Mening: Ik vond het wel een leuk boek om te lezen maar soms was het moeilijk te begrijpen, door dat de schrijver het (vond ik) vaag beschreef. Samenvatting: Gerard vertelt aan zijn vriend Ronald dat hij jaren geleden een liefdesrelatie had \"met een jonge weduwe van het vrouwelijk geslacht\". Dan volgt in de hoofdstukken 2 tot en met 10 het verhaal van die verhouding en de verwikkelingen eromheen. De schrijver is uitgenodigd om in de Zuid-Nederlandse havenplaats V. een lezing te houden voor de plaatselijke notabelen. Hij gaat erheen met de trein en valt door het regelmatig ritme van de wielen in slaap. Hij droomt akelig van en lange gang waarin een kloppend geluid naderbij komt \"zoals in een film de nadering van gevaar\" wordt aangekondigd. De lezing verloopt goed, de schrijver meent zelfs dat hij zeer geestig is geweest die avond. Na afloop heeft hij weinig zin om in een plaatselijk hotel te overnachten. Dat komt goed uit, want de penningmeester van de vereniging die hem voor de lezing had gevraagd, nodigt hem uit bij haar te logeren. Christine is de naam van de penningmeester. Ze is een mooie, jonge en aantrekkelijke vrouw, haar man is gestorven. Gerard neemt het aanbod aan, terwijl hij normaal op mannen valt. Christine blijkt in een groot huis naast haar kapperszaak (Dames Coiffure \"Modern\") en de Bijoux - Ornamentale Kunst \"Sphinx\" te wonen. Het idee dat zij wellicht ook nog rijk is, windt Gerard nog meer op. Ze gaan met elkaar naar bed. \'s Nachts heeft hij weer een nare droom over een mager, zwarte man (de Dood) met een sleutel die zingt \"Tierelierelier ... wie is nummer vier ...?\" De volgende ochtend ziet hij op het bureau van Christine een brief en een foto van een knappe jongen. Direct wordt hij op deze jongen verliefd. Deze Herman uit Dusseldorf moet en zal hij bezitten. Christine zal hem daarbij moeten helpen. Als Christine hem vraagt of hij het volgende weekend, tegen betaling, op haar huis wil passen, zegt hij dat meteen toe, want hij meent op die manier met die mooie Herman in contact te kunnen komen. Het volgende weekend zal Christine naar Herman toe gaan, maar als Gerard bij haar is, aarzelt ze met vertrekken. Ze is niet zo zeker van Herman. Hij is weliswaar al lang verliefd op haar maar hij drinkt veel (net als Gerard) en is in bed nogal snel en woest. Gerard wil allerlei dingen van Herman te weten te komen, en stelt voor dat ze Herman meeneemt naar huis onder het voorwendsel dat hij met zijn helderziende gaven wellicht van dienst kan zijn bij het bepalen van hun onderlinge verhouding. In werkelijkheid barst Gerard van verlangen om Herman in levenden lijve te aanschouwen. Als Christine zaterdagochtend is vertrokken, probeert Gerard te gaan schrijven, maar het grote, lege huis benauwt hem. Hij gaat een wandeling maken in de hoop de jongen te ontmoeten die hij de vorige dag in de kamperfoeliestraat heeft gezien. Deze jongen komt hij niet tegen, maar voor de plaatselijke bioscoop pikt hij Laurens (een operettezanger) op, een lieve, blonde knaap die hij meeneemt naar het huis van Christine. In een klein logeer kamertje vrijen ze met elkaar waarna Laurens weer weg gaat. In het kamertje achter een stapel kappersvakbladen vindt Gerard een rechthoekig kistje. Met een sleutel zoals hij die in zijn droom in handen van de Dood had gezien, maakt hij het kistje open. Hij vindt naast diploma\'s en garantiebewijzen papieren, brieven en foto\'s van drie overleden minnaars van Christine (Gerard Verdonk [dienstplichting soldaat], Johan Ludovicus Overdijk en Gerrit Marinus Eberhard Lunderts). Alle drie vertonen grote gelijkenis met Gerard en alle drie waren ineens dood. Gerard vlucht in paniek terug naar zijn eigen huis in A., zich realiserend dat zijn dromen hem gewaarschuwd hebben. Christine belt hem later op en vertelt dat ze Herman inderdaad heeft meegenomen. Ook vertelt ze dat Herman een zwaar auto-ongeluk heeft gehad. Hij is tegen een schip gereden met de auto van Christine, hij is zwaar verminkt en mist een oog. Gerard herinnert zich, dat hij van dit ongeluk een visioen heeft gehad, toen hij voor Christine de helderziende speelde. Hij is de dans dus bijtijds ontsprongen. Weer later verneemt hij dat Christine met een Canadees is getrouwd, van wie ze ook al weer weduwe is. Dan is het verhaal uit en in hoofdstuk 11 (het laatste) vraagt hij Ronald wat die ervan vindt. Alleen het versje dat de Dood zong is hem ontschoten! Het oordeel van Ronald komen we overigens niet te weten. Personen De hoofdpersonen zijn Gerard Reve en Christine (volledige naam: Christine Halsslag). Gerard: Hij beschrijft veel zijn gedachten en zijn fantasieën, van heteroseksuele fantasieën en homoseksuele fantasieën zijn kenmerkend voor zijn karakter. Christine: Reve beschrijft alleen haar uiterlijk, en de manier waarop ze dingen zegt. Deze dingen blijven het hele verhaal hetzelfde. Gerard is ouder dan Christine, en omdat het boek verteld wordt door de ogen van Gerard merk je alleen de gedachten van Gerard. Gerard is een naar de buitenwereld stille, maar eigenlijk heel onstuimige schrijver, die heel veel homo- en heteroseksuele gedachten heeft. Christine is een knappe, jonge weduwe die het hele verhaal heel mysterieus blijft, omdat je niet weet hoe ze dingen ziet en wat ze er van vindt. Gerard en Christine hebben een korte verhouding, terwijl Christine een vriend heeft. Tijd Ongeveer 1965, 8 dagen, chronologisch verhaal Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig. Ronald en Gerard praten met elkaar over dit verhaal een lange tijd na dat het zich heeft afgespeeld, maar een exacte tijd wordt niet gegeven. Tussen het begin en het einde zitten 3 weken, waarvan de tweede niet wordt genoemd. Het hele verhaal is eigenlijk een grote flashback. Vanaf het moment dat Gerard het verhaal tegen Ronald begint te vertellen tot het moment dat hij klaar is, is een flashback. Er is 1 sprong in de tijd, de tweede week van het verhaal wordt helemaal niet genoemd. Hij begint met: \'Een week later...\'
Plaats Het verhaal speelt zich af in de Zuid-Nederlandse havenstad V. Waarmee waarschijnlijk Vlissingen wordt bedoeld (trein, in slaap vallen in Intercity A\'dam - Vl). Het verhaal speelt zich voor het overgrote merendeel af in het grote, mysterieuze huis van Christine. Het huis bepaald voor een groot deel de stemming waarin de schrijver verkeert. Wanneer hij weg wil, komt dat vooral omdat het huis eng op hem overkwam. Thema De thema\'s van het boek, homofilie en angst voor de dood. Aanvankelijk lijkt her erop dat Reve voor de veranderingen de geschiedenis van een liefdesrelatie tussen hemzelf en een vrouw (christine) gaat beschrijven. Halverwege het boek blijkt de homorelatie toch belangrijker. De schrijver wordt verliefd op Herman, die hij slechts van een foto kent. De angst voor de dood is een ander thema. De minnaars van Christine sterven snel achter elkaar. Misschien is Christine wel een \"femme fatale\", een heks die op geheimzinnige wijze haar mannen de dood injaagt. Gewaarschuwd door een droom vlucht Reve van Christine weg. In de dromen van de ik-figuur speelt de dood een grote rol. Het kistje waarin hij de foto\'s en papieren van zijn drie overleden voorgangers aantreft, doet hem denken aan een doodskist. Ook het kamertje waar hij dit kistje vond, doet hem daaraan denken. Structuur: Het boek heeft 11 hoofdstukken. De hoofdstukken zijn gewoon genummerd. het zijn redelijk grote hoofdstukken, zo\'n 15 tot 35 bladzijde per hoofdstuk. Titelverklaring De vierde man betekent; de vierde man die aan de beurt was om te sterven als minnaar voor Christine. In 1983 is ook \"De vierde man\" verfilmd. Auteur Gerard Kornelis van het Reve, zoals hij tot 1973 heette, werd geboren te Amsterdam (Watergraafsmeer). Hij bezocht enige jaren het gymnasium en de Grafische School en kwam daarna in de journalistiek. Hij komt uit een communistisch milieu; in 1966 trad hij toe tot de rooms-katholieke kerk. Van het Reve schreef romans, verhalen, novellen, een toneelstuk, gedichten, boeken met reisbrieven en liefdesromans. Zijn werk is realistisch en vaak sterk autobiografisch. Veel voorkomende thema\'s zijn: eenzaamheid, agressie, droefheid, ergernis, innerlijke en uiterlijke onttakeling van de mens, homofiele relaties en angst voor de dood. Grote bekendheid kreeg van het Reve (die zich later \"Reve\" zou noemen) door zijn autobiografische roman \"de avonden\" (1947). Een jaar eerder verscheen zijn aangrijpende novelle \"De ondergang van de familie Boslowits, handelend over de ondergang van een Joods gezin uit Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog. Enkele andere werken: - Op weg naar het einde (1963) - Nader tot U (1966) - Oud en eenzaam (1978) - Moeder een zoon (1980) - Wolf (1983).
Boekenweekgeschenk Dit boek was oorspronkelijk geschreven als boekenweekgeschenk, maar werd afgewezen door de Commissie collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB), op ethische gronden.
REACTIES
1 seconde geleden