De val door Marga Minco

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 3575 woorden
  • 14 oktober 2006
  • 42 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 42 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1983
Pagina's
92
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De val
Shadow
Frieda Borgstein woont in een bejaardentehuis. Ze is 84 jaar oud. De gebeurtenis die haar leven heeft beheerst is het wegvoeren van haar man en kinderen tijdens de oorlog. Zelf was zij juist boven in huis toen de Duitsers kwamen. Waarom werd het huis niet verder doorzocht en waarom hebben ze haar niet meegenomen?
Frieda Borgstein woont in een bejaardentehuis. Ze is 84 jaar oud. De gebeurtenis die haar leven heeft beheerst is het wegvoeren van haar man en kinderen tijdens de oorlog. Zelf was…
Frieda Borgstein woont in een bejaardentehuis. Ze is 84 jaar oud. De gebeurtenis die haar leven heeft beheerst is het wegvoeren van haar man en kinderen tijdens de oorlog. Zelf was zij juist boven in huis toen de Duitsers kwamen. Waarom werd het huis niet verder doorzocht en waarom hebben ze haar niet meegenomen?
De val door Marga Minco
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De val
Auteur: Marga Minco

Samenvatting:
Er lopen verschillende verhalen door elkaar heen. Aan het einde van het boek komen alle verhalen bij elkaar.

Frieda Borgstein wordt gewekt en gaat uit bed. Ze staat op en denkt telkens terug aan haar leven van voor de oorlog. Ze zou samen met haar man Jacob en haar kinderen Olga en Leo naar Zwitserland vluchten en Hein Kessels zou dat regelen. Vlak voor de tijd dat ze hadden afgesproken wil Frieda nog een vest pakken voor Olga, maar als ze boven is hoort ze een auto wegrijden en ze rent naar beneden, maar ze is te laat. Ze zijn weg. Ze wordt later gevonden door een collega van haar man en die laat haar onderduiken en zo overleeft ze de oorlog. Frieda is de volgende dag jarig en ze wil er wat groots van maken omdat ze het al heel lang niet meer heeft gevierd. Ze wil de bewoners van het bejaardentehuis trakteren en is druk bezig met organiseren.

Dan gaat het over op de gemeentewerkers Baltus en Verstrijen. Ze moeten het hete water uit de put pompen zodat de leidingen enzovoorts niet springen. Ze moeten dit doen tegenover het bejaardentehuis. Ze hebben allebei niet echt zin en treuzelen een beetje.


In het bejaardentehuis is het ook heel druk want ze krijgen bezoek uit Zweden. Er komen mannen die gaan het bejaardentehuis bekijken. Bien Hijmans, de kokkin, en Rena van Straten, de directrice, zijn daar heel druk mee. Tussendoor gat Hijmans nog naar Frieda om door te geven hoeveel mensen er wonen voor het gebak enzovoorts. Iedereen wil Frieda afhouden om naar buiten te gaan, maar ze is heel koppig en gaat toch. Ze komt onderweg nog Ben Abels tegen. Die werkt in het bejaardentehuis. Vroeger was hij een beetje verliefd op Olga. Ze maakt nog een praatje met hem. Ook nog heel even over Hein Kessels. Hij vraagt ook nog eens of het wel zo verstandig is om naar buiten te gaan, maar Frieda houdt vol. De mannen uit Zweden arriveren net nadat Frieda het bejaardentehuis verlaat om naar de bakker, kapper en bank te gaan. Ben Abels meent één van die mannen te herkennen.

De gemeentewerkers zijn ondertussen met de tweede put bezig en ze zijn moe. Eigenlijk moesten er hekjes om de put staan, maar Baltus vond het niet nodig omdat er zo weinig ruimte tussen de put en de muur zat dat niemand er langs zou gaan. Hij gaat zelf even naar de wc en Verstrijen zou oppassen.

Frieda gaat de deur uit en het valt haar erg tegen. De wind is hard en ze wordt half meegesleurd. Ze steekt de straat over en wordt richting de put geduwd. Ze kan nu niet meer terug en denkt dat er nog wel genoeg ruimte is tussen de put en de muur. Ze gaat er langs en voelt opeens niets meer onder haar voeten en valt in de put. Verstrijen is ondertussen net weggelopen om zijn collega op te halen die wel erg lang blijft plakken. Als hij halverwege is hoort hij een zwakke kreet en hij weet gelijk dat het uit de put komt. Hij probeert de vrouw te pakken, maar ze glipt weg. Niemand komt hem helpen en hij krijgt haar er dan ook niet uit. De brandweer is ondertussen gebeld, maar het is te laat. Frieda is overleden en Verstrijen heeft erge brandwonden.

Ben Abels weet dat de man die hij meende te herkennen Hein Kessels is en belt hem op om met hem te praten. Ze spreken af in een café. Hein Kessels vertelt dat hij Jacob erg mocht. Hij kende hem via zijn vader. In de oorlog zat hij in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had de hele smokkel goed voorbereid en had alle details goed uit zijn hoofd geleerd. Op 21 april 1942 fietste hij ’s nachts naar de Zuidkade om de familie Borgstein op te halen. Toen hij voor de deur stond had hij pas door dat hij gevolgd werd, maar toen was het al te laat. Hij weet niet hoe het kwam, maar ze hadden hem door en hij en de familie Borgstein werden afgevoerd. Ze werden allemaal naar een kamp afgevoerd. Hij heeft het als enige van hen overleefd. Hij durfde de confrontatie met Frieda nooit aan omdat hij zich een amateur voelde die niet deugde. Hij wilde alles vergeten, maar vergeten lukte hem niet.

Thema:
Het thema is volgens mij het toeval. Door toeval valt Frieda niet in handen van de Duitsers. Door toeval ging ze net die dag haar verjaardag wel vieren. Door toeval ging Ben Abels net in het bejaardentehuis werken waar Frieda woonde. Door toeval werden er net die keer geen hekjes geplaatst om de put. Door toeval werd Frieda die kant opgesleurd door de wind. Door toeval kwam Ben Abels op de gang Hein Kessels tegen die, omdat een andere man ziek was geworden, zijn plaats had ingenomen. Allemaal toevalligheden die een heel leven hebben bepaald.

Motieven:
De motieven zijn alle toevalligheden. Alle toevalligheden bij elkaar hebben het leven van Frieda bepaald. Het boek is als het ware gebaseerd op toeval. Frieda droomt ook telkens terug naar de tijd samen met haar man Jacob en haar kinderen. De dood komt ook terug. De dood van haar familieleden en later haar eigen dood.


Titel:
Het eerste waar je aan denkt als je naar de titel van het boek kijkt is dat het de val in de put betreft. Maar je kunt ook zeggen dat het slaat op de val waarin ze in de oorlog zijn gelopen of de val van de trap waardoor Frieda niet meegenomen wordt. Omdat Frieda van de trap viel werd ze niet meegenomen en leefde ze nog. Haar laatste val in de put was één val teveel en ze overleed.

Het motto staat voorin het boek:
“ I imagine, sometimes, that if a film could be made of one’s life, every other frame would be death. It goes so fast we’re not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can’t even begin to know what’s happening.”
Saul Bellow (The Dean's December)

Bellow geeft volgens mij aan dat het onmogelijk is om iemands leven te begrijpen. Als er iets in je leven gebeurt, dan hoeft dat geen reden te hebben. Het kan ook toeval zijn.

Hoofdpersoon:
Frieda Borgstein
Het is een magere, tengere vrouw.
Ze is eigenwijs, koppig en kras. Goed bij de tijd. Ze doet vooral waar ze zelf zin in heeft. Niemand moet zich met haar bemoeien, ze denkt dat ze alles wel alleen kan. Ze vindt het niet leuk dat ze oud is en wil ook niet zo gezien worden. Ze heeft een rekentik. Ze heeft wat met getallen en is vroeger ook boekhoudster geweest. Ze is ook een beetje een dromer. Ze droomt vaak over vroeger.

Bijpersonen:
Baltus.
Een spierbundel. Beetje nors en heeft een ochtendhumeur.

Verstrijen.
Beetje dun en slank. Heeft problemen thuis en is een beetje onzeker. Hij probeert dat te verbergen door te flirten met meiden.

Carla.
Werkt in een café. Blond, slank. Opvallend typetje. Ze valt op Verstrijen.

Gerrie.
Wipneus en heeft een korte bovenlip. Ze heeft een ijzeren opgewektheid.

Rena van Straten.
Geëpileerde wenkbrauwen, smalle lippen. Is gesteld op orde en rust. Heeft een effen temperament. Zelf verzekerd. Straalt vitaliteit uit.

Bien Hijmans.
Forse vrouw met rossig krulhaar, een bol gezicht. Altijd druk in de weer nooit een rustig. Nonchalant en spontaan. Heeft wel eens driftbuien. Straalt ook vitaliteit uit.

Jacob, Olga en Leo.
De familie van Frieda. Er wordt niets verteld over hun karakter of uiterlijk. Ze zijn wel altijd in haar gedachten. Je kunt wel een beetje opmaken dat Jacob een rustige en sterke man was, dat Leo een beetje een negatieveling was en dat Olga een vrolijk meisje was.

Ben Abels.
Heeft een zeemansuiterlijk. Betrouwbaar en rustig. Soms een beetje verlegen.

Hein Kessels.
Een bleek, pafferig gezicht.

Meneer Marks.
Had veel interesse in Frieda. Voelt zich een beetje eenzaam.

De vrouw met de groene jurk.
Heeft dus een groene jurk aan. Heeft recht afgeknipt haar. Is dement en een beetje gek.

Tijd en ruimte.
Ruimte:
Het verhaal speelt zich af:
In het bejaardentehuis.
Op de stoep voor het bejaardentehuis in de Uiterwaardenstraat.
In café: ‘de Salamander’.
In een ander café op het Gouverneursplein.
Op de begraafplaats.

De plaatsen hebben geen symbolische functie.

Tijd:
Het verhaal speelt een poos na de oorlog. Er wordt geen jaartal genoemd, maar ik denk rond 1975 ongeveer. Het maakt niet zoveel uit voor het verhaal, want Frieda gaat in gedachten steeds terug naar de oorlog.

Chronologisch?
Het verhaal is niet chronologisch. Er lopen verschillende verhaallijnen door elkaar. Daar wordt telkens een stukje van verteld en dan springen ze over naar het andere verhaal.

Herhalende elementen?
Er zijn veel herhalende elementen in dit boek. De SD die haar familie heeft opgepakt reed in een grijze auto. De monteurs reden in een grijze bus. In de oorlog ging Frieda een vest ophalen voor haar dochter Olga en in het bejaardentehuis krijgt ze opnieuw te horen dat ze een vest moet halen. In 1942 was het slecht weer en ook wanneer ze overlijdt is het slecht weer.

Vooruitwijzingen?
Er zijn ook vooruitwijzingen. Een voorbeeld is dat de directrice Rena van Straten zegt dat er een ander man in plaats van Rietmeier komt. Later in dat boek blijkt dat die andere persoon Hein Kessels is.

Flashbacks?
Er zijn veel flashbacks. Frieda denkt en ziet vaak beelden uit haar verleden. Door die flashbacks krijg je een idee van haar leven voor de oorlog en ook de fatale gebeurtenis waardoor ze haar familie verloor. Later in het boek wordt verklaard waarom ze niet terugkwamen om Frieda ook op te halen. Ook wordt duidelijk dat Hein Kessels geen verrader is, maar hoe het kwam dat haar familie is opgepakt. De flashbacks zijn heel belangrijk in dit boek.

Tijdvertragin?
Er is ook tijdvertraging. De tijd dat Frieda voor de put stond, tussen de tijd dat ze erin viel is heel erg vertraagd. Af en toe is er ook tijd versnelt. De tijd tussen het overlijden van Frieda en haar begrafenis is versnelt in verhouding tot de rest van het boek. Dat is ook niet echt een belangrijk stukje en is niet echt interessant.

Verteltijd:
De verteltijd is 56 bladzijdes en het lezen kostte voor mij ongeveer 1,5 uur.

Vertelde tijd:
De vertelde tijd is van de ochtend van de val van Frieda tot de dag van haar begrafenis waarop Ben Abels met Hein Kessels heeft afgesproken. Dat is ongeveer 5 dagen.

Structuur:
Aan het eind van het verhaal is er een epiloog.

Het einde is gesloten. Wat er gebeurde in de oorlog is dan duidelijk en verklaard.

Er zijn 16 hoofdstukken. Ze hebben geen titels. De eerste 15 gaan over de laatste ochtend van Frieda en het laatste hoofdstuk gaat (heel iets) over de begrafenis en over de ontmoeting van Ben Abels en Hein Kessels.

Perspectief en verteller:
Het overgrote deel van het verhaal is auctoriaal, maar soms ligt het perspectief bij Frieda en op het einde van het verhaal ligt dat bij Ben Abels.

Stijl:
De zinnen zijn niet te lang. Ze gebruikt korte duidelijke en prettig te lezen zinnen. Ze had niet veel figuurlijk taalgebruik en als ze het had was het duidelijk en te begrijpen. Het boek las lekker weg en ik had niet de neiging om het boek weg te leggen. Ik wilde graag weten hoe het boek afliep en las het dan ook in één ruk uit!

Literatuurgeschiedenis:
Marga Minco’s verhalen gaan bijna altijd over de periode 40-45. Ze is zelf joods en heeft ook nogal wat meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog. Een broer van haar vader en zijzelf hebben alleen de oorlog overleefd van een grote familie. Ze schrijft zovaak over die periode omdat die haar het meest heeft aangegrepen. ‘De val’ is niet een dik boek net als de andere boeken van Marga Minco. Ze probeert uitbreidingen te vermijden. Die beperking geven haar boeken juist extra kracht. Dat merk je ook in dit boek.

Literaire stroming:
Moderne Nederlandse literatuur.

Eigen mening:
Het onderwerp vind ik heel interessant. Boeken die over de 2e Wereldoorlog gaan vind ik sowieso al interessant. Dit boek zet me wel aan het denken. Er zijn zoveel toevalligheden dat het eigenlijk niet meer toeval kan zijn. Er zijn 2 verhaallijnen die heel duidelijk zijn. Ze lopen door elkaar, maar toch is het niet onduidelijk. Het verhaal op zich is wel dramatisch maar het is niet zo geschreven. Er wordt niet onnodig uitgeweid. Er worden niet echt emoties beschreven en daarom krijg je niet echt een dramatisch gevoel. Het is erg geloofwaardig omdat Marga Minco zelf ook de oorlog heeft meegemaakt. Zij bleef ook praktisch als enige van de familie over. Het verhaal maakte een grote indruk op me want ik vond het heel eng dat alles zo bij elkaar kwam en toch 1 samenhangend verhaal werd. In het begin snap je niet wat alles met elkaar te maken heeft, maar je voelt dat er wat komt. De personages in dit boek zijn voor mij wel gaan leven, maar ik weet niet of dat echt een verdienste van de schrijfster is want ik leef me altijd helemaal in. Het taalgebruik was niet te moeilijk en niet te makkelijk. Het was heel prettig om te lezen. De voorkant van het boek vond ik heel apart. Daarom had ik geen hoge verwachtingen van het boek. Het boek was echter heel erg leuk en interessant!

Recensie:
Auteur: Minco, Marga
Boektitel: Val, de
Jaar van uitgave: 1983
Bron: Trouw
Publicatiedatum: 05-05-1983
Recensent: Tom van Deel

De dood van een overlevende
Na jaren is er van Marga Minco weer een nieuw boek verscheen, de novelle 'de Val'. Het is een zorgvuldig en bijzonder ontroerend geschreven verhaal waarin zoals vaker in haar werk, de kleinste dingen groter en erge gevolgen hebben. Marga Minco verstaat de kunst om details, die op zichzelf beschouwd nauwelijks anders da banaal zijn, te laten oplichten zodra ze gelezen worden in het geheel van haar verhaal. Het zijn bij haar vooral de dingen die gezegd worden en die op het eerste gezicht niet veel bijzonders betekenen, waarin tenslotte de wereld van het verhaal blijkt samengevat te zijn. Als de vader in 'Het bittere kruid' tegen zijn dochter zegt: "Haal onze jassen even" en zij daarvoor de gelegenheid krijgt om het huis te ontvluchten, ligt in dat eenvoudige zinnetje al het leed van Minco's "kleine kroniek" besloten.
Kleinigheden, toevallige gebeurtenissen, hebben gevolgen waarvan de draagwijdte pas van uit het hele verhaal kan worden begrepen en over zien. Het schrijven van Marga Minco bestaat in feite uit dit soort van samenvatten, het is het resultaat van schrappen en niet toegeven aan een neiging tot uitleg. Voor deze techniek zijn in de kritiek etiketten gebruikt als "zuiver", "understatement", "geëmotioneerde distantie", "kernachtig" en dergelijke. Zeker is het een stijl die pathos schuwt, zowel in het taalgebruik als in de verhaalstructuur. Dat daarmee in het beste geval de emoties, hoezeer ook verdekt opgesteld, juist gebaat zijn, dat spreekt vanzelf.
In 1957 verscheen 'Het bittere kruid', in 1959 'De andere kant' en in 1966 'het lege huis'. Op nog wat vroege verhalen na, die later gebundeld werden, is al zeventien jaar niets nieuws van Marga Minco uitgebracht. Dat nu de novelle 'De Val' er is, mag dus alleen daarom al opmerkelijk doen.
Het is het verhaal van de dood van een overlevende Frieda stond met haar man en twee kinderen op een afgesproken uur in de avond van 21 april 1942 achter de deur te wachten op de jongeman die hun vlucht naar Zwitserland zou organiseren. Ze merkte dat haar dochtertje kou had gevat en ging even naar boven om een vestje te halen. Precies in die tijd word aangebeld: "Harde stemmen drongen tot haar door uit de vestibule, een gesmoord tumult en vlak daarop het slaan van de voordeur".
"wacht toch, wacht toch op mij!" riep ze. Ze stormde de trappen af, maar struikelde op een van de onderste treden over een losliggende roe. Terwijl ze viel hoorde ze het dichtklappen van de autoportieren. Ze sprong op en struikelde opnieuw, over een citybag die midden in de gang stond. Met het vest tegen zich aangeklemd hinkte ze naar de deur. De natte schemerige kade afkijkend zag ze nog net hoe ter hoogte van het bolwerk een grijze auto vaart minderde en om de hoek verdween."
Net als het meisje in 'Het bittere kruid' is Frieda gered, maar ze leeft dagelijks met de dood van haar gezin. Op het moment dat Marga Minco met haar verhaal begint is ze bijna vijfentachtig jaar. Ze woont in een joods bejaardentehuis, voelt zich nog altijd schuldig omdat zij (waarom zij) het heeft overleefd en wil vooral oud worden om zo lang mogelijk de nagedachtenis van haar familieleden in ere te kunnen houden.

Open put
Op de dag van de novelle gaat ze, tegen het advies van de directrice in, om voorbereidingen te treffen voor de viering van haar verjaardag. Het is buiten koud, een harde wind waait en ze kruipt diep weg in haar jas. Er is aan de overkant van de weg een put, waaruit hete stoom opstijgt. Hij wordt aan het oog onttrokken door een grijs autobusje, maar als ze dat passeert ligt daar die open put, zonder hekje eromheen. Ze valt erin.
Marga Minco heeft in klein bestek deze val van Frieda Borgstein subtiel een gecompliceerd voorbereid. De novelle begint met een hoofdstukje waarin twee monteurs van de gemeentewerken 's ochtends vroeg koffie drinken in hun koffiehuis. Hoewel er niets bijzonders voorvalt, is dit begin buitengewoon dreigend. Ze hebeen "een karwei" voor de boeg, maar weten niet wat de loop der gebeurtenissen gaat inhouden. Ook andere personages doen in de ontwikkeling van 'De Val' mee: personeel van het bejaardentehuis, ouden van dagen, een kennis uit de oorlogstijd. Zelf blijkt later (Frieda Borgstein is dan al dood) dat het bezoek van een Zweedse architect aan het bejaardentehuis in verband gebracht kan worden met Frieda. Er is, kortom, door Marga Minco gearrangeerd op een manier die toch genoeg vrijheid laat voor interpretatie.
enigszins vergelijkbaar met het slothoofdstuk van Mulisch' 'De aanslag', waarin plotseling iets wordt onthuld dat al het voorafgaande in een ander licht plaats, laat Marga Minco op het eind de jongeman optreden die de Borgsteins naar Zwitserland zou brengen. Hij kan het haar niet meer vertellen, zij is dood, maar hij vertelt aan Abels, haar kennis uit de oorlogstijd, dat hij hen niet verraden had, maar kennelijk was gevolgd door SD-agenten, die toen hij aanbelde in een auto plotseling voorreden.

Dubbelzinnige titel
Heel anders dan Frieda Borgstein een heel leven had gedacht. 'de Val' is een dubbelzinnige titel. In de oorlog loopt de familie in de val, en jaren later valt zij in de put. Het is moeilijk de twee gebeurtenissen met elkaar in verband te brengen. Het zijn toevallige gebeurtenissen: de familie werd niet verraden, maar toch opgepakt, en Frieda Borgstein komt door een misstap, veroorzaakt door een ongelukkig arrangement van weer en wind en zorgeloosheid van gemeentearbeiders om het leven. Frieda Borgstein, kan men zeggen, deelde tenslotte toch nog het lot van haar familie. Die parallellie is door Marga Minco op verschillende manieren aangeduid, van de grijze auto vroeger tot het busje van de monteurs nu, van het vestje van haar dochter toen tot het vest dat zij toch nog even voor ze naar buiten gaat, van haar kamer haalt.
Dat zijn natuurlijk trucs, die een goede schrijver, als ze goed worden toegepast, alleen maar sieren. Marga Minco siert het dat zij weliswaar met dit soort middelen een heldere, samenhangende verhaalinhoud vormt, maar ze niet dominant laat zijn. Het zijn samenvattingen ergens van, en wel van gevoelens die met afscheid, willekeur, trouw en dood te maken hebben.
Een nieuwe, en zuivere, stap in de richting van de formulering van deze gevoelens, op de haar typerende manier, is deze gave novelle 'De Val'.
Bron: Literom, Openbare Bibliotheek Delfzijl, Trouw © 1983

Verwerkingsopdracht:
Ik heb als verwerkingsopdracht gekozen om een artikel in de schoolkrant te schrijven over dit boek.

De Val - Marga Minco.
De Val van Marga Minco is een mooi en leuk boek om te lezen. En niet alleen omdat het dun is, maar ook omdat het een heel aangrijpend verhaal is. Het is niet zo als alle andere oorlogsboeken. Marga Minco schrijft veel oorlogsboeken en is zelf ook Joods. De tijd van de Tweede Wereldoorlog heeft haar erg aangegrepen en bij het schrijven van een boek komt ze vaak ook uit op die periode. Door haar speciale manier van schrijven lukt het Marga Minco om je te boeien tot het eind. Het is een heel bijzonder boek wat zeker het lezen waard is!
Verhaal: De vierentachtigjarige Frieda Borgstein woont in een klein appartement in een modern bejaardentehuis. In de oorlog is iets gebeurd waarvan zij nooit meer is losgekomen en waardoor ze haar man en kinderen verliest in een concentratiekamp. Op de vooravond van haar verjaardag, veertig jaar later, zal deze gebeurtenis een heel raar en bizar vervolg krijgen.

Het boek is makkelijk weg te lezen. Het is een boek dat nog lang nadat je het hebt gelezen blijft hangen omdat het zo toevallig allemaal is.
Kortom: het is dun, makkelijk te lezen en nog mooi ook. Ik zou zeggen: lezen dat boek!

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De val door Marga Minco"