ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
1 - Zakelijke gegevens
Auteur
Diederic van Assenede heeft Floris ende Blancefloer in ca. 1260 in Vlaanderen vanuit het Frans naar het Middelnederlands vertaald. Deze Floire et Blancheflor werd in ca. 1160 geschreven.
Geboortedatum: tussen 1220 en 1230 te Assenede
Sterfdatum: tussen 1290 en 1295
Titel
‘Floris ende Blanceloer’
De titel beslaat de hoofdpersonen, Floris en Blancefloer. Floris is de moslimkoningszoon en Blancefloer het christenmeisje. Ze groeien van jongs af samen op en worden verliefd op elkaar. Dit wordt verboden door de koning en zo wordt dit een hoofs drama.
Overige zakelijke gegevens
Uitgever: Uitgeverij Taal & Teken
Eerste druk: 1986
Gelezen druk: Tweede druk, 1996
Aantal bladzijdes: 55 bladzijdes
Aantal versregels: 3974 versregels
Genre
Historische roman / Hoofse roman

2 - Motivatie
Ik heb dit boek gekozen, omdat ik het boek Gloriant ook al had gelezen. Dit boek is van dezelfde uitgever en ik vond de opmaak en de tekst van Gloriant erg prettig om te lezen. Ook vond ik het fijn dat dit boek niet zo dik was. Doordat ik Gloriant al had gelezen, wist ik een beetje wat ik kon verwachten.

3 - Eerste reactie
Ik vind dit boek boeiend geschreven. Het gaat niet over één gebeurtenis, maar over meerdere. Hierdoor blijft het verhaal je boeien. Ik vind de gebeurtenissen ook goed afgewisseld, het is niet zo dat het langdradig wordt. Ik vind het verhaal ook makkelijk te begrijpen en het is ook wel herkenbaar, de hoofdlijn is redelijk actueel.

4 - Samenvatting
De Islamitische koning Fenus van Spanje had tijdens een rooftocht een christenvrouw, een Frankische gravin, meegenomen. Hij nam deze vrouw mee om haar als dienares aan zijn vrouw te geven. Beide vrouwen bleken zwanger te zijn en na enige tijd werden twee kinderen geboren; Floris, de zoon van koning Fenus en Blancefloer, de dochter van de christenvrouw. De opvoeding van beide kinderen werd aan de christenvrouw over gelaten en de kinderen groeiden samen op. Zij waren zo op elkaar gericht, dat zij op den duur verliefd werden. Toen koning Fenus dit hoorde, werd hij kwaad en hij stuurde zijn zoon naar een school in Montoro. Om Blancefloer uit de gedachten van zijn zoon te bannen, wilde hij haar laten doden, maar op aanraden van de koningin werd zij verkocht en naar het Oosten gebracht.
Tegen Floris werd echter verteld dat zijn geliefde Blancefloer gestorven was. Toen de jongen dit hoorde, was hij zo geschokt, dat hij zelfmoord wilde plegen om weer met haar samen te kunnen zijn. Zijn moeder vertelde, ten einde raad, dat Blancefloer niet gestorven was, maar verkocht. Floris trok er toen als een koopman met rijk beladen lastpaarden op uit. Zijn vader gaf hem een rijpaard mee, dat op een zeer kostbare wijze was opgetuigd en van zijn moeder kreeg hij een ring die de drager succes verzekerde en hem onschendbaar maakte. In een havenstad kreeg hij te horen dat Blancefloer naar Babylon gebracht was en hij besloot haar te volgen. Na een voorspoedige reis over zee kwam het gezelschap aan in Blandas, de havenplaats waar ook Blancefloer aangekomen was, wat Floris ook gehoord had.
De volgende dag werd de zoektocht naar Blancefloer voortgezet. Na enkele dagen kwam Floris uit bij de rivier de Fire, die hij overstak met de hulp van een veerman, die zich herinnerde Blancefloer ook overgezet te hebben en hem aanwijzingen gaf om Blancefloer terug te vinden. Vlak voor Babylon moest Floris opnieuw een rivier over steken, maar dat keer was er een brug, die door een bruggenwachter bewaakt werd. Toen Floris echter de ring liet zien die hij van de veerman had gekregen, werd hij zeer vriendelijk ontvangen.
Ondanks zijn bedenkingen gaf de gastheer Floris de nodige inlichtingen en adviseerde hij hem over de te volgen strategie. Floris zorgde er met een list voor, dat hij de wachter van de toren in zijn macht kon krijgen; hij speelde schaak met de man en schold hem zijn speelschulden kwijt. Zo lukte het Floris, verstopt in een mand met rozen, toegang te krijgen tot de toren waarin Blancefloer gevangen gehouden werd. Zij bleven toen samen en waren gelukkig, totdat de emir ontdekte wat er aan de hand was en dreigde hen te doden. Als hij echter getuige is van de gebeurtenissen waaruit bleek hoe oprecht de liefde tussen de kinderen is, schonk hij hen het leven en trouwde hij met Claris. Kort na het feest kreeg Floris het bericht dat zijn ouders gestorven waren en dat hij koning werd. Floris bekeerde zich hierna tot het christendom en hij en Blancefloer traden in het huwelijk. De dochter die uit dit huwelijk werd geboren is Bertha met de brede voet, de vrouw van Pepijn en moeder van Karel de Grote.

5 - Onderzoek van de verhaaltechniek
Thema
Het thema van dit boek is hoofse liefde. Hoofse liefde gaat over de onbereikbare liefde van een edelman voor een onbereikbare vrouw. In dit verhaal was Floris de edelman en Blancefloer de onbereikbare vrouw.
Bladzijde 13, versregel 254-276:
De christin had nu beide kinderen onder haar hoede. Ze kreeg de beschikking over alles wat ze nodig had en ze deed precies wat bij een goede verzorging hoorde: op tijd slapen, op tijd opstaan en op tijd het bad en bed klaarmaken. Ze had ze allebei zo lief dat wij uit de boeken niet kunnen opmaken van wie ze het meest hield, van haar dochter of van de koningszoon. Ze liet de kinderen vanaf het begin bij elkaar in bed slapen. En nog voor ze vijf jaar oud waren, werden ze recht in het hart geraakt door de pijl der liefde. Die pijl deed zijn werk uitstekend, want ze werden allebei even verliefd.
Bladzijde 14, versregel 357-360:
De koning werd vreselijk kwaad toen hij hoorde dat zijn zoon Floris verliefd was op Blancefloer. Hij vond het afschuwelijk dat zijn zoon nooit meer met iemand anders zou willen trouwen die qua stand en geloof beter bij hem paste.
Bladzijde 23, versregel 1078-1080:
‘O wee, is mijn diepbeminde Blancefloer dood?’ zei hij geschrokken. Zijn gezicht werd eerst vuurrood en daarna lijkbleek. Hij kon geen woord meer uitbrengen, hij zakte ineen en viel bewusteloos op de grond.

Motieven
Geloof: Het christelijk geloof wordt positief afgespiegeld, Floris laat zich aan het einde zelfs dopen. Door het geloof worden de twee geliefden eigenlijk ook gescheiden.
Liefde: De sterke liefde tussen Floris en Blancefloer, ondanks hun verschillende geloof en stand.
Relatie ouder-kind: De vader van Floris verbiedt eigenlijk de relatie met Blancefloer. Zijn ouders kunnen daar niet met Floris over communiceren, de relatie is wat moeizaam. Blancefloer kan wel alles bij haar moeder kwijt, die relatie is beter.

Verband titel/ondertitel/thema
Het verband tussen de titel en het thema is wel duidelijk. In de titel komen de twee hoofdpersonen naar voren, het thema slaat ook op de twee hoofdpersonen. Het thema is de onbereikbare liefde tussen de twee hoofdpersonen, Floris en Blancefloer.
Bladzijde 24, versregel 1128-1148:
‘Ach Blancefloer,’ zei hij, ‘Blancefloer, sinds ik je verliet, voel ik me ellendig. Wat zou ik graag wraak nemen voor dit verlies, als ik maar wist op wie. We werden op dezelfde dag geboren en in dezelfde nacht verwekt. We werden samen opgevoed en samen naar school gestuurd, totdat men ons bedroog en van elkaar scheidde. Het zou rechtvaardig zijn als wij ook op dezelfde dag gestorven waren. Niemand kan mij kwalijk nemen dat ik me daarover beklaag. Ik ben zielsbedroefd, mijn hele verdere leven zal ik in smart en rouw doorbrengen.
Bladzijde 55, versregel 3525-3550:
Floris zei tegen Blancefloer: ‘Lieveling, we kunnen onze dood nu niet meer ontgaan. Het is zeker dat we moeten sterven. De schuld ligt alleen bij mij en bij niemand anders. Door mij is je hart in rouw gedompeld. Als ik niet naar je toe was gekomen, was al dit leed je niet overkomen. Maar als de emir rechtvaardig oordeelt, zul je aan de dood ontkomen. Omdat jij geen schuld hebt, zou het onrechtvaardig zijn als je zou moeten sterven. Lieveling neem deze ring: zolang je hem draagt, zul je niet sterven’
‘Floris,’ antwoordde ze, ‘liefste, ik ben het helemaal niet eens met wat je zegt. Ik weet zeker dat het mijn schuld is. Je bent door mij in deze ellende beland. Je ging mij zoeken, door mij ben je in deze situatie terecht gekomen. Daarom is het naar mijn overtuiging niet meer dan rechtvaardig dat ik in jouw plaats sterf. Omdat de schuld geheel bij mij ligt, wil ik de ring niet hebben, hoe zeer ik de dood en de folteringen ook vrees.’
Uit dit citaat blijkt de sterke liefde tussen de twee hoofdpersonen. Ze willen beide eerst sterven, zodat de ander misschien niet hoeft te sterven. Zo sterk is hun liefde, ze hebben hun leven voor elkaar over.

Structuur
Het verhaal is onderverdeeld in twaalf getitelde hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn later pas gemaakt, om het verhaal overzichtelijker te maken. De middeleeuwse tekst heeft geen hoofdstukken. Het is chronologisch verteld. Het verhaal begint met een proloog waarin de grote lijn van het verhaal wordt verteld, daarna wordt het verhaal in chronologische volgorde verteld met bijpassende titels.

Perspectief
Het verhaal is verteld vanuit een auctoriaal perspectief. Je beleeft het verhaal vanuit de verteller, niet vanuit een persoon zelf. Dit wordt duidelijk door de kleine inleidingen die de schrijver geeft bij elk hoofdstuk.
Bladzijde 21, versregel 829-830
Nu zwijg ik voorlopig over Blancefloer en ga ik u eerst vertellen over de burgers die haar naar de markt in Nicle brachten en haar daar verkochten.
Bladzijde 27, versregel 1367-1372
Diederic, die dit verhaal uit het Frans in het Nederlands vertaalde, zegt dat maar weinig mensen zullen willen geloven dat iemand zo dwaas of driest kan zijn dat hij uit liefde aan zo’n gevaarlijke onderneming begint. Maar in zijn blijdschap bekommerde Floris zich er niet om wat hem zou kunnen overkomen. Hij ging, verdrietig en blij tegelijk, naar zijn vader en moeder. Verdrietig omdat Blancefloer zo ver weg was en blij omdat ze nog leefde.
Hier wordt duidelijk dat het om een alwetende vertelpersoon gaat. Hij vertelt het verhaal over twee mensen en weet ook precies wat ze doen of denken. Ook de informatie die de personen misschien niet allebei weten, weet hij wel.

Ruimte
Het verhaal speelt zich eerst af in Spanje, waar de twee kinderen aan het hof van de Spaanse koning opgroeien. Dit is in het stadje Toledo. Toen Blancefloer werd ontvoerd en Floris naar haar opzoek ging, ging hij langs allerlei plaatsen en eindigde uiteindelijk in Babylon. Het verhaal begon al in Frankrijk, toen koning Fenis daar op rooftocht was en de christenvrouw meenam.
Bladzijde 12, versregel 172-177:
Hun rooftocht was voorspoedig verlopen, ze hadden zeer veel buitgemaakt. Ze voeren weg met volle zeilen en kwamen spoedig in de Spaanse stad Toledo aan. Het nieuws van hun terugkomst verspreidde zich als een lopend vuurtje door de stad. Wie het hoorde, vertelde het verder. Men vertelde elkaar dat de koning en alle andere opvarenden heelhuids waren teruggekeerd.
Bladzijde 33, versregel 1896-1899:
‘Toe, heer,’ zei hij, ‘vertel wat meer over die jonge vrouw en haar metgezellen. Hebt u misschien gehoord wat hun bestemming was toen ze van hier vertrokken?’
‘Heer, ze waren van plan naar Babylon te reizen.’

Tijd
De vertelde tijd van dit verhaal is de verleden tijd, omdat het wordt voorgedragen. Het wordt door de voordrager ook verteld als een waar gebeurd verhaal dat zich in het verleden af heeft gespeeld. Er is geen sprake van flashbacks of flashforwards, omdat het een chronologisch verteld verhaal is. Wel lopen de verhaallijnen van de verschillende personen door elkaar heen, maar die verhaallijnen sluiten altijd weer op elkaar aan. Zo lijkt het op een flashback, maar in feite is het gewoon een deel van een andere verhaallijn die zich op hetzelfde tijdstip afspeelde als de verhaallijn daarvoor. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer Floris op zoek gaat naar Blancefloer en van zijn verhaallijn overgeschakeld wordt naar die van Blancefloer.
Het verhaal speelde zich af in de middeleeuwen, rond 730. Dit is af te leiden uit het feit dat in de 7e eeuw zich in Arabië een nieuwe godsdienst ontwikkelde, de Islam. In 711 werd Spanje overmeesterd door de Arabieren. De tijd in dit verhaal is van groot belang, omdat de gebeurtenissen die in de tijd plaatsvinden alleen in die tijd kunnen afspelen.
Het verhaal speelt zich af in een periode van ongeveer vijftien jaar, de vijftien levensjaren van de beiden.
Bladzijde 62, versregel 3954-3957:
Zijn vrouw schonk hem een dochter van wie we iets meer moeten vertellen. Ze heette Bertha met de Grote Voeten en trouwde later met de machtige koning Pepijn. Ze kregen een kind waar veel over te vertellen zou zijn: het was Karel de Grote, die zoveel burchten bedwong.
In dit fragment is te zien hoe belangrijk de periode was waarin het zich afspeelde. Floris en Blancefloer waren dus de grootouders van Karel de Grote.

Personages
Floris
Floris is een islamitische koningszoon, zijn leven wordt in het verhaal vanaf zijn geboorte tot zijn vijftiende levensjaar verteld. Hij is samen met Blancefloer opgegroeid en vanaf zijn vijfde levensjaar is hij verliefd op haar. Floris is de held in het verhaal, omdat hij Blancefloer wil redden uit Babylon.
Blancefloer
Blancefloer is een christelijke slavendochter, haar leven wordt in het verhaal vanaf haar geboorte tot haar vijftiende levensjaar verteld. Zij is samen met Floris opgegroeid en vanaf haar vijfde levensjaar is zij verliefd op hem. Zij wordt meegenomen naar Babylon omdat de koning niet wil dat Floris, zijn zoon verliefd op haar blijft. Blancefloer is ook een van de hoofdpersonen van het boek.
Koning Fenis
Hij is een Islamitische Spaanse koning, die de liefde tussen Floris en Blancefloer verbiedt. Hij is de vader van Floris en heeft het beste voor met zijn zoon, maar door hem bij zijn grote liefde vandaan te halen, maakt hij zijn leven juist zuur.
Koningin
De koningin is de vrouw van koning Fenis en de moeder van Floris. Zij steunt Floris in zijn liefde voor Blancefloer, maar is het ook deels met haar man eens. Toch wordt door haar oordeel Blancefloer niet gedood, maar verkocht. Als ze ziet dat Floris zelfmoord wil plegen bij de gedachte dat Blancefloer toch dood zou zijn, laat ze haar moederhart spreken en vertelt ze hem het werkelijke verhaal van Blancefloer.
Moeder van Blancefloer
Zij is de christelijke dochter van een Franse graaf die is gedood door koning Fenis, ze is de bediende van de koningin en ze heeft zowel Floris als Blancefloer opgevoed. Over haar wordt niet veel verteld, maar wat wel wordt verteld is dat ze van beide kinderen evenveel hield.
Emir
Hij heeft Blancefloer gekocht voor veel goud, en wil haar tot zijn vrouw maken. Hij is heel machtig dus hij zou het zo voor elkaar kunnen krijgen, maar hij ziet de pure liefde tussen Floris en Blancefloer en daardoor smelt zijn hart. Hij laat ze gaan.

Schrijfstijl
De schrijfstijl van deze hertaalde versie die ik heb gelezen, was redelijk toegankelijk. Ik kon het eigenlijk zo begrijpen, qua woordenschat zijn er niet echt moeilijke woorden gebruikt. Het taalgebruik is wel verouderd, maar dat is niet hinderlijk. De stijl waarin dit verhaal is geschreven is ook heel toegankelijk, het blijft boeiend, omdat je vanuit de derde persoon alles te weten komt over de hoofdpersonen. Ook wordt niet alle informatie direct weggegeven en de spanning wordt goed opgebouwd.
Bladzijde 17, versregel 600-605:
Omdat de koningin er zo sterk op aandrong, zei de koning dat hij het zo zou doen. Hij liet twee bekwame kooplieden uit de stad bij zich komen en droeg hen op naar Nicle te reizen om daar Blancefloer te koop aan te bieden. De kooplieden bereidden hun reis voor en namen Blancefloer met zich mee. Toen ze haar in Nicle naar de markt brachten, ontmoetten ze kooplieden die haar voor een schat geld en goederen kochten.
Aan dit fragment is te zien dat het ouderwetse taalgebruik niet erg hinderlijk is. Je kunt er overheen lezen en de tekst direct weer oppakken en begrijpen.
Bladzijde 52-53, versregel 3272-3281 & 3325-3345:
De kamerheer had niet gezien dat Clarijs voor de emir stond. Toen hij de kamer van Blancefloer binnenging, kwam de schittering van edelstenen hem van alle kanten tegemoet. Hij zag het weelderige bed waarop Blancefloer en Floris lagen, maar hij dacht dat hij Blancefloer en haar vriendin Clarijs zag liggen. Hij keek niet nauwkeurig genoeg om op te merken dat er een jongeman lag. Bovendien had Floris geen snor of baard; hij was na Blancefloer het mooiste wezen in de hele toren.
Toen hij hen zo heerlijk in elkaars armen zag slapen, vond hij het zonde hen wakker te maken. Hij ging meteen weer weg en keerde terug naar zijn heer, die allerminst gelukkig was met het bericht.
Toen de emir hen zag, riep hij vertwijfeld uit: ‘Mijn God, is het een man of een vrouw?’
Hij riep zijn kamerheer bij zich en zei: ‘Ontbloot hun borst!’ De kamerheer liep naar het bed en trok de dekens langzaam van hen af zodat ze niet wakker werden. Toen zag de emir dat die ander een man was. Hij wond zich zo verschrikkelijk op dat hij geen woord kon uitbrengen. Het was alsof zijn hart van ellende brak. Hij hief zijn zwaard op en stond klaar om toe te slaan. Op dat moment werden de twee wakker. Ze zagen de angstaanjagende emir met ontbloot zwaard woedend voor hen staan en gingen haast dood van angst. Ze twijfelden er geen moment aan dat ze zouden sterven.
Uit dit fragment blijkt de spanning die langzaam wordt opgebouwd. Je kunt je als lezer goed inleven in de personen, ook al is het verhaal zo lang geleden geschreven.

Plaats in de literatuurgeschiedenis
Dit verhaal behoort tot de Middelnederlandse literatuur. Het is een verhaal over ‘hoofse liefde’, wat typerend is voor de middeleeuwen. Dit boek is geschreven in het Middelnederlands, dus is het ook wel duidelijk waar het thuishoort.

Informatie over de schrijver
In het proloog wordt al duidelijk dat dit verhaal is geschreven/vertaald door Diederic van Assenede.
Bladzijde 9, versregel 20-26
Om een verhaal duidelijk en op rijm onder woorden te brengen, moet men hier en daar wat weglaten of toevoegen. Diederic van Assenede heeft zich daarvoor veel inspanning getroost. U mag hem er dan ook wel dankbaar voor zijn dat hij het verhaal uit het Frans heeft vertaald en het in begrijpelijk Nederlands heeft naverteld voor hen die het Frans niet machtig zijn.
Diederic van Assenede was van beroep een zogenaamde ‘s gravenklerk. Hij woonde zijn leven lang in zijn geboortestreek van de Vier Ambachten en, te zien aan zijn naam, in het Ambacht van Assenede. Diederic was dienstman of ambtenaar van het grafelijk huis.
Diederic was vader van een familie en waarschijnlijk tamelijk rijk. Wat zijn opvoeding betreft kunnen we slechts vermoeden dat hij vroeger naar een abdijschool is geweest, wellicht die van de Benediktijner proosdij Elmare tussen Aardenburg en Biervliet. Later zal hij wel in de Kapittelschool van St. Donaas te Brugge zijn beland, waaruit de meeste klerken van de grafelijke administratie werden gerecruteerd, omdat de proost van St. Donaas ook kanselier was van het grafelijk huis. De opdrachten die hij na zijn schooltijd aangeboden kreeg, doen vermoeden dat hij goed aangeschreven stond bij het hof en misschien in zijn jeugd in de centrale administratie een post had bekleed.
Hij was een geleerd man, maar te beschaafd om ergens tegenin te gaan. Hij was ook bescheiden, dat blijkt uit het feit dat hij niet verbergt dat het berijmen van zijn roman hem moeite heeft gekost.

6 - Beoordeling
Ik vind het onderwerp van het boek heel goed, het is nog steeds redelijk actueel. Liefdes van deze tijd zijn gemakkelijker bereikbaar, maar soms heeft men daar in deze tijd ook nog problemen mee. Echt hoofs is het niet te noemen, maar het kan er wel op lijken.
Sowieso is liefde een heel actueel onderwerp dat altijd actueel zal blijven. Liefde zal, als het goed is, altijd een rol blijven spelen in de beschaving van de mens. Daardoor is dit boek ook herkenbaarder geworden voor de lezers van alle tijden. Over honderd jaar kan het nog steeds herkenbaar zijn, de vraag is of men dan nog boeken leest, maar de boodschap van het verhaal is nog steeds herkenbaar.
De gebeurtenissen en de spanning in het boek zijn heel goed opgebouwd. Het is eigenlijk een levensverhaal van de twee geliefden. Je leest hoe ze naar elkaar toe groeien, onafscheidelijk worden en dan toch gescheiden worden. De spanning wordt opgebouwd doordat de lezer, of lang geleden de toehoorder, alle gebeurtenissen al weet, maar de personen in het boek nog niet. Hierdoor bewaart het publiek alle geheimen van de personen in het boek en voelt zo intens mee met de spanning die langzaam wordt opgebouwd om de geheimen die worden ontrafeld. Doordat het publiek zich ook goed in kan leven in de hoofdpersonen, voelen zij extra veel met hun mee, zodat de spanning voor hen ook intenser wordt.
De personages en het karakter van de personages zijn eigenlijk ook wel anders dan normaal. Er is natuurlijk wel een goede persoon, in dit geval twee, en een slechte persoon, de vader van Floris. Doordat het goed en het kwaad het ‘tegen elkaar opnemen’, wat hier niet heel sterk naar voren komt, gebeuren er ook weer allerlei dingen. De emir is natuurlijk ook, in de ogen van de lezer en de hoofdpersonen, een slecht persoon. Hij bewijst dit ook doordat hij Floris en Blancefloer wil doden, maar uiteindelijk blijkt hij een goed persoon te zijn die liefde voor alles laat gaan. Het is wel opmerkelijk dat Floris en Blancefloer zoveel op elkaar lijken. Door het hele boek heen, als Floris op weg is naar Blancefloer, vraagt hij aan de herbergiers en mensen die hij tegenkomt of ze misschien Blancefloer hebben gezien. Veel mensen vertellen dan dat de twee geliefden zoveel op elkaar lijken, beide zijn ze even bedroeft en even mooi. Doordat de mensen hem herkennen, kan hij de weg vinden naar zijn geliefde.
De structuur en de tijdsverloop van het boek is heel goed, het is allemaal goed opgebouwd en het is duidelijk. Er worden geen flashbacks gebruikt en duidelijk aangegeven wanneer er wordt overgestapt naar een andere persoon, zo wordt eventuele verwarring voorkomen. Het tijdsverloop van het boek is goed, het is niet te langdradig en blijft niet te lang op een gebeurtenis hangen. Behalve misschien bij het beschrijven van het ‘graf’ van Blancefloer. Daar wordt zo uitgebreid beschreven hoe prachtig het is, dat het eigenlijk wel gaat vervelen.
Het taalgebruik van het boek is goed te begrijpen. Het is gelukkig niet in het Middelnederlands geschreven, want anders had ik het boek veel minder goed kunnen begrijpen en de echte boodschap er niet echt uit kunnen halen. De woordkeus is soms nog iets ouderwets, maar daar kon je nog wel omheen lezen en dan begreep je het nog steeds.
Al met al viel het boek me erg mee. Ik had een moeilijker/saaier boek verwacht, maar het bleek me uiteindelijk toch nog te kunnen boeien.

7 - Bronvermelding
Assenede, D. van (1996) Floris ende Blancefloer, Leeuwarden, Uitgeverij Taal & Teken
Keyser, dr. P. de (1973) Floris ende Blancefloer, een middeleeuwse Idylle, Antwerpen, Uitgeverij de Nederlandsche Boekhandel

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.