ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Analyse

Titelverklaring

De titel ‘De verdronkene’ is al snel te koppelen aan Lidy Brouwer. Zij gaat in plaats van haar zus Armanda naar Zierkzee en overleeft de watersnoodramp niet. Ook is er een hoofdstuk getiteld ‘De verdrongene’, dit geeft de relatie tussen beide zussen aan. Armanda heeft zichzelf verdrongen, omdat  ze op har zus wilde lijken.

Thematiek

De thematiek is volledig gericht op de noodlottige verwisseling van twee zussen. Armanda vraagt Lidy de verplichtingen tegenover haar kleinkind een keertje over te nemen. Lidy komt om bij de watersnoodramp en Armanda voelt zich hier min of meer schuldig voor. Hierdoor gaat ze het leven van Lidy proberen over te nemen. Ze trouwt met Sjoerd en voed Nadja op. Ze volt zich hierdoor een vervanger. Ze zal de plaats van de verdronkene innemen en haar eigen ik verdringen.

Vertelsituatie en perspectief

Er is sprake van een alwetende verteller die af en toe vooruitgrijpt in de tijd en daarmee voorspelt wat er gaat gebeuren. De verteller kent alle personages en weet meer dan de hoofdpersonen. In het boek lopen twee verhaallijnen door elkaar. Je volgt in het ene verhaal Lidy en in het andere verhaal Armanda.

Opbouw

Het verhaal is opgedeeld in 5 stukken. Hierin zitten ook weer losse hoofdstukken. Er lopen twee verhaallijnen door elkaar. In het eerste verhaalt gaat Lidy naar Ziekrzee in plaats van Armanda. Daar op Schouwen-Duiveland wordt ze overvallen door de watersnoodramp van 1953. Het tweede verhaal volgt Armanda en Sjoerd. Hierin neemt Armanda eigenlijk de plek van Lidy in.

Stijl

Tegenwoordige tijd en verleden tijd lopen door elkaar. Ook zijn er vaak heel langen zinnen, waardoor er veel komma’s zijn gebruikt.

Ruimte

Het verhaal van Lidy speelt zich af in Zierkzee. Hierbij wordt er veel aandacht besteed aan details. De ruimte waarin LIdy leeft en sterft is heel belangrijk. Het verhaal van Armanda speelt zich af in Amsterdam. Hierbij is de ruimte minder belangrijk.

Tijd

Het verhaal is niet chronologisch omdat er twee verhaallijnen door elkaar lopen. Het verhaal van Lidy duurt ongeveer 7 dagen terwijl het verhaal van Armanda ongeveer 30 jaar duurt. Hierdoor is er in het verhaal van Lidy meer aandacht voor details.

Einde

Het boek heeft een gesloten einde. Het lichaam van Lidy is gevonden en begraven.

Personages

Lidy Blaauw > karakter

Lidy is een van de hoofdpersonen van het verhaal. Ze is getrouwd met Sjoerd en samen hebben ze een dochtertje Nadja. In een van de verhaallijnen volgen we haar.

Armanda Brouwer > karakters

Armanda is de andere hoofdpersoon van het boek. Zij leidt de andere verhaallijn. Ze is het jongere zusje van Lidy en als blijkt dat Lidy dood is, probeert Armanda het leven van haar zus over te nemen.

Sjoers Blaauw > type

Hij is getrouwd met Lidy, eigenlijk omdat het niet anders kon want Lidy was zwanger. Later in het verhaal hertrouwd hij met Armanda.

Nadja Blaauw > type

Over haar wordt weinig gezegd, maar er is wel duidelijk dat iedereen voor haar het beste wil.

Betsy Blaauw > type

Betsy is de hafzus van Sjoerd en een goede vriendin van Armanda. Armanda wil liever naar haar feest dan naar haar petekind.

 

Simon Ceau > type

De dijkgraaf in Ziekzee. Hij is de eerste die door heeft dat de dijken gaan breken. Hij vraagt Lidy om haar auto zodat hij mensen kan waarschuwen en samen proberen ze mensen te redden van de verdrinkingsdood.

Recensie

Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen

Het vijfde en laatste hoofdstuk uit de nieuwe roman van Margriet de Moor, De verdronkene, heeft als titel ‘Responsorium’. Op het eerste gezicht is dit een merkwaardig slot. Met betrekking tot het lot van de hoofdpersonen resten slechts enkele vragen en de hoofdhandeling is afgerond.
Deze laat zich overigens met weinig woorden weergeven. De gebeurtenissen worden in gang gezet door een weekendreis die Lidy, een jonge vrouw en moeder, maakt op verzoek van haar zus Armanda. Voor haar in de plaats brengt zij een cadeau naar Zeeland en maakt daar de watersnoodramp mee. Een tweede verhaallijn wordt gevormd door de belevenissen van Armanda en haar familie. In het ‘Responsorium’ vindt tot slot een gesprek plaats tussen de twee zussen.

Bij het weergeven van de gebeurtenissen in Zeeland hanteert De Moor een aan Kundera verwante techniek: eerst trekt zij de contouren, het verloop van de gebeurtenissen is duidelijk, details volgen. Zo is het op de tweede bladzijde vrijwel zeker dat Lidy niet terug zal keren van haar reis omdat er sprake is van een ‘afscheid (dat) voorgoed was’. Door deze techniek schept De Moor een spanning die niet alleen afhankelijk is van de opeenvolging der gebeurtenissen. Het gaat dan niet meer om de afloop van een rampzalig weekend maar om zaken die daar bovenuit worden getild: hoe reageren mensen op elkaar, welke rol speelt het individuele verleden op zo’n moment. Dit betekent niet dat De Moor de couleur locale verwaarloost. De storm wordt zo pakkend weergegeven dat bij het onderbreken van het lezen de afwezigheid van geluid verbazing wekte. Meteorologische achtergronden worden meegedeeld via allerlei kanalen: van het polygoonjournaal en een weerkundige, tot een hoofdingenieur van Rijkswaterstaat. Daarbij werd het gevoel van ongeduld zoals verwoord door Lidy (‘goeiegenade, oké, maar hoe raak ik nu van die man af’), bij het lezen van deze realistische passages een enkele keer het mijne.

De verdronkene is maar in zeer beperkte mate een realistische roman. Dat blijkt uit de vervlechting van een enkele dagen durende winterreis van Lidy met zo’n 30 jaar uit het leven van haar zus; afwisselend volgen we enerzijds Armanda en anderzijds dat wat Lidy overkomt. De tijd loopt, zoals in het motto uit Terwijl ik op sterven lag van Faulkner, ‘als een bochtige draad parallel tussen ons in’. Door het op die manier thematiseren van tijd, komt de vervlechting van de twee verhaallijnen nergens geforceerd over en verdwijnt het verschil in tijd. De geconcentreerd weergegeven gebeurtenissen uit 1953 weerspiegelen het verloop van Armanda’s leven, haar ‘Familieroman’, zoals de titel van hoofdstuk V luidt.

De verdronkene is maar in zeer beperkte mate een realistische roman. Dat blijkt uit de vervlechting van een enkele dagen durende winterreis van Lidy met zo’n 30 jaar uit het leven van haar zus; afwisselend volgen we enerzijds Armanda en anderzijds dat wat Lidy overkomt. De tijd loopt, zoals in het motto uit Terwijl ik op sterven lag van Faulkner, ‘als een bochtige draad parallel tussen ons in’. Door het op die manier thematiseren van tijd, komt de vervlechting van de twee verhaallijnen nergens geforceerd over en verdwijnt het verschil in tijd. De geconcentreerd weergegeven gebeurtenissen uit 1953 weerspiegelen het verloop van Armanda’s leven, haar ‘Familieroman’, zoals de titel van hoofdstuk V luidt.

De spiegeling tussen de twee verhaallijnen in De verdronkene wordt op veel niveaus herhaald. Veelvuldig verschijnen spiegels en spiegelingen en wat dit betreft is de verhouding tussen de twee zusters het meest dwingend. Zij zijn vrijwel elkaars spiegelbeeld en het tweetal nam ‘hoogstwaarschijnlijk wel met precies dezelfde blik’ waar. Lidy gaat in plaats van haar zus naar Zeeland en Armanda neemt Lidy’s rol over in Amsterdam. In dit verband is de volgende scène veelzeggend. Lidy bevindt zich met de dijkgraaf in een huis op het door de storm geteisterde platteland. Op dat moment blijkt het verleden voor haar geen enkele rol te spelen en de conclusie is ‘Het gemak waarmee je ene ik een stapje terug doet, voorrang verleent aan het andere’. En met dit soort overwegingen roept De Moor een aantal vragen op, die de kern van de roman vormen; vragen naar de verhouding tussen ‘al die ikken’, of het mogelijk is de plaats van een ander in te nemen en, indien dat gebeurt, wat dat voor gevolgen heeft.

In het ‘Responsorium’ spreekt Armanda over Lidy als over een bij haar ondergedoken zus, ‘Iemand die mijn leven lang met me mee heeft gekeken en meegeluisterd’ en stelt zo hun betrekking definitief vast. Wellicht is dat ook de betekenis van het laatste hoofdstuk. Het is een gesprek tussen de bijna overleden Armanda en haar verdronken zus. Daarmee is de scheiding tussen de twee verhaallijnen, verleden en heden, verdwenen. Het ‘Responsorium’ geeft niet een antwoord op alle vragen, maar moet misschien eerder in beschouwelijke zin worden opgevat: een herhaling van vragen en voorzichtige overwegingen met een bespiegelend effect. Als dat een van de bedoelingen van De verdronkene is, dan is Margriet de Moor daarin zeker geslaagd.

(http://recensieweb.nl/recensie/alsof-de-tijd-zich-ooit-zou-laten-dwingen/)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.