TITEL : Erik of het klein insectenboek



TITELVERKLARING : Erik moet voor school, voor het vak biologie, een boekje leren dat "Solms' Beknopte Natuurlijke Historie" heet. Hij weet zoveel van insecten af dat hij net een wandelend insectenboek is.



MOTTO : Wij zijn allen ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet leeft groot. De overige zijn insecten.



SCHRIJVER : Godfried Bomans

Godfried, Jan, Arnold Bomans werd op 2 maart 1913 in Den Haag geboren. Hij komt uit een streng katholiek gezin, als vierde kind van de zeven. Het gezin verhuist naar Haarlem en daar gaat hij naar het gymnasium. In de vijfde klas schrijft hij het toneelstuk "Bloed en Liefde". Daarna gaat hij rechten studeren, maar dat wordt geen succes. In 1936 verschijnt zijn eerste boek "Pieter Bas". Hij schrijft daarna nog veel andere boeken, waaronder vaak sprookjesboeken. Ook heeft hij programma's op radio en t.v. Hij heeft 64 boeken op zijn naam staan als hij op 22 december op 58-jarige leeftijd aan een hartaanval overlijdt.





THEMA : De belevenissen in een droom van Erik Pinksterblom in de insectenwereld, naar aanleiding van een insectenboek dat hij moet leren.



MOTIEF : De insecten gedragen zich zoals mensen, er is klasseverschil (Van Vliesvleugel), liefde (vlinder trouwen), oorlog (mierenkolonie) en de dood (doodgravers, spin).



TIJD : De tijd is de duur van de droom. Maar in zijn droom duren zijn belevenissen langer. De tijd waarin Erik leeft is waarschijnlijk vroeger. Je kunt dit zien aan de manier waarop het gezin leeft, bijv. hij krijgt op één boterham maar beleg en de inrichting van het huis is ook ouderwets.



PLAATS : Het verhaal begint in de slaapkamer van Erik. Dan komt hij in zijn droom in het schilderij "Wollewei", in de insectenwereld terecht. Hier bezoekt hij verschillende insectenfamilies.



KARAKTERBESCHRIJVING : Erik Pinksterblom

Erik is een kleine jongen, hij is aardig en beleefd, maar wel een beetje een dromertje. Hij is ook erg hulpvaardig. Tijdens het boek verandert zijn karakter niet, maar hij gaat na afloop van zijn droom wel anders over de dieren denken.



RELATIES TUSSEN DE PERSONEN : De relatie tussen Erik en de meest insecten is goed. Erik geeft de insecten goede raad, maar sommige insecten vinden hem niet voornaam genoeg (familie Van Vliesvleugel).



GENRE : Het is een soort sprookjesboek. Een jongetje stapt van de gewone wereld in een verbeeldingswereld die als gewoon ervaren wordt. Je zou het kunnen vergelijken met Alice in Wonderland.





SAMENVATTING:

Het boek begint met een aantal voorwoorden van (niet-bestaande) biologen die kritiek leveren op de biologische feiten die in "Erik" voorkomen.



Erik Pinksterblom ligt in bed te denken aan zijn biologie proefwerk dat hij d volgende dag heeft. Hij moet alle insecten uit het boekje "Solms' Beknopte Natuurlijke Historie" kennen.



Aan de muur van zijn kamer hangen schilderijn van oude familielden en een schilderij dat hij "Wollewei"noemt, omdat er witte schaapjes op grazen. Ook staan er alle insecten op die je maar bedenken kunt.



De portretten van zijn familie beginnen tegen hem te praten en zijn grootmoeder zegt dat alles leeft, zelfs schilderij Wollewei. Erik wordt heel klein en zwaait over de lijst van het schilderij de wollewei in.



Erik ontmoet een wesp "Van Vliesvleugel" die van een oude familie stamt. Hij gaat mee naar zijn huis en de familie wil weten of hij van adel is en of hij geld heeft. Ze hebben zeven dochters die nog niet zijn getrouwd. Erik blijft er eten en zingt een liedje over een bij. Maar bijen zijn familie van de wespen waarme ze niets te maken willen hebben. Ze worden boos op Erik en Erik vlucht weg op een hommel.



De hommel brengt hem naar een hotel "Het slakkenhuis", waar allerlei insecten wonen. Erik herkent alle insecten uit zijn insectenboekje van school. De insecten denken daarom dat hij heel geleerd is. Erik gaat met een vlinder mee naar huis. Als de vlinder gaat trouwen is Erik weer alleen.



Hij raakt bijna gevangen in een web van een spin. Hij vecht met de spin en doorboort hem met een dennenaald, dan valt de spin bovenop hem. De doodgravertjes begraven de spin. Hij gaat met een doodgravertje mee naar huis onder de grond en eet daar een paardenvlieg. Onderweg naar de uitgang komt hij een worm tegen die in de knoop raakt.



Buiten staan allerlei insecten die aan Erik van alles vragen over hoe ze moeten leven. Erik zegt: "Volg je instinct nu maar en doe zoals je altijd doet, dan doe je het goed".



Hij gaat met een mier mee naar een mierenkolonie en tijdens het eten vertelt hij huilend waar hij vandaan komt en dat hij naar huis wil. Hij nodigt de mieren uit met hem mee te gaan.



Op weg naar de rand van het schilderij valt het mierenleger allerlei onschuldige insecten aan en vecht daarna met een ander mierenleger. Een van die mieren spuit mierenzuur in Erik's oog. Erik wrijft in zijn ogen en als hij zijn ogen weer opendoet, voelt hij de zon in zijn ogen prikken en ligt hij in zijn bed in zijn eigen kamertje.



Hij denkt dat zijn familie wel blij zal zijn dat hij weer thuis is, maar ze doen alsof er niets is gebeurd.



Op school maakt hij zijn biologie proefwerk en schrijft dingen op die hij over de insecten in zijn droom heeft meegemaakt, bijv. op de vraag: "Zijn wespen nuttige insecten?", antwoordt Erik: "Dat kan wel zijn, maar je verveelt je er dood" De lerares schrijft aan Erik's ouders dat Erik onbegrijpelijke wartaal heeft opgeschreven. Hij moet voor straf een uur eerder naar bed. In bed hoopt hij dat hij weer klein wordt, want hij vindt de mensenwereld niet leuk, maar het gebeurde nooit meer.



MENING : Het is een leuk boek om te lezen en niet moeilijk te begrijpen. Het is grappig dat er verschillende insecten in voorkomen die zich gedragen als mensen. bijv. wespen als snobs, ze willen alleen met families omgaan die geld hebben en van adel zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Bij het kopje 'tijd' wordt er gezegd dat hij maar op één boterham beleg krijgt, dit is niet zo! Wel staat er in het boek dat hij alleen op zondag honing kreeg, en dan maar op één boterham. dus: hij mocht maar op één boterham honing als beleg!

12 jaar geleden