Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Inleiding



Hoe denk je over het lezen van fictie?

Ik vind het lezen van fictie leuker dan het lezen van non-fictie want in een verhaal wat verzonnen is kan ik me beter inleven. En als ik me niet kan inleven vind ik het moeilijk om het boek uit te lezen want dan is het zo saai. Maar met een verzonnen verhaal bedoel ik dan wel iets wat op de werkelijkheid lijkt. Niet over teddyberen die praten en zo.



Waarom heb je dit boek gekozen?

Ik heb dit boek gekozen omdat het een rode kaft had, dus het viel op. En van Mensje van Keulen heb ik wel eens wat positiefs gehoord, maar ik ging vooral voor de rode kaft.





Hoe gekozen?

Ik had eerst een ander boek gekozen maar toen ik een paar hoofdstukken gelezen had keek ik op de kaft en zag dat het een C boek was. Dus toen ben ik snel naar de bibliotheek terug gefietst om een ander boek uit de kast te trekken en dat werd dus De rode strik met de rode kaft.



Verwachting

Ik heb geen flauw idee wat ik ervan moet denken want ik heb nog nooit eerder een boek van Mensje van Keulen gelezen. Het enige is dat ik ooit van iets of iemand iets positiefs heb opgevangen over Mensje van Keulen.



Eerste reactie

Nadat ik de eerste paar hoofdstukken gelezen had snapte ik er werkelijk helemaal niks van pas op het einde werd het me duidelijk. Dat kwam gewoon op de manier hoe dat de hoofdstukken op elkaar aansloten en dat het niet chronologisch werd verteld. Ik vind het wel knap dat je een heel boek kunt schrijven over dit onderwerp zonder dat het langdradig word.



Samenvatting

Bee is geplaatst in een inrichting. Maria Talberg, haar zus, komt haar regelmatig opzoeken. Maria vertelt Bee verhalen over vroeger over de dingen die ze samen meemaakten.

Maria Talberg en Bee zijn zusjes. Maria is elf en Bee is negen. Marie hun moeder is vaak weg om te werken. En hun vader is weggelopen van huis toen Bee nog klein was. Samen met hun moeder wonen de meisjes in een flat. De zusjes spelen vaak buiten met de andere buurtkinderen en halen veel kattenkwaad uit. Maria neemt Bee vaak mee op sleeptouw, dit vindt ze niet altijd even leuk. En Bee hangt dus overal maar een beetje bij.



Op een avond, als Bee en Maria al in bed liggen, komt er een man op bezoek. Hij blijft niet lang. Maar de man komt daarna vaker op bezoek altijd als Maria en Bee in bed liggen. Ook is er opeens alcohol in huis, terwijl hun moeder dat niet graag drinkt. De man komt ook een keer kijken als Maria en Bee een spelletje aan het spelen zijn met de andere kinderen uit de buurt. Maria is blij als de man weer weg gaat.

Tijdens de kerstdagen blijft de man eten. Hij wordt door hun moeder voorgesteld als “ oom Leen”. De man is de neef van de vader van Maria en Bee. Maria mag de man gelijk niet. De man komt hierna steeds vaker op bezoek, hij pest Maria en Bee dan vaak. De man doet juist dingen waar Marie, de moeder van Maria en Bee, niet van houdt. Hij drinkt en rookt veel en hij praat plat. Maria vindt dat de man een vreemde geur om zich heen heeft. “ Oom Leen” vertelt dan dat hij in een dierenwinkel werkt. De zusjes vinden dat de man niks goed kan doen, ook al probeert hij nog zo aardig te zijn, hij pikt hun moeder in en ze vinden hem een indringer. Ze noemen hem dan ook de Beestenman.

De moeder van Maria en de Beestenman besluiten om Maria naar een klooster te sturen, op aanbeveling van mère van Geuzau. Maria heeft namelijk “verkeerde” taal gebruikt. Maria vindt het niet leuk dat ze naar het klooster moet.

De Beestenman blijft nu ook doordeweeks slapen. Hij doet niks aan het huishouden, en hij discrimineert. Hij drinkt en rookt alleen maar.

Op een avond als de twee zusjes in bed liggen praten ze over hoe de Beestenman dood moet, want ze haten alles aan hem.

In de zomer vakantie gaan ze met z’n vieren op vakantie. De Beestenman drinkt en rookt dan alleen maar.

De Beestenman en Maria’s moeder hebben vaak ruzie, Maria is dan ook bang dat hij haar moeder wat zal aandoen. In bed bespreken Maria en Bee hoe ze hem gaan vermoorden, ze weten nog niet helemaal hoe, maar ze zijn zeker van plan het te doen.

Op een dag krijgt hun moeder een miskraam. De zusjes willen voorkomen dat het nog een keer gebeurt. Dus ze besluiten hem te vermoorden. Als de Beestenman op een avond dreigt Nino, het konijn van Bee en Maria, te vermoorden slaat Maria de Beestenman met een koekenpan, ze gooien hem van de trap en ze denken dat hij dood is. Later komt hij weer overeind, maar Maria schopt hem dood. Ze doen alsof het een ongeluk is. Door deze moord is Bee in een shock toestand terechtgekomen. Ze zit in een inrichting en zegt niets, dan neemt Maria Nino mee. Ze pakt Bee’s hand en aait daarmee. Maar Maria aait dan niet, het was Bee die Nino aaide. Tot de verbazing van Maria.



Verdiepingsopdracht



Het thema

Ik vind dat het thema boze stiefvader is, en om dat duidelijk te maken heb ik voor het volgende fragment gekozen. Het is een fragment waaruit duidelijk word dat zo hem niet mogen. Ik zou ook kunnen kiezen voor een fragment dat hij weer boos op ze is, maar ik vind het thema in dit fragment heel duidelijk naar voren komen



Hij stond bij dat bed, en hij hield mijn moeder met haar achterkant tegen zich aan. Het was geen gezicht. Het leek ook wel een toneelstuk in die rare kamer. Straks stapte er een man uit de kast naast het bed, of er kwamen twee mannen in stofjassen die fluitend het aanrecht en de andere spullen wegdroegen. Mijn moeder had een hand vrij en legde die tegen zijn heup. Ze wou hem natuurlijk van zich afduwen. Als ze wou, kon ze hem eerst nog zakkenrollen. Hij keek naar de kan met het kokende water en liet haar los.

Ik liep op mijn tenen terug naar de winkel. Bee was er niet. Ze stond buiten voor de deur, met haar rug en haar gele, glanzende strik tegen vijf poorten naar de hel. Ik keek naar de emmers. Ik legde de doek goed, en terwijl ik dat deed wist ik een naam voor hem.



‘Bee? Slaap je?’

‘Nee.’

‘Ik heb een naam voor hem bedacht: de beestenman.’

‘De beestenman?’

‘Of de Boze Frederik.’

‘Nee, dat vind ik te eng. De beestenman is goed. Ik wou dat we hem niet kenden.’

‘Ik ook.’

‘Ze zeggen dat als je iets hard genoeg wenst, dat het dan ook gebeurt.’

‘Als hij maar ophoepelt.’ Blz. 101/102



Identificatie

Het volgende fragment geeft de spanning van het boek goed weer maar ook een personage. Want uit dit fragment komt naar voren hoe vastberaden Marie is.



Ik sprong in mijn bed. Bee begon te praten over Robbie Tan. Dat die een oom had die vermoord was doordat een vijand een spijker in een poppetje had gestoken.

‘Wat zou ik graag een spijker in zijn hart en zijn kop steken,’ zei ik. ‘Maar in Nederland lukt dat niet. Lilian Tan heeft het zelf geprobeerd toen haar vriend het had uitgemaakt.’

‘Gaat ze daarom naar Californië? Ik wil ook wel naar Californië. Ik blijf zo wakker, Maria.’

Ze stak haar armen in de lucht, liet ze zakken en weer omhoogkomen.

‘We kunnen ook zijn polsen door snijden,’ zei ik.

‘Zodat het lijkt of hij het zelf heeft gedaan.’

‘Waarom zou hij dat doen?’

‘Uit ellende. We zeggen dan dat wij denken dat hij het heeft gedaan omdat mama het met hem had uitgemaakt.’

‘En omdat zijn huis gesloopt wordt.’

‘En omdat hij aan de drank was.’

‘Dat hij er genoeg van had om het land niet uit te mogen.’

‘En dat hij bang was dat hij gearresteerd zou worden voor de handel in apen en kaketoes.’

‘En gestolen honden’

‘Ja, dat is bij elkaar wel genoeg ellende.’

‘Wanneer doen we het?’

‘Van de week.’

‘Goed. Ik ben nu moe.’

Ze liet haar armen weer zakken en draaide zich naar de muur.

‘Als we geen bloed willen, kunnen we hem ook wurgen,’ ging ik verder. ‘Niet met onze handen, maar met een springtouw. Of met ceintuur. Of met een strik van jou. Of met die sommen das die hij toen in het zuiden heeft gekocht. Alleen weet ik niet waar die is. Misschien in zijn eigen huis. Weet je, ik zou hem het liefst vermoorden in zij eigen gore huisje. We zouden hem dan begraven op dat binnenplaatsje. En als het dan gesloopt wordt, komt er een flatgebouw bovenop. Bij voorbeeld van de regering. Lijkt je dat niet fantastisch? Bee?’

Blz. 179/180



3 belangrijke motieven.

Het is eerste fragment bevat 2 zeer belangrijke motieven, namelijk de strik en rood. In de titel zitten ze alle 2 verwerkt. De strik wil zeggen bij dieren stropen, maar bij de mens iemand veroveren en rood staat voor de kleur bloed, dus iemand pijn willen doen. Het derde motief is bloed, in ieder hoofdstuk bloed er wel iemand. Dat heeft wel zo zijn verschillende oorzaken maar toch, het keert steeds terug.



Hij stopte zijn hemd in zijn broek.

‘Geen strik vandaag?’ zei hij tegen Bee.

‘Die doet mama straks bij me in.’

‘Alleen op zondag, hè?’

‘En als we uitgaan. Of als ik wil.’

‘Weet je wat een rode strik is?’

‘Ik heb een rode strik,’ zei Bee.

‘Ik bedoel een ander soort strik.’

Hij keek mij aan.

‘Weet jij het, Bambi?’

‘Nee.’

‘De strik van de stroper. Als die een vosje of konijntje strikt, wordt hij rood.’

Blz. 137

-

‘Niet doen,’ zei mijn moeder.

Hij deed of het niet voor hem bedoeld was.

‘Opgelazerd allebei!’

‘We laten haar niet alleen met jou!’ riep ik.

Hij kwam op me af. Mijn moeder gebaarde dat we moesten gaan.

Ik trok Bee van haar stoel en liep weg. Beneden aan de trap hield ik een vinger tegen mijn lippen en trok haar mee naar buiten. Maar in plaats van naar Mees te gaan, duwde ik haar naar de volgende portiek.

‘Wat zei ze toen ik die handdoek was gaan halen?’ vroeg ik bij haar oor.

‘Dat ze bloedt. Maar ik zag niks. Ze gaat toch niet dood, zomaar ineens?’

‘Stil. Natuurlijk niet.’

‘Waar bloedt ze dan?’

‘Verboden te praten.’

Blz. 171



Vertelperspectief

Bij het volgende fragment wordt heel duidelijk dat het een Ik-perpectief is. Want je ziet alles door haar ogen en je weet al haar gedachten.



Ze zat in haar eentje naar een natuurfilm te kijken, een film over spinnen. We waren allebei iet bang voor spinnen, en ook niet voor muizen. Bee was alleen bang voor wormen. We hadden wel eens geprobeerd een spin als huisdier te houden. Van een doos waar blikken hondevoer in hadden gezeten, hadden we een huisje gemaakt, beschilderd met deurtje en een naambordje: Eppo. Hij heette naar onze buurjongen die niet goed bij zijn hoofd was.

‘Weet je nog van Eppo?’ vroeg ik.

Maar Bee deed of ik er niet was.

‘Ik ben het. Maria.’

Volgens dokter Crispijn Fischer drong mijn aanwezigheid niet werkelijk tot haar door, maar ik dacht daar anders over. Ik had gelezen over iemand die veel erger aan toe was, iemand die in coma lag. Iedere dag bleven ze bij hem komen, tegen hem praten en zijn hand vasthouden, en na anderhalf jaar was die persoon bijgekomen. ‘Ik ben weer terug op aarde’ was de kop.

Blz. 11



Verhaalruimte

Omdat ik vind dat de ruimte niet echt duidelijk word heb ik voor 2 fragmenten gekozen zodat duidelijk word wat ik bedoel.



Ik ging mijn bed uit en deed de deur op een kier, maar ik kon geen woord verstaan. Ze zat met de man in de voorkamer en de schuifdeuren waren dicht. Ik keek op de wekker, het was twee over half tien. Om zestien over tien vertrok de man. Hij zei nog iets in de gang, zij zei iets terug. Ze ging de keuken in. Ze draaide de kraan open, met een plof sloeg de geiser aan.

Blz. 41

-

Ik was bang voor de pijn. Au! De schrammen die de struiken in de duinen gaven. Au! De diepe snee van een stuk glas dat achteraan op het strand lag, waar het zand warm en los was en waar ze de avond ervoor lol hadden getrapt, want het was bruin glas van een bierflesje en Johnny zei dat er valkbij een condoom lag. Au! Blz. 57



De tijd

Omdat je uit het boek niet precies kunt afleiden wanneer het zich afspeelt heb ik voor een fragment gekozen waarin je kunt lezen dat het zo’n tien tot vijftien jaar na de oorlog moet zijn geweest.



Dat betekende hetzelfde als: jullie hebben de oorlog niet meegemaakt, dus je weet niks, hou je koest, lazer op en val maar liever helemaal dood. Alsof ik niet bang was voor oorlog. Ik was doodsbang waanneer ik ‘s avonds een vliegtuig hoorde. Ik luisterde, wachtte op de bommen en bad: God, niet op onze straat, niet op de kinderboerderij, als het moet dan op de school of het zwembad. Op het huis van Leida is ook niet zo erg, of op dat van de Bettekes, maar laat dan eerst die arme, ouwe hond ervandoor gaan. Blz. 21/22



Personages

In het volgende fragment komt de belangrijkste eigenschap van Maria naar voren, namelijk het brutale en het durven doen. Als ze dit niet had was dit boek nooit een goed verhaal geworden.



Soms kwam het omdat ik het koud had, dat ik zo lang wakker lag. Maar meestal kwam het omdat ik te vroeg naar bed moest.

Had ik maar gezegd dat ik Leida van der Laan heette toen een agent mijn naam ging opschrijven. Ik was overgestoken naar de stoep langs het afvoerkanaal, terwijl het voetgangerslicht op rood stond. Dat deden we altijd. We wachtte soms juist tot het op rood sprong.

‘Kom jij eens terug jij,’ riep de agent.

Ik liep terug.

‘Ben jij soms kleurenblind?’

Hij trok zijn boekje al.

‘Zo. En hoe heet jij?’

‘Mindy Mees,’ zei ik. Blz.24



Biografisch achtergrond schrijver

Met de biografische achtergrond van Mensje van Keulen in mijn achterhoofd ging ik op zoek naar overeenkomsten. De enige overeenkomst die ik kon vinden is in een fragment dat ik al eerder heb gebruikt. Namelijk dat Maria bang is voor oorlog maar die niet heeft meegemaakt.

En als je dan ziet dat Mensje van Keulen in 1946 geboren is vind ik dat een grote overeenkomst.



Dat betekende hetzelfde als: jullie hebben de oorlog niet meegemaakt, dus je weet niks, hou je koest, lazer op en val maar liever helemaal dood. Alsof ik niet bang was voor oorlog. Ik was doodsbang waanneer ik ‘s avonds een vliegtuig hoorde. Ik luisterde, wachtte op de bommen en bad: God, niet op onze straat, niet op de kinderboerderij, als het moet dan op de school of het zwembad. Op het huis van Leida is ook niet zo erg, of op dat van de Bettekes, maar laat dan eerst die arme, ouwe hond ervandoor gaan. Blz.21/22



Opvallend

Opvallend in dit boek vind ik de verspringingen tussen de hoofdstukken. Van het ene onderwerp naar het andere en 2 hoofdstukken later weer op het onderwerp terug komen. Bijvoorbeeld: dat ze door rood liep en een naam van haar vriendin opgaf. En 10 hoofdstukken verder gaat pas weer over Maria die tegen Mindy zegt dat ze haar naam heeft opgegeven aan de politie. Verder vind ik dat er lange zinnen worden gebruikt. Kijk maar naar het voorbeeld.



De paar waar hij op stond: hij met mij en mijn zusje Bee bij het drielandenpunt,

hij aan de rand van een zwembad, zijn voeten in water waarin ik zwem,

hij met mijn moeder op schoot, de viezerik,

en dan nog een waarop mijn moeder beweegt en je alleen zijn benen ziet, die paar heb ik verscheurd. Blz. 7



Titel – De rode strik

Uitgever – Pandora

Jaar van uitgave – 1994





Grondig beschrijven leeservaring



Onderwerp

Ik had nog nooit een boek gelezen met dit onderwerp maar dat komt denk ik ook omdat het onderwerp me niet zo aanspreekt. Ik heb er eigenlijk ook nog nooit over nagedacht omdat ik er nog nooit mee te maken heb gehad. Ik ben eigenlijk ook niks meer over het onderwerp te weten gekomen. Ik ben nou wel heel anders over het onderwerp gaan denken, eerst dacht ik dat het gewoon het probleem van het gezin was. Maar nou vind ik dat als je iets merkt binnen je familie gewoon actie moet ondernemen. Wat ik wel goed vond is dat het geen standaard verhaal werd zoals dat de kinderen naar een tehuis gaan en de stiefvader bij moeder blijft. Maar dat juist de kinderen actie ondernamen. Ik ben het dan ook volledig met de schrijfster eens dat stiefvaders aangepakt moeten worden. Wat ik wel mis in het boek is waarom de stiefvader tot zijn daad gekomen is. Ik zou ook graag zijn kant van het verhaal gelezen willen hebben.



Gebeurtenissen

Het verhaal blijft boeien ondanks dat er niet veel gebeurt, want het gaat namelijk steeds over de stiefvader. De gebeurtenissen komen wel logisch uit elkaar voort alleen duurt het een paar hoofdstukken voordat ze dan weer erop terug komen. De gebeurtenissen die plaats vinden zijn zeker geloofwaardig maar ook spannend en dat houd het boek boeiend. Kijk maar naar alle gebeurtenissen die plaats vinden. Jongetje onder de tram, Bee met een dartpijltje in haar hoofd, dat ze oom Leen vermoorden en dat moeder in het ziekenhuis is. De gebeurtenissen hebben me niet aan het denken gezet want het is maar een boek. De gebeurtenis die het meeste indruk op mij heeft gemaakt is dat Bee in een inrichting is beland naar het vermoorden van haar stiefvader. Want van tevoren deden Bee en Maria er heel luchtig over maar met Bee heeft het dus wel wat gedaan.



Personages

Ik zou zeker niet op de hoofdpersoon willen lijken want dan was ik een meisje maar vooral dan had ik een boze stiefvader. Wat ik wel vind is dat Maria een goed doorzettingsvermogen heeft. Wat ik jammer vind is dat ze zo tegendraads is. Verder zou ik niet op Bee of op oom Leen willen lijken. Van Maria kom je ook het meeste te weten want je beleeft alles door haar ogen. De personages reageren lang niet altijd voorspelbaar en dat is dan wel weer leuk want dan weet je niet wat er komen gaat. Ik vind wel dat Maria en Bee oom Leen nooit hadden mogen vermoorden, maar als ze dat niet hadden gedaan was het weer zo’n standaard verhaal geworden. Ik zou er eerst met andere mensen over zijn gaan praten alvorens tot zo’n drastische maatregel te komen. Maar voor de rest ben ik het volledig met Maria eens



Bouw

Alles hangt goed met elkaar samen alleen duurt het soms even voordat het je duidelijk wordt. Dat komt dan omdat ze er een paar hoofdstukken verder er pas weer op ingaan. Daarom wil je denk ik ook in een keer het boek uitlezen. En dat houd de spanning er goed in want je weet niet wat komen gaat. Het verhaal is boeien ondanks het feit dat het steeds maar over onderwerp gaat, namelijk de boze stiefvader. Ik vind dat de bouw van het verhaal goed past bij het onderwerp want anders zou het een standaard verhaal zijn geworden, nou moet je nog moeite doen om het verhaal te snappen. Het verhaal is dus a-chronologisch maar verder zitten er geen terugblikken of herinneringen in. Wat ik wel jammer vind is dat het een open einde is want nou weet je niet hou het verder zal gaan met Bee in de inrichting, je weet alleen dat ze zelf het konijn heeft geaaid. Misschien komt het dus weer allemaal goed en misschien ook helemaal niet.



Taalgebruik

Dat ik het boek moeilijk vind te lezen komt meer door de verspringen tussen de verschillende hoofdstukken dan door het taalgebruik, want dat is gewoon hedendaags. Ik vind dat de schrijfster de link tussen de gedachten en gesprekken prima heeft gelegd want vaak weet je meteen tijdens een gesprek wat ze denkt. De taal past wel bij het onderwerp maar niet bij de hoofdpersoon want die is nog maar elf jaar oud.



Overige informatie



Biografie

Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag als Mensje Francina van der Steen, roepnaam Mennie. Ze heeft een zoon en woont in Amsterdam.

Van 1970 tot 1972 was ze redacteur van Propria Cures waarvoor ze schreef en literaire en politieke cartoons tekende. Hierna maakte ze te samen met o.a. Gerrit Komrij, Theo Sontrop en Martin Ros acht jaar deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Maatstaf.

Haar eerste verhaal (Een bruiloft) werd gepubliceerd in 1969 in Hollands Maandblad. Haar debuut Bleekers zomer verscheen in 1972. Met de woorden: 'dit is het.' Begon de eerste recensie (door K.L. Poll in NRC Handelsblad) op deze bejubelde en al vele malen herdrukte roman die inmiddels tot de klassieken in de Nederlandse literatuur wordt gerekend.

In het autobiografische Olifanten op een web(1997), dat Mensje naar aanleiding van de dood van haar moeder schreef, is veel over haar jeugd, latere belevenissen en haar schrijverschap te vinden. Bron: Mensjevankeulen.nl



Titelverklaring

In het boek hebben Maria, Bee en de beestenman het over de rode strik in het haar van Bee. Hij vertelt dat de strik van een stroper rood kleurt als er een dier in vastzit.

De beestenman loopt in de figuurlijke strik van de zusjes, wat zijn einde betekent.



Personages

Maria Talberg

Maria is een meisje van elf jaar, maar lijkt al een stuk volwassener in het verhaal, omdat ze rookt, en soms ook drinkt. Ze is bepaald geen lieverdje en ze speelt veel buiten met haar zusje en met de buurtkinderen. Dan halen ze vaak kattenkwaad uit. Ze houdt erg van dieren, en krijgt daarom samen met haar zusje Bee een konijntje, Nino.

Ze vindt Bee vaak irritant, maar toen Bee in de inrichting zat was ze er ook heel erg zorgzaam voor. Ze kan goed opschieten met haar moeder waar ze zelden ruzie mee heeft. Ze vindt de beestenman een indringer, en ze vindt hem vies, eng en wilde gewoon dat hij zou ophoepelen. Verder is ze bang voor de oorlog, voor pijn, voor de dood, en bang dat haar moeder iets zou overkomen. Maria is in het verhaal de verteller, de

ik- persoon, en dus erg belangrijk.



Cornelia Talberg

Maria noemde haar vanaf haar geboorte Bee (van baby) en dat is nooit meer veranderd. Sindsdien noemt iedereen haar Bee. Ze is een nogal stil meisje van negen jaar. Ze hangt heel erg aan haar twee jaar oudere zus Maria. Ze houdt ook erg van dieren maar is doodsbang voor wormen. Ze heeft lang krullend haar. Meestal doet ze voor spek en bonen mee met spelletjes, omdat ze nog te klein is in de ogen van de andere kinderen. Ze heeft altijd een strik in haar haar, en als je die los trekt wordt ze woedend.

Ze heeft een redelijk goede relatie met haar zus Maria. Ze hebben soms kleine ruzietjes, maar dat is normaal bij zusjes. Ook hangt ze erg op haar zus, die ze waarschijnlijk als voorbeeld ziet. Met haar moeder heeft ze een gewone moeder en dochter relatie, en net als haar zus haat ze de beestenman, maar hier merk je minder van, omdat je haar gevoelens en gedachtes niet ziet. Dus je kan je niet helemaal in haar inleven.



Marie Talberg

Marie is een vrouw van ongeveer dertig à vijfendertig jaar. Ze heeft twee dochters; Maria en Bee. Haar man is weggelopen na de geboorte van Bee, en later krijgt ze een relatie met Leen Talberg, de neef van haar ex-man. Ze zingt graag, maakt bijna nooit ruzie en vloekt nooit. Ze werkt als schoonmaakster in een kantoor. Ook is ze altijd heel aardig en zorgzaam tegenover haar kinderen, en ze houdt niet van mensen die plat praten, alcohol drinken of roken. De beestenman doet dit allemaal, maar toch valt ze op hem. Eerst lacht ze veel om Leen, maar later niet meer, en later maakt ze ook steeds vaker ruzie met hem, wat ze vroeger ook bijna nooit deed.



Leen Talberg (de beestenman)

Leen is een man die heel erg grof, vies, pesterig, spottend, gemeen, jaloers en achterbaks is. Hij is groot en breed, en heeft veel tatoeages. Toen hij Marie pas ontmoet had, was hij nog netjes, aardig en hij gedroeg zich beschaafd. Naarmate ze langer bij elkaar waren werd hij steeds grover, werd steeds minder beschaafd, en deed steeds minder in het huis. Hij liet gewoon winden in huis, maakte zijn bed nooit op, en ruimde ook nooit was op. Hij vindt de twee meisjes wel leuk, en probeert bevriend met hen te raken door ze vaak geld te geven en aardige dingen te zeggen. Maar dit vatten ze juist niet goed op. Later begint hij de meisjes steeds meer te pesten. Hierdoor kregen ze een hekel aan hem. Hij werkt in een dierenwinkel. Daarom gaan de meisjes hem de beestenman noemen. Hij houdt wel van Marie, maar laat dit niet echt blijken. Hij is ook erg jaloers, want als er een oude kennis van Marie langskomt jaagt hij hem meteen weg.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.