De ontdekking van de hemel door Harry Mulisch

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
Boekcover De ontdekking van de hemel
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 3122 woorden
  • 8 december 1999
  • 51 keer beoordeeld
Cijfer 7.2
51 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1992
Pagina's
927
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
5 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als
Prijzen
NS Publieksprijs (2002 Genomineerd)

Boekcover De ontdekking van de hemel
Shadow

Is de hemel een organisatie die op het punt staat begrepen en opgerold te worden door de technologisch hoogontwikkelde mens van de twintigste eeuw? De ontdekking van de hemel (1992) is een totaalroman waarin alle thema’s en obsessies uit het werk van Harry Mulisch in 65 hoofdstukken bijeenkomen. Dit monumentale boek is tegelijk een psychologische roman, een filo…

Is de hemel een organisatie die op het punt staat begrepen en opgerold te worden door de technologisch hoogontwikkelde mens van de twintigste eeuw? De ontdekking van de hemel (1992…

Is de hemel een organisatie die op het punt staat begrepen en opgerold te worden door de technologisch hoogontwikkelde mens van de twintigste eeuw? De ontdekking van de hemel (1992) is een totaalroman waarin alle thema’s en obsessies uit het werk van Harry Mulisch in 65 hoofdstukken bijeenkomen. Dit monumentale boek is tegelijk een psychologische roman, een filosofische roman, een tijdroman, een ontwikkelingsroman, een avonturenroman en een alles overkoepelend mysteriespel.

De ontdekking van de hemel door Harry Mulisch
Shadow
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
Titel De Ontdekking van de hemel, van Harry Mulisch Bronvermelding Peter Henk Steenhuis, Alles is altijd uit de bijbel
Uitgeverij De Bezige Bij, 1995, Amsterdam
Over: Verbanden tussen de bijbel en De ontdekking van de hemel Titel De ontdekking van de Hemel Schrijver Harry Mulisch Eerste druk Oktober 1992 Gelezen uitgave Elfde druk 1995, Amsterdam, de Bezige Bij Genreaanduiding Roman
Titelverklaring De ontdekking van de hemel slaat op de zoektocht van een van de hoofdrolspelers, Quinten, die in zijn dromen bezocht wordt bezocht door beelden van een gebouw waar hij hemelse waarden aan toekent en dat gebouw probeert te vinden als een soort geheime opdracht. De ontdekking van de hemel is uiteindelijk het terugbrengen van de stenen tafelen met de tien geboden. Ook slaat het op een andere hoofdrolspeler, Max, een sterrenkundige, die met behulp van telescopen het begin, dus het ontstaan, van het heelal ziet. Hij ontdekt de hemel dus ook. Thema, motieven en motto Het thema is de relatie tussen mens, god en techniek (en indirect Mulisch’ filosofie van de vernietiging die uit deze drie zaken voortkomt. Als de mens god laat varen door zijn techniek is hij geen mens meer en vernietigt het de mens als zodanig door gebrek aan menselijkheid, maar dit even terzijde) Motieven zijn: - De raaf Edgar. - De Burcht uit Quintens dromen. - De stenen tafelen. Opbouw Het verhaal is een chronologische vertelling van een engel in de hemel. Tussen het verhaal door zijn de “intermezzo’s”, die in feite dus “life” zijn. Het verhaal zelf is al gebeurd. Vertelperspectief Het vertelperspectief is in de hijvorm, op de intermezzo’s na: Daar ligt het perspectief bij de uitvoerende engel die het hele verhaal in principe geschapen heeft. Daarom is het logisch dat de rest hij/zij-perspectief is: De engel vertelt erover. Karaktertekening Ada Brons leren we kennen een burgerlijk meisje onder het juk van haar moeder. Ze is een goed celliste. Later, als ze Max leert kennen, verandert ze totaal. Aanvankelijk begrijpt ze niets van Onno en Max, maar later ziet ze de hechte vriendschap tussen die twee en voelt zich een beetje jaloers. Haar belangrijkste functie in het verhaal is natuurlijk haar eerste liefde met Max, van wie ze ook een kind krijgt. Als ze verongelukt, kwijnt ze langzaam in een langdurig coma weg in het ziekenhuis. Nadat ze Quinten gebaard heeft, zonder dat ze in feite nog Ada is maar een stuk vlees, sterft ze. In Steenhuis’ Alles is altijd uit de bijbel wordt ze vergeleken met Maria, als moeder van de op aarde gekomen goddelijkheid (ze is allicht wat minder onbevlekt). Onno Quist is een persoon wiens karakter geschapen wordt door middel van bijbelcitaten. Hij is één met dit geschrift, en het grootste deel van zijn uitspraken is hierop gebaseerd. Wel is het zo dat hij de bijbel met een duidelijke ironie citeert: Hij kent de hele bijbel noodgedwongen uit zijn hoofd, maar is geen gelovige. Daardoor is Onno getekend door zijn taalgebruik, wat van een grote eruditie en feilloos geheugen getuigt. Dat dit een karaktereigenschap is en geen gehuichel blijkt uit het feit dat hij niet alleen in gezelschap aanhalingen bezigt, maar ook in het bijzijn van één persoon, voornamelijk Max Delius. Je kan spreken van een round character. Max Delius is een charlatan. Ada omschrijft hem en Onno zo: “In die Onno zit een hoop geweld, maar Max is veel lichter. Als Onno de rots is, is Max water”. Hij is een ook mislukkeling: Hij heeft een ongelukkige jeugd gehad, hij is een mislukt sterrenkundige, zijn vriendschap met Onno faalt jammerlijk (Onno verdwijnt zonder dat Max daar de minste invloed op heeft), hij kan niet met vrouwen omgaan: één seksuele relatie lukt nog wel, maar als het langer duurt gaat het fout: Ada vertrekt, en als hij iets met “Tsjallingtsje” wil beginnen sterft hij op het moment dat die een kind van hem wil. De orde die hij om zich heen schept is alleen maar het tegenbeeld van de totale astronomische chaos die in Westerbork heerst. Westerbork heeft natuurlijk meer dan één functie. Max leven wordt voor een groot deel beheerst door de oorlog. Wie was zijn vader? Zijn moeder? Hijzelf? Uiteindelijk besluit hij zelf op zoek te gaan in Polen en wordt daar gek. Quinten Quist is een hemels figuur, en let op het gebruik van het woord “figuur”. Hij wordt door de manipulatie van een engel verwekt, vervolgens komt hij tot leven in een in feite dode vrouw die in leven wordt gehouden met slangetjes en machines, en tenslotte stijgt hij op in licht en wolken van letters (die de ondergang van de mensheid symboliseren). Hij is dus het product van de techniek waarmee de mens zijn ondergang mee heeft geschapen: Door deze techniek kon hij geboren worden en het contract wat god met de mensheid heeft geschapen door middel van de tien geboden verbreken door deze tien geboden terug te brengen. Hij is een zonderling persoon, die weinig binding kan krijgen met leeftijd genoten en daar ook geen enkele behoefte aan heeft. Hij is alleen bezig met de opdracht waarmee hij naar de aarde is gestuurd en waar hij na een paar jaar bee$%$%#% van krijgt. Hij probeert te achterhalen waar het vreemde, wonderlijke gebouw uit zijn dromen vandaan komt en wat het is, en gaat er uiteindelijk naar op zoek. Hij vertoont ook veel gelijkenis met bijbelse figuren, en tegelijkertijd tegenstellingen. Maar daar kom ik later op terug. Sophia Brons is de moeder van Ada, de pleegmoeder van Quinten, die de zoon van Ada is, en de (seksuele) partner van Max Delius, die de vader van Quinten is. Je zou kunnen zeggen dat alle functies en rollen die nog niet verdeeld waren door haar alleen zijn vervuld. Ze is een ogenschijnlijk koude, strenge vrouw die als echtgenote en moeder aanvankelijk faalt. Maar Max ervaart haar ook op een héle andere manier (…) en ze blijkt toch een goede opvoeder te zijn als het puntje bij het paaltje komt, wat blijkt uit haar opvoeding van Quinten. Ruimte De omgeving is eigenlijk nergens van geen enkel belang, het heeft geen verband met het thema, afgezien van het laatste gedeelte, waarin Onno en Quinten in het Sanctius Sancti ronddolen en Quinten op zoek is naar de decaloog (de stenen tafelen).
Stijl De stijl in De ontdekking van de hemel komt overeen met andere boeken die ik van Mulisch gelezen heb, bijvoorbeeld De Procedure en De Aanslag. Hij geeft vaak aandacht aan dezelfde dingen, dezelfde details, en ook heeft hij het veel over technische zaken, vooral in De Procedure is dit ook zo. Het is wat dat betreft vrij zakelijk. Hij gebruikt vaak woorden die je niet dagelijks gebruikt, en, om op de zaken vooruit te lopen, dat vind ik wel leuk. Literaire stroming Ik denk niet dat Mulisch boeken door iets van buitenaf gedomineerd zijn in de periode waarin hij De ontdekking van de hemel schreef. Hij schrijft, (volgens enkele wetenschappelijk naslagwerken die ik over Mulisch en zijn boeken gelezen heb), al zijn hele leven over ongeveer hetzelfde: Zijn eigen theorie. Die theorie is misschien wat omvangrijk om hier neer te schrijven, wellicht kan ik daar op het mondeling nog over uitweiden als daar interesse voor is, en verder in dit dossier wordt hij ook nog (deels) behandeld. Samenvatting Het boek begint met een intermezzo, waarin een engel verzocht wordt het hele verhaal te vertellen. Als eerste belangrijke gebeurtenis ontmoeten Max en Onno elkaar, en worden vrienden. Vervolgens komt Max Ada tegen als hij een boek voor Onno wil kopen. De liefde tussen Ada en Max gaat stuk door Onno, net als die tussen Helga (Onno vriendin) en Onno stukging door Max. Na de woorden “maak jezelf maar klaar” heeft Ada ineens genoeg van hem. Max vertrekt naar Polen om meer te weten te komen over zijn vader en moeder. Als hij terugkomt, blijkt Ada plotseling Onno’s vriendin te zijn. Onno omschrijft het als restitutie voor Helga. Vervolgens verlept de vriendschap tussen Max en Onno een beetje. Onno houdt zich bezig met politiek en Max is druk met sterren in de weer. Als ze (Ada, Max en Onno (en Bruno)) naar Cuba gaan, waar Ada en Bruno zullen optreden en Max en Onno voor de lol met als excuus een congres mee gaan, verwekt Max op een zwoele Cubaanse avond Quinten bij Ada in de lauwe zee, waar Quinten in Ada’s buik gezonden wordt. In het daaropvolgende intermezzo wordt uitgelegd dat de mensheid een pact met de duivel heeft besloten. Nadat gebleken is dat Ada zwanger is (met alle gevolgen van dien), trouwen Onno en Ada. Als Ada in een irreversibel coma raakt na een auto-ongeluk en het kind geboren kan worden besluit Max dat hij het kind met Sophia, de moeder van Ada, wil opvoeden, want hij heeft (al) een seksuele relatie met haar. Max verhuist met Sophia en Quinten naar Drenthe, naar Groot Rechteren. De eerste drie jaar spreekt Quinten niet, maar als hij bij het graf Deep Thought Sunstar staat praat hij plotseling. Na een tijdje krijgt hij bezoek van zijn vreemde droom (Somnium Quinti), waar hij het Grote Gebouw ziet. Hij leert van Keller hoe je met sloten omgaat, van Verloren van Themaat krijgt hij les in Architectuur, een van Theo Kern in beeldhouwerij. Nadat Helga vermoord is vertrekt Onno ten einde raad naar Italië. Na de dood van respectievelijk Ada en Max besluit Quinten Onno te gaan zoeken. Hij gaat naar Italië, waar hij hoopt meteen meer over zijn vreemde gebouw te weten te komen. Eerst gaat hij naar Venetië, daarna naar Florence en tenslotte naar Rome waar hij Onno tegenkomt. Onno, die in tussentijd met het gezelschap van de door de goden gestuurde Edgar in zijn huisje zit. Hij schrijft brieven naar zijn dode vader, hele filosofisch-theoretische brieven, die de theorie van Mulisch voor een groot deel behelzen. Als Quinten en Onno elkaar gevonden hebben gaan ze op zoek naar de raadselen van Quinten die hij opgelost wil zien. Uiteindelijk breken ze in het Sanctius Sancti –het heilige van het heilige- en nemen ze de stenen tafelen van Mozes mee naar Tel Aviv, en vervolgens naar Jeruzalem, waar ze het midden van het midden vinden. Onno komt erachter dat Max de echte vader van Quinten is, en diezelfde dag wordt Quinten door Edgar en Deep Thought Sunstar opgehaald en stijgt hij met het testimonium, de tien geboden, de stenen tafelen, de decaloog naar de hemel op. Onno blijft achter en sterft ook. In de epiloog wordt nog gezegd dat het afgelopen is met de mensen –en ook met de goden in de hemel, want de tijd heeft vat op ze gekregen. Het einde van het einde der tijden is daar. Persoonlijke leeservaring. Is het een onderwerp waarover ik zelf wel eens heb nagedacht? Ja. Het bestaan van een god heeft mij altijd tot denken aangezet. Mijn eigen conclusies daarover zijn duidelijk; ik ben een verknocht atheïst. Dit boek heeft dat alleen maar versterkt. De gesprekken aan het begin van ieder nieuw deel kwamen voor mij zo ironisch over, zo bespottelijk, dat hij (Harry Mulisch) dat wel zo bedoeld moet hebben, dat een hemel maar een menselijk verzinsel is. Aan de andere kant, ik kan me ook voorstellen dat gelovigen er juist door versterkt worden. Alle punten die ik tegen het geloof in zou kunnen brengen worden hier ontkracht: Men gelooft minder doordat een duivel (lucifer) de mensheid verdorven heeft; De mensen krijgen geen directe boodschappen meer doordat men die mensen dan voor gek verklaart; de mensen doen bepaalde dingen die, zonder dat ze het weten, door een godheid geleid worden, hun gedachten kunnen volkomen beheerst worden. Ikzelf kan bij wijze van spreken beheerst worden zonder dat ik het merk. Dergelijke overdenkingen werp ik met kracht van mij af, doch door een gelovige zouden ze in gunstige zin kunnen worden aangewend voor overtuiging of bekering van een niet-gelovige of versterking van het eigen geloof. De manier hoe het boek zogenaamd geheel geleid wordt door een god in de hemel is wel grappig. Alles wat er in voorkomt gebeurd god het zo wil. Persoonlijk vind ik dat af en toe wel wat ergerlijk. Het geeft je niet het idee dat het boek z’n eigen beloop heeft, dat je een verhaal leest wat zich gewoon afspeelt. Het maakt het een stuk minder leuk, want de personages leiden eigenlijk geen eigen leven. Bij nadere beschouwing echter wordt duidelijk dat het noodzakelijk is. De manier waarop Mulisch wilde vertellen liet daar geen twijfel over bestaan. “In het beginne was het woord, en het woord was gods”. Ironisch om het zo ook te laten eindigen; het einde van het boek is het einde der tijden. Kreeg ik een goed beeld van de personages? Gingen ze voor me leven? Nog even teruggaand naar het vorige onderwerp: als je vergeet dat alles zogenaamd geleid wordt door een god, dan is het antwoord op de tweede vraag positief. Ik kreeg een goed beeld van de personages: Dat heb ik al uitgelegd in ergens hier bovenstaande clausules. Max is een intelligent mens die meent alles te begrijpen. Als hij in Westerbork het ontstaan van het heelal waarneemt op miljarden lichtjaren afstand heeft hij “god doorgrond”. De kroon op het menselijk verstand. Onno heeft een geweldige talenknobbel. Beide weten ze heel veel door heel veel lezen, en houden discussies die de alledaagse clichés en gesprekjes ontstijgen. Max is een ingewikkeld denkend persoon, die maar weinig mensen begrijpen. Hij heeft ook weinig vrienden vóór Onno. Onno is het vleesgeworden egoïsme lijkt het af en toe, en vind zichzelf ongeveer de top van de evolutie. Hun vriendschap, die voor hen beide ook de eerste echte vriendschap is, is de ontbrekende schakel voor hun geestelijke stromingen: ze zijn de enige die elkaar begrijpen. Het zijn vrij gecompliceerde karakters, die uiteindelijk toch de mist in gaan. Ze ruïneren elkaars relaties met vrouwen ook, dat is ook opvallend. Is het verhaal begrijpelijk? Ja. Grappig zijn de voorstukjes bij ieder nieuw deel. Het verhaal is een vertelling van een hemelse figuur aan zijn meerdere. Dat merkte ik meestal pas weer als het stukje weer kwam, want uit het verhaal viel niet op te maken dat het verteld werd (zal wel aan de vertelkunst van godheden liggen), waarmee ik bedoel, het was een ‘gewoon’ verhaal. Het verhaal is een doorlopend geheel, zonder flashbacks. Het perspectief verschuift af en toe. In het begin ligt het bij Onno, later weer bij Max, en als Quinten opgroeit verschuift het langzaam naar hem. Het is niet in ikperspectief, maar met perspectief bedoel ik hier dat je het vanuit het oogpunt van die persoon bekijkt, hem als middelpunt van het verhaal. Ik meende het verhaal wat half te begrijpen, maar toen ik twee boekjes over het boek had gelezen bleek dat ik het voor één honderdste had begrepen. Het voornaamste argument voor mijn onkunde is dat ik de bijbel niet ken, en door Peter Henk Steenhuid’ Alles is altijd uit de bijbel ging mij een licht op en werd alles duidelijk, althans, ik begreep het nu heel anders. De intentie waarmee Mulisch het geschreven het werd mij ook duidelijker; zijn theorie uitwerken tot in de fijnste details. Is de afloop naar mijn zin of niet? Wat eerste interpretatie betreft: nee. Ik vond de afloop een wat hoog EO-gehalte hebben. De ontdekking van de ‘tafelen’ zijn uiteraard wel wat frappant, maar Mulisch beschrijft het zo (“niemand heeft het nog onderzocht”, “sinds de laatste pauzen is er niemand meer in het heilige kapelletje geweest” enzovoort) dat het in principe wel mogelijk zou kunnen zijn. Dat Max zo plotseling sterft vond ik ook jammer. Ik leefde zo mee, en ineens was hij dood, en op een hele snelle manier, van het ene op het andere moment. In tegenstelling tot Ada, uiteraard, die het hele boek lang zowat aan het dood gaan is. Dat kan tegenstellend bedoeld zijn. Dat Onno weer normaal wordt had ik ook wel verwacht, en ik had bijna medelijden met hem toen Quinten ook ineens verdween en hij niemand meer over had. Hij moest ook maar uileggen hoe hij verdwenen was. En dat geloofde uiteraard geen mens, dat hij op mysterieuze wijze uit het raam was verwenen. Bij nadere beschouwing: Ja. Het einde was logisch, de terugbrenging van de decaloog was het voor de hand liggende einde en symboliseert het einde van de mensheid. Quinten is de tegenhanger van Jezus Christus door tien geboden terug te brengen en het verbond met mensheid en de goden te verbreken. Het eind is zuiver ongeloofwaardig, maar sluit dus nauw aan bij het theologische aspect van het verhaal. De hemel is uiteindelijk dus ontdekt, en wel 2 maal. De technische manier hielden de goden tegen, de ‘gevleugelde’ manier van Quinten hadden ze zelf in scène gezet. Valt er iets te leren van het boek? Deze vraag lijkt wat ongenuanceerd. Het had beter kunnen zijn: Heb ík er wat van geleerd? Maar ik wil deze vraag wat algemener stellen, in de zin van: Moeten wij, als mensheid, lering trekken uit de hier geschetste mogelijkheid? Moeten we nu gaan denken: De techniek brengt ons uiteindelijk om en dus moeten we oppassen? Gaan we niet te ver met onze technische excessen en verliezen we straks het contact met onszelf en worden we geesteloze wezens die één zijn met hun hersenloze gebruiksvoorwerpen? Want één onderdeel van Mulisch’ theorie is dat de mens zich onderscheidt in het vervaardigen van gebruiksvoorwerpen met gebruiksvoorwerpen, de reflexieve artefacten. (Dit staat cursief omdat ik het bijna letterlijk uit Steenhuis’ Alles is altijd uit bijbel heb gehaald, waarin hij ook ingaat op “de compositie van de wereld volgens Mulisch”.) En hoe meer techniek wij om ons heen scheppen, hoe meer we er afhankelijk van worden en hoe eerder wij ten onder gaan, want als we niet meer kunnen denken hoeft er maar één ding fout te gaan en alles gaat kapot, dus wij ook. Uit De ontdekking van de hemel blijkt al dat we door techniek ten onder gaan: dat heb ik al gezegd in de verhaalanalyse, karaktertekening, bij Quinten Quist. Om antwoord te geven op de vraag: Nee. Ik denk dat Mulisch wat overdrijft. Ik ben het wel eens met zijn stelling dat er alleen een god is als er mensen zijn, maar niet met het gevolg, dat als er niet meer in god geloofd wordt er geen mensen meer zijn. Dat blijkt in het boek uit de tien geboden die Quinten wegvoert. Want in principe weerspiegelt dát de ondergang dus. En dat is juist het enige wat niet kan. Het is een verzinsel. De theorie zou dan mogelijk kunnen kloppen, de manier waarop Mulisch het bewijst deugt niet. Het had met iets sterkers moeten komen om tot nadenken aan te zetten.

REACTIES

L.

L.

goed verslag, maar gast wat een taalgebruik! je kan het ook gewoon in het nederlands zeggen hoor. ik kan niet beseffen dat ik hier op reageer, maar goed, bedankt!

21 jaar geleden

W.

W.

ik wou ff zeggen dat de stenen tafelen niet door jezus maar door mozes op aarde zijn gebr8
houdoe he

20 jaar geleden

V.

V.

hallo!
ik vind je verslag erg goed! en ben benieuwd hoe je mondeling is gegaan/zal gaan!
ik heb ook genoten van "De ontdekking van de hemel".
Je schrijft erover alsof je goed geinformeerd bent en er goed over na hebt gedacht.
Ik ben erg benieuwd geworden naar wat de theorie van Mulisch volgens jou inhoudt.
Succes met school.

Groetjes,

Vivian

17 jaar geleden

E.

E.

Zeer goed verslag. Taalgebruik erg prettig, leuk om te lezen. Heb er zelf niets van 'gejat', maar erg bruikbaar voor anderen!

12 jaar geleden

D.

D.

bedankt voor het verslag, het is handig voor mijn examen (liep achter met boeken :$ )
en nu heb ik het nog op tijd af kunnen maken.

6 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De ontdekking van de hemel door Harry Mulisch"