Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


De beschrijving van de leeservaring



Primaire gegevens van het gelezen werk

Auteur: Mensje van Keulen

Titel: De rode strik

Ondertitel: -

Verschenen in: September 1994

Aantal bladzijden: 205

Leestijd: 10 uur

Uitgelezen op: 5 oktober



Verantwoording van de Keuze

Toen ik hoorde dat we weer een boek moesten lezen wist ik totaal niet welke dat zou worden. Daarom ben ik met nog een paar anderen naar de bieb gegaan samen met Mw. Jansen. Ze vertelde wat over een boeken die haar leuk leken en hieruit konden wij dan kiezen. Dit boek leek me wel leuk en niet al te moeilijk.



Verwachtingen vooraf



Het lijkt me een makkelijk boek, met niet al te veel moeilijke woorden. Als je de achterkant leest, dan zit er ook wel wat humor in. Hij lijkt me dus een goed boek waar ook veel in gebeurt.



Eerste reactie achteraf

Ik vind dit werk: Niet Een beetje Erg

Spannend x

Meeslepend x

Ontroerend x

Grappig x

Realistisch x

Fantasierijk x

Interessant x

Origineel x

Goed te begrijpen x

+ Dit werk heeft mij aan het denken gezet ja/nee

+ Ik heb iets aan dit werk gehad ja/nee

Dit werk spreekt mij aan omdat het op een leuke en humoristische manier geschreven is, en er heel veel dingen in gebeuren.







Korte samenvatting van de inhoud:



In het eerste hoofdstuk bezoekt Maria talberg haar zusje. Daar eindigt het verhaal ook. In die tussenliggende hoofdstukken wordt uitgelegd waarom Bee, haar zusje, in dat tehuis zit. Maria leidt een behoorlijk zelfstandig leven omdat haar moeder al vroeg weg moet om een kantoor schoon te maken. Haar vader is weggelopen en verder heeft ze alleen nog een vervelende nicht die in een saai dorp woont. Zij en haar zusje trekken veel met de buurtkinderen op. Wanneer haar moeder met een nieuwe vriend komt aanzetten zijn Bee en zij daar niet blij mee. Ze noemen hem al snel de beestenman, omdat hij een winkel heeft met dierenbenodigdheden, maar ook omdat hij zelf een beest van een man is. De beestenman komt steeds vaker en neemt hun ook mee op vakantie. Bee en Maria verzetten zich in stilte steeds meer tegen zijn opdringerige en luidruchtige manier van doen. Al vrij snel vinden ze dat hij weg moet, het liefst dood. Ze bidden en smeken om zijn dood, als dat niet helpt blijkt Maria in staat te zijn om hem te vermoorden.

Haar moeder krijgt tijdens het eten een bloeding en moet naar het ziekenhuis. Bee en Maria weten niet wat er aan de hand is en geven de beestenman de schuld, ze denken dat hun moeder dood gaat. Wanneer hij ’s avonds thuiskomt en het konijn van hun de nek om wil draaien slaat Maria met een pan op zijn hoofd. Hij stort in elkaar en ze sleurt hem samen met Bee de gang in en laat hem daar van de trap rollen. Zo wil ze laten lijken dat hij van de trap is afgevallen. Bee gaat daarna naar bed en Maria gaat tv kijken. Ineens staat Bee te schreeuwen en ziet ze de beestenman omhoog komen. Ze doet haar hand voor Bee’s gezicht en begint op zijn hoofd te trappen. Hij valt weer naar beneden en Maria belt mevrouw Mees, de buurvrouw. Die regelt verder alles wel. Bee heeft sinds die tijd niets meer gezegd.



De Analyse



Titelverklaring

In het boek hebben Maria, Bee en de beestenman het over de rode strik in het haar van Bee. Hij vertelt dat de strik van een stroper rood kleurt als er een dier in vastzit.

De beestenman lopt in de figuurlijke strik van de zusjes, wat zijn einde betekent.



Genre

Roman



Thema

De zusjes Maria en Bee Talberg willen hun moeder Marie niet delen met de beestenman. Ze willen haar voor zich alleen.













Personages

MARIA is een bijdehand meisje van ongeveer 11 jaar. Ze wil naar de zesde klas graag naar de openbare meisjesschool, maar na een ondeugende streek besluiten haar moeder en oom Leen dat ze naar de middelbare meisjesschool gaat. Maria heeft een zeer levendige fantasie en ze speelt een belangrijke rol tijdens de spelletjes op straat. Ze spelen ondeugende spelletjes waarbij Been een dartpijltje in haar hoofd krijgt, ze roken en ze laten elkaar hun blote billen zien tegen betaling. ‘We zeiden tegen Mindy dat we geld konden verdienen aan haar billen. Wie ze wou zien moest minstens een dubbeltje betalen. Omdat het in de tent moest, kon ze het niet rechtop doen en ze wou niet liggen’. Maria is heel stoer en laat niemand merken waar ze bang voor is: oorlog, dood, de dood van haar moeder en pijn. Ze houdt erg veel van haar moeder en hoopt dat ze het uimaakt met Leen. Maria is geen lieverdje. Ze probeert de beestenman uit hun leven te laten verdwijnen door hem te pesten. Maria wil bijvoorbeeld niet in het zwembad zwemmen omdat ze dan jeuk krijgt, net zoals haar vader vroeger. Leen vindt dat ze zich niet aan moet stellen en uiteindlijk springt ze in het water: ‘Ik kreeg geen jeuk toen ik eruit was. Maar ik deed alsof. Ik krabde en wreef over mijn benen en ik duwde mijn hoofd tegen mijn knieën alsof ik ervan janken moest. Ik hield ermee op toen hij ijs ging halen’ (pag. 162). Ze begrijpt maar niet waarom haar moeder hem leuk vindt, hij doet immers alles waar haar moeder een hekel aan heeft: boeren, winden laten, met volle mond praten, plat praten, stinken. Omdat ze geen andere oplossing ziet, besluit ze dat de beestenman dood moet. Maria pest haar zusje Bee regelmatig.

BEE is een erg rustig meisje dat twee jaar jonger is dan Maria. Ze bemoeit zich, in tegenstelling to Maria, maar zelden met de spelletjes van de kinderen in de buurt. Bij het spelletje waarin de kinderen beeldenmuseum spelen, wint Bee altijd. Ze staat dan nog doodstil op haar plekje terwijl de anderen allang met iets anders bezig zijn. Bee is niet kinderachtig zoals blijkt uit het voorval met het dartpijltje, maar ze vindt wel veel dingen vies. Op het eind van het verhaal zit Bee in een inrichting omdat ze na de dood van oom Leen in een ernstige shocktoestand is beland. Maria zegt hierover tegen de dokter die Bee behandelt da misschien Bees gil wel naar binnen is geslagen en dat ze daardoor niet meer praat.

LEEN is een oudere neef van de vader van de zusjes en heeft in het Vreemdelingenlegioen gezeten, hij zit vol met tatoeages. Hij heeft een dierenwinkel waar hij alle soorten voer verkoopt, maar zijn echte inkomstenbron is de smokkel van de dieren vanuit het buitenland naar Nederland. Hij maakt wrede grapjes tegen de meisjes. Als ze op een kerkhof komen zegt hij dat er ook een kinderhoek is, hij noemt de leeftijden op en zegt dat er ook een meisje ligt dat Maria heet. Hij bemoeit zich met de school van Maria en noemt haar Bambi. Hij probeert wel aardig voor de meisjes te zijn, maar hij is precies het tegenovergestelde van de moeder van de zusjes en hij valt dan ook absoluut niet in de smaak bij de twee meisjes.

MARIE is de moeder van Maria en Bee. Ze werkt als schoonmaakster om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze is een rustige vrouw die het al vroeg zonder haar man moet stellen. Marie is erg zorgzaam en lief voor haar kinderen. Als ze Leen net leert kennen, tut ze zich voor hem op en Maria kan dat maar niet begrijpen. Volgens haar is haar moeder steeds minder gelukkig.



Motieven

+ ANGST

Maria is bang voor enge verhalen en films, maar vooral voor gewone dingen die eng zijn zoals een mes of een vleesvork, voor allerlei dingen aan de beestenman en voor het woord ‘dood’: ‘Het woord ‘dood’ was eng, zowel om te lezen als te horen. Maar ‘morsdood’ niet’( pag. 145). Na een tijdje is Maria bang dat er iets met haar moeder gebeurt. Bij elke ambulance die ze hoort denkt ze at er iets met haar moeder aan de hand is. Buiten op straat zingen de kinderen een liedje waarbij Maria steeds tranen voelt opkomen.

Bee is bang voor wormen en daar pest de beestenman haar steeds mee.



+ DOOD

Maria lijkt gefascineerd te zijn door de dood. In het begin heeft ze het over haar weggelopen vader die volgens haar dood is. Zij en Bee bedenken allerlei manieren om de beestenman dood te krijgen. Bovendien verbeeldt Maria zich dat ze haar moeder overdag dood ziet liggen. Ze gaat met haar vrienden naar een ongeluk kijken waarbij eenjongetje bij het uit de buurt is omgekomen. In bed wacht ze op haar kruik als op een ambulance, ze denkt dan aan een vrouw die op straat aan een hartaanval is overleden en aan het gezicht van een verdronken man op het strand: ‘Het ergste was de verdronken man die op het strand werd afgevoerd. Hij had een lief gezicht, soms moest ik daar ineens aan denken’(pag.55).

Bee kan niet tegen dode dieren. De beestenman dreigt het konijntje dat hij de zusjes heeft gegeven, dood te maken en op te eten.



Opbouw en structuur

De rode strik begint met een proloog van Maria over de beestenman waarin ze vooruitwijst naar het einde van het verhaal. Daarna begint het verhaal dat een cirkelstructuur heeft: het begint en eindigt met een bezoek van Maria aan Bee in Sint-Theresia, de inrichting waarin Bee geplaatst is na de dood van oom Leen. Het verhaal heeft veertig vrij korte hoofdstukken: sommige zijn zelfs maar een halve pagina lang. Het langste hoofdstuk is dat waarin Maria vertelt over de vakantie ven Leen, hun moeder, Bee en haarzelf. Dit hoofdstuk telt veertien bladzijden.



Tijd en ruimte

TIJD- Het verhaal beslaat ongeveer één jaar en speelt zich af in de Den Haag in de jaren vijftig. Echte aanwijzingen zijn daarvoor niet, maar wel kenmerkende zaken zoals het eten van ‘ouwel’ (snoepgoed), verwijzingen naar de oorlog die pas heeft plaatsgevonden.

RUIMTE- Het verhaal speelt zich af in huis, de straat waar de kinderen spelen en het tehuis waar Bee in zit.



Perspectief en vertelsituatie

Er is een ik-verteller: Maria is degene die dit verhaal vertelt. Je ziet alles door haar ogen. Je komt dus heel veel over haar en haar gevoelens te weten. Dit betekent wel dat het heel moeilijk is om een realistisch beeld van de andere personen te vormen. De mening van Maria wordt door dit vertelperspectief ook de mening van de lezer.

Taalgebruik

Het boek heeft een heel gemakkelijk taalgebruik, er komen bijna geen moeilijke woorden in voor. Er worden korte zinnen gebruikt, waardoor het verhaal goed te volgen is.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.