De rode handschoen door Anke de Vries

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vwo | 1096 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 31 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 31 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2000
Pagina's
175
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De rode handschoen
Shadow
De rode handschoen door Anke de Vries
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Samenvatting

Het verhaal speelt in 1944 in Zuid-Frankrijk tijdens de oorlog. Patrick woont met zijn moeder in Mirac. Hij heeft een joodse vriendin die uit Parijs is gevlucht en de schuilnaam Isabelle heeft aangenomen.
Op een dag wordt de bus naar school waar Patrick in zit gecontroleerd. Hij krijgt van een onbekende man een brief in zijn handen geduwd. Die vertelt ook het adres waar de brief moet worden bezorgd en dat hij voor een bepaalde tijd bezorgd moet zijn. Even later wordt de man door de milice ( een korps fransen dat meedeed aan de jodenvervolging) meegenomen. Patrick besluit de brief af te leveren en gaat naar het huis toe. Daar is een vrouw die de brief aan ene monsieur Jacques geeft. Nadat die de brief heeft gelezen vlucht hij direct weg. Niet veel later, als Patrick nog in het huis is, komt de milice langs en moet Patrick zich voordoen als het neefje van de vrouw. Ze ondervragen hem maar gaan dan weer weg. Patrick gaat naar Isabelle toe en vindt daar een rode handschoen. Dat was het teken dat ze in gevaar was. Hij gaat naar zijn oom Bernard Duval, die een notaris is. Die weet Isabelle en haar moeder vrij te kopen. Duval was vroeger verliefd op de moeder van Isabelle, maar dat weet verder niemand. De moeder van Isabelle geeft de notaris juwelen in bewaring en hij ‘zorgt’ dat ze naar Zwitserland kunnen vluchten. De notaris speelt een dubbelrol, maar dat is op dat moment nog niet bekend. Hij helpt zogenaamd joden het land uit, maar hij verraadt hen aan de milice.

Claire, het zusje van Vincent die in Patricks’ klas zit vindt een joods jongetje op de straat. Zijn naam is Vincent en hij is joods. Hij draagt een brief bij zich van zijn ouders waar in gevraagd wordt of iemand hem mee wil nemen. Hij vertelt haar hoe zijn ouders waren meegenomen en hij had kunnen schuilen en ze neemt hem mee naar haar huis. Omdat hun vader werd opgepakt en het toch niet veilig genoeg bleek, wordt het jongetje eerst overgebracht naar Patricks’ huis. Ook daar was hij niet veilig en aan het eind van het verhaal blijkt hij bij de vrouw van de notaris te zijn ondergebracht. Zij was een aardige vrouw die niets wist van de dubbelrol van haar man.

Ondertussen is iemand van het verzet erachter gekomen dat Bernard Duval de joden verraadt aan de milice. Hij wordt door iemand uit het verzet vermoord op een manier dat het zelfmoord leek.
De groep vluchtelingen waarin Isabelle zat was aangevallen, maar Isabelle en haar moeder waren een stuk achtergebleven en hadden kunnen ontsnappen.
Aan het eind van het boek krijgt Patrick een brief van Isabelle. Zo weet hij dat ze nog leeft

Beschrijving van de leeservaring

Onderwerp: Het onderwerp van het boek is het onderduiken in de tweede wereldoorlog. Dat spreekt me aan, want dan kom je iets te weten van hoe moeilijk het toen was voor de joden om te overleven. Ik heb ervan geleerd hoe toen mensen zo gemakkelijk verraadden.

Gebeurtenissen: De belangrijkste gebeurtenissen zijn:
- Als Patrick de brief moet af gaan leveren aan Monsieur Jacques is het een behoorlijk spannend stuk, want Patrick moet erg snel zijn om een brief af te leveren die hij totaal niet kent. Als hij dan weg wilt gaan, komt de milice controleren en moet hij zich voordoen als het neefje van de vrouw die er woont.
- Als Isabelle samen met haar moeder naar Zwitserland vlucht omdat het te gevaarlijk is om in Frankrijk te blijven. Ze reizen samen met andere mensen en de groep wordt aangevallen. Dit stuk vond ik best eng, stel nou dat ze dood zou zijn!


Personages:
Het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van verschillende personages.
- Patrick woont samen met zijn moeder in Mirac. Zijn vriendin is Isabelle. Hij heeft doorzettingsvermogen en is niet bang uitgevallen. Ik zou best op Patrick willen lijken.
- Isabelle is een joodse vluchteling uit Parijs, ze heet eigenlijk Sarah. Ook zij is niet zo snel bang en eigenlijk heel dapper. Ik zou niet op haar willen lijken, want ze krijgt heel veel problemen omdat ze joods is.
- Berdard Duval is de oom van Patrick en hij helpt joodse vluchtelingen, maar blijkt eigenlijk de joden te verraden.
- Vincent zit bij Patrick in de klas en denkt er eerst over om bij de Milice te gaan, maar als hij een joods jongetje in huis krijgt verandert hij helemaal van gedachten en helpt de vluchtelingen.
Verder zijn er nog andere personages, maar die zijn minder belangrijk dan deze.

Bouw:
Ik vind het verhaal boeiend, omdat je ziet hoe toen in de tweede wereldoorlog grote verschillen waren tussen ‘goed en kwaad’ Vincent bijvoorbeeld denkt erover om bij de milice te gaan, maar nadat er een klein jongetje bij hun moest komen schuilen en hij ervoor moest zorgen dat die niet werd opgepakt, niet meer. Ook lijkt Bernard Duval aan de kant van het verzet te strijden, hij verraadt de joden die hij het land uit ‘helpt’.
Het verhaal wordt verteld uit het oogpunt van veel verschillende mensen. Het draait vooral om Isabelle(Sarah) die eerst gevangen wordt genomen, dan vertrekt en het blijkt dat haar vervoer is aangevallen. Maar het gaat ook over Joseph, een klein jongetje die zijn ouders is kwijtgeraakt en waarvoor steeds onderdak gezocht moet worden. De bouw is chronologisch. In het begin van het boek is er een flashback waarin wordt verteld hoe Patrick Isabelle ontmoet en ermee bevriend raakt. De verschillende verhaallijnen zijn aan elkaar gebonden omdat alle mensen in het zelfde gebied wonen en elkaar minstens kennen Het is geen ingewikkelde bouw, maar het is wel even verschillend van andere boeken dat vrijwel elk hoofdstuk een ander personage als hoofdpersoon genomen. Dat is echter wel heel goed om erachter te komen hoe die mensen doen en denken.

Taalgebruik:
Het verhaal is heel makkelijk om te lezen. Ook is het boeiend om te lezen. Er zijn verschillende verhaallijnen waardoor het in het begin een beetje onduidelijk is, maar later helemaal niet meer.
Het taalgebruik past bij het onderwerp en de personages, het taalgebruik is over het algemeen heel normaal, net als nu en in de oorlog, maar soms komen er Franse woorden tussendoor, bijvoorbeeld als een lid van de Milice spreekt. Dit past dan weer goed bij dat personage, ook omdat het verhaal zich in Zuid-Frankrijk afspeelt.
In het verhaal worden niet veel gedachten weergegeven, je volgt meer de levens van verschillende personages van buitenaf. Je weet niet altijd wat de personages denken.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De rode handschoen door Anke de Vries"