Dooi door Rascha Peper

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 3431 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 19 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1999
Pagina's
158
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Dooi
Shadow
Dooi door Rascha Peper
Shadow
Algemene gegevens
Auteur: Rascha Peper
Titel: Dooi
Jaar van uitgave: 1999
Aantal bladzijden: 131
Gelezen in: ± 3 uur
Datum uitgelezen: 15 November 2005

Het Leeservaringsverslag

Verantwoording van de keuze
Ik heb dit boek gekozen omdat we opnieuw een boekverslag moesten maken met Nederlands. Ik heb toen samen met mijn leesgroepje gelijk maar besloten om een gezamenlijk boek te lezen omdat dit uiteindelijk toch moet. Het boek Dooi hebben we allemaal gekregen aan het begin van het school jaar en we vonden het dan ook wel makkelijk dat jezelf kon beslissen wanneer je zou gaan lezen omdat je het boek niet door hoeft te wisselen.

Verwachtingen vooraf
Het boek leek mij wel leuk en makkelijk om te lezen. Die verwachting had ik omdat een vriendin van mij het boek ook had gelezen en zij was erg enthousiast. Ook de tekening op de kaft van het boek heeft meegeholpen voor onze keuze. Het sprak ons allemaal aan doordat het een beetje vaag was en we wilden graag weten wat voor betekenis het had.


Reactie achteraf
Ik vond het boek fantasierijk en ik vond het hele verhaal wat ongeloofwaardig en apart. Het verloop en de gebeurtenissen in het verhaal waren wat vreemd, maar je kon wel overal verbanden tussen leggen. Ik vond het verhaal niet meeslepend omdat ik niet het gevoel kreeg dat ik echt verder wilde lezen. Het maakte me verder ook niet nieuwsgierig. Het werk heeft mij verder niet aan het denken gezet.

Reactie op verwachtingen vooraf
Ik dacht dat het boek makkelijk te lezen was, maar dat viel me eigenlijk wat tegen. Sommige bladzijden of zinnen moest ik wel een paar keer lezen voordat ik ze echt opnam en begreep wat ze er mee bedoelden. Ik vond eigenlijk geen leuk boek vooral om dat het zo vaag was met al die verbanden en dat had ik niet verwacht. De tekening op de kaft is helemaal duidelijk nadat je het verhaal hebt gelezen. Het past precies bij het boek.

Samenvatting van de inhoud
Ruben Saarloos, een 58-jarige vertaler, is op tweede kerstdag samen met zijn vrouw Ina en hun woonboot, de Harnasman, het IJsselmeer opgevaren om een nieuwe motor te testen. Ze leggen aan bij een klein verlaten eilandje, met de bedoeling daar een of twee nachten te blijven. Ze worden hier door strenge vorst overvallen en komen niet meer van het eiland weg. Zijn vrouw kan niet langer verlof van het werk krijgen dus vertrekt van de boot, voordat de dooi is ingevallen. Hijzelf blijft alleen achter op het schip omdat Ruben bang is dat zijn schip door het kruien van het ijs zal zinken. Bovendien wil hij niet bij anderen logeren. Hij brengt zijn dagen in eenzaamheid door. Ruben heeft nauwelijks contact met de buitenwereld. Hij brengt de tijd door met het verkennen van het eiland en het vertalen van een vissenboek. Door zijn eenzaamheid kan hij zich op dit boek concentreren. Het boek wat Ruben aan het vertalen is gaat over vissen. Onder andere over de Coelacanth. Dat wekt bij hem herinneringen op aan zijn vader. 's Nachts droomt hij over zijn vader. Zijn vader heeft zijn hele leven gewijd aan een vergeefse onderneming: het vinden van een coelacanth, een raadselachtige vis. Door deze onderneming heeft Rubens vader zijn gezin verwaarloosd. Bovendien heeft het overlijden van zijn nichtje Mady hem diep getroffen. Ruben heeft hiervan geleerd zich te pantseren tegen wat het leven tegen je kan doen. Hij wantrouwt mensen en hij is mensenschuw. Slechts zijn boot de Harnasman bemint hij nog met hartstocht. Hij heeft een saai en prikkeloos bestaan. Hij is een harnasman geworden. Door de afzondering op het ijs kan hij eens ernstig over zichzelf en zijn leven nadenken. Als de dooi invalt krijgt Ruben steeds meer last van eenzaamheid. Hij kan zich niet meer concentreren op zijn boek. Bovendien komen er geen schaatsers meer in de buurt van zijn boot en hij wordt ook niet meer bevoorraad. Met wassen nam Ruben het ook niet zo nauw. Voor wie zou hij het doen? Dan komt de dood hem opzoeken. Aangekondigd door opdringerige aanwezigheid van kraaien, Vlaamse gaaien en dode konijnen. Bovendien is er telefoon voor meneer Omshof (bargoens voor dood), die zich op zijn boot zou bevinden en hij ziet een spookschip. Dan komt de dood op schaatsen. Juist nu er door geen mens meer geschaatst wordt, duikt er een schaatsster op. Het blijkt hier om een roodharig meisje te gaan dat in Amsterdam het verband onderzoekt tussen prikkels en de ziekte van Alzheimer. Het valt Ruben op dat zij luchtig gekleed is en dat zij er smal en bleek uitziet. Hij vindt het vreemd dat zij het niet koud heeft. Deze roodharige schaatsster brengt weer kleur in het leven van Ruben, zij ontdooit de harnasman. De schaatsster belooft de volgende dag terug te komen. Zij zal dan ook de door hem gewenste sigaren meebrengen. Deze schaatsster bezoekt Ruben drie keer. Het leven is voor hem nu best aangenaam. Bij de tweede ontmoeting leest hij in de schaatsen van de schaatsster de naam Bente Nerwanen. Hij vermoedt dat zij zo heet. Op de derde dag neemt zij voor hem lucifer en de Daily Mirror. In de Daily Mirror staat een artikel over de Coelacanth. Bovendien bedrijven ze tijdens deze derde ontmoeting de liefde. Na deze drie ontmoetingen wordt het ijs rondom de harnasman door de kustwacht doorbroken. Iedereen is enthousiast dat Ruben door de kustwacht ontzet wordt, behalve Ruben, hij beseft dat hij Bente voorlopig niet meer zal zien. Terug in de bewoonde wereld start Ruben een zoektocht naar Bente, net zoals zijn vader dat bij de Coelacanth deed. Bij de VU, waar Bente werkzaam zou zijn, vertellen ze Ruben dat Bente al bijna een jaar dood is. Ruben bezoekt voorts het graf van Bente. Hij beseft dat hij Bente nooit meer zal zien en hij staakt zijn zoektocht. Op het einde van het verhaal heeft Ruben een dialoog met de dood die Ruben komt halen. Dankzij Bente heeft Ruben zijn jeugdtrauma's verwerkt en is hij weer een mens geworden. Ruben is klaar voor de dood. Hij is klaar om te sterven, want hij heeft vrede met zijn leven.

Thema
In dit boek worden diverse thema’s behandeld, zoals onmogelijke liefde, eenzaamheid en de dood. Maar ook jeugdleed wordt in dit boek behandeld.


- Onmogelijke liefde: Ruben Saarloos is getrouwd met Ina. Hij is 58 jaar en verwacht niet dat hij nog een keer echte hartstocht en verliefdheid zou voelen. Als hij echter Bente Nerwanen ontmoet, wekt zij gevoelens bij hem op waarvan hij dacht ze niet meer te hebben. Ze wekt een gevoel van gemis en verlangen bij hem op. Hij wordt hopeloos verliefd op haar, terwijl hij al getrouwd was. “Hij hield toch van Ina? Wat gebeurde er dan nu met hem? Wat sloeg hem zo uit het lood? Was hij verliefd? Het woord alleen al wekte een hevige irritatie. Misschien was het maar beter als dat meisje morgen niet meer kwam” (blz. 95).Tijdens de derde ontmoeting bedrijven ze de liefde. Na die dag verdwijnt ze uit zijn leven. Terug in de bewoonde wereld denkt hij nog vaak aan haar en gaat hij naar haar opzoek. Ze is echter in het niets verdwenen, maar wat wilde hij nu eigenlijk als hij haar wel gevonden had, zijn vrouw bedriegen? Hij beseft dat het een onmogelijke liefde geweest zou zijn.
- Eenzaamheid: Tijdens zijn verblijf op de boot heeft Ruben het erg moeilijk met de eenzaamheid. Na het vertrek van zijn vrouw had hij zelfs even een inzinking. Het isolement heeft een afstompende werking, hij verliest zijn concentratie en zijn vertaalwerk lijdt er onder. Hij beschrijft zichzelf als een mensenhater, maar na zes weken isolement verlangt hij toch weer naar mensen. “Hij zette de radio aan: het was wel geen tijd voor nieuws of weerbericht, maar je wilde wel eens een menselijke stem horen” (blz. 18). Nadat Bente op een dag naar hem toe schaatst en een praatje met hem maakt is “de onafzienbare monotonie van de dagen doorbroken” (blz. 65). Ze belooft hem de volgende dag weer langs te komen, maar “ook dagen met een belofte kunnen traag verlopen” (blz. 73).
- De dood speelt ook een belangrijke rol in het boek. Ruben heeft angst voor de dood, maar nadat hij terug komt in de bewoonde wereld is deze angst verdwenen. Als hij een bezoek van de dood krijgt, gebeurt het volgende: “Ja ik kom, zei hij zonder zich om te draaien. Nou, je werkt sportief mee, zei de dood. Dat is prettig” (blz. 155). Op dat moment vraagt hij de dood: “Kan het zijn dat je een halfjaar geleden op het IJsselmeer was? Toen heb je me bang gemaakt. ’t Is mogelijk. Maar nu ben ik niet wanhopig en ook niet bang”.
Ruben heeft het vertrek van zijn vader nooit verwerkt. Tijdens zijn verblijf op de boot op het IJsselmeer ziet hij de grootsheid van zijn vaders obsessie voor de coelecanth in en kan hij zich hier enigszins bij neerleggen.
Ik denk dat de onachterhaalbaarheid van de waarheid ook een rol speelt in dit boek, want Ruben begint te twijfelen of de schaatsster net zoals de Chinese jonk misschien ook wel een zinsbegoocheling was. Als lezer ga je hier ook aan twijfelen, maar er zijn bewijzen dat ze wel degelijk bij hem langsgekomen is.

Motieven
Liefde
- Ruben is al heel lang gelukkig getrouwd met Ina en vindt haar geweldig, maar voelt zich ook aangetrokken tot Bente.
“Hij hield op dat moment vreselijk veel van haar, en schaamde zich. Wat mankeerde hem?” (blz. 91)
“ Nooit zou een jonge man de overgave van een vrouw zo aanbiddelijk kunnen vinden, zo onzegbaar, onuitsprekelijk lief. En evenmin zou een jonge minnaar op het hoogtepunt denken: nu kon ik maar het beste een hartaanval krijgen” (blz. 105)
De zoektocht
- De zoektocht speelt op 2 vlakken een belangrijke rol in het verhaal. Namelijk eerst de zoektocht van zijn vader naar de coelacanth.
“Deze vis was zijn vaders leven gaan beheersen. Dezelfde fantasieën als waaraan na de oorlog zoveel films en boeken zijn ontsproten over onontdekte gebieden waar nog dinosauriërs blijken te leven – het verlangen de technologische twintigste eeuw de rug te kunnen toekeren en een reis door de tijd te maken, om al dat monsterlijke en sprookjesachtige, waarvan alleen nog oeroude gesteenten en botresten getuigen, met eigen ogen te kunnen aanschouwen, om de geur en kleur, de betovering en de verschrikking van die wereld zelf te kunnen ervaren – datzelfde puberale verlangen moest zijn vader ertoe gebracht hebben alles wat hij had op te geven en langs de Afrikaanse kust een spookvis te gaan najagen. Het was niet eens de zucht naar wetenschappelijke onsterfelijkheid; het beest zou zijn naam niet dragen, want die was al vergeven: Coelacanth latimeria chalumnae, naar de ontdekster Majorie latimer. Blijkbaar was het verlangen om zo’n levend fossiel voor zichzelf te hebben al genoeg.” (blz. 78)
Later stelt hij zelf een zoektocht in naar Bente Nerwanen, omdat zij zijn gedachten nog steeds in een greep heeft.
“Hij liep naar beneden, de steiger op, sprong aan boord, liet de tas met boodschappen in de keuken neervallen, greep de telefoon plus telefoonboek en zocht het nummer van de VU. Een onderzoek van een paar neurologen, had ze gezegd. Afdeling neurologie dus.”(blz. 134).
“Ja, er waren nog wel dagen dat hij het telefoonnummer van het laboratorium weer te voorschijn haalde. Dan overwoog hij bij zichzelf de vragen die hij de telefoniste zou kunnen stellen, maar van bellen kwam het niet. Hij was verstandig. En er was ook een vage angst die hem tegenhield; de angst dat de telefoniste hem op de vraag ‘Wie van uw collega’s bij het pupil verwijdingsonderzoek heeft er rood haar?’ Zou kunnen antwoorden: ‘Niemand meneer. Alleen Bente Nerwanen, die had rood haar.” (blz. 146)

De afsluiting
- Eerst was Ruben samen met zijn vrouw afgezonderd van de rest van de wereld, maar zij is na 2 weken weggegaan omdat ze niet zo lang verlof op haar werk kon krijgen. Nu zat hij daar dus alleen, en dat was toch wel te merken.
“Zijn kin begon te schrijnen van het gewrijf over de stoppels. Zich scheren deed hij nog maar om de drie of vier dagen. Voor wie zou je het doen? Voor de konijnen? Hij snoof zijn eigen lijflucht op. Ook met wassen nam hij het niet zo nauw. Daarvoor gebruikte hij de kostbare voorraad drinkwater niet.” (blz. 13)
“Het meest van alles ergerde hem echter zijn eigen gebrek aan concentratie van de laatste tijd en de moeite die hij had om tot soepele zinnen te komen. Lekker ongestoord werken, had hij gedacht, toen het ernaar uitzag dat hij hier de eerstkomende tijd niet wegkwam. Gewoon van de nood een deugd maken. Geen herrie aan je kop, geen afleiding, geen televisie, niemand die ongevraagd langskwam. Eenzaamheid en concentratie, daar kon het werk alleen maar baat bij hebben.”(blz. 15)

De dood
- ”Plotseling had hij het gevoel dat er iemand in de openstaande deur naar het voordek was komen staan en hij wist meteen dat het de Dood was.”(blz. 155)
“Ach, dat is altijd hetzelfde liedje, zei de Dood. Dat soort oproepen neem ik niet serieus. ‘En kan het dat je een half jaar geleden op het IJsselmeer was? Toen heb je me bang gemaakt.’ “ (blz. 155)

De onachterhaalbaarheid van de waarheid
- Ruben begint te twijfelen of hij de Chinese jonk wel echt gezien heeft, en of de schaatsster hem wel echt heeft bezocht.
“Er is me daar wel iets raars overkomen, zei hij. Dat heb ik je door de telefoon niet verteld omdat je dan zou denken dat ik aan het malen was geslagen. Ik stond een keer buiten op het dek, aan het eind van de middag, zo tegen de schemering, maar het was nog licht, en toen zag ik in de verte opeens een ander schip. Een soort Chinese jonk, dacht ik, met het zeil gehesen, een groot vierkant zeil. Het was een beetje nevelig, maar ik zag het duidelijk. En er wapperden vanen van dat schip, donkere vanen, lange lappen stof in ieder geval, alsof ze daar rollen zijde aan het afwikkelen waren.’ Ina draaide zich om en leunde met het mes in haar hand tegen het aanrecht.’Een Chinese jonk?’ Zoiets.’ Die daar zeilde? Een hallucinatie!’ Dat zou je zeggen ja..” (blz. 130)

Jeugdleed
- Hij had het nooit echt verwerkt dat hij zo weinig vaderlijke aandacht had gehad en dat zijn vader hem in de steek had gelaten omdat naar een vis op zoek te gaan.
“Hoe zou zijn jeugd zijn geweest als hij als zoon van Smith was geboren? Wat vaderlijke aandacht betreft zou het wel niet veel uitgemaakt hebben; die Smith was ook een bezetene geweest, iemand die ziel en zaligheid verkwanselt had om een zeldzame vis te vinden en niet wist hoe oud zijn eigen kinderen waren. Maar misschien gaf het als zoon meer voldoening wanneer die bezetenheid iets opgeleverd had: roem, geld, wetenschappelijke erkenning? Of juist niet? Was hij een ander mens geworden als zijn vader normaal voor zijn gezin gezorgd had, vroeg hij zich ineens af.” (blz. 43)

Titel
De titel Dooi heeft in het boek meerdere betekenissen. Het heeft natuurlijk betrekking op het dooien van het ijs waarin de boot van Ruben vastligt, het heeft echter ook betrekking op de dooi van het “harnas” dat Ruben ten gevolge van jeugdtrauma’s heeft opgedaan.

Motto
Het verhaal bevat geen motto.

Persoonlijke beoordeling

Onderwerp
Ik vond het wel een interessant onderwerp. Het onderwerp was ‘dood’, ik denk hier nooit zoveel over na en ik heb ook niet familieleden of vrienden die overleden zijn. Dus ik ben ook nog nooit echt in aanraking met dit onderwerp gekomen. Je moet bij het boek goed door denken bij bepaalde gebeurtenissen zoals: de zwarte kraaien, de dode konijnen en het telefoontjes van meneer Omshof. Dit zou in het echte leven niet kunnen, dat is wat vergezocht.
Als ik de schrijver was zou ik de stukken in het Engels weglaten, die Ruben moest vertalen. Het heeft wel wat invloed op de verhaallijn omdat het over de coelacanth gaat, maar ik zou het in het Nederlands zetten.

Gebeurtenissen
Het belangrijkste in het boek waren de gevoelens en gedachten van Ruben. Het geeft je een goed beeld van hoe hij over dingen denkt en wat er in hem omgaat als hij over het eiland wandelt of als Bente op bezoek komt. Hij denkt best wel veel na over dingen die vanzelfsprekend maar wel apart zijn. Citaat (blz. 33-34): ‘Tijdens de avondwandeling, tussen vijf en zes, viel het hem weer eens op hoe onjuist de uitdrukking ‘de avond valt’ eigenlijk was. De avond viel niet, de avond steeg op vanaf de grond. Nergens zag je dat zo duidelijk als op zijn eiland. Het donker kroop op van tussen de bomen en struiken en ook vanaf het ijsoppervlak, dat steeds donkerder grijs werd, terwijl de hemel nog licht was, stralend zelfs.
De afloop vond ik het verrassendste van het hele boek. Ik had het einde niet op deze manier verwacht, dat maakte het juist wel spannend. Ik had voor mezelf al een einde bedacht hoe het zou kunnen gaan en wat mij logisch leek, maar daar kwam dus een verrassende draai in.

Personen
Ik vond alle personen die in het boek speelden wel levensecht overkomen. De relaties tussen de verschillende personen worden ook vanaf het begin goed uitgelegd en ze zijn allemaal erg logisch. Ze toonden belangstelling voor elkaar en hadden gesprekken die je in het gewone leven ook met mensen kunt voeren. Citaat (blz. 15-16): ‘Toen hij met de koffie naar zijn bureau liep, ging opnieuw de telefoon. Ditmaal was het Ina, vanuit haar kantoor. ‘Wat ben je aan het doen?’ informeerde ze opgewekt, alsof het ook kon zijn dat hij aan het boetseren was of aan het jam maken. ‘Een beetje aan het werk.’ ‘Lukt het?’ ‘Ja, hoor.’ ‘Ik had Floor net aan de telefoon,’ zei Ina, ‘en ik moest je vooral de hartelijke groeten doen. Ze dacht steeds aan je, zei ze.’
Ik kon me niet zo goed inleven in de hoofdpersoon, Ruben Saarloos. Ik kon me de situatie niet zo goed voorstellen, want ik vond het wat nep. Ook is Ruben veel ouder dan dat ik ben en heeft een andere kijk op het leven. Dat komt natuurlijk ook omdat hij alleen op dat eiland zit. Normaal kan ik me vaak wel goed inleven in de hoofdpersoon, maar vaak is de hoofdpersoon dan een meisje van rond mijn leeftijd. Dat is natuurlijk makkelijker om je dan in te leven omdat je in dezelfde leeftijdscategorie zit.

Opbouw
Het verhaal was niet moeilijk opgebouwd en het was wel vlot te lezen. In het begin moest ik eerst wel in het verhaal komen en moest daarom dus sommige stukken wel twee keer lezen voordat ik die begreep. Maar als je er eenmaal in zat las het wel makkelijk door, omdat je nieuwsgierig werd naar wat er ging gebeuren.
In het boek zaten delen die ik bijna niet kon lezen omdat ze zo saai waren. In zulke stukken gebeurt helemaal niks en draait het alleen maar om wat Ruben denkt. En stukken om te vertalen zoals die Engelse stukken vond ik ook erg saai. Citaat (blz. 11-12): ‘Hij schoof zijn stoel naar de tafel en keek naar de te vertalen tekst. Lesbistes is really ovoviviparous, but there are other teleosts in which there is true viviparity, involving some kind of placenta. In the dwarf topminnow, Heterandria Formosa, for example, the walls of each ovarian follicle develop a surface of blood capillaries extending into villi which make intimate contact with the surface of the developing embryo, and thus supply it with all its needs as well as carrying away all its waste products. Juist. Hij vertaalde een paar alinea’s en toen verslapte zijn aandacht alweer. Dit boek was een gruwel. Het was lijvig, ichtyologisch werk, een Amerikaanse uitgave waaraan hij zich behoorlijk vertild had.

Taalgebruik
Het taalgebruik was niet zo moeilijk. In het verhaal kwamen wel moeilijke woorden voor, maar die werden dan wel beschreven. Of je moest gewoon doorlezen en dan snapte je het wel door de zin die er omheen stond. Het verhaal was wel makkelijk en het las wel makkelijk door. Je hoefde niet bij elke bladzijde na te denken wat de schrijver nou bedoelt..
In het boek kwamen niet zoveel dialogen voor, maar als ze er waren werden ze wel op een natuurlijke wijze gegeven. Het is natuurlijk logisch dat er niet zoveel dialogen waren want Ruben zat ook maar in z’n eentje op dat onbewoonde eiland. Hij had alleen maar dialogen met Bente, als die langs kwam, en anders met Ina die belde.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Dooi door Rascha Peper"