De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Samenvatting

(bron: Prisma uittrekselboek Nederlandse literatuur 1880 – 1945)

De roman speelt zich voor een groot deel af in de Haagse “coterie” aan het eind van de 19e eeuw. Een vaste kring mensen uit dezelfde hogere klasse maakt visites bij elkaar, geeft een dinertje of een soirée, gaat naar de opera of naar het Kurhaus in Scheveningen. We geven hier eerst een opsomming van de leden van deze Haagse kring om ons daarna te beperken tot de verhaallijn rond Eline Vere. Aan het eind van deze samenvatting vertellen we kort de lotgevallen van de belangrijkste overige personages.
Eline woont bij haar zus Betsy, die getrouwd is met Henk van Raat; ze hebben een zoontje, Ben, die wat achterlijk is. Henks moeder, de oude mevrouw Van Raat (Dora) heeft na het overlijden van haar man, met wie ze zeer gelukkig was, een eenzame oude dag. Haar zoon Paul, die bij haar woont, gaat veel uit> Hijvormt een vrolijk clubje met zijn nichtjes Lili en Marie Verstraeten en de twee jongste telgen van de adellijke familie Van Erlevoort ter Horze: Etienne (Eetje) en Frédérique (Freddy). Bij de van Erlevoorts heerst altijd een gezellige drukte. Aan het grote huis aan het Voorhout woont de weduwe Van Erlevoort met de twee genoemde kinderen en met haar zoon Otto en dochter Mathilde van Rijssel, die na haar scheiding met haar vier kinderen Johan, Lientje, Tina en Nico weer haar intrek in het ouderlijk huis heeft genomen. De oudste zoon, Théodore, woont met zijn vrouw Truus en zijn kinderen op het Gelderse familielandgoed de Horze; de zusters Cathérine en Suzanne zijn respectievelijk getrouwd met Percy Howard en Arnold van Stralenburg. Zomers komt de hele familie meestal bijeen op de Horze.
De gebeurtenissen in de roman spelen zich voor een belangrijk deel in de huizen van bovengenoemde families af. Andere families zoals de “Eekhofjes” of de Oudendijks, worden slechts schetsmatig beschreven. Alleen het jonge Cateautje (Toos) van der Stoor en broer en zus De Woude van Bergh (de 38-jarige oude vrijster Emilie en de veel jongere, wat fatterige Georges) worden meer in detail getekend. Uitgebreide aandacht is er ook voor de met ziekteverlof uit Indië overgekomen familie Ferelijn, al hoort dieniet echt bij de coterie. Jeanne, een jeugdvriendin van Eline en Betsy, heeft een zorgelijk huwelijksleven met haar zieke man Frans Ferelijn en haar zwakke kinderen Dora, Wim en Fritsje.

De roman begint op een avond in november. Eline is niet met haar zuster en zwager meegegaan naar de verjaardag van de heer Verstraeten, wiens kinderen en vrienden prachtige tableaux vivants opvoerden. Eline is in een melancholieke bui, wat wel vaker voorkomt. Ze is ontevreden met haar doelloze, nutteloze bestaan. ’s Nachts stort ze haar hart uit bij haar zwager Henk van Raat.

De volgende dag voelt Eline zich opgeknapt. Paul, met wie ze vaak zingt, komt langs en ze gaat zelf mijnheer Verstraeten en daarna de oude mevrouw Van Raat opzoeken. ’s Avonds aan het diner schertst ze vrolijk met Georges de Woude, haar gemaakte lachje doet haar oude schoolvriendin Jeanne van haar vervreemden. Als de Ferelijns weg zijn, gaan Eline, Betsy en broer en zus De Woude naar de opera. Er zingt een nieuwe bariton: Théo Fabrice. Eline probeert de anderen niet te laten merken dat ze nogal onder de indruk is van zowel de opera als de zanger. Tijdens de pauze zien ze neef Vincent Vere, pas teruggekeerd van een van zijn reizen. Eline mag hem wel; hij doet haar aan haar overleden vader denken. Betsy daarentegen koestert een soort vrees voor haar neef.


Op Sinterklaasavond ten huize van de Van Erlevoorts krijgt Eline een prachtige waaier van Bucchi. Ze weet niet wie de gever is, maar Frédérique heeft een vermoeden, dat na een gesprek met haar broer Otto enige tijd later bewaarheid wordt. Freddy voelt een sterke antipathie tegen Eline; ze waarschuwt Otto, dat dat “coquette nest” hem ongelukkig zal maken. Eline zelf, zich nergens van bewust, koestert ondertussen haar geheime hartstocht voor Fabrice. Ze verbeeldt zich dat hij haar de waaier heeft gegeven en droomt al van een opwindend leven aan zijn zijde. Ze gaat zo vaak mogelijk naar de opera en verzamelt plaatjes met zijn portret. Ze maakt lange ochtendwandelingen door het park in de hoop hem tegen te komen, wat een enkele keer gebeurt. Aan haar liefde komt abrupt een einde als ze hem zonder de flatteuze opera-kleding ziet optreden tijdens een concert – hoe had ze zo kunnen dwepen met die lompe, burgerlijke timmerman! Elines teleurstelling is hevig, maar duurt niet lang. Een nieuwe ontwikkeling doet zich voor: Otto van Erlevoort vraagt haar zijn vrouw te worden. Eline twijfelt, ze voelt geen hartstochtelijke liefde voor Otto. Tijdens een avondje met enkele intieme vrienden voelt ze zich echter gedreven door een onzichtbare macht en ze stemt toe in een huwelijk. Vanaf dan voelt ze zich steeds rustiger en gelukkiger worden. In de zomermaanden die ze met Otto op de Horze doorbrengt, bereikt haar geluk een hoogtepunt. Ze voelt zich gezonder en vrolijker dan ooit tevoren. Op een nacht huilt Eline van geluk, later noemt ze dit het keerpunt; de gedachte dat het geluk ooit afgelopen kan zijn, zaaide een kiem van twijfel die niet meer weg zou gaan.


In de tijd dat Eline op de Horze was, logeerde Vincent bij Henk en Betsy. Betsy dacht dat het hun wat gezelligheid zou geven en Vincent zou dan wat minder geldzorgen hebben. Als Eline weer thuis is, blijft Vincent hangen – tot ergernis van Betsy. Eline werkt aan haar uitleg en voert vage, filosofisch getinte gesprekken met Vincent. O.a. over het noodlot. Bijna elke avond komt Otto dineren. Vincent wordt op een dag ernstig ziek, Eline gaat hem verplegen. Ze gaat Vincent steeds sympathieker vinden en verbeeldt zich dat Vincent een geheime liefde voor haar koestert. Voor Otto voelt ze af en toe een onverschilligheid, wat ze wanhopig tegen probeert te gaan: op de Horze hield ze zo innig veel van hem! Op een avond maakt ze met Betsy ruzie over Vincent en vaart daarna driftig uit tegen Otto; ze wordt dol van zijn eeuwige kalmte! Henk dwingt haar vergiffenis te vragen aan Otto, maar zowel Eline als Otto beseft die avond dat het afgelopen is met hun geluk. Otto koestert nog hoop, maar na enige tijd schrijft waarin ze de verloving verbreekt. Dat voelt ze als haar plicht; ze zal hem nooit gelukkig kunnen maken. Na het versturen van de brief huilt Eline zo wanhopig, dat Betsy en Henk het ergste vrezen. Na een ruzie met Betsy vertrekt Vincent naar Londen en vandaar naar New York, zijn vriend St. Clare weet daar een baan voor hem. Eline hoopt dat Vincent bij zijn afscheid over zijn liefde voor haar zal spreken, maar het enige wat hij doet is haar bedanken voor de goede zorgen. De dagen slepen zich eentonig voort; Eline is zelfs te lusteloos om Betsy tegen te spreken, als die tijdens het eten op Vincent scheldt. De eerste keer dat Eline weer mee uit gaat dineren, hoort ze Betsy weer kwaad spreken over Vincent en wijst haar terecht waar iedereen bij is. Thuis maken ze er ruzie over, Eline verlaat halsoverkop het huis. Ze zwerft rond in het noodweer, en vlucht dan naar Jeanne Ferelijn voor hulp. Ze heeft een zware kou wonen en blijft bij de Ferelijns om aan te sterken. Ze wil beslist niet terug naar Betsy.


Oom Daniël Vere komt Eline opzoeken en vraagt of ze met hem en zijn vrouw Elize wil gaan reizen. Eline stemt toe en ziet Parijs, Nice, Spanje, Bordeaux en woont een tijdje bij de Vere’s in Brussel. Pas na anderhalf jaar komt ze terug in Den Haag, ze is dan vermagerd, en heeft iets schichtigs en nerveus over haar heen. Ze eet weinig en drinkt veel, door de kou die ze had gevat heeft ze een raar hoestje. Dokter Reijer constateert een beginnende longtering. Eline heeft haar intrek genomen bij de oude mevrouw van Raat, dokter Reijer hoopt dat ze daarvan zal opknappen. De oude vrouw ziet later in dat ze Eline niet kan helpen. Eline voelt zich een ruïne. Ze heeft haar geluk moedwillig weggegooid en zal nooit meer gelukkig worden. Ze verafschuwt het nutteloze leven en de huichelarij van de mensen.
Tot beider spijt vindt Eline bij mevrouw van Raat niet de rust die ze gehoopt had en ze vertrekt weer naar Brussel, waar ze met oom Daniël en tante Elize naar allerlei feesten gaat. Op een dag komen Vincent en zijn vriend Lawrence St. Clare Eline en oom en tante opzoeken. Ze gaan een grote reis maken. St. Clare heeft onmiddellijk Eline’s sympathie; hij doet haar aan Otto denken. St. Clare vraagt Eline na een paar ontmoetingen zijn vrouw te worden, hij wil het geluk weer in haar leven brengen. Wanhopig weigert Eline en vertelt van Otto die haar ongelukkig heeft gemaakt en altijd tussen hen in zal staan. St. Clare vraagt haar om niet ondoordacht haar geluk voor de tweede keer weg te gooien en hem pas te antwoorden als hij over twee maanden terug komt van zijn reis. Dat belooft Eline.

Ze gaat weer terug naar Den Haag en neemt haar intrek in een pension. Regelmatig slikt ze druppels morfine die ze van haar Brusselse dokter kreeg, om haar slapeloosheid te bestrijden. De morfinen helpt niet erg en in haar half doorwaakte nachten wordt Eline gekweld door nachtmerries. Overdg voelt ze een matheid en een dofheid in haar hoofd die haar verhinderen goed door te denken over allerlei dingen. Ook haalt ze steeds vaker herinneringen door elkaar en verwart ze Otto en St. Clare. Soms zingt ze koortsachtig gedeelten uit een opera en verbeeldt ze zich dat ze actrice is. Ze is bang dat ze gek aan het worden is. Op een avond ziet ze zo tegen een slapeloze nacht op, dat ze een te grote dosis morfinedruppels neemt. De volgende dag wordt ze dood in haar kamer gevonden.


Otto was inderdaad erg ongelukkig nadat Eline het had uitgemaakt. Pas een jaar na Elines dood voelde hij dat zijn verdriet aan het slijten was en kreeg hij oog voor Marie Verstraeten. Zij hield al tijdens zijn verloving met Eline van hem. Lili Verstraeten trouwde met Georges de Woude en na allerlei strubbelingen vonden Paul en Freddy elkaar eindelijk, zij het met behulp van de oude mevrouw Van Raat, die in haar ijver om het geluk van haar jongste zoon een laatste levensdoel had. Met Jeanne Ferelijn liep het slecht af; zij stierf in Indië.

 

Gevoelens

Bij dit boek kwamen er verschillende gevoelens omhoog bij mij. Ten eerste kreeg ik een gevoel van medelijden voor Eline, omdat alles tegenzat. Op het moment dat zij ervoor koos om de verloving met Otto te verbreken, vond ik dat niet zielig, maar eerder ronduit dom. Daar verdween mijn gevoel van medelijden en werd ik verbaasd. Toen Eline later zo overgevoelig werd dat niets haar nog iets kon schelen was ik niet eens meer verbaasd, maar vond ik het gewoon zielig, dat iemand daar zo onder kan lijden. Mijn algemene gevoel bij dit boek is redelijk positief, omdat het boek veel minder moeilijk en vervelend was dan ik van te voren dacht.

 

 

Belangrijkste zin en woord

Het belangrijkste woord uit dit boek is ‘noodlot’. Alles draait om het noodlot, Eline vindt ook dat haar mislukte leven is bepaald door het noodlot. Wanneer Vincent bij haar en Betsy komt wonen, heeft ze een goed gesprek met hem over het noodlot: ‘… alle omstandigheden schakelden zich samen, van het minste schijnbare toevalligheidje af, tot de verpletterende catastrofe, en het leven was een keten, die het noodlot van al deze toevalligheidjes en catastrofes smeedde… daar was niets aan te doen…’ (pagina 212). Dit woord komt naar mate het verhaal vordert, steeds vaker naar voren. Het noodlot gaat een steeds grotere rol spelen, tot het uiteindelijk echt toeslaat, wat Eline’s dood tot gevolg heeft.

 

Gedrag van de hoofdpersoon

Het gedrag van Eline vind ik uitermate eigenaardig. Meteen vanaf het begin is ze al een overgevoelig meisje, maar dit komt pas later echt naar voren. Eerst gedraagt ze zich zoals dat hoort volgens de verwachtingen van de Haagse stand waar zij vandaan komt. Ze is deftig, bezoekt de avonden en afspraakjes met de uitgebreide kennissenkring en uiteindelijk verlooft ze zich met Otto, een man uit diezelfde kring. Met Otto is ze gelukkig, maar toch geeft ze hem zijn woord terug. Dit vind ik de domste beslissing uit het gehele boek. Blijkbaar dacht ze nog meer liefde te kunnen vinden, of was ze te onzeker. Het gedrag wat ze hier vertoont vind ik eigenaardig en zielig. Later wordt ze steeds depressiever en zakt ze steeds verder weg in haar eigen gedachten en problemen. Als ik haar was geweest, had ik graag mijn leven gedeeld met de Amerikaan St. Clare, die haar later in het boek om haar hand vraagt. Dat ze deze tweede kans op een goede man weer afwijst, vind ik opnieuw een domme keuze, dit was haar enige kans op een positiever leven. Uiteindelijk ziet ze het niet meer zitten en neemt ze een overdosis, misschien niet helemaal zo bedoeld, maar toch is deze zelfmoord naar mijn mening zwak.

 

Analyse van het boek

Personages
Eline Vere is een round-character, al haar gedachten worden beschreven en als lezer leef je met haar mee. Ook Paul, Frederique, Otto, mevrouw van Raat en Vincent worden duidelijk beschreven in het boek en ook hun gedachten worden vaak duidelijk uitgewerkt. De rest van de personages worden minder gedetailleerd beschreven en zijn daardoor flat-characters.

 

Perspectief

Het boek is geschreven vanuit een personaal perspectief. Er wordt geschreven over Eline, zij wordt gevolgd en haar gedachten worden uitgeschreven, maar zij vertelt het niet zelf. Ook worden er andere personages gevolgd, maar ook zij komen niet aan het woord.

Structuur

De fabel en sujet vallen in dit boek perfect samen. Het is geschreven op chronologische volgorde en er is geen sprake van flashbacks. Het verhaal begint dan ook bij het begin en eindigt met de dood van Eline en hoe de andere personages daarna verder leven.

Ruimte

Het boek speelt zich af in Den Haag, bij een kennissenkring uit de hogere en rijkere klasse van Nederland in de 19e eeuw. Ze ontmoeten elkaar in elkaars huizen, op de Horze en Eline woont een tijdje in Brussel. Eline maakt ook reizen, net als Vincent, maar deze reizen worden niet beschreven in het boek. Eline woont eerst bij Betsy, daarna bij haar oom en tante in Brussel, dan bij mevrouw van Raat in Den Haag, vervolgens weer in Brussel en als laatste huurt ze een kamer in Den Haag. Tussendoor brengt ze ook nog een bezoek aan de Horze, waar deze kennissenkring vaak de zomer doorbrengt.

Spanning

Eline Vere is een lang verhaal en er gebeurt redelijk veel, maar er is weinig tot geen spanning. Het verhaal gaat over een overgevoelig meisje en haar mislukkingen in de liefde en het geluk en de manier waarop ze daar vervolgens onder lijdt. Het is wel spannend hoe de volgende liefde zal uitpakken en of ze dit keer wel geluk zal hebben, maar het boek in één ruk willen uitlezen omdat het zo spannend is, dat is hier niet aan de orde.

Stijl

Louis Couperus is een schrijver uit de 19e eeuw en dat is duidelijk te merken in deze naturalistische roman. Het taalgebruik is ouderwets, met veel woorden die wij niet meer kennen of gebruiken. Daarnaast zijn de zinnen complexer dan we tegenwoordig gewend zijn, ze bevatten erg veel komma’s. De personen en omgeving worden gedetailleerd beschreven, waardoor het realistischer wordt. Dit maakt het verhaal echter ook langdradig, omdat er naar mijn mening veel onnodige dingen worden beschreven op een veel te uitgebreide manier. Wat ik wel heel fijn vind aan de stijl van Couperus, is dat hij nieuwe personages duidelijk introduceert, waardoor het verhaal duidelijk blijft. Er zitten erg veel personen in dit boek, maar door zijn duidelijke beschrijvingen was het goed te volgen wie familie is van wie, vooral door zelf een personagelijst bij te houden.

Motief en thema

Een paar motieven uit Eline Vere zijn:

- Het noodlot: nadat Vincent vertelt dat hij niet gelooft in een eigen wil, maar wel gelooft in het noodlot, wordt Eline hier bang voor. Ze ontwikkelt een steeds grotere angst voor het noodlot, wat leidt tot een noodlottig einde.

- Determinisme: Eline komt uit de hoge klasse in Den Haag, waar ‘gewoon’ niet genoeg is. Eline is zo gewend aan dit rijke leven, dat ze veel fantasieën krijgt wanneer het even iets minder gaat. Op een gegeven moment gaan realiteit en fantasie door elkaar lopen.

- Schijn: bijna alle personages doen zich anders voor dan dat ze zijn. Ze verbergen hun gevoelens, vertellen leugens over relaties, houden dingen geheim, niemand laat zien wie hij of zij echt is. Eline begint door deze schijn heen te prikken en vindt het jammer dat iedereen zich anders voor moet doen dan hij is, alleen maar omdat dat verwacht wordt door de omgeving.

Het thema van dit boek is: ‘Het fatum huist in ons, het noodlot beslist, niet onze wil’ (achterflap). Dit onderwerp komt veel voor in het verhaal. Het noodlot slaat vaak toe in het leven van Eline, ze denkt dar niets tegen te kunnen doen. Daarnaast heeft ze geen eigen wil, ze moet doen wat de omgeving van haar verwacht. Voor zover ze wel een eigen wil heeft, laat ze die niet zien. Dit valt ook Lawrence St. Clare op, wanneer zij samen praten: ‘Goed, weet u wel, dat u niet zo heel zwak meer is, maar dat u flinker wordt? (…) Ik heb u voor de eerste keer, dat ik u ken, horen zeggen: Ik wil. (…) en als u een vaste wil krijgt, wordt u flink.’ Ze probeert dus wel een eigen wil te hebben, maar hierin slaagt ze niet.

Titel, ondertitel en motto

De titel is Eline Vere. De ondertitel is: een Haagsche roman. De titel is erg logisch, de hoofdpersonage heet namelijk Eline Vere. De ondertitel slaat op haar afkomst, ze is een meisje van stand uit Den Haag.

Het boek heeft geen motto.

De schrijver

Louis Couperus, de bekendste Nederlandse schrijver uit het naturalisme, heeft Eline Vere, tevens zijn debuutroman, geschreven in 1888. Couperus werd in 1863 geboren in Den Haag, maar verhuisde al vroeg in zijn jeugd naar Nederlands-Indië, een land dat in een aantal van zijn latere werken naar voren komt. Toen hij Eline Vere uitgaf, eerst als feuilleton, werd dit meteen een doorslaand succes. Hierna heeft hij nog vele werken geschreven, waarvan een aantal ook zeer geliefd, maar Eline Vere bleef zijn grootste succes. Naast psychologische romans schreef hij ook gedichten, columns, sprookjes en korte verhalen. In 1923 overlijdt Couperus na een zware longziekte op 60-jarige leeftijd.

Louis Couperus, de bekendste Nederlandse schrijver uit het naturalisme, heeft Eline Vere, tevens zijn debuutroman, geschreven in 1888. Couperus werd in 1863 geboren in Den Haag, maar verhuisde al vroeg in zijn jeugd naar Nederlands-Indië, een land dat in een aantal van zijn latere werken naar voren komt. Toen hij Eline Vere uitgaf, eerst als feuilleton, werd dit meteen een doorslaand succes. Hierna heeft hij nog vele werken geschreven, waarvan een aantal ook zeer geliefd, maar Eline Vere bleef zijn grootste succes. Naast psychologische romans schreef hij ook gedichten, columns, sprookjes en korte verhalen. In 1923 overlijdt Couperus na een zware longziekte op 60-jarige leeftijd.

Uitwerking van het verhaal

De manier waarop Louis Couperus het verhaal heeft uitgewerkt vind ik een beetje langdradig, maar dat hoort wel bij de tijd van het naturalisme. Hij gebruikt veel lastige woorden en lange zinnen, maar ook dat hoort bij de tijd waarin hij schreef. Toch zullen veel woorden die hij gebruikt in zijn tijd niet ouderwets zijn geweest en ook niet lastig. Er gebeurt genoeg in het boek om wel door te lezen. Daarnaast is het erg leuk dat het niet alleen over Eline gaat, maar ook over de andere mensen uit haar omgeving. Dit maakte het boek veel interessanter, omdat je ook de andere personen echt volgde.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.