Gebruikte editie
Eerste druk: 2003
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 239
Uitgever: Davidsfonds // Infodok, Brussel

Gegevens voorkant
Op de voorkant staat in het rood (uiteraard) een afbeelding van een tweetal jonge mensen (jongen en een meisje.) Het moeten de hoofdfiguren van de roman voorstellen: Senne en Noor.

Genre
“Engel in rood “ is een jeugdroman, geschikt voor de leeftijdscategorie 14 jaar en ouder. In de catalogus van de bibliotheek krijgt de roman de letter C mee. Het is vooral een roman over agressie en verliefdheid. Het is een realistisch geschreven roman over jeugdproblematiek die een mooie overgangsroman naar de literatuur voor volwassenen vormt. Want Gerda van Erkel schrijft niet kinderachtig, draait niet om de zaken heen en laat ook hier en daar wel wat te raden aan de lezers over. Het taalgebruik is niet grof maar wel realistisch. Daarom is de roman heel geschikt voor scholieren van 14 jaar en ouder: Ik denk aan klas 2 en 3 van het voortgezet onderwijs. (In Nederland voor vmbo-TL, havo en vwo) Je leest het verhaal achter elkaar uit.

De aanleiding voor het boek
Gerda van Erkel over de aanleiding om dit boek te gaan schrijven: In de dagelijkse praktijk van de therapiekamer en de media werd ik steeds vaker geconfronteerd met agressie. Ik vond en vind dat onrustwekkend. Ik zag en zie nog weinig geduld tussen mensen, weinig verdraagzaamheid. Men zoekt en vindt al te gemakkelijk een excuus in een moeilijk verleden of een moeilijke gezinssituatie. Alsof dat je het recht geeft om door het lint te gaan. Vandaar dat ik een boek wilde schrijven over iemand die zou leren zijn drift te beheersen, maar daarom nog zijn boosheid niet zou hoeven te onderdrukken. Waarom zou iemand zich dat opleggen, die strijd aangaan? De liefde leek me een goede reden, maar uiteindelijk moest Senne het niet enkel ter wille van Noor doen, maar ook voor zichzelf. Ik was amper aan het boek begonnen toen op 11 september 2001 de vliegtuigen insloegen op de WTC torens; de dynamiek lag voor de hand. Ik zou een boek schrijven over de drift in Senne, als voorgrond, tegen de waanzin en terreur in de wereld, als achtergrond. Het middengebied is de agressie thuis, de verziekte relatie tussen zijn ouders..

De flaptekst
Drie maanden had ze gezegd. Het was lang wachten om haar te mogen zoenen. Ik nam me heilig voor dat het geen dag langer zou duren. Ik zou een stuk van mijn tong bijten en in plaats van te boksen alleen nog fluwelen handschoenen dragen.
Senne is zeventien en stapelverliefd. Op Noor, het nieuwe meisje in zijn klas. Ze is bloedmooi en sexy. Een engel, maar met een eigen willetje! Noor ziet Senne ook wel zitten, alleen... zijn driftbuien en agressieve karakter hoeft ze niet. Er is volgens haar al genoeg waanzin in de wereld. Pas als Senne erin slaagt om zich drie maanden lang te beheersen en minder opvliegend te worden, mag hij haar kussen!
Geen seconde wil Senne nog verliezen, maar goede wil is niet alles. Als de waanzin in de wereld te veel wordt, is het soms heel moeilijk om niet door het lint te gaan...
Gerda Van Erkel stelt Senne zwaar op de proef. Samen vechten ze tegen een gevoel van onmacht. Een eigentijdse love story vol verlangen, hoop en doorzettingsvermogen.



Samenvatting van de inhoud
Senne Pockelé woont in Antwerpen: hij is een jongen van zeventien jaar die het thuis erg moeilijk heeft. Zijn ouders maken namelijk vaak ruzie en de dreiging van een scheiding .
Zijn moeder is bovendien een echte “control freak” die steeds op Senne en haar man loopt te mopperen. Ze heeft op veel dingen wat aan te merken, iets wat ze uit haar jeugd heeft meegenomen.
Daarom wil Senne de buitenwereld graag even van zich afzetten. Hij verdwijnt dan voor de problemen van de wereld, wanneer hij naar de haven van Antwerpen gaat. Hij kan zich dan laten oplossen in het niets: het besef van tijd raakt hij dan helemaal kwijt. Het is voor hem net of er even helemaal niets is.

Maar dan gebeurt er iets belangrijks n zijn leven. Er komt een nieuw meisje in zijn klas: ze is verhuisd naar Antwerpen en omdat ze nog niet veel kinderen in de klas kent, trekt ze op met Senne: ze zit naast hem en doet o.a. een schoolproject met hem: een presentatie van een nieuwsuitzending voor het vak Nederlands. Die maken ze bij Senne thuis en dan merkt Noor al dat de vader van Senne helemaal uit zijn dak kan gaan, omdat hij niet kan slapen als hij vaak nachtdiensten draait.

Vanaf dat moment is Senne smoorverliefd op Noor, die op haar beurt ook wel verliefd op Senne is. Hij wil haar graag zoenen, maar Noor vindt dat Senne zich nogal agressief opstelt en zich vaak opvliegend gedraagt. Ze maakt een afspraak met hem dat hij haar mag pas kussen, als hij zich drie maanden kan beheersen.Symbool daarvan is dat ze een stel rode laarzen gaan kopen en ze geeft een van die laarzen aan Senne mee: als hij zich drie maanden weet te beheersen, mag hij haar deze laars aantrekken: de andere neemt ze zelf mee naar huis.

Noor heeft een bepaald wereldbeeld: ze vindt dat er al veel te veel agressie in de wereld is en ze wil van haar kant proberen de wereld een klein beetje beter te maken. Ze geeft steeds aanwijzingen aan klasgenoten om zich beter te gedragen. Ze wil dat de mensen onderling goed met elkaar om gaan. Dat is natuurlijk een hele opgave, want de roman speelt zich af tegen de achtergrond van de aanslagen op het WTC-gebouw in New York. Twee vliegtuigen storten zich in 2001`de Two Towers binnen en de hele wereld lijkt op zijn kop gezet. Maar Noor is anders ingesteld, daarom helpt ze ook als vrijwilligster in een kindertehuis “De Appeltuin” Ze is daar erg geliefd en ook Senne gaat later enkele keren mee om haar met de gehandicapte kinderen te helpen. Hij vindt het helpen in het tehuis nog leuk ook.

Ook Noor heeft in het verleden al genoeg meegemaakt. Zo heeft ze ( toen ze klein was) haar broertje Joachim verloren aan leukemie. Dat heeft een enorme indruk op haar gemaakt. Senne ziet dat voor de eerste keer, wanneer hij foto’s van haar scant voor haar computer. Het lukt Senne niet om zijn agressiviteit in één keer kwijt te raken. De eerste keer dat hij toch weer agressief wordt, is op de squashbaan en de tweede keer wanneer hij in een discussie over de Amerikaanse aanpak van de Taliban voor “schijthuis”wordt uitgemaakt. Hij pakt de jongen die hem op school tijdens de les uitscheldt, stevig aan. Het komt hem weer op een strafstudie te staan op school. En natuurlijk een herstart van de drie maanden: Noor wil hem die kans nog wel geven.

Thuis heeft hij gemerkt dat zijn moeder een lijstje heeft opgesteld voor de verdeling van de spullen bij een eventuele scheiding . Ook merkt hij bij het doorzoeken van haar spullen een spannend lingeriesetje. Hij verdenkt zijn moeder ervan een uitscheiding uit te lokken: heeft ze misschien een minnaar? Hij ontwikkelt ook theorieën over het menselijk gedrag: het zwartepietensysteem: elk mens heeft in zijn leven een beweegreden / oorzaak om de rest van zijn leven aan op te hangen. (Zie voor de verklaring van het zwartepietensysteem de uitgebreide toelichting hieronder die Gerda van Erkel in een interview gaf) Zijn vader heeft dat en zijn moeder, maar ook Noor (bijvoorbeeld de dood van haar broertje) Intussen ziet hij wel hoe ontspannen de ouders van Noor met elkaar omgaan. Dat had hij zich ook graag toegewenst.

Senne raakt opnieuw in de problemen als blijkt dat zijn vader weer overspannen is. Die blijft gewoon elke dag op zijn bed liggen. Wat daarvan de oorzaak precies, weten Senne en zijn moeder niet. De enige persoon met wie zijn vader erover wil praten, is zijn therapeute.
Zijn moeder kan de problemen niet meer aan en vertrekt voor een poosje naar haar eigen moeder. Dat is in principe het begin van het einde. Maar zijn moeder gaat Senne en zijn vader toch weer missen en ze komt terug naar huis. Maar de vader van Senne voelt zich nu helemaal niet lekker meer: hij voelt zich in het nauw gedreven door zijn echtgenote en hij verlaat nu zelf het huis. Hij gaat naar zijn eigen vader; dat gebeurt nadat deze opa van Senne een lichte beroerte heeft gekregen. Eerst lijkt het vertrek nog niet definitief, maar na een tijdje besluit zijn vader om niet meer terug te komen. Hij kan het best vinden zonder zijn vrouw.

Senne blijft zijn vader regelmatig opzoeken, en op die manier komt hij tijdens lange wandelingen te weten wat er precies met zijn vader aan de hand is. Het blijkt dat hij heel vroeger in een tehuis heeft gezeten en het daar helemaal niet naar zijn zin had. Hij wilde het liefst vertrekken, maar hij moest er een lange tijd blijven. Zijn vrouw heeft thuis vaak de leiding en nu kan hij zich maar heel moeilijk uiten..

Bij de afspraak tussen Senne en Noor hoort ook dat Senne en Noor zich niet als een verliefd paartje mogen gedragen en om die reden zal Senne zich vaak moeten inhouden.Hij wil haar natuurlijk graag aanraken. Bovendien mogen ze niemand van de afspraak op de hoogte stellen. Het lukt Senne niet om dat voor zijn vader geheim te houden. Noor is dan weer een beetje bos en teleurgesteld. Het gaat wel wat beter met het beteugelen van zijn agressie, want hij gaat een keer met Noor naar de Night of The Proms in het Antwerps Sportpaleis en onderweg er naar toe worden ze in de tram erg getreiterd door voetbalhooligans van FC Antwerp. Maar mede door Noor weet Senne zich deze keer wel te beheersen en ze verlaten de tram zonder te vechten. Dat sterkt hem echt in de gedachte dat het uiteindelijk gaat lukken. Op 23 januari 2002 zal het zover zijn dat hij Noor echt mag kussen. Hij telt werkelijk de dagen af.

Senne neemt ook een baantje bij een viswinkel waar hij wat afleiding vindt. In het begin is het allemaal erg moeilijk, maar het werk went toch wel en hij heeft geld om wat beter rond te komen. Hij moet ook nog een schuld aflossen bij zijn vader: de aanschaf van een vaatje bier voor het vieren van zijn 18e verjaardag en de vergoeding van de schade aan een kapot geschopte deur.

Op een familiefeest komt hij ook nog een nichtje tegen die zich steeds van uiterlijk verandert en nooit een en dezelfde persoon is. Noor en Senne gaan samen vaak squashen; dat is een snelle sport, waarin Senne zijn agressiviteit kwijt kan. Ze nodigen ook zijn nichtje uit om mee te doen, maar die blijkt toch weer heel wispelturig.

Een van de problemen die hij later ondervindt, is dat zijn opa opnieuw een hersenbloeding krijgt en deze keer is het fataal. Hij is bang dat zijn vader nu een terugval krijgt, maar het omgekeerde is het geval. Hij ziet dat zijn vader het overlijden goed oppakt en dan kan Senne ook verder met zijn leven. Op Oudejaarsdag wordt zijn opa begraven en zijn moeder neemt op dat moment Sennes baan in de viswinkel waar. Zij mag namelijk niet op de begrafenis komen van Sennes vader. Noor is er wel, maar ze doen net of ze een gewone vriendin van hem is.

Zijn moeder lijkt de draad van haar leven weer een beetje op te pakken en gaat intussen regelmatig uit met andere mannen. Ook zijn vader heeft intussen een nieuwe vriendin. Senne weet daar niet zo goed raad mee. Hij besluit niets over de ene ouder te vertellen als hij bij de andere op bezoek is en dat geldt ook andersom. Zijn ouders hebben nog wel vaak ruzie over de telefoon, waarbij het meestal om geld voor Senne gaat. Op den duur wil zijn vader toch ineens een echtscheiding doorzetten en dat betekent dat het huis verkocht moet worden. Dat is een tegenvaller voor zijn moeder, maar uiteindelijk stemt ze er toch mee in.

Als zijn nichtje hem weer een keer opbelt en hem vertelt dat ze het huis is uitgezet, gaan Senne en Noor naar haar toe. Haar moeder is boos geworden, omdat blijkt dat ze lesbienne is. Ze weet eindelijk wat er met haar aan de hand is en ze kon zich daarvoor geen houding geven, waardoor ze steeds van uiterlijk veranderde. Later wordt ze toch weer door haar moeder in huis opgenomen.

Noor weet dit allemaal rustig op te lossen. Ze vieren Oudejaar met een stel vrienden van school en ook op dat moment is het voor Senne ontzettend moeilijk om niet te laten zien hoe verliefd hij op zijn Rode Engel is. Maar de beloning komt intussen steeds dichterbij : 23 januari 2002; Senne verlangt heel erg naar Noor en hij houdt het deze keer wel vol en mag de beloning uiteindelijk incasseren. Op de dag dat de drie maanden voor bij zijn, gaat hij naar het huis van Noor: ze heeft haar korte spijkerrokje en haar rode truitje speciaal voor hem aangedaan. Hij heeft de rode laars meegenomen en mag deze bij Noor aantrekken. Daarna mag hij haar uitkleden en zoenen.

Structuur en verhaalopbouw
Het verhaal is opgebouwd uit 51 hoofdstukken. Ze hebben wel een nummer maar geen titel. Soms zijn deze hoofdstukken heel kort: 1 à 2 bladzijden. Op een enkele uitzondering in het begin na, wordt de roman in de chronologische volgorde verteld. De vertelde tijd is van begin september 2001 tot 23 januari 2002. Het boek heeft een opening in handeling eneengesloten einde (want de opdracht is vervuld)

Vertelwijze
Het verhaal wordt in de ikvorm verteld door de 17-jarige Senne. In de roman is hij jarig: hij wordt dan 18 jaar. We leren dan ook zijn gevoelens voor Noor en gedachten over het leven kennen. Senne vertelt in de o.v.t. als een achterafverteller. Het lijkt er dus op alsof alles al gebeurd is op het moment dat hij het verhaal aan zijn lezers vertelt.


Titelverklaring
Gerda van Erkel heeft in een interview de titel zelf verklaard. Noor is Sennes ‘reddende engel’, zoals ze dat ook voor de andere klasgenoten probeert te zijn door hen te prijzen, of hen te helpen om een beter te mens te worden… Het is haar manier om met haar vroegere machteloosheid te leren omgaan: ze vindt het immers verschrikkelijk dat ze niets voor haar broertje heeft kunnen doen. Ze weigert om zich neer te leggen bij absolute machteloosheid: waar ze iets kan veranderen, zal ze dat proberen. Daarnaast is 'engel' ook een ander woord voor lieveling, schat… Rood verwijst dan weer naar het strakke truitje dat Noor draagt die eerste keer dat ze bij Senne thuis komt. Normaal draagt een engel een lang, wit, wapperend gewaad, maar Noor is een engel op aarde, een engel in de 21ste eeuw. Tot slot komen daar nog de rode laarsjes bij (aardse vleugeltjes?)

Tijd en ruimte
De roman speelt zich af in het jaar 2001. Daarvoor zijn concrete aanwijzingen te vinden. Een van de belangrijkste is de terroristische aanval op het WTC-gebouw in New York. Die vond plaats op 11 september 2001. In de weken erna valt Amerika Afghanistan binnen: het is dan oktober 2001. Senne gedraagt zich dan weer agressief en hij denkt aan de drie maanden die dan opnieuw beginnen te tellen: (8 januari) Uiteindelijk wordt de bewuste datum dat hij zijn vriendin mag kussen 23 januari en op die dag eindigt het verhaal dan ook: op de laatste bladzijde geeft hij haar zijn eerste echte liefdeskus.

De ruimte wordt heel duidelijk aangegeven: Senne woont in Antwerpen: wanneer hij zich ellendig voelt gaat hij naar de kaai (haven).Ze gaan ook samen een keer naar het Antwerps Sportpaleis voor het bijwonen van een concert van The Night of The Proms. Ook Noor woont in Antwerpen. Zijn vader verhuist op een bepaald moment naar het dorpje Brakel, waar Sennes opa woont. Hij gaat zijn vader daar enkele keren bezoeken en zijn opa wordt er ook begraven.

Motto
De schrijfster geeft haar roman een motto mee: enkele regels uit een liedje van de Nederlandse cabaretier Bram Vermeulen:
Samen wezen in het donker
Samen zijn we niet meer bang,
Hou mijn handen vast
hou mijn handen vast
Ik weet dat alles kan.

Het is een heel mooi motto voor het boek. De problemen van mensen kun je samen oplossen. Door elkaar te helpen kun je de problemen van medemensen oplossen. Senne is door zijn opvoeding heel agressief en Noor probeert hem te begeleiden door hem een mooie belofte voor te houden: je mag me over drie maanden kussen. Maar ze moet hem wel bijstaan in de moeilijke periode die Senne meemaakt door de ruzie tussen en de scheiding van zijn ouders. Dat is het duidelijkst te zien in de situatie wanneer Senne door voetbalhooligans getreiterd wordt in de tram. Noor weet hem dan zo te helpen dat hij rustig kan blijven.

Thematiek
De roman gaat over de moeite die iemand moet doen om zijn agressie die in hem zit te beteugelen. Gerda van Erkel is zelf therapeute en heeft gezien hoe mensen zich vaak verschuilen achter hun verleden en dan op die manier datgene wat gebeurd is de schuld kunnen geven aan hun gedrag (het zg. zwartepietensysteem) Iedereen heeft wel in zijn jeugd een reden om zich later op een bepaalde manier te gedragen.

Senne is daar in het begin een voorbeeld voor: hij gedraagt zich in de klas altijd erg agressief en kan dat mooi op zijn slechte jeugd gooien met een moeilijke relatie tussen zijn ouders. Het is echter heel mooi dat Noor in zijn leven komt. Hij wordt stapel verliefd op het mooie meisje Noor dat hij als een engel beschouwt. Maar ze weet hem zover te krijgen dat hij zich moet leren beheersen: hij mag haar pas kussen (tongzoenen en vrijen) wanneer hij zich drie maanden weet te beheersen. Dat lukt in het begin niet, want hij wordt nog steeds uitgedaagd, maar Noor weet hem wel te helpen bij zijn moeilijke strijd (vgl. de episode dat hij wordt gepest door voetbalhooligans) Door haar kan hij zich veel beter staande houden in het leven : hij weet steeds beter om te gaan met het slechte huwelijk van zijn ouders, hoe moeilijk hij het ook met die scheiding heeft. Maar hij ziet wel dat zijn vader opbloeit wanneer hij onder zijn moeders controle kwijt is. Hij neemt een baan, moet daar ook in leren doorzetten, gaat met Noor mee naar een kindertehuis en weet tenslotte zijn agressie voor haar te beteugelen. De liefde kan immers alles overwinnen, is de duidelijke boodschap van de schrijfster. De schrijfster laat het verhaal spelen tegen de achtergrond van voorlopig één van de ergste gebeurtenissen uit de nog jonge 21e eeuw nl. de aanslagen op het WTC-gebouw in New York in 2001. Daardoor ontstaat ook de discussie op school over geweld en de Islam. Dat maakt het boek erg actueel en geeft ook aan hoe betrekkelijk de eigen privé-situatie kan zijn tegenover het grote geweld. Aan de ander kant natuurlijk ook dat ook in de Grote Buitenwereld de oplossing alleen maar te bereiken is met Liefde en begrip voor elkaar.

Er komen natuurlijk een heleboel motieven in deze jeugdroman voor:
- verliefdheid (Senne op Noor)
- liefde
- agressiviteit
- dood (opa van Senne gaat dood)
- echtscheiding
- psychische afwijking (Sennes vader is depressief)
- ouder-kindrelatie
- de actualiteit van de oorlog
- het schoolleven
- seksualiteit (ook Sennes nichtje tobt ermee: ze is lesbisch)
- het meedragen van je verleden


Belangrijkste personages
Senne Pockelé: is een jongen van zeventien jaar: hij heeft een opvliegend karakter en gedraagt zich vaak agressief tegen anderen. Waarschijnlijk komt dat door een gespannen sfeer die er thuis tussen zijn ouders is. Wanneer hij verliefd wordt op Noor, verandert zijn gedrag langzaam; zij zorgt ervoor dat hij minder agressief wordt door een beloning voor hem in het vooruitzicht te stellen. Senne heeft fantasieën over Noor. “ Drie maanden had ze gezegd. Het was lang wachten om haar te mogen zoenen. Ik nam me heilig voor dat het geen dag langer zou duren. Ik zou een stuk van mijn tong bijten en in plaats van te boksen alleen nog fluwelen handschoenen dragen. Ik zie de Groenplaats voor me, als een soort park met bankjes. En een plein waar veel mensen afspreken. En het ligt op weg naar school.

Ook sluit hij zich vaak af van de wereld en is vertoeft dan in zijn eigen wereldje. Omdat hij werkelijk verliefd is op Noor heeft hij veel voor haar over. Mede door haar krijgt hij de mogelijkheden om drie maanden vol te houden.

Noor is een gouden meid; ze gaat haar eigen gang en doet alle dingen voor haar eigen plezier. Haar levensmotto is; 'de tijd is wat je er van maakt'. Ze is erg betrokken bij de gebeurtenissen in de rest van de wereld. Het boek speelt tijden de aanslagen in New York op elf september 2001 daarop volgt min of meer oorlog in Afghanistan. Ze heeft zich na de dood van haar broertje als levensdoel gesteld zich zo veel mogelijk in te zetten voor de medemens en andere mensen van hun fouten af te helpen. Ze doet ook goed werk in haar eigen directe omgeving: ze helpt in een kinderopvang. Zij sleept Senne door de drie moeilijke maanden heen. Ze geeft hem een tweede kans, wanneer Senne het de eerste keer niet volhoudt. Het is een echte, rode engel.

De moeder van Senne: zij speelt de rol van een sterke vrouw,. Haar man is een labiele figuur Ze heeft een baantje in een supermarkt en een flinke taak in het huishouden. Ook zij staat onder psychische druk, vooral wanneer haar man overspannen is. Ze wil alles in haar huishouden zo goed mogelijk regelen: dat heeft ze uit haar verleden overgehouden.Wanneer ze van haar man gescheiden is, valt er een last van haar schouders. Ze voelt haar vrijheid. Maar ze moet wel alles alleen opknappen. Ze heeft nogal eens ruzie in de telefoongesprekken met haar man over de alimentatie voor Senne. Na de scheiding van haar man gaat ze vrij snel daarna uit met een andere man maar erg succesvol blijkt die nieuwe relatie niet te verlopen.

De vader van Senne: deze man komt vrij gesloten over. Over zijn problemen (die vrijwel allemaal hun ontstaan in het verleden van zijn jeugd hebben) praat hij niet met zijn vrouw en Senne, alleen met een therapeute. Zijn vrouw vindt dat niet prettig; ze hebben daarover vaak ruzie en dat is de oorzaak van hun scheiding. De vader van Senne maakt uiteindelijk de beslissing om te vertrekken. De scheiding doet hem goed, hij kan weer genieten van het leven en voelt zich vrij. Als zijn eigen vader, (Sennes opa), plotseling in het ziekenhuis wordt opgenomen, zit hij dag en nacht aan het ziekenhuisbed. Toch overlijdt de oude man en verwachte terugslag bij Sennes vader blijft uit. Hij pakt daarentegen nieuwe dingen aan. Hij gaat wandelen (ook met Senne) en ontmoet een nieuwe vriendin die dezelfde hobby als hij heeft. Hij probeert ook weer een baan te vinden. Met hem gaat het in de loop van het boek steeds beter. Hij belt Senne op de laatste dag op om te vragen of het gelukt is met de weddenschap.

Verklaring van het gedag van Senne en zijn vader
In een interview geeft de schrijfster (die gedragstherapeute is) hoe je het gedrag van Senne enerzijds en dat van zijn vader anderzijds moet verklaren: Wat Senne doet is zichzelf onder een soort zelfhypnose brengen. Dat is een toestand waarbij zijn waarnemingen minder scherp zijn, zijn hartslag daalt, zijn gevoeligheid wordt verdoofd. Hij brengt zichzelf in een soort afwezigheid van bewustzijn, waarin hij al zijn ellende even niet hoeft te voelen, er even niet aan hoeft te denken. Hij trekt zich uit het leven terug en verliest daardoor ook alle besef van tijd. Het is letterlijk een time out.

Zijn vader doet juist het omgekeerde: de dingen die hij als kind niet wilde voelen omdat ze te pijnlijk waren en die hij destijds op zijn manier heeft proberen te verdringen of te vergeten, komen nu vaak ongevraagd opnieuw zijn bewustzijn binnen. Hij stapt niet uit de tijd, maar keert juist terug in de tijd. Hij schakelt zijn bewustzijn niet uit, maar verscherpt het juist om nu te voelen wat hij destijds heeft doorgemaakt. Dit is nodig om het rouwproces af te maken. Hij legt op die manier het verdriet en de angst en de machteloosheid van die kleine jongen nu in de handen van zijn volwassen 'ik'. Als volwassene belooft hij om zijn innerlijke, gekwetste kleine jongen in de toekomst te beschermen. Hij erkent zijn pijn, hij luistert naar zijn verhaal. Door het kind te geloven en te troosten, kan het genezen en groeien. Als dat proces voltooid zal zijn, zullen zijn binnen- en buitenkant even oud zijn en kan hij zich als een volwassen verantwoordelijke vader naar zijn zoon opstellen. Maar eerst moet hij in het reine zijn met zijn verleden, met het jongetje dat hij was, met de ouders die hij had. Dat doet hij door terug te keren in de schoot van zijn familie.

Hij geeft aan zijn vader de bescherming en de zorg die hij als jongetje van hem had moeten krijgen. Maar hij heeft wel het gevoel dat hij er nu mag zijn, dat hij er nodig is en niet weggestuurd zal worden. Door voor zijn vader te zorgen, geeft hij zich een plek in het ouderlijke huis en zorgt hij voor zijn eigen veiligheid, waar hij al die jaren daarvoor als veiligheidschef voor de veiligheid van anderen moest zorgen. Die verantwoordelijkheid was in de loop der jaren te zwaar gaan wegen, omdat ze niet alleen op de schouders van een volwassen man rustte, maar vooral op de tengere smalle schouders van een bang kind dat liefst weg wou kruipen in een hoekje of op een schoot.


Uitleg van het “Het zwartepietensysteem”
In het boek spreekt de schrijfster over het “zwartepietensysteem.” Wat bedoelt ze daar precies mee?
Gerda van Erkel vertelt in een interview: Je kunt het gezin en de situatie waarin je geboren wordt en opgroeit bekijken als de kaarten die je meekrijgt om het spel van het leven mee te spelen. Die kaarten kun je niet kiezen. Meestal zit er ook een schoppenboer in het spel, de Zwarte Piet, een kaart waarmee je het minder getroffen hebt.

Je kunt die kaart op twee manieren gebruiken: ofwel keert ze zich steeds tegen je en blijf je het slachtoffer van bepaalde manieren van behandeld worden en van zelf reageren, ofwel slaag je erin om het slechte lot om te keren tot juist een kans in je leven. In het eerste voorbeeld kan het zijn dat iemand die zich, zoals Sennes moeder, het slachtoffer voelde van de pretbederver (haar broer die alles voor haar verpestte) die rol voor de rest van haar leven gaat spelen. In iedereen die haar een beetje tegenwerkt gaat ze haar broer zien, in elke tegenslag gaat ze boos opzet vermoeden om de boel voor haar te verzieken.

De Zwarte Piet van haar broer is dan weer dat hij geconfronteerd werd met een voorbeeldige zus, bij wie hij altijd een of meer stappen zal achterblijven. Hij kan zich gedoemd voelen om altijd de pineut te blijven, de looser, wat hij ook probeert. Op die manier blijf je voor eeuwig en altijd met die slechte kaart zitten. Je kunt ook proberen om die rol los te laten, de kaart kwijt te raken. Als de broer uit ons voorbeeld zou ophouden om te proberen zijn zus te evenaren, of anderen die hij met haar gelijkstelt, als hij zou ophouden iedereen te bewonderen en op een voetstuk te plaatsen en zichzelf klein te maken, zou hij wellicht zijn eigen talenten en kwaliteiten kunnen ontdekken.

De Zwarte Piet kan ook een tegenslag zijn die je leven op dramatische manier getekend heeft. In het geval van Noor is dat de dood van haar broertje. Ze heeft zich machteloos gevoeld toen hij stierf. Dat lot heeft ze niet kunnen bezweren, maar ze kiest er later voor om dat noodlot om te buigen tot een soort bestemming, om van de Zwarte Piet om het nu maar zo te noemen een Harten Vrouw te maken. Zij heeft zich tot doel gesteld mensenlevens te redden waar ze kan. Zo wordt ze Sennes Engel.

Senne zelf heeft twee Zwarte Pieten in de vorm van zijn ouders: zijn depressief-agressieve vader, zijn zeurderige neurotische moeder die bij hem compensatie zoekt voor wat ze bij haar man niet vindt. Senne probeert aanvankelijk om aan die situatie te ontkomen door weg te vluchten in Zwarte Gaten. Hij doet of die kaart niet in zijn spel zit, maar zodra hij zijn ogen opent, is ze er weer. Later leert hij om die kaart terug te geven aan degene bij wie ze hoort, door geen partij te kiezen of door te weigeren om zich te laten manipuleren. Als hij ermee ophoudt om bliksemafleider te zijn, stapelt hij ook geen elektriciteit op die hij dan zelf in driftbuien moet gaan ontladen.

Daarom is het belangrijk dat je ontdekt welke ‘subpersoonlijkheden’ er allemaal in je diepste binnenste leven. Als je je pappenheimers kent, blijf jij de baas over hen, je weet hoe je hen moet aanpakken. Ken je ze niet, of ontken je misschien zelfs hun bestaan, dan spelen zij snel de baas over jou. Je kaarten lopen uit de hand, zou je kunnen zeggen. Je ‘duivels en demonen’ zijn er, daar kun je niet omheen, maar ze moeten hun plaats kennen en dat kan alleen als jij de ‘poppenspeler’ bent die de touwtjes stevig in handen houdt. Senne heeft woede in zich, maar die boosheid mag zich maar roeren wanneer en hoe en tegen wie hij kiest. Het gaat erom dat je altijd een keuze hebt, soms niet in wat je overkomt, maar altijd in hoe je ermee omgaat, toch vanaf het moment dat je niet langer een klein machteloos kind bent.



Over de schrijfster
Geboren in Wilrijk
Geboortedatum: 13/04/1954
Nationaliteit: Belgisch
Debuteerde als auteur in 1984

Gerda van Erkel studeerde aanvankelijk Romaanse filologie aan de UFSIA in Antwerpen. Het jaar nadien stopte ze met deze studies en begon ze aan de opleiding Secretariaat Moderne Talen aan het Sint-Lodewijksinstituut te Antwerpen. In juni 1975 studeerde ze af.

Gerda van Erkel begon al gauw verhalen en sprookjes te schrijven voor verschillende jeugdbladen. In 1980 won ze met één van die verhalen, ‘Blauwvliesje en de wervelwind’, een prijs bij het tijdschrift Appel.
Ook in de reeks Vlaamse Filmpjes kwamen heel wat verhalen van Gerda voor. Intussen begon ze romans voor volwassenen te schrijven.
In 1985 verschenen haar eerste sprookjesbundels, ‘Olleke Bolleke Knol’ en ‘De bezem van Ambrosie’. In hetzelfde jaar publiceerde Gerda van Erkel haar eerste jeugdroman ‘Tussen twee oevers’. Voor dit historisch werk ontving ze in 1986 de prijs voor de letterkunde van de provincie Antwerpen. In de periode die volgde, startte Gerda van Erkel de opleiding Gestalttherapie die haar volgende adolescentenromans opvallend tekenden. Dit toonde zich voor het eerst in ‘Zes maal één is zeven’. Voor dit boek ontving ze bovendien de Prijs Knokke-Heist Beste Jeugdboek. Met dezelfde prijs werd ze nogmaals bekroond voor het boek ‘Een dubbel vuurteken’, waarvoor ze eveneens de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2003 ontving.

De boeken van Gerda van Erkel kregen, naar eigen zeggen, allemaal een biografische inslag. Centraal staat steeds de thematiek van de persoonlijke zoektocht en het opnemen van eigen verantwoordelijkheid. Gerda van Erkel hanteert daarvoor een heldere en vlotte taal, schrijft beeldrijk en poëtisch en de karaktertekeningen die ze maakt zijn goed uitgediept en voldoende genuanceerd. De pedagogische boodschap neigt af en toe wel te sterk naar voor te treden maar dat doet niets af aan het realistische karakter en de psychologische diepgang van haar romans.
Bibliografie
1985 De bezem van Ambrosie : sprookjes (Dageraad)
1985 Olleke bolleke knol : sprookjes (Dageraad)
1985 Tussen twee oevers (Soethoudt)
1986 Help, wij verzuipen (Dageraad)
1990 Het verhaal van Janka; Grenspaal 151; De grote honger (Altiora)
1993 Zes maal één is zeven (Davidsfonds; Infodok / 4e druk 1997)
1994 Nachtvlinders (Davidsfonds / Infodok)
1996 Leven op de rand (Davidsfonds / Infodok)
1998 Rimpels en geruis (Davidsfonds / Infodok)
2001 Ik kom je halen (Davidsfonds / Infodok)
2002 De hemel is geen huis (Davidsfonds / Infodok)
2002 Een dubbel vuurteken (Davidsfonds / Infodok / 2e druk 2004)
2003 Engel in rood (Davidsfonds / Infodok)
2004 Huilen naar de maan (Davidsfonds / Infodok)
2005 Mijn zoute zoen (Davidsfonds / Infodok)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.