Titel: Een hart van steen
Auteur: Renate Dorrestein
Uitgeverij: Pandora
Druk: Zestiende druk
Jaar van uitgave: 2003
Jaar van eerste druk: 1998
Plaats van uitgave: Amsterdam
Samenvatting
Ellen van Bemmel woont met haar ouders, haar broer Kester, haar zus Sybille en haar broertje Carlos is een groot huis in Haarlem. Haar ouders hebben een knipselbureau gespecialiseerd in Amerika. Ze hebben daarbij hulp van een aantal studenten waaronder Bas. Het gezin Van Bemmel heeft een normaal en gelukkig leven. Dit verandert als bekend wordt dat er nog een kind verwacht wordt. Na de geboorte van hun zusje Ida verandert moeder Van Bemmel heel erg. Ze is ervan overtuigd dat Ida bezeten is door de duivel en dat die uitgedreven moet worden. Ze begint Ida te mishandelen en alleen Ellen merkt daar wat van. Na een poosje lijkt het of moeder er weer helemaal bovenop is, maar dan begint ze te zeggen dat het lijden bijna voorbij is. Op een avond maakt ze samen met Ellen voor iedereen een schoteltje met zogenaamde vitaminepillen (slaappillen en valium) klaar. Iedereen neemt de pillen behalve Ellen die haar hond aan het uitlaten is. Als ze thuiskomt treft ze haar hele familie dood aan met plastic zakken over hun hoofd. Dan ziet ze dat Carlos nog leeft en neemt hem mee naar de kelder waar ze zich verstopt houdt.
Ellen en Carlos gaan naar een tehuis en een paar jaar later wordt Carlos geadopteerd. Vanaf dat moment heeft Ellen nog nauwelijks contact met haar broertje. Als ze achttien is gaat Ellen op kamers wonen en gaat medicijnen studeren. Dan komt ze er achter dat haar moeder gewoon aan kraamvrouwenpsychose leed en dat alles met de juiste medicijnen voorkomen had kunnen worden.
Nadat Ellen van haar man Thijs is gescheiden raakt ze bewust zwanger van een onbekende. Tijdens haar zwangerschap besluit ze te verhuizen naar het huis waar ze is opgegroeid. Daar ontmoet ze in het tuincentrum Bas. Hij komt haar helpen bij het opknappen van de tuin. Doordat ze bijna een miskraam krijgt moet ze verplicht bedrust. Op advies van haar dokter komt Lucia, een vrouw die door haar man wordt geslagen, met haar kinderen bij haar inwonen. Ellen en Lucia kunnen niet goed met elkaar opschieten. Door de komst van Lucia mag Ellen geen bezoek meer ontvangen. Ze vindt het verschrikkelijk dat ze Bas nu niet kan vertellen dat ze bijna een miskraam heeft gehad. Ze wordt een beetje verliefd op hem.
Tijdens haar periode van bedrust bladert Ellen door het oude familiefotoalbum, beetje bij beetje komen alle herinneringen weer boven en probeert ze alles te verwerken. De verdenkingen die ze tegenover haar vader had verdwijnen wanneer Bas haar een notitie laat zien waarop haar vader zijn plannen voor een vakantie met haar moeder heeft staan. Zo ontdekt ze dat haar vader niet heeft meegewerkt aan het plan van haar moeder. Ze ontdekt dat haar moeder haar gewoon vergeten was. Uiteindelijk is ze weer opgeknapt en heeft met haar verleden afgerekend, ze laat Bas haar helpen bij het uitkiezen van een naam voor haar kind.
Thema en motieven
Thema:
Een psychische ziekte heeft voor de naasten veel gevolgen.
Toelichting: De psychische ziekte is de postnatale depressie van Margje en de psychose die hiermee gepaard gaat.
Motieven:
- Verstoord evenwicht: Margje doet heel vreemd. Op een avond denkt ze dat Ida is gestolen en duwt ze Ellen keihard tegen de muur. Later keert ze zich helemaal tot God en daarom wilt zij geen seks meer met haar man. Door deze gebeurtenissen is de verhouding tussen Margje en de kinderen en Margje en haar man heel erg veranderd. De kinderen worden zelfs een beetje bang en de altijd zorgzame Frits verkracht Margje.
- Dood: Door de depressie draait Margje helemaal door. Ze vermoordt haar kinderen (behalve Ellen en Carlos die het net overleeft) haar man en zichzelf.
- Isolement: Ellen verliest bijna al haar familieleden doordat ze vermoord zijn. Ze moet naar een weeshuis met Carlos, maar wanneer hij geadopteerd wordt staat ze er alleen voor.
- Gedragsverandering: Ellen is erg veranderd na het drama dat heeft plaatsgevonden. Ze ondervindt zelf ook psychische problemen en ze is heel kortaf. Ze is heel hard geworden terwijl ze vroeger heel lief en zorgzaam was.
Genuanceerd commentaar op thema
Ik ben het eens met het thema. Een psychische ziekte is heel lastig. Bij een gewone ziekte helpen medicijnen of een operatie. Bij een psychische ziekte ligt dit heel anders. Bij een psychische ziekte is er vaak sprake van een bepaalde onmacht. Je wilt de persoon wel helpen maar dat kun je eigenlijk niet. Dit maakt het extra moeilijk voor de naasten.
De naasten kunnen ook door de ziekte heel erg geraakt worden. Ze worden vooral emotioneel geraakt. Psychische ziektes waarbij het karakter van de persoon heel erg veranderd zijn kunnen ook angst oproepen bij naasten omdat ze onberekenbaar worden.
Zelf heb ik geen ervaring met psychische ziektes bij mijzelf of in mijn omgeving. Wel heb ik ooit iets op tv gezien over een meisje met anorexia. Op de televisie werd heel goed in beeld gebracht dat de ouders en naasten haar heel graag willen helpen, maar dat het gewoon niet kan. De moeder van het meisje moest zelf ook medicijnen slikken om in slaap te komen, omdat ze anders te veel over haar dochter nadacht. Ze was namelijk heel bang dat ze haar dochter door de ziekte zou verliezen.
Titelverklaring
De titel van het boek, Een hart van steen, is eigenlijk op drie manieren te verklaren. De eerste verklaring van de titel is dat het graf waar haar ouders, Billie en Kester de vorm van een hart heeft. Zij liggen dus onder een hart van steen.
Ten tweede slaat een hart van steen op Ellen zelf. Door alles wat ze in haar leven heeft
meegemaakt merk je in het boek dat ze haar emoties niet, maar dat ze die oppropt. In het boek merk je dat ze vaak heel kortaf is tegen mensen. Alle emoties die ze heeft probeert ze weg te stoppen. Hierdoor heeft ze een soort hart van steen.
De laatste verklaring van de titel is Margje, de moeder van Ellen. Margje moet tijdens haar postnatale depressie wel een hart van steen hebben gehad. Zonder de postnatale depressie had ze anders nooit haar kinderen en man kunnen vermoorden.
Ik ben het wel eens met de keuze van de titel. Het boek draait om de familie die ze heeft verloren en alles dat daar bij komt kijken. Een hart van steen symboliseert goed het leed dat Ellen moest doormaken door de dood van haar familie. De titel maakt je ook nieuwsgierig, omdat je wilt weten wat dat hart van steen is en waar het voor staat.
Wel vind ik dat een hart van steen beter kon blijken uit de emoties van Ellen. Je merkt wel dat ze haar emoties wegstopt en kortaf is, maar dit kon nog veel sterker worden geuit dan in het boek is gedaan. Ze is wel kortaf, maar een hart van steen heeft ze niet helemaal.
Als ik een keuze voor het boek zou mogen doen, dan zou ik het boek waarschijnlijk “De vijfde” noemen. De vijfde staat voor Ida, het vijfde kind. Ellen was vanaf de zwangerschap al niet blij met de komst van nog een kind. Ze vond dat het veel te druk zou worden. De baby kreeg ook de naam Ida, omdat ze een lelijke naam voor het kind wilde zodat ze veel gepest zou worden. Al het ongeluk begint volgens Ellen ook allemaal sinds de zwangerschap. Zo loopt haar kleine broertje Carlos flinke brandwonden op, en komt haar moeder in een postnatale depressie. Deze depressie lijdt tot de dood van Ellens ouders, Billie, Kester en Ida zelf.
De “vijf” in de titel staat dan ook voor de vijf familie leden die Ellen is verloren. Ellen’s vader, Billie, Kester, Ida werden gedood. De vijfde die overleed was Margje zelf, de moordenaar van de anderen. De vijfde (Margje de moeder) is dus eigenlijk de oorzaak van de psychise problemen die Ellen krijgt en de emotieloosheid die Ellen de rest van haar leven voor een deel in zich houdt.
De titel van het boek vind ik wel goed gekozen, maar de emotieloosheid (die je hebt als je een hart van steen hebt) kon in het boek veel beter worden uitgewerkt. Hierdoor past de titel minder goed bij het boek. “De vijfde” zou mijn keuze zijn als titel van het boek omdat het getal vijf meerder malen terugkomt in het boek en je nieuwsgierig maakt.
Structuurelementen
Spanning
De spanning in het boek is erg goed. De eerste spanning ontstond al in het begin van het boek. Er wordt gezegd: Niet wetend welk drama zich zou afspelen. De vraag die gelijk in mij opkwam was: Welke drama gaat er zich afspelen? Ik was echt benieuw hiernaar. De spanning bleef een hele lange tijd aanwezig, omdat je pas aan het einde van het boek echt te weten komt wat dit drama was. De spanning blijft ook hangen doordat er steeds een klein beetje meer informatie wordt verteld, maar de informatie bij elkaar is niet genoeg om het drama te raden. Als je leest wat er is gebeurd komt dit voor jezelf ook als een verrassing.
Een andere vraag die ik mezelf stelde was: Waardoor veranderd die moeder zo plotseling? In het boek duwt de moeder Ellen zomaar tegen de muur en ze schreeuwt: jullie hebben mijn kind gestolen! Margje doet haar kinderen echt pijn en plotseling is ze weer normaal en doet ze weer aardig. Dit vond ik heel vreemd en dit soort situaties kwamen meerdere malen voor. Ook keert Margje (de moeder) zich helemaal tot God. De kinderen moeten bidden en ze denkt dat er een duivel zit in Ida. Je blijft heel lang denken waarom doet die moeder zo raar? Deze spanning wordt vastgehouden tot het punt waar Ellen leest over postnatale depressies. Eindelijk heeft Ellen een rede gevonden waarom haar moeder zo deed.
De schrijfster heeft vooral de tijd gebruikt om spanning in het verhaal te houden. In het verhaal zijn er eigenlijk twee tijden. In de ene tijd is ze nog een kind. In deze periode wordt vertelt over de geboorte van Ida en alles wat zij tot gevolg had. In de andere tijd is ze 37 jaar en probeert ze een goed leven op te bouwen en haar emoties een plaats te geven. De twee tijden worden heel goed gebruikt. De spanning is er vooral in de tijd van har jeugd. In haar jeugd gebeuren verschillende dingen. Er wordt steeds wat meer informatie gegeven over wat er in haar jeugd speelde, maar steeds wanneer je je iets afvraagt, gaat de schrijfster verder in de andere tijd. Hierdoor moet je wel verder lezen om te antwoord te krijgen op het gene dat je jezelf afvraagt.
Ook wordt er veel gebruik gemaakt van de vertellende ik. Omdat de hoofdpersoon vertelt over haar jeugd, weet ze al wat er gaat gebeuren in haar jeugd. Maar als lezer weet je dat niet. Ze probeert je nieuwsgierig te maken door steeds een klein beetje informatie te geven. Bijvoorbeeld: niet wetend welk drama zich zou afspelen.
De tijd en de vertellende ik zorgen beiden er voor dat je verder wil lezen omdat je een antwoord wil op de vraag die je jezelf stelt. Door het geven van steeds meer informatie blijf je geboeid tot je een volledig antwoord hebt op je vraag.
Tijd
Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld. Het verhaal wordt steeds onderbroken door flashbacks uit de jeugd van Ellen. Het verhaal speelt zich eigenlijk in twee delen van tijd af. In het ene tijdsdeel is ze 37 jaar en zwanger van een kind in het andere deel verteld ze over haar jeugd. De flashbacks over haar jeugd vormen eigenlijk het verhaal en in de gewone tijd zie je hoe zij verder leeft na de gebeurtenissen in haar jeugd.
De vertelde tijd van de flashbacks is ongeveer zeven maanden. Het begint bij de zwangerschap van haar moeder en het eindigt na de dood van bijna haar gehele familie. Deze zeven maanden worden heel uitgebreid beschreven.
Dan komt er een heel groot stuk tijd van ongeveer 25 jaar. De periode, waarin ze in een weeshuis zit, op kamers gaat, tot dat ze een advertentie ziet, waarbij haar vroegere huis te koop staat wordt heel snel vertelt. Deze lange periode is voor de ontwikkeling van het verhaal niet erg belangrijk. Er is dus sprake van tijdverdichting.
Na de periode van 25 jaar is ze 37 jaar en zwanger van een onbekende man. Ze koop haar ouderlijk huis en gaat verder leven met Bas, een oud arbeider uit haar ouders bedrijf. Deze periode wordt uitgebreid beschrijft en deze periode duurt ook ongeveer 7 maanden.
De vertelde tijd van het verhaal is bij elkaar ongeveer 26 jaar. De verteltijd van dit boek is 238 bladzijdes.
Perspectief
In dit boek is er zeker sprake van een ik-perspectief. Alles gebeurt vanuit de ogen van Ellen. Het ik perspectief heb je al vanaf het begin van het boek in de gaten. Dit komt door het gebruik van de woorden ik en mij. In het boek worden alleen haar gedachtes zichtbaar en die van alle andere personages niet. Er is zowel sprake van een belevende ik en een vertellende ik. Een kenmerk van de vertellende ik is dat hij ouder is dan de belevende ik. De vertellende ik is in het verhaal de 37-jarige die verteld over haar jeugd. De vertellende ik zie je daarom veelal terug wanneer ze een overstap neemt van haar jeugd naar het heden of andersom. Deze jeugd wordt weer verteld vanuit de belevende ik. Het boek is veelal de belevende ik. Enkele voorbeelden van de belevende ik zijn:
(blz. 237) Al drie keer is de makelaar langs geweest met aspirant-kopers: iemand van een reclamebureau, een ander van een advocatenkantoor, een derde die een pand zoekt om een kinderdagverblijf te beginnen. Mij is het om het even. Ik bemoei me niet met de bezichtigingen, de beraadslagingen, het bieden en tegenbieden. Ik ben bijna te zwaar om nog trappen te kunnen lopen en mijn gedachten zijn voortdurend bij de naderende bevalling.
(blz. 16) In een opwelling zei ik tegen vader dat ze Ida moest heten, want een lelijker naam kon ik niet verzinnen. Ida rijmde op malaria, en als je er een paar letters bij gooide, kreeg je diarree. Wat zou ze later op school worden gepest. Haar verdiende loon.
(blz. 225)Het mes blonk mat. Ze bewoog het lemmet even heen en weer tussen haar vingers. Toen hief ze het, terwijl ze met de andere hand Ida's truitje tot aan haar kin omhoogschoof.
De belevende ik uit de citaten hierboven kenmerken zich door de waarnemingen die zij doet. Wanneer je iets beleeft neem je dingen waar en dit blijkt vooral goed uit het onderste citaat. In de voorbeelden hieronder, van de vertelende ik, wordt er een overstap gemaakt van het verleden naar het heden en andersom:
(blz. 20) Toen ze zich over me heen boog om me een kus op mijn kruin te geven, rook ik haar speciale geur, een niet te definiëren luchtje dat me altijd vaag verontrustte. Pas vier jaar later, toen Jasper Staalman me in het fietsenhok van De Regenboog ontmaagdde, kon ik het thuisbrengen: het was de lauwe geur van seks die iedere ochtend om mijn moeder heen hing
(blz. 26 en 27) Ook nu nog, vijfentwintig jaar later, bij het zien van een documentaire over brandwonden of soms zomaar, zonder enige aanleiding, vraag ik me af of het ooit goed is gekomen met dat vurige, glimmende vel van zijn keel, zijn borst en zijn linkerarm.
Het effect van het ik-perspectief in dit verhaal is dat het een heel realistisch verhaal wordt. Je krijgt eigenlijk alleen gedachten van Ellen en niet van alle anderen. Dot is in het echt ook zo en dus versterkt dat het realisme. Je ziet alles echt door haar ogen en de gedachten die ze overal over heeft zorgen ervoor dat het lijkt of jij Ellen bent. Dit zorgt ervoor dat je je kunt inleven in het leven van haar.
Figuren
Ellen van Bommel:
Zij is de hoofdpersoon uit het boek. Ze is een open figuur. Ze is erg veranderd gedurende het verhaal. In haar jeugd is ze een slim, vrolijk meisje dat heel hecht is met haar familie. Dit merk je aan verschillende dingen zo troost ze haar broer Kester, helpt ze haar broertje Calos met aankleden en doet ze van alles met haar Zus Billie. Maar met de zwangerschap van Haar moeder zie je de eerste verandering. Ze ontwikkelt haatgevoelens naar de nieuwe baby toe. Zo bedenkt ze de naam Ida, omdat dat rijmt op malaria. Na het ongeluk is ze veel opstandiger geworden. Wanneer ze met haar broertje Carlos in het weeshuis zit wordt hij geadopteerd en zei niet. Eerst probeert ze de adoptie tegen te houden, maar wanneer hij weg is, wil ze hem ook niet meer kennen. Als 37-jarige zie je dat ze erg veranderd is. Vroeger was ze vrolijk, maar nu wordt ze snel kwaad en is ze kortaf.
Margje van Bemmel:
Dit is de moeder van Ellen. Ze is een open figuur. In het begin van het verhaal is het een goede moeder. Ze zorgt goed voor ze is lief en werkt hard. Maar na de bevalling verandert dit alles. Ze draait helemaal door. Ze denkt dat de duivel in Ida zit en ze is helemaal bezig met het geloof. Zelfs heeft ze de kinderen geduwd toen ze dacht dat Ida was ontvoerd. Ook doet ze de meest gruwelijke dingen met Ida. Uiteindelijk vermoord ze bijna de hele familie en zichzelf. Deze verandering komt door een postnatale depressie kraamvrouwenpsychose.
Frits van Bemmel:
De vader van Ellen. Hij is een gesloten figuur. Hij is heel aardig tegen zijn kinderen en vrouw en werkt hard om zijn gezinnetje te onderhouden. Andere karaktereigenschappen heeft hij niet en degene die hij heeft veranderen ook niet.
Kester (Kes) van Bemmel:
De grote broer van Ellen. Er zijn maar twee dingen ide over hem naar voren komen en dat zijn zijn handigheid en onzekerheid. Hij blijft onzeker en handig tot zijn.
Sybille (Billie) van Bemmel:
Zij is de grote zus van Ellen. Sybille is ook een gesloten figuur. In het figuur komt vooral haar band met haar familie, haar eigenwijsheid en haat ijdelheid naar boven. Deze eigenschappen behoud ze tot haar dood.
Michiel (Carlos) van Bemmel:
Het jongste broertje van Ellen die de dood net ontloopt. Hij is een open figuur. In het begin is hij heel vrolijk en nieuwsgierig, maar doordat hij brandwonden krijgt veranderd hij totaal. Hij is niet meer vrolijk en schaamt zich erg. Van de nieuwsgierigheid is niet meer over. Of hij erg veranderd is door het drama wordt niet verteld. Later in het pleeggezin voelt hij zich weer gelukkig en heeft hij het weer naar zijn zin.
Ida (Sophie) van Bemmel:
Zij is de baby waar het verhaal grotendeels om draait. Ze is een gesloten figuur. Je ziet haar alleen maar als de huil en spuugbaby die iedereen gek maakt. Als baby heeft ze ook nog niet echt een persoonlijkheid.
Bas Veerman:
Werkte vroeger in knipselbureau en gaat uiteindelijk samenwonen met Ellen. Hij is een gesloten figuur, omdat hij de hele tijd een lieve en zorgzame man is en daar veranderd gedurende het verhaal helemaal niks in.
Lucia:
Ze is de onderduikster die Ellen verzorgde. Zij is ook een gesloten figuur, omdat ze alleen maar gezien wordt als bang en zielig en daar veranderd niet echt iets in.
Ik vind het goed dat de schrijfster heeft gekozen voor de verdeling van open en gesloten figuren. Er is eigenlijk maar een persoon waar het om draait en dat is Ellen het is dan ook logisch dat je alles over haar te weten komt. Doordat ze zo uitgebreid is beschreven in het boek merk je ook goed dat ze een open figuur is, omdat je haar hele leven volgt na het drama. Het is ook logische dat ze zo is veranderd door die traumatische ervaring. Het zou vreemd zijn als je de zelfde persoon blijft na zo iets ingrijpends.
Er is ook goed beschreven hoe de moeder is veranderd. Het laat goed zien hoe een ziekte een persoon totaal kan veranderen. Dit zie je ook terug bij Carlos die door brandwonden heel erg is veranderd. Ik vind het wel jammer dat de verandering door het drama niet heel duidelijk is bij Carlos.
Het is goed dat alle anderen personages niet veranderen, want dat haalt juist de aandacht weg bij Ellen. Het verhaal laat zien hoe zij is veranderd door het drama in haar jeugd en als dan veel open figuren er bij hebt trekt het de aandacht van Ellen weg.
Ruimte
Het verhaal speelt zich bijna helemaal af in het huis waar ze als kind woonde. Het is een groot huis op de Lijsterlaan, waar ook het bedrijf van Ellen’s ouders in zit. Het huis is heel groot maar door alle grote kasten van het bedrijf is alles heel klein en bedrukkend. Deze bedrukking staat symbool voor het drukkende gevoel, van de komst van nog een zusje. Een belangrijke ruimte in het huis is de kelder. Hier heeft Ellen doorgebracht na de dood van haar familieleden. Ook speelt het verhaal zich af in enkele kindertehuizen.
Leesplezier
Ik vond het boek wel leuk om te lezen. In het begin was het wel moeilijk om op te starten. Je kwam meteen terecht bij vier kinderen die wachten op een bevalling. Je merkt al meteen dat er een beetje een negatieve sfeer hangt naar de baby toe en je weet niet waarom. Ook vinden er in het boek veel tijdsprongen plaats. In het begin is dit heel verwarrend, maar als je de twee tijdsdelen uit elkaar hebt dan lees het heel plezierig.
Het verhaal was ook wel leuk om te lezen door de spanning in het boek. Het boek maakt je nieuwsgierig om verder te lezen. Dit wordt vooral gedaan door in het verleden een klein beetje informatie te geven over wat er in de toekomst staat te gebeuren. Je wilt weten wat dat precies is en dus lees je verder.
Ook zorgt het perspectief voor plezier in het lezen. Omdat de opbouw van het verhaal een beetje verwarrend is moet er niet een heel lastig perspectief bij zitten. Een ik-perspectief zorgt er voor dat je alles vanuit een persoon ziet en dit maakt het verhaal makkelijker en realistisch. Deze realiteit in het verhaal zorgt er ook voor dat emoties en gedachten veel beter op je over komen en dat maakt het lezen van dit boek ook leuker.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.