Die rotschool met die fijne klas door Jacques Vriens

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vmbo | 4916 woorden
  • 19 april 2007
  • 53 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 53 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1976
Pagina's
172
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Die rotschool met die fijne klas
Shadow
Die rotschool met die fijne klas door Jacques Vriens
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Samenvatting

Hoofdstuk 1
Als Jan-Wim de bal van Rob expres in het water heeft getrapt, wordt hij de volgende dag opgewacht door Dirk, Rob, Armando en Rolf die op het veldje naast school aan het voetballen zijn. Jan-Wim had mee willen voetballen, maar Rob had gezegd dat een vijfde man niet ging. Jan-Wim had dat niet leuk gevonden, vandaar zijn reactie. Rob, die goed kon goed voetballen en ook altijd mee mocht doen in het schoolteam, had hem nog nageroepen: “ Kan je wel , klootzak! Ik krijg je wel ! Morgen voor school” De moeder van Rob kwam net een winkel uit en hoorde wat haar zoon zei. Later zien ze dat de gordijnen bij Rob op zijn kamer al dicht zijn.
De volgende ochtend op school wordt Jan-Wim door Rob uitgelokt. Jan-Wim krijgt een keiharde stomp van Rob in zijn maag. Els en Marianne die alles hebben gezien roepen Meester Jan Brinkman, een jonge leraar van 25 jaar, om hulp. Die komt net in zijn oude groene Citroën aangereden.

Meester Brinkman draaide aan de grote linker krul van zijn enorme snor.
Jan-Wim had een blauw oog en Rob had veel bloed op zijn gezicht zitten, want Jan-Wim had hem gekrabd.
Ze worden naar binnen gestuurd, waar de heer Wijnen, directeur de opmerking plaatst, dat alweer leerlingen uit groep 7 aan het vechten zijn.
Meester Brinkman wil de problemen zelf oplossen. Hij was later omdat zijn oude auto was uitgevallen. De kinderen gaan naar de klas,terwijl de vechtersbazen elkaar schoon staan te maken.

Hoofdstuk 2
De bel is gegaan, maar meester Brinkman is er nog steeds niet voor groep 7. Jan-Wim en Rob zitten aan 1 tafel. Dat was tactiek van meester Brinkman. Kinderen die vaak ruzie met elkaar hadden, zette hij juist bij elkaar in de buurt. Meester Brinkman buldert als hij de klas even later binnenstapt. Dan begint hij met les geven. Meester Wijnen komt
Jan-Wim en Rob uit de les halen. Ze krijgen alle twee strafwerk op en mogen niet meer naar de gymles en die middag niet naar handenarbeid. De kinderen reageren steeds met hetzelfde stopwoord ‘Banzai’

Hoofdstuk 3
Als Anneke bij Mickey haar vriendin s avonds om 7 uur weggaat wordt ze door een man opgevangen op straat. Hij vraagt haar dringend of ze in de portiek mee naar zijn aansteker gaat zoeken. Anneke is bang en zegt niet te willen. De man duwt haar richting portiek.

Mickey biedt hulp. Toen zij zag dat Anneke haar schooltas bij haar had laten staan, is zij achter haar aangegaan. Mickey schopt de vreemde man tegen zijn benen en roept dat hij Anneke los moet laten. De bewoonster van de woning komt op het geluid af. De vreemde man zet het op een lopen. De vrouw brengt de kinderen veilig thuis naar het huis van Mickey.

Hoofdstuk 4
De onbekende man, die gisteravond Anneke de portiek in heeft geduwd is het onderwerp van gesprek voor de kinderen op school. Wijnen en Brinkman praten op de gang verder. De kinderen in de klas moeten hun mond houden en aan de slag net lezen. De twee heren krijgen een heftig gesprek op de gang, dat lang aanhoudt. De kinderen krijgen wel in de
gaten dat er goed mis is tussen die twee en dat het meningsverschil over deze klas ging. Armando is benieuwd wat er en u precies is gebeurd met Anneke en Mickey en steekt zijn hand op zodra Meester Brinkman weer terug was in de klas. Brinkman negeerde het teken van de kinderen die hun vinger opstaken om vragen te stellen. Anneke wordt verdrietig, omdat het hele onderwerp niet besproken wordt in de groep. Armando grijpt zij kans als de klas zinnen mag opnoemen, die op het bord terechtkomen. Hij roept de zin Een man heeft Anneke gepakt. Nu begint Brinkman te reageren. Hij laat Mickey vertellen wat er gisteren is gebeurd. Mickey vertelt over de man die Anneke maar vast bleef houden. Hoe ze hem is blijven schoppen en hij was geschrokken en weggerend, toen de deur van de woning van nummer 18 was open gegaan. De vraag die Brinkman de klas nu stelt is of ze zich afgevraagd hebben, waarom deze man dat heeft gedaan. Misschien vindt hij het prettig om kinderen even aan te raken. s Middags brengt Armando de krant mee. Hier staat een klein stukje in vermeld over de man die gisteren het leven van Anneke zuur heeft geprobeerd te maken. Armando brengt s middags de krant mee. Er staat een oproep in voor een race met oud auto’s. Er moet een afstand van 6 km. afgelegd worden. Naast de prijzen voor de snelste auto, maar ook op de leukst versierde auto met tekst. Er zijn prijzen van 250, 100 en 50 gulden. Brinkman is verrast door het enthousiasme van de kinderen en heeft ja gezegd, voordat hij er erg in had. Wijnen had op afstand voor het raam staan kijken wat er allemaal was gebeurd die middag.

Hoofdstuk 5
Jan Brinkman zat er net als Meester Wijnen best over in wat zo’n wedstrijd allemaal te betekenen had. Hij belt de V.O.A.
De afkortingen voor Vereniging voor Oude Automobielen.
Jan Brinkman is bang dat zijn oude eend het niet gaat halen. Als de voorzitter van de V.O.A. vertelt dat er auto’s meedoen die wel twintig jaar oud zijn en de voorzitter zelf een auto van18 jaar oud heeft, raakt Jan Brinkman steeds meer overtuigd. Het gaan meer om de gezelligheid deze race.
Tijdens de wedstrijd moeten ze op een zandpad van het IJsselse Bos rijden. Jan herinnert zich het gedeelte van het bos. Hij was daar de laatste keer geweest met Maaike. Hij was net bezig met een uitvoerige liefdesverklaring toen hij in een grote plas stapte.
Jan Brinkman laat zich door de voorzitter als deelnemer noteren. Hij denkt terug aan die dag op school. Wijnen had niet gewild dat hij met de klas het voorval van Anneke en Mickey ging bespreken. Omdat Armando de vraag had gesteld, kon hij niets anders doen, dan er wel over te praten.

Het is inmiddels half 9 en Brinkman moet om kwart voor 9 zijn vriendin Maaike ophalen, die als verpleegster in het ziekenhuis werkt. Hij heeft dus nu verder geen tijd meer om er over na te denken.
Maaike baalt van het gedrag van de directeur van school als ze het verhaal van Jan Brinkman hoort. Ze had hem naar zijn dag gevraagd. Ze adviseert hem een andere school te gaan zoeken. Maaike is laaiend enthousiast als ze de verhalen over de race hoort. Voor Jan een teken dat hij mee gaat doen.

In de klas praat Jan Brinkman met zijn leerlingen van groep 7 wat hij te weten is gekomen over de race. Woensdagmiddag gaat Jan Brinkman het terrein verkennen in het IJsselse Bos. De hele klas wil mee, maar dat vindt Brinkman niet zo’n goed idee. Hij stelt voor om twee leerlingen mee te laten rijden. Eén meisje en één jongen. Die kunnen dan donderdagochtend verslag uitbrengen.

De klas besluit dat Jan Brinkman zelf twee leerlingen uit moet kiezen. Loten vinden ze kinderachtig en dat deed je niet meer in groep 7. Als Jan Brinkman Rob uitkiest, snapt de hele klas waarom. Alleen Bart zeurt en vindt dat hij Rob voortrekt. Bart zijn mond is snel gesnoerd door Jan Brinkman. Omdat ook Anneke, net als Rob een paar hele lastige dagen heeft gehad, wordt Anneke het meisje dat mee mag met de proefrit woensdagmiddag. Jan Brinkman was daar in eerste instantie zelf niet helemaal gelukkig mee, maar gezien de keuze voor Rob was het logisch dat het Anneke werd na het voorval in de portiek.
De klas die erg druk kan zijn, was nu natuurlijk door de spanning voor de race helemaal bijna niet rustig te krijgen. Jan Brinkman lost dit op door ze een dictee te geven. Hiermee is de rust snel terug in de groep. Jan Brinkman vindt het jammer dat directeur Wijnen, die al een paar keer opvallend langs was komen lopen toen het zo’n herrie was, zich nu niet meer liet zien. Maaike had misschien toch gelijk. Misschien kon hij beter op zoek gaan naar een andere school. Tussen de andere leerkrachten voelde hij zich ook vaak erg eenzaam. Zij hielden zich allemaal aan de regels van Wijnen. Sommige zagen wel iets in de ideeën van Jan Brinkman om kinderen niet zo strak in het gareel te houden de hele dag, maar als ze het dan in hun groep toepaste werd het telkens weer een rommeltje in de klas. Jan Brinkman wordt uit zijn gedachten gehaald als hij iemand hoort zeggen. Meester krijgen we nu de 2e zin? De kinderen hadden braaf zitten wachten al die tijd. Jan Brinkman dicteert de volgende zin en de klas schrijft op. Hij kijkt zijn klas rond en denkt, wat zijn het soms toch ook engeltjes.

Hoofdstuk 6
Wijnen komt in de klas en fluistert dat Jan Brinkman om 4 uur na schooltijd bij hem langs moet komen. Brinkman ziet de bui al hangen. Er zijn de laatste tijd zoveel irritaties over en weer geweest, dat gevolgen hiervan niet uit kunnen blijven. Wijnen vertelt Jan Brinkman dat hij aan het eind van het schooljaar weg moet en beter op zoek kan gaan naar een andere school. Jan Brinkman kreeg niet eens de gelegenheid om tijdens het gesprek iets terug te zeggen. Brinkman kreeg het verwijt, dat hij zich niet aan de regels hield die Wijnen hem opdroeg. Er had een ouder deze week gebeld over het verhaal van Anneke. Wijnen had hem opgelegd er niet in de klas over te praten en toch was het gebeurd. Jan Brinkman die eigenlijk niet meer wilde reageren sprong uit zijn vel toen Wijnen stopte met de opmerking dat hij volgend jaar de groep van Brinkman in groep 8 wel over zou nemen en dat er dan snel weer een uiterst normaal klasje van gemaakt werd. Jan Brinkman sloeg met gebalde vuist op tafel. Dit laatste vond hij een rotopmerking. Wijnen beseft dat hij dat beter niet had kunnen zeggen en vraagt Jan Brinkman die laatste opmerking ook te vergeten. Hier zaten twee mensen die lijnrecht tegenover elkaar stonden. Totaal verschillend denkend over de school en de kinderen. Wijnen stak tot slot zijn hand uit. Brinkman negeerde hem en liep weg.

Hoofdstuk 7
De volgende dag is de woensdag. Vanmiddag gaat Jan Brinkman de proefrit maken met Anneke en Rob. Brinkman besluit om Wijnen op school toch die hand te schudden die hij gisteren had geweigerd. Waarom hij het nu wel deed kon hij eigenlijk niet vertellen. Wijnen reageert er opgelucht op. De klas is die ochtend opvallend rustig.
Die middag tegen twee uur rijdt Jan Brinkman langs school om Anneke en Rob op te halen.
In het bos aangekomen vraagt Jan Brinkman aan de boswachter hoe hij het snelst met de auto bij de zandpad kan komen. Even is Rob in paniek omdat hij de boswachter herkent. Toen hij en Dirk kattenkwaad hadden uitgehaald had deze man achter hun aangezeten.

Het begin van de zandpad ziet er meteen al erg hobbelig uit. Ze besluiten rustig het parcours met de auto te gaan verkennen. De grootste kuilen worden omzeild. Rob en Anneke moeten zich goed vasthouden. De kinderen wilde harder. Rob ging zover mogelijk over de leuning hangen om boven het geluid uit te kunnen komen en het Brinkman te vertellen. Het was net voor een bocht. Brinkman had de diepe kuil niet gezien de net voorbij de bocht in de weg zat. Hij kon hem niet meer ontwijken. De auto maakte een heftig schokkende beweging, waardoor Rob schuin naar achteren schoot. Met een doffe klap sloeg Rob met zijn hoofd tegen de rand van de zijdeur. Er sijpelde wat bloed uit zijn mond. Rob was bewusteloos. Jan Brinkman en Anneke tillen Rob uit de auto en leggen hem op hun jassen die ze op de grond hebben gelegd. Rob probeert even te spreken en geeft aan dat hij pijn heeft. Anneke zit te huilen in het gras iets verderop. Jan Brinkman roept haar. Anneke moet bij Rob blijven zitten. Met hem blijven praten als ze denkt dat hij flauwvalt. Jan Brinkman gaat in zijn auto terug naar de boswachterswoning om hulp te halen. Daar wordt een ziekenauto gebeld en Jan Brinkman rijdt terug naar Rob en Anneke. Als Rob met de ziekenauto weg is en Jan Brinkman vertelt hoe geweldig Anneke is geweest in de tijd dat hij om hulp weg moest, barst ze in snikken uit.
De moeder van Anneke kijkt Jan Brinkman verwijtend aan als hij Anneke later die middag thuis afzet. Op dat moment dringt de vreselijke waarheid goed door bij Jan Brinkman. Het was zijn schuld geweest omdat hij had gereden in zijn auto. Met angst in zijn hart gaat hij naar het ziekenhuis.

Hoofdstuk 8
Binnen zijn de vader en moeder van Rob al bij hem. Jan Brinkman hoort dat Rob een zware hersenschudding heeft en dat de verwondingen erger aan hadden gezien dan dat ze gelukkig waren. Brinkman wacht op de gang totdat de ouders naar buitenkomen. Vader van der Velden is boos. Hij wil niet meer praten met Jan Brinkman. De werkelijkheid dringt door bij Brinkman. Dit was nog maar het begin. Hij kon nog veel meer moeilijkheden verwachten. Rob zijn vader zou niet de enige zijn die hem de schuld van alles zou geven.

Hoofdstuk 9
Op school vraagt iedereen aan Anneke wat er nu precies gebeurd is. Dirk, die gisteravond nog bij de ouders van Rob is geweest, vertelt dat de ouders van Rob woest zijn op Meester Brinkman. Bart grijpt de situatie aan door de opmerking te maken dat het allemaal de schuld is van Brinkman. De meningen binnen de groep splitsen zich in twee. Marianne is het fel eens met Bart, een andere helft gelooft wat Anneke zegt, dat Jan Brinkman hier niets aan heeft kunnen doen.

In de klas vertelt Meester Wijnen dat Brinkman een dag of 10 thuis is, omdat hij ook verwondingen heeft opgelopen. Anneke is het meest verbaasd over deze verklaring. Wijnen zal als vervanger voor de klas komen, maar hij moest even nog wat regelen. Els wordt getuigen van een gesprek tussen de vader van Rob en Meester Wijnen als ze toestemming wil vragen om naar de wc te gaan. Vader van der Velde vindt nog steeds dat het de schuld is van Brinkman. Wijnen probeert de zaak te sussen, maar het gesprek wordt steeds feller en de vader van Rob dreigt met aangifte tegen Brinkman als hij niet van school wordt gestuurd. Wijnen probeert de zaak te redden door te zeggen dat Brinkman aan het einde van het schooljaar al weg moest. Els die alles had gehoord, is net even te laat weg. Wijnen heeft de deur al open en staat voor haar. In de klas dringt het pas goed door tot Els wat er allemaal is gezegd in de kamer bij Wijnen. Els pakt een papietje en schrijft er met grote letters op ‘Alle grote mensen zijn vervelende klieren’.

Hoofdstuk 10
Op de speelplaats vertelt Els aan Mieke, Anneke en Dirk wat ze heeft gehoord. Ze besluiten om die middag na schooltijd met een groep bij elkaar te komen om te kijken hoe ze Jan Brinkman kunnen helpen.
Mieke roept iedereen tot de orde als ze bij het veldje bijeen zijn die middag. Bart die nog even probeert de zaak te verstoren wordt terecht gewezen. Els vertelt het hele verhaal. De groep begint te protesteren. Ze willen Jan Brinkman helemaal niet kwijt als leraar en volgens Anneke kan hij ook helemaal niets doen aan het ongeluk. De bijeenkomst levert nog geen oplossing. Iedereen weet nu wel hoe het zit.

Hoofdstuk 11
De leerlingen van groep 7 raken een beetje gewend aan de manier van lesgeven van Wijnen. Ze vragen zich af of ze nog aan de auto race mee willen doen. Anneke komt met het idee om dan aan de wedstrijd voor de leukst versierde auto mee te doen.
Op twee na hebben alle kinderen inmiddels geld gestopt in het geldbusje voor de fruitmand voor Rob. Omdat hij nu ook al wat meer bezoek mag hebben, gaan ze hem morgen een fruitmand brengen in het ziekenhuis en vragen ze de twee leerlingen die nog niet betaald hebben dit ook nog te doen. Bart is weer eens tegen alles in en weigert geld te storten.

Wijnen vraagt hem naar de reden. Zijn reactie was verrassend. Als we iets voor Rob kopen, moeten we ook iets voor Brinkman kopen als die ziek is. De leerlingen van groep 7 waren allemaal stil van verbazing. Wijnen die wel even lachend had gereageerd, deed verder net of hij niets had gehoord en ging verder met zijn les. Els en Mieke laten Bart merken dat ze vinden dat hij hartstikke goed heeft gehandeld.

Hoofdstuk 12
De avond na het ongeluk had Jan Brinkman steeds geprobeerd te achterhalen of hij schuld had aan het ongeluk. Hij zag steeds die verwijtende blikken van de vader van Rob en toen hij de andere ochtend ook nog gebeld was door Wijnen dat hij een dag of 10 niet op school hoefde te komen, was zijn wereld helemaal ingestort. Wijnen vond het beter dat hij er een tijdje niet was en dat hij zeker niet meer mee zou doen aan de race. Jan Brinkman was niet van plan zich daarbij neer te leggen, maar de woorden van Wijnen waren overduidelijk. Alle schuld werd zijn richting in geduwd. Het begin van een ellendige dag voor Brinkman. Ook de krant heeft een klein stukje geschreven over het ongeluk. Gelukkig heel neutraal. Maaike was woest toen ze hoorde dat Jan Brinkman even geen les mocht komen geven. Je moet helemaal niet meer teruggaan naar die rotschool had ze gezegd. Natuurlijk wist ze ook wel dat dat niet kon. Jan Brinkman had Wijnen nodig voor een andere baan. Jan Brinkman voelde zich machteloos. Maaike probeerde Jan Brinkman de dagen erna te steunen. Omdat ze in het ziekenhuis werkte, wist ze precies te vertellen hoe het met Rob ging. Het lukte haar zelfs om hem op te vrolijken als ze samen waren, maar zodra ze weer naar haar werk was sloeg de twijfel weer toe bij Jan Brinkman. Ruim één week na het ongeluk op donderdag besluit Jan Brinkman om terug te gaan naar de plek van het ongeluk in het IJsselse Bos. Hoe dichter hij bij de plek van het ongeluk kwam hoe harder hij ging rijden. Hij hoorde allerlei stemmen in zijn hoofd. Die van Wijnen, van Robs vader en het hartstochtelijke gesnik van Anneke. Als hij uitstapt beseft hij dat hij echt geen schuld heeft gehad aan het ongeluk. Hij moest het nu maar eens van zich af gaan zetten. Volgende week moest hij weer voor de klas en het werd tijd dat hij nu weer gewoon Meester Jan Brinkman werd. Een meester die een kind uit zijn groep in het ziekenhuis ging op zoeken als die erin lag. Zoals dat normaal was. Maar of Robs vader dat zo gewoon zou vinden?

Hoofdstuk 13
Jan Brinkman heeft alle moed verzamelt en rijd naar het ziekenhuis waar Rob ligt. Aan het bed van Rob zit zijn moeder. Rob is blij verrast als hij zijn meester binnen ziet komen. Trots vertelt Rob over de grote snor. Dat hij de meester al eerder had verwacht, maar dat hij wist dat hij ook iets aan het ongeluk had overgehouden. Dat hij dat van Wijnen heeft gehoord die gisteren een fruitmand is komen brengen. Jan Brinkman merkt wel dat Rob niets is verteld verder. Rob is erg uitgelaten en Jan Brinkman besluit maar kort te blijven. Op de gang botst hij bijna tegen de vader van Rob aan, die met ingehouden woede Jan Brinkman vraagt of hij bij zijn zoon is geweest. De vader van Rob laat aan alles merken dat hij Jan Brinkman echt haat. Toen Jan Brinkman naar zijn auto liep merkte hij dat de rit van vanmiddag hem goed had gedaan. Hij was er nu ook van overtuigd dat Rob voor hem op zou komen. De vader van Rob was niet blij geweest met het bezoek en toen hij ook nog hoorde dat Jan Brinkman misschien ook nog aan de race mee zou gaan doen, liet hij zich bijna gaan. Toen hij merkte hoe enthousiast Rob vertelde over het bezoek van Jan Brinkman begon hij aan zichzelf te twijfelen. Voor hem waren er in het leven altijd maar twee keuzes. Of zwart of wit. Nu twijfelde hij. Hij ontdekte voor het eerst dat niet alles zeker zou zijn. Dat niet alles zwart of wit was. Dat er ook nog grijs bestond!

Hoofdstuk 14
Die vrijdagochtend komen Dirk en Armando met een geheimzinnig gezicht de speelplaats oplopen. Dirk heeft van zijn vader gehoord dat de man die geprobeerd had Anneke te zoenen is opgepakt. Aan de reacties van Els en Mieke merken de jongens nu pas hoe bang de meisjes al die tijd zijn geweest. Mieke is erg fel als ze merkt dat Armando niet in de gatenheeft gehad dat ook hij risico’s heeft gelopen de afgelopen weken. De man was ziek en zat achter kinderen aan. Niet alleen meisjes.
Ondanks dat Wijnen weet dat de man is opgepakt, vertelt hij er niets over in de klas. Het enige afwijkende is de kaart die is binnengekomen van Rob waarin hij iedereen bedankt voor de fruitmand. Wijnen vertelt verder dat Jan Brinkman volgende week er weer is. Dan beseffen de kinderen dat ze eigenlijk niet echt voor hun meester zijn opgekomen.
Dan komt het idee om toch mee te gaan doen aan de wedstrijd voor de mooist versierde auto. Morgen was het al zover, dus het was nu vrijdag dus erg kort dag. Ze bedenken een plan om de auto in hun bezit te krijgen. Als ze door het dak naar binnen gaan en de rest duwt de auto, kunnen ze hem krijgen waar ze willen. Ze spreken diezelfde middag na schooltijd weer af op het landje achter de flats. Het plan wordt in de groep gegooid. Ze willen de eend van Jan Brinkman ontvoeren en hem door de polder naar het bos duwen. Daar gaan ze hem versieren, zodat hij toch aan de wedstrijd mee kandoen. Morgenochtend 7 uur in de buurt van Brinkmans huis. Dan hebben ze tot half 10 om hem mooi te pakken. Iedereen verf en kwasten mee. Er worden wat tips uitgewisseld hoe ze op zo’n vroeg tijdstip op zaterdag thuis kunnen ontsnappen.

Hoofdstuk 15
Bij Dirk loopt die ochtend om zes uur de wekker af. Hij had zijn zwemspullen al klaar gezet. Zijn ouders hadden grapjes gemaakt over het vroege tijdstip waarop hij ging zwemmen. Rolf was niet op tijd op de afgesproken plek. dus gaan ze kijken waar die blijft. Rolf bleek al vanaf kwart over zes buiten te lopen. Mieke heeft echt problemen. Ze laat aan de jongens en Els een papier zien waarop ze heeft geschreven dat ze echt niet weg kan. Uiteindelijk lukt het ook om Els met een smoes bijhaar moeder we te klokken. De poes van Els moest jongen krijgen. Een smoes die de moeder van Mieke geloofde. De plannen worden uitgezet. Een groepje gaat vooruit om te waarschuwen als er iets mis dreigt te lopen. Een man die zijn hondje uitlaat vraagt wat de groep al zo vroeg doet op zaterdag. Er wordt als smoes verteld dat ze het clubhuis gaan. schilderen. De man wenst ze veel succes en loopt door. Armando weet via het dak in de auto te komen. alle spullen worden op de achterbank gezet en de groep kinderen duwt de auto van zijn plaats. Ze worden gewaarschuwd door een scherp fluitsignaal. De groep verspreid zich en Armando zet de auto aan de kant. De agenten Wolter en Kramer reden hun laatste rondje door de wijk. De agenten zien de groep kinderen. Nu gebruiken ze de smoes dat ze met een biologieclubje in het IJselse Bos met hun leraar beestjes kan bestuderen. De agenten wensten ze een fijne dag. Toen ze door reden zagen ze dat de eend verkeerd geparkeerd stond en schreven een bon uit. die onder de ruitenwisser werd gestopt. Gelukkig zagen de agenten verder niets bijzonders aan de auto. Ze gaan verder als de kust veilig is. Aangekomen in de polder duwde ze de auto de zijstraat in. Aan het einde lag het open land. Iedereen was opgelucht. Wat ze echter niet wisten was dat Wijnen in die zijstraat woonde.

Hoofdstuk 16
Brinkman schuift zijn gordijnen open van de slaapkamer. Hij denkt terug aan de dagen dat hij de leerlingen van groep 7 had. Eigenlijk best een sympathieke klas bedacht hij. Hij had zelf in de begin jaren altijd grote groepen gehad. Rond de 40 kinderen. Dan moest je wel streng zijn. Hij had wel moeite gehad met allerlei veranderingen in het onderwijs door de jaren heen. Net toen hij zich om wilde draaien zag hij een vreemd tafereel. Hij zag de oude eend van Jan Brinkman voorbijkomen. Achter het stuur zat de donkere Armando en de kinderen van groep 7 duwde hem voort. Hij vraagt zich af of dit bij de race hoort die vandaag is. Jan Brinkman kon hij nergens ontdekken. Wijnen wil er het zijnen van weten.
De kinderen zongen luid dat ze er bijna waren en hadden niet in de gaten dat ze gevolgd werden door iemand op de fiets.

Het was tien voor half negen. Ze hadden dus geen tijd meer te verliezen.
Dan horen ze plots de stem van Wijnen achter zich. Iedereen blijft van schrik staan. Alleen Armando achter het stuur had niets in de gaten.
Als hij merkt dat hij stil valt vraagt hij waarom ze niet meer duwen. Dan ziet hij Meester Wijnen en reageert verbaasd. Oei Wijnen op zijn pantoffels. Bart is de eerste die zegt dat ze naar het bos gaan. Hij legt uit dat ze de auto van Jan Brinkman meegenomen hebben en dat hun meester van niets weet. Dat ze aan de wedstrijd voor de mooiste auto mee willen doen en dat ze de eend zo meteen gaan beschilderen. Alles voor hun meester. Wijnen weet zich geen raad. Hij wil de kinderen nu niet tegenhouden. Hij stapt op zijn fiets en gaat weg. Hij besluit om naar Jan Brinkman toe te gaan. Jan Brinkman wordt uit zijn bed gebeld door Wijnen. Wijnen verteld Jan Brinkman hoe graag de kinderen hem mogen. Dat ze zijn auto hebben meegenomen vanochtend en dat ze hem nu aan het schilderen zijn. Ze willen hem toch een prijs laten winnen. Jan Brinkman is blij verrast. De afgelopen 10 dagen had hij niets gehoord van zijn groep 7. En nu dit. Wijnen stelt voor om samen met Jan Brinkman en Maaike naar het IJsselse Bos te gaan. Jan Brinkman is even bang voor de reactie van de vader van Rob. Wijnen stelt hem gerust. Jij hebt nu niets gedaan. Het zijn de leerlingen van groep 7.
Onderweg naar het IJsselse Bos wil Jan Brinkman even langs de vader van Rob. Hij biedt zijn excuses aan voor zijn gedrag in het ziekenhuis en vertelt in het kort het verhaal. Meneer van der Velde snapt er niet veel van maar vraagt wel of ze Rob in het ziekenhuis op de hoogte willen brengen als ze iets gewonnen hebben. Rob praat er al dagen over.
In het bos is het een drukte van jewelste. Zowat de hele klas is bezig. Op de neus moest een grote mond komen met slagtanden.
Zo geeft Armando iedereen vanuit de auto aanwijzigen wat ze moeten doen. Ook de grote snor mocht niet ontbreken. Iemand van de organisatie vraagt onder welke naam ze zijn aangemeld. Brinkman wordt er groepen. Die bleek zich eerst te hebben afgemeld, maar mag toch nog meedoen. Hoe meer zielen hoe meer vreugde roept de organisator weer. Dan is de tijd voorbij en moeten ze wachten op de uitslag. Voor de kinderen is de goud geschilderde Fiat de grootste concurrent. Overal hebben ze verfspatten zitten. Dan verspreid zich het gerucht dat Jan Brinkman eraan komt. Veel tijd om te reageren hebben ze niet. De uitslag wordt bekend gemaakt.
De omroeper bouwt de spanning op. De derde prijs is voor de Volvo. De tweede voor de gouden Fiat en de eerste voor de heer Brinkman met de oude eend.
De kinderen waren niet meer te houden. Ze trekken Jan Brinkman mee in de feestvreugde. Wijnen en Maaike bekijken het op afstand.
Jan Brinkman is blij maar laat zich niet ompraten om nu ook nog met de race mee te doen. Er volgt wel een ere rondje.
Toen Jan Brinkman uitstapte stelde hij voor om de cadeaubon met zijn allen naar Rob in het ziekenhuis te gaan brengen. Dirk zegt ook nog iets voor Jan Brinkman te hebben en haalt de bekeuring uit zijn binnenzak.
Brinkman moet lachen en noemt ze een stelletje boeven. Hij keek de kring rond en zag al die geverfde gezichten. Er viel een zware last van zijn schouders.

Hoofdstuk 17
Er is nog dagen na de race gepraat over de gebeurtenissen. Wijnen heeft een lang gesprek gehad met Jan Brinkman. Voor het eerst zijn ze eerlijk tegenover elkaar geweest. Ook Jan Brinkman heeft ingezien dat hij niet op alle punten gelijk had. Ze spreken af dat ze aan het einde van het schooljaar nog een keer zullen praten. Alle twee weten ze nu al dat Jan Brinkman nog minimaal één jaar op de school zal blijven om met zijn klas mee naar groep 8 te gaan. De kinderen hadden hem ook niet in de steek gelaten. Ze zouden nooit elkaars beste vrienden worden, maar door alle gebeurtenissen en vooral door de kinderen zijn ze elkaar wel beter gaan begrijpen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Die rotschool met die fijne klas door Jacques Vriens"