De Tanimbarlegende door Aya Zikken

Beoordeling 6.9
Foto van Cees van der Pol
  • Boekverslag door Cees van der Pol
  • Docent | 2245 woorden
  • 1 oktober 2006
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 8 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1992
Pagina's
160
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De Tanimbarlegende
Shadow
De Tanimbarlegende door Aya Zikken
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Gebruikte editie
Eerste druk: 1992
Gebruikte druk: 2006
Aantal bladzijden: 172
Uitgever: Atlas, Amsterdam

Gegevens voorkant
Op de voorkant staat een inlander met zijn rug gekeerd naar de lezer. Hij trekt een prauw voort.

Genre
“De Tanimbarlegende “is een psychologische roman over de nawerking van de oorlog. Hij werd in september 2006 opnieuw uitgebracht.

De flaptekst
In De Tanimbar-legende beschrijft Aya Zikken het leven van drie mannen die na de Tweede Wereldoorlog samenkomen op het tropische eiland Kei Dulah in het zuidoosten van de Molukken. De jonge werktuigkundige Jasper Jensen is kersvers uit Nederland gekomen; de controleur Haantjes en de onderwijzer Johannes Morse zijn geïnterneerd geweest in Japanse kampen.

Tijdens een wild dansfeest met de inheemse bevolking vertelt een medicijnman de legende van de verdwenen oorhangers die, nadat ze waren teruggevonden, hun geur verloren bleken te hebben. Zo is het ook met hen die de oorlog overleefden. Ze kregen hun dagelijkse leven terug, maar er is iets verloren gegaan waar vroeger alles om draaide: de kruidige smaak, de gouden glans, de groene geur.


Motto en opdracht
Er is geen motto en geen opdracht.

Structuur en verhaalopbouw
De roman wordt onderverdeeld in 18 genummerde, maar niet getitelde hoofdstukken. De volgorde van de hoofdstukken is chronologisch gerangschikt, maar het verleden van de Japanse overheersing wordt in de roman gebracht door het hoofd Haantjes en de onderwijzer Johannes.
Aan het einde van de roman staat een lijst met inlandse woorden en hun verklaringen.

Perspectief
De ik-verteller is Jasper, een werktuigbouwkundige die inlanders moet helpen en controleren bij de bouw van prauwen. Hij vertelt in de o.t.t. Hij lijkt begaan met het lot van de inlanders en heeft een hekel aan zijn baas, de controleur Haantjes. Die zich nog als een echte koloniaal gedraagt.

Titelverklaring
“De Tanimbarlegende “ wijst naar het verhaal dat wordt verteld door een religieus voorganger van de stam (een soort medicijnman)op het eiland Tanimbar. Het gaat over gouden oorhangers die gestolen worden, maar weer worden teruggebracht. Als ze terug zijn, lijkt alles in orde, maar de oorhangers zijn hun glans en geur kwijtgeraakt. Het verleden kun je niet terughalen, lijkt de boodschap van de titel.


Tijd en decor
De roman speelt na de Tweede Wereldoorlog ten tijde van de vrijheidstrijd van Indonesië tegen Nederland. De Nederlandse troepen vechten al op Java en Sumatra. We schrijven dan de jaren 1948.
Het decor is een tropisch eiland in de Molukken, { Kei Dulah) waar de personages kunnen nadenken over het verleden. Het lijkt een paradijselijke omgeving.

Thematiek en symboliek
De roman gaat over het kunnen loslaten van het verleden. Jasper, Haantjes maar vooral Johannes hebben moeite om het verleden van de oorlog te vergeten en te verwerken. Johannes wil er aan het begin van de roman nauwelijks over praten, maar gaandeweg het verhaal geeft hij aan Jasper steeds meer feiten prijs. Ook over zijn huwelijk en zijn schuldgevoel omdat hij in het kamp zijn gezin in de steek moest laten, vertelt hij zijn gevoelens aan Jasper.
Als er iets verschrikkelijks in je leven is gebeurd, dan kun je er misschien wel overheen komen. Maar als je het hebt overleefd, betekent dat nog niet dat alles hetzelfde is als vroeger. De legende van de gouden oorhangers (van d e titel) geeft dat gevoel mooi symbolisch weer. De oorhangers kwamen terug, maar de gouden glans en geur waren voorgoed verdwenen. Zo is het ook met het Nederlands-Indië van Johannes. Hij heeft het Jappenkamp overleefd, maar het onbezorgde verleden komt nooit meer terug. Door het kampverhaal heeft hij een schuldgevoel gekregen, nl. dat hij zijn gezin in de steek heeft gelaten. Daardoor was hij ook de liefde voor zijn vrouw na de oorlog in één keer verloren.

Waarschijnlijk om die reden draait het in de roman voornamelijk over de relatie tussen Jasper en Johannes. Ook de onsympathieke Haantjes heeft in het jappenkamp gezeten, maar hij praat er alleen maar machoachtig over (vgl. de episode van het afgerukte been) Na de oorlog gaat hij ook op dezelfde wijze met de inlanders om: hij buit ze nog steeds uit. Meer sympathie zal de lezer kunnen opbrengen voor de oude onderwijzer, die in het leven niet veel geluk heeft gekend: zijn huwelijk is hem opgedrongen, hij heeft nauwelijks zelf beslissingen genomen en in het kamp wordt hij overspoeld door een schuldgevoel dat hij zijn gezin in de steek heeft gelaten. Als hij uit het kamp komt, houdt hij in één keer op van zijn vrouw te houden. Maar Jasper irriteert zich toch wel aan de onderwijzer, niet in de laatste plaats omdat hij hem steeds herinnert aan zijn eigen vader. Diverse keren wordt die vergelijking getroffen, omdat Johannes soms op dezelfde wijze reageert als de vader van Jasper deed. Zelfs de sterfscène aan het einde van de roman wijst naar de vader-zoonverhouding tussen Jasper en zijn vader.
Daarmee zijn de belangrijkste thema’s van de roman:
- de verwerking van de Tweede Wereldoorlog
- de relatie tussen heden en verleden
- het kolonialisme en de vrijheidsoorlog van Indonesië
- de vader-zoonverhouding

Samenvatting van de inhoud
In het eerste hoofdstuk is er sprake van drie mannen die in een relatie met elkaar staan. Jasper Jensen, een Nederlandse werktuigbouwkundige die in Nederlands-Indië een baan heeft gekregen om bij de inlanders op de Molukken de botenbouw te controleren en vlot te trekken. Hij heeft een hekel aan zijn baas, de controleur Haantjes die in de oorlog in een Jappenkamp heeft gezeten en daar steeds over wil praten, voornamelijk op een negatieve manier. Dan komt op het eiland Kei Doelah ook Johannes, een onderwijzer. Ook de laatste heeft in een Jappenkamp gezeten. Uit alles blijkt dat Jasper en Haantjes slecht met elkaar overweg kunnen en Jasper hoopt zelf dat de oudere Johannes een buffer tussen hem en Haantjes kan zijn. Ze zitten in het kleine gebouwtje waar ze zijn ondergebracht met daarin de spiegelzaal. Vooral Johannes wordt daardoor geconfronteerd met het verleden in het kamp (hij ziet rijen mensen in de spiegel) en hij wil eigenlijk afspreken dat ze er niet over praten. Het gesprek gaat dan ook voornamelijk over vrij-zijn: een gevoel dat in jezelf moet zitten. Jasper heeft niet in een Jappenkamp gezeten, maar hij maakte in Nederland deel uit van een verzetsgroep. Toen hij in de gaten kreeg dat de leider van die groep, Kees Kommandeur, het eigenlijk alleen maar om macht ging, verliet hij de groep.

Jasper vraagt Haantjes ook om middelen voor de inlanders: ze moeten hun prauwen kunnen bouwen,maar Haantjes reageert onsympathiek. Hij behandelt de inlanders meer als een koloniaal en Jasper is veel meer met hun lot begaan.
Haantjes vertelt als ze hun borrel drinken over een bombardement van de geallieerden, waarbij hij op een moment met een afgerukt been in zijn handen stond, dat de chirurg had geamputeerd. De man was echter niet meer te redden geweest. Ook vertelt hij van een grote overstroming die de grote slagregens hadden veroorzaakt. Na de Japanse overheersing is het land en zijn inwoners veranderd. Jasper denkt dat Nederland meer goederen moet geven aan de inlanders: alleen dan zijn ze zoet te houden. Op een moment vertelt Johannes aan Jasper dat er na de oorlog ineens een moment kwam waarop hij besefte niet meer van zijn vrouw te houden en Jasper is nieuwsgierig waarom dat gevoel ineens over hem gekomen is.

De volgende dag gaan Jasper en Johannes samen op weg naar andere eilanden om de prauwenbouw te controleren. De gebouwde boten zijn eigenlijk van slechte kwaliteit. Alles op de eilanden koste 300 gulden: ook voorwerpen die eigenlijk niets waard zijn. De mensen kennen gewoon de waarde van het geld niet en als Johannes een mooie lepel wil hebben die ook 300 gulden kost, krijgt hij even later het voorwerp voor een beetje tabak, Wanneer ze op een eilandje komen, gaat de onderwijzer onzorgvuldig te werk. Hij loopt met ontblote benen schrammen op die bloeden en een dag later is er infectie bij gekomen, doordat er kleine, rode insecten in de wond zijn gekropen. Hij krijgt hoge koorts en is er slecht aan toe. Een inlandse bediende { Badoet) waarschuwt met fluitspel een dokter van een ander eiland en die komt- zij het met moeite- als geroepen. Hij geeft Johannes medicijnen om te herstellen. Dat herstel treedt na een paar dagen in. In die tijd vertelt Johannes aan Jasper hoe hij zijn vrouw heeft leren kennen in Nederland. Zij was niet zijn grote liefde. Ze wilde eigenlijk met een andere man, een kunstenaar, meegaan, maar haar moeder had dat niet geaccepteerd en haar laten terughalen. Toen moest er iemand uit haar eigen dorp haar fatsoen redden en Johannes was de eerste die gereageerd had. Daardoor had hij haar gekregen: ze stelde alleen één voorwaarde dat hij haar uit het dorp zou meenemen. Verder toonde ze haar verdere leven hem de baas te zijn: zij nam overal de initiatieven toe. Zo waren ze in Nederlands-Indie verzeild geraakt: Johannes als onderwijzer.

Kort daarna vertrekken ze via Toela naar Tanimbar, waar Jasper kennismaakt met twee andere Nederlanders: Brouwers en Baak. Deze zijn ervan overtuigd dat Nederland zijn langste tijd in Nederlands-Indië heeft gezeten. Ook praten ze over het geloof van de eilandbewoners. Johannes vertelt daarna verder over het kampleven: het ergste werd het toen hij werd gescheiden van zijn gezin. Na de oorlog had hij zijn eigen dochter nauwelijks herkend. Hij was ook met een enorm schuldgevoel opgezadeld, omdat hij zijn gezin niet tegen de overheersers had kunnen beschermen. Jasper beseft ook door de woorden van Brouwers en Baak dat Johannes aan een soort afscheidstournee bezig is: hij is er om afscheid te nemen van het Nederlands-Indië van zijn dromen.
Hij snapt ook waarom hij zich zo af en toe enorm ergert aan Johannes: in feite ziet hij in de man zijn vader voor zicht. In enkele passages van de roman wordt de vergelijking met Jaspers vader getroffen. Dan komen ze op het eiland Tanimbar, waar de inlanders nog aan alle rituelen vasthouden. Ze zijn uitgenodigd om mee te eten en te drinken en een van de geestelijke leiders van de stam (de medicijnman) gaat een verhaal vertellen.

De Tanimbarlegende
Een man en vrouw hadden een zwak kind. Ze gingen uit werken en het kind werd gelikt door een slang die het sterk maakte. De slang en het kind sluiten vriendschap en varen naar het eiland van de slang. Het kind kan alles krijgen van d e ouders van de slang maar op aanraden van de slang kiest het slechts datgene wat uit het oor van de vaderslang hangt: oorhangers met een heerlijke geur. Het kind ging terug naar zijn dorp en was nu heel sterk geworden. Overal kon je de geur ruiken. Een naburige stam kwam de oorhangers stelen. Een kat en een hond en een muis gaan voor het kind op reis en brengen de oorhangers terug. Het kind dat zwak geworden was, werd weer stek, maar het werd niet meer als vroeger. De oorhanger had geen geur meer: die was verloren gegaan.
Het verhaal maakt indruk op Johannes die er meer in ziet dan er in zit, denkt Jasper.
Sommige mensen hebben de oorlog overleefd, ze hebben hun dagelijkse leven teruggekregen, maar er is tevens iets verloren gegaan, dat nooit meer terugkomt. De goede geur van het verleden. Dat geldt natuurlijk voor Johannes die na de Japanse overheersing door zijn schuldgevoel en het verlies van zijn liefde voor zijn vrouw de gouden glans en geur in zijn leven is kwijt geraakt. In feite is hij bezig afscheid te nemen van Nederlands-Indië en natuurlijk ook van zijn eigen bestaan.

Johannes is nog steeds erg moe en hij wordt in de gastenhut neergelegd om te slapen. Jasper moet naar het dansfeest van het dorp, maar ook Johannes gaat er ondanks zijn slechte gezondheid heen. Hij raakt uitgeput en vlucht op een gegeven moment weg. Jasper rent hem achterna naar de gastenhut, daar heeft Johannes medicijnen en aspirine gecombineerd ingenomen, terwijl hij weet dat dit niet mocht vanwege eerdere maagbloedingen. Opnieuw ziet Jasper de vergelijking met zijn vader: toen hij sterf voelde hij zich in de steek gelaten.
Het gaat dan ook fout, want Johannes sterft (waarschijnlijk aan een maagbloeding) Bij zonsondergang sterft Johannes.


Over de schrijfster
Aya Zikken werd op 21 september 1917 geboren in het Gelderse Epe. Toen ze zeven was, ging ze met haar ouders naar Nederlands-Indië, waar haar vader gouvernementsambtenaar werd. In 1939 kwam ze terug in Nederland, maar zonder haar vader en moeder, die in de Japanse kampen terechtkwamen.

Zikken debuteerde in 1954 met de bundel Als wij groot zijn, dan misschien, maar het bekendst werd zij met De atlasvlinder (1958). Zikken publiceerde niet alleen romans en verhalen, maar ook reisverhalen. In 1996 ontving Zikken de Anna Bijnsprijs voor haar gehele oeuvre. Uit het juryrapport: ‘De jury eert in Aya Zikken de geboren schrijfster, die zich moedig en consequent heeft ingezet voor wat zij al jong als de zin van haar leven beschouwde’.


Bibliografie
Als wij groot zijn, dan misschien (1954)
Het godsgeschenk onbegrepen (1954)
Alleen polenta vandaag (1955)
De vrijwilliger (1956)
De atlasvlinder (1958)
Hut 277 (1962)
Geen wolf te zien (1963)
Code voor Dander (1965)
Wees nieuwsgierig en leef langer (1966)
Raméh, verslag van een liefde (1968)
's Morgens en 's avonds niet bellen (1969)
Gisteren gaat niet voorbij, Tempo doeloe (1973)
Dwars door de spiegel (1975)
Eilanden van vroeger (1982)
Terug naar de atlasvlinder (1982)
Het huis op de plantage (1983)
Hemd met open hals (1984)
Een tijger op je stoep (1985)
Een land als Maleisië (1986)
Een warme regen (1987)
Sarung, sari en samfu (1988)
Op weg naar Yadadore (1990)
De Tanimbar-legende (1992)
De polong (1994)
Drieluik Sumatra (1995)
Landing op Kalabahi (1997)
De tuinen van Tuan Allah (1998)
Voor het vandaag werd (2000)
Indische jaren (2001)


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Cees van der Pol