Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Beschrijvingsopdracht



Motivatie boekkeuze



Ik had het boek Moederkruid ook al gelezen waardoor het leek me een erg leuk idee leek om als vervolg daarop Dochter van Eva te lezen. Ik was erg benieuwd hoe Carry Slee het verhaal verder zou laten gaan.



Eerste persoonlijke reactie



Aangrijpend boek. Doordat de gevoelens van de ikpersoon heel uitgebreid verteld worden kun je je goed inleven. Ik vond bepaalde gedachtegangen van de ikpersoon wel vreemd. Als ze ook maar enigszins aandacht van iemand kreeg dacht ze gelijk dat diegene wilde dat zij haar dochter werd. Dit gebeurt meerdere malen in het boek. Deze gedachtegangen komen voornamelijk door het gedrag van de ouders want daardoor is de ikpersoon erg in de war. Zo zie je maar weer hoe groot de invloed is van het gedrag van de ouders.



Samenvatting



Het boek begint ermee dat het meisje, haar ouders en haar zus Els net verhuisd zijn naar een betere buurt in Amsterdam. De vader behandelt het meisje altijd als een jongen. Hij had al een dochter, Els, dus moest hij ook een zoon hebben vond hij. Dat was dan de ikpersoon. Met haar kan hij voetballen en stoeien. Dat kan niet met Els, want zij is een meisje. Bij Els komt hij ’s avonds laat in bed liggen, helemaal tegen haar aan. Dat vindt Els nooit leuk en zij huilt dan ook altijd als hij weer weg is. Ook als Els zich gaat omkleden kijkt hij altijd met een rare blik naar haar. Zo kijkt hij nooit naar de ikpersoon, want dat is een jongen.



Els heeft een vriendje, Freek. Als Els zich een keer voor de ogen van haar vader moet omkleden, komt Freek binnen. Hij schrikt van de blik in vaders ogen. Hij vertelt dit aan Els, en zij besluit om nooit meer zoiets voor haar vader te doen. Ze doet vanaf nu veel afstandelijker tegen hem.

Het meisje vindt haar moeder helemaal niet aardig en op een bepaald moment besluit ze om op zoek te gaan naar een andere moeder voor Els en zichzelf. Op de middelbare school ziet ze wel een paar aardige potentiële moeders: de lerares Frans, de gymlerares en de rectrix. Maar zij blijken allemaal niet geschikt te zijn.

Op een bepaald punt krijgt het meisje last van pijn in haar zij en na een onderzoek in het ziekenhuis blijkt ze nierstenen te hebben. Niets ernstigs, maar ze moet wel goed verzorgd worden. Haar eigen moeder kan dat niet, die heeft het natuurlijk veel te druk met opruimen, boodschappen doen en naar kuuroorden gaan. Dus blijft het meisje alleen thuis uitzieken. Haar mentrix, mevrouw Klei, belt haar op om te vragen of alles goed gaat en ze vraagt ook of het meisje bij haar thuis wil uitzieken zodat ze niet zo alleen is. Natuurlijk wil het meisje dit, want thuis heeft ze het niet zo fijn.

Eva Klei woont in een mooi huis, op zolder is een atelier waar het meisje mag slapen. Eva heeft ook een zoontje, Joris. het meisje past vaak op Joris. Op een dag aait Eva over Joris zijn hoofd en zegt: “Jij bent mijn lieve zoon.” En tegen het meisje zegt ze: “En jij bent mijn grote dochter.” Dit was het moment waarop het meisje had gewacht, en vanaf dat moment houdt ze heel veel van Eva. Eva vindt op een gegeven moment dat het meisje niet gelukkig is en stuurt haar naar een psycholoog. Het meisje vind dit eigenlijk niet zo nodig, maar omdat Eva het graag wil doet ze het toch maar.

Nadat het meisje een tijd bij Eva heeft gewoond wil Eva dat ze ergens anders gaat wonen waar ze meer ruimte heeft voor zichzelf. Het meisje vind dit niet zo leuk.

Els was ondertussen al getrouwd met Freek en daar kon het meisje wel op de zolder wonen. Als ze er een tijdje woont, krijgt ze ruzie met Freek over de afwas. Ze besluit weer ergens anders te gaan wonen. Eerst kijkt ze of ze bij haar ouders kan wonen. “Dat kan niet meer, want ik heb nu een heerlijke slaapkamer voor mezelf. Die laat ik me door niemand afnemen,” zei moeder. Ze kan een kamer huren bij Carla, een vriendin van Eva. Die kamer neemt ze, hoewel het erg gehorig is en ’s winters is het er erg koud.

Het meisje had toen ze bij Eva woonde een Fins meisje leren kennen, Örsa. Dat Finse meisje komt in haar nieuwe kamer kijken. Ze zoenen en zitten aan elkaar. Carry weet niet wat voor een gevoelens ze heeft. Sinds ze Örsa had leren kennen, stond ze uren voor de spiegel. Ze begint zichzelf erg mooi te vinden, vooral haar borsten.



Het eindexamen begon al bijna en ze raakte een beetje in paniek omdat ze nog niks had geleerd. Door juffrouw Bont begint ze te denken dat ze helemaal niets hoeft te leren, want alle stof werd toch herhaald. Natuurlijk zakt ze voor haar diploma, ze vindt dit op zich nog niet zo erg maar ze is vooral treurig omdat ze zich verraden voelt door juffrouw Bont.

Ze besluit op reis te gaan naar Avignon, waar ze met Örsa heeft afgesproken. Daar heeft Eva samen met de ouders van Örsa een huisje. In Avignon geeft Örsa haar een liefdesverklaring maar het meisje heeft niet helemaal dezelfde gevoelens voor Örsa. Dit heeft tot gevolg dat Örsa haar niet meer wenst te zien. Het meisje gaat vervolgens naar Eva toe, die op dat moment ook in Avignon is, om met haar te praten. Maar als ze bij het huisje is, vraagt Eva wat ze komt doen. Deze plek is namelijk voor Eva alleen en dat wil ze zo houden. Het meisje gaat weer, hevig teleurgesteld, naar huis. Ze snapte dat ze niet langer meer de dochter van Eva was. Als ze na een ongeluk in het ziekenhuis ligt en nadenkt komt ze tot de conclusie dat ze al een moeder heeft, ondanks dat deze niet voor haar zorgt.



Analyse van het boek



Personages




Het boek gaat verder waar het boek Moederkruid ongeveer geëindigd is. Het boek begint ongeveer als het meisje een jaar of 10/11 is. De ikpersoon is duidelijk een karakter, je komt zoveel over haar te weten dat ze bijna een echt persoon lijkt. Al haar gevoelens en gedachten worden beschreven. De rest van de personages zijn allemaal types. Je leert ze eigenlijk niet zo goed kennen omdat je ze alleen maar ziet zoals het meisje ze ziet.



Ze is in het begin echt heel jongensachtig, net als in Moederkruid. Dit komt doordat zij nog continue door haar vader wordt behandeld alsof zij een jongen is omdat hij liever een zoon had gehad. Op het moment dat zij ongesteld wordt voor de eerste keer houd dit ineens op: “Nou breekt mijn klomp!” zei papa. “Je bent dus toch een meid. Je hebt me al die tijd in de maling genomen! Als je dan toch een meisje bent, wordt het tijd dat je je eens als een meisje gaat gedragen. Vind je dat zelf ook niet?” Ik wilde roepen dat papa een verrader was. Maar hij lachte en ik wist dat papa nog veel harder kon lachen en dat het dan allemaal nog erger werd.



De manier waarop haar ouders met haar omgingen zorgde er echt voor dat zij in de war raakte. Nadat zij ongesteld was geworden wilde haar vader ook ineens dat ze naar het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes zou gaan terwijl hij eerst had gezegd dat dit niks voor haar was omdat ze veel te jongensachtig was. Op dit moment komt ze er echt achter dat ze beter maar niet naar haar vader kan luisteren. Ze wist al dat ze beter niet naar haar moeder kon luisteren, die in dit boek nog net zo onuitstaanbaar is als in Moederkruid. Ze overdrijft altijd vreselijk, en ze ziet dingen die er niet zijn.

Ze zegt tegen de vrouw van de supermarkteigenaar: “Je hoeft echt niet bang te zijn dat ik je man inpik.” “Pardon,” is de reactie. “We hoeven er geen doekjes om te winden. Het is niet mijn schuld dat je man helemaal bezeten van mij is.” De vrouw antwoordt boos: “Wat denkt u wel, mens je bent gek!” Moeder werd nu ook kwaad en zei: “Rustig maar. Maar als je hem wilt houden, zou ik maar zorgen dat ik er wat beter uit zag. En ik kom hier voortaan niet meer. Ik lever in het vervolg wel een briefje in, dan kunnen jullie de boodschappen voor mijn deur zetten.”



De enige persoon die ze nog kan begrijpen en vertrouwen is vanaf dat moment haar zus Els. Met Els voelt ze een soort bondgenootschap. Ze heeft het gevoel dat ze samen tegenover hun ouders staan. Nadat ze deze conclusie voor zichzelf getrokken heeft gaat ze op zoek naar een nieuwe moeder.



Later gaat Els met Freek trouwen. Het meisje en Freek kunnen het op zich niet zo supergoed met elkaar vinden. Het meisje begrijpt wel dat Els nu voortaan bij Freek hoort en niet langer bij haar. Dit maakt van Els, die eerst een helper, is een neutraal persoon.



In eerste instantie keek ze er wel tegenop om naar haar nieuwe school te gaan, maar toen ze zich realiseerde dat ze op haar nieuwe school misschien een nieuwe moeder voor Els en zichzelf kon vinden, vond ze het niet meer zo erg. Op het moment dat ze op haar nieuwe school terecht komt probeert ze zich onwijs stoer te gedragen. Ze doet bijna niks aan school, spijbelt regelmatig, misdraagt zich vaak tijdens de lessen en rookt. Dit doet ze denk ik allemaal om aandacht te trekken van leraressen. (eventuele nieuwe moeders) Vooral de rectrix, juffrouw Bont, ziet ze het hele boek door als een kandidaat-moeder.



Eigenlijk weet ze zich niet zo goed raad met haar innerlijke gevoelens. Door haar verwardheid fantaseert ze steeds over de jongen in haar die met het meisje in haar vrijt. Ze masturbeert hierdoor erg vaak: “De jongen in mij ging steeds meer van mij houden. Hij wilde met mij vrijen. Dat was fijn, maar ik was ook bang dat ik betrapt zou worden en dat ze erachter kwamen dat ik mij tegelijk een jongen en een meisje voelde. En dat ze zeker wisten dat zoiets nooit kon bestaan en dat ze zouden denken dat ik gek was. Dan zag ik mezelf voor me, in het gekkenhuis met mijn handen vastgebonden en helemaal naakt zodat ik goed kon zien dat ik alleen maar een meisje was.”



Het meisje ziet verschillende bijfiguren uit het boek in eerste instantie als helpers, maar naarmate het verhaal verder gaat ziet ze ze meer als tegenstanders. Een mooi voorbeeld hiervan is juffrouw Bont, de rectrix van de school. Het hele boek door ziet ze haar als een potentiële moeder. Ze kijkt tegen haar op en ze gelooft dat juffrouw Bont haar werkelijk wil als dochter. Tegen het einde van het boek klopt het meisje bij juffrouw Bont aan voor hulp met haar eindexamen. Deze helpt haar maar evengoed zakt ze voor haar eindexamen. Dit heeft tot gevolg dat ze zich verraden voelt door juffrouw Bont: “Ze duwden me een natte theedoek in mijn gezicht om me te kalmeren. Maar ik huilde niet alleen omdat ik geen diploma kreeg. Het ging mij erom dat ik zo stom was geweest om haar te vertrouwen. Juffrouw Bont moet het ineens hebben bedacht toen ik haar zijkamertje voor de tweede keer had afgewezen. Ze had revanche genomen en haar macht misbruikt.”



Hetzelfde gebeurde ook met Eva. Eva had het meisje een tijd in huis genomen om voor haar te zorgen. De ikpersoon voelde zich erg thuis bij Eva en haar zoontje Joris en Eva gaf het meisje ook het gevoel alsof ze haar grote dochter was. Het meisje was echt trots op het feit dat ze bij Eva in mocht wonen en ze had echt het gevoel dat ze erbij hoorde: “Eigenlijk wilde ik er de hele dag over praten, maar ik had het nog aan niemand verteld. Ik durfde nog niet toe te geven hoe gelukkig ik was als we met ons drietjes thuis waren. Dat ik met plezier mijn huiswerk maakte, omdat Eva het zo belangrijk vond dat ik overging.” Na een tijdje wil Eva dat het meisje ergens anders gaat wonen omdat ze vindt dat het meisje ruimte voor zichzelf nodig heeft. Aan het eind van het boek doet Eva heel anders tegen het meisje. Ze beschouwd haar niet langer als grote dochter en dit is voor het meisje een grote klap: Ik zag het aan de rode besteleend die voor de bakkerswinkel stond en waarvan ik het nummerbord uit mijn hoofd kende. Joris was de eerste die me zag. Hij rende naar buiten en sprong in mijn armen. En toen kwam Eva de winkel uit. Ze had nog nooit zo naar me gekeken. Ik kon niet geloven dat het mogelijk was en ook niet dat zij het was die een ijskoude kus op mijn wang drukte. Het moest een vergissing zijn. Ze hield me voor een ander. ‘Wat kom je hier doen?’ vroeg ze. ‘Deze plek is voor mij privé, dat weet je heel goed en dat wil ik graag zo houden.’ Ze draaide zich om en liep weg.”



Op het allerlaatst komt het meisje tot de conclusie dat ze eigenlijk helemaal geen moeder hoeft te zoeken, want ze heeft al een moeder (ondanks dat deze niet voor haar kan zorgen als een moeder).



“Nog nooit was iets met zoveel geweld tot me doorgedrongen. Het besef was er plotseling, het besef dat ik wél iemands dochter was. Van de schok begon ik te trillen en tegelijkertijd moest ik huilen omdat ik de dochter was van iemand die niet naar me kwam kijken. Toen de ergste schrik voorbij was zei ik het heel zachtjes tegen mezelf. En iedere keer dat ik het zei werd het iets minder eng en bracht het ook rust, want ik hoefde niet meer te zoeken. Totdat ik het hardop durfde te zeggen. Want ook al kon mama geen moeder zijn: ik was haar dochter.”



Thematiek



Het thema van het boek is: Het gemis aan ouderlijke zorg leid tot grote verwarring in de puberteit.



De ouders van het meisje zorgen totaal niet goed voor haar. De moeder is alleen maar geïnteresseerd in zichzelf en in haar eigen problemen. De moeder overdrijft alles vreselijk. De vader is ook maar een raar figuur want die doet alsof het meisje een zoon is i.p.v. een dochter. Als ze eenmaal ongesteld is geworden houd dit ineens op. Dit is uiteraard erg verwarrend voor een meisje in de puberteit. Welke gek behandeld zijn dochter nou als zoon. Dat het meisje het erg moeilijk heeft doordat zij gewoon een stuk zorg van haar ouders mist blijkt in het hele boek. Alleen al het feit dat het meisje serieus op zoek gaat naar een nieuwe moeder zegt al genoeg. Als je een beetje een normale opvoeding hebt gehad haal je het echt niet in je hoofd om een nieuwe moeder te zoeken. Het meisje denkt steeds als ze aandacht krijgt van een vrouw dat deze haar graag als dochter wil. Hierdoor komt ze vaak voor een teleurstelling te staan.



Tijd



De vertelde tijd van het boek is ongeveer 6 jaar. Het begint als het meisje een jaar of 10/11 is en eindigt vlak na haar eindexamen. Het boek telt 222 bladzijden. De verteltijd is korter dan de vertelde tijd.



Er komen in het verhaal niet echt terug en vooruitwijzingen voor. De enige keren dat er sprake is van een flashback is als het meisje een stukje verderop in het verhaal terugblikt op een vakantie in Zwitserland die aan het begin van het verhaal heeft plaatsvonden. En als het meisje terugdenkt aan de keer dat vies had gedaan met het broertje van Ada, toen ze nog in haar vorige straat woonde.



Doordat in het boek de vertelde tijd aardig lang is zijn er uiteraard veel tijdssprongen. Maar daarin gebeurd dan eigenlijk niks bijzonders. Het is niet zo dat je met vragen zit omdat dingen niet worden verteld. De korte hoofdstukjes in het boek zijn eigenlijk telkens korte momentopnames die elkaar opvolgen en één groot verhaal maken.



Het verhaal speelt zich af in de laatste helft van de vorige eeuw. Wanneer precies wordt niet helemaal duidelijk maar ik denk voornamelijk in de jaren 50 en 60. De ouders van het meisje zijn aan het eind van de oorlog getrouwd (blijkt uit Moederkruid) en ik denk dat ze niet veel later kinderen hebben gekregen. Aangezien het meisje de jongste dochter is denk ik dat het verhaal zich ongeveer in die jaren afspeelt. Maar dit word dus niet echt duidelijk gemaakt in het verhaal zelf. Het had net zo goed in de jaren 80 kunnen zijn.



Ruimte



Doordat in het boek Dochter van Eva de gevoelens van het meisje centraal staan wordt er niet echt heel uitvoerig verteld over de ruimtes waar dingen plaatsvinden. Maar op sommige plekken voelt het meisje zich meer thuis dan de andere.



De verschillende plekken waar het verhaal zich afspeelt zijn:



Thuis:

Het huis moet altijd brandschoon zijn en blijven omdat de moeder zogenaamd erg vatbaar is voor alle bacteriën. Er mogen nooit andere kinderen komen spelen bij de ikpersoon omdat de moeder bang is dat ze het huis vies maken. Verder moeten de ikpersoon en haar zus zich altijd wassen als ze thuiskomen omdat hun moeder niet wil dat het huis vies wordt.



School:

De school wordt eigenlijk totaal niet beschreven. Het meisje moet dikwijls bij de rectrix komen omdat ze continue spijbelt. Verder hang het meisje veel rond op het schoolplein om te roken.



Eva’s huis:

Citaat waaruit blijkt hoe Eva’s huis er ongeveer uit zag: “ ‘Zeg maar Eva,’ zei ze. ‘Iedereen noemt me Eva. Mevrouw is zo afstandelijk.’ Ze had gelijk, in haar huis hoorde helemaal geen mevrouw. Er stond geen bankstel waar een mevrouw op hoorde te zitten. Alleen een oude fauteuil die hier en daar kapot was. En een ronde tafel met een paar stoelen eromheen. Er was geen televisie waar een mevrouw ’s avonds voor zat. De muren waren niet bekleed met behang dat door een mevrouw was uitgezocht, maar geverfd in een warme oranjetint die Eva zelf had gemengd. Op de grond lag geen tapijt dat een mevrouw kon stofzuigen, maar zwart-wit geblokt zeil, dat Eva elke avond veegde. Ik sliep boven in het atelier op een dun matrasje op de grond. Maar elke morgen werd ik met een gelukkig gevoel wakker.”



Het meisje voelt zich hier erg thuis. Ze vindt de informele sfeer in het huis denk ik juist zo prettig omdat ze het thuis zo vlekkeloos en perfect gewend is.



Logeeradres in Egmond aan Zee:

Het meisje voelt zich hier totaal niet thuis. Op het moment dat ze binnenkomt in de kleine woonkamer zit de hele familie in rijen achter elkaar voor de televisie. Net als in een Bioscoop. Er wordt nauwelijks tegen haar gesproken. Ze mag niet binnen roken en ook niet buiten. In de badkamer staat ze tussen allemaal handdoeken en tandenborstels van mensen die ze niet kent. En ze voelt zich een indringer in de kamer van Gerda, waar ze mag slapen.



Huis van Els en Freek:

Kleine vervallen ruimte op zolder waar het meisje samen met Freek een kamer van had gemaakt. Het was hier ’s nachts zo ontzettend stil dat ze niet eens meer wist of ze nog leefde. Dikwijls ging ze ook met opzet heel langzaam richting huis rijden omdat ze het er zo akelig stil vond. Ze voelde zich dus eigenlijk niet zo thuis in het huis van Els en Freek.



Zolderkamer:

Kleine ruimte die voorheen fungeerde als kolenhok. Ze moest eerst drie trappen op voordat ze er was. Verder wordt er niet veel over gezegd. Het stelt gewoon niet veel voor. Maar het is haar kamer en ze voelt zich er wel thuis.



Perspectief



Er is sprake van een ik-vertelsituatie. Je ziet het hele verhaal door de ogen van de hoofdpersoon. Je leert als lezer alles kennen door de ogen van het meisje waar het verhaal om draait. Er wordt dus geen objectieve informatie gegeven van dingen. Ook kun je duidelijk zien dat er sprake is van een ik-vertelsituatie doordat je alle gedachten en gevoelens van het meisje komt te weten. Je leeft helemaal met haar mee. Van bijpersonen als bijvoorbeeld juffrouw Bont en Eva kom je alleen te weten wat het meisje denkt en weet.



Structuur



In het boek Dochter van Eva is er sprake van een logische-chronologische volgorde. De gebeurtenissen worden verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden.



Het motorische moment in het verhaal is eigenlijk het moment waarop het meisje zich realiseert dat ze haar ouders niet serieus kan nemen. Op dit moment besluit ze een nieuwe moeder te gaan zoeken. Deze zoektocht loopt als een rode draad door het boek heen. Er zijn verschillende dieptepunten in het verhaal, waarbij het meisje zwaar teleurgesteld word door gebeurtenissen. Aan het eind van het boek (de ontknoping), na de zoveelste teleurstelling, komt het meisje erachter dat het zoeken van een nieuwe moeder eigenlijk helemaal niet nodig was.



Er is sprake van een hechte structuur. Alle dingen die de hoofdpersoon meemaakt staan met elkaar in verband. Alle problemen die het meisje tegenkomt zijn eigenlijk te wijten aan het feit dat ze zo’n gebrekkige opvoeding heeft gehad. Ondanks dat het boek dus bestaat uit korte hoofdstukjes die telkens momenten beschrijven is er dus toch een hechte structuur te vinden.



Het boek is verdeeld in 4 delen:

Het eerste deel heeft 11 korte hoofdstukjes en gaat over de periode dat het meisje nog aardig jong is en door haar vader beschouwd word als een jongen. Het eerste deel eindigt op het punt waar het meisje zich realiseert dat ze beter maar niet meer naar haar ouders kan luisteren.

Het tweede deel heeft 17 korte hoofdstukjes en gaat over de periode dat het meisje naar het voortgezet onderwijs gaat. Hier gaat ze voor het eerst op zoek naar een nieuwe moeder en hier wordt ze al een paar keer teleurgesteld tijdens haar zoektocht. Het tweede deel eindigt bij het punt dat ze voor de zoveelste keer teleurgesteld wordt.

Het derde deel bestaat uit 25 korte hoofdstukjes en gaat over de periode dat ze de jongen in zichzelf ontdekt. Verder gaat ze in deze periode bij Eva in huis wonen. Dit deel eindigt op het punt dat het meisje weer bij Eva weg moet.

Het laatste deel heeft 24 korte hoofdstukjes. Het begint bij het stuk dat het meisje bij Els en Freek gaat wonen. En het eindigt bij de ontdekking van het meisje dat ze eigenlijk helemaal geen moeder hoeft te zoeken.



Spanning



Er is in dit boek eigenlijk niet echt sprake van spanning. In ieder geval niet in die zin dat je je het hele boek afvraagt wie de moord heeft gepleegd. In het boek volg je gewoon een meisje dat in haar puberteit met verschillende problemen te maken krijgt. Het belangrijkste van het boek zijn de gevoelens en gedachten van het meisje. Er zijn niet echt grote vraagstukken. Er zitten ook geen open plekken in het verhaal, er is niets dat je zelf moet invullen.



Stijl en Taal



Over het algemeen is het boek in een korte en bondige stijl geschreven. De gevoelens worden het uitvoerigst beschreven, maar die zijn ook het belangrijkst in het boek.

Ik vind dat er wel een beetje sprake is van humor, vooral de dialogen tussen vader en moeder in de eerste twee delen van het boek zijn vaak humoristisch. Ook de overdrevenheid van de moeder van het meisje vind ik erg humoristisch.



Carry Slee gebruikt hele makkelijke taal. Het boek staat niet bol van ingewikkelde zinnen met moeilijke woorden die je amper begrijpt. Het is een goed leesbaar boek. Als je eenmaal begonnen bent kunt je het in één adem uitlezen.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

hayy, dit is tenminste een uitreksel waar ik iets aan heb, zeker nou het boek is uitgeleend bij de bieb, goed bezig
liefs renée

17 jaar geleden

Nandita

Nandita

Heel goed

4 jaar geleden