1.Samenvatting (van twee verhaallijnen)
Verhaallijn één: De Watersnoodramp
Amanda Brouwer is 21 jaar: ze is peettante van een nichtje in Zierikzee dat ze eenmaal per jaar op haar verjaardag bezoekt. Dat is a.s. zaterdag 31 januari 1953. Maar ze heeft veel meer zin om naar een feestje van haar vriendin Betsy Blaauw te gaan en op maandag 26 januari 1953 vraagt ze aan haar zus Lidy (23 jaar) of die niet in haar plaats naar Zeeland wil gaan. Ze lijken bovendien ook nog heel erg op elkaar. Lidy wil dat wel, omdat ze dan ook nog in de auto van haar vader mag rijden. Lidy is getrouwd met Sjoerd Blaauw, de halfbroer van Betsy, de vriendin van Armanda. Armanda was ook verliefd geweest op Sjoerd, maar die had in een onbewaakt moment Lidy versierd en haar zwanger gemaakt. Sjoerd en Lidy hebben een kind, dat Nadja heet.
Lidy gaat op weg naar Zierikzee en neemt de route met allerlei veerponten via Zuid-Holland om in Zierikzee te komen. Een soort zwerftocht dus. Op een van de ponten ontmoet ze een ingenieur van Rijkswaterstaat die haar vertelt dat het wel eens zou kunnen gaan spoken in die nacht. Maar Lidy wordt er niet echt angstig door. Ze gaat naar de familie en viert het feest mee. Toch komen er berichten binnen dat het wel erg hard zal gaan stormen. Desondanks gaat Lidy (nadat er een foto genomen is van haar met haar peetkind) rustig slapen, maar midden in de nacht wordt ze door de dijkgraaf Simon Cau uit haar bed gehaald. Hij vraagt of hij haar auto mag gebruiken om mensen te waarschuwen en de dijken te inspecteren. Lidy wil liever zelf mee gaan en op die manier krijgt de lezer een indruk van het snel wassende water. Ze ziet hoe de mensen hiermee omgaan: een aantal van hen gaat met een gerust hart slapen: ze zijn wel wat gewend. Maar allengs wordt duidelijk dat het water hoger en hoger komt en dat de terugweg van veel mensen wordt afgesneden. Er komt een moment dat de dijken breken en dat Schouwen-Duiveland (het eiland waarop Zierikzee ligt) onder water loopt. Lidy Brouwer bevindt zich op dat moment in gezelschap van de dijkgraaf Simon Cau, wat familieleden die overgebleven zijn van het feest en daarbij komen mensen die onderweg gestrand zijn en met moeite het huis kunnen bereiken waarin Lidy voorlopig zit. Er is nog plaats op de zolderverdieping, want het water heeft zijn verwoestende werk al voor een belangrijk deel gedaan. Zo komen er een gebochelde jongen bij, een hoogzwangere vrouw, die haar eerste weeën heeft en een Zeeuwse boer die de avond ervoor weer eens zijn handen heeft misbruikt toen hij dronken thuiskwam en zijn vrouw zoals zo vaak daarvoor in elkaar heeft geslagen. Lidy beschrijft de personages heel goed en geen ogenblik denkt ze eigenlijk aan haar man en Nadja die in Amsterdam zijn achtergebleven. Eigenlijk voelt ze zich wonderbaarlijk thuis in deze nieuwe omgeving. Het deel waarin deze episode wordt beschreven, heet dan ook “Familieroman”. Ze beleeft als het ware de belangrijkste zaken uit haar leven (de laatste 36 uur vanaf haar vertrek naar Zierikzee) in een nieuwe familie. Wel merkt ze als ze uit het raam kijkt dat het water steeds hoger wordt, dat er delen van huizen komen voorbijdrijven. Ze ziet ook dieren verdrinken. Het is een bizarre gebeurtenis dat er nieuw leven wordt geboren in het uur van de dood. De hoogzwangere vrouw (Cathrien Padmos) bevalt kranig van een jongetje en Lidy helpt zo goed als ze kan bij de bevalling.
In de namiddag van zondag 1 februari 1953 raakt het huis los van zijn fundamenten en worden ze weggespoeld: ze komt op een stuk voorbijdrijvend rietland terecht en iedere keer weer wordt daarvan een stuk losgescheurd en verdwijnt er weer een Zeeuws “familielid” uit haar leven. Op het laatst blijft ze over met een de Zeeuwse boer Hocke, ze liggen in elkaars armen om elkaar warmte te geven. Maar ook hij wordt van haar losgerukt en verdwijnt in de golven. Dan is ze nog helemaal alleen over in die grote Oosterschelde. In de verte hoort ze gezang. Het idee aan de klassieke Sirenen dringt zich op, maar het blijkt een zeer gelovige familie te zijn die boven op het dak van hun boerderij psalmen zingend op de dood wacht. Dan geeft Lidy Brouwer eigenlijk ook de moed op. We schrijven maandagochtend 2 februari 1953. In het laatste deel wordt nog verteld wat haar laatste gedachten zijn.
Verhaallijn twee: Armanda na de ramp
De 21-jarige Armanda (net zo knap als haar zus) gaat met haar zwager Sjoerd naar het feest van haar beste vriendin Betsy Blaauw (10 jaar ouder dan zij) Op het feest danst ze met Sjoerd cheek- to- cheek en ze merkt dat ze zich lichamelijk tot elkaar aangetrokken voelen. Ze gaan samen van het feest weg, maar ze kan zich beheersen en ze gaat naar haar eigen bed bij haar ouders. De volgende dag komt Sjoerd wel ontbijten en hij heeft geen contact kunnen krijgen met Lidy, omdat de telefoonlijnen niet werken. Er is sprake van een informatiekloof (er is nog geen televisie ) Enkele dagen later gaat Sjoerd zelf naar Schouwen-Duiveland, maar hij vindt geen spoor van Lidy. Wel ziet hij veel lijken van mensen die begraven worden, soms zonder dat men weet wie het betreft. In de maanden erna zoekt Sjoerd wel troost bij Armanda, maar er is geen sprake van lichamelijk intimiteit. Er wordt van hogerhand een noodwet afgekondigd, waarbij het mogelijk wordt dat een vermiste na ongeveer anderhalf jaar dood wordt verklaard. Dat was enkele jaren ervoor ook met de vermiste oorlogsslachtoffers gebeurd. Betsy, Sjoerd en Armanda organiseren in juni 1954 een rouwdienst, maar er is geen kist en geen lichaam aanwezig. Armanda voelt wel veel voor Sjoerd; ze wordt min of meer moreel gedwongen de positie van haar zus in te nemen.
Het komt in mei 1955 dan ook tot een huwelijk tussen Sjoerd en Armanda. Voor het eerst hebben ze seksueel contact, want Armanda is als maagd het huwelijk in gegaan. Hoewel ze toen ze vrijgezel was hevig lichamelijk naar Sjoerd verlangde (vgl. Het feest bij Betsy), is het nu allemaal heel anders. Ze heeft een vreemd gevoel, omdat ze zich in alles de plaatsvervangster van haar zus voelt. Alles in het huis doet denken aan Lidy. Ze heeft zich bij de bruiloft ook verschrikkelijk geërgerd aan een oom die hoewel goedbedoeld een minuut stilte had gevraagd om Lidy te herdenken. Betsy heeft op die bruiloft een jonge oom van Armanda ontmoet en enige tijd later trouwen die ook met elkaar. Armanda voedt Nadja op als haar eigen kind, maar het meisje is niet erg gemakkelijk voor haar. Sjoerd maakt maatschappelijk carrière en ze krijgen twee kinderen: een meisje Violet en een jongen Allen. Dan ook is Armanda het zat om in het huis van Lidy te blijven wonen: alles in het huis tot en met het meubilair toe, ademt de sfeer van Lidy uit. Ook dit wordt in het deel “Familieroman” beschreven. Armanda voelt ze zich als een vreemde in de vertrouwde omgeving: ze is daarmee precies de tegenpool van haar zusje Lidy (zie hierboven) die zich zo vertrouwd voelt in de nieuwe omgeving.
In 1962 ziet Nadja (dan 11 jaar oud) een foto van Armanda met een ander meisje. Maar Armanda vertelt haar dat dit een afbeelding is van haar eigen moeder op de dag van haar dood. Ze heeft de foto van familie uit Zeeland gekregen. In het hoofdstukje “Mijn vrouw begrijpt me niet” vertelt Sjoerd dat hij op een dag naar Schouwen-Duiveland is gereden om de sluiting met caissons van de zeearmen daar bij te wonen. Armanda is eigenlijk heel boos dat hij daarnaar toe is gegaan; in wezen is ze daarmee jaloers op haar overleden zus. Op die avond maakt Sjoerd zijn eerste afspraak om vreemd te gaan: een toevallige ontmoeting met een mooie vrouw op een Amsterdams terras, waarbij de traditionele zin, dat hij niet wordt begrepen door zijn vrouw in de roman naar voren komt.
We springen in deze tweede verhaallijn met grote sprongen door de tijd heen. Het wordt duidelijk dat het huwelijk tussen Sjoerd Blaauw en Armanda geen stand houdt. In 1968 scheiden ze.
We schrijven augustus 1972. Armanda ontvangt een brief van Nadja. Het is een treurige brief waarin staat dat ze door haar Surinaamse vriend in de steek gelaten is. Armanda had haar gewaarschuwd en nu heeft ze toch gelijk gekregen. Haar vriend gaat terug naar Suriname, waar hij getrouwd is. Nadja is helemaal van slag. Toch is het een lieve brief voor Armanda.
Ze maakt in de brief ook gewag van de situatie in de Bijlmer, waarin steeds meer allochtonen dreigen te verschijnen. In dit hoofdstuk vertelt Armanda dat ze eigenlijk meer houdt van Nadja dan van haar eigen kinderen.
Als ze negenenveertig jaar is (28 jaar na het begin van de roman) sterft haar vader. Het is 1981. Aan diverse onbekende mensen (in de rij voor het Rijksmuseum om de Nachtwacht te zien en in het museum zelf) vertelt ze dat haar vader eigenlijk twee keer gestorven is. De eerste keer was hij van het randje van de dood teruggehaald. Daarna was hij sterk van karakter veranderd en een jaar later was hij toch definitief doodgegaan door een plotselinge hartstilstand. Het laatste deel van het verhaal vertelt ze aan Betsy Blaauw, die ze weer eens ontmoet. Sjoerd was in 1978 hertrouwd en Armanda hield er een lat-relatie op na met een leraar van haar school.
In het laatste hoofdstuk van deel IV “De verdrongene” krijgt Armanda van de politie bericht dat er overblijfselen zijn gevonden van wat waarschijnlijk Lidy moet zijn geweest. Haar beenderen zijn nog enigszins geconserveerd, omdat ze in het slik terecht gekomen is. Voor de bouw van de Stormvloedkering moet er gegraven worden. Gezien het feit dat de Stormvloedkering in 1986 voltooid was, ligt deze episode dus tussen 1981 en 1986. Armanda kan in deze tijd dus maximaal 54 jaar oud zijn. Ze wordt verzocht een foto van Lidy te leveren: er kan echter niet met stelligheid vastgesteld worden dat het de overblijfselen van Lidy zijn, maar het is wel aannemelijk. Aan de patholoog-anatoom vraagt ze nog hoe het is om te verdrinken. Die geeft aan dat het een zachte dood is, omdat je in koud water snel het bewustzijn verliest. Armanda en Nadja reizen met de trein naar Zierikzee en wonen daar een plechtigheid bij om de overblijfselen te begraven. Armanda wil een foto van Lidy in de kist schuiven en als die even open gaat, ziet ze dat er op een doek slechts wat beenderen en botten zijn gelegd. Net als Lidy op haar reis met de veerpont (de ingenieur van Rijkswaterstaat, ontmoet Armanda nu in de trein iemand die veel informatie geeft over de Deltawerken.(een waterloopkundige van de Deltadienst) De spiegel wordt steeds duidelijker. Nadja en Armanda gooien een schep zand op de kist. Armanda vraagt zich af of je op deze plek de zee zou kunnen horen.
Slot: Responsorium
Armanda is opgenomen in het verpleegtehuis Tabitha. Ze is er slechts aan toe. Ze houdt een gesprek met de geestverschijning van Lidy. De laatste vindt dat Armanda er maar slecht uitziet. Armanda vraagt hoe het is om onder het wateroppervlak te drijven. Zoals het twee zussen betaamt, halen ze ook jeugdherinneringen op. Ze waren soms wat jaloers op elkaar. Armanda vertelt dat ze het daarna moeilijk had om de stand-in voor Lidy te zijn: ze had zelfs haar eetgewoonten aangepast om op Lidy te lijken. Lidy vraagt hoe Armanda Sjoerd in bed vond. Armanda vertelt dat Sjoerd intussen met zijn derde vrouw Blaauw weer in Amsterdam woont. Dan vraagt Lidy naar Nadja. Dat was een heel naar voorval geweest. Nadja was plotseling overleden aan een hartstilstand. Armanda vermoedt dat de hartstilstand veroorzaakt werd door emotionele beschadiging: Nadja was al weduwe, ze had een nieuwe relatie met een man die getrouwd was. Dat leverde dus ook spanning op. Intussen is moeder Brouwer op 93-jarige leeftijd ook overleden. Ze stierf in hetzelfde verpleeghuis als waarin Armanda nu ligt. Lidy vraagt aan Armanda hoe oud ze nu is. Armanda weet het niet, maar het is in ieder geval niet stokoud. Dan wordt ook nog uitgesproken waarom Armanda Lidy gevraagd had haar plaats op 31 januari 1953 in te nemen. Er was toch wel iets van jaloezie te bemerken: Armanda had Sjoerd immers ook gewild. In een opwelling had ze haar zus gevraagd, zodat zijzelf naar het feest van Betsy kon gaan. Intussen wordt duidelijk dat ze min of meer aan het dementeren is en niet lang meer te leven heeft. Ze vraagt zelfs aan Lidy of ze haar komt halen. Ze vraagt ook hoe het op de laatste momenten in de Oosterschelde is geweest. Lidy geeft aan dat ze heel rustig is gebleven. Op het moment van de dood zelf was haar laatste gedachte dat ze het jammer vond dat ze het recept van pannenkoekjes met gembersnippers niet had kunnen uitproberen.
Lidy geeft aan dat sterven niet erg is en dat het waar is dat je wordt opgehaald door mensen met wie je je wilt omringen. Dan is het moment daar. Armanda sterft…

Tijd
2 A1. Hoe is het tijdsverloop van het verhaal?
In dit boek worden twee verhaallijnen door elkaar heen beschreven. Het is dus helemaal niet chronologisch, want het verhaal van Lidy word in 7 dagen verteld. Het verhaal van Armanda neemt 28 tot 33 jaar in beslag. Je merkt wel heel erg wanneer je het boek leest dat er tijdversnellingen en vertragingen worden gebruikt. De tijd dat Lidy in Schouwen-Duiveland is, word heel erg nauwkeurig en in details beschreven. De tijd die beschreven word waarin Sjoerd en Armanda duidelijk beschreven worden, gaat veel sneller. Er worden veel minder details gegeven en je krijgt dus ook een duidelijker beeld van Lidy.
2 A2. Wanneer speelt het verhaal zich af en welk effect heeft dit op het verhaal?
Het verhaal speelt zich af ten tijde van de watersnoodramp in 1953. Wanneer Lidy is vertrokken speelt een groot gedeelte van het boek op Schouwen-Duiveland af. In Amsterdam wonen Armanda en Sjoerd dus speelt hier ook een gedeelte van het boek zich af. In 1955 trouwen Sjoerd en Armanda en krijgen nog 2 kinderen. Hiertussen moet dus ook nog een paar jaar zitten. Over deze periode wordt niet veel gezegd. In het laatste gedeelte van het boek, het responsorium, word beschreven dat Armanda in een verpleeghuis. Dat is dus ook een grote sprong in de tijd waarin helemaal niets gezegd word over de veranderingen die optreden. De scheiding van Sjoerd en Armanda krijg je nog wel mee. Met de opening die gelaten word tot de periode in het verpleeghuis, krijg je de kans om zelf die lege ruimte in te vullen door middel van je eigen fantasie. De vertelde tijd is waarschijnlijk al wel meer dan 50 jaar. Dit is hoogst waarschijnlijk omdat Armanda al behoorlijk oud was toen ze overleed in een verpleegtehuis.
2 B1. Maakt het tijdsverloop het verhaal spannend of juist saai, verwarrend of duidelijk?
Wanneer Lidy op Schouwen-Duiveland is aangekomen, word alles heel erg gedetailleerd beschreven. Wanneer ze in de zolder van de boerderij zit, word het boek op een gegeven moment wel wat saai. Alles word heel erg in details beschreven, maar als er alleen water te zien is en je zit met wat mensen al uren in een huis waar niets te beleven valt, alleen de geboorte van een kindje, word dat lezen toch wel saai. Er is geen afwisseling meer. Het is daarom goed dat er vaak overgesprongen word van verhaallijn. Wanneer er overgesprongen word, is het duidelijk. Je merkt meteen dat je in een andere omgeving bent. Het is niet erg duidelijk in het responsorium dat Armanda met een geestverschijning van Lidy praat. Verder vind ik het een duidelijk boek, wat je goed kan volgen.
2 B2. Om welke redenen geeft het verhaal volgens jou een (on)betrouwbare indruk van deze periode? Geef voorbeelden.
Mij geeft het boek een betrouwbare indruk van deze periode. Met de watersnoodramp zijn veel mensen omgekomen en er is veel verwoest. Wanneer er beschreven word dat de daken van de huizen werden getrokken, dat de wind sneed en hoe mensen niets konden doen tegen het geweld van de natuur, vind ik dat het een betrouwbare indruk geeft. De voorkennis die ik al had, komt overeen met de informatie die in dit boek gegeven wordt. Doordat de gevoelens van Lidy en Sjoerd beschreven worden vind ik het ook betrouwbaar. De onwetendheid en radeloosheid van Sjoerd… De angst en later de rust bij Lidy… Ik vind het mooi geschreven en een betrouwbare indruk achterlatend.

Perspectief
3 A1. Bij wie/welke verhaalfiguur ligt het perspectief?
Er zijn twee verhaallijnen. Het perspectief ligt niet bij de hoofdpersonen in het boek. De ‘alwetende verteller’ is van alles op de hoogte, en geeft af en toe een vooruitblik in de tijd. De alwetende verteller is van elk personage op de hoogte en geeft kennis over personages die de hoofdpersonages Lidy en Armanda niet hebben.
3 A2. Hoe noem je dat soort perspectief?
Dit perspectief wordt ‘alwetende verteller perspectief’ genoemd.
3 B1. Hoe is de verteller bij de handeling betrokken?
De ‘alwetende verteller’ is van alles op de hoogte, maar komt niet in het boek voor. Hij is geen personage die een rol heeft in het boek.
3 B2. Hoe heeft het perspectief invloed op jouw manier van kijken naar de handeling?
Doordat de ‘alwetende verteller’ van alles op de hoogte is, hij weet nog meer dan de hoofdpersonen zelf, kom je veel te weten over de personen die in het boek voorkomen. Doordat er meer verteld word, en je dus ook meer weet, dan bijvoorbeeld Lidy, Sjoerd en Armanda, krijg je een betere kijk op de situatie.
3 B3. Hoe werkt het perspectief uit op jouw betrokkenheid bij het verhaal?
Doordat er veel verteld wordt over de omgeving en de situatie waarin Lidy, maar ook Armanda zit verteld word, krijg je een bepaald beeld bij de situatie. Wanneer het hele boek uit bijvoorbeeld de ogen van Armanda verteld zou zijn, zou je veel niet te weten komen. Je zou bijvoorbeeld niet te weten komen hoe Lidy over de situatie dacht. Wat ze allemaal zou gaan missen en wat ze vergeten was. Als alles uit de situatie van Lidy verteld zou zijn, zou je nooit te weten gekomen zijn dat Sjoerd en Armanda zouden gaan trouwen, twee kinderen zouden krijgen en later weer zouden gaan scheiden. Het perspectief heeft dus een grote invloed gehad op mijn betrokkenheid bij het verhaal.

Personages
4 A1. Wie zijn de belangrijkste figuren? Beschrijf ze kort, innerlijk en uiterlijk.
P. 15: “Ze leken op elkaar. Ze waren grote meisjes met smalle sterke schouders die ze een beetje naar voren gebogen hadden. Donker haar, tegen kastanjezwart aan, dat sluik achter die schouders verdween, de fijne oortjes vrijliet en het voorhoofd met een recht afgeknipte pony helemaal aan het zicht onttrok”
De meisjes waren beide niet zorgelijk.
Lidy is behulpzaam, ze helpt met de geboorte van iemand waar ze komt op een inspectie van de dijken en ze helpt Simon Cau met het inspecteren van de dijken en iedereen te waarschuwen.
Armanda is al lang verliefd op Sjoerd, en vindt het jammer dat zij niet naast hem op de tennisbaan zat, Armanda is dus jaloers op Lidy.
Armanda is kwaad op haar zus in het begin van de vermissing, ze is een beetje egoïstisch.
Armanda was verlegen op haar 14e.
Armanda “ziet” van zichzelf hoe ze glimlacht, ze bekijkt zichzelf van een afstandje.
Sjoerd is vasthoudend, hij blijft Lidy zoeken, hij wil zekerheid hebben of ze nog leeft. Hij wil niet beseffen dat ze waarschijnlijk dood is.
4 A2. Maken de personages een persoonlijke ontwikkeling door? Zo ja, beschrijf die kort.
Ja, bijna alle personen die voorkomen in dit boek, maken een persoonlijke ontwikkeling door. Lidy komt terecht in een situatie waarin ze nooit verwacht had te zullen belanden. Wanneer ze midden in de situatie zit, beseft ze dat de dood in een ogenblik erg dichtbij kan komen. Er is een poosje sprake van angst, maar daarna komt er vrede voor in de plaats. Ze bedenkt wat ze allemaal zou gaan missen, en als je weet dat haar laatste gedachte aan het recept wat ze niet meer zou kunnen maken was, weet je dat ze rustig is ingeslapen.
Armanda is verliefd op Sjoerd. Armanda is jaloers op Lidy. Na iets meer dan een jaar na de vermissing, word Lidy begraven. Na dan weer een jaar trouwen Sjoerd en Armanda. In hun huwelijk krijgen ze twee kinderen. Ze scheiden. Armanda is altijd jaloers geweest op Lidy. Het is dus een persoonlijke ontwikkeling wanneer ze niet meer jaloers is en zelfs scheidt.
Sjoerd is een vasthoudend persoon. Hij wil weten wat er is gebeurd met Lidy. Na veel reizen naar Zeeland krijgt hij bericht dat ze officieel overleden is verklaard. Hij legt zich erbij neer en trouwt na een jaar met Armanda. Dit doet hij pas nadat het besef is gekomen dat ze echt overleden is.
4 B1. Neemt de hoofdfiguur belangrijke beslissingen? Zo ja, welke?
Ja, wanneer Lidy beslist dat zij degene is die naar Schouwen-Duiveland zal gaan, is de beslissing waarom het hele boek draait genomen. Wanneer Lidy niet gekozen had om naar Schouwen-Duiveland te gaan, had ze niet omgekomen door het water. Dan zou Armanda naar Schouwen-Duiveland gegaan zijn, en was Armanda waarschijnlijk omgekomen. Dan hadden Sjoerd en Lidy nog getrouwd geweest en had Nadja haar eigen moeder nog gehad. Wanneer Armanda gegaan zou zijn, zou het een heel ander boek zijn geworden, met waarschijnlijk een heel ander onderwerp.
4 B2. Met welke verhaalfiguur voel je je het meest verwant? Leg uit waarom.
De gevoelens en emoties van Lidy worden gedetailleerd beschreven. Wanneer ik dat lees, kan ik me vaak beter inleven in de situatie. Als Armanda beschreven wordt, is het de situatie die beschreven word, en niet de gevoelens. De omgeving waarin Lidy verblijft, word veel duidelijker omschreven dan de omgeving waarin Armanda en Sjoerd verblijven.

Ruimte
5 A1. Lijkt de auteur bewust te kiezen voor een bepaalde ruimte in het verhaal? Welke elementen gebruikt hij voor de beschrijving en met welk effect?
Wanneer de situatie van Lidy beschreven word, wordt er veel aandacht gegeven aan de details. Het Zeeuwse decor van de watersnoodramp is in haar verhaallijn heel duidelijk te herkennen. Margriet de Moor heeft zicht via foto’s en archiefmateriaal moeten documenteren om de informatie op te doen die ze in dit boek opgeschreven heeft om de omgeving te laten ‘zien’. De ruimte waarin Lidy op dat moment leeft en sterft, is heel erg belangrijk. De ruimte waarin Armanda leeft is Amsterdam. Die ruimte is van minder dramatisch belang dan de symbolische ruimte van Lidy. Een mooi verschil tussen een topografische ruimte tegenover een symbolische ruimte.
5 B1. Vind je de ruimte bepalend in het verhaal? Verklaar je antwoord.
Ja. Als Lidy in een veel rustigere omgeving had geweest, had het heel anders op mij overgekomen. Doordat de omgeving zo heftig is, word het verhaal ook een stuk heftiger. Je merkt niet echt dat Armanda in Amsterdam woont. Het wordt niet zo gedetailleerd verteld, dus kom je minder over de omgeving te weten. Ik vind het wel bepalend voor de verhaallijn van Lidy, niet echt voor de verhaallijn van Armanda.
5 B2. Spreek de sfeer die door de omgeving ontstaat je aan? Waardoor (niet)?
Ja, mij spreekt de sfeer die in het boek hangt aan. Vooral het verhaal van Lidy spreekt mij aan. De omgeving is heel erg gedetailleerd weergegeven en kun je je dus beter inleven in het verhaal. De omgeving waarin Armanda woont, Amsterdam, spreekt me niet zo aan. Doordat het verhaal van Armanda over een veel langere periode gaat, word er minder aandacht aan de details besteed en kun je je de omgeving dus minder goed voorstellen

Spanning
6 A1. Waaraan ontleent het verhaal zijn spanning? Geef voorbeelden.
In het verhaal komen verschillende spanningsbogen voor. Wat voor mij de spanning gaf, was dat ik wilde weten hoe Lidy zou sterven, en wanneer. Dit vroeg ik me af, want al eerder in het boek word aangegeven dat Lidy zal overlijden, zoals hier: pagina 14 “Als iemand haar had gezegd dat ze, met Nadja stevig in haar armen, alles nog maar eens goed moest bekijken omdat haar afscheid een afscheid voorgoed was, ...”. Voor de rest geeft het ook wat spanning dat je niet weet of Sjoerd en Armanda een relatie zouden krijgen. Ook zijn er bepaalde open plekken. De dood van Lidy word bijvoorbeeld heel lang uitgesteld en er wordt ook heel lang niets over Nadja gezegd. Je gaat je dan afvragen hoe het met haar gaat.
6 B1. In hoeverre vind jij de schrijver erin geslaagd om het boek spannend te maken?
Het hele boek door, vind ik, dat er een bepaalde spanning in het boek blijft. Dit zorgt dat je verder wilt lezen, omdat je wil weten hoe het afloopt. Ik vind dus dat het de schrijver behoorlijk goed gelukt is om de spanning erin te houden.

Stijl
7 A1. Citeer een passage die je wat betreft de schrijfstijl typerend vind voor het boek.
P. 220: “Het gezin dat op het punt stond te vergaan, raakte vrijwel meteen in de stroming die schuin van het huis af naar de grijswitte horizon trok. Het protest van de schreeuwende man veranderde ook al. Ging al op, van het huis uit gezien, in de laatste bewegingen van mensen die hun best deden om nog een minuutje, een seconde langer te bestaan, en in dat ene minuutje, de volheid van die ene seconde dat kon je zien, nog altijd feilloos wisten dat een kind een kind was, een beginneling in omstandigheden die wel eens scherpe, vooralsnog onbegrijpelijke vormen aannamen , en dat een ouder ouder was. Schrik niet, en hou je maar vast aan mij... Twee van de toeschouwers, Van de Velde en Zesgever, hielden hun ogen dichtgeknepen toen het dak kapseisde en hoorden alleen een soort hondengejank. Izak Hocke draaide zich om. Een nieuwe, soortgelijke zending was toen van rechts alweer in aantocht.”
7 A2. Wat typeert deze stijl?
Margriet de Moor gebruikt in dit boek regelmatig heel erg lange zinnen. Doordat ze van die lange zinnen schrijft, gebruikt ze ook vaak komma’s. Ook schrijft ze de ene keer in de tegenwoordige en de andere keer in de verleden tijd.
7 B1. Heb je van de stijl kunnen genieten? Waardoor (niet)?
Ik vond het over het algemeen een fijn boek om te lezen. Ik vind dat ‘de verdronkene’ best vlot leest. Het is alleen soms wel lastig wanneer je zo’n lange zin tegenkomt. Die snapte ik vaak niet in één keer en moest je die zin wel twee of drie keer lezen om hem goed te snappen. Ik heb er verder geen moeite mee dat ze de ene keer in de tegenwoordige en de andere keer in de verleden tijd schrijft.
7 B2. Ligt deze stijl dicht bij je eigen taalgebruik of wijkt hij duidelijk af? Licht je antwoord toe.
Mijn taalgebruik is wel anders dan in dit boek gebruikt wordt. Als ik zulke lange zinnen met zulke nette woorden moest gaan zeggen, zou ik er wel heel erg lang over doen, om een goed kloppende zin te zeggen. Het scheelt ook wel met wie dat ik praat. Met mijn vriendinnen praat ik anders dan met oudere mensen. Dat is denk ik een vorm van beleefdheid.

Genre
8 A1. Tot welk genre reken je dit boek?
Dit boek wordt gerekend tot de psychologische romans.
8 B1. Welke kenmerken van dit genre herken je in dit boek?
‘Een psychologische roman is een roman waarin meer dan normaal de nadruk word gelegd op het innerlijk van de karakters, motieven omstandigheden en innerlijke handelingen en gedachten die ontstaan.’
Dit is een definitie van een psychologische roman. De nadruk word in dit boek vooral gelegd op de omstandigheden, de gedachten en gevoelens die er zijn.

Thema en motieven
9 A1. Formuleer het thema in een (vol)zin, waarbij je aangeeft wie de hoofdfiguur is, wat hem vooral bezighoudt en of de handeling belangrijke veranderingen voor hem teweeg brengt.
Armanda neemt de plaats van de verdronken Lidy in en krijgt zo wat ze wilt; Sjoerd en het kind, maar ze verliest zichzelf.
9 A2. Welke motieven herken je in het verhaal?
Verschillende motieven zijn: De dood, overspel, schuldgevoel, echtscheiding en jaloezie. Dit zijn allemaal telkens terugkerende verhaalelementen.
9 B1. Welke betekenis heeft dit thema voor jezelf?
Ik weet weinig over dit thema. Ik heb ook eigenlijk niets met dit thema. Toch vond ik het mooi om erover te lezen.
9 B2. Is je visie op de problematiek die aan de orde wordt gesteld, door het lezen van het boek veranderd?
Ja. Ik dacht dat toen de watersnood was, alle drenkelingen heel erg bang waren om te sterven en dat iedereen in paniek was. Ik las in dit boek de gedachten van Lidy en ik keek wel even raar op. Ik wist niet dat de mensen zo kalm gebleven waren. Dit zullen ze ook niet allemaal geweest zijn, maar als ik lees dat de laatste gedachte van Lidy was, aan het recept wat ze nog graag uitgeprobeerd had, dan was ze niet heel erg paniekerig. Dat had ik echt totaal niet verwacht.

Titel
10 A1. Geef een titelverklaring.
“De verdronkene” is niet moeilijk te verklaren. Lidy Brouwer, in plaats van haar zus op weg naar Zierikzee, overleeft de watersnoodramp niet. Ze is het eerste personage dat in aanmerking komt voor de verklaring van de titel. Maar op blz. 282 van de roman staat het hoofdstuk getiteld “De verdrongene”. Deze bizarre woordspeling geeft aan wat de relatie is tussen beide zussen. Armanda heeft zichzelf al die jaren moeten verdringen, omdat ze teveel op haar zus moest lijken.
10 B1. Bedenk zelf een goede titel voor het verhaal.
‘Wat had er gebeurd als...’

Vergelijking
11 A1. Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen dit boek en je eerder gelezen boek(en)? Beschrijf minimaal twee overeenkomsten en twee verschillen.
Twee verschillen:
- In dit boek werd weinig tot niet gevloekt of grof taalgebruik gebruikt in tegenstelling tot mijn vorig gelezen boek.
- In dit boek kwamen twee verhaallijnen voor. Ik vorige boeken die ik heb gelezen niet of niet zo duidelijk in ieder geval.
Twee overeenkomsten:
- In dit boek is een constante spanning te voelen. Dit was bij mijn vorig gelezen boeken ook.
- In dit boek speelde het thema ‘liefde’ een grote rol. Dat doet het in mijn vorig gelezen boeken ook.
11 B1. Wat is voor jouw het meest opvallende aan dit boek?
Wat mij vooral heel erg opvalt is dat het boek twee verhaallijnen kent. Ook valt het mij op dat de gedachten en gevoelens van mensen heel erg nauwkeurig opgeschreven zijn.

Je eindwaardering
12.
cijfer: 7,5
Structurele argumenten:
Ik vind spanning en genre heel erg belangrijk in een boek. Het genre van dit boek vind ik leuk en lees ik graag. Wanneer een genre me totaal niet aanspreekt vind ik het niet leuk om een boek te lezen. Ik vind ook dat er spanning in moet zitten. Dat zit er gelukkig in. Wanneer het er niet ingezeten had, had ik het een veel minder leuk boek gevonden. Dan is het vaak een saai boek.
Emotionele argumenten:
Het boek sprak me aan, maar ontroerde me niet echt. Ik vond het wel zielig maar de details zijn zo uitvoerig verwerkt dat je niet echt laat schrikken of dat je ergens van opkijkt.
Realistische argumenten:
Dit boek is gebaseerd op een waargebeurde ramp in 1953. Dit gebeurde in Nederland en ik heb er vaker van gehoord. Ik wist wel dat het erg was, maar doordat dit boek zo realistisch op me over kwam, weet ik dat het nog erger was dan dat ik dacht. Doordat de omgeving zo realistisch en uitvoerig beschreven word, komt het verhaal realistisch op me over. Er is heel veel aandacht besteed aan de emoties en omgeving waarmee Lidy in die drie dagen te maken had.
Vernieuwingsargumenten:
Dit is een originele manier van schrijven in mijn ogen. Ik had nog nooit een boek gelezen die twee verhalen zo van elkaar gescheiden, en toch ook zo in elkaar verstrengeld weergegeven heeft. Zonder de ene verhaallijn is de andere er ook niet.
Intentionele argumenten:
Ik denk dat de schrijver wil laten zien hoe een keuze om een paar uur te ruilen van positie, een leven zo ontzettend kan beïnvloeden en uiteindelijk eigenlijk kapot maken. Als Armanda wel zelf was gegaan had Nadja waarschijnlijk opgegroeid als een normaal meisje zonder veel problemen en een vader en een moeder. Één keuze kan een mensenleven echt ontzettend veranderen.
Morele argumenten:
Armanda is verliefd geweest op Sjoerd en vraagt of Lidy naar het feest wil gaan in plaats van zij. Dit is eigenlijk best wel een normale vraag naast het feit dat je mensen voor de gek houd. De vraag is normaal, totdat je de reden weet van de vraag. Ze wil Sjoerd een avond voor zichzelf, ze is jaloers. De opzet van die vraag vind ik niet goed.
Ook de relaties tussen mensen gaan om de haverklap kapot. Ze scheiden alsof het niets is. Dit zijn dingen die niet overeen komen met mijn normen en waarden.
Stilistische argumenten:
Margriet de Moor gebruikt vrij lange zinnen. Ook gebruikt ze vaak beeldspraak en dat vind ik fijn. Ik ben zelf wel een dromer en heb veel met symboliek. Daarom sprak mij dit boek ook aan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.