ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Samenvatting

De ikpersoon, een jongen van 15 jaar, woont in België ten tijde van de tweede wereld oorlog. Hij woont in een klein dorpje waar de huizen scheef langs de weg staan en waar de najaarsregens al weer begonnen zijn. Vlakbij het dorp, in een tent in een veldje, zijn vier Amerikaanse soldaten gestationeerd. Hij kan het goed met de soldaten vinden en als hij ze opzoekt, krijgt hij vaak wat chocola of mag hij een verrekijker lenen. Hij zwerft graag rond in de buurt van het veldje omdat hij graag vrienden wil zijn met de soldaten. De soldaten doen niet veel, wel staat er elke minuut van de dag eentje in de zelfgemaakt uitkijktoren. Dat is de plek waar de ikpersoon, Bea, een meisje uit het dorp die hij al heel lang kent en waar hij verliefd op is geworden, aan ziet komen lopen naar de tent. Als de jongen later langs de tent loopt ziet hij een soldaat boven op Bea liggen. Hij snapt het niet echt en verward gaat hij naar huis. Het regent die dag. Dan komt de oorlog weer steeds dichterbij en vertrekken de Amerikanen. Als enige bescherming tegen de gevechten bouwen de vader van de jongen en alle andere vaders uit het dorp een grote schuilkelder waar ongeveer 30 mensen in kunnen zitten. Eerst moeten ze er wel eens ‘s nachts af en toe in maar na een korte periode ontstaan er overdag ook wel eens gevaarlijke momenten, besluiten ze voorlopig in de kelder te blijven zitten. Als ze dan op een dag een schot van heel dicht bij horen, blijkt er een Duitse soldaat neergeschoten te zijn vlakbij hun schuilkelder. Na een paar dagen lichte verzorging door de vaders, gaat de man alsnog dood. Juist een halve dag later komt er een Duitse groep soldaten het dorp in. Zij verdenken de mensen in de kuil ervan de Duitse soldaat gedood te hebben en nemen alle mannen, waaronder de vader van de jongen mee.



Waarom gelezen

Ik heb het boek gekozen omdat de achterkant van het boek me wel aansprak. Na het lezen van 2 stukjes tekst middenin besloot ik het boek geheel te lezen.





Eerste reactie

Mijn eerste reactie op het boek. Ik vind het een goed boek met een goed lopend verhaal. Het enige punt wat me even opviel was de rare overgang van Amerikanen in het dorp naar Duitsers. Maar als je er even over nadenkt, blijkt dat eerst de Duitsers er waren en daarna de Amerikanen. Dus de hoofdstukken zijn omgedraaid. Buiten dat was het goed en snel door te lezen en had ik totaal geen problemen met de gebruikte taal. Het viel me wel opeens op dat de regen in dit verhaal wel een hele grote rol speelt. Steeds als er slecht dingen gebeuren regent het. Wat me ook opviel is dat de ikpersoon zo’n denker was. Hij vertelt zelf ook dat hij liever naar andere mensen luistert en naar hun gezicht te kijken dan zelf dingen te vertellen. Hij droomt er ook van om later met Bea te vrijen. Hij voelt zich naast Bea altijd een echte man omdat zij nog zo’n kind is van binnen. Hij voelt hij zich haar beschermer.



4. Perspectief

Het verhaal is autobiografisch. Je hoort en ziet alles vanuit de ogen van de ikpersoon, een ik perspectief dus. De ikpersoon doet ook mee met het verhaal. Dat heeft natuurlijk het effect op de lezer dat je er zelf in zit als het ware. Als je het boek leest zit je steeds een beetje in de huid van de ikpersoon. Dat geeft een spannend effect. Hij heeft gedachten en gevoelens die ik ook gehad zou hebben. Vooral in de schuilkelder en er gebeurt van alles buiten dan had ik dat gevoel van aanwezigheid het meest.



5. Tijd

Het verhaal speelt zich af in de tweede wereld oorlog, om precies te zijn aan het eind van de tweede wereld oorlog omdar de geallieerde al zijn gekomen. De vertelde tijd in het verhaal is ongeveer zeven weken. De eerste vier weken gingen over het schuilen onder de grond en over het wegvoeren van de mannen door de Duitse soldaten. De laatste drie weken gingen over de vriendschap met de Amerikaanse soldaten die over het leger praatten en over hun geboorteland, waar alles mooi en groot was. De jongen in het verhaal zegt namelijk 'na twee weken ging ik terug naar de tent in het weiland'. Het opvallende was dat de lezer eerst de tijd met de Amerikanen leest en daarna wat er voor tijdens de Duitsers gebeurde.



6. Plaats

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is in het dorp waar de ikpersoon woont. Dat dorp ligt in België. Vlakbij de grens met Nederland want ze gingen wel eens naar Nederland om graan te halen dat daar goedkoper was dan in België zelf.

De vier Amerikanen waarmee hij goed kan opschieten zitten in een veldje in een grote leger tent vlakbij het dorp. Hij bezoekt ze vaak en vaak speelt het verhaal zich af in en rondom de tent. Als de dorpsbewoners uiteindelijk meerdere dagen achter elkaar in de kelder moeten zitten speelt alles voor de jongen zich daar af. Er gaan wel eens mensen naar buiten, om op de wacht te staan of in het geval met die zwaar gewonde Duitser maar de jongen zelf bleef de hele tijd binnen. Het effect daarop voor de bewoners zelf, dat ze lange tijd in de kelder moeten zitten is dat iedereen steeds minder kan hebben van elkaar. Ruzie over de kleinste dingen etc. Je zou verwachten dat dit voor de lezer vervelend, zelfs irritant zou kunnen zijn, maar daarentegen word het juist spannender. De gevoelens die de ikpersoon heeft, geven een goed voorbeeld van iemand die lang opgesloten zit en hoe hij daarmee om gaat.



7. Personages

De belangrijkste personage in het boek is de ikpersoon zelf. Details als uiterlijk en leeftijd worden niet vrijgegeven. De jongen is zeer in zich zelf gesloten en zegt niet veel. Hij is een echte denker. Veel informatie over deze jongen is niet te geven.



Andere personages:

Bea, een meisje van zijn leeftijd waar hij verliefd op is. De jongen ziet zichzelf als de beschermer van Bea en hij fantaseert over haar als ze ouder is. Hij wil dan met haar vrijen en trouwen maar hij vindt het daarvoor nog te vroeg. ‘Als de oorlog over is’ zegt hij altijd.

In de schuilkelder helpen Bea en de ikpersoon elkaar door veel te praten en zo houden ze het vol.



De Amerikaanse soldaten in de tent: 'Paps', Houston, Mac (Mac-Donald) en Karl.

Mac en Karl zeggen niet veel tegen de jongen. Hij vindt Paps en Houston de aardigste van de vier en met hen wil hij graag vrienden worden. Door zijn vriendschap met deze mannen wil hij later ook graag soldaat worden. Al wijzen ze hem dat elke keer weer af.



De moeder van de jongen: de oorlog heeft haar oud en moe gemaakt. Hij geeft als voorbeeld dat ze vroeger voor de spiegel stond te zingen en haar mooie zwarte haren te kammen. Nu veegt ze regelmatig met een zucht een grijs geworden haar van het voorhoofd.



De vader van de jongen: de ikpersoon houd veel van deze man. Vooral doordat andere mensen veel ontzag voor zijn vader hebben. Zijn vader heeft ook hard gewerkt aan de schuilkelder en daar is de jongen trots op.



8. Thema

Het hoofdthema is niet vreemdelingen maar het komt wel duidelijk naar voren. Eerst de Duitse bezetters en daarna de Amerikanen. Allemaal vreemdelingen waarmee de ikpersoon te maken krijgt. De Duitsers in slechte zin, zij voeren zijn vader en alle andere vaders af en de Amerikanen in goede zin. Hij wordt goede maatjes met ze en hij mag ze graag. Ook zijn moeder wordt steeds vreemder voor hem. Vroeger las ze wel eens voor of zong ze, nu tijdens de oorlog is dat allemaal voorbij. Hij kent zijn moeder niet terug en hoopt dat ze weer verandert als de oorlog voorbij is.



9. Mooiste passage

De mooiste passage is het schuin gedrukte stukje tekst op bladzijde 53. Het is de overgang naar vroeger, de tijd van de bezetters maar het is ook duidelijk een mooi stukje tekst waarin hij de regen beschrijft als iets slechts. De regen doet hem aan de vijand denken maar ook toen hij Bea en die soldaat samen zag regende het. Het heeft ook iets poëtisch. “Iedereen is de vijand en niemand is de vijand”



Het regent nog altijd. Net als op die dag, nu zes

weken geleden, juist vóór de Amerikanen kwamen.

Daarom moet ik altijd aan de vijand denken, omdat

het die dag zonder ophouden bleef regenen.

Maar wie is tenslotte de vijand? Iedereen is de vijand

en niemand is de vijand.

Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel

zitten, soms op dezelfde stoel.

Misschien zijn wij onze eigen vijand?

Toen regende het ook, net als nu. Is het een toeval dat

het vandaag ook regent zonder ophouden?

Vandaag, nu Bea en die Amerikaan…



10. Beoordeling

Ik raad dit boek zeker aan, aan mensen die nog een boek nodig hebben voor hun literatuur dossier. Het is niet een heel dik boek, je leest er zo doorheen en toch heeft het verhaal kwaliteit. Goed taalgebruik, makkelijk te begrijpen en soms nog spannend ook.

Het was zeker de moeite waard om het te lezen. Een zeer goed boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Hej, lache gedaan. Nou hoef ik da niet meer te doen. Bedankt he! ;)

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

Ik wil je ff bedanken voor dit verslag heb er erg veel aan gehad.
Groeten uit Norg dicht bij Assen in de buurt

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast