Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

De zeventien jarige Folkrad groeit op in de eerste eeuw na Christus als zoon van het stamhoofd van de Cananefaten in het Rijnland. Het Rijnland is op dat moment deels bezet door de Romeinen.

Zoals iedereen in die tijd Latijn, de gehate taal, in grote lijnen kan volgen, verstaat ook Servofried Folkrad’s vader Latijn.

Twee Romeinse soldaten komen op een dag naar de sibbe om te praten over de belasting.

Als de soldaten weer weggaan gaat Folkrad naar het dorp om te vragen waarvoor ze kwamen. Dan hoort hij iets in het bos een gaat hij kijken. Hij ziet dat de soldaten Branthild, een meisje uit de sibbe, aan het verkrachten zijn. Hij pak zijn pijl en boog en schiet de Romeinen neer. Met behulp van Branthild bind hij de Romeinen op hun paarden en jaagt ze het moeras in, waar de paarden met berijders verdrinken.



De Romeinen willen wraak. Met veel tegelijk komen ze naar het dorp. Folkrad en Branthild kunnen net op tijd ontsnappen. Vanuit het bos kijken ze hoe de Romeinen iedereen vermoorden en het hele dorp plat branden. Folkrad gaat terug naar het dorp omdat hij denkt dat de Romeinen weg zijn. Maar als hij bij zijn dode vader zit wordt hij op zijn hoofd geslagen en nemen de Romeinen hem mee naar de haven waar hij gevangen genomen wordt.

Op een dag wordt Folkrad uit de cel gehaald en moet hij op een galei roeien. Ze roeien naar Pompeï en daar wordt hij op de slavenmarkt verkocht aan Heer Lucius.

Folkrads meester is niet slecht voor zijn slaven en bij hem ontdekt Folkrad de rijkdom en kennis van de Romeinen. Hij is de slaaf van Heer Lucius’ zoon Marcus maar die werkt in het leger dus alleen als Marcus verlof heeft moet hij voor hem werken.

Bij Heer Lucius werkt nog een slavin. Ze heet Chloë. Zij moest werken voor Heer Lucius’ dochter maar als die trouwt wordt ze de slaaf van Heer Lucius.

Cloë krijgt een kind van Marcus maar Marcus wil het kind niet en verkoopt het. Als Folkrad daar achter komt wordt hij zo boos dat hij Marcus per ongeluk vermoord.

Van Chloë moet Folkrad vluchten omdat hij anders opgepakt wordt. Hij wil dat ze mee gaat maar Chloë wil blijven.

Op de dag dat Marcus begraven wordt komt de Vesuvius tot uitbarsting.

Heer Lucius wil eerst Marcus nog begraven voor hij vlucht. Als Marcus begraven is vlucht iedereen behalve Chloë want die wilde nog in het dorp kijken omdat ze had gehoord wie haar kind had gekocht.

Als de Vesuvius uitbarst komt er een stenenregen. Chloë schuilt onder een huis. Als de stenenregen ophoud komt er allemaal as neer. Er komt tegelijk een giftig gas vrij waardoor iedereen stikt. Ook Chloë.



Folkrad kijkt vanaf een berg toe hoe de Vesuvius uitbarst. Hij vraagt zich af of de bewoners van de villa op tijd zijn ontkomen.

Na dit vreselijke avontuur vertrekt Folkrad naar de haven om met de boot naar het Rijnland terug te varen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.