Secundaire literatuur:

Recensie 1:

Schrijver: Bezaz, Naima El

Titel: De weg naar het noorden

Jaargang van uitgave: 1995

Bron: Vrij Nederland

Publicatie datum: 04-11-1995

Recensent: Jeroen Vullings

Recensietitel: Amusant, leerzaam, mysterieus : Drie

debutanten

Bron: www.literom.nl

De drie debutanten Stijn Aerden, Naima El Bezaz en Christine Otten hebben weinig gemeen: Aerden is amusant, El Bezaz heeft meer een jeugdboek dan een boek voor volwassenen geschreven en Christine Otten laat drie jongeren zo met elkaar omgaan dat er een mysterie ontstaat dat opgelost wil worden.

Je zou het bijna vergeten: af en toe staat er iets lezenswaardigs in het satirische studentenweekblad Propria Cures. Want behalve als podium voor aanstormende of juist afgeleefde cabaretiers en dwergen die Mulisch maar weer eens aanvallen, fungeert het blad ook als kweekvijver voor anekdotisch-realisten. Stijn Aerden (1966) is PC-redacteur geweest en zijn debuutroman Goochelaar (geen konijnen) draagt daar alle sporen van: veel aandacht voor kleinburgerlijke truttigheid die vanuit een gekoesterde slechte smaak tot ironische norm verheven is. De enige en zeer bescheiden pretentie van zulk licht proza is de lezer te amuseren. Bij Aerdens geestige roman lukt dat zeker; zo gaf ik mij gewonnen bij deze, volstrekt nutteloze herinnering: "'Op een tussenverdieping van Vroom & Dreesmann stond vroeger de Bimbobox," zei hij. "Dat was een kast met een stuk of twaalf aapjes onder palmbomen. Ze bespeelden allemaal een instrument. Vooraan stond er een met sambaballen en een met bekkens, daarachter kreeg je de trommelaars en helemaal achteraan stond de kopersessie."' En hoe treurig stemmend toch is een bij de vuilnis gevonden fotoalbum: 'De foto's waren eruit, maar er stond nog wel in sierlijke witte inktletters wat er te zien was geweest. Juni 1932: fantastisch uitzicht op de Matterhorn / Oom Karel heeft beet! / Tante Will in haar bekende pose.' Aerden zwelgt duidelijk in het breed uitmeten van die lulligheid: van de gekleurde wandelpaaltjes in de Nederlandse bossen en het zorgeloze dwarsfluitgeluid van James Galway tot ouderlijk gekibbel op het verjaardagszitfeest van Bob en Anneke: "'Ria," suste haar man en legde de vinger op de lippen. "Oh, ik moet weer stil zijn," bitste ze. "Niet stil," zei de man, "rustiger." En, steun zoekend bij Christiaan: "Dat praat maar en dat praat." "Ja, gek he," zei moeder, "op een verjaardag." "... als het alleen op verjaardagen was."'

De speelse hoofdpersoon Christiaan wil zich nog niet binden aan zijn vriendin Marilse en daarom laat hij zich nachtenlang gewillig meevoeren in de armen van studentes en ex-buurmeisjes. Maar als Marilses vader, de dementerende directeur van een houten-kozijnenfabriek, een huwelijk bedingt in ruil voor een vennootschap, moet Christiaan flink gaan nadenken over zijn toekomst. Uiteindelijk komt hij onverwacht niet opdagen bij zijn trouwerij, maar de huwelijksreis met Marilse laat hij wel doorgaan. Ook zijn belofte van trouw is alternatief: 'Ik heb altijd goochelaar willen worden. Niet zo een die moddert met duiven of konijnen, maar eentje met schone kunsten, die lange, gekleurde linten uit zijn mouw trekt of glazen knikkers laat rollen tussen zijn vingers. En eentje die alleen buiten de deur goochelt, zodat jij er geen last van hebt.' De kracht van Goochelaar (geen konijnen) schuilt niet zozeer in het conflict tussen Christiaans persoonlijke verlangens en de maatschappelijke verwachtingen die anderen van hem hebben, maar eerder in de opgewekte onnadenkendheid waarmee hij maar doet en aanstekelijke onzin vertelt: Duitse konijnen komen hem onsympathieker voor dan die aan de Nederlandse kant van de grens, 'ernstiger, minder frivool'.

Bij uitgeverij Contact hebben ze een fout gemaakt. Het debuut De weg naar het noorden is geen roman voor volwassenen, maar voor de jeugd. Wat ze niet hebben gezien is dat ze met Naima El Bezaz (1974) de opvolgster van Evert Hartman in huis hebben. Als leeftijdscategorie stel ik voor: twaalf tot en met vijftien. Door die nadere genrebepaling verschuift mijn stilistische kritiek naar het tweede plan, want beginnende lezers gaat het nu eenmaal vooral om het verhaal. Vermoedelijk stoort het hen dan ook niet dat El Bezaz gevoelens consequent benoemt, in plaats van ze te suggereren: 'Een gevoel van radeloosheid komt in me op', 'Radeloos kijk ik haar aan' en 'Een gevoel van radeloosheid overvalt me'. El Bezaz wil het ook te mooi zeggen en formuleert daardoor onhandig: de deurbel 'laat op indringende toon weten'. De weg naar het noorden telt verder nog een erotische passage, goed voor één zin: 'Een kriebelende sensatie nestelt zich in mijn onderbuik.' Daar is de tere kinderziel wel tegen bestand. Mijn nichtje van twaalf, op wie ik El Bezaz' pathos testte vindt dit stukje zelfs 'heel mooi': 'Vaarwel Marokko, land dat ik heb gehaat, omdat je me nooit een kans kon bieden op een goede toekomst. Tot ziens Marokko, land dat ik altijd zal liefhebben, omdat mijn bestaan, mijn wezen, aan je is ontsproten. Eens zal ik terugkeren en, je voeten kussen. Het stof op je kasseien, het zand van je woestijn.'

Alles valt op zijn plaats als je El Bezaz' boek tot de realistische jeugdliteratuur rekent: de betrokken ik-vorm, de meesterlijke raamvertelling, de spannende terugblikken, de diepzinnige titel en het moderne open einde. Wat gaat de zielige illegaal Ghali kiezen: de schande om berooid terug te keren naar Marokko of een lucratieve carrière in de misdaad? Kiest hij voor het goede of het kwade, na zijn noodlottige levensweg met als eindpunt die morele tweesprong in het koude, zo noordelijk gelegen Nederland? Ach, eigenlijk verliest hij in beide gevallen.

Ook bevat De weg naar het noorden een wijze les, bij monde van de beschaafde intellectueel Hakim die de bijbel en de koran heeft bestudeerd: 'Al die strijd tussen mensen van verschillende geloofsovertuiging is dus ongegrond. Het gaat altijd over details, over interpretaties. Maar beide religies berusten op dezelfde basis. Dat geldt volgens mij niet alleen voor de islam en het christendom, maar ook voor de andere wereldgodsdiensten en grote filosofieën. Ik denk niet dat het enige ware geloof bestaat.' Het is de vraag of Hakims woorden aan Ghali, de hoofdpersoon, besteed zijn. Ghali blijkt helaas erg dom omdat hij voortdurend van alles uitgelegd moet krijgen wat de lezer allang doorhad, zodat je moeilijk met hem mee kunt leven. Maar daar staat tegenover dat El Bezaz' jeugdroman uiterst informatief is: illegalen worden ook door hun landgenoten uitgebuit, de corruptie is enorm in Marokko en als toerist moet je uitkijken dat er niet stiekem kif (hasjiesj) in je bagage wordt gestopt, zoals dat sympathieke Duitse stelletje aan de grens met Spanje ervoer. Het klapstuk is wel dat leuke verklarende woordenlijstje aan het eind, waarmee korte zinnetjes te maken zijn: 'Ahlen, saibi athee!' betekent 'Welkom, maak thee!'

Bij een Nederlandse roman in de ik-vorm die zich afspeelt in de jaren zeventig, over een jeugd, popmuziek en 'de eerste keer', zal de associatie inmiddels wel zijn: Generatie Nix. Maar al bevat Christine Ottens (1961) debuut Blauw metaal de opgesomde ingrediënten, toch heeft haar boek niets uit te staan met het onsuggestieve rauw-realisme van Nix. Grofweg gaat Ottens subtiele verhaal over een reis door Engeland en Schotland en de nasleep die dit heeft op de betrekkingen tussen de drie adolescente reisgenoten: de ik-verteller Hannah (15), haar achttienjarige broer Johnny en zijn even oude vriend Menno, beiden gedreven gitaristen.

Tijdens die reis doet zich ogenschijnlijk niets spectaculairs voor, wel ontstaan er spanningen. Menno probeert Hannah tijdens Johnny's afwezigheid te verleiden, maar zij weigert. Johnny maakt vervolgens ruzie met Menno omdat die in Liverpool het Beatlesheiligdom The Cavern wil bezoeken - die club kunnen ze overigens niet vinden. Aan de vriendschap lijkt een einde te zijn gekomen, maar toch vindt er later een door Johnny geëntameerde ontmoeting plaats; gedrieën proberen ze lsd uit. Dan lijkt Hannahs twijfel wie van de twee jongens ze prefereert al in Johnny's voordeel uit te zijn gevallen. Die probeert haar te laten begrijpen wat Holden Caulfield, de weerspannige puber uit J.D. Salingers cultboek The Catcher in the Rye (1951), en hij gemeen hebben; Hannah zou dan Holdens jongere zusje Phoebe zijn. Ook laat hij haar zich de kleur van zijn gitaarklanken voorstellen: 'Een blauw metalig geluid, maar dat metalige was niet kil.' Hun verbondenheid is sterk en geheimzinnig: 'En Johnny en ik begrepen iets wat niemand anders kon begrijpen.' In het voorlaatste hoofdstuk wordt Hannah door haar broer ontmaagd en zelfs daarna blijven de grote, verklarende woorden uit. Toch moet er sprake zijn geweest van iets ingrijpends, maar dat laat zich alleen aflezen uit Hannahs onverwachte bezoek aan haar vader in de psychiatrische inrichting, buiten het bezoekuur, en haar even snelle vertrek daarvandaan.

Ottens ingetogen tekst roept onnadrukkelijk de ene na de andere vraag op, antwoorden blijven uit; regelmatig zeggen haar hoofdrolspelers dat ze het niet weten en staren ze in spiegels - alsof dat de raadsels ontsluiert. 'Soms lijkt het alsof er achter alles nog iets is,' zegt Johnny op een gegeven ogenblik en Hannah vult aan: 'Alleen al je gedachten. Niemand kan echt weten wat je denkt. En als iemand iets zegt weet je ook nooit wat die persoon erbij denkt.' Toch is het duidelijk dat Johnny niet met de barre werkelijkheid overweg kan: de druk van een manisch-depressieve vader is te groot. Net als Holden Caulfield wil hij weg: 'Ik wil weg uit deze teringbende en jij moet ook weg.' Ook zijn ruzie met Beatles-fan Menno staat in dat licht, hij wil immers niet dat de droom moet wijken voor de realiteit: 'Je wilde toch niet echt naar binnen gaan in die club, of wel soms? Het zou je alleen maar tegenvallen.' De reis biedt geen oplossing, dus probeert hij lsd en zoekt hij het in de muziek. 'Ik had het gevoel dat de wereld om hem heen in kon storten en dan nog zou hij doorspelen.' Blauw metaal is opmerkelijk door de sterke suggestie van het verzwegene en onbegrepene, en niet in de laatste plaats door Ottens pertinente onwil om iets van het knap opgeroepen mysterie te onthullen.

Recensie 2:

Schrijver: Bezaz, Naima El

Titel: De weg naar het noorden

Jaargang van uitgave: 1995

Bron: HP/De tijd

Publicatie datum: 22-09-1995

Recensent: Jaap Goedegebuure

Recensietitel: Het exotisch element

Bron: www.literom.nl

Jarenlang heb ik me afgevraagd waar toch de Nederlandstalige evenknie van Salman Rushdie en Tahar Ben Jelloun bleef. Hoewel de trek uit de vroegere Britse en Franse koloniën naar Londen en Parijs een paar decennia eerder begon dan de vestiging van Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse gezinnen in Nederland, is er toch sprake van een vergelijkbaar verschijnsel. En die trek heeft geleid tot een aanzienlijke bijdrage aan de Britse en Franse literatuur van schrijvers met wortels in Azië, Afrika en de Cariben. Ook is er al jarenlang sprake van tweede generatie immigranten uit Turkije die actief deelnemen aan de Duitstalige boekproduktie. Hier hadden we tot voor kort die ene allochtone auteur, Halil Gür, wiens verhalen eerst van het Turks naar het Nederlands moesten worden omgezet alvorens ze het literair publiek konden bereiken. Dichter Moustafa Stitou was een van de eerste mediterrane migranten die zich rechtstreeks in het Nederlands uitdrukten. Dat heeft hij geweten, want binnen een paar maanden hadden de media hem bont en blauw geknuffeld als de literaire Medelander. Bij de gelijktijdige verschijning van de debuten van maar liefst twee auteurs die geboren werden in Marokko en opgroeiden in Nederland, wordt het tijd om eens wat andere vragen te stellen dan altijd maar weer dat stereotiepe 'waar blijven ze'? Dat er schrijvende Surinamers en Indische Nederlanders bestaan is zo vreemd niet, gegeven het feit dat wij hun voorouders al eeuwen geleden onze l:aal en culturele normen hebben opgedrongen. Maar waarom heeft het zo lang geduurd voordat de kinderen en kindskinderen van de voormalige 'gastarbeiders' naar pen en tekstverwerker grepen? Er is een eenvoudige wet die leert dat je nooit tot de literatuur in het algemeen of het schrijverschap in het bijzonder zult worden aangetrokken wanneer die fenomenen niet met een zeker aura of prestige omgeven zijn. Je moet het chic of cool vinden eenzaam op een zolderkamertje te zwoegen en daarvoor pas heel veel later de lauweren te oogsten. Er moeten mensen zijn, liefst in de media, maar ook in het onderwijs, die enige reclame willen maken voor de literatuur. Hier ligt een belangrijke oorzaak van de lange afwezigheid van het exotische element in de Nederlandse literatuur. Wanneer migranten al de behoefte hebben tot acculturatie, dan zijn ze daarbij sterk afhankelijk van de prikkels en conventies van hun nieuwe omgeving. En aangezien onze overheid, onderwijs, media en publiek schouder aan schouder staan in het betonen van onverschilligheid of dedain jegens de literatuur, zullen ook de allochtonen zich in hun cultureel gedrag eerder richten op Ajax, RTL en disco dan op het werk van Mulisch of Claus. Tekenend in dit verband is dat Hans Sahar, een van de twee debutanten die de aanleiding vormen tot dit stukje, al gezegd heeft dat hij veel meer geeft om popmuziek en veel meer ambitie heeft in het acteren. Hij is alleen maar gaan schrijven omdat hij tijdens de twee jaar dat hij in de gevangenis zat niets beters te doen had, en omdat iemand in zijn omgeving met literaire connecties het manuscript van zijn verhalen bij uitgeverij De Arbeiderspers bezorgde. Een bekentenis als die van V S. Naipaul (de op Trinidad geboren schrijver rustte niet voordat hij kon vertrekken naar het literaire Mekka dat Oxbridge hem voorspiegelde) hoef je van Hans Sahar niet te verwachten. Die las de vaderlandse klassieken voor de leeslijst zoals de meeste van zijn klasgenoten dat deden: in de vorm van handzame uittreksels. Enfin, Hans Sahars eerste boek is uit en gezegd moet worden dat het er mag zijn. Het is pittig geschreven, er valt een eigen stemgeluid in waar te nemen, het is humoristisch, en wat misschien wel het belangrijkste is: het is niet of nauwelijks moraliserend. Natuurlijk zal de schrijver de komende maanden bedolven worden onder uitnodigingen om toch vooral te komen optreden op multiculturele festivals of zich te laten casten als de goedgebekte en goedogende allochtone schrijver die je prima kunt gebruiken in een literair forum of een culturele discussie, maar hij lijkt me mans genoeg om daar afstand van te nemen. In NRC Handelsblad van 9 september heeft Anil Ramdas het dilemma van de allochtone kunstenaar geschetst: representant en woordvoerder blijven van je oorspronkelijke milieu en daarmee gevangen blijven in een van buiten opgelegde identiteit, of radicaal kiezen voor jezelf en daarmee het verwijt van tekortschietende solidariteit incasseren. Wat hij er niet bij vertelde was dat veel van die kunstenaars, onder hen de schrijvers in de eerste plaats, voorlopig niet anders willen en kunnen dan teren op hun herinneringen aan het land van herkomst en de weg die ze daarvandaan hebben afgelegd. In het werk van Naipaul en Rushdie ligt dat precies zo. Dat raakt niet aan het punt dat er in de uitwerking van het thema 'tussen twee culturen' alle mogelijke verschillen kunnen bestaan. Hans Sahar, die de avonturen van zijn held Abi besluit met een symboolzwangere beschrijving van diens paspoort (Marokkaans met een Hollandse identiteitsbijlage), is uitgekomen op een Pietje Bell-achtige schelmenroman, die niet alleen aan de geijkte verhalen in de trant van 'ruwe bolster, blanke pit' doet denken, maar ook aan Arnon Grünbergs Blauwe maandagen. Net als in dat boek leeft ook hier de held van de hand in de tand, liegt, bedriegt, steelt en hoereert hij dat het een lust is, dreigt menigmaal kopje-onder te gaan in de jungle van het grotestadsleven, maar komt toch altijd weer boven. Racisme is een motief op de achtergrond, maar het dringt zich nooit hinderlijk, dat wil zeggen belerend, op. Natuurlijk krijgt Abi te maken met onfrisse reacties op het feit dat hij er als een echte Berber uitziet, maar wanneer hij punk of skinhead was geweest zou dat voor de teneur van het boek (overleven doe je door je te warmen aan je eigen vuur) niets hebben uitgemaakt. Heel anders ligt dat in het geval van het andere debuut. Net als Sahar heeft Naima El Bezaz gekozen voor een roman met een jonge Marokkaan in de hoofdrol. Ghali, al jarenlang werkloos en steeds sterker gefixeerd op een betere toekomst in Europa, grijpt met twee handen de mogelijkheid aan om als chauffeur van een vrachtwagen vol kif naar Parijs te rijden. Dat hij daarbij verstrikt raakt in het criminele circuit is een risico dat hij aanvankelijk wegwuift. Natuurlijk loopt het mis. Zijn vervalste paspoort is onvoldoende garantie om het in het beloofde land uit te kunnen houden, hij kan alleen maar illegaal en dus slecht betaald werk krijgen, staat bloot aan intimidatie en chantage en moet ten slotte uitwijken naar Nederland. Daar wordt hij het slachtoffer van een steekpartij waarbij zijn vriend om het leven komt. Einde verhaal. Hoewel De weg naar het noorden in veel opzichten met Hoezo bloedmooi te vergelijken is, zijn de boeken elkaars spiegelbeeld. Sahars debuut is niet perfect (dat wil zeggen, nogal veel van hetzelfde in een bestek van 120 pagina's), maar tegelijk ook vrijgevochten, eigenzinnig en vooral authentiek. De roman van Naima El Bezaz is het slappe aftreksel van de clichés die je in ouderwetse avonturenverhalen vindt. Marion Bloem heeft laatst gepleit voor 'de smaak van het onbekende', die te vinden zou zijn in het werk van niet-westerse kunstenaars. Maar in De weg naar het noorden reikt alles naar de Hollandse keukenmeidenroman. het boek excelleert in wendingen, persoonsverwisselingen en ontknopingen waarvan je de clou al van heinde en verre ziet aankomen, en dat terwijl de hoofdpersoon helemaal niets doorheeft. De verteltrant is sentimenteel en hier en daar ronduit larmoyant. Het is niet erg je held te beklagen omdat hij het als immigrant zo moeilijk heeft, maar probeer dan tenminste enig esprit in je stijl te leggen. Helaas, niets van dat alles in De weg naar het noorden, godbetert een uitgave van hetzelfde huis dat indertijd Margriet de Moor heeft ontdekt. Met andere woorden: ze hebben daar zitten slapen of ze moesten met alle geweld ook een allochtoon in het fonds hebben. God verhoede dat het laatste echt waar is, want in dat geval wordt het helemaal niets met de doorbraak van de tweede generatie naar de literatuur. En wat Naima El Bezaz betreft: die heeft wel veel gelezen, maar precies de verkeerde lectuur.

Samenvatting:

Bron: http://school-en-studie.infoyo.nl/samenvattingen/ + zelf nog een beetje

bewerkt.

Dit verhaal speelt zich af in Marokko en het gaat over, Ghali, een Marokkaanse jongeman van 22. Hij is werkloos en leeft, net als de rest van de familie, van Fatima’s geld. Fatima is de dochter van Omar, zijn oom, en tegelijkertijd ook zijn vrouw. Hij woont bij hem in huis sinds zijn moeder is overleden. Hij slijt zijn dagen op straat, in bioscopen en in theehuizen. Tot op een dag Ghali zijn oude jeugdvriend Sadi tegenkomt. Hij vertelt Sadi hoe graag hij naar Europa zou willen gaan en daar een betere toekomst op zou willen bouwen. Sadi zei dat hij hem wel kon helpen en bracht hem in contact met Yassine. Voor een flink bedrag wil Yassine Ghali wel helpen aan een ‘betere toekoms’ in Europa. Ghali besluit op het voorstel in te gaan en verkoop zijn moeders sieraden in ruil voor een vals paspoort, waarin hij Mohamed ben Salem heet. Hij vertrekt zonder dat zijn vrouw het weet naar het noorden. Omar, die hem al gewaardschuw had voor Yassine ‘De Spin’, en zijn dochter, Leila, weten dit wel. De waarschuwing was niet voor niets, want al snel blijkt al dat Yasinne een mensensmokkelaar is. Ghali moet een busje vol geladen met drugs richting Frankrijk vervoeren. Hij verstopt in de wagen een Duits stel wat drugs. Aan de grens kent Yassine zijn mensen en hij zorgt ervoor dat het jonge Duits stel door de douane wordt gecontroleerd zodat Ghali rustig door kan rijden. In Frankrijk vervoert Yassine zelf de drugs naar de kopers. Ondertussen brengt Sadi Ghali naar de flat van een ver familielid Hakim, hij helpt hem aan onderdak en kan hem helpen aan een baantje als afwasser in het restaurant waar Hakim als kok werkt. Wanneer Yassine lastig begint te worden brengt Hakim Ghali naar Amsterdam. Hij krijgt daar onderdak van Karim, die erg veel op Ghali lijkt.

In de proloog wordt Karim al vermoord door een stel racisten en wordt Ghali in elkaar geslagen. Waarna de rest van het verhaal als flashback verteld wordt. Totdat Ghali wakker wordt in een ziekenhuis en word aangesproken met de naam Hamidane, dit blijkt de achternaam van Karim te zijn. Ze hadden porongelijk elkaars jassen aangetrokken. Ghali heeft nu de identiteit van Karim en is nu niet langer illegaal.

Analyse

a) De verklaring van de titel 'De weg naar het noorden': Ghali wou al lang naar Europa toe, nou kreeg hij zijn kans. Zo ging hij met een busje naar Spanje, daarna met een vrachtwagen naar Frankrijk, en toen met een auto naar Nederland. Zo heeft Ghali een hele weg naar het noorden van Marokko tot Nederland gemaakt. De weg naar een beter leven.

Motto

Een gedicht van K.P. Kaváfis:

Je zei: 'ik zal naar een ander land gaan, naar een andere zee.

Een andere stal zal er te vinden zijn beter dan de zee.

Al wat ik onderneem wordt onherroepelijk veroordeeld

en mijn hart is-als een dode- begraven.

Hoe lang zal mijn verstand hier moeten verkwijnen.

Waar ik mijn ogen ook op richt, waar ik ook kijk,

Zwarte puinhopen van mijn leven zie ik hier,

waar ik zoveel jaar heb doorgebracht, verwoesten en bedorven'.

In Marokko had Ghali een aantal jaren doorgebracht maar jet liep niet goed daar, hij had geen baan en hij en zijn familie moesten leven van Fatima’s geld. Daar was zijn leven dus een zooitje. Daarom wou Ghali naar een ander land gaan, voor een beter leven, maar hij belandt in een criminaliteit en de reis wordt grotendeels een puinhoop. Zo zie je dat de verhaallijn grotendeels overeenkomt met het gedicht.

Opdracht

Voor mijn familie, Herman en Judith, dit valt te verklaren doordat haar ouders ook uit Marroko komen en een reis richten het noorden hebben gemaakt, en in Nederland uitkwamen.

b) Genre

Het boek behoort tot de literaire genre, omdat het boek een roman is, want het voldoet aan de kenmerken zoals, dat het met diepgang is geschreven, de karakters maken een ontwikkeling door, en het is geen kort boek.

c) Personages

De personages in het boek zijn:

Hoofdpersoon:

- Ghali (karakter): je leert Ghali kennen door wat hij zelf zegt en doet, en ook een beetje wat andere over hem zeggen, bv: dat hij gewaarschuwd wordt voor de beslissingen die hij neemt. Ghali is een werkloze Marokaan die na de dood van zijn moeder bij zijn oom Omar en zijn familie leeft. Ze leven van zijn vrouw Fatima haar geld. Daarom wil Ghali zijn eigen geld verdienen en wil naar Europa. Om daar te komen kreeg hij een vals paspoort waarin hij Mohamed ben Salam heet. Hij probeert in Europa iedere keer zijn best te doen maar het pakt niet goed uit, zo gaat hij steeds verder naar het Noorden, en komt uit in Nederland. Waar hij intrekt bij Karim. Alles loept daar wel soepel, tot ze worden aangevallen, waarbij Karim neergestoken wordt en Ghali in elkaar geslagen. Toen hij wakker werd noemde het ziekenhuispersoneel Ghali meneer Mohamed, wat de naam van Karim is. Ze hadden per ongeluk elkaars jassen aangetrokken. Zo gaat Ghali verder in het leven als Karim Mohamed, zijn derde naam.

Helper:

- Sadi (type): Sadi is een oude jeugdvriend van Ghali. Hij hoort dat Ghali naar Europa wilt en brengt hem bij Yassine. Terwijl hij wist dat het dan niet via de goede weg zou gaan. Dus een soort oplichter. Hij helpt Ghali niet op een goede manier.

- Yassine (karakter): Yassine is een drugs- en mensensmokkelaar. Dit laat hij ander mensen doen om zijn eigen handen niet vuil te maken. Zo helpt hij ook Ghali om hem een vals paspoort te geven, maar dan moet hij wel drugs over de grens tussen Marokko en Spanje te smokkelen.

- Hakim (type): Hakim is een familielid van Ghali, hij zorgt voor Ghali’s onderdak, en zorgt voor een baan als afwasser bij een restaurant.

- Karim (type): Karim is een jongen die veel op Ghali lijkt, hij zorgt voor onderdak in Amsterdam, maar hij wordt later vermoord door racisten, en Ghali neemt daardoor zijn intidentiteit aan.

Tegenstander:

- Omar (type): Omar is de oom van Ghali, hij probeert Ghali altijd goed advies te geven, en waarschuwt hem voor Yassine. Hij wil niet dat hij met hem omgaat, maar zo kan Ghali niet naar Europa. Hij probeert te helpen, maar het zit Ghali ook tegen.

Afzijdige:

- Fatima (type): Fatima is de vrouw van Ghali, zij zorgt voor het inkomen van de hele familie. Maar wordt in de steek gelaten door Ghali.

d) Tijd:

Wanneer speelt het zich af:

Het verhaal speelt denk ik in de 20e eeuw plaats, dicht bij onze tijd maar er wordt nog met een andere munt betaalt.

Verteltijd:

125 baldzijdes.

Vertelde tijd:

De vertelde tijd is ongeveer 6 maanden.

Chronologisch of niet:

Het verhaal speelt zich niet chronologisch af, zo begint het verhaal al met een proloog. En er zitten flashforwards en –backs in.

Ruimte:

Waar speelt het verhaal zich af: 
Het verhaal speelt zich in Marokko en Europa af.
Waarom zijn de ruimten belangrijk:

In Marokko woont Ghali in het begin, hij is hier werkloos zoals vele andere, en zit vaak in cafés. In zo’n café kwam hij ook zijn oude jeugdvriend Sadi tegen die hem met een persoon in contact bracht om naar Europa te gaan. In Europa gebeurt een spannende gebeurtenis in Spanje af bij de grenscontrole. Hier gaan ze de auto van Ghali controleren (waar drugs in zit), maar Yassine had zich hier al op voorbereid en had drugs in de auto van een Duits stel verstopt. Zo verklikte hij het Duitse stel en vergeetde de douane Ghali’s auto te controleren. Toen reden ze door naar Frankrijk, daar bleef Ghali in Parijs waar hij werkte als afwasser in een restaurant, en sliep bij zijn familielid Hakim in een flat. In deze flat kwam je sterk de Marokkaanse cultuur terug kon vinden. Dus Ghali voelde zicht thuis, maar hierdoor werd er ook welleens gecontroleerd door de politie, toen de politie binnenstormde verstopte Ghali zich ervoor. Nadat de politie had gecontroleerd wist Ghali dat hij hier weg moest. Zo ging hij naar Nederland met een auto, door België rijdend sliep hij, dit kan beteken dat daar niks te beleven is. In Nederland aangekomen trok hij bij Hakim in, in Amsterdam. Hier komt hij racisme tegen, en daardoor werd Hakim vermoord. En door de vergissing van de jassen gaat Ghali nu legaal verdoor door het leven onder Hakim Mohamed.

Functie van de ruimtes:
In Marroko komt de werkloosheid sterk naar voren, en dat daar veel mensen naar Marokko willen.

In Spanje gebeurt vooral een spannende gebeurtenis plaats.

In Parijs komt Ghali tegen hoe het is om illigaal in een land te zijn en welke problemen je dan krijgt. Zoals slechtere behandeling, en jezelf verbergen.

In Amsterdam komt Ghali het racisme tegen, en hier kan hij weer legaal verblijven, waardoor hij beter werk kan krijgen, en zichzelf niet meer hoeft te verbergen.

e) Verteller:

Het verhaal is geschreven in de ik-vorm, en je ziet alles door de ogen van Ghali.

f)

Thematiek:

Onderwerp:

Allochtonen.

Thema:

Marrokaan gaat naar Europa voor een betere toekomst op te bouwen voor hemzelf, en zijn familie.

Motieven:

(Leid)motieven:

- Werkloosheid: Ghali is werkloos waardoor hij naar Europa wil.

- Emigreren: Ghali emigreert van land naar land voor een betere toekomst.

- Risico’s nemen: hij nam vele risico’s, zoals de grens van Spanje oversteken. Maar je moet wel risico’s nemen in zo’n reis om ergens te komen.

- Onderwereld: hij komt in de criminaliteit terecht, omdat hij zo graag naar Europa wil.

- Radeloosheid: waardoor Ghali verkeerde beslissingen neemt

- Ontmoetingen: door nieuwe mensen te ontmoeten komt Ghali in Europa en kan hij daar verblijven.

g) Spanning:

Manipulatietechnieken:

- Open plekken

- Handeling vertragen

- Informatie achterlaten

- Tijdsprong maken

Spanningsopbouw:

Er wordt spanning opgebouwd door geen reden te geven waarom iets gebeurd, zoals in het begin van geval is. En van het vertragen, zoals ze net Ghali’s auto gingen controleren, en dan plots het Duitse stel er tussenin komt. De gebeurtenissen zelf zijn grotendeels niet spannend, maar die van bij Spanje, de politie in Parijs, en van de proloog waren dan nog wel spannend.

Waardoor ontstaat de spanning:

De spanning ontstaat een beetje door de gebeurtenissen, maar het zijn maar die paar die hierboven werden genoemd. En de rest gebeurt meer van psychologisch spanning, van dat je jezelf vragen gaat stellen van waarom enz.

h)

Stijl:

Taalstijl:

Naima El Bezaz schrijft het boek grotendeels in het Nederlands, maar er zijn ook woorden in het Marrokaans. Die woorden zijn dan schuingedrukt, en kan je dan achter in het boek opzoeken. Een zinnetje was ook in het Frans, maar daar werd in het boek zelf al duidelijk wat het betekende. Verder schrijft ze niet al te veel met moeilijke woorden, en de zinsopbouw is eenvoudig, het is allemaal letterlijk en duidelijk. Het boek is dan ook voor 12 tot 15 jarige.

Citaat:

Met een droeve blik keek ze me aan en drukte het kistje in mijn handen. Met de mouw van haar djellaba veegde ze haar tranen weg.

‘Zeg hierover niets tegen je vader,’ fluisterde ze op bezwerende toon. ‘Hij heeft me al gevraagd, waar de sieraden zijn. Ik heb hem geantwoord, dat je moeder ze heeft verkocht om de dokter te kunnen betalen. Als hij weet dat jij ze hebt, zal hij ze van je afnemen en aan die slet in Rabat geven die voorgeeft zijn vrouw te zijn.’

In dit vragment zie je het taalgebruik van Marrokaanse woorden, en het wordt allemaal heel duidelijk geschreven en letterlijk gezegd. Je leest er makkelijk doorheen.

Overig:

a/b)

Relatie tussen tekst en auteur:

Haar biografie:

Bron van biografie en de ander boeken: www.naimaelbezaz.nl

Naima El Bezaz (1974, Meknes, Marokko) is schrijfster. Haar fascinatie voor taal en schrijven is altijd groot geweest. Na de middelbare school gaat ze studeren, maar het schrijverschap lonkt. Tijdens een lezing komt ze in aanraking met schrijfster Yvonne Kroonenberg die haar introduceert bij Uitgeverij Contact. In 1995 verschijnt daar haar debuut De weg naar het noorden. Hiermee kiest ze voor het schrijversschap.

De weg naar het noorden werd bekroond met de Jenny Smelik-IBBY prijs. Vanaf 1995 tot heden is dit een van de populairste romans op middelbare scholen in Nederland en België, waar de scholieren het boek massaal voor hun boekenlijst lezen.

Lezingen in binnen- en buitenland over onder andere literatuur, maatschappij en de positie van de vrouw volgen; op scholen, universiteiten, literaire cafés, gemeenten, ministeries en leesclubs maar ook op festivals. Ook schrijft ze in opdracht literaire verhalen, essays en columns. In 2002 verscheen Minnares van de duivel. Deze verhalenbundel werd een directe bestseller, nadat ze een erotische passage uit haar boek in Jack Spijkermans’ tv-programma Kopspijkers voorlas. Dit tot woede en verontwaardiging van moslims én gereformeerden.

Wekenlang stond Minnares van de duivel hoog genoteerd in de vele boekentoptienen. Negen drukken volgden elkaar in korte tijd op. De schijfster staat bekend om haar ongezouten mening over seks, religie en maatschappij. Naima: “Taboes zijn er om doorbroken te worden.”

Dan verschijnt op 28 september 2006 haar derde en meest controversiële roman: De Verstotene. De seks gaat verder dan in Minnares van de Duivel, de maatschappijkritiek is onomwonden fel. De islam, het jodendom, antisemitisme en alles wat anders is dan wat de maatschappij wil of zelfs accepteert, is er ongecensureerd en hartstochtelijk in verwerkt.

De Verstotene is vergeleken met Turks Fruit.

Eind 2008 verscheen haar vierde roman: Het Gelukssyndroom. Samen met Minnares van de Duivel en De Verstotene, is Het Gelukssyndroom een spraakmakende bestseller die voor veel discussie en openheid heeft gezorgd. Dit door haar lezingen, artikelen en media-optredens. Haar romans zijn spannend, meeslepend, veelal confronterend en vooral taboedoorbrekend.

Naast het schrijven van romans, het verzorgen van lezingen en andere activiteiten, heeft ze als actrice in vier films gespeeld. Ze was te zien in de KRO telefilm Impasse van Sytske Kok met oa Hans Croiset en Frank Lammers, in de serie Hartslag vervulde ze een gastrol naast Chris Zeegers. Allerzielen was een productie gemaakt in samenwerking met diverse regisseurs, schrijvers en acteurs ter nagedachtenis aan Theo van Gogh. Ook in deze productie speelde ze een rol. In 2010 verschijnt de speelfilm Joy van regisseur Mijke de Jong. Naima El Bezaz is daar te zien naast Samira Maas en Dragan Bakema

Andere boeken van haar:

Minnares van de Duivel

Minnares van de duivel is een roman in verhalen over de mystiek in de Arabische wereld. De verschillende personages in dit boek kruisen vroeg of laat het pad van djinns (geesten).

Hoewel zij gevreesd worden, is hun macht zo aanlokkelijk dat mensen toch niet aarzelen om hun hulp in te roepen wanneer ze op zoek zijn naar macht, geluk en liefde. Lalla Rebha is een oude wijze vrouw die in haar kindertijd in het web van de djinn Farzi is geraakt. Ze werkt zich op totseherra, een machtige beoefenaar van de zwarte magie. Vrouwen komen naar haar toe om liefde te vinden of te behouden.

Naima El Bezaz beschrijft in deze vertellingen het leven van islamitische vrouwen en houdt tradities als maagdencultus en onderwerping kritisch tegen het licht.

Minnares van de duivel is een meeslepende mengeling van mystiek, verleiding, lust en bedrog én de verhalen van duizend-en-één-nacht.

De verstotene

De Marokkaanse Mina groeide op in een wereld vol taboes, waar uiterlijke schijn belangrijker was dan de liefde van een moeder voor haar kind. Mina hunkerde naar warmte en erkenning, en kreeg het bijna allemaal: een man, een goede baan en een huis in een prestigieuze buurt. Maar na hun vakantie in New York wordt ze verlaten door haar vriend, moet ze verhuizen naar een kleine woning, en stort ze op haar werk in. Ze voelt zich verstoten, uit zowel de westerse samenleving als uit de allochtone gemeenschap waarin ze is opgegroeid. Om de leegte en de voortdurende eenzaamheid van haar nieuwe bestaan achter zich te laten, gooit ze zicht op de lichamelijke liefde en verliest zich het grootste verbod: haar passie voor een joodse man.

Gedreven door angst besluit ze het lot naar zich toe te trekken en dat te doen wat ze al die tijd heeft nagelaten.

Verhouding tussen Naima el Bezaz en de boeken:

Je ziet dat de boeken van Naima met Marokkanen of iets met de Arabische wereld te maken hebben. En zijzelf stamt ook van Marokko aft. Een boeken die ze geschreven heeft hebben met de liefde te kaken, zoals ‘Minnares van de Duivel’ en ‘De verstotene’. Maar ook gaan een aantal boeken van haar gaan over allochtonen in de westerse samenleving zoals ‘De verstotene’ en ‘De weg naar het noorden.’ De boeken hebben van haar hebben dus meestal een Marokkaan als hoofdpersoon, en ze spelen in de westerse samenleving af, het thema heeft meestal iets met allochtonen te maken. Zo er is wel degelijk een verband tussen Naima en haar boeken, en tussen de boeken zelf.

c) Literatuurgeschiedenis:

Het boek past het best in de stroming van ‘de nieuwe zakelijkheid’, bij die stroming zijn de boeken in alledaagse taal geschreven, het realisme nastreven, en vooral niet idealisme in voorkomt. Dit komt ook in het boek ‘de weg naar het noorden’ voor, want je leest makkelijk door het verhaal heen. En het is een realistisch verhaal, want er zijn veel werkloze Marokkanen die een betere toekomst in Europa zoeken, maar die belanden dan vaak ook in de onderwereld, maar voor sommige loopt het wel goed af zoals Ghali.

Het boek past het best in de stroming van ‘de nieuwe zakelijkheid’, bij die stroming zijn de boeken in alledaagse taal geschreven, het realisme nastreven, en vooral niet idealisme in voorkomt. Dit komt ook in het boek ‘de weg naar het noorden’ voor, want je leest makkelijk door het verhaal heen. En het is een realistisch verhaal, want er zijn veel werkloze Marokkanen die een betere toekomst in Europa zoeken, maar die belanden dan vaak ook in de onderwereld, maar voor sommige loopt het wel goed af zoals Ghali.

d) Het boek binnen het oeuvre van de Naima:

‘De weg naar het noorden’ was Naima eerste boek, en meteen haar doorbraak. Het werd boek ook nog bekroond met de Jenny Smelik-IBBY-prijs in 1996

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.