De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden
A. PRAKTISCHE GEGEVENS

1. Bibliografische gegevens
1. De titel van mijn boek is ‘Eline Vere, een haagsche roman’ Het boek is geschreven door Louis Couperus.
2. De uitgever van het boek is Veen, uitgevers - Amsterdam/Antwerpen
3. De eerste druk van ‘Eline Vere’ was in 1889. Als tekst verscheen ‘Eline Vere’ voor het eerst in
1888 als feuilleton in ‘Het Vaderland’.
4. Ik heb de vierde druk gelezen, deze druk is uitgegeven in 1991.
5. Het boek bestaat uit 568 bladzijden.
6. Het genre is een psychologische roman
7. ‘Eline Vere’ heeft 36 Romeins genummerde hoofdstukken, die ook weer onderverdeeld zijn in verschillende paragrafen.
8. Voor in het boek staat een opdracht: aan mijn vriend GERRIT JÄGER. L.C. luik, 14 sept. ’90.
9. De datum van dit leesverslag is 16-03-2004

2. Titelverklaring
De hoofdpersoon uit het boek is Eline Vere. Naar haar is het boek genoemd. De ondertitel: ‘een Haagse roman’ verwijst naar de plaats waar de familie Vere woont en waar de meeste gebeurtenissen plaatsvinden.

Het hele boek heet zo, omdat het boek helemaal om Eline Vere draait. Het gedrag van de andere personen in het boek, wordt beïnvloed door de gebeurtenissen in het leven van Eline. Als Eline depressief is, heeft haar hele kennissenkring het erover, en ze denken steeds aan haar. Dit heeft ook invloed op hun gedrag, omdat ze zelf niet zo willen worden als Eline gaan ze zich zelf anders gedragen.

3. Tijd in de geschiedenis
Het verhaal speelt zich ongeveer aan het eind van de 19e eeuw, dus in de tijd dat het boek ge-schreven is. Dat merk je aan het taalgebruik en aan de vervoersmiddelen (paard en wagen) en aan de dingen waar ze over praten. Ik denk dat de auteur het boek in deze tijd in de geschiedenis heeft geplaatst omdat hij in deze tijd leefde, en omdat het verhaal goed in die tijd past. De dingen die de personen in het boek doen, zoals naar soirées en naar de opera gaan, passen goed in die tijd.

Tijdsduur
Het verhaal begint in november, de gebeurtenissen tot het jaar daarna worden uitvoerig beschreven. Dan is er een grote sprong in de tijd, wanneer Eline op reis is, van ongeveer anderhalf jaar en daarna wordt een periode van 1 jaar (van mei tot mei, Elines dood) uitvoeriger beschreven. Dan volgt er weer een grote sprong in de tijd, die ongeveer een jaar duurt en dan is het ‘happy end’ slothoofdstuk. De vertelde tijd is dus ongeveer 4,5 jaar.

Ruimte
Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in het Haagsche aristocratische milieu, waar de leden van de adel hun tijd verlummelen met dinertjes, partijtjes, operabezoeken en gepeins. Elines zenuwen raken in dit beschaafde milieu overspannen, maar ze kan zich er ook niet aan onttrekken, dit wordt haar uiteindelijk fataal.

*In Den Haag brengt ze de meeste tijd door in het huis van Betsy en Henk van Raat, haar zuster en zwager, waar ze een eigen kamer heeft omdat ze bij hen inwoont. In dit huis voelt Eline zich erg nutteloos en ongelukkig, ze heeft het gevoel dat ze Betsy en Henk tot last heeft en heeft voortdurend ruzie met Betsy. Uiteindelijk ontvlucht ze het huis na een grote ruzie. Het huis van de familie van Raat is een belangenruimte.

*Wanneer Eline is verloofd met Otto, gaan ze samen naar landgoed de Horze, daar wordt haar gedrag na enkele dagen oprecht en is ze niet meer zo gemaakt. Later ziet ze in dat op de Horze haar liefde oprecht was, en haar geluk volmaakt. Landgoed de Horze is een belangenruimte.

*Nadat Eline de verloving met Otto verbroken heeft, gaat ze terug naar Henk en Betsy. Als Eline na de ruzie met Betsy het huis ontvlucht, gaat ze naar het huis van een oude vriendin van haar, Jeanne Ferelijn. Jeanne verzorgt haar liefdevol, omdat Eline erg ziek is, ze heeft kou gevat omdat ze bijna de hele nacht in de regen door de stad heeft gezworven. Hierna is Eline nooit meer de oude geworden, ze blijft een zwak persoon. In het huis van Jeanne knapt Eline eerst op, ze heeft het gevoel dat ze er gewenst is, maar later wordt ze weer ongelukkig omdat ze niets kan, daar is ze te zwak voor. Ook het huis van de familie Ferelijn is een belangenruimte.

*Op aanraden van de dokter, gaat Eline een jaar reizen met haar oom en tante, maar hier wordt eigenlijk niets over verteld, alleen een stukje wanneer Eline in het huis van oom en tante in Brussel is. Er wordt daar verder niets duidelijk over Elines gevoelens, er is sprake van een speelruimte.

*Na het reizen brengt ze tijd door in het huis van de oude mevrouw van Raat, Henks moeder. Op aanraden van de dokter gaat ze hierheen om tot rust te komen, en ze wordt vertroeteld door de oude mevrouw, die haar beschouwt als haar eigen dochter. Ook hier voelt Eline zich ongelukkig, ze heeft het gevoel dat ze de familie tot last is, en ligt de halve dag op bed te piekeren. Het huis van mevrouw van Raat is ook een belangenruimte.

*Op verzoek van haar oom en tante vertrekt Eline naar Brussel, waar ze verblijft bij haar oom en voogd en zijn vrouw. Hier ontmoet ze haar neef Vincent, en zijn vriend St. Clare, op wie ze verliefd wordt. Toch loopt deze verliefdheid op niks uit, want als St. Clare haar vraagt met hem te trouwen weigert ze, omdat ze bang is dat ze nooit meer zo gelukkig zal worden als met Otto. Ook het huis in Brussel is een belangenruimte.

*Na haar verblijf in Brussel woont Eline in een pension in Den Haag. Hier voelt ze zich erg eenzaam en ongelukkig, maar ze durft niet bij iedereen langs te gaan, omdat ze denkt dat men haar haat na het verbreken van de verloving met Otto. Op een avond neemt Eline te veel morfine-druppels in en sterft. Het pension is een belangenruimte.

Hoofdpersonen
In ‘Eline Vere’ komen zeer veel personages voor, ik noem hier alleen de belangrijkste.

De hoofdpersoon is:
*Eline Vere, zij is de persoon waar het boek om draait. Eline heeft het karakter van haar vader geërfd, ze is nerveus, romantisch, artistiekerig (doet aan zingen en pianospelen), zwak en makke-lijk te beïnvloeden. In het begin van de roman is Eline een knappe vrouw van 23 jaar, met haar mooie gezichtje weet ze vooral de mannen en oudere vrouwen voor zich te winnen. Ze is niet zichzelf, maar neemt de rol aan die een ander haar graag ziet spelen, hierdoor wordt haar gedrag onnatuurlijk. Wanneer Eline last krijgt van psychische problemen, wordt ze ook mager en minder mooi. Ze let dan veel minder op haar uiterlijk en op de kleding die ze draagt. Langzamerhand wordt ze gek. Het lijkt wel of Eline alles in een roes doet: in een opwelling verlooft ze zich met Otto en verbreekt ze die verloving ook weer, zonder dat ze beseft wat ze doet vlucht ze de stormnacht in en zelfs haar zelfmoord gebeurt eigenlijk ongewild. Eline is een round character, omdat ze een hoofdpersoon is, er worden meerdere karaktereigenschappen bekend en haar karakter ontwikkelt zich.

Belangrijke bijpersonen zijn:
*Paul en Betsy van Raat: Elines zwager en zuster, Eline woont bij hen in en zij proberen haar op te vrolijken door haar mee te nemen naar soirées en operas. Ze hebben een zoontje, Ben en zijn erg rijk. Beide zijn Flat characters.

*Vincent: de neef van Eline en Betsy. Hij woont een tijdje bij hen in omdat hij ziek is en geldgebrek heeft. Hij heeft last van dezelfde kwaal als Eline, last van de zenuwen, maar wel minder erg. Eline voelt een grote sympathie voor hem. Vincents koude, ongeïnteresseerde karakter verandert wanneer hij gaat reizen met zijn vriend Lawrence St. Clare. Hierdoor is hij een round character.

*Otto van Erlevoort: hij is verliefd op Eline en wanneer hij haar vraagt zijn vrouw te worden, is hij eerst dolgelukkig als ze ja zegt. Wanneer Eline later in een brief op haar beslissing terug-komt, is Otto eerst ontroostbaar, later doet hij alsof het hem niks kan schelen. Hij zal nooit meer de oude worden. Otto is een flat character omdat je niet veel over hem te weten komt.

*Lili, Marie, Freddy (Frédérique) en Etienne zijn een vriendenclubje dat heel wat afschatert. Ze zijn vrolijk, levenslustig en onbezorgd. Lili trouwt met Georges de Woude, Freddy met Paul van Raat en Marie met Otto van Erlevoort. Over Etienne wordt niet veel verteld. Alle vier zijn het flat characters.

*Jeanne Ferelijn is een oude vriendin van Eline en Betsy. Ze voelt zich een slechte vrouw en moeder, omdat ze een zwak gestel heeft en ook haar kinderen zijn vaak ziek. Omdat ze minder rijk is en minder poeha heeft dan Eline en Betsy, voelt ze zich minderwaardig. Jeanne woonde eerst met haar gezin in Indië, maar omdat haar man ziek is verhuizen ze naar Den Haag. Jeanne zorgt liefdevol voor Eline en voelt zich dan weer nuttig. Ze zal uiteindelijk sterven in Indië.

*Paul en mevrouw van Raat: zij zijn de broer en de moeder van Henk van Raat, Elines zwager. Paul is net als Eline artistiekerig en heeft een gebrek aan energie. Hij ligt lang op bed en luiert maar wat. Later wordt hij verliefd op Frédérique en dat heeft een positieve invloed op hem. Mevrouw van Raat is vooral dol op haar zoon Henk en op Eline, het laatste doel in haar leven is Eline weer gelukkig maken. Wanneer dit mislukt, voelt ze zich zelf nutteloos en ongelukkig. Later vindt ze weer ene ander doel: Freddy en Paul koppelen. Wanner dit lukt voelt ze zich weer heel blij.
Paul en mevrouw van Raat zijn beide flat characters, omdat hun karakter niet zichtbaar verandert en niet erg uitgebreid beschreven wordt.

*Lawrence St. Clare is een Amerikaanse vriend van Vincent. Hij reist met Vincent door Europa. Hij heeft erge medelijden met Eline en met zijn rustige, kalmerende karakter weet hij haar vaak te kalmeren. Eline wordt een beetje verliefd op hem, maar als hij haar ten huwelijk vraagt durft ze geen ja te zeggen. St. Clare is ook een flat character, zijn karakter verandert niet en er zijn maar een paar karaktereigenschappen bekend.

B. VERTELWIJZE

1. Perspectief
De schrijver heeft in ‘Eline Vere’ auctorieel perspectief gebruikt. Je komt de gevoelens en gedachten van allerlei personen, vooral in de gedachten en gevoelens van Eline Vere.
Ook kom je o.a. de gevoelens te weten van: mevrouw Van Raat, Paul, Frédérique, Vincent, Jeanne en soms een klein stukje van anderen.

Er is sprake van een personaal hij- en personaal zij-perspectief. Wanneer je de gedachten komt te weten van Eline, is er sprake van I protagonist, omdat Eline de hoofdpersoon is. Als je de gedachten te weten komt van bijv. mevrouw van Raat, is er sprake van I-witness. Je komt te weten wat zij denkt, maar haar gedachten gaan meestal wel over Eline.

Een stukje met de gedachten/gevoelens van Eline:
-Henk! Riep zij, ontsteld, dat hij zoo iets tegen haar durfde zeggen. –Ga je? –Ja… ja, ik ga, ik ga, maar.. Henk! O spreek niet zo tegen me, spreek niet zo tegen me!.... Waarom? God! Ik ben immers al zoo diep ongelukkig!
Een stukje met de gevoelens van mevrouw van Raat:
Zij had nu zekerheid: Freddy had haar jongen lief. De redenen, waarom zij Paul had afgewezen, hadden in heur eigen hart gescholen en waren haar nu zelve niet meer helder. Verder was er niets gebeurd. En den volgenden dag schreef mevrouw aan Paul spoedig over te komen; zij wilde eenige geldzaken met hem regelen.

Ik denk dat de auteur gekozen heeft voor dit perspectief, omdat vooral de gevoelens van Eline belangrijk zijn. Daarom kun je ook het meest lezen over haar gevoelens. Maar ook de gevoelens van de andere personen zijn belangrijk, want het is belangrijk om te weten hoe zij over Eline denken en of haar gedrag de andere personen ook beïnvloed.

2. Taalgebruik
Erg ouderwets: ‘geschrikt’ i.p.v. ‘geschrokken’,’ zóoals’ i.p.v. ‘zoals’ Ook vaak wat poëtisch: ‘Maar zij toefde even aan het venster en keek uit… In de schemering, die als een doorzichtige, aschkleurige mist neêrzonk, lag het Kanaal groen en stil onder het vage loovernet der boomenrij. Daarachter dommelde de Maliebaan weg, uitgewischt in schaduw, met een vochtig gaas van grijzen dauw, recht oprijzende in hare vlakte.’
Geen grof taalgebruik (dat deden ze niet in die tijd) en ze spreken elkaar allemaal met ‘U’ aan.
Er worden veel Franse woorden gebruikt, ook als ergens over gepraat wordt wat de kinderen niet mogen horen, wordt er Frans gesproken.

3. Beschrijving van personen en ruimte
De personen in ‘Eline Vere’ worden vrij uitgebreid beschreven, vooral Eline. Vooral haar houding, hoe ze staat/beweegt, wordt goed beschreven zodat haar theatrale gedrag duidelijk wordt gemaakt. Ook de ruimtes worden goed beschreven; hoe het eruit ziet, wat waar staat en de inrichting. Ik denk dat de auteur veel aandacht heeft besteed aan uiterlijk en ruimte, omdat dat is waar het om draait voor mensen in dat milieu (de haagsche bourgeoisie rond 1900). Voor die mensen was uiterlijk, kleding en een groot huis belangrijker dan dat je ergens bijv. een talent in had.

C. THEMATISCHE ASPECTEN

1. Motieven
De belangrijkste verhaal motieven in ‘Eline Vere’ zijn:

*afkomst  in de tijd waarin ‘Eline Vere’ zich afspeelt, was afkomst heel belangrijk. Als je rijke ouders had, en in een groot huis woonde, had je veel aanzien en kreeg je veel gedaan.

*depressiviteit  Eline heeft, net als haar vader had, en Victor in mindere mate, last van (manische) depressiviteit. Hierdoor gaat ze zich heel vreemd gedragen, ze heeft het gevoel alsof ze gek wordt en dit wordt haar uiteindelijk ook fataal.

*liefde  in de omgeving van Eline is trouwen vrij belangrijk. Eline voelt geen liefde voor Otto als hij haar ten huwelijk vraagt, toch stemt ze in een opwelling toe. Toch is er ook veel liefde in ‘Eline Vere’. Bijvoorbeeld tussen Georges de Woude en Lily Verstraeten.

*noodlot  Victor gelooft heel erg in het noodlot. Hij gelooft dat de mens geen eigen wil heeft. Eline wordt hierdoor bang voor het noodlot, dit veroorzaakt waarschijnlijk ook haar breuk met Otto en mogelijk zelfs haar dood.

*huichelarij  Eline snapt niet dat andere mensen wel gelukkig kunnen worden, ze verdenkt hen van huichelarij. Ook denkt ze dat Otto huichelt als hij zegt dat hij van haar houdt. Freddy ver-denkt Eline van huichelarij met haar gemaakte maniertjes en gedrag. Maar dit komt meer omdat Freddy heimelijk jaloers is op Eline.

Abstracte motieven zijn:

*Eenzaamheid  hoewel Eline eigenlijk nooit alleen is, voelt ze zich heel erg eenzaam. Ze heeft het gevoel dat niemand om haar geeft en dat ze overal te veel is. Ondanks alle feestjes en soupers voelt ze zich niet op haar plaats bij de Haagsche adel, ze doet zich anders voor dan ze is.

*Verliefdheid (gecharmeerd zijn)  In het boek komen vrij veel verliefdheden voor. Eline is gecharmeerd van een operazanger, Théo Fabrice, Georges de Woude en Lili Verstraeten zijn verliefd en Otto is verliefd op Eline. Meestal spreken ze deze verliefdheden niet uit, als een man een vrouw wil ontmoeten, is het enige wat hij kan doen bij haar ouders langsgaan. Ze doen niet aan dates; ze vragen elkaar meteen ten huwelijk.

*Schuldgevoel  Eline voelt zich erg schuldig nadat ze Otto afgewezen heeft. Ook heeft ze vaak een schuldgevoel omdat ze denkt dat ze de mensen bij wij ze in huis is tot last is.

2. Thema
Het onderwerp van ‘Eline Vere’ is: afkomst. Door haar afkomst, voelt Eline zich niet op haar plaats, dit wordt uiteindelijk haar ondergang.

Het thema van ‘Eline Vere’ is: Noodlot. Doordat Eline erg in het Noodlot gelooft, net als Victor, zoekt ze overal wat achter. Hierdoor wordt ze steeds banger en onzekerder, wat haar uiteindelijk fataal wordt.

De hoofdgedachte in ‘Eline Vere’ is: leg je niet neer bij je lot. Eline berust erg in haar leven, ze doet niks om haar leven aangenamer te maken en hierdoor meer geluk te vinden. Ze gaat naar feestjes en soupers, maar doet dit wel met tegenzin. Hierdoor gaat het leven haar tegenstaan. Eerst stemt Eline toe in een huwelijk met Otto, maar doordat ze gelooft in het noodlot, en ze gelooft dat haar noodlot is dat ze nooit gelukkig zal worden, verbreekt ze de verloving weer. Wat de schrijver wil zeggen is: als Eline deze relatie niet had verbroken, had ze samen met Otto kinderen kunnen krijgen en dan was haar leven er heel anders uit gaan zien. Eline had meer moeten vechten om een leven te krijgen wat ze graag wilde. Een leven waarin ze zich nuttig en gewenst voelde. Het feit dat ze dit niet deed, werd uiteindelijk haar ondergang.

D. STRUCTURELE ASPECTEN

1. De volgorde van de gebeurtenissen
Het boek wordt chronologisch verteld. Het enige wat van de chronologie afwijkt, is een uitleg over het leven van Eline.

De schrijver past enkele keren tijdverdichting toe. De eerste grote sprong in de tijd is wanneer Eline op reis is, dit duurt anderhalf jaar. Ik denk dat de schrijver dit stuk heeft overgeslagen omdat het niet van belang was. In dit stuk was Eline redelijk stabiel en dat is minder interessant voor het verhaal. Na Eline’s dood is er weer een sprong in de tijd van 1 jaar. Hierna volgt er nog 1 hoofdstuk waarin de schrijver verteld hoe het verder gaat met de andere personen. Ik denk dat de schrijver dit heeft gedaan zodat je nog even kunt lezen wat voor effect de dood van Eline op haar kennissenkring heeft gehad. Ik vraag me wel af waarom hij na een jaar weer verder is gegaan, en niet na bijvoorbeeld 2 maanden. Misschien omdat de personen na ongeveer 1 jaar hun leven weer een beetje op de rails hadden, dat alles toen weer een beetje zijn normale gang ging.

2. De belangrijkste gebeurtenissen
1. Eline gaat met Betsy en broer en zus de Woude naar de opera. Ze wordt verliefd op baritonzanger Théo Fabrice. Ook ontmoeten ze neef Vincent.

2. Op Sinterklaasavond krijgt Eline een waaier; ze weet niet van wie hij is en hoopt dat hij van Fabrice is. Later blijkt dat Otto hem gestuurd heeft.

3. Eline ziet Fabrice optreden zonder zijn flatteuze operakleding, aan haar liefde komt abrupt een einde.

4. Otto van Erlevoort vraagt Eline zijn vrouw te worden; Eline stemt toe.

5. Eline en Otto brengen de zomer door op landgoed de Horze. Eline voelt zich steeds gelukkiger worden.

6. Vincent logeert bij Betsy. Eline voert lange gesprekken met hem, o.a. over het noodlot, dit wordt uiteindelijk háár noodlot.

7. Eline vaart driftig uit tegen Otto na een ruzie met Betsy over Vincent. Henk dwingt haar excuses te maken.

8. Eline schrijft Otto een brief waarin ze de verloving
verbreekt. Beide zijn ontroostbaar.

9. Eline heeft een grote ruzie met Betsy en ontvlucht het huis, ze komt terecht bij Jeanne Ferelijn.

10. Eline gaat anderhalf jaar reizen met oom Daniël en zijn vrouw Elize (wordt niets over verteld).

11. Eline gaat inwonen bij de oude mevrouw van Raat, die het als haar laatste levensdoel ziet Eline weer op te vrolijken.

12. Eline vertrekt naar oom Daniël in Brussel, waar ze Vincent en diens vriend Lawrence St. Clare ontmoet. Ze voelt een grote sympathie voor st. Clare, maar als hij haar vraagt zijn vrouw te worden zegt ze toch nee.

13. Eline gaat terug naar Den Haag en gaat in een pension wonen. Ze slikt een overdosis morfine en sterft.

De hoogtepunten liggen op nr. 4, 8, 9 en 13.
Punt 4 omdat Elines leven compleet verandert door de verloving met Otto; ze wordt zelfverzekerder en gelukkiger.
Punt 8 omdat Eline na de verbreking van de verloving nooit meer de oude wordt; ze voelt zich schuldig en twijfelt of ze wel de goede beslissing heeft genomen.
Punt 9 omdat Eline na haar nachtelijke tocht een zware kou heeft gevat waar ze nooit meer bovenop komt; ze blijft een kasplantje.
Punt 13 omdat de dood eigenlijk het einde is van Eline’s ellende, ze is nu overal voor af en ook haar kennissen hoeven niet meer over haar in zitten, hoewel die natuurlijk wel erg verdrietig zijn.
Ik vind het boek niet echt spannend, maar naar de hoogtepunten wordt zo toegewerkt: Eline wordt steeds wanhopiger, ze sluit zichzelf op op haar kamer, heeft huil- en driftbuien en dan komt het tot een uitbarsting waarna ze weer een tijdje rustiger blijft.

3. Het begin
Het boek begint met een opening in de handeling: Men verdrong zich in de , tot kleedkamer ingerichte, eetzaal. Voor een psyché stond Frédérique Van Erlevoort, met los hangende haren (…)-Haast je dan toch Paul! We komen nooit klaar!
Ik denk dat de schrijver voor een opening in de handeling heeft gekozen, zodat de lezer meteen geboeid raakt. Een informatieve opening is vaak wat saaier, vind ik tenminste, en dan lees je minder gauw door. Door te lezen kom je vanzelf meer te weten.

4. Het einde
Het boek heeft een gesloten einde. Eline is gestorven, daarna wordt er nog verteld over hoe het verder ging met de andere personen. Het eindigt met dat Otto Marie ten huwelijk vraagt, en dat zei gelukkig ‘ja’ zegt. En hij voerde haar voort, herademend, herlevend, bezield als door een wedergeboorte, getroost door den tijd, die zijn smart had uitgewischt, die zijn levensvreugde scheen te kunnen doen herbloeien.
Ik denk dat de schrijver gekozen heeft voor een gesloten einde, zodat het boek dan ook echt ‘af’ is. Iedereen is goed terecht gekomen (behalve Eline; die is overleden) en de lezer kan met een gerust hart het boek sluiten.

E. MENING
Mijn moeder heeft dit boek vroeger voor haar lijst gelezen, ze zei dat het wel een mooi boek was. Op haar had het veel indruk gemaakt en omdat ik nog een boek uit de periode 1880-1945 zocht, heb ik dit boek genomen.

Tijdens het lezen van het boek kreeg ik wel medelijden met Eline, maar tegelijkertijd vond ik het maar een dom kind. Eline vocht niet tegen haar problemen, maar legde zich er pruilend bij neer. Dat vond ik nogal dom, want het lijkt mij dat je op die manier niet echt gelukkig wordt!
Ik vind de diepere gedachte achter dit boek, je moet je niet zomaar bij je ‘lot’ neerleggen, wel apart en interessant. Ik had nog niet vaak boeken over dit thema gelezen en ik vond het best mooi. Ik vind dat Louis Couperus de diepere gedachte goed heeft uitgewerkt, maar Eline kwam wel erg theatraal en zelfmedelijdend over vind ik.

Ik vind de personen en gebeurtenissen wel goed beschreven, het komt wel geloofwaardig over, hoewel het hele verhaal vind ik gewoon erg overdreven is. Het toeval speelt een belangrijke rol, omdat Eline alles aan het ‘lot’ overlaat, komt alles toevallig.
De hoofdpersonen vind ik totaal niet herkenbaar, omdat ze uit een heel andere tijd en milieu komen dan ik kan ik me niet in ze verplaatsen. Ze gaan de hele dag naar feestjes, soupers en visites en steken nooit een poot uit. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat je gelukkig bent als je zo’n leven hebt! Je voelt je dan totaal nutteloos lijkt mij! Sommige hoofdpersonen vind ik wel sympathiek, zoals de oude mevrouw van Raat. Zij probeert mensen te helpen. Maar mensen zoals Betsy Vere, die alleen maar aan zichzelf denkt, vind ik maar dom. Ik vind dat Eline haar proble-men niet goed heeft opgelost; ze ging veel te veel bij de pakken neerzitten vind ik. Andere mensen zoals Otto hebben hun problemen wel goed opgelost; Otto zette zich over zijn verdriet heen en trouwde uiteindelijk met Marie Verstraeten en werd zo toch nog gelukkig.

Het gekozen perspectief vind ik wel oké, je komt zo de gedachten van meerdere mensen te weten. Een ander perspectief zou tot gevolg hebben dat je niet meer te weten komt hoe andere mensen over Eline dachten.

De auteur beschrijft de ruimte vrij goed, ik denk dat de reden daarvan is dat ruimte in die tijd heel belangrijk was. Als je een groot huis had, had je meteen meer aanzien. Ik vind dat de ruimtes wel goed zijn beschreven, niet te overdreven en je kunt het goed voor je zien. Ik dacht soms wel: ‘wow! Die zijn echt rijk…!’ omdat er ook veel goud enzo was en heel veel kamers in de huizen.

Ik vind de stijl van het boek wel typerend voor die tijd, veel franse woorden en lastig taalge-bruik, maar het spreekt mij niet echt aan! Woorden zoals schertsend en boudoir zijn voor mij niet echt herkenbaar en ik had soms echt het gevoel van dat ik wel een woordenboek erbij mocht gebruiken! Het waren ook allemaal hele lange, poëtische zinnen en daar houd ik niet zo van; ik houd meer van kort maar krachtig.

Het verhaal is erg overzichtelijk, chronologisch, geschreven. Dat vind ik wel prettig want anders moet je steeds zo nadenken over waar je gebleven bent. Kun je ook minder snel in de war raken. De indeling van het verhaal vind ik wel oké. Het begin vond ik wel goed, eerst snapte ik er niks van maar daardoor wil je juist verder lezen omdat je wilt weten wat er aan de hand is! Het eind vind ik perfect, ik vond het wel mooi dat je een jaar na Eline’s dood nog even te weten komt hoe het verder is gegaan met de andere personen uit het boek.

Het belangrijkste moment is volgens mij wanneer Eline de verloving met Otto verbreekt. Hierna takelt ze snel af. In de periode dat ze met Otto verloofd was, voelde Eline zich erg gelukkig maar omdat ze bang is dat aan dit geluk ooit een einde zal komen, verbreekt ze de verloving. Wat tot gevolg heeft dat ze niet meer gelukkig wordt… Ik vind dit nogal dom van Eline, maar het moment is wel goed beschreven vind ik. Je krijgt wel medelijden met Eline en vooral met Otto, die vrijwel ontroostbaar is.

Mijn totaaloordeel is dat ‘Eline Vere’ een mooi boek is. Eigenlijk had ik steeds het gevoel dat het nergens over ging, maar toch kon ik niet stoppen met lezen! Dat vond ik wel apart. Het boek is wel moeilijk geschreven; je moet het niet gaan lezen als je erg moe bent en je aandacht er bijna niet bij kunt houden, want dan snap je er niks van.

F. SAMENVATTING
(bron: Prisma uittrekselboek Nederlandse literatuur 1880 – 1945)
De roman speelt zich voor een groot deel af in de Haagse “coterie” aan het eind van de 19e eeuw. Een vaste kring mensen uit dezelfde hogere klasse maakt visites bij elkaar, geeft een dinertje of een soirée, gaat naar de opera of naar het Kurhaus in Scheveningen. We geven hier eerst een opsomming van de leden van deze Haagse kring om ons daarna te beperken tot de verhaallijn rond Eline Vere. Aan het eind van deze samenvatting vertellen we kort de lotgevallen van de belangrijkste overige personages.
Eline woont bij haar zus Betsy, die getrouwd is met Henk van Raat; ze hebben een zoontje, Ben, die wat achterlijk is. Henks moeder, de oude mevrouw Van Raat (Dora) heeft na het overlijden van haar man, met wie ze zeer gelukkig was, een eenzame oude dag. Haar zoon Paul, die bij haar woont, gaat veel uit> Hijvormt een vrolijk clubje met zijn nichtjes Lili en Marie Verstraeten en de twee jongste telgen van de adellijke familie Van Erlevoort ter Horze: Etienne (Eetje) en Frédérique (Freddy). Bij de van Erlevoorts heerst altijd een gezellige drukte. Aan het grote huis aan het Voorhout woont de weduwe Van Erlevoort met de twee genoemde kinderen en met haar zoon Otto en dochter Mathilde van Rijssel, die na haar scheiding met haar vier kinderen Johan, Lientje, Tina en Nico weer haar intrek in het ouderlijk huis heeft genomen. De oudste zoon, Théodore, woont met zijn vrouw Truus en zijn kinderen op het Gelderse familielandgoed de Horze; de zusters Cathérine en Suzanne zijn respectievelijk getrouwd met Percy Howard en Arnold van Stralenburg. Zomers komt de hele familie meestal bijeen op de Horze.

De gebeurtenissen in de roman spelen zich voor een belangrijk deel in de huizen van bovengenoemde families af. Andere families zoals de “Eekhofjes” of de Oudendijks, worden slechts schetsmatig beschreven. Alleen het jonge Cateautje (Toos) van der Stoor en broer en zus De Woude van Bergh (de 38-jarige oude vrijster Emilie en de veel jongere, wat fatterige Georges) worden meer in detail getekend. Uitgebreide aandacht is er ook voor de met ziekteverlof uit Indië overgekomen familie Ferelijn, al hoort dieniet echt bij de coterie. Jeanne, een jeugdvriendin van Eline en Betsy, heeft een zorgelijk huwelijksleven met haar zieke man Frans Ferelijn en haar zwakke kinderen Dora, Wim en Fritsje.

De roman begint op een avond in november. Eline is niet met haar zuster en zwager meegegaan naar de verjaardag van de heer Verstraeten, wiens kinderen en vrienden prachtige tableaux vivants opvoerden. Eline is in een melancholieke bui, wat wel vaker voorkomt. Ze is ontevreden met haar doelloze, nutteloze bestaan. ’s Nachts stort ze haar hart uit bij haar zwager Henk van Raat.

De volgende dag voelt Eline zich opgeknapt. Paul, met wie ze vaak zingt, komt langs en ze gaat zelf mijnheer Verstraeten en daarna de oude mevrouw Van Raat opzoeken. ’s Avonds aan het diner schertst ze vrolijk met Georges de Woude, haar gemaakte lachje doet haar oude schoolvriendin Jeanne van haar vervreemden. Als de Ferelijns weg zijn, gaan Eline, Betsy en broer en zus De Woude naar de opera. Er zingt een nieuwe bariton: Théo Fabrice. Eline probeert de anderen niet te laten merken dat ze nogal onder de indruk is van zowel de opera als de zanger. Tijdens de pauze zien ze neef Vincent Vere, pas teruggekeerd van een van zijn reizen. Eline mag hem wel; hij doet haar aan haar overleden vader denken. Betsy daarentegen koestert een soort vrees voor haar neef.

Op Sinterklaasavond ten huize van de Van Erlevoorts krijgt Eline een prachtige waaier van Bucchi. Ze weet niet wie de gever is, maar Frédérique heeft een vermoeden, dat na een gesprek met haar broer Otto enige tijd later bewaarheid wordt. Freddy voelt een sterke antipathie tegen Eline; ze waarschuwt Otto, dat dat “coquette nest” hem ongelukkig zal maken. Eline zelf, zich nergens van bewust, koestert ondertussen haar geheime hartstocht voor Fabrice. Ze verbeeldt zich dat hij haar de waaier heeft gegeven en droomt al van een opwindend leven aan zijn zijde. Ze gaat zo vaak mogelijk naar de opera en verzamelt plaatjes met zijn portret. Ze maakt lange ochtendwandelingen door het park in de hoop hem tegen te komen, wat een enkele keer gebeurt. Aan haar liefde komt abrupt een einde als ze hem zonder de flatteuze opera-kleding ziet optreden tijdens een concert – hoe had ze zo kunnen dwepen met die lompe, burgerlijke timmerman! Elines teleurstelling is hevig, maar duurt niet lang. Een nieuwe ontwikkeling doet zich voor: Otto van Erlevoort vraagt haar zijn vrouw te worden. Eline twijfelt, ze voelt geen hartstochtelijke liefde voor Otto. Tijdens een avondje met enkele intieme vrienden voelt ze zich echter gedreven door een onzichtbare macht en ze stemt toe in een huwelijk. Vanaf dan voelt ze zich steeds rustiger en gelukkiger worden. In de zomermaanden die ze met Otto op de Horze doorbrengt, bereikt haar geluk een hoogtepunt. Ze voelt zich gezonder en vrolijker dan ooit tevoren. Op een nacht huilt Eline van geluk, later noemt ze dit het keerpunt; de gedachte dat het geluk ooit afgelopen kan zijn, zaaide een kiem van twijfel die niet meer weg zou gaan.
In de tijd dat Eline op de Horze was, logeerde Vincent bij Henk en Betsy. Betsy dacht dat het hun wat gezelligheid zou geven en Vincent zou dan wat minder geldzorgen hebben. Als Eline weer thuis is, blijft Vincent hangen – tot ergernis van Betsy. Eline werkt aan haar uitleg en voert vage, filosofisch getinte gesprekken met Vincent. O.a. over het noodlot. Bijna elke avond komt Otto dineren. Vincent wordt op een dag ernstig ziek, Eline gaat hem verplegen. Ze gaat Vincent steeds sympathieker vinden en verbeeldt zich dat Vincent een geheime liefde voor haar koestert. Voor Otto voelt ze af en toe een onverschilligheid, wat ze wanhopig tegen probeert te gaan: op de Horze hield ze zo innig veel van hem! Op een avond maakt ze met Betsy ruzie over Vincent en vaart daarna driftig uit tegen Otto; ze wordt dol van zijn eeuwige kalmte! Henk dwingt haar vergiffenis te vragen aan Otto, maar zowel Eline als Otto beseft die avond dat het afgelopen is met hun geluk. Otto koestert nog hoop, maar na enige tijd schrijft waarin ze de verloving verbreekt. Dat voelt ze als haar plicht; ze zal hem nooit gelukkig kunnen maken. Na het versturen van de brief huilt Eline zo wanhopig, dat Betsy en Henk het ergste vrezen. Na een ruzie met Betsy vertrekt Vincent naar Londen en vandaar naar New York, zijn vriend St. Clare weet daar een baan voor hem. Eline hoopt dat Vincent bij zijn afscheid over zijn liefde voor haar zal spreken, maar het enige wat hij doet is haar bedanken voor de goede zorgen. De dagen slepen zich eentonig voort; Eline is zelfs te lusteloos om Betsy tegen te spreken, als die tijdens het eten op Vincent scheldt. De eerste keer dat Eline weer mee uit gaat dineren, hoort ze Betsy weer kwaad spreken over Vincent en wijst haar terecht waar iedereen bij is. Thuis maken ze er ruzie over, Eline verlaat halsoverkop het huis. Ze zwerft rond in het noodweer, en vlucht dan naar Jeanne Ferelijn voor hulp. Ze heeft een zware kou wonen en blijft bij de Ferelijns om aan te sterken. Ze wil beslist niet terug naar Bety.

Oom Daniël Vere komt Eline opzoeken en vraagt of ze met hem en zijn vrouw Elize wil gaan reizen. Eline stemt toe en ziet Parijs, Nice, Spanje, Bordeaux en woont een tijdje bij de Vere’s in Brussel. Pas na anderhalf jaar komt ze terug in Den Haag, ze is dan vermagerd, en heeft iets schichtigs en nerveus over haar heen. Ze eet weinig en drinkt veel, door de kou die ze had gevat heeft ze een raar hoestje. Dokter Reijer constateert een beginnende longtering. Eline heeft haar intrek genomen bij de oude mevrouw van Raat, dokter Reijer hoopt dat ze daarvan zal opknappen. De oude vrouw ziet later in dat ze Eline niet kan helpen. Eline voelt zich een ruïne. Ze heeft haar geluk moedwillig weggegooid en zal nooit meer gelukkig worden. Ze verafschuwt het nutteloze leven en de huichelarij van de mensen.
Tot beider spijt vindt Eline bij mevrouw van Raat niet de rust die ze gehoopt had en ze vertrekt weer naar Brussel, waar ze met oom Daniël en tante Elize naar allerlei feesten gaat. Op een dag komen Vincent en zijn vriend Lawrence St. Clare Eline en oom en tante opzoeken. Ze gaan een grote reis maken. St. Clare heeft onmiddellijk Eline’s sympathie; hij doet haar aan Otto denken. St. Clare vraagt Eline na een paar ontmoetingen zijn vrouw te worden, hij wil het geluk weer in haar leven brengen. Wanhopig weigert Eline en vertelt van Otto die haar ongelukkig heeft gemaakt en altijd tussen hen in zal staan. St. Clare vraagt haar om niet ondoordacht haar geluk voor de tweede keer weg te gooien en hem pas te antwoorden als hij over twee maanden terug komt van zijn reis. Dat belooft Eline.

Ze gaat weer terug naar Den Haag en neemt haar intrek in een pension. Regelmatig slikt ze druppels morfine die ze van haar Brusselse dokter kreeg, om haar slapeloosheid te bestrijden. De morfinen helpt niet erg en in haar half doorwaakte nachten wordt Eline gekweld door nachtmerries. Overdg voelt ze een matheid en een dofheid in haar hoofd die haar verhinderen goed door te denken over allerlei dingen. Ook haalt ze steeds vaker herinneringen door elkaar en verwart ze Otto en St. Clare. Soms zingt ze koortsachtig gedeelten uit een opera en verbeeldt ze zich dat ze actrice is. Ze is bang dat ze gek aan het worden is. Op een avond ziet ze zo tegen een slapeloze nacht op, dat ze een te grote dosis morfinedruppels neemt. De volgende dag wordt ze dood in haar kamer gevonden.

Otto was inderdaad erg ongelukkig nadat Eline het had uitgemaakt. Pas een jaar na Elines dood voelde hij dat zijn verdriet aan het slijten was en kreeg hij oog voor Marie Verstraeten. Zij hield al tijdens zijn verloving met Eline van hem. Lili Verstraeten trouwde met Georges de Woude en na allerlei strubbelingen vonden Paul en Freddy elkaar eindelijk, zij het met behulp van de oude mevrouw Van Raat, die in haar ijver om het geluk van haar jongste zoon een laatste levensdoel had. Met Jeanne Ferelijn liep het slecht af; zij stierf in Indië.

G. DE AUTEUR
(bron: Prisma uittrekselboek Nederlandse literatuur 1880 – 1945)
Louis Anne Marie Couperus leefde aan 1863 tot 1923. Hij werd geboren in Den Haag, maar bracht een deel van zijn jeugd in Indië door. Couperus trouwde in 1891 met zijn nicht Elisabeth Baud. Hij reisde veel en woonde lange tijd in Zuid-Frankrijk en Italië.

Couperus heeft zeer veel geschreven:
*eigentijdse psychologische-realistische romans (o.a. Eline Vere, 1889; Noodlot, 1890; Extaze, 1892; Metamorfoze, 1897; De stille kracht, 1990; Langs lijnen van geleidelijkheid, 1900; De boeken der kleine zielen, 1901;-1903 Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan, 1906.)
*mythologische Romans (o.a. Babel, 1901 en Herakles, 1913)
*symbolische sprookjes (o.a. Psyche, 1898 en Fidessa, 1899)
*historische romans (*o.a. De berg van licht, 1905; De komedianten, 1917; Xerxes, 1919; Iskander, 1920)
*Voor het dagblad Het vaderland en het weekblad De Haagsche Post schreef hij reisimpressies, verhalen, brieven, essays en sprookjes die regelmatig gebundeld werden.
Couperus’eerste prozawerk, Eline Vere, kan een naturalistische roman genoemd worden. Het naturalisme, een literaire stroming waarvan de theoretische principes verwoord werden door de Franse schrijver Emile Zola, werd door de meeste mensen zeer gewaardeerd en Eline Vere kreeg enkele lovende kritieken. Het feuilleton van Eline Vere had meteen succes; in Haagse kringen werden de personages besproken of het levende mensen waren. De lezers schijnen elkaar fluisterend en met ontzetting Elines dood meegedeeld te hebben. Toen de roman in 1889 als boek verscheen, zette het succes zich landelijk voort. Dat Eline Vere nu nog populair is blijkt uit de vele herdrukken en de film in 1991.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Wij moeten voor nederlands ook het boek Eline Vere lezen, en omdat ik nogal in tijdnood zit ben ik op internet op zoek gegaan naar samenvattingen. Jouw samenvatting vond ik erg goed! Het heeft me al een heel stuk op weg geholpen.. Bedankt!

Ik ben met het verslag helaas nog niet klaar, omdat sommige vragen lastig te beantwoorden zijn als je het boek niet hebt gelezen..

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

heeel leuk ik heb ervan genoten moet je egt vaker doen wil een keer langskomen kunne we discusieren over dit prachtige, ontroerende boek. en misschien wel meer....
xxx piet (ben bi dus geslacht is geen probleemn)(

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast