Een hart van steen door Renate Dorrestein

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 2586 woorden
  • 5 december 2006
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 7 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1998
Pagina's
238
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Een hart van steen
Shadow

De twaalfjarige Ellen is de enige van de vier kinderen uit het saamhorige gezin Van Bemmel die de gezinsuitbreiding met grote ongerustheid tegemoet ziet. Want stel dat de banvloek die zij over haar nieuwe zusje heeft uitgesproken werkelijkheid wordt.

Vijfentwintig jaar later keert Ellen, als enige nog levende Van Bemmel, terug naar haar ouderlijk huis. Zij is zwang…

De twaalfjarige Ellen is de enige van de vier kinderen uit het saamhorige gezin Van Bemmel die de gezinsuitbreiding met grote ongerustheid tegemoet ziet. Want stel dat de banvloek …

De twaalfjarige Ellen is de enige van de vier kinderen uit het saamhorige gezin Van Bemmel die de gezinsuitbreiding met grote ongerustheid tegemoet ziet. Want stel dat de banvloek die zij over haar nieuwe zusje heeft uitgesproken werkelijkheid wordt.

Vijfentwintig jaar later keert Ellen, als enige nog levende Van Bemmel, terug naar haar ouderlijk huis. Zij is zwanger en aan bed gekluisterd omdat een miskraam dreigt. Bladerend in het oude fotoalbum probeert ze antwoord te vinden op de vragen die haar eigen kind haar later zal stellen: 'Heb ik dan geen oma, mama? Geen opa? Heb ik geen familie? Hoe komt dat?

Een hart van steen door Renate Dorrestein
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: Een hart van steen
Auteur: Renate Dorrestein

Eerste reactie van het boek:
Ik heb dit boek uitgekozen, omdat ik wel eens een boek van een Nederlandse schrijver / schrijfster wilde lezen. Ik zocht op internet naar een paar goede boeken van Nederlandse schrijvers en vond de titel van dit boek.
Ik had nog niet veel verwachtingen van het boek, want ik kende de schrijfster Renate Dorrestein nog niet. Wel verwachtte ik dat er typische Hollandse termen in voor zouden komen, die een niet-Hollander niet zo snel zou begrijpen.

Nu ik het boek gelezen heb, ben ik van plan om meer boeken van Renate Dorrestein te gaan lezen. Toen ik begon met lezen, boeide het boek me al meteen. Ik heb het in anderhalf uur tijd gelijk achter elkaar door uitgelezen.

Ik vond het een erg goed boek, met een goede verhaallijn. Het onderwerp van het boek is een onderwerp wat de meeste mensen wel aanspreekt. Ook mij sprak het erg aan, het zette me aan het denken.

Samenvatting van het boek:
Hoofdpersoon is de 37-jarige patholoog-anatoom Ellen van Bemmel. Ze heeft een tijdje onbetaald verlof genomen en het voormalig ouderlijk huis gekocht, een villa in een buitenwijk van Haarlem. Ze neemt haar intrek in het souterrain, later in de portiersloge.
Ellen is zwanger van een wildvreemde man. Na haar scheiding van Thijs Kamerling, meer dan een jaar geleden, is ze bewust alleenstaand. Ze besluit de tuin op te knappen en krijgt hulp van Bas Veerman, de vroegere conciërge van haar vader die nu bij de Intratuin werkt. Vanwege een dreigende miskraam moet ze op een gegeven moment een aantal maanden bedrust houden. Gedurende die tijd krijgt ze hulp van Lucia, die met haar drie dochtertjes ( Samantha, Vanessa en Rochelle) tijdelijk bij haar in huis in komt wonen, op advies van arts Jan Bramaan.
Aan de hand van foto’s kijkt de verbitterde en getraumatiseerde Ellen terug op haar leven en dat van haar familieleden, waarin zich vijfentwintig jaar geleden een verschrikkelijk drama heeft afgespeeld. Haar ouders, Frits van Bemmel en Margje de Groot, vermoordden toen drie van hun vijf kinderen en sloegen vervolgens de hand aan zichzelf. Door een gelukkig toeval zijn Ellen en haar jongste broertje Michiel (ook wel Carlos genoemd) aan dat gruwelijke lot ontsnapt.
Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en hoe haar ouders tot hun daad gekomen zijn. Bladerend in het fotoalbum reconstrueert ze het verleden en de toedracht rond de moord.


Toen Ellen zo’n twaalf jaar oud was vormden de Van Bemmels nog een gelukkig gezin, met vier kinderen: de vijftienjarige Sybille (Billie), de iets jongere Kester (Kes), Ellen en de driejarige kleuter Carlos ( Michiel). Er was een vijfde kind op komst, tot groot ongenoegen van de kinderen.
Ellens ouders leidden een knipselbureau aan huis, dat gespecialiseerd was in americana en vooral werkte met studenten, die voor hen de artikelen uitknipten.
Op Ellens twaalfde verjaardag sloeg het noodlot toe. Carlos kreeg een ketel kokend water over zich heen en verbrandde zijn keel, borst en linkerarm. Toen hij eindelijk uit het ziekenhuis kwam, was hij in Ellens ogen een volkomen ander kind geworden. Het vijfde kind werd Ida genoemd, een naam die door Ellen bedacht was en haar afkeer van het kind uitdrukte. Ida was een spuug- en huilbaby, die iedereen de stuipen op het lijf joeg met haar gekrijs. Ze bleek een maagvernauwing te hebben. Toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, begon de moeder zich vreemd te gedragen. Ze verdacht haar familieleden ervan dat ze haar baby wilden stelen en maakte een hevige scène.

Margje mishandelde de baby op allerlei manieren, maar niemand (behalve Ellen) had iets in de gaten. Ze liet de kinderen bidden, eerst tot god, later tot zichzelf, om te vragen het kwaad uit hun kleine zusje te drijven.
Ida (later Sophie genoemd) moest een beenmergpunctie ondergaan en de artsen hadden geen verklaring voor de botbreuken, inwendige kneuzingen, vurige huiduitslag en diarree. Frits maakte zich slechts wat zorgen over zijn vrouw, omdat ze niet in haar gewone doen was.
Rond Pasen deed Margje plotseling weer normaal en begon de baby te blaken van gezondheid. Het vroegere gelukkige gezinsleven leek teruggekeerd te zijn. Maar toen het weer na een paar dagen omsloeg, werd Margje treurig en maakte ze opmerkingen als: ‘Het is zover’ en ‘We zullen ervoor zorgen dat jullie niet lijden’( p 203-204). Samen met Ellen maakte ze voor iedereen een schoteltje met ‘vitaminepillen’ klaar (slaaptabletten en valium die ze had opgespaard). Die avond, 6 april 1973, was Ellen tijdens het toetje opgestaan om haar hond Orson uit te laten. Toen ze na ruim een uur terugkwam, trof ze in de keuken de levenloze Billie en Kester aan, met dichtgebonden plastic zakken over hun hoofd. Haar ouders bevonden zich op de bank in de serre; Ida lag in een vuilniszak op het aanrecht. Ze hoorde Michiel onder de tafel in zijn plastic zak hoesten en sleepte hem naar de kelder, Bas vond hen daar de volgende morgen en alarmeerde de politie.

Na de moordpartij kwamen Ellen en Michiel in internaat De Eenhoorn tercht; hond Orson werd naar een asiel gebracht. De aanpak van Sjaak en Marti, hun begeleiders, had weinig effect en werkte vaak averechts op de getraumatiseerde kinderen. Michiel werd al snel geadopteerd door de heer en mevrouw Kamphuis uit Beverwijk, tot woede en verbijstering van Ellen, die zijn vertrek nog had proberen te belemmeren door er op kerstavond met hem vandoor te gaan.
Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten. Na een verplicht bezoek aan het kerkhof raakte Ellen ervan overtuigd dat ook zij onder de hartvormige grafsteen had moeten liggen. Ze nam zich voor haar ouders te laten zien dat zij haar leven waard was.

Ellen bleef tot haar achttiende in het internaat en ging toen op kamers wonen. Ze riep de hulp in van verschillende psychiaters ( onder ander Marco) om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken, maar zonder veel succes. Ze had voortdurend migraine, schuimde ’s nachts de cafés af en stortte zich “als een vod in ieder paar armen’ dat ze tegenkwam (p. 171).
Halverwege haar studie medicijnen hoorde ze tijdens een college gynaecologie voor het eerst iets over de postnatale depressie en de kraamvrouwenpsychose, de ergste vorm daarvan. Toen ging haar een licht op: als haar moeders toestand na de geboorte van Ida tijdig was herkend en haar simpelweg de juiste medicijnen ( progesteron) had voorgeschreven, had er nooit een tragedie hoeven plaatsvinden! Dit inzicht werkte als een bevrijding: niemand had iets fout gedaan. Maar, waarom had haar vader geen vinger uitgestoken?

Bas laat Ellen kort daarna een memo van haar vader zien, gedateerd 6 April 1973, waaruit blijkt dat hij Bas had gevraagd een vakantiereis voor twee personen te boeken naar Florida. Volgens hem moet er daarom sprake zijn van een onbekende moordenaar, maar Ellen gelooft daar niets van: haar ouders hielden alleen van elkaar, de kinderen waren slechts een ‘bijproduct’(p. 213); hun gezamenlijk dood was hun ultieme romantische ideaal. Later blijkt dat haar vader verdoofd was door de medicijnen en niks van het plan van haar moeder afwist.

Thema en motieven:
Er zijn meerdere thema’s in dit boek. De ziekte waar de moeder aan leidt, postnatale psychose, is een belangrijk thema. Maar ook de problemen binnen de familie zelf zijn een thema.
Verder lees je over Ellens leven als volwassene, na de erge gebeurtenis. Ze loopt bij verschillende psychiaters en heeft last van stemmen in haar hoofd. Ook dit is een thema.

Een belangrijk motief in dit boek is de naamgeving. De hoofdpersoon Ellen, gelooft er in dat als iemand een naam heeft die niet bij diegene past, het noodlot diegene niet kan vinden. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:
’Ida rijmt op malaria, en als je er een paar letters bij gooide, kreeg je diarree’. (blz. 16)
De naam Ida verzon Ellen voor haar zusje, omdat ze niet nog een familielid erbij wou. Later toen ze haar kleine zusje aardig begon te vinden, stond dit stukje in het boek:
Ze zwaaide wanhopig met haar gebalde vuistjes. Verlos me, Ellen. ‘Sophie,’ fluisterde ik opgetogen. Sophie rijmde op een twee drie, klim eens op mijn knie. Sophie was een echte zusjesnaam. Voor een Sophie hoefde je niet bang te zijn. ’Sophies hadden geen kwaad in de zin’. (blz. 136) ’Als je naam niet klopte, was je kansloos tegenover het noodlot’. (blz. 26)

Het andere motief is de postnatale psychose van haar moeder. Door Ida’s geboorte ontwikkelt deze ziekte zich dus bij haar moeder. Pas jaren later, als ze op de universiteit zit, hoort ze in een college over de ziekte. Pas dan begrijpt ze waar haar moeder aan leed en dat haar moeder het dus niet expres deed. Na dit college vergeeft ze haar moeder eindelijk en ze kan ook zichzelf vergeven.

Maak een top-5 van citaten uit het boek dat je gelezen hebt. Geef bij elk citaat aan waarom je dit citaat hebt gekozen.

- "Als je er even bij stilstond, werd je gek. Een lekke band, een gemiste trein, een verloren zakdoek: uit de kleinste en meest banale voorvallen was de gehele mensheid voortgekomen! Geslachten regen zich als ogenschijnlijke solide ketens door de tijd, maar elke schakel had voor hetzelfde geld een andere kunnen zijn. Wie waren wij, die ons mensen noemden? Een ordeloze bende willekeurige genen.’’ Ik heb dit citaat gekozen, omdat als je over deze zinnen nadenkt, het leven inderdaad erg veel op toeval berust. De kleinste handeling die je maar doet kan de rest van je leven bepalen.

- "Ergens ter wereld stapte Kissinger nu uit een vliegtuig om vredesonderhandelingen te beginnen, en nog voordat iemand had kunnen zeggen:’Hello mister’, viel zijn gezicht met de optimistische glimlach onder het golvende haar al in honderden snippers uiteen. Tell us, Henry, didn’t you hate being torn up? No, actually, Ellen, I enjoyed every minute of it.’’ Dit citaat heb ik gekozen, omdat Ellen die laatste zinnen het hele boek door blijft gebruiken, steeds op momenten waarbij het goed aansluit. Aan dit citaat zie je ook goed dat ze erg intelligent voor haar leeftijd is.

- "Bij het zien van de foto’s van waterige embryo’s met grote hoofden en weerloze, opgekrulde ruggetjes kreeg ik zowat een aanval van claustrofobie. Dat ik die opsluiting had overleefd, kwam me hoogst onwaarschijnlijk voor, maar het deed me een boosaardig genoegen dat Ida daar nu zowat zat te stikken.’’ Ik heb dit citaat gekozen, omdat je in dit stukje goed ziet dat ze haar zusje Ida niet mag. Ook zie je weer terug hoe diep ze over dingen nadenkt, dingen waar bij een normaal mens niet stilstaat.

- "Ze heeft haar meisje zo moeten kwellen omdat God het wilde. Maandenlang heeft ze gedaan wat ze kon om de zonde uit dat tere lichaam te verdrijven en Ida's omgeving te zuiveren, Maar niets was goed genoeg voor God. Geen offer, hoe zwaar ook, volstond voor Hem. Hij kende geen genade. Wat kon ze in haar wanhoop anders doen dan Hem voor Zijn afzijdige houding straffen door zelf Zijn plaats op Zijn troon in te nemen? Niets Genadige God! Genadige mama, dat was de waarheid. Ze legde het Ida fluisterend uit terwijl ze een appelboor in haar vagina dreef.’’ Als je dit stukje tekst leest, lees je het gewoon rustig door, terwijl je bij jezelf denkt: ‘die moeder is niet goed bij haar hoofd’. Maar als je dan bij het laatste zinnetje aankomt, dringt het pas echt tot je door hoe ernstig de moeder er eigenlijk aan toe is. Dit soort van schrijven past de schrijfster vaak toe.

- "Nu eens had ik een anale persoonlijkheidsstructuur, dan weer een bipolaire. Er was geen etiket of ik torste het wel een tijdje met me mee, zoals en leproze vroeger zijn ratel. Soms zei ik in de mensa of op straat hardop tegen mezelf: ‘Ik ben Ellen van Bemmel’, en geloofde het zelf nog maar half.’’ Dit stukje geeft goed weer hoe Ellen er eigenlijk aan toe is: de psychiaters weten niet goed hoe ze haar ziekte moeten omschrijven, Ellen zelf weet niet eens meer wie ze is.

Stel je voor dat je de schrijvers / schrijfster van het boek bent. Aan welke passage(s) heb je het meeste plezier beleefd en waarom?
Aan de laatste passages van het boek. Daarin worden alle losse eindjes aan elkaar vastgeknoopt. Er wordt uitgelegd hoe het die avond gegaan is, hoe de moorden zijn gepleegd, waarom Ellen het heeft overleefd, hoe haar vader zich voelde, enz. Ellen vergeeft ook op het einde van het boek haar ouders, voor de moorden op haar broertjes en zus. Tenslotte verdwijnen de stemmen in haar hoofd ook nog op het eind, omdat ze eindelijk vrede heeft kunnen vinden met haar verleden.
Daar zou ik het meeste plezier aan hebben beleefd, omdat je dan eindelijk alles duidelijk maakt voor de lezers, en het gevoel kunt hebben dat je een goed en duidelijk aflopend boek hebt geschreven.

Eindoordeel:
Ik moet toegeven dat ik voordat ik begon met lezen, een vooroordeel had over boeken van Nederlandse schrijvers / schrijfsters. Meestal zijn die boeken erg langdradig en veel te gedetailleerd. Maar dit was echt een heel goed boek.
Het was gemakkelijk te lezen, maar niet té gemakkelijk. Er staan heel veel stukjes in waarover je, ook al heb je het boek uit, toch blijft nadenken. Bijvoorbeeld dit citaat:
‘’Als je er even bij stilstond, werd je gek. Een lekke band, een gemiste trein, een verloren zakdoek: uit de kleinste en meest banale voorvallen was de gehele mensheid voortgekomen! Geslachten regen zich als ogenschijnlijke solide ketens door de tijd, maar elke schakel had voor hetzelfde geld een andere kunnen zijn. Wie waren wij, die ons mensen noemden? Een ordeloze bende willekeurige genen.’’

Het was een erg origineel boek, met een onderwerp waarover ik nog nooit gehoord had. Maar ook al was het erg origineel, er waren ook nog genoeg situaties waarin ik mezelf herkende. Bijvoorbeeld bij citaten zoals hierboven: zulke gedachtes heb ik ook vaak. Ook de ruzies binnen het gezin, de gezellige momenten tijdens het eten waren herkenbaar.

Wat ook nog een pluspunt aan het boek is, is dat het boek niet in chronologische volgorde stond, maar toch wel erg duidelijk te volgen was. De meeste boeken worden dan onduidelijk en langdradig. Maar hierbij waren er op de juiste momenten flashbacks, ze pasten goed in het stuk.

De titel is ook goed gekozen, het heeft meerdere betekenissen, als je het boek tenminste goed gelezen hebt. Ten eerste verwijst de titel ‘een hart van steen’ natuurlijk naar de moeder. Ze bedacht koelbloedig een plan om haar vijf kinderen te vermoorden en voerde deze ook (bijna helemaal) uit. Maar ten tweede verwijst de titel ook naar het graf waarin de familie ligt. De vorm van het graf is namelijk de vorm van een hart, en het materiaal waarvan het graf gemaakt is, is steen.

De boodschap die de schrijfster wil overbrengen, is niet erg duidelijk. Ik denk dat ze in ieder geval de ziekte van de moeder onder de aandacht wil brengen. Verder wil ze je misschien duidelijk maken dat je blij moet zijn als je leeft in een gezellig en hecht gezin.

Ik vind dat het de schrijfster goed gelukt is om haar boodschap over te brengen. Het is een goed emotioneel boek geworden. Ik ben zeker van plan om in het vervolg meer boeken van Renate Dorrestein te gaan lezen.
Als ik dit boek een cijfer moest geven, zou ik het een 9+ geven!

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Een hart van steen door Renate Dorrestein"