 Zakelijke gegevens

Titel: De ogen van Roosje

Auteur: Clare Lennart

Druk & jaar: achtste druk, 1977

Pagina’s: 190

Eerste druk: 1957

Uitgeverij: Nijgh & van ditmar



 Samenvatting

Frederik Johan Hazelaar en Marie Jeanne Charpolet trouwen op 20 mei in het jaar 1902 op het gemeentehuis van Rodenbeek. Marie Jeanne Charpolet trouwt niet uit liefde, maar omdat ze bang is dat ze nooit zal trouwen. Daarom trouwt ze gelijk met de eerste man die haar ten huwelijk vraagt. In 1903 wordt Jeanine (koosnaam Nini) geboren en in 1905 Pauline (koosnaam Pau’tje). Bij de geboorte van Jeanine vindt Johan Hazelaar zijn vrouw nog een heldin, maar bij de geboorte van Pauline komt de ontnuchtering en ziet hij dat zijn vrouw alleen maar leeft voor het materiele en veel uiterlijke charme heeft, maar van binnen dood is.

Jeanine en Pauline brengen hun kinderjaren door in de prachtige onderwijzers-woning van Rodenbeek. Daar zijn ze heel gelukkig, ondanks dat hun ouders vaak ruzie maken.



Totdat Roosje, Paulines pop, geen ogen meer in haar hoofd heeft. Pauline, die daar erg verdrietig om is, ontmoet de ogen van Jeanine en weet dan opeens zeker dat zij het gedaan heeft.

Pauline probeert het te vergeten, maar dat lukt niet. Ze was erg gehecht aan haar lievelingspop.

Door haar schoolliefdes is Pauline een gelukkige. Zo wordt ze verliefd op Tom Landaal. Tom Landaal is een zoon van de kunstschilder Walt Landaal. Het beroep kunstschilder vinden de mensen in het dorp maar een vreemd beroep. Walt Landaal ziet er heel artistiek uit, maar wat veel opwindender is, is dat hij ieder ogenblik een andere vrouw heeft. Daarom mogen de kinderen van het dorp geen contact hebben met deze grote zondaars. Behalve de Hazelaars, zij vinden dat dat niet gelijk alles van iemand zegt. Zo komt het dat Pauline vaak met Tom optrekt, ze plukken samen bramen en ze spelen samen in het bos. Jeanine merkt dat de verhou-ding tussen Tom en Pauline steeds beter wordt en grijpt in. Van de één op de andere dag wil Tom niets meer van Pauline weten. Pauline weet dat Jeanine erachter zit, ze kijkt haar namelijk precies op dezelfde manier aan, zoals toen bij Roosje.

In Paulines laatste schooljaar op de HBS gaat Pauline veel om met Taco Zijlstra. Hij is, zoals je aan zijn naam kunt horen, van Friese afkomst. Taco heeft vier broertjes en zusjes en een aardige moeder. Pauline voelt zich bij Taco altijd op haar gemak. Maar weer is het Jeanine, die roet in het eten gooit. Ze danst één keer met Taco en hij kijkt niet meer naar Pauline om.

Als Pauline haar eindexamen gedaan heeft, volgt ze de stoomcurcus in Walburg om daarna onderwijzeres te worden. Daar ontmoet ze Flip Vogel. Ze gaat veel met Flip om, wat niet verwonderlijk is omdat ze zich allebei voor literatuur interesseren.

Na het examen wordt bij Pauline thuis een afscheidsfeest gehouden. Ze doen allerlei spelletjes. Zo komt het dat Flip, om zijn horloge terug te krijgen, Pauline tien zoenen moet geven. Maar het blijft niet bij tien zoenen, Flip geeft Pauline twintig zoenen. Dan rukt Pauline zich opeens los en ze loopt snel weg. Pauline ziet Jeanine staan. Jeanine kijkt Pauline weer aan met die koude, ijzige blik.

Aan het eind van de avond spelen ze nog verstoppertje met z’n allen, waarbij Jeanine Flip weet in te palmen.



Van Flip heeft Pauline nooit meer iets gehoord, behalve dat hij vrij snel is getrouwd. Even na dit voorval is Jeanine naar Parijs gegaan om filmster te

worden.

Als Pauline negentien jaar is, wordt ze benoemd tot onderwijzeres in het dorp Gaverlo. Op weg naar huis ontmoet ze Rut Eslander, ze krijgen verkering met elkaar. Pauline is doodsbang dat ook hieraan plotseling een eind zal komen. Ze is dan ook dolblij dat Jeanine niet op haar verlovingsfeest komt. Korte tijd daarna wordt het huwelijk voltrokken. Na het huwelijk wordt Rut benoemd tot burgemeester van het stadje Reemskate.

Pauline en Rut krijgen twee kinderen: Martijn en Frederike. Beide kinderen zijn gezond, intelligent en erg aantrekkelijk. Toch blijft Pauline erg onzeker, omdat volgens haar hun huwelijk elk moment kan breken. Ze durft dit niet tegen Rut te vertellen, omdat hij niet van zwartkijkers houdt. Daarom doet ze alles zoals Rut het denkt en zegt. Zo wordt ze langzamerhand Ruts echo.

In 1946, na de Tweede Wereldoorlog, ontvangen Rut en Pauline een brief van Jeanine. In die brief vertelt ze dat ze weer naar Nederland terug wil komen. Pauline schrikt erg en vertelt haar jeugdervaringen aan Rut. Nog diezelfde dag komt Jane aan. Jane is de naam die Jeanine zichzelf in Parijs gegeven heeft. Jane is niets veranderd en schakelt haar zus helemaal uit. Ze weet iedereen voor zich te winnen en neemt steeds de leiding. Pauline trekt zich steeds meer terug, waardoor de mensen van het dorp haar meelijwekkend gaan vinden. Ruts belangstelling voor zijn vrouw wordt minder en Jane doet er vanalles aan om dit uit te buiten.

Op Ruts verjaardag bereikt de spanning haar hoogtepunt. Er zal een foto gemaakt worden. Jane vlijt zich opzettelijk heel liefjes tegen Pauline aan. Pauline kan hier niet tegen en geeft Jane in razende drift een klap, midden in haar gezicht. Niemand begrijpt hier iets van, maar gelukkig neemt Jane haar intrek bij

anderen.

Een week na dit voorval gebeurt het vreselijke. Pauline rijdt met haar auto in een laan, waar plotseling iemand van de andere kant, links van de weg, in snelle vaart de tamelijk steile helling af komt stuiven. Pauline herkent haar zus, maar ze rijdt door met de gedachte: ‘Daar ga je dan.’ Toch bedenkt ze zich en remt, gooit het stuur om. Maar ze kan niet verhinderen dat ze haar zus raakt. Te laat! Jane is op slag dood. Iedereen beweert dat Pauline er niets aan kan doen, maar Pauline zelf weet wel dat ze misschien drie seconden eerder had kunnen remmen.

Pauline staat nu helemaal naast het normale leven. Ze houdt zich er alleen nog maar mee bezig of haar beschuldigingen tegenover Jane juist waren of niet.

Op een morgen, als Pauline versuft in de kamer zit, komt er bezoek. Het is Tom Landaal, haar jeugdvriend van vroeger. Hij heeft van het ongeluk gehoord en is direct naar haar toe gekomen. Ze brengen de hele dag samen door en Tom vertelt zijn mening over Jane. Tom heeft begrepen dat Janes koude hart haar angstig had gemaakt, waardoor ze zich de mindere van anderen is gaan voelen. Dat dreef haar er toe om de liefde tussen mensen kapot te maken. Voor Pauline wordt veel duidelijk: haar moeder was angstig nooit te zullen trouwen omdat ze geen bruidschat had. Jeanine kende die angst ook, maar in haar werd de angst agressief.

Nu ziet Pauline hoe de wereld is; overal is angst met moord en doodslag als gevolg. Angst, dat leidt tot duivelse daden. Daardoor beseft ze dat ze een tegenstem zal moeten zijn en geen echo, zoals ze tot nu toe altijd geweest is. Ze zal beslissingen moeten gaan nemen, zonder dat Rut zich er mee zal bemoeien.



 Titelverklaring

Het boek draagt de titel ‘De ogen van Roosje.’ Roosje is de lievelingspop van Pauline.

Ze is erg gehecht aan haar en speelt vaak met haar. Op een dag schrikt ze heel erg, Roosje heeft twee grote gaten in haar hoofd, in plaats van twee ogen. Pauline is hier erg verdrietig om. Jeanine, Paulines zus, kijkt Pauline zó aan, dat Pauline weet dat Jeanine de ogen van Roosje heeft ingedrukt.

Jeanine kijkt Pauline zo ook aan bij de affaires met Tom, Taco en Flip. Er ontstaat een diepe haat tussen de twee zussen, waarvan zelfs de dood van Jeanine het gevolg is.



 Thema

Dit boek heeft meerdere thema’s. Als eerste gaat het er in dit boek om dat je altijd jezelf moet blijven, dit thema is te omschrijven als een conflict in het innerlijk van een mens.

Daarnaast lees je in dit boek ook van de woede die mensen soms tot vervelende dingen kan drijven. Dit thema is te omschrijven als een conflict tussen mensen onderling.



 Motieven

- Het motief voor het eerste thema is het gedeelte waar Pauline er voor zichzelf achter komt dat ze meer moet zijn dan de echo van haar man. Ze moet niet zo onzeker zijn en ze mag best ergens een eigen mening op na houden.



- De motieven voor het tweede thema zijn alle gedeelten in het boek waarin teruggewezen wordt naar de ‘Roosje-affaire.’



 Vertelsituatie

Dit boek is geschreven in de vorm van een ik-verhaal.

Voorbeelden:

- Ik voelde de krachtige regelmaat van zijn hartklop, een groot hart moest ik opeens denken;

- De vriendschap met Tom was voor mij een verrukkelijke erva-ring geweest;

- Het spreekt vanzelf dat ik aan het eind van die dag reddeloos verliefd op hem was, zoals hij trouwens op mij;

- Ik was zo fanatiek, zo met uitsluiting van al het andere op Rut geconcentreerd geweest.



Dit boek, is zoals je in bovenstaande voorbeelden kunt lezen, in de verleden tijd geschreven.



 Tijd

Dit boek speelt zich af in de eerste helft van de 20e eeuw, het verhaal begint in 1902, als Paulines ouders trouwen en het ongeluk gebeurt vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarna alles weer goed wordt.

Tussen het begin en eind van het boek zit dus ongeveer 45 á 50 jaar.



 Ruimte

Het verhaal speelt zich af in Nederland, de belangrijkste plaatsen wil ik beschrijven:

- Rodenbeek: Jeanine en Pauline groeiden op in de prachtige onderwijzerswoning van Rodenbeek;

- Walburg: Hier volgde Pauline de stoomcursus om daarna onderwijzeres te worden. Hier ontmoet ze Flip Vogel;

- Gravelo: In Gravelo werd Pauline benoemd tot onderwijzeres;

- Reemskate: Een oeroud stadje, voor Rut was er een positie als burgemeester van

het stadje Reemskate.



 Verhaalfiguren

Hoofdpersoon:

- Pauline Hazelaar: Pauline heeft glad bruin haar, een mager gezicht, een grote mond en grote grauwe ogen. Vergeleken bij haar zus is ze het ‘lelijke jonge eendje.’ Verder is ze erg onzeker, maar dat komt natuurlijk grotendeels door Jeanine.



Bijpersonen:

- Jeanine Hazelaar: Jeanine is de zus van Pauline. Ze is erg knap, ze heeft een trots en regelmatig gezichtje en lange benen. Alleen haar hardblauwe kille ogen waren niet mooi. Ook had ze een koud hart dat liefde kapot wil maken.



- Roosje: Roosje is de lievelingspop van Pauline, waar ze erg aan gehecht was. Pauline kreeg Roosje met Sinterklaas, ze speelde dagelijks met haar pop.



- Tom Landaal: Tom is Paulines jeugdvriend. Toms vader had telkens een andere vrouw, daardoor zocht Tom liefde bij Pauline.



- Taco Zijlstra: Taco is Paulines vriend van de HBS. Hij heeft veel belang-stelling voor de natuur, daardoor gaat hij regelmatig met Pauline naar het bos. Taco had een leuke gezellige familie, Pauline voelde zich bij hen erg op haar gemak.



- Flip Vogel: Flip is Paulines van de stoomcurcus in Walburg. Hij heeft, net als Pauline, veel belangstelling voor literatuur en legt Pauline altijd de wiskunde opgaven uit. Ze studeren vaak bij Flip, op zijn kamer, waardoor er een zekere band tussen hen ontstond.



- Rut Eslander: Rut is de man van Pauline. Hij komt uit een zeer goede stand, waardoor hij burgemeester in Reemskate werd.



 Taalgebruik

Het taalgebruik is niet moeilijk, maar wel een beetje ouderwets en gewichtig. Dat gewichtige taalgebruik hoort wel een beetje bij de sfeer van het boek.

Heel af en toe had ik wat moeite met het begrijpen van bepaalde uitdrukkingen.

Er komen best wel veel citaten voor in het Frans en Duits en soms wordt er ook verwezen naar andere teksten en/of verhalen.



 De auteur

Biografische gegevens van de auteur

Clare Lennart werd in 1899 geboren in Hattem als Clara Helena Klaver. Ze groeide op in ‘De Ekelenburg’ in Oldebroek (dit huis beschrijft zij in haar boek ‘De blauwe horizon’), maar toen Clare 10 jaar was, ging haar vaders bedrijf failliet, dus moesten ze verhuizen.

Ze verhuisden naar Epe. In 1914 ging Clare naar de Franse school. Daarna volgde ze de kweekschool in Apeldoorn.

In 1918 slaagde ze voor haar eindexamen en ze werd aangenomen op de school ‘De Stapel’ in Drenthe. Na enige jaren ging ze daar weg en ze werd aangenomen in Utrecht.

Op haar 26e had ze een verhouding met de getrouwde Wim van den Boogaard, daarom verliet ze het onderwijs. Ze begon een pension in de binnenstad van Utrecht en ze werd schrijfster. Ze verzon verhalen voor kinderen, die waren er dol op. In 1935 debuteerde ze met haar eerste humoristische roman ‘Avontuur.’ Een belangrijk thema in haar werk is de droom. Toch is haar werk zowel neoromantisch als realistisch. Naast humor speelt ook weemoed een grote rol. Ook beschrijft ze in haar boeken vaak vervelende en lastige mensen, dit moeten mensen uit haar pension voorstellen.

Pas in 1947 trouwde ze met Wim van den Boogaard, nadat diens eerste vrouw was overleden. In het begin van de jaren vijftig stopte ze met haar pension, vanaf toen kreeg ze meer tijd om te schrijven.

‘De ogen van Roosje,’ die in 1957 werd uitgegeven, werd haar succesvolste roman. In deze psychologische roman kijkt de vertelster terug op haar leven en de moeilijke relatie met haar zus.

Lennart schreef alleen proza. Naast verhalen en romans schreef ze een studie over de stad Utrecht en was ze als vertaalster zeer actief.

In 1972 werd Clare Lennart getroffen door een hartinfarct, waaraan ze stierf.



Overzicht van de werken van de auteur

Jaartal: Titel:

1935 Avontuur

1936 De wijde wereld

1937 De blauwe horizon

1938 Toverlantaarn

1939 Huisjes van kaarten

1940 Maanlicht

1946 Ter herinnering aan Rotterdam

1948 Kasteel te huur

1949 Rouska

1950 De blauwe horizon

1951 Serenade uit de verte

1952 Liefde en logica

1954 Stad met rose huizen

1955 Op schrijversvoeten door Nederland

1957 Kathinka uit de kattesnorstraat

1959 Rinus Spoormus

1960 Iboe

1963 Scheepjes van papier


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.