Geestgrond door Boudewijn Büch

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 1549 woorden
  • 5 juni 2007
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 7 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1995
Pagina's
153
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Geestgrond
Shadow
Geestgrond door Boudewijn Büch
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
A. Gegevens
Titel: Geestgrond, de arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2e druk 1995, 153 blz., (1e druk 1995)
Auteur: Bouwdewijn Buch

Titelverklaring:
Het boek heet Geestgrond omdat er een stukje land is waar Winkler zich thuis voelt. Verder voelt hij zich overal een vreemde, maar op dat ene stukje land in de duinen, waar hij met zijn vader tedere momenten beleefden, voelt hij zich thuis. Dat stukje noemt Winkler geestgrond.

B. Keuze:
Ik heb dit boek gekozen, omdat de onderwerpen me wel aanspraken, met name dat psychologische, dat vind ik wel leuk.


C. Samenvatting:
Winkler Bronkhaus groeit op in Wassenaar. Hij heeft geen fijne jeugd. Zijn vader is een nogal mysterieuze man die lijdt aan een oorlogstrauma. Winkler heeft een hele vreemde relatie met zijn vader. Soms mishandelt deze zijn zoon, maar soms is hij ook (veel te) teder tegen hem. Met zijn moeder kan Winkler helemaal niet opschieten. Hij haat haar, omdat hij er niet tegen kan dat ze met zijn vader naar bed gaat. Hij wil zijn vader voor zich alleen hebben. Als Winkler ouder wordt verlaat zijn vader het gezin. Winkler en zijn moeder weten niet waar hij naartoe is. De moeder is blij met het vertrek, maar Winkler niet want hij houdt toch van zijn vader op een speciale manier. Winklers vader stuurt slechts een keer een kaart, uit Mexico. Na een tijd pleegt hij zelfmoord.
Zijn vaders dood zorgt er niet voor dat Winklers problemen oplossen. Hij wil meer over zijn vader te weten komen en gaat op reis naar vele plaatsen, onder andere Mexico, Bad Tolz, de Bering Zee en Nieuw-Zeeland.
Bij bijna alles wat Winkler doet denkt hij aan zijn vader, en daarom gaat Winkler naar de psychiater. Deze zegt hem dat hij zijn vader moet vergeten om zo zijn leven op te kunnen pakken en doorgaan. Maar Winkler wil zijn vader eigenlijk helemaal niet vergeten.
Alhoewel Winkler homo is krijgt hij toch een tijd een relatie met zijn veel oudere lerares Mieke. De relatie duurt een paar jaar, en ze krijgen een zoontje samen. Winkler is bang om dezelfde fouten te maken als zijn vader en hij besluit zijn zoontje zo vrij mogelijk op te voeden. Het kind overlijdt echter als het nog heel jong is, namelijk 6 jaar (in het boek: de kleine blonde dood wordt daar meer over verteld.)
Als de relatie al lang over is, wordt Mieke ziek. Op haar sterfbed zegt ze dat ze een relatie heeft gehad met Winklers vader. Ze vertelt ook dat ze een relatie met Winkler begonnen is op aandringen van zijn vader. Die hoopte dat Winkler dan van ‘dat jongensgedoe’ (zijn homoseksualiteit) af zou zijn. Mieke pleegt uiteindelijk zelfmoord. Zo is Winkler de enige ‘overlevende’. De bekentenis van Mieke zorgt ervoor dat Winkler twijfels krijgt over de afkomst van zijn zoon. Was het wel zijn zoon? Of was zijn vader de vader? Die vermoedens worden versterkt als Winkler, op reis in Nieuw-Zeeland, van zijn nicht een schilderij krijgt dat zijn vader geschilderd heeft. Daarop staan Winkler zelf, zijn moeder, vader, maar ook Winklers zoon en Mieke afgebeeld. Maar Winklers vader heeft de zoon nooit gezien!

In het laatste gesprek met de psychiater wordt deze emotioneel. Hij verliest zijn beroepsmatige houding en zegt tegen Winkler: ‘bevrijdt je van die beknelling van het verleden. Zet je vader aan de kant. Godverdomme, houd er mee op! Je moet eruit stappen, maak voor mijn part een nieuw kind’ (op blz 153.)
Uiteindelijk besluit Winkler grondiger naar zijn vader te gaan zoeken, zodat hij de hele waarheid uit kan vinden, zodat hij het dan echt een plaats kan geven. ‘De dood kan niet langer uit onsamenhangende fragmenten blijven bestaan’.

D. Personages:
Hoofdpersonen:
Winkler Brockhaus:
door de vreemde relatie die hij met zijn vader had is hij geobsedeerd geraakt door hem. Hij reist de hele wereld over om alles over zijn vader te weten te komen, en dus ook over zichzelf. Hij is heel depressief en het enige waar hij aan denkt is het verleden. Hij kan niet met zijn gevoelens omgaan en daarom gaat hij naar een psychiater. In tegenstelling tot zijn vader verliest hij nooit zijn kalmte, het is een rustige jongen.

Rainer Brockhaus: Winklers vader is een mysterieuze man met een oorlogstrauma. Hij is erg in zich zelf gekeerd, en als hij boos is slaat hij zijn zoon in elkaar. Als hij rustig is beleefd hij echter zeer tedere (incestueuze) momenten met hem. Rainer heeft een Duitse achtergrond, maar hij vertelt niet waar hij nou precies vandaan komt. Hij heeft het wel ooit gehad over de Bering Straat. Hij heeft een relatie met de moeder van het kind van zijn zoon. Na de dood oefent hij nog steeds druk uit op Winkler.

Bijpersonen:
Mieke:
De lerares van Winkler, met wie hij een relatie, en zelfs een kind, krijgt. Op haar sterfbed vertelt ze aan hem dat ze ook een relatie had gehad met Winklers vader en dat deze wilde dat ze een relatie met Winkler zou beginnen.

Winklers moeder: Winkler haat zijn moeder, omdat hij het gevoel heeft dat zij zijn vader van hem afpakt. Eigenlijk beschouwt Winkler zijn moeder niet als familie.

Genre:
Geestgrond is een psychologische- en incestueuze roman.

Schrijfstijl:
Het is geen moeilijk taalgebruik, het is te begrijpen. In het begin van het boek wordt er verteld door een ik-verteller. Na het eerste hoofdstuk gaat de verteller over op de hij-vertel vorm. Het vierde en laatste hoofdstuk is weer in het ik-perspectief geschreven.

Ruimte:
Tijd:
het verhaal bestaat voor een groot deel uit flashbacks. Het speelt in de jaren 50,60 en de jaren 90. Op het begin van het verhaal is de hoofdpersoon nog heel jong, 5 jaar, en op het einde is hij ongeveer 45 jaar.

Vertelwijze:
Na het eerste hoofdstuk gaat de verteller over op de hij-vertel vorm. Het vierde en laatste hoofdstuk is weer in het ik-perspectief geschreven.

Thematiek:
Het thema van het boek is de zoektocht van een zoon naar zijn vader omdat hij wil weten wie zijn vader eigenlijk was. Zonder dat te weten kan hij het verleden niet loslaten. Er zijn nog wel meer motieven, zoals zelfmoord, zware depressie, homoseksualiteit en incestueuze liefde tussen vader en zoon.

Plaats in de literatuurgeschiedenis:
Het verhaal speelt zich af in de tijd na de 2e wereldoorlog, in die tijd was homoseksualiteit nog veel minder geoorloofd als dat dat nu is. Dus denk dat dat best schokkend was.

E. Beoordeling:
Ik vond het een goed boek, maar wel heel erg aangrijpend, die band die Winkler had met zijn vader en die 2 zelfmoorden. Er zit een goed verhaal in, je wil het boek het liefste in een keer uitlezen. Het personage waar ik het het meeste mee te doen had, was toch wel Winkler, al die dingen die hij heeft mee gemaakt, echt verschrikkelijk. Dat wens je echt niemand toe. Wat ik wel vreemd vond is dat hij de band met zijn vader op een of andere manier toch wel prettig vond, daar kan ik me nou niets bij voorstellen, alles wat hij hem aangedaan heeft.

F. Verwerkingsopdracht:
Beschrijf wat het probleem van de hoofdpersoon is, hoe deze in de loop van het verhaal verandert en hoe het staat met dit probleem aan het eind van het verhaal.

Winkler maakt van alles mee in zijn leven, zijn vader doet hem allerlei dingen aan, het wordt allemaal teveel voor hem, als zijn vader zelfmoord pleegt als hij van huis is weg gelopen kan Winkler het op een of andere manier toch niet goed verwerken en hij gaat naar een psychiater toe. Aan het eind van het verhaal is hij in verwarring gebracht, is zijn zoon nou van hem of van zijn vader? Dat gaat hij dus uitzoeken. Zijn zoon overlijdt als hij 6 jaar oud is, Mieke wordt ziek en pleegt ook zelfmoord. Bij zijn laatste bezoek bij de psychiater wordt deze emotioneel en zegt heel veel dingen tegen Winkler. Maar echt alles verwerken heeft hij in dit verhaal niet helemaal kunnen doen.

E. Informatie over de auteur:
Boudewijn Maria Ignatius Buch werd op 14 december 1948 geboren in Den Haag en groeide samen met zijn vijf broers – van wie vier ouder – op in Wassenaar. Als kind leed buch sterk onder het slechte huwelijk van zijn katholiek geworden joodse ouders, die hun onhandelbare zoon op zijn elfde naar een jeugdpsychiatrische inrichting in Brabant stuurden. Niet lang na zijn thuiskomst, bijna een jaar later, scheidden zijn ouders. Zijn door de oorlog getraumatiseerde vader, met wie buch als kind een zeer innige band had, zou na verschillende mislukte pogingen daartoe uiteindelijk zelfmoord plegen.

Na studies Nederlands, Duits en filosofie debuteerde Buch in 1976 met zijn eerste poëziebundel, nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. Al voor zijn debuut genoot Buch enige, voornamelijke randstedelijke, bekendheid door zijn bijdragen aan tal van dagbladen en tijdschriften. In 1981 verscheen zijn eerste proza in boekvorm, De blauwe salon. In 1982 kwam een volgend poëziealbum Dood kind. Zijn enige pseudoniem is Lothar Mantoua, een naam die af en toe in zijn autobiografische romans terug komt.

Van 1984 tot 1988 had hij bij de VARA een eigen tv-programma: Buchs Boeken. Vanaf 1988 tot heden presenteert hij bij de VARA De wereld van Boudewijn Buch, waarin hij naar alle uithoeken van de wereld reist. Buch regisseert, presenteert en redigeert zijn eigen televisie- en reisprogramma’s. Tevens maakt hij radioprogramma’s en had hij de laatste jaren diverse theaterprogramma’s.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Geestgrond door Boudewijn Büch"