Een mond vol dons door Lydia Rood

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 2e klas vwo | 3172 woorden
  • 16 augustus 2006
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 28 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1993
Pagina's
163
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Zilveren Griffel (1993 Winnaar)

Boekcover Een mond vol dons
Shadow
Een mond vol dons door Lydia Rood
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Een mond vol dons

Het boek heet zo omdat Soof, de persoon waar het boek over gaat, als ze nog jong is een droom heeft over dons.
“ ‘Ik was in een kamer,’ zegt Soof, ‘waar alles van riet was. Het zag er eigenlijk best gezellig uit. Nou, en toen moest ik daar even wachten, ik weet niet waarop, en opeens hoorde ik boven gelach en gepraat. Ik dacht dat ik die mensen niet kende, aan hun stemmen te horen. Opeens begon het te sneeuwen. De sneeuw kwam van boven dwarrelen, als de mensen praatten werd het erger en als ze stil waren werd het minder. Toen zag ik dat het dons was. De kamer raakte vol dwarrelende veertjes, ik kon niks meer zien en ik kon ook geen adem meer krijgen.’ “ (pagina 57)
Deze droom staat eigenlijk symbool voor wat Soof voelt. Als de grote mensen zich met haar leven bemoeien, geeft dat haar een benauwd gevoel. Hoe meer ze zich met haar bemoeien, hoe benauwder ze het krijgt. Dat komt ook terug in het verhaal.

Je zou er ook een andere betekenis in kunnen zien, maar ik vind deze het beste. Je moet het boek zelf lezen om er een mening over te kunnen vormen.

Auteur: Lydia Rood

Uitgever: Leopold, Amsterdam

Druk: 3e druk, 2003

Hoofdpersonen:

Marjan
Het verhaal in het boek wordt helemaal verteld door Marjan. Zij is een meisje dat een beetje ondeugend en avontuurlijk is, maar ze maakt wel braaf haar huiswerk, omdat ze dat noodzakelijk vindt voor een goede toekomst. Over haar uiterlijk wordt niet veel verteld, er staat wel in het boek dat haar haar kort en donker is. Ze woont samen met haar moeder in een huis en haar vader is toen ze nog klein was weggegaan. Broertjes of zusjes heeft ze niet. Marjan vertelt in het verhaal over gebeurtenissen toen ze nog heel klein was, over de tijd op de basisschool en over de tijd in de eerste, tweede en derde klas van de middelbare school. Aan het eind van het verhaal is Marjan vijftien jaar oud.

Sophie

Sophie is het buurmeisje en de beste vriendin van Marjan. Ze kennen elkaar al hun hele leven. Marjan vertelt in het boek vooral over Sophie, wie ze Soof noemt. De ouders van Sophie noemen haar Sophietje. Marjan kijkt al haar hele leven tegen Soof op, omdat Soof een half jaar ouder is, meer durft, leukere ideeën heeft en lievere ouders heeft. Soof woont met haar vader, moeder en zus in het huis naast Marjan en haar moeder. De zus van Soof is het lievelingetje van haar ouders en daarom gaat Soof zich juist tegengesteld gedragen. Samen met Marjan doet ze allerlei dingen die niet mogen. De ouders van Soof vragen elke dag aan haar wat ze allemaal heeft gedaan en Soof houdt in de loop van het verhaal steeds meer dingen voor haar ouders achter. Van haar moeder moet Soof haar blonde krullen mooi lang laten, maar Soof knipt het er in de tweede klas van de middelbare school af.

Bijpersonen:

Famke
Famke is de oudere zus van Soof. Ze speelt vaak de baas over Soof, en ook over Marjan als ze erbij is. Daarom heeft Marjan een hekel aan Famke. Famke doet altijd braaf wat haar ouders zeggen wat ze moet doen. Daarom is zij hun lievelingetje. Maar als ze ouder wordt gaat ze stiekem buiten rondhangen met jongens en spijbelen.

Merel
Merel is de moeder van Marjan. Ze werkt elke dag in een winkeltje dat aan het woonhuis vast zit. Daardoor heeft ze niet zoveel tijd voor Marjan. Marjan vindt dat niet zo erg. Ze is het gewend om alleen te eten tussen de middag. En ze drinkt vaak thee bij Soof thuis.

Harko
Harko is de vriend van Merel en toen Marjan nog op acrobatiekles zat (samen met Soof), was hij haar leraar. Toen Marjan eenmaal wist dat haar moeder een vriend had, deed Harko heel er zijn best om bij Marjan ‘in de smaakt te vallen’. Maar daar moet Marjan niets van hebben en de relatie loopt stuk. Een tijdje later komt het weer goed tussen Merel en Harko, maar dan doet Harko steeds net alsof hij niets met Marjan te maken heeft.

Lilian
Lilian is de moeder van Soof. Ze heeft een baan in de bibliotheek. Ze wil altijd precies weten wat haar dochters doen en hoe en met wie en waar en waarom ze dat doen. Marjan vindt Lilian heel lief en toen ze klein was wilde ze dat zij haar moeder was. Soof denkt er anders over en gaat als ze ouder wordt steeds meer tegen haar moeder liegen.

Kasper
Kasper is de vader van Soof. Hij kan niet lopen en zit daarom in een rolstoel. Zijn hobby is schilderen en daar verdient hij ook wat geld mee. Hij is altijd thuis en kookt voor het gezin. Ook hij bemoeit zich heel veel met zijn dochters, net als zijn vrouw.

Jip
Jip is de vader van Marjan en hij ontmoet haar aan het einde van het boek. Hij woont in Amsterdam en hij werkt daar als tatoeëerder. Vóórdat hij in Amsterdam ging wonen heeft hij op allerlei andere plaatsen gewoond: Griekenland, Singapore en Buenos Aires.

Samenvatting:

Marjan en Soof leerden elkaar al kennen toen ze nog baby’s waren. Ze hielden allebei veel van klimmen en klauteren. Vaak gingen ze samen klimmen. Zo werden ze vriendinnen.
Soof was ook heel goed in tekenen en schilderen, net als haar vader. Ze schilderde met alles: verf, terpentine, inkt en op een dag zelfs met bloed!
Soms had Soof straf, en dan moest ze op haar kamer blijven. Marjan en Soof hadden daar iets op bedacht. De slaapkamer van Marjan was op zolder en die van Soof ook. Ze lagen naast elkaar, er zat alleen een dunne muur tussen. Ze hadden een soort kloptaal bedacht, dus ze konden door op de muur te kloppen met elkaar praten. Ook konden Marjan en Soof vanuit hun raam in de dakgoot klimmen en zo door het volgende raam in de kamer van de ander komen.
Famke, de zus van Soof, moest vaak op Soof passen als hun ouders even weg waren. Dan mocht Marjan nooit met Soof spelen van Famke. Ze zei nooit waarom dat niet mocht. Toch vond Marjan de ouders van Soof aardig, en ze kwam graag bij Soof thuis. Dan gingen ze met Kasper en Lilian thee drinken. Daar was dat heel anders dan bij Marjan thuis, omdat Kasper en Lilian luisterden naar wat Marjan vertelde. De moeder van Marjan had daar nooit tijd voor.
Soof fantaseerde vaak over de vader van Marjan. Ze bedacht dat hij nu wel in Amerika zou wonen en een andere naam zou hebben. Ze zei ook steeds dat ze de vader van Marjan zou opsporen als ze later groot was. Marjan dacht ook vaak aan haar vader, maar ze snapte niet waarom Soof er zovaak over praatte.
Op een dag ging de moeder van Marjan steeds lastiger tegen haar doen. Ze wilde ineens dat Marjan na het eten thuisbleef en dan ging ze gezellig doen. Maar Marjan vond dat niet gezellig en ze vroeg zich af waarom haar moeder ineens zo deed. Uiteindelijk kwam ze erachter dat haar moeder verliefd was op een man die ‘Harko’ heette. “Wie heet er nou Harko!” dacht Marjan en ze had vanaf dat moment al een hekel aan hem. Hoe Harko ook zijn best deed, Marjan bleef hem stom vinden.
De moeder van Marjan had beloofd dat ze in de zomervakantie zouden gaan kamperen, maar dat ging niet door. Marjan was daardoor heel teleurgesteld. Haar moeder zei toen dat ze een ander idee had. Ze konden samen met Harko op vakantie gaan. Maar daar had Marjan helemaal geen zin in. Ze zei tegen haar moeder dat ze dan liever in de zomervakantie bij Soof ging logeren. Maar dat kon niet, omdat Soof weer eens iets had uitgehaald wat niet mocht en ze had de hele zomervakantie huisarrest. Marjan en haar moeder bleven daarom de hele zomervakantie maar thuis. Marjan vond er niks aan zonder Soof.
Na de vakantie mocht Marjan weer met Soof spelen en ze liepen weer samen naar school. Het was weer net zoals vroeger, maar toch ook weer niet. Marjan vond dat Soof was veranderd. Ze wilde geen kattenkwaad meer uithalen, zoals vroeger. En ze bedacht ook geen leuke plannetjes meer. Marjan moest alles bedenken en vaak zei Soof dan dat ze er geen zin in had. Marjan vond Soof saai.
Op een avond gaf Marjan een slaapfeestje. De hele klas kwam slapen, behalve Soof. Ze mocht niet komen, omdat haar oma was overleden. Marjan vond dat natuurlijk jammer, maar tijdens de logeerpartij vergat ze Soof door alle lol die ze hadden.
Plotseling hoorde ze toen Soof op de muur kloppen. Ze klopte een soort zin: “Mijn oma is dood. Jullie lol. Gemeen.” Daarna ging Marjan door de dakgoot naar Soof toe. Ze haalde haar over om toch naar het slaapfeestje te komen, en van Lilian mocht het toen ook. Tijdens het feestje leek de oude Soof weer terug te komen: ze knipte kussens open en gooide de donsveertjes in de lucht, zodat het leek alsof het sneeuwde. De volgende ochtend vertelde Soof dat ze een droom had gehad over dons (zie het stukje bij “Titel:”).
Marjan had tijdens het slaapfeestje gedacht dat de oude Soof weer terug was. Maar nadat Soof Marjan had verteld over de droom, werd ze weer anders. Ze werd heel stiekem en ze loog tegen haar ouders. Zo stal ze bijvoorbeeld geld van haar ouders en daar kocht ze drop van, maar de drop liet ze natuurlijk niet aan haar ouders zien. Toen Soof en Marjan op acrobatiekles gingen, bleek dat Harko hun leraar was. Hij was heel lenig, en dat terwijl Marjan en Soof hem nog “Hark” hadden genoemd! Harko en de moeder van Marjan kregen weer een relatie, en Harko wilde dat Marjan en haar moeder bij hem in de stad kwamen wonen, maar dat wilde Marjan niet. En Harko wilde ook niet bij hen in huis komen wonen. Daarom kwam Harko steeds op bezoek. Dan deed hij steeds alsof hij Marjan niet zag. Hij bemoeide zich zo weinig mogelijk met haar. Eigenlijk vond Marjan het leuker toen Harko nog zo zijn best deed.
In de volgende zomervakantie gingen Marjan, haar moeder en Harko samen met Kasper, Lilian, Famke en Soof op vakantie. Tijdens die vakantie was Marjan een paar dagen boos op Soof, omdat zij ineens deed alsof alles van haar was. Ze gingen samen een kunstwerk maken met kersenpitten, en toen ging Soof het aan iedereen laten zien alsof ze het helemaal alleen had gemaakt. En toen Marjan en Soof vleermuizen gingen zoeken, en Marjan door haar moeder werd geroepen en even weg moest, ging Soof in haar eentje de vleermuizen zoeken, terwijl ze had beloofd dat ze zou wachten. Soof gedroeg zich tijdens die vakantie ook een beetje raar, want ze zei steeds dat vleermuizen konden vliegen waar ze wilden. En op een dag ging ze op het dak van het huis staan en vroeg aan Marjan: “Zou ik hier vanaf kunnen vliegen?” Marjan vond het maar raar.
Na die zomervakantie gingen Marjan en Soof naar de middelbare school. Ze kwamen in dezelfde klas. Marjan merkte dat Soof steeds meer veranderde. Ze spijbelde, kreeg verkeerde vrienden en ging drugs gebruiken. Op een dag vroeg ze ook of Marjan haar haar wilde afscheren. Marjan deed dat en vroeg aan Soof of ze dat ook bij haar wilde doen. Marjan keek erg tegen Soof op, want ze leek overal zo volwassen mee om te gaan. Ze leek precies te weten wat ze allemaal wilde en hoe alles werkte.
Aan het eind van het schooljaar kregen ze hun rapport. Marjan had goede cijfers en ging over, maar Soof had veel onvoldoendes. Maar het leek alsof het haar niets kon schelen. Kasper en Lilian vonden het wel heel erg. Ze wisten ook niet dat Soof zoveel onvoldoendes had, want dat had ze al die tijd voor hen achtergehouden. Diezelfde dag nog liep Soof weg, maar de volgende dag was ze er weer gewoon. Zo ging er een tijdje voorbij. Marjan vond het verschrikkelijk dat ze niet meer bij Soof in de klas zat, en probeerde zoveel mogelijk bij haar te zijn. Op een dag liepen ze in de stad en toen zei Soof dat ze op een dag de kerktoren zou beklimmen en vanaf de top weg zou vliegen. Marjan snapte niet wat ze bedoelde.
De volgende ochtend stond Lilian in haar ochtendjas bij Marjan thuis in de keuken. Lilian vroeg of Soof ’s nachts bij hen had geslapen. Op dat moment wist Marjan dat Soof weg was en niet meer terug zou komen.
Lilian en Kasper gingen natuurlijk overal zoeken, zoeken, zoeken. Ze belde steeds naar de politie en naar vrienden om te vragen of Soof bij hen was geweest. Maar niemand wist waar ze was. Lilian en Kasper smeekte bij opvangtehuizen of ze toch alstublieft wilde zeggen wie er allemaal waren geweest, maar de opvanghuizen wilden de kinderen niet verraden. Uiteindelijk besloten Kasper en Lilian om maar te gaan wachten tot Soof iets van zich liet horen. Dat was voor Marjan een vreselijke tijd. Ze merkte dat bij de buren de tijd als het ware stil stond. Ze verwaarloosden hun huis en zichzelf, alle aandacht ging naar Famke. Lilian en Kasper wisten elk moment van de dag waar Famke was, wat ze deed, met wie, hoe en waarom ze dat deed. Hun hele leven draaide alleen nog om Famke. Marjan vroeg telkens aan haar moeder waar zij dacht dat Soof zou zijn. Haar moeder zei dan steeds: Amsterdam.
Op een dag besloot Marjan dat ze Soof zou gaan zoeken in Amsterdam. Maar eerst doorzocht ze de bureaulaatjes van haar moeder. Ze wist heel goed dat ze niet in andermans spullen mocht snuffelen, maar dit was een noodgeval. Ze vond een kaart met een vleermuis erop en de postzegel had een stempel van Amsterdam. Marjan wist zeker dat die kaart van Soof was! Waarom had haar moeder niets gezegd?!
Samen met Teun, haar vriend, ging ze met de trein naar Amsterdam. Ze konden daar slapen bij de broer van Teun. De eerste dag vonden ze niets. Het viel Marjan heel erg tegen, want ze had niet verwacht dat Amsterdam zo groot en onoverzichtelijk zou zijn. Die nacht sliepen ze bij de broer van Teun en de volgende ochtend zag Marjan een sticker op de deur zitten. Er stond een vleermuis op en Marjan wist zeker dat Soof die vleermuis had getekend. Onderaan de sticker had een adres gestaan, maar dat had Marjan er per ongeluk afgekrabd. Ze kon zichzelf wel voor haar kop slaan. Maar ze gaf niet op en ze ging samen met Teun op zoek naar nóg zo’n sticker. Na lang zoeken vonden ze er één, waarop het adres nog wel te lezen was. Het bleek niet ver weg te zijn, en ze gingen er vlug heen. In het gebouw moesten ze een lange trap oplopen en toen ze bijna boven waren ging bovenaan de trap een deur open. “Had u een afspraak?” hoorden ze. Dat was de stem van Soof! Nu herkende Soof Marjan ook. Ze schrok ervan maar Marjan en Teun mochten wel binnenkomen. Soof bleek in een tatoeëerstudio te werken en ze woonde er ook. Ze was bij de vader van Marjan ingetrokken! Soof was bij de vader van Marjan gaan wonen en Marjan wist zelf niet eens waar haar vader was! Soof vertelde ook dat Jip, de vader van Marjan, een vleermuis op haar borst had getatoeëerd. Soof deed heel gewoon en onverschillig tegen Marjan, alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ze bij de vader van haar beste vriendin was ingetrokken. Marjan vond het vreselijk dat Soof zo deed. Ze zei tegen Soof dat ze alleen maar aan zichzelf had gedacht en dat ze het leven van Famke had verpest door weg te lopen. En ze nam het haar kwalijk dat ze nooit iets van zich had laten horen en dat haar ouders bang waren dat ze dood zou zijn. Daarna ging ze weer naar huis. Soof riep haar nog na dat ze niet mocht zeggen waar ze was.
Eenmaal thuis vertelde Marjan aan haar moeder wat er allemaal was gebeurt. Haar moeder schrok er natuurlijk van en de volgende dag hoefde Marjan niet naar school. Ze ging toen naar Kasper en Lilian om te zeggen dat ze Soof had gevonden en dat het goed met haar ging. Kasper en Lilian wilde dat ze zou zeggen waar ze was, maar Marjan zei dat ze had beloofd dat ze het niet zou zeggen. Ze zei ook dat het al erg genoeg was dat de ouders van Soof haar hadden verloren en dat het nog erger zou worden als Soof ook niets meer met Marjan te maken wilde hebben als ze haar zou verraden. Dan zou ze haar beste vriendin kwijtraken. Lilian en Kasper zijn daar stil van en Marjan gaat naar huis. Daar belt ze Soof op en vraagt of ze kan komen. Dan stapt ze in de trein naar Amsterdam. Als ze bij Soof is, vertelt ze dat ze niet heeft verraden waar ze is. Daarna vraagt ze aan Soof of ze haar wil tatoeëren. Dat doet Soof en ze tatoeëert een vleermuis met gesloten vleugels op haar schouderblad. Dat is voor Marjan het bewijs dat ze voor altijd vriendinnen blijven.

Mijn mening:
Ik vind het een erg mooi boek, omdat zo’n verhaal ook in het echt zou kunnen gebeuren. Ik vind het verhaal zo mooi, omdat Marjan er pas later achter komt wat Soof bedoelde met allerlei dingen die ze in het verleden al had gezegd. Op het moment dat het gebeurde snapte Marjan niet wat Soof bedoelde, maar aan het eind van het verhaal, als ze zich alles herinnerd, snapt ze het precies. Het einde vind ik ook heel mooi, omdat je zelf kunt bedenken hoe het verder zal gaan. Het zou kunnen dat Marjan en Soof elkaar weer vaak gaan bezoeken en dat ze weer vriendinnen worden, maar het zou ook kunnen dat Soof weer terugkomt, of dat Soof juist op zichzelf gaat wonen en dat ze elkaar niet meer zien. Elke lezer kan in gedachte voor zichzelf het verhaal als het ware afmaken. In het boek wisselen herinneringen en het heden zich steeds af. Dus steeds vertelt Marjan hoe Soof was en dacht, en dat maakt ze dan duidelijk met een voorbeeld van iets dat vroeger is gebeurd toen ze klein waren. En vervolgens gaat ze weer verder met uitleggen waarom Soof is weggelopen. Daar hoort dan ook weer een gebeurtenis uit het verleden bij en zo gaat het steeds verder.
Ik zou het boek alleen aanraden aan meisjes, omdat het over meisjes gaat en jongens zouden het boek denk ik ook heel meisjesachtig vinden. Het boek behoort zeker tot de mooiste boeken die ik heb gelezen!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Heel erg bedankt voor je verslag,
ik moet dat boek voor morgen helemaal uitlezen.
Gelukkig heb ik nu dit verslag,
DANKJEWEL! <3

12 jaar geleden

Andere verslagen van "Een mond vol dons door Lydia Rood"