Een hart van steen - Renate Dorrestein

Samenvatting
Ellen van Bemmel leek voor lange tijd in een gelukkig en normaal gezin op te groeien. Ze woonde in een villa in een buitenwijk van Haarlem en deelde haar kamer met haar zus Billie (Sybille), haar broer Kes (Kester) en haar kleine broertje Carlos (Michiel). Haar ouders hielden samen een knipselbureau aan huis gaande dat vooral gericht was op Amerika. Toen haar moeder (weer) zwanger werd begonnen de tijden te veranderen.

Ellen had totaal geen behoefte om de kamer met nog een broertje of zusje te delen en toen Carlos op haar verjaardag een ketel heet water over zich heen kreeg omdat hij de eerste schopjes van het kindje in de buik wilde voelen was de lol er voor haar al helemaal vanaf. Ze bedacht een naam voor het kindje, de lelijkste die ze kon verzinnen. Ida. Haar vader vond het afschuwelijk genoeg een goed idee en zo zou het meisje uiteindelijk heten. ‘Heftige stemmingswisselingen, verlies van het contact met de werkelijkheid, hallucinaties, wanen, irreële angsten en overbezorgdheid, verandering van persoonlijkheid en gedrag, gewelddadige neigingen jegens jezelf en anderen.’ Dit zijn de verschijnselen die Ellens moeder Margje begon te vertonen na de geboorte van Ida. De rest van het gezin zag het ongelovig aan en ze wisten niet wat ze er aan konden doen.

Pas vele jaren later toen Ellen haar zoveelste psychiater raadpleegde kreeg zij de waarschijnlijke oorzaak van haar moeders gedrag te weten. Een psychische aandoening na de zwangerschap met hormonale oorzaak. Margje was extreem overbezorgd naar Ida en dacht dat het kind door de duivel bezeten was. Ze was wanhopig en wist niet of God haar gebeden nog wilde horen. Naar wie moesten ze dan bidden? Haarzelf?
Uiteindelijk kon ze nog maar een oplossing zien om met haar gezin te ontsnappen van het onheil dat zich over hen uitspreidde. Met de zin: “We zullen ervoor zorgen dat zij niet lijden.” overtuigde zij zichzelf dat het het beste was om het gezin te offeren, om samen de stralende eeuwigheid in te kunnen gaan.

Op een avond werd het plan uitgevoerd. Ellen hielp haar moeder met het voorbereiden van bordjes met ‘vitamine’pilletjes die ze allemaal bij het avondmaal zouden slikken. Ze probeerde haar moeder niet van gedachte te veranderen om de vrede die onlangs geheel leek te zijn teruggekeerd te bewaren. Toen haar hond nog voor het toetje hysterisch begon te blaffen en maar niet wilde bedaren, besloot ze met hem te gaan wandelen. Ruim een uur bleef ze weg en toen ze terugkwam trof ze daar Billie en Kes aan, scheefgezakt in hun stoel met een plastic zak om hun hoofd. Carlos zat onder de tafel en zodra het tot haar doordrong dat haar oudere broer en zus dood waren sleurde ze hem mee naar de kelder en draaide de deur op slot. Angstig wachtte ze daar af totdat de conciërge van haar vaders bedrijf, Bas op kwam dagen voor zijn werk en het huis in deze toestand aantrof.

Ellen en Carlos kwamen in een weeshuis terecht, maar Carlos werd al gouw geadopteerd en ze onderhield uiteindelijk weinig contact met hem. Hij was nu immers niet echt haar broertje Carlos meer. Op 37-jarige leeftijd besluit Ellen haar ouderlijk huis te kopen als ze bij toeval ziet dat hij te koop staat. Ze is gescheiden van haar man Thijs en intussen zwanger van een onbekende. Hier in dit huis en met haar kind op komst, dat onvermijdelijk zal vragen waarom het geen opa en oma heeft, denkt ze veel na over wat er is gebeurd. Bladerend in een oud fotoboek probeert ze de dingen op een rijtje te zetten en te verwerken wat zij in het verleden heeft meegemaakt. Bij een bezoekje aan een tuincentrum voor het renoveren van haar inmiddels vervallen tuin komt ze Bas tegen. Na deze ontmoeting komt hij haar nog geregeld in de tuin helpen tot ze een keer ruzie krijgen. Dezelfde dag nog dreigt Ellen haar baby te verliezen en ze zal nog een lange tijd in bed moeten blijven liggen om te herstellen van de bijna miskraam.

Er wordt een deal gesloten met ene Lucia, een vrouw met drie kinderen die door haar man mishandeld werd. Zij met haar drie dochters zal bij Ellen in huis mogen schuilen voor het geweld van haar man en in ruil daarvoor verzorgt ze Ellen die niet de kracht heeft om zichzelf op de been te houden. Bas probeert verscheidene keren contact met Ellen op te nemen, maar ze kan niet reageren in verband met de veiligheid van Lucia. Al gauw nadat zij het huis verlaten heeft laat Ellen Bas weer eens langs komen. Er is iets dat hij eigenlijk al voor lange tijd met haar wilde bespreken. Het schijnt dat haar vader, Frits, vlak voor de moorden een notitie had achtergelaten met het plan voor hem en z’n vrouw een reis te boeken. Al die jaren had Ellen haar vader er van moeten verdenken dat hij medeverantwoordelijk was voor het drama dat zich had afgespeeld. Het nieuwe inzicht dat hij er niets mee te maken had gehad geeft haar het impuls om zichzelf bij elkaar te rapen en haar verleden los te laten.


Analyse

1. Thema
Ellen heeft een traumatische jeugd gehad en heeft dat nooit goed verwerkt. Ze is zichzelf nu aan het terugvinden door het opnieuw te verwerken, ze kan haar moeder beter begrijpen en de gebeurtenissen verklaren en daardoor heeft zij nu rust kunnen vinden.


2. Motieven
In dit verhaal draait het om verschillende motieven. Postnatale psychose waar Margje aan lijdt, is er één van. Door die psychose is het leven van dit gezin geëindigd in de dood.

Het familiedrama zelf is ook een motief. Steeds wordt er naar verwezen en stukje bij beetje begrijp je wat er precies gebeurd is. Ellen moet uit haar levenscrisis komen, gedurende het verhaal komt ze in het reine met haar verleden.

Naamgeving is een belangrijk motief. Ellen gaf haar zusje de naam Ida omdat ze haar zusje niet mocht en om zo haar kwaad uit te spreken. (Ida rijmt op malaria en als je er een paar letters bijvoegt krijg je diarree.) Later wordt Ida’s naam veranderd in Sophie om het toch weer goed te maken. Ook Frits is bezig met naamgeving, hij geeft alle artikelen een naam en zet boven alle foto’s in het gezinsfotoboek een titel.

Ook belangrijk is het overwinnen van het doemdenken, Ellen heeft een hele sterke noodlotsgedachte. Ze gelooft sterk in het noodlot en in toeval. Ook bij haar moeder is dat het geval, op haar moeder zijn vooral de begrippen vloek, duivel, kwaad en godsdienst waanzin van toepassing.


3. Titel
Er zijn 2 titelverklaringen.
1. De stenen grafsteen op het graf van de familie van Bemmel heeft de vorm van een hart. (vindt Ellen)
2. Door alle nare gebeurtenissen die Ellen heeft meegemaakt, heeft ze een hart van steen gekregen. Ellen heeft veel moeite om alles een plaats te geven in haar leven. Ze heeft altijd alles van zich afgezet, om er niet meer aan te hoeven denken. Door net te doen of er niks gebeurd is, maakt ze als het ware een schilt om zichzelf heen. Dit om zichzelf te beschermen tegen de buitenwereld. Voor haar omgeving komt ze dan heel gevoelloos over, alsof ze geen hart heeft, oftewel "Een hart van steen".


Motto
Het motto staat voorin het boek:

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam,
NEELTJE MARIA MIN
`Mijn moeder is mijn naam vergeten’

De dag dat haar moeder het hele gezin ombracht, was ze Ellen simpelweg vergeten. In haar paniek had ze niet meer opgelet. “In haar paniek en opwinding heeft mijn moeder me niet gemist. Mijn bestaan was haar eenvoudig ontschoten. Als ze ook maar één tel had kunnen pauzeren om te denken: Ellen!, dan had ik dat drie kilometer verderop, op het stille strand, gevoeld of misschien zelfs gehoord. Maar mijn moeder is mij vergeten.”


4. Personages
Hoofdpersoon: Ellen van Bemmel
Ellen is de zus van Kester, Michiel, Sybille, en Ida. Frits en Margje zijn haar ouders en Thijs is haar ex-man. Bas was vroeger de conciërge van de familie van Bemmel, maar is nu een goede vriend van Ellen geworden. Ellen is een klein meisje dat, in tegenstelling tot de andere kinderen van de familie, erg op haar vader lijkt. Ze kan heel goed met haar vader overweg, hier is ze dan ook heel trots op. Toen het drama zich afspeelde was ze 12 jaar. Ze was in haar jeugd een vrolijk en ondernemend kind. Ze was heel intelligent en ondernemend. Ze had al bij voorbaat een hekel aan Ida, het ongeboren kind. Na de tragedie wordt ze harder. Tegenover zichzelf, maar ook tegenover anderen. Ellen kan heel kortaf en gemeen reageren. Ook is ze onzekerder geworden. Ze ziet verschijningen van Kester en Sybille, haar overleden broer en zus. Ze doet precies wat zij haar opdragen, bang om ze te verliezen, dat ze echt ‘sterven’. Uiteindelijk kiest Ellen voor haar eigen leven en laat ze haar familieleden los. Haar ontwikkeling in het verhaal is dus dat ze verandert van een vrolijk meisje in een snauwerige onzekere vrouw die ‘achtervolgd’ wordt door haar verleden

Bijpersonen:
Kester (Kes) van Bemmel is de broer van Ellen, Michiel, Sybille en Ida. Margje en Frits zijn zijn ouders. Hij is iets jonger dan Sybille als het drama zich afspeelt. Hij is een beetje vies en stinkt en is niet echt knap. Kester heeft pukkels en zwarte haren op zijn tenen.

Michiel (Carlos) van Bemmel is de broer van Ellen, Sybille, Kester en Ida. Frits en Margje zijn zijn ouders. Carlos is 3 jaar als het familiedrama zich afspeelt. Hij heeft zijn huid verbrand door een ongelukje op Ellens twaalfde verjaardag en heeft altijd dezelfde coltrui aan. De kinderen van de familie Van Bemmel noemen hem Carlos, omdat hij als baby heel erg op prins Charles leek. Hij vraagt altijd waarom dingen zo zijn. Over zijn karakter kan je verder niet zoveel zeggen, omdat hij nog erg jong is.

Sybille (Billie) van Bemmel is de zus van Ellen, Kester, Michiel en Ida. Ze is de dochter van Frits en Margje. Zij is 16 jaar als de tragedie plaatsvindt. Ze heeft lang, zwart haar en ze heeft een moedervlekje bij haar mondhoek. Ze heel ijdel. Ze leert Ellen veel dingen: hoe je moet roken en hoe je je nagels lakt. Ellen ziet haar als haar grote voorbeeld. Later, als Ellen haar als een soort geest terugziet, is ze heel onsympathiek. Ze gunt Ellen niets meer.

Ida van Bemmel is het zusje van Ellen, Sybille, Kester en Michiel. Ze is de dochter van Frits en Margje. Ida is nog maar een baby als ze wordt vermoord. Ida heeft grote, donkere ogen. Ze is een spuug- en huil baby. Over haar karakter kan je niet zoveel zeggen, behalve dan misschien dat ze veel wilskracht heeft.

Frits van Bemmel is de vader van Ellen, Kester, Sybille en Ida. Hij is getrouwd met Margje. Hij draagt een bril. Hij runt samen met zijn vrouw het knipselbureau Van Bemmel, dat gespecialiseerd is in Amerika. Frits heeft een paar tics. Hij houdt van wandelen en neemt zijn kinderen altijd mee. Hij is een hardwerkende man, maar ook een goede vader. Frits maakt zich wel zorgen over Margje, maar hij denkt dat het wel overgaat. Hij was vroeger heel arm. Hij is helemaal niet ad rem.

Margje van Bemmel is de moeder van Ellen, Sybille, Kester en Ida. Ze is getrouwd met Frits, met wie ze een knipselbureau runt. Ze is niet echt knap. Ze heeft een goede huid, zwart haar, onregelmatige trekken, volle lippen, een scheve neus en diepliggende ogen. Ze had vroeger altijd het gevoel dat haar leven niet het hare was, dat ze iets miste. Als haar vijfde kind Ida geboren wordt, draait ze helemaal door. Ida is meteen na haar geboorte al ziek en Margje vermoedt dat ze bezeten wordt door de duivel. Ze mishandelt Ida daarom heel erg. Later blijkt dat ze waarschijnlijk kraamvrouwenpsychose had.

Bas Veerman was vroeger de conciërge van de familie Van Bemmel. Nu is hij een goede vriend van Ellen geworden. Hij heeft rimpels, draagt zijn haar in een staartje en is eind veertig. Hij werkt bij de Intratuin, de plek waar Ellen en hij elkaar na al die tijd weer voor het eerst zien. Bas is een beetje depressief. Hij is heel zorgzaam en maakt zich dan ook zorgen als Ellen een hele tijd niets meer van zich laat horen.

Thijs Kamerling is de ex-man van Ellen en is architect. Hij is heel erg nieuwsgierig naar Ellens achtergrond, maar zij laat er niets over los. Hij is heel erg lief en zorgzaam en was helemaal kapot toen Ellen bij hem wegging.


5. Tijd en ruimte
Het verhaal speelt zich af: In en rond het ouderlijk huis van Ellen. Lijsterlaan 11, bij Intratuin en weeshuis ‘de Eenhoorn’.

Er zijn 4 periodes in dit boek.
1. Het leven van Frits en Margje nog voor Ellens geboorte: de ontmoeting, de trouwerij en Sybilles eerste dagje op het strand. (1956 of 1957 tot en met 1959)
2. De periode van de aankondiging van Ida tot aan de moorden van Ellens moeder. (rond 1972)
3. Ellens leven tijdens het verblijf in het weeshuis, De Eenhoorn en gedeelten van hoe haar leven zich daarna nog ontwikkelde. (1973 en verder tot de ‘tegenwoordige tijd’)
4. De tegenwoordige tijd. (rond 1988)

Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Er zijn veel flashbacks. Af en toe zijn er verwijzingen naar de toekomst. In een flashback wordt er bijv. gesproken over het ‘naderende onheil’.

Er zijn zowel tijdsvertragingen als tijdverdichtingen. De verschillende tijden geven spanning.
Je wordt langzaam voorbereid op het moment waarop je de waarheid te weten komt. Door de vertragingen en af en toe te versnellen wordt je erg nieuwsgierig.

De verteltijd is 205 bladzijdes. De vertelde tijd is ongeveer 8 maanden met veel flashbacks.


6. Structuur
Aan het eind van het verhaal is er een epiloog.

Het einde is gesloten. Ze heeft haar verleden achter zich gelaten.

Er zijn 6 hoofdstukken met de titels:
• Studietijd Frits, najaar 1956 of 1957
• Sybilles eerste dagje op het strand, augustus 1959
• Ida’s doopplechtigheid, 4 september 1972
• Kester, Ellen en Bas, Thanksgiving, 28 november 1972
• Ida (door Kesters telelens!), winter 1972-1973
• Michiel en zijn Lego-kasteel, 31 maart 1973

Het zijn allemaal herinneringen. Ellen kijkt terug op haar leven voor de moorden.


7. Perspectief en verteller
Ik-perspectief en de verteller is Ellen van Bemmel.


8. Stijl
De stijl is eenvoudig met korte zinnen. Er zijn niet veel dialogen omdat het vooral flashbacks zijn die voorkomen met af en toe dialogen erin.


9. Literatuurgeschiedenis
Renate Dorrestein wordt in 1954 geboren in Amsterdam. Als journaliste begint ze haar loopbaan bij het weekblad Panorama. Ze schrijft romans, columns en autobiografische verslagen. Haar eerste boek is de verhalenbundel Voorleesboek voor planten in 1976, maar bekendheid krijgt ze pas met haar eerste roman De buitenstaanders in 1983. Haar romans zijn altijd als feministisch te herkennen en thema's als het idee dat vrouwen pas voor vol worden aangezien als ze getrouwd zijn en een kind hebben, komen regelmatig aan bod. Mannen spelen slechts bijrollen in haar romans. De dood van haar zusje is ook een belangrijk thema. Hierover schrijft ze in de autobiografische roman Het perpetuum mobile van de liefde (1988). Nadat Dorrestein de ziekte ME (chronische vermoeidheid) heeft gekregen, is ook ziekte en het sociaal isolement waarin zieke mensen zich vaak bevinden een hoofdthema in haar werk.
Ook in dit boek spelen mannen een bijrol. De ziekte van haar moeder die de oorzaak is van het drama dat zich afspeelde is ook in haar werk terug te vinden.


10. Eigen mening
Ik vond het onderwerp interessant, geen doorsnee onderwerp. Het is een heel bizar verhaal. Het heeft me niet aan het denken gezet omdat het onderwerp geen echte raakvlakken met mij heeft. Er is een duidelijke verhaallijn met veel flashbacks die het heel spannend maken en je nieuwsgierig maken naar wat er nou eigenlijk is gebeurd. Het verhaal is boeiend, niet herkenbaar en dramatisch. Het maakte wel indruk op mij. Ellen moet heel veel hebben doorgemaakt. De opbouw was niet ingewikkeld, er wordt naar de ontknoping toegewerkt met uiteindelijk de losmaking van het verleden. De personages in het boek gingen voor me leven, maar ik leef me altijd in in een boek dus ik weet niet of dat de verdienste is van de schrijfster. Enkele personages zijn herkenbaar en andere weer niet. De moeder van Ellen en Ellen zelf. Ik heb niet zoiets meegemaakt dus het is niet herkenbaar voor mij. Het is wel geloofwaardig. Ik vond Ellen niet bijzonder sympathiek. Door wat er is gebeurd, is ze heel afstandelijk en gemeen geworden. Het boek is niet voorspelbaar. Je weet dat er zich een drama heeft afgespeeld, maar je weet niet hoe en waarom. Ik ben niet door ze beïnvloed. Het taalgebruik leverde geen moeilijkheden op. Het was makkelijk doorleesbaar en vloeiend. Ik vond het boek erg interessant en heel apart. Het was wel leuk om te lezen.


Deskundige mening en recensie
Bron: Elsevier
Publicatiedatum: 14-02-1998
Recensent: Doeschka Meijsing
Recensietitel: Allejezusgezellig

(Inleiding) Er ontwikkelt zich een neiging in me om de romans van Renate Dorrestein niet meer serieus te nemen. Hoe komt dat? Zijn feiten daar verantwoordelijk voor? Zoals dat Dorrestein, sinds haar debuut Buitenstaanders uit 1983, véértien romans heeft geschreven, dat wil zeggen één per jaar? Dat, terwijl ze in het openbaar veel heeft gesproken en geschreven over de ziekte ME waaraan ze lijdt? Maar Vestdijk schreef ook zoveel en leed aan depressies. Is het omdat manische depressiviteit me een andere diagnose lijkt dan ME? Maar ik ben geen dokter. Het gaat hier over literatuur. Is het omdat alle actuele vrouwen-problemen aan bod komen, incest, ontrouw, ongehuwd moederschap, onbekend vader-schap, getraumatiseerde jeugd? Maar ik ben geen socioloog. Toch is er iets aan de hand met Dorresteins keuze van onderwerpen. Natuurlijk kun je van elke schrijver zeggen dat er een eigen thematiek wordt ontwikkeld, grimmig en eigenzinnig. Maar van geheimzinnigheid en verrassing is bij Dorrestein geen sprake. De lezer denkt: o ja, over zo'n geval heb ik laatst nog in de krant gelezen, het kwam in een of andere Oprah Winfrey-aflevering voor - eens kijken wat voor verhaal Dorrestein ervan heeft gemaakt. Zo moet je als schrijfster met de klok van de krant meeschrijven - doodvermoeiend.

(Kern) In haar nieuwe roman Een hart van steen is het weer zover. Dit keer gaat het om postnatale depressie, een nog niet zo lang bekende diagnose. Het verhaal wordt verteld door de volwassen, zwangere Ellen. Geen man. Weinig vrienden. De herinnering van Ellen gaat vooral terug naar haar twaalfde levensjaar, kind te midden van een gelukkig, wat slordig maar compleet gezin. Ze beseft 'hoe gelukkig mijn jeugd op de keper beschouwd was geweest'. De lezer voelt het zo na, het hele boek door: wat een gezellig gezin! Ook al weet de lezer al heel spoedig meer: 'Mijn verleden bestaat in de ogen van anderen altijd alleen maar uit die ene, allesoverheersende tragedie die zich hier heeft afgespeeld.' De lezer weet dat de tragedie bestaat uit het feit dat de moeder drie van haar vijf kinderen, haar man en zichzelf heeft vermoord, oorzaak: postnatale depressie na de geboorte van de vijfde - maar de toon van het vertelde, in het heden en in het verleden, blijft even opgetogen: wat een allemachtig gezellig gezin! Wat een allemachtig gezellige meid, die Ellen! Die tegenstrijdig-heid zou de tragiek van Een hart van steen moeten zijn, maar is het nu juist niet. Braaf werkt Dorrestein het psychotherapeutische boekje af: verdringing, mislukt huwelijk, huil & jank-therapieën, analyse, angst voor binding, jawel het staat er allemaal in. Compleet tot en met de laatste bevrijdende huilfase, in de kelder van haar ouderlijk huis, waar zij en haar broertje zich bij toeval aan de moordpartij wisten te onttrekken. Het is vreemd dat dit alles de lezer volkomen koud laat, zo'n plotselinge moordpartij in een gezin. Terwijl de schrijfster het drama nota bene van binnenuit beschrijft. Dat zou toch iets opleveren bij een schrijver als Ian McEwan (The Cement Garden), of bij Hugo Claus, broeierig in het Vlaamse land, of authentiek als bij Mensje van Keulen (Olifanten op een web). Bij Dorrestein wordt er met het motto van Neeltje Maria Min (uit: Mijn moeder is mijn naam vergeten) ook nog eens een heuse betekenis toegekend aan het feit d‡t ze overlevende was: 'Ze was me gewoon vergeten.' Dat besef is zo verpletterend dat het haar bevrijding wordt. Prima bedacht, maar het werkt niet. Zelfs niet als Dorrestein er nog een epiloogje aan vastplakt, waarin de tot godsdienstwaanzin gedreven moeder in haar postnatale depressie aan het woord komt. In Een hart van steen staat alles zwart op wit wat er over een dergelijke depressie te weten valt. (Slot) Het huiswerk is gedaan, het gegeven is gruwelijk, alles klopt – en niets doet het. Hoe komt dat? Hangt haar hartelijke, jofele stijl langzamerhand de keel uit? Is haar behendigheid in het omspringen met heden en verleden te groot? Begint het op goed gemaakt feministisch entertainment te lijken? Is het te modieus? Op dit alles moet een hartgrondig 'ja' klinken. Ja, het is te ervaren, te behendig, te modieus, te jofel. Renate Dorrestein kijkt niet meer met enige noodzaak, enig echt medeleven naar haar personages. Ze zijn aardig, maar Dorrestein heeft met haar drukke huishouden van veertien boeken in vijftien jaar geen tijd meer om zich in te leven in of uit te sloven voor haar personages. De koek is op, moeder is moe, laten we nu even de problemen die er nog liggen en veel baat hebben bij erkenning en emancipatie, op een stapel leggen: psoriasis, vrouwen met krampen, vrouwen in de overgang, schietgrage moordenaressen, leraressen met minderjarigen, vrouwelijke altijd maar verliezende schaakspeelsters (het 'toepsyndroom'). We kunnen nog wel een paar jaar verder. Maar de lezer? Die houdt het voor gezien. 't Was allejezusgezellig, maar niet heus.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.