1) Auteur
Diederic van Assenede is geboren tussen 1220 en 1230 in Assenede (dat ligt in Oost-Vlaanderen). In 1293 overleed hij. Toch is zijn bijdrage aan de Nederlandstalige literatuur belangrijk te noemen, in die zin dat zijn werk mensen eeuwenlang geïnspireerd heeft en het, eenmaal de boekdrukkunst uitgevonden, een vrij ruime verspreiding vond die tot heden ten dage onverminderd gebleven is. Dat het onderwerp van Floris en Blancefloer, de 'onmogelijke' liefde tussen twee jonge mensen van verschillende culturen en religies een tijdloos probleem is, zal daar ongetwijfeld toe bijgedragen hebben.
Titel en titelverklaring: Floris ende Blancefloer. De hoofdpersonen heten zo.
2) Eerste druk
1986
3) Eventueel motto met betekenis
,,Ik ga een liefdesverhaal vertellen dat niet voor de oren van lomperiken en dwazen bestemd is. Een verhaal over een oprechte en trouwe liefde. De liefde tussen Floris en Blancefloer."
4) Genre (geef een toelichting)
Oosterse ridderroman. Het speelt zich af in het oosten, en kastelen, ridders en koninkrijken spelen een grote rol in het verhaal. De kruistochten hebben hier grote invloed op gehad, dat je erg goed ziet in dit boek. Het gaat namelijk over een islamitische jongen en een christelijk meisje, waarbij het meisje naar het Midden-Oosten (Babylon) wordt gestuurd.
5) Plaats in de literatuurgeschiedenis/ stroming (geef een toelichting)
Floris ende Blancefloer is rond 1160 vervaardigd, de schrijver van het boek is niet bekend. Het is wel bekend wie het boek heeft vertaald naar het Middelnederlands, namelijk Diederic van Assenede. In de tijd waarin dit werd geschreven was er nog zeer weinig literatuur en de literatuur die er was was volgens de mensen die toen leefden niet door een persoon geschreven, maar ingegeven door God. Vandaar zit er in de romans van toen altijd een verwijzing naar God. Ook zijn de verhalen vaak erg cliché, omdat er toen niet echt een originaliteitdrang bestond. Floris ende Blancefloer is dan ook erg typerend voor die tijd, veel verwijzingen naar God en een erg cliché verhaal. Wat wel een beetje raar is, is dat ze elkaar het belangrijkste vinden, boven God; Floris wil zelfs zelfmoord plegen voor Blancefloer, wat helemaal niet mag volgens de Bijbel. Hoofse ridderromans (waarvan dit er eentje is) zijn vaak, in tegenstelling tot voorhoofse romans, wel tamelijk beschaafd en dus niet erg bloeddorstig en de vrouw speelt een grote rol. Dit klopt ook, in Floris ende Blancefloer speelt de vrouw een erg grote rol en is ze ook erg slim (kijk maar naar Clarijs) en er zitten geen bloeddorstige passages in, sterker nog, er wordt niemand vermoord in het boek. Ridders zijn in dit boek beschaafde mannen.
Stroming: hoofse ridderromans
6) Perspectief
Alwetende verteller. Er hangt als het ware iemand boven het verhaal die alles verteld, maar die er niet zelf in voorkomt. Je kent alle gevoelens en gedachten van de personages.
7) Tijd van handeling (welke tijd, hoeveel tijd, tijdsvolgorde)
Je leest van de geboorte van Blancefloer en Floris, en het boek eindigt bij dat ze gaan trouwen en kinderen krijgen, dus er verloopt heel veel tijd. In het verhaal werd ergens aan het einde gezegd dat Floris en Blancefloer vijftien jaar waren, dus er verloopt ruim vijftien jaar. De tijdsvolgorde is chronologisch, alles verloopt in de goede volgorde, er zijn geen flashbacks of flash forwards. Het begint gewoon bij het begin, bij de rooftocht naar Frankrijk en het eindigt wanneer Floris en Blancefloer elkaar weer gevonden hebben. Eer is een gesloten einde; op het laatste trouwen ze en krijgen ze een kindje. Het verhaal is goed afgelopen en er zijn geen vragen meer.
8) Plaats van handeling (let ook op symbolische ruimte)
Het verhaal speelt zich af in Babylon, in Frankrijk (daar vond de rooftocht van koning Fenis plaats) en in Toledo (een plaatsje in Spanje). Er is geen symbolische ruimte.
9) Beschrijving karakter van de hoofdpersonen en belangrijke bijfiguren en hun onderlinge relaties
De hoofdpersonen zijn Blancefloer en Floris.
Blancefloer: ze is hartstikke verliefd op Floris, en als ze niet bij hem is is ze heel verdrietig en denkt ze de hele tijd aan hem.
Floris: Floris is ook heel verliefd op Blancefloer, zelfs zo erg dat hij zelfmoord wilt plegen als hij denkt dat Blancefloer dood is. Als hij hoort van zijn moeder dat ze verkocht is gaat hij haar gelijk achterna, en met een paar slimme listen krijgt hij haar weer terug. Ook hij is heel verdrietig als hij en Blancefloer niet bij elkaar zijn. Hij is wel heel dapper dat hij haar gelijk wilt gaan zoeken.
De bijfiguren zijn de vader en moeder van Floris, de emir van Babylon, Clarijs en de moeder van Blancefloer.
Koning Fenis: Koning Fenis is de vader van Floris en de koning van Spanje. Hij is heel kwaad als hij hoort dat Floris en Blancefloer verliefd op elkaar zijn, want Blancefloer is beneden Floris’ stand. Hij wil Blancefloer zelf vermoorden, maar zijn vrouw vindt dat geen goed idee en uiteindelijk besluiten ze om haar te verkopen.
De moeder van Floris: Zij is er ook op tegen dat Floris en Blancefloer verliefd zijn, maar ze is er wel wat makkelijker in. Ze vindt het ook te ver gaan als haar man Blancefloer wil vermoorden, en ze stelt voor om haar te verkopen. In het boek wordt niet vermeld hoe de koningin heet.
De emir van Babylon: Deze emir heeft in zijn stad een grote toren staan die helemaal van rood marmer gemaakt is. Hierin wonen 140 vrouwen, en elk jaar kiest hij een vrouw uit, die voor één jaar zijn vrouw mag zijn, aan het einde van dat jaar wordt ze vermoord. Als Blancefloer bij de emir terecht komt is hij zo onder de indruk van haar schoonheid dat ze haar hele leven bij de emir mag zijn. Als aan het einde van het verhaal Floris samen met Blancefloer weer naar huis gaat, trouwt de emir met Clarijs en blijft zijn hele leven bij haar.
Clarijs: Clarijs woont net zoals Blancefloer in de toren van de emir en zij en Blancefloer worden goede vriendinnen. Ze ontdekte Floris als eerste in de toren, en ze verzint ook allemaal smoesjes als Blancefloer een paar ochtenden niet komt opdagen bij de emir. Aan het einde van het boek trouwt ze met de emir.
De moeder van Blancefloer: Aan het begin van het verhaal wordt haar man vermoord door soldaten van koning Fenis en wordt ze door een paar ruiters meegenomen van Frankrijk naar Spanje. Zij en de koningin bevallen tegelijk en de koningin krijgt Floris, en zij Blancefloer. Ze krijgt de zorg van allebei de kinderen op zich.
Hun onderlinge relaties: Koning Fenis is de vader van Floris en de koningin is zijn moeder. Clarijs is een goede vriendin van Blancefloer die ze ontmoet in de ‘vrouwentoren’ van de emir.

10) Thema en bedoeling van de auteur
De schrijvers wil ons meegeven dat liefde alles kan overwinnen. Ook wil hij ons laten zien dat we niet alleen aan ons zelf moeten denken. De schrijver zegt ook dat het geen zin heeft om echte liefde te verstoren want deze komt toch wel weer bij elkaar.
11) Motieven
Een gouden beker komt meerdere keren terug; Floris geeft een gouden beker aan een vrouw als dank dat hij hem over Blancefloer vertelde en
Ook een motief is dat Floris en Blancefloer allebei heel depressief zijn als ze niet bij welkaar zijn. Dit komt verschillende keren voor, als ze op school zitten en de ander er niet is kunnen ze niet goed opletten en later als Blancefloer verkocht is zijn ze allebei de hele tijd in gedachten omdat de ander er niet is.
12) Samenvatting
Koning Fenis, een Mohammedaanse koning uit Spanje, verzamelde heel lang geleden een groot leger in en trok het land van de christenen binnen. Alles werd met de grond gelijk gemaakt. Een aantal ridders kregen de opdracht de bergen in te trekken om eventuele reizigers te beroven. De ridders zagen reizigers aankomen en doodden iedereen die zich verzette. De vader van een meisje die er ook bij was werd ook gedood, en het meisje werd meegenomen omdat de koningin zo graag een christenvrouw als bediende wou hebben.
Toen ze weer aankwamen bij hun eigen stad, de Spaanse havenstad Toledo, werd het meisje bij de koningin gebracht. Na een tijd werden de koningin en de christenvrouw tegelijkertijd zwanger, en ze rekenden uit dat ze op dezelfde dag zouden bevallen. De koningin baarde een zoon die ze Floris noemde, en het meisje kreeg een dochter die ze Blancefloer noemde. De christin kreeg beide kinderen onder haar hoede en liet ze alles samen doen. Toen de kinderen vijf jaar waren werden ze hevig verliefd op elkaar. Ze gingen samen naar school, maar konden alleen opletten als de ander in de buurt was. Toen de koning erachter kwam dat zijn zoon verliefd was op zo’n gewoon meisje werd hij heel kwaad. Hij overlegde met zijn vrouw wat ze nu moesten doen en de koningin bedacht dat de onderwijzer van Floris moest doen alsof hij ziek was, zodat Floris voorlopig naar een school in een andere stad moest. Blancefloer zou dan na twee weken daar ook heen gaan. Maar Blancefloer werd ondertussen verkocht op een markt aan een paar kooplieden die uit Babylon kwamen. Toen ze in Babylon kwamen werd Blancefloer cadeau gegeven aan de emir. De emir was onder de indruk van haar schoonheid. Hij was het gewend om elk jaar een andere vrouw te nemen, maar Blancefloer moest zijn hele leven zijn vrouw blijven.
Ondertussen hadden de ouders van Floris weer wat verzonnen. Ze verwachtten moeilijkheden als Floris terugkomt en naar Blancefloer vraagt, dus ze hadden bedacht om een prachtig graf te gaan maken en te zeggen dat Blancefloer daar begraven ligt. Floris kon niet leven zonder Blancefloer en wou zelfmoord plegen, maar de koningin hield hem tegen. Uit angst dat hij zichzelf nog wat ging aandoen, zei de koningin dat Blancefloer niet dood is maar dat ze verkocht is op een markt.
Floris ging haar samen met een aantal schildwachten zoeken, en onderweg hoorde hij van een vrouw dat hij leek op een meisje omdat zij ook de hele tijd in gedachten verzonken was. De vrouw vertelde dat ze werd meegenomen naar Babylon. Floris was heel blij dat hij nu weet waar Blancefloer is en bood de vrouw als dank een gouden beker aan. Met de boot vaarden Floris en zijn lijfwachten naar Babylon. Onderweg kwamen ze verschillende mensen tegen die over Blancefloer vertelden, omdat hij op haar leek omdat ze allebei zo stil en in gedachten verzonken waren. Hij hoorde onder andere ook dat Blancefloer boven in een hoge toren in Babylon woonde en dat de emir zo op haar gesteld was. De stad Babylon was twintig mijl in doorsnede en helemaal rond. De stadsmuur was heel hoog en stevig en er stonden veel torens in de stad. Eén toren stak boven de anderen uit. Hij was van kristal en rood marmer gemaakt. Op het dak was een robijn bevestigd die de stad ’s nachts helder verlichtte. In de woning op de bovenste verdieping van deze toren woonde Blancefloer. Ze woonde samen met 140 andere vrouwen in deze toren. De emir had de gewoonte om elk jaar een andere vrouw te nemen. Aan het einde van dat jaar werd de vrouw onthoofd.
Floris reed samen met drie schildknechten naar de toren. Aan een bewaker van de toren vertelde hij dat hij geen spion is maar dat hij de toren zo nauwkeurig bekijkt om eventueel in zijn eigen land een zelfde soort toren te bouwen. De poortwachter was diep onder de indruk en stelde voor om samen met Floris een potje te schaken. Floris won, maar gaf de poortwachter al het ingezette geld. De volgende dag deed Floris hetzelfde. De poortwachter was heel dankbaar en zwoer dat hij zijn hele even Floris trouw zou dienen. De volgende ochtend vertelde Floris aan de wachter dat zijn geliefde in de toren vastzat en dat hij haar heel graag wou terugzien. Omdat Floris de wachter zo veel geld had gegeven, beloofde hij dat hij Floris zou helpen. Over drie dagen moest Floris terugkomen en dan zouden ze een list bedenken om Floris samen met een stapel bloemen naar Blancefloer te sturen. Floris vond het afschuwelijk dat hij nog zo lang moest wachten.
Drie dagen later moest Floris in een mand gaan liggen, waarna hij helemaal bedekt werd met rozen. Zonder moeilijkheden kwam Floris boven in de toren. Clarijs, een goede vriendin van Blancefloer, ontdekte Floris als eerste. Blancefloer en Floris waren dolblij dat ze weer bij elkaar waren en smeekten de anderen om niks door te vertellen.
De volgende dag moesten Clarijs en Blancefloer voor de emir zorgen, maar Blancefloer versliep zich en kwam te laat. Clarijs vertelde de emir een smoesje. De volgende ochtend waren Floris en Blancefloer zo druk met elkaar dat ze niet wakker te krijgen waren. Clarijs vertelde de emir weer een smoesje, maar hij vertrouwde het niet helemaal. Een kamerheer moest kijken wat er aan de hand was, en hij zag Floris en Blancefloer samen in bed liggen. Hij denkt dat Floris Clarijs was, maar Clarijs was bij de emir. De emir was hartstikke kwaad en Blancefloer en Floris zouden terechtgesteld worden. Bij het vonnis was iedereen het erover eens dat de twee moesten sterven. Maar toen de gehaald werden was iedereen onder de indruk van hun schoonheid en dat ze nog maar vijftien waren. Iedereen wilde het vonnis intrekken, maar de emir kende geen medelijden. Floris en Blancefloer wilde allebei als eerste sterven, want ze wilden niet zien hoe de ander voor hun ogen werd afgemaakt. De edelen barstten in tranen uit toen ze dit alles zagen en hoorden. Ook de emir was onder de indruk en trok het vonnis in. De emir liet ze gaan en hij trouwde met Clarijs, bij wie hij zijn hele leven bleef. Toen verschenen er twee ridders aan het hof die vertelden dat Floris’ ouders gestorven waren. Floris en Blancefloer keerden vlak daarop terug naar Spanje waar de nieuwe koning en koningin werden. Omdat Blancefloer een christen was, liet Floris zich ook dopen.
Floris werd een machtig vorst. Hij en Blancefloer kregen een dochter die ze Bertha met de Grote Voeten noemden. Zij trouwde met de machtige koning Pepijn en ze kregen een zoon: Karel de Grote.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.