, die past niet bij een land met bergen, bossen bruisende rivieren. Hij begint te fantaseren maar hij moet van zichzelf stoppen. Hij hoort Jacqueline fluisteren: ‘is dit allemaal echt gebeurd?’

Leon knikt. Ze vinden het allemaal heel erg en beginnen met elkaar te praten over het verhaal dat Leon net heeft verteld. Leon verteld dat Edgar gelijk weer is gevangen genomen toen ze een nieuwe president hadden gekregen. Hij vertelt dat hij niet weet hoe het nou met hem is en wanneer die vrij komt weet ook niemand. Ze praten een hele tijd door. Totdat ze op de radio het nieuws horen. Ze zijn allemaal dood stil. Der worden allemaal erge onaardige dingen gezegd over Leon en David de leerlingen en meneer de Rooy zijn woedend, maar ze kunnen niks doen. Leon draait een beetje door en zegt dat de radio uit moet. De Rooy legt Leon uit hoe het komt dat de mensen zo reageren. Ze krijgen een beetje onenigheid Jacqueline gaat daarom maar opruimen en de Rooy gaat een shagje draaien.



Zaterdag, 26 maart, 04.30 uur



Gerard is al een poosje wakker en luistert naar de wind en de regen die tegen de ramen slaan. Hij luister ook naar de ademhaling van de anderen die net als hij ook helemaal in hun slaapzakken zijn gedoken. Hij zit te denken hij zou makkelijk kunnen ontsnappen iedereen slaapt namelijk maar dat doet die niet. Hij hoort getik op de grond het lekt. Dat komt door die kapot geschoten tl-lamp hij is bang der zitten allemaal elektrische draden hij is bang dat er kortsluiting zal komen en er dus brand uit zal breken. Dan zouden ze weg moeten. Hij zit weer een te piekeren. Tot hij een geluid hoor vanaf het dak. Henk die ook wakker is vraagt wat er is en zegt dat Gerard gek is. Leon word wakker en vraagt wat er is. Als Henk zegt dat Gerard gekraak hoort maar hij meteen David wakker. Binnen een paar tellen is David zijn slaapzak uit en staan ze samen met hun geweren in de aanslag. Ze luisteren en zijn heel stil. Als ze het geluid weer horen willen ze schieten, maar de Rooy houd ze tegen en zegt dat ze de portofoon moeten pakken en moet zeggen dat ze van het dak moeten. De Rooy pakt de portofoon ook al heeft David gezegd dat de Rooy moes gaan liggen. De Rooy zegt door de portofoon dat ze het dak af moeten. Eerst word er gezegd dat er niemand op het dak loopt maar later horen ze toch dat de voetstappen verdwijnen. Die morgen slaapt niemand meer. Ze gaan weer praten. Het gaat over Bertus en dat zijn ouder best streng zijn. Later hebben ze het over zakgeld hoeveel ze allemaal krijgen. Bertus krijgt het meest. Plotseling vraagt Leon of ze stil willen zijn. Nu praten ze weer een beetje over het land waar David en Leon vandaan komen.



Het is tien uur en Jacqueline, Gerard, Bertus en Henk mogen zich wassen zonder dat Leon of David meegaan. Ze hebben toiletartikelen gehad. David en Leon zijn in een diep gesprek en als ze na een uur ineens zeggen tegen de leerlingen en de leraar dat ze weg mogen gaan willen Jacqueline, Gerard, Bertus en Henk niet. Ze willen blijven, maar als ze dat zeggen worden David en Leon alleen maar kwaad. Dus De Rooy pakt de portofoon en zegt tegen meneer Bakker die nog steeds met de portofoon zit dat Leon en David zich willen opgeven. Bakker vraagt of er gewonden zijn maar die zijn er niet en dan sluit hij het gesprek.



Zaterdag, 26 maart, 11.35 uur



In de gang horen ze gumoer en nog even later gaat de deur open en er stormen er vijf zwaargewapende mannen binnen. Ze werpen zich op Leon en David en ze slaan hen in de hand boeien. Gerard die heel kwaad is geworden wat ze allemaal met David en Leon doen vliegt op de mannen af en schopt huilend tegen hen. Dan gaan ze met z’n alle naar buiten. Overal om hen heen komen fotograven en journalisten op ze af. Ze zeggen dat het schoften zijn wie zulke mensen gijzelt. Maar Jacqueline, Gerard, Bertus, Henk en De Rooy denken daar heel anders over. Ze zijn niet slecht ze zijn goed.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.