WIN EEN STUDIEBEURS T.W.V. €1.500 MET JE PWS!

Stuur voor 1 februari je profielwerkstuk in naar de Junior Fellowship wedstrijd van het Rijksmuseum. 

 


Meer info


Boekopdracht Nederlands.
Titelbeschrijving
1. Tim Krabbé, De Renner, Amsterdam, 2001 (17e druk).
Korte samenvatting
2. Tim Krabbé, De Renner
Op 26 juni 1977 doet Tim Krabbé mee aan een wielrenwedstrijd in Zuid-Frankrijk. Het is de ronde van de Mont Aigoual, die start en finisht in Meyrueis. Het is een wedstrijd van 137 km en vier cols, die hij samen met zijn trainingsmaat Kléber heeft verkend. Krabbé rijdt voor Anduze en zijn ploeg-leider is Stephan, een oud-wielrenner. Krabbé wil de wedstrijd graag winnen. Tijdens de wedstrijd zijn er veel demarages. Zo gaat Despuech er al na 1 km vandoor. Er ontsnappen meer wielrenners mee, zo ontstaat er een kop-groep. Na 70 km onstaat er uiteindelijk een kopgroep van Lebusque, Reilhan, Krabbé, Teissonniere Kléber, Barthelemy en een renner van Cycles Goff, alleen deze renners maken nog een kans op de overwinning. In deze kopgroep zijn er veel demarages en vallen mensen af en komen ze er iets later weer bij. Zeven kilometer voor het einde zijn er nog 4 wielrenners over, namelijk Krabbé, Reilhan, Lesbusque en Kléber. Krabbé is bang voor een eindsprint, want Reilhan is de beste sprinter. In de laatste kilometer gaat Krabbé aan kop, Reilhan in zijn wiel en opeens rijdt Lesbusque langs Krabbé, om de sprint voor hem aan te trekken. Krabbé volgt en rijdt Lesbusque weer voorbij, Reilhan komt steeds dichterbij en uiteindelijk wint Reilhan, de achterstand van Krabbé is minder dan tien cm.
Eerste persoonlijke reactie
3. De Renner is eenvoudig om te lezen, zo staat er van bijna iedere kilometer een verslag en als er een flashback is (zijn sportcarrière of een wielrengebeurtenis in het algemeen) staat dat ook boven het verhaal. Voorbeelden zijn kilometer 84: Nieuwe situatie in .. ; Ronde van Vlaanderen 1976: De Ronde van .. . Ook is ‘De Renner’ een boeiend boek, ik houd namelijk van wielrennen kijken. Zo kijk ik in de zomer naar de Tour de France en weet ik ook vaak de standen uit mijn hoofd. Ik kon me makkelijk inleven in Krabbé en het boek (de wielerkoers zelf). Ik kon bijvoorbeeld de demarage van Despuech (heel vaak demarages in begin van wielerkoers) of een aflossing van Barthelemy op een berg (favorieten die gelost worden, omdat ze niet goed kunnen klimmen, maar in de afdaling weer bijkomen) goed voor de geest halen. Dit maakte het boek ook werkelijk. Het leek net of ik een etappe zat te kijken, maar eigenlijk zat ik te lezen. Ik kon de tekst van De Renner verbeelden waardoor het leek of ik televisie zat te kijken.
Perspectief
4. De Renner heeft een ik-perspectief, waarin Krabbé de ik-figuur is. Zo is er een keer een flashback van zijn sportcarrière in 1973 en zegt hij: ‘‘ Ik zat … Midi Libre.’’ Of bij kilometer 110/111: ‘‘Ineens weet ik dat ik ga demareren..’’ Alles wat Krabbé voor, tijdens en na de race voelt, vindt of herinnering aan vroeger beleef je mee. Het gehele boek zit je op de schouder van Krabbé.
Personages
5. Tim Krabbé is de hoofdpersoon van De Renner. Zijn doel is om deze race te winnen, zijn enthousiasme en fanatisme/gedrevenheid helpen hem hierbij. Bij kilometer 111 demareert Krabbé. Hier een stukje uit de tweede alina:‘‘Ik ben weg …, de pijn is een protestmars van mensen … te beschilderen.’’ Zijn klimkunsten zijn ook een helper. Krabbé is een betere klimmer dan Barthélemy (een concurrent van Krabbé), Barthélemy lost en kan niet meer winnen. Ook is Lesbusque een helper, hij helpt hem in de sprint. De sprint gaat eigenlijk maar tussen Krabbé en Reilhan, Lesbusque wil dan de sprint voor Krabbé aanzetten, maar dat mocht niet baten, Krabbé werd tweede. Tegenstanders van Krabbé zijn natuurlijk Reilhan, die de zege van Krabbé afpakte. Zijn daalkunsten zijn een tegenstander, want zijn concurrenten lopen op de daling uit op Krabbé. Daardoor moet hij krachten verspelen, om later weer bij de kop-groep te komen.. Ook zijn fanatisme is een klein beetje zijn tegenstander. Krabbé wilt zo graag winnen, dat hij te vroeg de sprint aangaat, waardoor Reilhan hem op het eind nog inhaalt.
Fabel en Sujet
6. In ‘De Renner’ lopen fabel en sujet niet gelijk Er worden in ‘De Renner’ situaties vergeleken met soortgelijke situaties uit het verleden. Hierdoor krijg je informatie over zijn carrière en over wielrengebeurtenissen in het algemeen (bv. Tour de France van 1951) Zo ook wordt er bij de afdaling van kilometer 61-67, een afdaling van Krabbé in het verleden verteld: Wedstrijd 308, 19 juni 1977: ‘‘Daar was hij dan eindelijk na vier jaar wachten: de afdaling met de bocht die ik niet haalde.’’
Thematiek
7. (Fase 1) In ‘De Renner’ gaat het over een wielrenwedstrijd die 137 km lang is. De hoofdpersoon is Krabbé, die één van de (wiel)renners is die meedoet aan de wedstrijd. De titel verwijst naar de hoofdpersoon. Alle personages zijn wielrenners of zijn betrokken bij de wedstrijd. Zij zullen strijden om de overwinning. ‘De Renner’ begint vlak voor de etappe en eindigt vlak na de etappe. In ‘De Renner’ lopen fabel en sujet niet gelijk. In en na de wedstrijd zijn er verschillende flashbacks. Die flashbacks gaan over de carrière van Krabbé (vb: Mijn sportcarrière 1972. Ik had een racefiets gekocht. Eerst stond hij een half jaar in de stalling. Op 20 juli 1972 besloot ik er een tochtje mee te gaan maken, hoewel …) of over wielermomenten (vb: Tour de France 1958. Enkele dagen voor ik Charly Gaul met de gele trui het Parc des Princes had zien binnenrijden, was er …). Er zijn veel wielrenners die de etappe willen winnen. Daarom zijn er veel demarrages, een voorbeeld is een demarrage van Krabbé in kilometer 5: ‘‘Dan gebeurt er iets veel gekkers. Ik ben zelf gedemareerd! Mijn verstand moet mee, als een jongentje van tien op een op hol slaand paard. Ik ben uit het zadel gekomen, na vijf trappen lig ik al op volle snelheid, de zuurstof roept hoera tot in mijn fijnste bloedvaten, daar suis ik langs het peleton, langs de voorste renner, de ruimte in.’’ (Fase 2) Het algemeen literair motief in ‘De Renner’ is de wielrenwedstrijd Meyrueis-Meyrueis, die 137 kilometer lang is en 4 bergen kent. Het (persoonlijke) motief van Krabbé is het feit dat hij deze wedstrijd erg graag wilt winnen. Dit zie je aan dat hij erg enthousiast en fanatiek/gedreven is. Krabbé wil zo graag winnen, dat hij meerdere keren in de wedstrijd demarreert. In één van zijn demarrages zegt hij: ‘‘Ik voel de branderige pijn die de overbrugging is tussen demarrage en tempo. Ik ben gek! Als ze me met rust laten zit ik gevangen in mijn enthousiasme.’’ Krabbé wilt de race graag winnen, zijn karakter helpt hem daarbij. Alleen wint hij helaas de wedstrijd niet. De andere wielrenners willen de wedstrijd ook winnen. Zo heb je Kléber, hij is de trainingspartner van Krabbé, hij valt nooit echt aan en rijdt in dienst van Barthélemy. Barthélemy is een favoriet voor deze wedstrijd, alleen hij is geen echte klimmer. Teissonnaire is net als Krabbé een eenling, als het kan en de ander kan niet meer winnen, dan helpen Teissonnaire en Krabbé elkaar. Lebusque is grof en groot gebouwd. Ook heeft hij weinig koersinzicht. Ten slotte nog Reilhan, hij is jong (19 jaar), is een goede sprinter en is een wieltjeszuiger. In ‘De Renner’ zit een verhaalmotief, het verhaalmotief is de demarrage. In de kopgroep vinden er verschillende demarrages plaats, waardoor sommige renners moeten lossen en andere er juist vandoor gaan. De belangrijkste demarrage is de laatste. In een kopgroep van vier (Kléber, Lebeusque, Reilhan en Krabbé) demarreert (gaat de sprint aan) Krabbé in de laatste kilometer, op het laatste moment komt Reilhan hem nog net voorbij. Reilhan wint de wedstrijd met een verschil van minder dan 10 centimeter. ‘De Renner’ speelt zich af in Zuid-Frankrijk. Het weer is vooral regen en wind, wat aangeeft dat het een zware wedstrijd is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.