Samenvatting



Het verhaal vangt aan met het huwelijk van Frederik Johan Hazelaar en Marie Jeanne Charpolet. Zij trouwen op 20 mei in het jaar 1902 in het gemeentehuis van Rodenbeek. De trouwerij moest voor Marie er zo indrukwekkend en rijk mogelijk uitzien. Er zouden namelijk foto´s gestuurd worden naar de familie in Frankrijk waarbij zij is opgegroeid.

Marie was een onwettig kind en werd opgevoed door een oom van moederszijde. Haar drie nichtjes vertelden de kleine Marie altijd, dat zij nooit zou trouwen, omdat zij geen bruidsschat had. In die tijd was dat namelijk nog erg van belang. Eigenlijk waren de nichtjes en de tante jaloers op Marie, omdat zij intelligenter en mooier was dan een van hen.

Het lukte haar om voor onderwijzeres te studeren en nadat zij haar ´brevet´ hiervoor gehaald had, vertrok zij naar een ander plaatsje in Frankrijk, ver bij haar familie vandaan.



Ze wilde liever in het buitenland werken, opdat zij meer huwelijkskansen zou hebben. In veel andere landen werd er namelijk niet zo gelet op wat de vrouw aan geld te bieden had. Eerst trok ze in bij een Nederlandse familie in Zwitserland en later bij de familie Eslander in Nederland zelf. Op het kasteel Zilven, in de buurt van Rodenbeek, werd zij aangenomen als gouvernante voor de tweeling Frans Ruger en Joan.

In Rodenbeek leert zij Frederik Hazelaar kennen, die op haar verliefd wordt. Hij is dan tweeëndertig jaar oud en een jaar geleden benoemd tot Hoofdmeester van de openbare lagere school in Rodenbeek. Nog geen jaar na hun eerste ontmoeting trouwen zij. Hij trouwde uit liefde, zij om een goede positie van getrouwde vrouw in de maatschappij te kunnen innemen.



In 1903 wordt Jeanne Marie, in het boek Nini of Jeanine genoemd, geboren en twee jaar later volgt Pauline, die het verhaal vertelt. Bij de eerste geboorte moest de vader volgens Pauline nog in verliefdheid verkeerd hebben, maar bij het tweede kind kwam de ontnuchtering. Pas toen zag hij dat zijn vrouw alleen voor het materiele en de uiterlijke charme leefde.

Na zijn ontdekking verslechterde de verhouding tussen Frederik en Marie. Gelukkig voor de kinderen veranderde het niet zo slecht dat er in het huis een onaangename, gespannen sfeer zou hangen.

Pauline leidt een rustig en onbezorgd leventje in de onderwijzerswoning van Rodenbeek. Tot zij ontdekt dat bij haar geliefde pop Roosje, de ogen zijn uitgedrukt. Pauline is erg overstuur en wanneer zij het meldt bij haar moeder, ziet zij een bepaalde blik in Nini´s ogen, die Pauline ervan doet overtuigen dat haar zus de pop vernield heeft.



Pauline heeft in haar schooljaren verschillende jeugdliefdes. Zo werd ze verliefd op Tom Landaal. Hij is de zoon van de kunstschilder Walt Landaal. De mensen in het dorp vinden dat maar een vreemd beroep, maar wat voor nog meer opschudding zorgt, is dat hij ieder ogenblik een andere vrouw heeft. Daarom mogen de kinderen van het dorp geen contact hebben met de grote zondaars. Behalve de Hazelaars.

Zo komt het dat Pauline vaak met Tom optrekt, ze plukken bramen en spelen in het bos. De vriendschap tussen de twee komt op een hoogtepunt wanneer ze bij een spel verstoppertje en intiem moment hebben. Wanneer ze terugkomen bij de groep, maken de anderen grapjes dat zij samen gezoend zouden hebben. Dit blijft natuurlijk niet onopgemerkt bij Jeanine. Gelijk die avond zoekt zij ook contact met Tom. De volgende dag wil Tom niets meer met Pauline te maken hebben. Pauline is hier behoorlijk van slag van en ze weet dat haar zus de oorzaak is van Toms veranderde gedrag, maar wie zou haar geloven?





In Pauline's laatste schooljaar op de HBS gaat Pauline veel om met Taco Zijlstra. Hij is van Friese afkomst. Hij heeft vier broertjes en zusjes en een aardige moeder. Pauline voelt zich bij Taco altijd op haar gemak, maar weer is het Jeanine, die roet in het eten gooit. Maar ze doet weer niets aanwijsbaars om Taco in te palmen; ze danst tijdens het eindfeest een keer met hem en Taco kijkt sindsdien niet meer naar Pauline om.

Als Pauline haar eindexamen gedaan heeft, volgt ze de stoomcursus in Walburg om daarna onderwijzeres te worden. Daar ontmoet ze Flip Vogel. Ze gaat veel met Flip om, wat niet verwonderlijk is omdat ze zich allebei voor literatuur interesseren.

Na het examen wordt bij Pauline thuis een afscheidsfeest gehouden. Ze doen allerlei spelletjes zoals 'pand verbeuren'. Zo komt het dat Flip om zijn horloge terug te krijgen, Pauline tien zoenen moet geven. Maar bij de tien houdt hij niet op en zo heeft Flip Pauline twintig zoenen gegeven, waarna Pauline zich opeens losrukt en snel weg wil lopen. Tot ze plotseling Jeanine ziet staan. Jeanine kijkt Pauline aan met weer die ijzige koude blik, zoals toen bij Roosje.

Ook deze avond spelen ze met z'n allen verstoppertje, net als de keer met Tom. Jeanine weet daarbij ook Flip weer in te palmen. Die avond confronteert Pauline haar zus met haar idee over Nini´s gedrag. Zij antwoordt hierop dat die jongens haar niets interesseren en dat maakt het voor Pauline nog ingewikkelder. Want het was ongetwijfeld waar, wat haar zus haar vertelde, maar ze dacht dat haar zus dan zo deed, omdat zij het Pauline niet zou gunnen. Van Flip heeft Pauline ook nooit meer iets gehoord, behalve dat hij vrij snel is getrouwd. En even na dit voorval is Jeanine naar Parijs gegaan om filmster te worden.



Als Pauline negentien jaar oud is, wordt ze benoemd tot onderwijzeres in het dorp Garvelo. Op weg naar huis ontmoet ze Frans Ruger Eslander die vlak bij haar ouderlijk huis heeft gewoond en voor wie haar moeder gouvernante is geweest. Na een tijd krijgt ze ook meer gevoelens voor hem en ondanks dat haar zus in Frankrijk is, is Pauline doodsbang dat ook hieraan plotseling een eind zal komen. Ze is dan ook dolblij dat Jeanine niet op haar verlovingsfeest komt.

Na de trouwerij wordt Rut benoemd tot burgemeester van het stadje Reemskate. Pauline en Rut krijgen twee kinderen; Martijn en Frederike. Beide kinderen zijn gezond, intelligent en erg aantrekkelijk. Toch blijft Pauline erg onzeker, omdat volgens haar het huwelijk elk moment kan breken. Ze durft dit niet tegen Rut te vertellen, omdat hij niet van zwartkijkers houdt. Daarom doet ze alles zoals Rut het denkt en het zegt. Zo wordt ze langzamerhand zijn echo. Behalve hierom, probeert ze ook op het vissersmeisje te blijven lijken. Hierop was hij namelijk verliefd geworden en dit vormde zijn ideaalbeeld.



In 1946 -na de tweede wereldoorlog- ontvangen ze een brief van Jeanine waarin ze vertelt dat ze weer naar Nederland terug wil komen. Pauline schrikt erg en vertelt haar jeugdervaringen aan Rut. Nog diezelfde dag komt Jane met de trein aan. Jane is de naam die Jeanine zichzelf in Parijs gegeven heeft. Ze lijkt nog aantrekkelijker te zijn geworden en weet de mensen uit het dorp zich in te winnen met haar charme en enthousiasme. Pauline trekt zich meer terug waardoor de mensen van het dorp haar meelijwekkend gaan vinden. Ruts belangstelling voor zijn vrouw wordt minder en Jane doet er van alles aan om dit uit te buiten.

Op Ruts verjaardag bereikt de spanning haar hoogtepunt. Tijdens het maken van een groepsfoto doet Jane poeslief tegen haar jongere zusje, waardoor voor Pauline de maat vol is en haar zus een klap geeft.

Ze kan er niet met haar man over praten, omdat haar geest onbekend terrein was voor Rut, omdat zij zoveel jaren zijn droom heeft gespeeld, zonder zelfstandig te zijn met eigen inzichten.



Een week na dit voorval is voor Pauline de meest verschrikkelijke dag aangebroken. Tijdens haar autorit naar Zilven hoort ze verderop al iemand op de fiets aankomen. Aan het liedje dat er gezongen wordt, hoort ze dat het haar zus is. Haar allereerste gedachte was, om gewoon door te rijden, maar ze bedacht zich en gooide haar stuur om. Ze kon echter niet meer verhinderen dat zij Jeanine raakte en haar zus kwam hierbij om het leven. Iedereen beweert dat Pauline er niets aan kan doen, maar niemand weet dat ze misschien drie seconden eerder had kunnen remmen.

Pauline staat nu helemaal naast het normale leven. Ze houdt zich er alleen nog maar mee bezig of haar beschuldigingen tegenover Jeanine rechtvaardig waren of niet.

Op een morgen, als Pauline versuft in de kamer zit, komt er bezoek. Het is Tom Landaal, haar jeugdvriend van vroeger. Hij heeft van het ongeluk gelezen en is direct naar haar toe gekomen. Ze brengen de hele dag samen door en Tom vertelt zijn mening over Jeanine: Tom heeft begrepen dat Jeanine niet lief kon hebben en dat dreef haar er toe om de liefde tussen mensen kapot te maken. Voor Pauline wordt veel meer duidelijk: Haar moeder was angstig nooit te zullen trouwen omdat ze geen bruidschat had. Jeanine kende die angst ook, maar in haar werd de angst agressief.

Nu ziet Pauline hoe de wereld is; overal is angst met moord en doodslag als gevolg. Angst wat leidde tot duivelse daden. Daardoor beseft ze dat ze meer zichzelf zal moeten zijn, met eeneigen mening, en geen echo zoals ze tot nu toe altijd geweest was. Ze zal beslissingen moeten gaan nemen zonder dat Rut zich er mee zal bemoeien.



Onderzoek van de verhaaltechniek



De stijl waarin geschreven wordt is nogal ouderwets. Er worden redelijk veel verouderde woorden gebruikt, maar ondanks dat is het verhaal beslist niet moeilijk te lezen. Ook zijn er veel lange zinnen geschreven, die je af en toe wel van het verhaal doen afdwalen.

Er wordt een periode van twee generaties beschreven. Allereerst wordt er kort beschreven hoe de jeugd van de moeder eruit zag en het begin van haar huwelijk met Frederik Hazelaar. Daarna beschrijft het boek het leven van Pauline. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Rodenbeek en later ook in Reemskate. In deze plaatsjes spelen de gebeurtenissen zich af in en om het huis van Pauline. Kort wordt ook de plaats Zilven beschreven. Dit ligt in de buurt van Rodenbeek en dat is de plaats waar de moeder haar intrek als gouvernante neemt bij de familie Eslander.



De belangrijkste persoon is de ikfiguur, Pauline Hazelaar. Ze beschrijft de voor haar onvergetelijke herinneringen aan haar zus, Jeanne Marie, vanaf haar kinderjaren tot aan het moment dat ze haar zus doodrijdt. Dit is ongeveer 40 jaar. Pauline is een gelukkig meisje, maar vanaf de dag dat haar pop Roosje vernield is, is ze erg wantrouwig tegenover haar zus. Ook wordt ze, naarmate het verhaal vordert, onzekerder door hetgeen Jeanne allemaal doet met de jongens die Pauline leert kennen.

Jeanne Marie wordt in het boek ook wel Nini of Jeanine genoemd. Zij is twee jaar ouder dan Pauline en bezit veel uiterlijke charme. Zij lijkt dan ook heel erg op hun moeder.

De moeder, Marie Jeanne, heeft dan ook veel uiterlijke charme, maar leeft bijna uitsluitend voor het materiele en is zich zeer bewust van haar plaats in de maatschappij, en hoe ze die kan verbeteren. Ze wordt door haar dochter mamie genoemd. Met een klemtoon op de laatste lettergreep, net zoals hun moeder dat zelf ook zegt.

Hun vader, Frederik Hazelaar, is tweeëndertig jaar als hij zijn toekomstige vrouw ontmoet. Hij woont dan nog bij zijn moeder en zegt nog nooit verliefd te zijn geweest. Hij wordt tot hoofdmeester benoemd als de twee net zijn getrouwd en leert nog veel verder.

In haar vroege jeugd leert Pauline Tom Landaal kennen. Zoon van een kunstschilder en daarom was hij ook een beetje een buitenbeentje.

Op de middelbare school komt ze in contact met Taco Zijlstra. Beiden houden ze van de natuur en gaan samen daarom vaak het bos in.

Tijdens haar stoomcursus in Walburg ontmoet ze Flip Vogel. Beiden hebben ze veel interesse voor literatuur en studeren bij Flip op zijn kamer. Hierdoor ontstaat er een band tussen de twee. Van hem krijgt ze haar eerste echte kus.

Als ook de band met Flip verbroken is, wordt ze in de trein aangesproken door Frans Rutger Eslander. Ook wel Rut genoemd. Volgens hem is Pauline zijn ideale vrouw, wat haar erg charmeert. Ze krijgen een relatie en later trouwen ze ook. Rut wordt burgemeester van Reemskate.



Het verhaal wordt vanuit het ikperspectief beschreven. Hierdoor krijg je niet altijd een werkelijk beeld van hoe haar zus echt is. Wel kun je je op de deze manier goed inleven in Paulines situatie, wanneer anderen jou visie niet begrijpen of gewoonweg niet willen zien. Door haar negatieve houding krijgt het boek echter wel soms een nogal somber effect.

Het verhaal is ook in de verleden tijd geschreven. Pauline kijkt terug op haar ontwikkelingen tot de vrouw die ze nu is geworden.



De situaties worden qua dialogen niet al te levendig beschreven. Wel wordt er uitvoerig beschreven hoe de dingen zijn. Hoe iets er uitziet, of is ontstaan bijvoorbeeld. Dit maakt het verhaal af en toe erg langdradig.



Op zoek naar de thematiek



De thema’s die betrekking hebben op dit boek zijn; jaloezie, wantrouwen, angst en idealen.

Jaloezie uit zich al heel snel in de relatie tussen de moeder en de nichtjes waarbij zij woont tijdens haar jeugd. Aan de ene kant is zij jaloers op haar familie, omdat zij geld bezitten en hun gezin bij elkaar heeft en de nichtjes zijn op hun beurt toch ook weer jaloers op Marie Jeanne, omdat zij mooi en intelligent is.

Ook tussen Pauline en Nini is er sprake van jaloezie. Nini is net als hun moeder erg knap en weet dan eveneens goed uit te buiten. Op deze aangeboren charme is Pauline dan ook af en toe wel jaloers. Nini is toch ook wel jaloers op haar zusje, omdat zij het in zich heeft om lief te hebben.



Het wantrouwen ontstaat wanneer Pauline ontdekt dat haar geliefde pop Roosje aan haar ogen beschadigd is. Op het moment dat zij het aan haar moeder vertelt, kruist haar blik die van Nini, die dan heel kil is. Pauline is er dan van overtuigd dat haar zus die pop heeft vernield. Ook wanneer er met een hele groep verstoppertje wordt gespeeld, wordt dit wantrouwen weer versterkt. Nini verdwijnt met Paulines vriend Tom, waarna hij niets meer met Pauline te maken wil hebben. Dit gebeurt ook weer bij de twee andere jongens, Taco en Flip.

Door dit wantrouwen is Pauline angstig om nieuwe relaties aan te gaan. Ook tijdens haar huwelijk blijft deze angst bestaan.

Deze gevoelens zijn al eerder in het verleden terug te vinden. Hetzij het in een andere vorm. De nichtjes van hun moeder vertelden de jonge Marie altijd dat zij nooit zou trouwen. Hierdoor wordt ze bang dat ze dat inderdaad nooit zal doen. Door deze angst trouwt ze eenmaal in Nederland al heel snel na haar ontmoeting met Frederik Hazelaar. Deze angst geeft ze onbewust ook door aan haar oudste dochter. En door deze angst, is Nini in staat de dingen te doen waardoor Pauline zo wantrouwig wordt.



Het thema idealen is als eerste van toepassing op de moeder. Nadat zij bij haar oom en tante weg is gegaan, is het haar doel om een goede positie in de samenleving in te nemen. Dit denkt ze te kunnen bereiken door te trouwen met een man van stand. Dat gebeurt dan ook en als snel volgen de kinderen. Ook qua uiterlijk wil ze graag perfect zijn. Ze is zich ook erg bewust van haar uiterlijk en charme.

Ook haar jongste dochter wil bij haar man het ideaalbeeld blijven. Hij had namelijk een foto van een vissersmeisje, dat vanaf zijn jeugd zijn ideaalbeeld vormde van de vrouw. Dit vertelt hij ook aan Pauline en omdat zij angstig is om ook hem weer te verliezen, probeert ze haar hele huwelijk aan dit beeld te voldoen.



De thema’s staan onderling heel nauw met elkaar in verband. De wederzijdse jaloezie zorgt bij Pauline ook voor haar angst. Omdat zij haat zus niet vertrouwd, wordt ze bang dat geen elke relatie stand zal houden met Nini in de buurt.

Maar de angst van hun moeder, die zij doorgeeft aan Nini, zorgt er weer voor dat het wantrouwen kon ontstaan. Door Nini’s angst kon ze namelijk de dingen doen die haar zusje wantrouwig maakten. En omdat de moeder en Pauline beiden hun eigen angst hadden, probeerden ze te voldoen aan een ideaalbeeld.



Het verband tussen de thema’s en de titel is natuurlijk dat het wantrouwen en de angst begonnen is bij het ’ogen van Roosje’’-incident. En steeds weer wanneer Nini een vriend van Pauline weet te vervreemden, wordt er vergeleken met de kilheid van Nini, die ze ook bij het pop -incident toonde.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Het boek is voor het eerst gepubliceerd in 1957. Dit jaar valt in de naoorlogse periode, waarin een grote verandering in de literatuur optrad. Een van de nieuwe stromingen was de betekenisromans. Dat zijn romans waarin de schrijver zijn persoonlijke leven blootlegt en zijn eigen mening naar voren brengt. Veel voorkomende thema´s in deze boeken zijn;

 Mensen zijn vervreemd van elkaar en staan alleen;

 Mensen worden door egoïsme gedreven en niet door naastenliefde; idealen ontbreken;

 De nadruk ligt op lichamelijkheid.



De eerste twee genoemde thema´s zijn zeker van toepassing op het boek ´De ogen van Roosje´. Als eerste is de vervreemding al te vinden in de relatie tussen Marie en Frederik, de ouders van Pauline. Maar ook de zussen kennen elkaar niet hoe ze werkelijk zijn. En ook Pauline en haar moeder begrijpen elkaar niet goed.

In haar latere huwelijk met Rut, kun je ook van vervreemding spreken. Wanneer haar zus dan terugkeert uit Frankrijk, begint Pauline raar gedrag te vertonen. Haar man kan dit niet goed begrijpen, omdat ze eigenlijk nooit echt over deze gevoelens heeft gepraat en ook alleen aan zijn ideaalbeeld probeerde te voldoen. Zij stond als het ware alleen.

Dan komen we op een ander genoemd thema. Een veel voorkomend thema zou zijn dat er juist geen idealen waren. In dit boek is dit juist wel aan de orde, dus op dat punt komt het niet overeen.

Het tweede punt dat genoemd wordt, is dat de mensen door egoïsme gedreven worden en niet door naastenliefde. Dit vinden we terug in Nini. Ze is zelf erg gericht op haar uiterlijk en net als haar moeder leeft ze meer voor het materiele. Omdat zij niet zoals haar zusje kan liefhebben, gunt zij dit Pauline ook niet toe. Ze is heel erg op zichzelf gericht en bekommert zich niet om wat ze haar zusje aandoet. Bij haar en hun moeder vinden we ook wel de nadruk op lichamelijkheid terug. Allebei zijn ze zich namelijk erg bewust van hun uiterlijk en wat ze kunnen bereiken met hun charme. Dit thema is ook weer terug te vinden in de relatie tussen de ouders en ook tussen Pauline en haar man. Vooral nadat Frederik erachter komt hoe zijn vrouw werkelijk is, is er voor hem slechts lichamelijke, nauwelijks geestelijke gemeenschap mogelijk. Later is dit ook bij Pauline en Rutger. Over hun gevoelens praten ze niet of nauwelijks, maar lichamelijk contact blijft er wel.



Het is ook typerend voor de tijd, omdat de mensen nog niet veel reisden en ook niet de behoefte hadden boeken te lezen, die zich ver weg afspelen. Dit verhaal speelt zich namelijk vooral af in Nederland zelf en ook wat de personen in het dagelijkse leven meemaken, is niet zo uitbundig. Na de oorlog waren de mensen daar niet in geïnteresseerd. Zolang ze hun leven zo normaal en rustig mogelijk konden leven, waren ze tevreden.



Dit werk is ook typerend voor de schrijver. Haar werken worden veelal neoromantisch en realistisch genoemd. En ook het thema droom, komt vaak terug in haar boeken. Zo ook bij dit boek. Ten eerste is het boek zeker realistisch: er komen alledaagse dingen in voor, die je je ook goed kunt inbeelden. Het neoromantische vinden we terug in de idealen die de personen hebben. En deze idealen staan dan weer in verband met het thema droom.

Ook komen verschillende aspecten in het boek overeen met het persoonlijke leven van Lennart. Zo is ze de dochter van een kunstschilder, dat in het boek te vinden is bij Tom. Haar ouders kwamen uit een verschillend milieu, zo ook de ouders van Pauline.

Clare Lennart, een pseudoniem voor Clara Helena van den Boogaard –Klaver, was veel bij haar oma te vinden. Deze vrouw stelde strenge eisen aan karakter, houding, manieren en gedrag, wat de moeder en de zus van Pauline ook doen, hetzij in mindere mate.

Bij de ouders van Lennart was er een met wie ze een heel goede band hadden en die ze ook van alles leerden, terwijl de andere ouder zich afzijdig hield. Dit was ook bij de ouders van Pauline. Haar vader was veel met de kinderen bezig en leerde ze van alles, terwijl de moeder zich met heel andere dingen bezig hield. Bij de ouders van Clare waren deze rollen echter omgedraaid.

Net als in het boek speelt de jeugd zich af in een dorp. En ook het onderwijzerschap komt zowel in het boek als in het leven van Lennart naar voren.

Er wordt wel gezegd dat Clare Lennart als tiener zo gretig naar het volwassen worden had verlangd, dat toen ze het eenmaal was en de moeilijkheden ook háár uiteraard niet bespaard bleven, vluchtte ze, al schrijvend, terug naar haar jeugdjaren. Deze jaren vormden voor haar een belangrijke bron van inspiratie.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.