Een Hollands drama door Arthur van Schendel

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2185 woorden
  • 5 juli 2007
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 36 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1935
Pagina's
188
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Een Hollands drama
Shadow
Een Hollands drama door Arthur van Schendel
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
1. Praktische gegevens
1.1 Titel: Een Hollands drama
Auteur: Arthur van Schendel
1.2 Jaar van uitgave: 1935
1.3 Aantal bladzijden: 159
1.4 Datum boekverslag: juli 2006

2. Inhoud en opbouw
2.1 Typering:
Dit boek is een psychologische roman. Het opvallende was, vond ik, dat je de gebeurtenissen niet vanuit de gedachten van een hoofdpersoon beleefde, maar vanuit meerdere. De ontwikkelingen die de hoofdpersonen doormaakten kwamen zo duidelijk naar voren. De veranderingen bij deze personen kwamen voort uit de gebeurtenissen die zich afspeelden. In het boek waren de gebeurtenissen minder belangrijk dan de ontwikkelingen van de personen.

2.2 Samenvatting:

De broers Gerbrand, Diderik en Frans Werendonk runnen samen een winkel. Gerbrand is de oudste broer die altijd alle inkomsten en uitgaven verrekend. Berkenrode, de zwager van Gerbrand, leende vaak geld van hem. Hij leende van veel mensen geld zonder dit ooit terug te betalen. Hij gaf het uit aan drank. Hij wilde niet meer leven met al die schulden en pleegde zelfmoord. Zijn vrouw Agnete, de zus van Gerbrand, bleef alleen achter met haar zoontje Floris. Gerbrand wilde niet dat de ‘onschuldige’ Floris met de lasten van zijn vader zou rondlopen, dus besloot hij dat hij samen met zijn broers en Agnete de schulden zou gaan aflossen. Zij moesten allemaal keihard werken en elke cent die zij konden missen was bestemd voor de aflossing. Op een gegeven moment werd dit teveel voor Agnete. Niet lang daarna werd zij dood aangetroffen.
Het was nu de taak van de Werendonks om Floris op te voeden. Gerbrand probeerde hem de goede richting op te krijgen door erg streng te zijn. Maar ondanks de straffen beging Floris toch steeds weer zonden. Hij loog alsmaar en stal geld dat hij uitgaf aan ‘leuke’ dingen. Gerbrand kon het niet tegenhouden. Niet door streng te zijn en ook niet door juist vrijgevig te zijn. Toch werkte Gerbrand meer dan goed voor hem was om de schulden terug te verdienen, zodat Floris er niet de schuld van zou krijgen dat zijn vader zo was.
Floris kon zijn gevoelens niet uiten. Van binnen voelde hij zich erg schuldig over de zonden die hij had begaan. Maar hij kon zich er niet tegen verzetten.
Op een dag ontmoette hij Wijntje, het meisje dat later zijn vriendinnetje werd. Aan haar kon hij wel zijn gevoelens kwijt. Zij probeerde hem op te vrolijken door te vertellen dat zijn zonden hem vergeven zouden worden omdat hij een goede jongen is. Maar dit hielp niet, Floris begon gek te worden van zijn eigen gedachten.
Nadat hij was opgepakt voor diefstal, en weer uit de gevangenis kwam, wilde hij absoluut niet meer naar huis. Het huis had hem altijd al een benauwend en angstig gevoel gegeven. Hij moest er teveel denken aan de zonden die hij had begaan. Hij besloot om weg te lopen van huis. Een jaar lang liet hij niets mee van zich horen. Gerbrand was hem nog dagelijks wezen zoeken zonder enig resultaat.
Totdat Floris zich opeens weer liet zien. Hij kwam elke avond naar het huis om wat brood te halen en even naar boven te gaan waarna hij weer vertrok. Hij zei nooit iets en zag er slecht uit.
Toen kwam de avond dat Floris weer langskwam en weer naar boven ging. Alleen Gerbrand was thuis en zat, zoals altijd, het geld te berekenen. Hij werd opgeschrikt door buurtbewoners die op de deur klopten en schreeuwden dat er brand was. De brand kwam uit Floris zijn kamer. Gerbrand rende naar hem toe. Het laatste wat de toeschouwers zagen was dat Gerbrand Floris sloeg en de ruiten toen sprongen.


2.3 Tijd:
a- Het verhaal speelt zich af aan het eind van de 19e eeuw, tussen 1872 en 1895.
b- Het verhaal begint al voor de geboorte van Floris en eindigt wanneer Floris op 24-jarige leeftijd sterft. De verhaaltijd is dus iets meer dan 24 jaar.
Over het lezen van het boek heb ik ongeveer 10 uur gedaan.
c- Vertraging:
Er kwamen geen belangrijke vertragingen voor in het boek. Het verhaal verliep steeds op ongeveer hetzelfde tempo, waarbij er af en toe een stuk tijd werd ‘overgeslagen’.
Versnelling:
Een belangrijke versnelling is te vinden tussen blz. 41 en 42. Aan het eind van blz. 41 wordt verteld hoe de moeder van Floris, door al het harde werken om te voorkomen dat haar zoon een schuld op kreeg gelegd, stierf en hoe Floris bij haar bleef staan en naar de muur stond te staren. Hij was toen nog jong en zat op de basisschool. Op Blz. 42 is Floris dertien en gaat het slechter met zijn schoolwerk. Het ging erg achteruit na de dood van zijn moeder. Het ‘overgeslagen’ deel, de versnelling, wordt dus nog wel beschreven op de volgende bladzijden. Die tijd was namelijk best belangrijk omdat Floris ook een ontwikkeling doormaakte na de dood van zijn moeder.
e- Flashback:
In het verhaal komen veel belangrijke flashbacks voor. De meesten gaan over Berkenrode, die ervoor zorgde dat het leven van Gerbrand een drastische wending nam. Gerbrand bleef met gedachten aan deze slechte man in zijn hoofd rondlopen, gedachten aan al die keren dat hij geld kwam lenen en hij had vaak flashbacks waar hij het bebloede hemd van de dode Berkenrode die hij toen had aangetroffen terugzag. Op blz. 16 t/m 18 wordt er in een flashback beschreven hoe Berkenrode voor de laatste keer, voordat hij dood gevonden werd, geld kwam lenen bij Gerbrand. Een gedachte die hem bij bleef. Hij twijfelde later aan zichzelf wat er gebeurd zou zijn als hij het geld niet geleend had, of het dan anders zou zijn verlopen.

2.4 Ruimte:
a- De gebeurtenissen spelen zich af in Haarlem, waar ook het huis van de Werendonks zich bevindt. De gebeurtenissen speelden zich voornamelijk in en rond het huis af. Meestal bevonden de hoofdpersonen zich in het huis, waar zij de winkel draaiende hielden. Veel verder van huis dan het bos, de kerk of buurtbewoners waar zij langsgingen kwamen zij normaal gesproken niet.
Floris heeft nog een tijdje in Amsterdam gewoond, maar dit was niet echt een belangrijk gedeelte.
b- Een belangrijke plaats waar je van een belangenruimte kon spreken was het huis waar de Werendonks woonden. Steeds weer werd beschreven hoe donker, oud, beklemmend en beangstigend het huis van binnen was. Floris had nare gedachten aan het huis. Hij moest er vaak aan denken hoe beangstigend hij dit huis wel niet vond. Later durfde hij er zelfs niet eens meer te wonen vanwege de duisterheid en het beklemmende gevoel dat hij ervan kreeg. Deze ruimte speelt een belangrijke rol omdat bijna alles zich in het huis afspeelt. De gebeurtenissen waren allemaal bedroevend, de beschrijving van de sfeer in huis versterkt dit gevoel.

2.5 Personages:
a- Floris: Floris is de persoon waar het verhaal eigenlijk om draait. Doordat zijn vader voor grote schulden had gezorgd zagen zijn ooms het als hun plicht deze schulden terug te verdienen en zo te zorgen dat de schuld niet bij Floris kwam te liggen. Het karakter van Floris is nogal slecht. Hij was al kind erg vervelend en deed alsmaar dingen die hem verboden waren. Schoolwerk kon hem op een gegeven moment niets meer schelen. Later begon hij steeds meer op zijn vader te lijken. Hij leende vaak geld zonder het terug te geven, en gaf dit uit aan drank. Hij loog vaak mensen en als hij geen geld meer had stal hij het. Hij wou niet liegen en stelen, maar de drang was altijd te sterk.
Floris leidde geen gelukkig leven, ondanks zijn oom Gerbrand die hem goed probeerde op te voeden en hem vaak geld gaf. Altijd zat hij met het feit dat hij zoveel zonden had gepleegd. Hij geloofde niet dat god hem kon vergeven. Erover praten kon hij niet goed. Meestal zei hij nauwelijks iets.
- Gerbrand Werendonk: Gerbrand is een slimme en sociale man, die het beste met iedereen voor heeft. Hij hield altijd de boekhouding van de winkel bij tot diep in de nacht. Hij zorgde ervoor dat de mensen hun, door Berkenrode, afgenomen geld beetje bij beetje terug kregen. Hij vond dat dat zijn plicht was, hij was immers de oudste oom van Floris en kon ervoor zorgen dat deze jongen niet door het leven hoefde te gaan met de lasten van zijn vader op zijn schouders.
- Diderik Werendonk: Diderik is de jongere broer van Gerbrand. Hij was iets minder sociaal ingesteld en besloot, toen hij een vrouw had gevonden en er een kind op komst was, zijn eigen leven te leiden. Diderik kon altijd snel en precies werken en deed meestal wel wat hem gevraagd werd. Maar hij trok zich weinig aan van het lot van zijn bloedverwanten.
- Frans Werendonk: Frans is de jongste broer van Gerbrand. Hij was een zeer gehoorzame en onderdanige jongen. Om geld gaf hij niets, hij gebruikte het alleen als het echt nodig was, wat over bleef ging in zijn spaarpot. Frans voelde een grote liefde voor de kerkklokken, de Damiaatjes. Hij vond het heerlijk om naar het geluid ervan te luisteren.
b- Agnete: moeder van Floris, vrouwe van Berkenrode en de zus van Gerbrand, Diderik en Frans.
- Berkenrode: vader van Floris en de man van Agnete.
- Jansje: helpster en schoonmaakster in het huis van de Werendonks.
- Stien: helpster en schoonmaakster in het huis van de Werendonks.
- Wijntje: vriendin van Floris.
- Kroon en Juffrouw Kroon: ouders van Wijntje.
- Kolk: foute vriend van Floris.
- Jan Blusser: een foute jongen bij Floris op school waar hij wel eens mee omging. Jan maakte anderen vaak belachelijk.
- Manuel: vriend van Floris.
- Hendrik en Evert: de kinderen van Diderik.
- Wessels: notaris waarvoor Floris ging werken.
- Steven Wouters: vriend van Floris.

2.6 Vertelwijze:
In het verhaal is verteld vanuit een alwetende vertellers perspectief, maar af en toe ook vanuit een hij-perspectief. Je volgt de gebeurtenissen van de hoofdpersonen afwisselend per persoon vanuit een hij-perspectief, waardoor je komt te weten hoe deze persoon de gebeurtenissen ziet. Dit wordt afgewisseld met stukjes, verteld vanuit de alwetende verteller.

2.7 Structuur:
a- Het boek is verdeeld in 15 hoofdstukken, genummerd van I t/m XV. Het verhaal is in chronologische volgorde verteld. Van voor de geboorte van Floris tot het moment dat hij sterft, waarbij je de gebeurtenissen in zijn leven en dat van de Werendonks volgt.
b- Het boek heeft een opening in de handeling. In het begin weet je nog niet wat er gaande is. Je snapt niet waarom Gerbrand bedragen zit te verrekenen. Ikzelf raakte in het begin ook erg in de war welke naam en welke handelingen bij welke persoon hoorde. Ook de relaties tussen de personen waren onduidelijk. Dit kwam ook doordat het vertellersperspectief steeds veranderde. In de loop van het verhaal werd dit alles pas duidelijk.
c- Het verhaal heeft een combinatie van een gesloten en een open einde. Een open einde omdat er niet wordt verteld hoe het afliep na de brand. De lezer gaat er waarschijnlijk vanuit dat Gerbrand en Floris het niet overleefd hebben, maar zeker is het niet. Het lijkt erop alsof de zorgen nu afgelopen zijn, maar ook dat is niet zeker. Je weet namelijk niet hoe het nu verder gaat met de broers die in ieder geval nog wel leven, Frans en Diderik.
Maar aan de andere kant ging het verhaal uiteindelijk om Floris. En je zou kunnen zeggen dat het verhaal een gesloten einde heeft omdat hij sterft en het dus echt afgelopen is.

3. Thema en motieven
3.1 Thema:
Een mogelijk thema zou kunnen zijn:
- Een man doet alles om ervoor te zorgen dat de schulden van zijn overleden zwager niet worden afgeschoven op zijn neefje. Zijn zorg en inzet worden niet beloond doordat in het neefje de slechte karaktereigenschappen van zijn vader naar voren komen.

3.2 Belangrijkste motieven:
- Zondigheid: Floris zijn hele leven werd beheerst door de zonden die hij pleegde en de zonden die zijn vader heeft begaan. Zonden zoals stelen, liegen en drinken. Hij kon hier niet mee leven, voelde zich alsmaar schuldig, maar kon zich er niet tegen verzetten. Het schuldgevoel vanwege de gepleegde zonden zorgde er bij Berkenrode en Floris voor dat zij uiteindelijk zelfmoord pleegden.
- Bedrog: Floris leidde een leven vol leugens. Hij loog tegen bijna iedereen. Hij loog over de dingen die hij deed, vertelde niet dat hij spijbelde, gestolen had, met foute vrienden omging en nog veel meer. Hij voelde zich er schuldig over, maar kon niet ophouden met leugens vertellen.
- Noodlot: In het verhaal werd vaak duidelijk gemaakt dat het tot je lot behoort dat je bepaalde dingen doet. Floris dacht dat hij er niets aan kon veranderen dat hij zoveel zonden beging. De Werendonks zagen het als hun lot dat zij degene waren die de schulden van Berkenrode moesten aflossen.

3.3 Titelverklaring:
‘Een Hollands drama’
Het verhaal in dit boek is een groot drama. De personen hadden nauwelijks geluk en leefden met de gedachte dat ze altijd iets goed te maken hadden, de schulden af lossen. Floris kon niet leven met de zonden die hij gepleegd had. Er kwam helemaal geen vrolijk of gelukkig moment voor in het verhaal. De dramatische omstandigheden leidden bij Berkenrode, Agnete, Floris en Gerbrand zelfs tot de dood.
Dat het ‘Hollands’ is is omdat het zich afspeelt in Nederland.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Een Hollands drama door Arthur van Schendel"