Algemene informatie:

Titel: De ogen van Roosje

Auteur: Clare Lennart

Uitgeverij : Nijgh & van Ditmar

Druk: zevende druk

Aantal blz.: 190



Perspectief:

Het verhaal is vanuit de ik-persoon (Pauline) geschreven. Zij vertelt haar hele leven in één grote flashback. Ik vind de ik-persoon leuk, omdat Pauline een leuk karakter heeft, waardoor je je makkelijk in kan leven. Als het boek bijvoorbeeld vanuit Jeanine’s oogpunt zou zijn bekeken, zou je je anders in gaan leven omdat zij zo’n slecht karakter heeft.



Thema:

Het thema van het boek is jaloezie en haat. Jaloezie omdat Jeanine altijd een soort jaloers is op Pauline, en haar daarom alles afpakt. Haat, omdat Pauline Jeanine begint te haten en zelfs bang van haar wordt als zij altijd alles van haar kapotmaakt.



Het is een thema waar je je goed in kunt inleven omdat iedereen zulk soort gevoelens ook meemaakt.



Intrige, plot:

Het verhaal begint eigenlijk met de geschiedenis van Pauline’s moeder. Er wordt verteld hoe zij haar vader ontmoette en hoe zij trouwden (dit alles duurt ongeveer één hoofdstuk). Daarna wordt verteld hoe Jeanine de ogen van Roosje kapotmaakte, en hoe zij ook al haar vrienden afpakte (hier gaat ruim de helft van het boek over). Dan trouwt Pauline met Rut en is enige tijd verlost van Jeanine. Zij blijft Jeanine nog steeds haten en is ook een beetje bang dat ze Rut van haar zal afpakken. Dan komt Jeanine op bezoek op de verjaardag van Rut en Pauline kan haar niet uitstaan. Als ze de volgende week op straat rijdt, krijgt ze een botsing met Jeanine. Jeanine is op slag dood. Pauline ontmoet Tom Landaal weer en dan eindigt het boek.



Tijd:

Het verhaal speelt zich af in de tweede helft van de 20e eeuw. Het verhaal eindigt vlak na de 2e Wereldoorlog, dus waarschijnlijk zal er ongeveer 50 jaar tussen het begin en het einde van het boek zitten. Het hele verhaal wordt eigenlijk in de verleden tijd verteld, het verhaal is één grote flashback. Deze flashback wordt door Pauline in chronologische volgorde verteld en is een terugblik op haar leven.

Ik vind het erg leuk dat het verhaal een flashback is. Dan wordt er soms al iets verteld over wat er nog gaat komen, wat je nieuwsgierig maakt.





Plaats:

Als Pauline in het begin van het boek vertelt over het leven van haar moeder, begint ze dat in een klein dorpje in Frankrijk. Pauline’s kindertijd speelt zich af in het dorpje Rodenbeek op de Veluwe. Als Pauline gaat studeren woont ze in een paar verschillende dorpjes, en als ze getrouwd is gaat ze samen met Rut in Reemskate wonen.



Personages:

Er zijn vijf belangrijke personages in het boek: Pauline Hazelaar, Jeanine Hazelaar, Roosje, Tom Landaal, en Rut Eslander.

Pauline Hazelaar is de hoofdpersoon uit het verhaal. Ze heeft stijl bruin haar, een mager gezicht, een grote mond en grote grauwe ogen. Ze werd ‘het lelijke jonge eendje’ genoemd, omdat ze altijd met haar zus werd vergeleken. Ze heeft een vrolijk maar verlegen karakter, maar een goede intuïtie.

Jeanine Hazelaar is de zus van Pauline. Ze is erg knap, met een trots, regelmatig gezichtje, lange benen en een fijne taille. Het enige wat niet mooi aan haar was waren haar hardblauwe kille ogen. Ze heeft een trots en verwend karakter, net als haar moeder.

Roosje is Pauline’s pop. Pauline kreeg Roosje met Sinterklaas, het was haar lievelingspop en ze speelde er dagelijks mee.

Tom Landaal is haar jeugdvriend. Hij woonde even buiten het dorp en niemand uit het dorp ging met hem om, omdat Toms vader telkens een andere vrouw had. Pauline en Tom werden toch beste vrienden, omdat Pauline’s ouders geen problemen hadden met zijn vader.

Rut Eslander is de man van Pauline. Pauline’s moeder was vroeger kindermeisje geweest bij Rut en zijn broer, en daardoor kennen ze elkaar al vanaf de geboorte. Hij komt uit een zeer goede stand waardoor hij burgemeester in Reemskate word.



Ik vind van alle personages Pauline het leukst, omdat zij een vrolijk en, aan het begin kinderlijk, karakter heeft waardoor het grootste deel van het boek vrolijk is om te lezen. Van de bijpersonen vind ik Pauline’s vader het leukst, omdat hij heel vrolijk een aardig is. Hij is een goede schoolmeester, maar hij is helemaal niet streng. Mede ook omdat Pauline hem erg aardig vindt, wordt hij in het boek leuk beschreven.



Stijl:

Het boek heeft geen al te moeilijk taalgebruik, en is voor een groot publiek goed te lezen. Het boek is vanuit de ik-persoon geschreven, en de schrijfstijl is dus personaal. Het verhaal is vanuit Pauline bekeken. Dat vind ik leuk omdat ze groeit in het verhaal, en dat dus ook haar denken verandert.



Ik vind de stijl van het boek goed. Het was niet heel moeilijk om te lezen, en er werden ook niet te veel moeilijke woorden in gebruikt.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.