De vlieger door Maarten 't Hart

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2240 woorden
  • 3 april 2015
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Eerste uitgave
1998
Pagina's
227
Geschikt voor
havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover De vlieger
Shadow
De vlieger door Maarten 't Hart
Shadow

Auteur: Maarten ’t Hart



De Vlieger, De Arbeidspers, Amsterdam, 1998-2, 227 blz. (eerste druk 1998)





Persoonlijke gegevens



-ik heb dit boek gekozen omdat Maarten ’t Hart een bekende schrijver is, dus ik vond dat ik wat van hem moest lezen. De Vlieger stond op de lijst en was bijna het enige boek van Maarten ’t Hart dat ik de bibliotheek aanwezig was.



-in het begin vond ik eigenlijk niets van het boek, het was me nog niet heel duidelijk wat voor verhaal het ging worden





Inhoud



De verteller van het verhaal is Maarten. Hij woont het zijn vader, moeder, broertje en zusje in Boonersluis. Maarten houdt alleen maar van lezen, en daar is zijn vader niet zo blij mee. Ze zijn erg gereformeerd en gaan elke zondag naar de kerk.



Maartens vader is grafdelver. Hij komt elke avond thuis en houdt lange verhalen over wat er op zijn werk gebeurt. Hij vertelt bijvoorbeeld over Rampenne, een doofstomme man die alleen via briefjes communiceert.



Op een dag moet Maartens vader een kruis plaatsen bij een graf. Van het verpakkingsmateriaal maken hij en Maarten een vlieger. Als ze gaan vliegeren, ziet Maartens vader dat de katholieke begraafplaats een rommeltje is.



Maarten wordt ook lid van de katholieke bibliotheek, zodat hij nog meer mogelijkheid heeft om te lezen.



Als Maarten een keer zelf gaat vlieger, snijden twee jongens het touw door en vliegt de vlieger weg. Pas na een half jaar vindt Maarten hem terug, bij Ginus van Diepenburch. Later komt Ginus met zijn vrouw en dochter Machteld in het huis achter het huis van Maartens familie wonen. Maartens vader kan het goed met Ginus vinden.



De katholieke begraafplaats moet geruimd worden, en voor dat klusje wordt Maartens vader gevraagd. Die vindt het te veel werk en wil het alleen met een dragline doen, maar dat wordt hem geweigerd. Ook als Ginus zijn assistent wordt wil Maartens vader er niet aan beginnen.



Ginus heeft een eigen theologie bedacht over vergeving, gebaseerd op ‘gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. Jezus’ dood aan het kruis is niet nodig om vergeven te worden, God vergeeft al als wij anderen vergeven. De kerk is het hier niet mee eens, en begint een afsnijdingsprocedure tegen Ginus.



Ondertussen probeert Maarten in de gunst te vallen van Machteld, wat hem niet erg wil lukken. Machteld houdt er een losbandige levensstijl op na en wordt zwanger. Dat brengt Ginus nog meer in moeilijkheden.



De pastoor belooft een bruidegom voor Machteld als Ginus de katholieke begraafplaats wil ruimen. Hij stemt in.



Omdat Maartens vader Ginus niet in de steek wil laten bij zijn klus, hij weet immers dat het Ginus niet alleen lukt, besluit hij hem toch te helpen.



Maartens vader schrijft, geholpen door Maarten, een sollicitatiebrief naar gemeente Delft om daar grafmaker te worden. Maar door een samenloop van omstandigheden wordt Ginus aangenomen. Dat komt hem heel goed uit, want in zijn eigen plek is hij uit de kerk geschopt en is dus zijn hele sociale leven geruïneerd.



Als Maartens vader met de katholieken gaat praten over het ruimen van de begraafplaats, weet hij ze zo te beledigen dat de katholieken niet eens meer zijn hulp willen. Ze ruimen de begraafplaats uiteindelijk zelf, en wel met draglines.



In de epiloog komt Maarten Machteld weer tegen. Hij voert in een kooi actie voor Amnesty International. Machteld is baas van een SM-club en heeft de kooi beschikbaar gesteld.





Verhaaltechniek



Tijd: het verhaal speelt zich af in eind jaren ’50. De epiloog speelt zich 40 jaar later af.



De volgorde is chronologisch. Er zijn tijdssprongen, het verhaal gaat soms snel van het ene seizoen naar het andere.



Plaats: in Boonersluis (=Maassluis, Maarten ’t Harts geboorteplaats). In Maartens huis en de omgeving eromheen: de begraafplaats, de rest van het dorp (andere wijk), de bibliotheek, de kerk.



Verhaalfiguren: de belangrijkste figuren zijn Maartens vader, Maarten en Ginus.



Maartens vader is grafdelver en houdt van zijn werk. Hij is streng gereformeerd en houdt niet van katholieken. Als hij uit zijn werk komt, volgt hij altijd bijna hetzelfde ritueel. Het vertelt graag verhalen en maakt grappen, bijvoorbeeld over dood. Hij vindt het niks dat Maarten alleen maar boeken leest en zou hem liever meer jongensdingen zien doen. Hij is standvastig in zijn geloof en in het niet willen ruimen van de begraafplaats. Een echte ontwikkeling in zijn karakter zie ik niet. Wel moet Maartens vader eerst niets van het (katholieke) Jezusje op zijn begraafplaats hebben, terwijl hij er later toch aan gehecht raakt. Hij tolereert dus iets katholieks op zijn begraafplaats, terwijl hij eigenlijk een hekel heeft aan katholieken.



Maarten speelt niet echt een rol in het verhaal, hij vertelt vooral wat hij ziet en doet. Hij leest graag en gaat daarvoor zelfs naar een katholieke bibliotheek. Hij is redelijk stil en verlegen en kan goed leren. Hij wordt wel verliefd op Machteld en probeert haar aandacht te trekken.



Ginus heeft de vlieger van Maarten gevonden en benijdt Maarten dat die wel door kan leren, terwijl hijzelf dat nooit heeft gedaan. Ginus is ook standvastig in zijn kijk op het geloof, en laat zich er zelfs om van de kerk afsnijden.



Schrijfstijl: er waren veel dialogen, zoals de gesprekken tussen Ginus en verschillende kerkmensen. Er worden veel bijbeluitspraken aangehaald en er wordt zelfs naar teksten verwezen met alleen het Bijbelboek en versnummer, zonder het te citeren. Je moet de Bijbelteksten dus kennen of opzoeken om te weten te komen wat de desbetreffende persoon zegt. In de dialogen van Ginus met de kerkmensen wordt met Bijbelteksten gesmeten



Motieven: -literatuur: op veel plaatsen in het boek wordt verwezen naar andere boeken en schrijvers. De auteurs waarvan Maarten boeken leest worden allemaal genoemd in het boek. Die auteurs schrijven dezelfde soort boeken als De vlieger is: een streekroman. Het gaat over een hoofdpersoon van het kaliber ruwe bolster-blanke pit, een geloofsconflict, een dochter die niet deugen wil, een gesloten, hardvochtige gemeenschap.



-vlieger, die wordt afgesneden en belandt bij Ginus in de tuin. Dat wijst naar Ginus die wordt afgesneden van de kerk



-standvastigheid in meningen: Maartens vader wil de katholieke begraafplaats niet ruimen en Ginus blijft bij zijn Onze-Vader-interpretatie



-Maarten mag bepaalde boeken uit de katholieke bibliotheek niet lezen, want ze zijn niet gereformeerd



-dialogen tussen Ginus en de oudsten van de kerk, die hem om de beurt probeerden te overtuigen van zijn ongelijk



-ophef over het haar (middenscheiding) van de nieuwe dominee



-het belachelijk maken van katholieken door Maartens vader, bijvoorbeeld in het overleg over het ruimen van de begraafplaats



-de schrijfstijl is tegelijkertijd een motief, er worden voortdurend Bijbelteksten geciteerd



Thema: het thema is het gereformeerde geloof. Dat komt duidelijk naar voren in dat Maartens vader katholieken belachelijk maakt en dat de gesprekken van Ginus en kerkmensen over het geloof gaan. De kerkmensen, zijn erg standvastig in hun bijbelovertuiging en tolereren niet dat Ginus anders denkt. Doordat er ophef is over de middenscheiding van de dominee wordt het gereformeerde geloof belachelijk gemaakt, omdat ze over zoiets pietluttigs ruzie maken.



Verder gaat het ook wel over het niet opgeven van je mening. Dat zie je bij Ginus en Maartens vader duidelijk terug. Zij weigeren op te geven waar ze voor staan, ook al levert dat moeilijkheden op.





Schrijver



Maarten 't Hart werd op 25 november 1944 geboren in Maassluis als oudste zoon van Pau 't Hart (tuinder en later doodgraver van beroep) en Lena van der Giessen. Hij groeide op in een streng gereformeerd. Hij heeft in Leiden biologie gestudeerd en is gepromoveerd. In zijn studententijd stapte hij van het christelijke geloof af.



Maarten ’t Hart moest niets meer van dat gereformeerde gedoe hebben en dat komt vaak terug in zijn boeken. Daar is hij erg kritisch op gereformeerden. Wie God verlaat heeft niets te vrezen is een bekend boek van hem waarin hij de christelijke leer betwist.



Als schrijver debuteerde hij in 1971 met Stenen voor een ransuil. Voor Het vrome volk kreeg Maarten 't Hart in 1975 de Multatuliprijs. Het woeden der gehele wereld werd in 1994 bekroond met de Gouden Strop. Een vlucht regenwulpen (1978) is ook een erg bekend boek van hem. In 2003 werd 't Hart benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.





Mening



Ik vond het interessant om een keer een boek van Maarten ’t Hart te lezen, want hij is een prominente schrijver in de Nederlandse literatuur. Zijn kritische kijk op het christendom komt sterk naar voren. Daardoor is het verhaal niet bijzonder interessant, er gebeurt bijna niets. Bovendien ben ik het niet eens met zijn standpunt over hoeveel onzin het christendom is, dus vind ik zijn boodschap niet goed.



De manier hoe hij beschrijft hoe het er in de kerk aan toe gaat, is herkenbaar in de zin van dat je vaker hoort over een hypocriete houding van kerkgangers en oeverloos gezeur over de meest zinloze dingen. Eerlijk gezegd vond ik het best komisch om te lezen hoe hij tegen de kerk (van jaren ’50-’60) aan kijkt.



De tijd gaat in het boek best snel: af en toe gaat het ineens van het ene seizoen naar het andere. Maarten wordt dus ook snel ouder, maar aan de manier hoe hij is beschreven, had ik het idee dat zijn leeftijd niet echt toenam. Zijn denkwijze en wat hij doet blijft gedurende het boek hetzelfde. Dat hoeft niet raar te zijn, maar het gaf mij toch niet de indruk dat hij ouder werd.



Hoewel er niet veel gebeurde in het verhaal, het was vooral veel gepraat, vond ik het niet te sloom gaan waardoor het saai wordt. Waarschijnlijk verveelde het boek me niet omdat de stijl van Maarten ’t Hart anders is dan ik gewend ben om te lezen. Meestal gaat het vooral om de handelingen, maar het ging het vooral om de dialogen. Het kwam veel voor dat Maarten en zijn vader samen uit het raam Ginus en de mensen die bij hem op bezoek waren bestudeerden. Doordat dat vaak terugkwam gaf dat een leuk effect.





Recensie



Een middenscheiding kan écht niet



‘Omdat er in alle hoeken en gaten van dit kikkerland nog van die griezeldominees preken en catechiseren.’ En ‘God en de hele snertzooi, dat is allemaal grote onzin. Klaar. Je laat het achter je. Je denkt er niet meer aan.’



Dit soort uitspraken, deze zijn afkomstig uit De Vlieger, is typerend voor Maarten ’t Hart. In veel van zijn boeken geeft hij af op het gereformeerde geloof dat hij van huis uit heeft meegekregen. Zijn boeken bevatten dan ook vaak autobiografische elementen. Een voorbeeld van een ‘alternatieve bijbelstudie’ is ‘Wie God verlaat heeft niets te vrezen’. Die titel is een parodie op de in gereformeerde kringen bekende uitspraak ‘Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen’.



Ook in De Vlieger is duidelijk merkbaar dat ’t Hart niet zo veel op heeft met het gereformeerde geloof, maar echt heel hatelijk wordt het niet. De verteller van het boek is de jonge Maarten, wiens vader een gereformeerde grafdelver is. De vader is de belangrijkste persoon in het verhaal, en kenmerkend aan hem is dat hij uit zijn werk altijd hetzelfde ritueel volgt en dan graag verhalen vertelt over zijn werk. Hij maakt ook voortdurend grapjes, zoals: 'Goedemorgen, meneer Schwarz, weet u waarom het zo prettig is als je in je slaap overlijdt?'En hij zei: Ook goedemorgen, ik zou 't niet weten'.En ik zei: Dan merk je pas de volgende morgen dat je dood bent'. (p. 118). Deze ietwat vreemde elementen geven het verhaal meteen al een bijzondere sfeer, de vader wordt neergezet als een beetje rare en opzichzelfstaande persoon.



Op gegeven moment wordt Maartens vader gevraagd of hij de Roomse begraafplaats wil ruimen. Dat wil hij wel, maar op één voorwaarde: als hij het met draglines mag doen. Dat willen die papen (zoals de katholieken in het boek vaak worden aangeduid) absoluut niet hebben. Dit mondt uit in een conflict waar ze gedurende het hele verhaal over blijven doorzeveren. Er zit dan ook geen hele duidelijke verhaallijn in, het boek bestaat meer uit een opeenstapeling van situaties die schetsen hoe ’t Harts eigen verhouding met het geloof is en hoe er vanuit zijn opvoeding tegenaan werd gekeken (bijvoorbeeld tegen papen).



Een andere belangrijke persoon is Ginus. Hij heeft op basis van de zin 'Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren' een geheel eigen theorie over vergeving ontwikkeld. Jezus zou niet nodig zijn om Gods vergeving te krijgen, zelf vergeven is genoeg. Alle oudsten van de kerk komen langs om Ginus van zijn idee af te helpen, maar dat lukt ze geen van allen. Het boek houdt hier de schijn op dat je inderdaad vanuit de Bijbel zou kunnen concluderen dat Christus niet nodig is, terwijl dat als je de hele Bijbel leest duidelijk wordt dat Ginus theorie nooit kan kloppen.



Maar deze situatie laat wel zien dat de gereformeerden eindeloos kunnen zeuren over iemand die een ander idee heeft en dat ze helemaal niet tolerant zijn. En dat is volgens mij meer de bedoeling van dit hele gedoe.



De Vlieger is dus een van de vele boeken van Maarten ’t Hart met autobiografische elementen over de gereformeerde kerk. Maar de leuke beschrijving van de gereformeerde rituelen, zoals eindeloos gezeur over de middenscheiding van een dominee en de aparte sfeer in het verhaal maken het helemaal geen saai boek.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De vlieger door Maarten 't Hart"