A. zakelijke gegevens
Schrijfster: Simone van der Vlugt
Titel:De slavenring
Druk: 2e druk, 2004
Omslag: Roelof van der Schans
Uitgever: Lemniscaat b.v. Rotterdam
1e Druk: 2003
Pagina’s: 210
ISBN: 90 5637 486 9
B. I Samenvatting van de inhoud
Het boek bevat twee verhaallijnen. De belangrijkste is die van Folkrad, waar het boek mee begint. De andere verhaallijn is die van Chloë, het meisje dat dezelfde heer zal gaan dienen als Folkrad. Ongeveer op de helft van het verhaal komen de verhaallijnen samen en aan het eind gaan ze weer uit elkaar.
Als de verhaallijn van Folkrad begint is het 78 na Christus. Folkrad is 17 jaar en woont in het Rijnland. Hij is de zoon van het stamhoofd en zal ooit zijn vader opvolgen. Het deel van het Rijnland waar de stam (sibbe) woont, is door de Romeinen bezet en er komen dan ook regelmatig Romeinen in het dorp om verdragen te sluiten of schatgeld te innen. Folkrads vader verzet zich zoveel mogelijk tegen de Romeinse overheersing.


Als op een dag twee Romeinen het dorp komen bezoeken, verkrachten ze een meisje van de sibbe. Folkrad schiet in een impuls beide Romeinen dood. Samen met het meisje gooit hij de Romeinen en hun paarden in het moeras.
Folkrad vertelt het zijn vader. Deze is heel boos op Folkrad omdat er nu zeker een onderzoek zal volgen door de Romeinen en dat kan het einde betekenen van de sibbe. De voorspelling van Folkrads vader komt uit als kort daarna de sibbe door de Romeinen wordt uitgemoord en het dorp in brand wordt gestoken. Omdat Folkrad niet in het dorp was, overleeft hij de strafoefening maar hij wordt wel door de Romeinen gevangen genomen. Hij krijgt een brandmerk, wordt tot galeislaaf gemaakt en volkomen afgebeuld. Na een zware storm komt Folkrad in een haven aan waar hij wordt verkocht aan de heer Lucius Cornelli, een van de rijkste mannen van Pompeï. Hij krijgt een slavenring om zijn hals.
Het verhaal van Chloë begint in het jaar 77 na Christus. Zij wordt door haar pleegvader verkocht aan een slavenhandelaar omdat het niet goed gaat met zijn herberg en hij geld nodig heeft. Na in een badhuis te hebben gewerkt, wordt Chloë verkocht aan Marcus, de zoon van heer Lucius. Marcus woont bij zijn vader in. Heer Lucius behandelt zijn slaven goed, maar Marcus gaat heel wat respectlozer met ze om. Hij misbruikt Chloë regelmatig, waardoor zij zwanger raakt. Marcus is centurion in het leger en is vaak lang van huis. Als hij terug komt is de dochter van Chloë al geboren. Marcus neemt Elena bij haar weg. Chloë praat daarna niet meer, ze volgt alleen bevelen op.
De verhaallijnen komen bij elkaar als Folkrad in de villa van heer Lucius aankomt. Het is zijn taak om de familie Cornelli, en vooral Lucius, te beschermen als ze buiten de villa gaan. Binnenshuis doet hij gewone klussen.
Folkrad leert Marcus’ slechte eigenschappen kennen als hij, om Chloë te beschermen, een riek pakt als Marcus Chloë wil slaan. Hij wordt afgeranseld en kan een paar dagen niet bewegen. Folkrad leert Chloë kennen als een voortdurend zwijgend meisje. Ze verzorgt hem na de afranseling en ze trekken af en toe samen op. Chloë begint langzaam weer te praten. Folkrad legt zich neer bij zijn nieuwe leven als slaaf en went aan het Italiaanse klimaat. Hij leert ook goede kanten van de Romeinen kennen: als hij zich in het badhuis moet wassen, verwacht hij koud water, maar hij komt in lekker warm water terecht. Hij krijgt lees- en schrijfles van een andere slaaf en brengt zijn kennis over op Chloë. Folkrad beseft langzaam maar zeker dat vluchten onmogelijk is, maar blijft wel hopen op vrijheid. Met een slavenring zal hij altijd herkend worden en als straf moeten vechten tegen de leeuwen.
Intussen begint de Vesuvius steeds vaker te rommelen en komen in Pompeï regelmatig aardbevingen voor. Op een dag in augustus vergrijpt Marcus zich opnieuw aan Chloë. Als Folkrad dat ziet, valt hij in een vlaag van intense woede Marcus aan en wurgt hem. Folkrad is dan gedwongen om te vluchten. Hij vraagt of Chloë met hem meegaat maar ze durft niet. Ze geeft hem wel een linnen zak mee waar wat eten in zit. Ook heeft ze er een vijl bijgedaan zodat Folkrad zijn slavenring kan door vijlen. Folkrad vlucht naar de havenstad Surrrentum om daar een schip te zoeken dat naar Germanië gaat.


Na de begrafenis van Marcus komt Chloë te weten waar haar dochtertje is.
Ze gaat naar haar op zoek en vindt Elena, gezond en wel. Op dat moment barst de Vesuvius uit. Chloë vlucht, maar overleeft de uitbarsting niet.
Folkrad is op dan net weg uit het rampgebied en vlucht verder naar Surrentum. Hier besluit hij om naar Noviomagus (Nijmegen) te gaan om daar een nieuw bestaan op te bouwen, met de gemakken van de Romeinen, en het klimaat en landschap van zijn geboorteland.
II Hoofdpersonen en hun problemen
Folkrad: Een gezonde, blonde Germaanse jongen. Het boek begint met zijn verhaallijn. Hij is dan 17 jaar en het is 78 na Christus. Folkrad is de zoon van het stamhoofd. Hij is stevig gebouwd en heeft brede schouders. Hij is een goede jager en kan goed omgaan met zijn pijl en boog. Hij gelooft in een natuurgodsdienst, net als de rest van de sibbe.
Folkrad heeft veel moeite met de Romeinse overheersing. Hij denkt niet veel goeds over hen. In de loop van het verhaal ontwikkelt de hoofdpersoon zich. Hij leert namelijk dat de Romeinse manier van leven ook veel positieve dingen kent. Aan het einde van het boek is hij zelfs van plan om in een Romeinse stad te gaan wonen en kan hij lezen en schrijven in het Latijn.
Het belangrijkste probleem van Folkrad verandert in de loop van het verhaal enkele keren. Zijn eerste probleem is dat hij vreest dat de Romeinen zullen ontdekken dat hij twee soldaten heeft gedood. Door zijn heldhaftige actie groeit hij uit tot een soort held. Het is een impulsieve daad waarvan wel te verwachten was dat die niet echt positief zou uitpakken. Een minder goede eigenschap van Folkrad is dus dat hij impulsief kan zijn.
Als de sibbe door de Romeienen is uitgemoord, als reactie op zijn daad, voelt hij zich heel schuldig. In het begin van zijn slavernij wil hij vluchten maar hij weet niet waarheen, want hij heeft niets om naar toe te gaan, niet eens naar zijn geboorteland.
Aan het eind van het verhaal is zijn probleem dat hij aan het geweld van de Vesuvius en aan de Romeinen, die hem zoeken omdat hij ontsnapt is nadat hij Marcus heeft gedood, moet ontkomen.
Uiteindelijk heeft Folkrad zijn slavenring doorgevijld en is dus vrij. Hij is ook ontkomen aan de Vesuvius en gaat in Noviomagus wonen, waar hij, in zijn geboorteland, opnieuw gaat beginnen.
Chloë: Een mooi en gezond Romeins meisje dat te vondeling werd gelegd en is opgegroeid bij haar pleegouders in Rome, waar ze het altijd wel goed heeft gehad. Aan het begin van haar verhaallijn is ze ongeveer 15 jaar en wordt ze als slaaf verkocht. Het verhaal draait minder om haar dan om Folkrad, maar ze heeft er wel grote invloed op.
Chloë ontwikkelt zich ook in de loop van het verhaal. Háár problemen veranderen ook. In het begin is haar pleegmoeder ziek en loopt de herberg van haar pleegvader niet goed. Ze wordt verkocht en is onzeker over haar toekomst. Omdat Marcus haar elke nacht weer misbruikt gaat ze haar schoonheid vervloeken. Ze raakt voor het eerst zwanger. Als tegen het eind van het verhaal Folkrad is gevlucht, maakt ze zich zorgen om hem.
Aan het eind van het boek heeft zij twee problemen: het vinden van haar kindje en het ontsnappen aan het geweld van de Vesuvius. Ze vindt haar dochtertje wel maar kan niet ontkomen aan de Vesuvius.
III bedoeling van de schrijfster
In de eerste plaats wil de schrijfster de lezer amuseren. Daarbij wil de schrijfster de lezer wat vertellen over vroeger, hoe de Romeinen en Germanen leefden en hoe de verhouding was tussen die volken. Om dat te bereiken mengt ze fantasie en werkelijkheid. Ze laat het verhaal afspelen in een stad die echt bestaan heeft (Pompei) en een hele belangrijke gebeurtenis plaatsvinden die in het echt ook gebeurde (de uitbarsting van de Vesuvius). Er komen ook namen in voor van mensen en een winkel die echt hebben bestaan (Asselina, Smyrna en “herberg van Asselina”).
C. eigen mening: Leeservaringen
I: Onderwerp

Spannende verhalen, die zich afspelen in het verleden, spreken me wel aan. Ik had nog geen boek van Simone van der Vlugt gelezen, maar wilde dat graag nog een keer doen. Over dit onderwerp (slavernij) heb ik al een keer een boek gelezen (“Vrijgevochten”, Thea Beckman), maar dat speelde zich af in een andere tijd en op een andere plaats. Ik vind het leuk dat de schrijfster in het verhaal fantasie en werkelijkheid combineert (zie “B III: bedoeling van de schrijfster”). Het verhaal gaat dan extra voor je leven. De schrijfster heeft me ook een andere kant van het onderwerp laten zien. Ik dacht namelijk dat de Romeinen best goed met hun slaven omgingen en dat de slaven een redelijk goed leven hadden. In het verhaal wordt de hoofdpersoon toch afgebeuld op een galei en krijgt hij een brandmerk. Ik ben wel anders over slavernij in de Romeinse tijd gaan denken. Ik vind het onderwerp goed uitgewerkt.
Verder wordt er goed beschreven hoe mensen leefden in die tijd en hoe men over bepaalde dingen dacht. Godsdienst is een voorbeeld: er komen mensen in het boek voor met een natuurgodsdienst (Folkrad en zijn sibbe), een andere hoofdpersoon (Chloë) is Christen en er zijn mensen met de Romeinse godsdienst (de familie Cornelli).
Ik vind het onderwerp redelijk verrassend uitgewerkt. De tweede verhaallijn verwacht je niet, ook niet als je de achterkant van het boek hebt gelezen. Ik vind het ook verrassend dat een hoofdpersoon doodgaat aan het eind van het verhaal. Het verhaal bevat dus niet het “happy end” dat de lezer verwacht.

II: Gebeurtenissen

In het verhaal wordt zorgvuldig beschreven wat er in personen omgaat en hoe plaatsen eruit zien, maar het wordt niet saai omdat de beschrijvingen en de gebeurtenissen elkaar goed afwisselen. Ik vind de beschrijvingen heel goed uitgewerkt. Er wordt knap verteld over de sfeer die bij het moeras heerst waar Folkrad de dode soldaten in gooit. En hoe Chloë haar zwangerschap ervaart, wordt heel mooi beschreven. Er wordt ook gebruik gemaakt van dialogen om duidelijk te maken hoe de hoofdpersoon zich voelt.
De gebeurtenissen lijden niet onder de aandacht die wordt besteed aan de beschrijvingen. Ze komen dan ook goed aan bod.
Er gebeurt veel en er zit tempo in het verhaal zodat het blijft boeien. Het verhaal begint ook niet met een beschrijving, maar meteen met een gebeurtenis, vlak voordat het probleem van de hoofdpersoon ontstaat. Daardoor zit de lezer meteen in het verhaal. De beschrijvingen komen later en de lezer komt stukje bij beetje meer over de achtergrond van de hoofdpersonen te weten.
De gebeurtenissen zijn niet herkenbaar of bekend, want het verhaal speelt zich af in het verleden.
Sommige gebeurtenissen hebben indruk op me gemaakt. Dat komt volgens mij omdat de schrijfster de gevoelens goed beschrijft door middel van gesprekken en beschrijvingen. Het maakte indruk op me dat het kind van Chloë werd weggenomen. Ook omdat het gevolg ervan (Chloë blijft zwijgen) bijna het hele boek blijft voortduren.
Er zit wel spanning in het boek. De lezer vraagt zich af hoe het verhaal verder gaat. Als Chloë bevallen is, kan de lezer zich de vraag stellen: “Mag Chloë het kind houden of wordt het van haar afgenomen?”.
De gebeurtenissen zijn af en toe wel voorspelbaar. Zo is het wel te verwachten dat Folkrad en Branthild (het verkrachte meisje) heel goed bevriend raken nadat Folkrad haar heeft gered.

III: Personages
Doordat de schrijver hun gevoelens en gedachten zo goed beschrijft gaan de hoofdpersonen echt voor je leven. Ze maken duidelijk ontwikkelingen door en leren van hun ervaringen. Ik kan me goed inleven in de reacties en gedachten van de hoofdpersonen. Bijvoorbeeld als Folkrad in het begin van het boek het meisje, dat door de Romeinen verkracht wordt, redt. Het is geen verant-woordelijke daad, maar wel heel begrijpelijk. Dat hij daarna beseft wat voor een stommiteit hij heeft begaan, is logisch. En dat hij zich heel schuldig voelt na afloop van de strafoefening, ook.
IV:BOUW
De bouw is goed verzorgd. Er zijn twee verhaallijnen. Het wordt daardoor niet ingewikkeld maar zorgt juist voor een prettige afwisseling. Ook de niet-chronologische tijdsvolgorde is zo bewerkt dat het verhaal makkelijk te volgen is. Er wordt namelijk gebruik gemaakt van een duidelijke grens tussen de verhaallijnen door middel van een jaartal. In het begin zijn de verhaallijnen helemaal niet met elkaar verbonden en is dat misschien een beetje verwarrend, maar als de verhaallijnen bij elkaar komen is de verwarring (als die er was) helemaal verdwenen.
Het verhaal bevat een paar flashbacks. Bijvoorbeeld als Folkrad in de wapensmederij is en wapens krijgt om zijn meester te beschermen. Even verbeeldt hij zich dat hij weer in zijn oude dorp is waar hij zijn nieuwe wapens krijgt van de smid.
Ik vind dat het slot niet heel goed past bij de gebeurtenissen. Chloë sterft terwijl zij haar hele leven al heel veel pech heeft gehad. Folkrad heeft, los van dat hij in de slavernij terecht kwam, redelijk veel geluk gehad in zijn leven.
Aan de andere kant is het wel logisch dat de belangrijkste hoofdpersoon aan het einde van het boek nog in leven is.
V: taalgebruik (bij verhalen in boeken)
Het boek is makkelijk te lezen en onbekende woorden worden achterin uitgelegd. Het bevat weinig moeilijke, lange zinnen. De beschrijvingen zorgen dat de lezer precies genoeg informatie krijgt. Dialogen zijn prettig om te lezen en geven meteen de stemming van de hoofdpersoon aan.
D. verwerkingsopdracht
Maak een abctekst bij het Verhaal.
De A is van ANDO, de strafoefening tegen de sibbe van Folkrad. Het dorp wordt platgebrand en iedereen, behalve Folkrad, wordt gedood.
De B is van BESTAAN, dat Folkrad aan het einde van het verhaal opnieuw gaat opbouwen in Noviomagus.
De C is van CENTURION, de functie in het leger, die Marcus bekleedt.
De D is van DRANKJES, die de pleegmoeder van Chloë drinkt als ze ziek is.
De E is van ERUPTIE, een ander woord voor uitbarsting (van de Vesuvius).
De F is van FORUM, waar Chloë op de slavenmarkt in Rome wordt verkocht.
De G is van GALEI, waar Folkrad, nadat hij per schip is vervoerd, als galeislaaf wordt vastgeketend.
De H is van HENNA, die Chloë op de markt moet gaan halen van haar meesteres. Terwijl ze weg is, wordt haar kindje meegenomen door haar meester.
De I is van INTERESSE, die Lucius (Folkrads meester) heeft in de Germaanse cultuur. Hij wil dat Folkrad hem er van alles over verteld.
De J is van JAGEN, dat Folkrad vaak doet als hij nog in de sibbe woont.
De K is van KETTING, die Folkrad voor Branthild heeft gemaakt van beschilderde vogelbotjes, als teken van vriendschap.
De L is van LATIJN, de taal van de Romeinen.
De M is van MOERAS, waar Folkrad de twee soldaten, hun paarden en wapens in gooit zodat de sporen zijn uitgewist voor de Romeinse onderzoekers.
De N is van NIEUWSGIERIGHEID, die Folkrad (als hij nog in de sibbe woont) maar met moeite kan onderdrukken, naar de Romeinse steden in de buurt van zijn dorp.
De O is van OPZICHTER, die er op de galei op toe ziet dat de slaven hard genoeg roeien en “zo nodig” zweepslagen uitdeelt.
De P is van PIJN, die Folkrad heeft als hij een brandmerk op zijn bovenarm krijgt.
(Q)
De R is van ROEIRIEM, waarmee de galeislaven de galei moeten voortbewegen.
De S is van SIBBE, het Germaanse woord voor stam.
De T is van TUNICA, het kledingstuk dat Folkrad en de andere slaven moeten dragen.
De U is van URINE, waar het ruim van de galei, waarop Folkrad moet roeien, naar stinkt.
De V is van VIJL, waarmee Folkrad zijn slavenring doorvijlt.
De W is van WOLF, die Folkrad kort voor het begin van het verhaal, heeft gedood. Daarmee werd hij een jongvolwassene van de sibbe.
(X)
(Y)
De Z is van ZWEEP, waarmee Folkrad op de galei en door Marcus geslagen wordt.
Biografie van de schrijver.
Simone van der Vlugt werd op 15 december 1966 in Hoorn als Simone Watertor geboren. Al op jonge leeftijd wist ze dat ze schrijfster wilde worden en op haar dertiende stuurde ze voor het eerst een manuscript op naar een uitgever. Ze bleef proberen een uitgever voor haar werk te interesseren, tot ze Nederlands en Frans ging studeren aan de lerarenopleiding in Amsterdam.
Tijdens haar studie kwam ze in aanraking met jeugdliteratuur en zodra ze haar diploma had behaald, schreef ze een historisch jeugdboek dat in 1995 onder de titel De amulet verscheen bij uitgeverij Lemniscaat. Dat was het eerste boek in een lange reeks historische jeugdboeken waar ze verschillende prijzen mee won en die ook in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje en Denemarken verschenen.
Tegenwoordig schrijft ze ook thrillers voor volwassenen die verschijnen bij uitgeverij AmboAnthos. Simone van der Vlugt is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in Alkmaar.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Heb je ook een boekverslag gemaakt over zwarte sneeuw met een ABC verwerkings opdracht, want ik heb nog een paar woorden en weet niet wat ik daar in moet vullen.

Alvast bedankt

9 jaar geleden