Titel: Eilandgasten
Auteur: Vonne van der Meer

Inhoudsopgave:
1) Inleiding: A) Hoe denk je over het lezen van fictie?
B) Waarom dit boek?
C) Hoe gekozen?
D) Verwachting.
E) Eerste reactie.
2) Samenvatting
3) Verdiepingsopdracht
4) Eigen oordeel
5) Overige informatie

Inleiding:
Hoe denk je over het lezen van fictie?
Ik vind fictie boeken altijd wel heel leuk om te lezen, maar soms een beetje ongeloofwaardig. Soms als het op sprookjes is gebaseerd is het wel grappig, maar niet echt geloofwaardig. Dus daarom vind ik realistische fictie leuker om te lezen, want dat gaat nog een beetje over realiteit.

Waarom dit boek?
Ik had keuze uit een lijst van 7 boeken. Deze titel sprak me aan en toen ik een paar recensies ervan had gelezen leek het me best een leuk boek. Toen ik het boek in de bibliotheek zag, kreeg ik er interesse in door de aparte kaft. Toen wou ik het boek gaan lezen.

Hoe gekozen?
Door een keuze te maken uit de boekenlijst. Dat was het eerste boek wat me leuk leek en toen heb ik het zo maar gekozen. Ik dacht eerst nog dat ik de hemel boven Hollywood zou gaan lezen, maar daar heb ik vanaf gezien omdat eilandgasten me leuker leek.

Verwachting.
Het lijkt me wel een leuk boek, het is niet zo dik en ziet er fris uit. Het is een leuke kaft en het wekt interesse op. Ik heb de recensies gelezen en het gaat over vakantiegangers in een bepaald huisje. Ik verwacht dat de mensen met elkaar te maken zullen hebben en dat ze het allemaal naar hun zin zullen hebben. Ze hebben natuurlijk wel allemaal problemen, anders zou het boek niet leuk zijn.

Eerste reactie.
Het was wel een leuk boek, maar ook een beetje raar. Het was heel anders dan ik had verwacht. Ik dacht dat de mensen met elkaar te maken hadden, dit was niet echt het geval. Wel de mensen die tegelijk in de 2 huisjes zaten, maar de eerste bezoekers hadden weer helemaal niets te maken met de laatste bezoekers. Verder zat er niet zoveel spanning in, dat was wel jammer.

Samenvatting
De schoonmaakster van het huisje Duinroos komt aan het begin van het seizoen naar Duinroos om het schoon te maken.
Ook leest ze het rode gastenboek. Ze vindt het heerlijk om te lezen wat de vakantiegangers allemaal hebben meegemaakt.
Ze legt na het schoonmaken het gastenboek in het zicht, waarmee ze hoopt dat de vakantiegangers er een stukje van hun vakantie in willen schrijven.
Dan komt het eerste gezin.

Chiel en zijn vrouw Dana zijn op het eiland om hun huwelijk te redden. Hun zoontje Floris is ook mee. Toen Chiel op zakenreis was, is hij vreemdgegaan met een Duitse vrouw. Dana had meteen gemerkt dat er iets aan de hand was, toen ze Chiel op kwam halen van het vliegveld en toen heeft hij het haar verteld. Als ze op Vlieland aankomen, merkt Dana dat ze haar boek vergeten is. Ze had het boek voor haar verjaardag gekregen van haar vader en wilde het op Vlieland gaan lezen. Dan vertelt Chiel haar dat hij het boek aan de Duitse vrouw heeft gegeven als een soort afscheidscadeautje. Dana is woedend en kan een tijdje niet meer met hem praten. Aan het eind van de vakantie is ze toch bereid het hem te vergeven en gaan ze met een goed gevoel weer terug naar huis.

Sanne en Martine zijn de volgende bewoners van Duinroos. Sanne is de dochter van Jella, de beste vriendin van Martine. Eigenlijk zouden Jella en Martine naar Vlieland gaan, maar er kwam iets tussen waardoor Jella niet mee kon. Sanne is toen meegegaan in haar plaats.
Als blijkt dat Sanne iets te verbergen heeft tegenover Jella en Martine, doet Martine haar uiterste best om Sanne zover te krijgen dat ze het haar verteld. Nadat Sanne van de trap is gevallen, verteld ze Martine eindelijk wat haar al die tijd zo dwars heeft gezeten:
Sanne is zwanger, maar ze is bang dat het kindje na die val van de trap er niet meer is en als het er nog is of ze het wel wil houden. Ze is er erg onzeker over en wilde er met niemand over praten.
Samen voeren ze hele gesprekken hierover. Martine heeft namelijk twintig jaar geleden een abortus laten doen en vergeeft zichzelf hiervoor tijdens de vakantie op Vlieland. Aan het eind van de vakantie besluit Sanne toch om het kindje te houden.

De volgende bewoner van Duinroos is een weduwenaar. Hij is bijna 70 jaar en is door zijn kinderen naar Vlieland gestuurd, dat zou hem wel goed doen. Maar de man heeft eigenlijk genoeg van zijn leven en wil zelfmoord plegen. Dit wil hij doen door zich ’s avonds in zee te verdrinken. Maar als hij eenmaal een paar dagen op Vlieland is, begint hij ´de´ avond steeds verder uit te stellen. Omdat de mensen uit zijn omgeving moeten denken dat het een ongeluk was, moest hij er ook voor zorgen dat het net leek alsof Duinroos ook echt bewoond was geweest. Ook schrijft hij een brief aan zijn kinderen, met een onschuldig verhaal over hoe leuk en fijn het wel niet is op Vlieland. Maar hoe langer hij het zelfmoordplan uitstelt hoe meer hij er van af ziet. De volgende ochtend gaat hij zo snel mogelijk naar een telefooncel om zijn dochters te bellen dat hij het erg naar zijn zin heeft op Vlieland en niet kan wachten tot hij weer thuis is.

Nils, zijn vrouw Simone en zijn twee dochters Karien en Roos zijn het volgende gezin in Duinroos. De vakantie begint goed, maar als Nils een telefoontje krijgt van zijn baas, dat iemand anders, een jongere man een erg belangrijke functie heeft gekregen bij het bedrijf waar Nils werkt en waarvan Nils dacht dat hij die functie zou krijgen is zijn vakantie volledig verpest. Simone probeert hem vaak in te praten dat het helemaal niet zo erg is en dat hij zelf altijd heeft gezegd dat de functie die hij nu heeft goed genoeg is, maar het kan Nils niet opvrolijken. Simone ziet hun vakantie al helemaal in het water vallen en gaat eens goed praten met Nils. Na hun gesprek gaat Nils “een frisse neus halen”. Als hij terugkomt, ziet hij in dat hij de vakantie van zijn vrouw en dochters wel goed heeft verpest en besluit om zich niet meer met zijn werk bezig te houden en hun vakantie nog zo leuk mogelijk proberen te maken.

De volgende gasten in Duinroos zijn drie jongeren: Willemijn, Walter en Tom. Walter woont al ruim 2 jaar bij Willemijn in huis, maar ze hebben geen relatie. Ze besluiten om met elkaar naar Vlieland te gaan en in zijn enthousiasme vraagt Walter aan Tom of hij ook meegaat. Eenmaal daar aangekomen krijgen Walter en Tom een gesprek over Willemijn. Tom dacht al die tijd dat Willemijn en Walter wat met elkaar hadden, maar wanneer dit niet zo blijkt te zijn, is Tom helemaal blij. Hij vraagt aan Walter of hij tegen Willemijn wil zeggen dat hij haar helemaal ziet zitten en wanneer Walter dit aan Willemijn verteld is zij ook helemaal in de wolken.
Wanneer Willemijn en Tom wat krijgen, gaat Walter weer in zijn eentje terug naar huis, omdat hij niet het gevoel wil krijgen dat hij tussen hen in komt te staan. Hij besluit hen met zijn tweetjes nog een leuke vakantie te bezorgen.

De laatste vakantieganger van het seizoen is Marleen. Marleen is een bejaarde vrouw en is naar Vlieland gekomen omdat ze wat tijd voor zichzelf nodig had. Zodra ze het gastenboek ziet liggen, begint ze er in te schrijven. Ze had de neiging om even alles van zich af te schrijven en zo komt het dat er een deel van haar leven in komt te staan. Zo schrijft ze dat ze weet dat ze niet meer lang te leven heeft, omdat ze heel erg ziek is. Ook schrijft ze dat ze na de dood van haar moeder tot de ontdekking kwam dat ze helemaal niet echt van haar moeder gehouden heeft, zoals een dochter eigenlijk doet. Het is overigens niet de eerste keer dat ze op Vlieland is, zo schrijft ze. Ze heeft hier op dit eiland haar kinderen zien opgroeien in de vakanties en dat ze dat altijd heel bijzonder heeft gevonden.
Ze vindt het een heerlijk gevoel dat ze dit even heeft kunnen opschrijven, maar als ze weer teruggaat, scheurt ze nog snel de beschreven bladzijden uit het gastenboek, want ze heeft liever niet dat iemand het leest.

Als het seizoen van Duinroos weer is afgelopen, komt de schoonmaakster weer terug om het huisje schoon te maken voor het volgende seizoen.
Ook leest ze weer het gastenboek. Als ze ziet dat er iemand 7 bladzijden uit het boek heeft gescheurd is ze erg teleurgesteld. Ze had zo graag willen weten wat voor persoon het geweest zou zijn en hoe ze het hier had gehad. Maar helaas kan dat niet meer. Ze neemt het gastenboek mee naar huis om het op te sturen naar de eigenaar van Duinroos en het daarna weer terug te leggen op het vertrouwde plekje waar het al die tijd heeft gelegen.

Noteer zo nauwkeurig mogelijk de belangrijke informatie die te maken heeft met:

Opbouw
Vertelvorm:
Het vertelperspectief is een van de opvallende dingen aan dit boek. Als je leest vanuit het perspectief van de schoonmaakster wordt het verhaal verteld vanuit de ik- vorm. Maar als je leest vanuit het perspectief van de gasten wordt het verhaal verteld als personaal verhaal. Elke figuur 'komt aan het woord', maar doet dit niet in de ik-vorm maar in de hij-vorm. Omdat er veel personen zijn, is er ook een afwisseling in dit perspectief.
Door middel van de afwisseling in de personale vertelwijze kom je van iedereen, via de hij/zij-vorm, zijn/haar gevoelens, gedachtes en meningen over de anderen te weten. Maar door het hele boek heen heb je het alwetende vertelperspectief. Je weet alles van iedereen.

*Hoofdstuk 1. Is vanuit het hij / zij perspectief geschreven.
In dit hoofdstuk wordt afgewisseld door de hij of zij. De ene keer vertelt de zij en de andere keer de hij.
*Hoofdstuk 2. Dit hoofdstuk wordt ook uit hij / zij perspectief geschreven. Je maakt gebeurtenissen mee vanuit de zij en vanuit de hij. Het wisselt dus steeds van de hij en zij net als bij hoofdstuk 1.
Na de eerste twee hoofdstukken komt weer een stukje over de schoonmaakster wat weer in het ik- perspectief is geschreven.
*Hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk gaat over één persoon je zou dus denken dat het vanuit het ik- perspectief geschreven maar dat is niet zo. Het is vanuit het hij / zij perspectief geschreven. Het lijkt net alsof het huis Duinroos weet hoe de man denkt en voelt.
*Hoofdstuk 4 is ook vanuit het hij / zij perspectief geschreven. Je weet evenveel als de hij of zij.
*Hoofdstuk 5 is ook vanuit het hij / zij perspectief geschreven.
*Hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk staan allemaal verhaaltjes uit het gasten boek. Dat is uit het ik- perspectief geschreven omdat je opschrijft hoe jij het hebt meegemaakt.
Het verhaal eindigt met een stukje van de schoonmaakster wat weer uit het ik- perspectief is geschreven. De schoonmaakster wou dat ze haar armen de muren waren en haar ogen de ramen zodat ze kon zien en voelen wat duinroos meemaakte.

Tijdsverloop:
Het verhaal op zich verloopt niet chronologisch, eerst komt de schoonmaakster, dan de eerste gasten, de tweede gasten, de schoonmaakster weer even en dan weer gasten. Dit wordt op chronologische volgorde verteld. Maar binnen de verhalen van de gasten zelf zitten flashbacks. Zoals bijvoorbeeld bij het verhaal van Chiel en Dana wordt steeds weer teruggekeken naar de korte tijd die Chiel in Duitsland was. Bij bijna alles moet vooral Chiel terugdenken aan Helga in Berlijn.

Spanning / open plekken:
Het boek is niet echt spannend te noemen. Wel vraag je je telkens weer af wat nu weer het “verhaal” is van de nieuwste bewoners van Duinroos.

Tijd
Het verhaal speelt zich af in het zomerseizoen, van ongeveer maart tot oktober. Dus het duurt ongeveer 7 maanden.

Gebeurtenissen
De gevoelens en gedachtes waren het belangrijkste in de verhalen. Ook de verschillende manier van handelen speelde een grote rol. Veel gebeurtenissen waren er echter niet. Elk verhaal had zijn eigen gebeurtenis. Deze waren wel erg alledaags en normaal, waardoor de spanning ook afnam. De gebeurtenissen zijn wel erg geloofwaardig. Ook de afloop was goed bedacht. Een ander eind zou niet leuk geweest zijn. Je krijgt echt een kijkje in 'het leven van'. Hoe het dan het volgende seizoen zal gaan krijg je niet te weten.

In het begin vertelt de schoonmaakster over Duinroos. Ze is al oud en heeft een voorliefde voor Duinroos. Ze kan het niet laten om elke dag langs het huisje te fietsen om alles te controleren. Ze is heel precies.

In het 1e verhaal komen Chiel en Dana met Floris naar het huisje. Chiel is vreemdgegaan in Duitsland en Dana voelt zich hier niet fijn over. Als ze haar boek wil gaan lezen wat ze van haar vader heeft gekregen, blijkt nog eens dat Chiel dit als afscheid heeft gegeven aan de Duitse. Chiel probeert het goed te maken door overdreven lief te doen en alles voor haar over te hebben. Dana wil dat hij ophoudt met dat domme gedrag en spreekt hem toe. Later gaan ze gelukkig naar huis.

In het 2e verhaal komen Martine en Sanne. Sanne is de dochter van Jetta, een vriendin van Martine, maar zij kon niet mee en nu zit Martine met Sanne opgescheept. Martine wou met Bas, haar nieuwe vlam, gaan, maar hij moest op zakenreis. Sanne blijkt zwanger te zijn en weet niet of ze het kind moet houden of niet. Ze praat met Martine en zij geeft als advies het kindje weg te halen. Zij heeft het ook gedaan op jongere leeftijd en heeft nog wel spijt ervan, maar op de vakantie vergeeft ze zichzelf.

In het 3e verhaal komt een oude man, Leo. Zijn vrouw is een paar maanden eerder overleden. Hij heeft besloten om zichzelf in zee te verdrinken, omdat het leven voor hem volstrekt geen zin meer heeft. Maar om zijn twee dochters Bea en An niet te confronteren met een vader die zelfmoord pleegt, doet hij er alles aan om het op een ongeluk te laten lijken. Maar hoe langer hij in Duinroos is, hoe meer hij erachter komt dat hij beter geen einde kan maken aan zijn leven en gaat uiteindelijk vrolijk naar huis.

In het 4e verhaal komt er een gezin met 2 kinderen. Nils, een zakenman, is een workaholic en als hij erachter komt dat een hoge baan ingenomen is door een andere man raakt hij in een dip. Zijn vrouw en kinderen lijden hieronder en Simone wil weggaan. Ze besluit te blijven na het lezen van het verhaal van de familie Slaghek. Nils komt uit zijn dip en ze hebben dan nog een week vakantie.

In het 5e verhaal komen 3 jongeren in het huisje. Willemijn en Walter wonen al meer dan 2 jaar samen, maar hebben geen relatie. Ze hebben Tom meegevraagd. Willemijn weet niet wat ze nou eigenlijk voelt voor Tom, maar Tom is wel verliefd op haar. Langzamerhand begint er iets tussen de twee te bloeien en later krijgen ze een relatie. Tom gaat naar huis, hij is toch een beetje gekwetst.

Het laatste verhaal is van Marleen. Je leest alles van haar dagboek. Ze is in Vlieland omdat ze verwacht niet lang meer te leven en wil nog wat dagen, zonder haar man, op het eiland besteden. Ze hier veel herinneringen van haar liggen. Herinneringen aan haar moeder - van wie ze zegt dat ze nooit van haar gehouden heeft - , haar kinderen die ze er zag opgroeien en ze zag de eerste dode er aanspoelen. Aan het einde van de vakantie krijgt ze een herinnering die erop wijst dat haar moeder ondanks alles van haar gehouden heeft.

Aan het einde spreekt de schoonmaakster weer. Ze gaat het huisje klaarmaken voor de volgende gasten. Ze leest het gastenboek en brengt het uiteindelijk terug naar de eigenaar van Duinroos.

Personages
In dit boek komen heel veel personages voor, in elk hoofdstuk heb je verschillende hoofd-/ en bijfiguren. Eigenlijk is ook het huis de hoofdpersoon van het boek. Je ziet als het ware alles via het huis. Alleen de schoonmaakster komt steeds terug als personage.

De schoonmaakster:
Zij is een oudere vrouw, die al jaren vakantiehuisjes schoonmaakt. Maar nu alleen nog maar Duinroos, omdat ze een voorliefde heeft voor Duinroos. Ze is ook steeds heel erg met de bewoners en de gebeurtenissen bezig, zo erg dat ze elke dag langs het huis fietst om te kijken hoe het er voor staat. Ze woont alleen, maar heeft Jelte, haar man of zoon, verloren. Ze is erg pietluttig in dingen, alles nog even nalopen. Ze identificeert zich ook met het huis, het huis is haar leven voor een groot gedeelte, alle zorg die ze niet meer aan een gezin kwijt kan, stopt ze in het huis.

Dana:
Een jonge vrouw (ongeveer 30), die te maken krijgt met een crisis in haar huwelijk. Ze heeft kort blond haar. Samen met haar zoontje (Floris) en man gaat ze daarom naar Duinroos. Ze heeft hier gemengde gevoelens over want Chiel was hier plotseling mee komen aanzetten. Over de affaire zegt ze niets en ze lijkt ook wel vergevingsgezind, maar ook in het huis zijn er veel dingen die haar hieraan doen herinneren… Dana ergert zich enorm aan Chiels onderdanigheid en uiteindelijk komt dit tot een uitbarsting. Ze heeft heel veel moeite met het vergeven van haar man maar uiteindelijk lukt het haar voor het grootste deel toch.

Chiel:
Een jonge man, die op en zakenreis in Duitsland een vrouw ontmoette waar hij dezelfde avond nog het bed mee deelde. Hij kan en wil niet liegen en doet dit dus ook niet. In het huisje geeft hij zich helemaal voor zijn vrouw en zoontje.

Martine:
Een carrièrevrouw van 43. Zij voelt zich eerst niet erg gelukkig in het huisje, ze zou namelijk met haar vriend Bas gaan, maar deze ging plotseling naar Osaka. Ook haar vriendin Jetta bleek op het laatste moment niet mee te gaan, dus nu voelt ze zich opgescheept met Sanne, Jetta’s dochter.
Sanne een ‘meisje’ van 20. Sanne zit met een groot probleem, ze is zwanger en heeft dit nog aan niemand verteld. Als Martine erachter komt dat Sanne zwanger is denkt ze aan toen zij jong was. Ze heeft toen ze jong was abortus laten plegen, ze heeft het er nog steeds moeilijk mee maar aan het eind van haar vakantie kan ze zichzelf hier eindelijk voor vergeven.

Sanne:
Sanne is 20 jaar. Sanne heeft een beetje plomp figuur, maar door de kleding die ze draagt verbergt ze dit. Ze is 5 weken zwanger en denkt in de vakantie in Duinroos na over wat ze wil: het kind houden, of het weg laten halen. Ze is erg in zichzelf gekeerd.

Leo:
Leo is een weduwnaar van zeventig en komt op Duinroos om zelfmoord te plegen omdat hij niet zonder zijn vrouw kan leven. Hij heeft kort grijs haar en hij draagt een bril. Hij heeft pas zijn vrouw Johanna verloren en ook al heeft hij twee dochters, Bea en An, die veel om hem geven, de dood van zijn vrouw zou voor hem toch het zwaarst wegen. Hij is erg somber en ziet alleen maar de negatieve aspecten van het leven. Leo is een beetje in de knoop met zijn eigen gevoelens. Door zijn vakantie in Duinroos beseft hij dat hij nog helemaal niet dood wil gaan en is erg vrolijk als hij weer naar huis gaat.

Nils:
Nils is een gestresste zakenman, die zich alles erg aantrekt en die opvliegerig is. Ook al kwam werk namelijk op de tweede plaats, toch trekt hij het niet als een jongere collega de hogere functie krijgt. Met als gevolg dat zijn vrouw Simone en twee dochters Roos en Karien het zwaar te verduren krijgen.

Simone:
Simone is ongeveer 40 jaar. Ze heeft kort bruin haar. Simone ergert zich erg aan het gedrag van haar man en overweegt op een bepaald moment om naar huis te gaan. Toch komt er geen ruzie, dit ook omdat ze troost vindt in de verhalen in het gastenboek van de familie Slaghek. Met name daar waar het gaat over de dood van hun zoon: Als er een gemeenschap van gestorvenen bestond, bestond er misschien ook een gemeenschap van eenzamen. Mensen die je gezelschap kwamen houden wanneer je aan hen dacht.

Walter:
Walter is een jonge student. Hij woont samen op een kamer met Willemijn. Iedereen ziet ze als een stel en Walter vind dit totaal niet erg, hij is er trots op. Daarom zou hij het liefst iedereen in de waan laten. Hij wil Willemijn beschermen. Duinroos is al gauw Walter´s huis, hij heeft de neiging zich dingen toe te eigenen.

Willemijn:
Willemijn is een studente. Willemijn is 20 jaar. Ze heeft blond haar en bruine ogen. Ze is tenger en vrij lang. Ze leeft al 2,5 jaar samen met Walter, maar ze zijn alleen maar goede vrienden. Ze is heel onzeker over hun relatie. In het vakantiehuisje wordt ze nog verliefder op Tom, een vriend van haar en Walter, dan ze al was. Walter vertelt Tom op een avond dat Willemijn niet de zijne is en dan krijgen Willemijn en Tom een relatie. Ze geeft haar relatie met Walter dus op voor Tom.

Tom:
Tom is een jonge leraar die, gelijk nadat hij met haar heeft kennis gemaakt, helemaal gek is op Willemijn. Maar hij laat dit niet blijken, omdat hij niet tussen Walter en Willemijn wil komen. Hij denkt dat zij iets samen hebben, ze slapen immers in hetzelfde bed. Tom is gespierd en sportief.
Later krijgen Tom en Willemijn iets. In Duinroos werd een stille liefde, een grote liefde, Tom en Willemijn.

Marleen:
Ze is een vrouw van oudere leeftijd, die kanker heeft. Ze verwacht niet lang meer te leven en wil nog wat dagen, zonder haar man, op het eiland besteden, omdat hier veel herinneringen van haar liggen. Herinneringen aan haar moeder - van wie ze zegt dat ze nooit van haar gehouden heeft - , haar kinderen die ze er zag opgroeien en ze zag de eerste dode er aanspoelen. Aan het einde van de vakantie krijgt ze een herinnering die erop wijst dat haar moeder ondanks alles van haar gehouden heeft.

Ruimte / sfeer
De verhalen spelen zich allemaal op Vlieland af. Daaronder vallen dus ook het huisje Duinroos, het strand en het dorp, maar ook nog een stukje op de boot. Het leuke is, dat de huisjes en dingen die er zijn ook nog echt bestaan.

Thematiek
Omdat het boek uit zoveel verhalen bestaat, is het moeilijk een gezamenlijk thema te vinden. Ik ben begonnen met het zoeken van overeenkomstige dingen in de verschillende verhalen.

In alle verhalen speelt het gastenboek een verschillende rol. Ook het veertje erin heeft voor iedereen weer een andere betekenis.
- Sanne bijvoorbeeld, denkt aan het vruchtje in haar buik, dat nu nog niet eens die grootte zal hebben.
- Voor Dana is het veertje op de eerste onbeschreven bladzijde een teken dat ze opnieuw moeten beginnen.
- De man die zelfmoord wilde plegen, beschouwde het veertje als een teken van zijn overleden vrouw. Op de avond van Johanna’s dood had An (zijn dochter) een veertje gevonden, wat mee het graf in is gegaan.

Vooral de schoonmaakster acht veel waarde aan het gastenboek en het veertje erin zet voor haar de puntjes op de i. Dit steeds terugkerende motief zou dus kunnen zijn voor de schoonmaakster en haar zorgzaamheid.

Wat alle verhalen nog meer in overeenstemming hebben is, dat aan het einde iedereen een inzicht heeft gekregen. Alle Eilandgasten komen er met een ‘oplossing’ uit.

Natuurlijk is het belangrijkste kenmerk van dit boek: de verschillende levensverhalen. Dit neem ik ook als motief.

De motieven in de verhalen zijn dus: het gastenboek dat tevens alle verhalen samenbindt, de schoonmaakster en haar zorgzaamheid en alle verschillende levensverhalen. En dit allemaal in een huisje. Duinroos genaamd.

Het thema is dus eigenlijk de verbondenheid van het gastenboek waar iedereen in schrijft.

Taalgebruik
Het taalgebruik in het boek is niet moeilijk te volgen, er worden geen moeilijke woorden of zinnen gebruikt. Er komen veel gesprekken tussen mensen in voor, maar vooral de gedachten en gevoelens van de bewoners van Duinroos worden beschreven. Ook komen er af en toe woorden in een andere taal voor. Dana leest een stukje uit het gastenboek in het Duits, Sanne schrijft in het gastenboek ‘All shall be well’ en de laatste gaste gebruikt in haar ‘dagboek’ een paar keer woorden in het Engels en een keer in het Frans; ‘ca suffit’.

Bekijk de film en noteer de belangrijkste verschillen en overeenkomsten.
Verschillen:
Boek:
- Duinroos is 1 huisje.
- Alle gasten komen apart en hebben niets met elkaar te maken.
- Leo en Marleen zitten ook in het huisje. Beiden alleen.
- Andere karakteromschrijvingen bijv. dat Dana kort blond haar heeft.
- Tom is een vriend van Willemijn en Walter.
- Ze hebben het hier telkens over een rood gastenboek.
- Sanne is hier pas 5 weken zwanger als ze het verteld.
- Alles is in chronologische volgorde verteld.
- De kinderen van Simone en Nils zijn 2 meisjes en heten Roos en Karien.
- Sanne is ongeveer 20 jaar.
- De volgorde waarin de mensen komen: Dana & Chiel, Sanne & Martine, Leo, Simone & Nils, Walter & Willemijn & Tom en Marleen als laatst.

Film:
- Duinroos is verdeeld in 2 huisjes.
- De gasten die tegelijk in het huisje zitten, praten met elkaar.
- Geen Leo en Marleen, alleen de andere gasten komen.
- Ander uiterlijk, Dana heeft lang blond haar etc.
- Tom ontmoet Willemijn en Walter pas op de boot. Als collega van hen.
- Het gastenboek is niet rood en dat komt niet duidelijk naar voren.
- Sanne is bijna 7 weken zwanger, wanneer Martine erachter komt.
- Er komen ook stukjes van de volgende gasten al doorheen.
- Simone en Nils hebben 2 kinderen. Een jongen, Max en een meisje, Roos.
- Sanne is niet ouder dan 17 jaar.
- Hier komen eerst Dana & Chiel, dan komen Nils & Simone, Martine & Sanne en als laatst Tom, Walter & Willemijn.

Wat is je verklaring voor die verschillen?
Ze hebben de film niet te lang willen maken en hebben daardoor gekozen voor 2 huisjes naast elkaar en dan daar de gezinnen toch in willen laten trekken.
Als je naast een ander gezin zit is het logisch dat je met elkaar even gaat praten. Anders zou dat wel heel onbeleefd zijn.
Leo en Marleen hadden waarschijnlijk geen aansprekende verhalen en omdat ze beiden toch al oud waren zou dit niet interessant zijn voor in een film.
Ze hebben de beste castings genomen en niet precies gekeken naar de karakteromschrijvingen in het boek.
Als ze Tom ook nog hadden moeten beschrijven als vriend, zou het ingewikkelder worden. Het zou minder logisch zijn, dat hij niet zou weten dat Willemijn en Walter geen relatie hebben. Nu blijft het iets spannender en is het verhaal ook makkelijker uit te leggen.
Wat voor kleur boek het heeft maakt voor hen niet zoveel uit.
Om het verhaal leuker te maken laten ze alvast de nieuwe gasten zien, daarna gaan ze weer verder met de gasten die op dat moment in het huisje zitten.
Ze hebben een andere volgorde gedaan om het qua leeftijd en omgang met de buren beter te laten verlopen.

Noteer ook een aantal overeenkomsten.
Overeenkomsten:
De poetsvrouw begint en eindigt het verhaal met een verhaaltje. Dit is ook in de film.
De problemen in het boek van de gasten zijn niet anders in de film.
De gebeurtenissen uit de film en de gebeurtenissen uit het boek zijn vrijwel hetzelfde.
De omgeving is hetzelfde.
De plaatsjes en cafés zijn hetzelfde.
Het veertje in het gastenboek komt telkens terug.

Wat heb je in de film het meest gemist?
Dat Leo en Marleen er niet in voorkwamen. Ik had wel willen weten hoe ze die 2 personen hadden verfilmd. Het was jammer dat ze hen eruit lieten, want ook zij hadden een best interessant verhaal. Het is leuk als je eerst het boek hebt gelezen en daarna een film ziet, dat dan alle verbeeldingen worden uitgewerkt in een werkelijk vast beeld. Bij deze 2 personen kun je dat nu niet doen, omdat ze niet in de film worden vernoemd of worden gebruikt. Erg spijtig.

Lees minimaal 2 recensies van boek en film. Vat ze samen en noteer op welke punten je het eens en oneens bent met de recensent.

Filmrecensie 1:
Het boek van Vonne van der Meer ziet er redelijk zonnig uit. Licht zelfs. Op de kaft staan schelpjes, zee en een horizon. Toen ik Eilandgasten uit had, had ik een plezierig gevoel. Het zien van de film, met daarin de visualisatie van de wind, wolken en herfstige relaties, geeft de kijker een totaal andere boodschap mee.
Eilandgasten is gebaseerd op de eerste in de serie Eilandromans van Vonne van der Meer. Het verhaal speelt zich af op Vlieland. Duinroos is de naam van een eenvoudig, maar gastvrij huurhuis op het eilandje. Het is een komen en gaan van jonge gezinnen, vriendinnen, studenten en andere tijdelijke bewoners. Die kennen elkaar niet, maar hun levens raken door een vakantie op dat kleine stukje Nederland met elkaar verweven.

Dana (Eva Duijvestein) wordt door haar man Chiel (Tygo Gernandt) verrast met een weekendje Vlieland. Samen met hun zoontje gaan ze een knus verblijf tegemoet. Tot blijkt dat Chiel wat goed te maken heeft en Dana het daar maar moeilijk mee heeft.

Het gezin van de workaholic Nils (Jaap Spijkers) huurt het andere deel van Duinroos. De negatieve Nils hoort dat hij op zijn werk voor een promotie is gepasseerd door een veel jongere collega en voelt zich slachtoffer. Zijn vrouw Simone (Marieke Heebrink) en kinderen lopen op hun tenen om het hem naar de zin te maken. Tot Simone het zat is.

Martine (Carine Crutzen) en Sanne (Caro Lensen) schelen nogal wat in leeftijd. Sanne had Martine’s dochter kunnen zijn, maar Martine heeft ooit abortus gepleegd. Als de jonge Sanne ook zwanger blijkt te zijn, probeert Martine haar over te halen dezelfde beslissing te nemen als zij destijds.

Het jonge stel Willemijn en Walter (Egbert Jan Weber) blijkt een andere relatie te hebben dan hun metgezel en collega Tom (Johnny de Mol) denkt. Tom is verliefd op Willemijn (Loes Haverkort), maar wil niet stoken. Dan vertelt Walter hem dat de situatie anders is.

Regisseur Karim Traïdia (De Poolse Bruid) heeft gekozen voor veel donkere beelden. Wind, wolken en desolate stukken strand schetsen een beeld van een andere wereld. De personages nemen met hun reis naar Vlieland afstand van hun dagelijkse omgeving en hun problemen worden plots uitvergroot.
Het is duidelijk dat Traïdia (bij velen bekend als Karim van Sesamstraat) liever met beelden speelt dan met woorden. Vooral bij de eerste twee verhalen wordt de prachtige visuele broeierigheid hinderlijk verstoord door niet altijd even overtuigend tekstgebruik. De soms te abrupte montage onderbrak mijn persoonlijke spanningsboog regelmatig. Naarmate de film vordert, verdrijft de wind de donkerste wolken en wordt de toon gelukkig wat luchtiger. De sublieme verweving van de levens blijft echter plat en komt, in tegenstelling tot het boek, minimaal tot uiting.

De scènes tussen Martine en Sanne zijn oases van rust en spelchemie. Crutzen en Lensen zijn beiden zeer talentvolle actrices en ondanks dat hun relatie (Martine is een vriendin van de moeder van Sanne) totaal onduidelijk blijft, is hun verhaal ijzersterk in beeld gebracht.

Schrijfster Vonne van der Meer is ook verantwoordelijk voor het scenario van deze TV-film. Je zou dus kunnen verwachten dat het boek en de film meer gelijkenis hebben. Ik ben echter bang dat de schrijfster geen echte keuze kon maken. Naast het feit dat in het boek meerdere, wellicht interessantere, gasten van Duinroos worden beschreven, mis ik de afronding van elk verhaal. Het blijft bij een inleiding en een snelle blik op een klein stukje worsteling van de hoofdpersonen. De hunkering naar meer informatie wordt met het lezen van het boek wel bevredigd, maar na het zien van de film blijft de kijker met vele vragen achter.

Ondanks die losse eindjes is Eilandgasten een boeiende film die de vertwijfelde emoties van vooral de vrouwen in beeld brengt. De mannen als Tygo Gernandt, Jaap Spijkers en Johnny de Mol spelen daarbij een ondergeschikte rol. De Friese Fado van Nynke Laverman, die op subtiele wijze in de film is ingepast, geeft de melancholische stemming uitstekend weer en brengt leven in de brouwerij. Het optreden van Laverman in de film komt als een heel prettig cadeautje.

Wat betreft het verhaal: je wilt weten hoe het nu verder gaat. Die antwoorden krijg je helaas niet. Dat gegeven hoort wel bij de vluchtigheid van de ontmoetingen van de diverse personages. Het gastenboek van Duinroos dient als leidraad, maar ook daar bewijzen de gasten slechts met een paar oppervlakkige zinnen hun aanwezigheid.

De argumenten:
1) Niet mee eens, ik vond de passages in het boek wel mooier, maar ik vond niet dat het zo abrupt verstoord werd waardoor de spanning weg ging. Ik vond trouwens dat de tekst erg goed uitgebeeld was. Je zag ook aan het gezicht van Dana (Eva Duijvestein) dat ze het wel echt meende tegenover Chiel (Tygo Gernandt). De emoties kwamen toch wel los.
2) Mee eens, ik vond de personages niet echt goed uitgewerkt in de film. In het boek kom je echt goed te weten met wie je te maken hebt en wat voor achtergrond ze hebben. Hier is dat niet zo. De werkelijke bedoeling met de passages van het boek komen niet terug in de film.
3) Niet mee eens, ik vond niet dat de relatie tussen Martine (Carine Crutzen) en Sanne (Caro Lensen) duidelijk werd. Je moet eerst het boek hebben gelezen, wil je begrijpen hoe die relatie zit. Dat was een minpuntje.
4) Mee eens, de film is niet zo uitgebreid als het boek en soms is de film een beetje slordig afgeraffeld. Dat is erg jammer, want ze hadden juist een mooie overgang kunnen maken. Het klopt dat je maar een snelle blik krijgt op het leven van de bewoners.
5) Mee eens, je weet sommige dingen nog steeds niet. Bijvoorbeeld hoe het nou zat met Martine en Sanne. Dat werd dus niet duidelijk gemaakt. Ook het verband met het dagboek werd niet duidelijk. Ze lazen hier wel uit, maar ze wisten niet goed wat ze ermee moesten doen.
6) Mee eens, je moest wel eerst goed nadenken wat voor taal ze nou zong. Daarna wist je al dat het Fries was, omdat er vrij veel Nederlandse woorden in voorkwamen. Het was leuk dat ze ook een persoon lieten optreden in het cafeetje.
7) Mee eens, het werd niet duidelijk waarvoor het gastenboek nou werkelijk was bedoeld. De gasten schrijven er ook maar amper in en in het boek schrijven ze er veel uitgebreider in. Het gastenboek is hier niet echt een verbintenis tussen de bewoners.

Eigen oordeel
Onderwerp:
Het onderwerp is vakantiemensen die verbonden zijn door een gastenboek. Het was niet zo een leuk onderwerp, je wist niet zo goed wat je ermee moest. De gasten in het huisje waren op de een of andere manier wel met elkaar verbonden, maar eigenlijk totaal niet. Het zijn eigenlijk 6 verhaaltjes met een intro en een afronding. Wat toevallig is is dat iedereen weer gelukkig uit het vakantiehuisje komt. Ik had nog nooit een verhaal gelezen over dit onderwerp, dat maakt het beoordelen ook moeilijker. Omdat je niet goed wist wat je er nou mee moest doen.

Gebeurtenissen:
Er gebeurt van alles in Duinroos, maar het zijn meer alledaagse dingen die er gebeuren. Wel heeft iedereen zijn eigen probleem en dat maakt het verhaal leuk. Het gaat in dit verhaal ook om de gebeurtenissen en de gevoelens maken daar ook wel een deel van uit. Maar de gebeurtenissen maken het verhaal interessanter. Als Chiel niet was vreemdgegaan en Dana en Chiel gewoon met Floris op vakantie gegaan waren, was dat helemaal niet interessant geweest. Juist door de achtergrond van de mensen wordt het verhaal leuker. Het boek was niet erg origineel, je kwam in het dagelijks leven van een aantal mensen terecht. Dus het was tamelijk voorspelbaar. Het was wel erg realistisch. Er waren geen gebeurtenissen in het verhaal die ik ooit heb meegemaakt. Behalve het probleem van Nils en Simone. Mijn vader is ook een zakenman en heeft een eigen bedrijf, maar hij leeft soms ook voor zijn werk. Op vakantie komt hij tot het besef dat wij er ook nog zijn.

Personages:
Het wordt niet echt heel erg duidelijk hoe de personages eruit zien. Er worden wel een aantal basisgegevens verteld. Er zijn ook zoveel verschillende personages dat het allemaal vrij moeilijk is om te onthouden en je moet er een trucje voor vinden. Je kunt je wel goed inleven in de personen, omdat iedereen om de beurt aan het woord komt en om wat er over hen verteld wordt. Ik kan me plaatsen in de gedachtegang van Martine, ik snap best dat ze achteraf spijt heeft van haar abortus en eigenlijk nu toch wel een kind zou willen hebben. Ook snap ik heel goed dat ze zegt tegen Sanne dat ze het juist wél moet laten weghalen. Sanne is zelf nog een kind. Maar ik snap het ook wel weer van Sanne dat ze het wil houden. Van der Meer heeft de personages zo uitgewerkt dat je het van beide kanten kunt bekijken en begrijpen. Sommige personen reageren dan ook onverwacht en verrassend. Zoals Leo, hij wou eerst zelfmoord plegen, maar ziet hier later toch vanaf. Dat was wel raar. Maar ook wel weer een beetje voorspelbaar.

Bouw:
Het verhaal is chronologisch opgebouwd. Het is simpel te begrijpen en niet moeilijk om te lezen. Er zitten wel terugblikken op het verleden in, maar dat is juist goed. Dan snap je de gedachtestroom beter. Zoals bij Dana en Chiel, dat ze telkens opnieuw herinnerd worden aan het Duitse vrouwtje. Er zijn 6 totaal verschillende verhaaltjes en ze worden verbonden door het huisje waar ze in zitten en door het gastenboek, waar de meeste mensen een berichtje in achter laten wat ze die vakantie hebben gedaan. Het is best een duidelijke verbinding, maar geen van de gasten ontmoet elkaar daadwerkelijk. Dat is wel jammer. Het verhaal begint in medias res, met het poetsvrouwtje die zit te denken aan Duinroos. Ze legt het gastenboek op tafel zodat de gasten erin zouden schrijven. Het verhaal heeft ook een gesloten einde, want alles is afgerond in het boek. De poetsvrouw brengt het gastenboek terug naar de eigenaar en dan is het afgelopen.

Taalgebruik:
Het was een boek dat je zo weglas. Het was makkelijk geschreven en ik had het dan ook zo uit. Ik vond het einde wel een beetje raar. Je had niet de idee dat je het boek nou ook echt ergens voor had gelezen. Het was niet echt een amuserend boek in dat opzicht. Het taalgebruik vond ik niet speciaal anders dan bij andere boeken. Wat wel fijn was, was dat je het boek makkelijk kon lezen. De gebeurtenissen waren in principe wel geloofwaardig en realistisch. Alleen het verhaal van de oude man vond ik toch onrealistisch. Ik wist vanaf het begin van het hoofdstuk al dat hij toch geen zelfmoord zou plegen. In dit hoofdstuk werden het huisje en de omgeving wel erg superieur afgeschetst. Alsof ze hem hadden laten inzien dat leven wel degelijk zinvol kan zijn, maar dat je dat zelf zo moet maken. Het huisje werd wel erg speciale capaciteiten toegekend.
Beeldtechniek:
Het was niet echt een bijzondere film, er waren normale standpunten ingenomen en niet echt overdreven. Het is een typisch Nederlandse film. Er zat niet veel diepgang in en de personages kunnen net iets te plat neergezet worden. Er zaten echter wel veel verschillende cameraposities ingenomen. Inzoomen, uitzoomen, van gezichtsstandpunt en soms van kikkerperspectief en vogelperspectief. Het leuke aan de film was dat de plaats en voorwerpen bijna precies hetzelfde waren. Het enige verschil was dat Duinroos in het boek één huisje was en in de film 2 huisjes naast elkaar. Het bestaat wel echt en dat is dan ook weer erg leuk. Je hoort in het begin de poetsvrouw praten en aan het eind sluit ze er ook mee af. Tussendoor volgen de gesprekken van de mensen die in Duinroos zitten. Het is wel een goedbedacht verhaal en de film sluit daar mooi op aan.

5) Overige informatie
Over de schrijfster:
Vonne van der Meer werd in 1952 in Eindhoven geboren.
Ze was het jongste kind in een gezin van drie.
Haar moeder was een gretige lezer die haar kinderen vaak en graag voorlas.

De familie verhuisde naar Laren, waar Van der Meer na de lagere school de MMS bezocht. Omdat ze zich bij de lessen nederlands onderscheidde bij het opstelschrijven mocht Van der Meer bij haar eindexamen verhalen inleveren. Na haar eindexamen ging ze een jaar naar een high school in de Verenigde Staten, waar haar liefde voor het toneel werd aangewakkerd door de acteerlessen die ze volgde.

Twee jaar later werd ze toegelaten tot de regieafdeling van de Amsterdamse Theaterschool. Tijdens deze opleiding bleef ze schrijven: verhalen, toneel, scènes.
Al snel werd ze de tekstleverancier van haar klas:
"Als er voor koninginnedag een straattheaterstuk gemaakt moest worden, bewerkte ik in één nacht een sprookje. Als twee medeleerlingen een stuk zochten om samen aan te werken, maar niks konden vinden wat bij hun leeftijd en mogelijkheden paste, schreef ik het. Daar ontdekte het ook dat het niet handig is om je eigen werk te regisseren. De afstand ontbreekt dan. Als een scène niet meteen lukt ben je geneigd te gaan herschrijven, in plaats van de acteurs een andere opdracht te geven.

In 1976 werd Van der Meers monoloog De Behandeling door toneelgroep Centrum op het repertoire genomen. In 1978 sloot ze haar toneelopleiding af en werd ze regieassistent van Franz Marijnen bij het RO-theater.

Al snel regisseerde ze zelf stukken van Goethe, Osborne, Frisch en een bewerking van Plato's Symposium. Daarna regisseerde ze een kleine tien jaar bij uiteenlopende gezelschappen als Baal, Centrum, De Haagse Comedie en het RO-theater. Bij het laatste gezelschap ging in 1996 ook haar toneelstuk Weiger nooit een dans in première.

Van der Meers verzamelde verhalen uit Hollands Maandblad werden in 1995 gebundeld tot haar debuutbundel Het limonadegevoel en andere verhalen. Daarna publiceerde ze ongeveer om de twee jaar een boek: romans, verhalenbundels en novelles.
Andere boeken van Vonne van der Meer:

1985 Het limonadegevoel en andere verhalen Bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs
1987 Een warme rug (roman)
1989 De reis naar het kind (roman) Genomineerd voor de Europese Minerva Prijs voor het boek van het jaar
1991 Zo is hij (roman)
1993 Nachtgoed (verhalen)
1995 Spookliefde (novelle)
1996 Weiger nooit een dans (toneelstuk, gespeeld door het RO-theater)
1997 De verhalen (een keuze uit eigen werk)
1999 Eilandgasten (roman)
2001 De avondboot (roman)

Interview met Vonne van der Meer over de 10 geboden:
1. Gij zult de Heer uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
,,Ik stond een keer op een kampeerterrein waar ik een grootmoeder met twee zeer onwillige pubers een tent zag afbreken. Op een gegeven moment hoor ik die vrouw zeggen: 'Just do it! And do it with a smile.' Dat is voor mij de betekenis van dit gebod: er komen in dit leven duizend-en-een dingen op je pad - ik was mij als kind niet bewust uit hoeveel plichten het leven zou bestaan - die nu eenmaal moeten. Als je ze met een glimlach doet, doe je ze gemakkelijker. Met geheel uw hart en geheel uw ziel en met al uw krachten. Het is een gebod tot overgave. God liefhebben is niet alleen je hart uitstorten in gebed, of danken, maar ook: van het leven houden zoals het komt.'

2. Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken
,,De ergste vloeken die ik ooit heb gehoord, kon ik niet verstaan. Ik was in Cairo om een portret te maken van een Koptischkatholieke priester. Op de derde dag van mijn bezoek werd hij gevraagd om een begrafenismis in de Koptischorthodoxe kerk bij te wonen. Toen we er aankwamen, hoorde ik vrouwen vreselijk schreeuwen en tieren. Ik vroeg: 'Wat roepen ze toch?' 'Ze vervloeken God', zei de priester. 'Wat zeggen ze dan? God, waar was U nou? Waarom heeft U niets gedaan?' 'Alles, alles', antwoordde de priester voorzichtig. De vloeken waren te grof om te vertalen. In dat zeer religieuze land, waar iedereen op een of andere manier gelovig is, mag je dus op een moment in je leven, in de kerk, God hartgrondig vervloeken. Ik vond dat indrukwekkend. Bij een sterk geloof horen ook momenten van grote vertwijfeling. Daar moet iemand lucht aan kunnen geven.'

3. Gij zult de dag des Heren heiligen
,,Ik ga, op een paar zomerzondagen na, iedere week naar de kerk. Het is een dag om naar uit te kijken. Je kunt ook op woensdag gaan, maar dan is er een klein, dun bezocht misje terwijl op zondag de kerk vol zit. Zo'n eucharistieviering beroert alle zintuigen: je hoort het, je ziet het, je ruikt het. Ik probeer ook thuis regelmatig te bidden. Er is een plek in huis die ik daarvoor heb ingericht: onder het dakraam, op zolder. Die plek heet nu ook de dakkapel. Ik ben er vaak, maar niet vaak genoeg. Ik benijd de mensen die iedere dag met een gebed beginnen.'

4. Eer uw vader en uw moeder
,,Ik fantaseerde als kind dat ik weer in mijn moeders buik zat. Overal waar zij ging, ging ik mee. Volgens de verhalen zat ik ook altijd onder haar rokken - heel dicht bij haar. Het was een verlegenheid die mijn ouders zorgen baarde, maar ineens, zo rond mijn zesde, was het voorbij. Mijn moeder was een leuke moeder voor kleine kinderen. Heel geduldig, fantasierijk. Ze kon uren voorlezen en als ze een slaatje maakte, stelde het altijd een gezicht voor. Een halve tomaat bij wijze van mond, een augurk als neus en een doorgesneden, hardgekookt ei voor de ogen. Toen ik in de puberteit kwam, maakte mijn moeder een moeilijke periode door. Mijn broer en zus waren het huis uit en voor mij zou het ook niet lang meer duren. Ik begon mij tegen haar af te zetten want als je zestien bent is het niet meer zo belangrijk dat jouw moeder zo zorgzaam is. Dan ga je je afvragen: wat voor een vrouw is zij? En: wil ik ook zo'n leven leiden?'
,,Ik vertrok naar Amerika en kwam, na wat omzwervingen, bij een gezin terecht waarvan de moeder echt in alles het tegenovergestelde was van mijn eigen moeder. Die vrouw was vrolijk en ondernemend. Ze was laborante geweest, deed cursussen aan de universiteit en zou in Afrika gaan werken. Ik ging heel kritisch naar mijn moeder kijken, vond haar te slim om thuis te zitten. Het duurde ook niet lang voordat ik haar ging bestoken met brieven vol geëmancipeerde slogans. Ik schreef dat ze haar 'leven moest oppakken' en dat ze, net als veel Amerikaanse vrouwen, vrijwilligerswerk moest gaan doen. En mijn moeder antwoordde: 'Moet ik met zo'n roze jasschort aan sinaasappeltjes gaan uitpersen in het ziekenhuis?' Nee, dacht ik dan, laat haar in Godsnaam niets gaan doen waar ze geen zin in heeft. Bovendien: had ik wel zoveel reden om mij zorgen te maken? Mijn moeder las veel en beslist geen onzin - de boeken die ik nu nog mooi vind, komen van haar plank. Ze is gecremeerd, maar als ze een graf had, met een steen, zou daarop kunnen staan: some say there is life, but I prefer reading.'
,,Toen ik kinderen kreeg, verbeterde onze verstandhouding. Ik herinnerde mij weer hoe het vroeger was geweest. Niets was haar te veel. Met een eindeloos geduld las ze voor. Ze was licht en grappig, op een onnadrukkelijke manier. Op een keer kwamen mijn kinderen terug van een logeerpartij bij oma. Het eerste wat ze vertelden was: 'En we kregen een slaatje met een neus en een mond!' Ik heb weleens gedacht dat ik zo'n strijd heb gestreden met mijn moeder omdat ik die eerste jaren zo een met haar was geweest. Toen er een einde kwam aan die wrevel-tijd, zag ik duidelijk wat ons verbond: boeken. Daar voerden we later steeds vaker gesprekken over. Zij is voor mij een bron van inspiratie geweest. Er was volgens mijn moeder altijd wel iets van haar in een verhaal van mij terug te vinden. Al was het maar de manier waarop iemand op z'n kop krabbelt. 'Dat heb je van mij!' Ze herkende zichzelf altijd, ook als zij het niet was.'
,,Toen ik 'Bericht uit de bezemkast' had geschreven, lag mijn moeder in het ziekenhuis. Kanker. Het verhaal werd gepubliceerd in Trouw en ik ging haar op een morgen de krant brengen. De volgende dag vroeg ik haar tijdens het bezoekuur: 'En mam, heb je het uit?' 'Ja', zei ze, 'ik heb het gelezen.' 'En? Nu kun je toch niet zeggen dat jij het was?' 'Nee', antwoordde mijn moeder, 'maar het was wel mijn been.' Ze leek inderdaad in niets op de gelovige vrouw uit het verhaal, maar was wel ooit op eenzelfde manier in een vloerverwarming gestapt en daardoor in het ziekenhuis beland. Ze komt nog altijd in mijn verhalen voor. Ze is heel dicht bij me. Mijn verhouding met haar verandert nog steeds. Ik begrijp nu, door mijn opgroeiende kinderen, meer van haar zorgen en angsten. Over school en vriendjes, over uitgaan en laat thuiskomen. Als ik nu, in het holst van de nacht, met overslaande stem, roep: 'Waar was je?', hoor ik mijn moeder.'
,,Sinds haar dood is ook het contact met mijn vader veranderd. Mijn vader was directeur van de Rai en daardoor ook 's avonds zelden thuis. Hij had specifieke projecten met ons: leren fietsen, leren duiken, in een zomervakantie alle delen van Pietje Bell voorlezen. Hij was ook heel normerend, een belangrijke stem in huis. Zijn afwezigheid deed aan dat gezag niets af. Hij valt in discussies met mij altijd enorm over de rol van de kerkvader, maar in wezen was hij zelf ook een soort paus: onaantastbaar en autoritair. Maar ik kon, ook als puber al, goed met hem praten. Hij nam ons heel serieus. Vroeger had hij het altijd druk. Hij had de verstrooidheid van mensen die wel naar je luisteren maar tegelijkertijd laten doorschemeren dat ze eigenlijk iets belangrijkers te doen hebben. Nu is hij een broze vader, iemand die goed luistert en heel betrokken is. Hij heeft de laatste jaren veel tegenslag gehad, maar draagt dat met een enorm optimisme. Hij raakt mij meer dan vroeger. En, net als mijn moeder, begint hij nu in veel van mijn verhalen op te duiken. Ze hebben beiden een belangrijke invloed op mijn leven gehad; het kost me uiteindelijk ook geen enkele moeite om mij aan dit gebod te houden. Ik ben een gekoesterd kind.'

5. Gij zult niet doden
,,Nu euthanasie zo bespreekbaar is, mag er eigenlijk niet meer over lijden gesproken worden. Dat heb ik gemerkt toen mijn moeder ziek werd. Op een gegeven moment was het duidelijk dat zij niet meer beter zou worden; dat het een kwestie van weken of maanden was. Mijn zus en ik besloten haar te verzorgen. Op een dag zat ik bij haar in de tuin. De telefoon ging. Ik hoorde mijn moeder praten: 'Ja, ja, hoe het gaat... wat moet ik daarover zeggen? Het is zwaar. Ja, ik eet wel, maar ik ben toch ook vaak misselijk...' Het was even stil en toen vervolgde ze, op een andere toon: 'Ja, dat weet ik wel... Natuurlijk, daar hebben we ook afspraken over gemaakt.' Blijkbaar werd er aan de andere kant van de lijn gesuggereerd dat haar lijden toch niet eindeloos hoefde te duren. Met andere woorden: trek je agenda dan, als het je te zwaar is. Dat heb ik verbijsterend gevonden. Mijn moeder had al jaren gezegd dat ze voor euthanasie zou kiezen, maar uiteindelijk durfde ze toch van onze verzorging afhankelijk te zijn en kwam de dokter pas toen zij al op sterven lag. Ik vind iemand die een aangezegde dood krijgt een held. Het blijft toch moeilijk om je voor te stellen hoe dat is, als iemand tegen je zegt: 'Het is een mooie zomer, maar de herfst zul je niet meer halen.' Elke klacht, elke wens - hoe absurd ook - is daarna geoorloofd.'
,,Ik herinner me hoe mijn moeder zich plotseling vreselijk zorgen maakte over de wasdroger. Ze dacht: straks ben ik dood en Von weet niet hoe het filtertje werkt en dan gaat dat ding stuk terwijl we hem pas zeven jaar hebben... Dus riep ze mij bij zich en begon een heel gedetailleerd verhaal over knopjes, filters en pluisjes en wat ik daarmee moest. 'Begrijp je het nou?' 'Ja, ik begrijp het.' Ik deed wat ze mij had gevraagd, ging terug naar boven en zei: 'De pluizen zijn eruit, de filter is weer schoon.' Ik moest er zelf om grinniken maar mijn moeder lachte zo lief, was me zo dankbaar. De laatste weken van iemands leven gaan niet alleen over pijn en hoe daarvan verlost te worden, maar ook over paniek die je wegneemt door bij iemand te blijven. Door te luisteren. Door samen te bladeren in een fotoalbum. Door een nachtjapon te strijken. Door een boterham te snijden, precies zoals zij het hebben wil.'

6. Gij zult geen onkuisheid doen
,,Volgens mij kun je, binnen het huwelijk, geen onkuise dingen doen. Ik vind het echt belachelijk dat je in sommige Amerikaanse staten bepaalde seksuele handelingen niet mag verrichten. Geen orale seks, niet zus, niet zo; volgens mij mag het daar alleen maar 'gewoon'. Ik vind het stuitend om te bedenken dat iemand, bij wijze van spreken, door een spleet van de gordijnen loert om te zien of wat jij met je man uitspookt wel in orde is. Ik ben niet opgevoed met de gedachte dat iets onkuis zou zijn - en zeker niet binnen de verhouding met een iemand. Volgens mij handelt dit gebod over trouw en niet over wat je met wie doet. In principe zal ik wat mensen elkaar vragen niet snel vies of grof vinden. Dat maken ze zelf maar uit. Daar mag de kerk of de staat zich in ieder geval niet mee bemoeien.'

7. Gij zult niet stelen
,,In het milieu waaruit ik kom, zou diefstal een provocatie of gekte zijn - niemand hoefde te stelen. Alles was er en er was genoeg. Bovendien was mijn vader heel duidelijk over wat wel en wat niet kon. Op een dag ontsloeg hij een van zijn werknemers omdat hij in 'zijn' tijd naar Japan had gebeld. Blijkbaar heb ik dat soort dingen wel opgezogen. Toen ik bij theatergroepen ging werken en - vanwege de kinderen - vaak naar huis moest bellen, vroeg ik altijd eerst of het mocht. En als ik na een kwartier ophing, zei ik: 'Is hier ergens een telefoonpotje?' Dan tikte iedereen op z'n voorhoofd. 'Je werkt hier toch?' Maar ik kon het niet helpen: ik moest toch altijd denken aan het verhaal van de man die het zijn hoofd had gehaald om naar Japan te bellen in mijn vaders tijd.'

8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
,,Kwaadspreken over iemand vind ik veel erger dan al die onkuise gedachten bij elkaar. Er zijn nu eenmaal mensen aan wie je een hekel hebt en als je iets vileins over zo'n persoon hoort, vertel je dat door. Maar het wordt kwalijk als je dat verhaal voortdurend gaat gebruiken om er anderen mee te amuseren. Daar verzet ik mij tegen. Dat is een van de dingen waaraan ik denk als ik op zondag mijn schuldbelijdenis uitspreek: ik wilde geen kwaad spreken, maar heb het toch gedaan. In de Hel van Dante zitten de kwaadsprekers dieper dan de seriemoordenaars.'

9. Gij zult geen onkuisheid begeren
,,Op de lagere school kon ik uren kijken naar de nek van een jongen die voor mij zat in de klas. Dan staarde ik naar de haarinplant, naar de plek waar het kraagje van z'n blouse begon, naar een moedervlek. En ik weet nog dat ik als meisje van zes mee mocht naar een schoolvoorstelling van Doornroosje. Daar zag ik een prins van twaalf - een voor mij al heel begeerlijke jongen - in zo'n strakke maillot met van die grote, wijde bewegingen over het podium dansen. Die avond lag ik in bed en dacht eraan hoe deze jongen mij onze ligusterhaag in zou duwen. Verder ging die fantasie niet. Als je zes bent, heb je geen idee wat je nog meer zou kunnen doen.'
,,Ik ben nooit opgehouden met fantaseren, maar ik geloof wel dat er een vorm van onkuise begeerte bestaat: je bent getrouwd en je werkt met iemand op wie je bijzonder bent gesteld. Zozeer, dat je je er steeds weer op verheugt om hem te zien. - Was het maar maandag! en het verlangen naar die ander voor je man voelbaar wordt. 'Wat is er toch met je? Je bent zo afwezig.' 'Niets.' Dan kan die begeerte ervoor zorgen dat je man zich eenzaam gaat voelen. Ik heb die eenzaamheid ervaren en ook berokkend. En dat kan toch niet de bedoeling van het huwelijk zijn. In die zin geloof ik niet dat alles wat zich in gedachten afspeelt onschuldig is.'

10. Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
,,Ik ben afgunstig als iemand succes heeft met iets wat slecht of lelijk is. Een goed boek gun ik veel lezers, maar ik word pissig als een dom boek in grote stapels op de toonbank ligt terwijl mijn boek - als een pakje kwark dat over de datum is - binnen een paar maanden weer van tafel verdwijnt. Maar ik begeer niet echt dat wat van een ander is. Bij alle mooie dingen die ik zie - een grote tuin, een goed ingericht huis, een prachtige garderobe - denk ik: het is mooi omdat er zoveel tijd en zorg aan is besteed. Dat is de zorg die ik aan mijn boeken wil besteden. Dus ik begeer die tuin, dat huis, die kleren niet. Misschien ben ik wel een verwend, jongste kind dat nooit reden had om jaloers te zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik een ander leven had moeten leiden. Ik geloof dat je het moet doen met de kaarten die je krijgt. De dingen gaan zoals ze gaan. Niet alles wat je overkomt heeft zin maar, zoals de schrijver Cioran ooit zei: alles krijgt de zin die je eraan geeft.'

Onderlinge relaties van de personen:
De schoonmaakster:
Ze heeft vooral een band met het huis, het is echt haar leven en ze houdt er erg van om in het gastenboek van Duinroos te lezen. Ze wil er graag voor zorgen dat de gasten van het huis het leuk krijgen op het eiland, ze zorgt er dan ook voor dat alles er netjes uitziet. Ze wil eigenlijk niet dat de gasten merken dat zij er is, maar toch fietst ze iedere dag onopvallend langs het huis om te kijken hoe het met de gasten gaat.

Dana:
Ze kan het Chiel maar moeilijk vergeven dat hij tijdens een zakenreis is vreemd gegaan. Ze ergert zich heel erg aan de manier waarop Chiel het probeert goed te maken, maar ze doet haar best hem niks te verwijten. Op het laatst lukt dit haar aardig en ziet ze haar huwelijk weer een beetje zitten.

Chiel:
Hij probeert het goed te maken met Dana door overdreven gedienstig te zijn.

Martine:
Ze is erg teleurgesteld in haar vriendin als die aan haar vraagt of ze het erg vindt als haar dochter Sanne mee gaat op vakantie. Als die vriendin ook nog afbelt is haar teleurstelling helemaal compleet, toch stelt ze voor dat Sanne gewoon mee gaat naar het eiland. Ze probeert tijdens de vakantie uit te zoeken wat er met Sanne aan de hand is, ze blijkt zwanger te zijn.

Sanne:
Ze is mee gegaan zodat ze kon bedenken of ze haar kindje wil houden of dat ze abortus wil plegen. In het begin is ze erg stil maar later kan ze er toch wel met Martine over praten.

Leo:
Hij heeft geen onderlinge betrekkingen omdat hij in zijn eentje in het huisje is.

Nils:
Hij is getrouwd met Simone, ze hebben twee kinderen. Hij doet erg chagrijnig omdat hij een baan niet heeft gekregen waar hij om gehoopt had. Hiermee verpest hij eigenlijk de vakantie voor zijn vrouw.

Simone:
Ze ergert zich heel erg aan het gedrag van haar man en vindt dat er iets aan moet veranderen anders vertrekt ze met de kinderen naar huis.

Walter:
Hij heeft een vriendschappelijke relatie met Willemijn en zegt zelf dat hij niks voor haar voelt, maar toch is hij erg jaloers op Tom als het blijkt dat Willemijn ook verliefd op Tom is. Hij besluit eerder weg te gaan uit het huisje zodat Tom en Willemijn wat tijd voor hen zelf hebben.

Tom:
Hij is smoorverliefd op Willemijn maar durft het niet te zeggen omdat hij denkt dat Willemijn een liefdes relatie heeft met Walter.
Willemijn: Heeft een vriendschappelijke relatie met Walter maar is verliefd op Tom.

Marleen:
Marleen heeft ook geen contact met de andere personen, ze schrijft alleen heel veel in het gastenboek.

Titelverklaring:
De titel 'Eilandgasten' staat natuurlijk voor de gasten die de hele zomer op het eiland komen en gast zijn in Duinroos. Maar je zou eiland ook kunnen zien als allemaal kleine eilandjes waar de gasten in Duinroos op zitten, ieder op zijn eigen kleine eilandje, zijn eigen levensverhaal waar hij mee bezig is. Ik denk dat eiland daarvoor staat en gasten voor het feit dat ze allemaal in hetzelfde huis te gast zijn, al zijn hun eilandjes verschillend.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.