informatie voor mondeling literatuur
----------
Tip Marugg: De morgen loeit weer aan
Titel:
het boek speelt zich af vanaf de schemer aan het begin van de avond, tot het begin van de volgende morgen. Wanneer het licht wordt, schiet hij zichzelf door het hoofd. Hij zegt daarvoor: ‘De morgen loeit weer aan en is niet te vertrouwen.’
Al eerder is zijn associatie van licht en de dood opgevallen, namelijk wanneer de vogels zich bij het ochtendgloren te pletter vliegen tegen de rotsen. Hij ziet de morgen als iets slechts.
Personages:
Hoofdpersoon: de ik-persoon. Hij is intelligent, weet veel over de geschiedenis van zijn land, maar is een dromer. Hij interpreteert de wereld subjectief en komt tot de conclusie dat het leven zinloos is en ook dat hij eigenlijk nooit gelukkig is geweest.
Hij associeert veel dingen met de dood: vogels, vlinder, de nacht en de ochtend. Hij ziet het leven en de dood dan ook niet gescheiden.
Hij is ook deels gebaseerd op de schrijver: die geeft voorkeur aan de nacht omdat ‘licht dingen blootlegt die ik liever verborgen houdt, ook voor mezelf’ en drinkt ook veel om zich weer in de schaarse gelukkige momenten van zijn jeugd te bewegen.
De schrijver Marugg herkent zich niet in ‘dingen die andere mensen gelukkig maken’.
Bijpersonen:
Zijn honden zijn het enige noemenswaardige gezelschap. Ze vallen elkaar aan als ze niet van elkaar gescheiden gehouden worden.
De gevangene in Castillo is misschien belangrijk. De ik-persoon besefte dat hij iets van hem kon leren, maar wist nog niet wat. Later zegt hij: “Hij had mij zonder woorden onderricht in het kijken naar dieren en planten op een nieuwe manier, details te zien die de meeste mensen niet zien, ook dingen die bijna onzichtbaar zijn.” Deze precisie is te zien in de schrijfstijl.
Perspectief:
het ik-perspectief. Alles is vanuit zijn eigen beleving en herinneringen geschreven. Er zijn geen flashforwards, dus ook geen alwetende verteller. (9 hoofdstukken)
Tijd:
Chronologie/flashes: het boek is niet chronologisch. Er zijn constante afdwalingen naar herinneringen uit het verleden, heel veel flashbacks dus.
Tijdverdichting/vertraging: die zijn er beide genoeg. Hij vertelt bijvoorbeeld in een paar zinnen hoe hij zes weken na zijn tantes dood weer naar huis ging. En hij vertelt heel lang over hoe hij op de stoep van zijn woning zit, en hoe de nacht als een warme, zwarte vrouw is die hem omhelst.
Tijdsprong: hij springt de hele tijd terug naar zijn herinneringen, die hij (in de tegenwoordige tijd) vertelt alsof ze gewoon in het heden gebeuren.
Vertelde tijd: één nacht lang.
Ruimte:
Waar: één van de Caribische eilanden.
Weer: het is tropisch weer, warm en vochtig.
Wanneer: eind 20e eeuw: “De twintigste eeuw liep langzaam aan ten einde…”.
Stijl:
Genre: psychologische roman.
Schrijfstijl: Impressionistische schrijfstijl (veel bijvoeglijk naamwoorden en beschrijvingen. De zinnen zijn verder niet lang of moeilijk, de woorden zijn ook duidelijk. Een enkele keer zorgt een teveel aan beeldspraak wel voor een lastige zin.
Thema:
doodsverlangen. De hoofdpersoon is op zoek naar rust en denkt dit door zichzelf te doden te bereiken. Hij spreekt over een “rust die immermeer gestoord wordt” als iedereen op aarde dood is, hiermee verwijst hij dus naar de rust die hij zal hebben als hij dood gaat.
Motieven:
Leidmotief:
Drank. De hoofdpersoon haalt de hele tijd bier en whisky en blijft drinken totdat hij helemaal zat is. Daardoor dwaalt hij steeds af naar andere onderwerpen en herinneringen.
Abstract motief:
Eenzaamheid: de hoofdpersoon leeft eigenlijk voor niemand meer. Hij heeft het gevoel dat hij een buitenstaander is geworden en dat hij daar zelf ook aan heeft bijgedragen: “Ik ontdek dat ik de kijker achterstevoren voor mijn ogen houd en dat ik alle dingen en alle mensen ver van mij heb weggedreven. Ik ben moederziel alleen.” De schrijver was zelf ook een buitenstaander, o.a. omdat hij bijna als enige op het eiland in het Nederlands schreef.
Dood: de ik-persoon is constant bezig met de dood en met waarom je nog langer zou leven. Hij identificeert zich met die ene vogel die zich tegen de rotsen vliegt en associeert als sinds hij jong was het licht met de dood. Hij vind het leven zinloos: niets is zeker, behalve dat je dood gaat. Waarom dan nog langer blijven leven?
Geloof: zijn oom is dominee, die elke zaterdag naar de gevangenis gaat en het woord verkondigt. De ik-persoon zat op een katholieke school terwijl hij protestants was (ook weer eenzaamheid). In hoofdstuk acht wordt over God gesproken, die een soldaat in de steek laat, waarna zijn hele gezin door andere soldaten wordt uitgemoord (dood).
Stroming: neoromantiek, tropisch existentialisme.
Het boek is in de neoromantiek te plaatsen vanwege de hang naar een romantische dood, de Weltschmerz (lijden aan de wereld want het leven is zinloos; vluchten uit de werkelijkheid en de dood zijn enige oplossingen) en de impressionistische schrijfstijl.
Het tropisch existentialisme is ook mogelijk, vanwege het feit dat leven en dood steeds in elkaar leven, de twee existentialistische zekerheden (geboorte en dood) en het gevoel ‘de wereld niet te begrijpen’ (schrijver Marugg zegt zich “niet te herkennen in dingen die het leven voor anderen de moeite waard maken” en heeft het gevoel dat hij “het leven door zijn vinger laat glippen”).
Eigen mening:
De vele bijvoeglijk naamwoorden maakten het boek erg langdradig. Dat is jammer, omdat het onderwerp op zich erg interessant is. Het is duidelijk dat Marugg diep heeft nagedacht over leven en dood en de zin of juist zinloosheid van de twee.
Daarbij was het ontbreken van een onverwachte draai aan het verhaal oorzaak van een saai verhaal dat maar wat door kabbelde. De herinneringen waren soms ook een beetje zinloze informatie. Het enige ‘spannende’ moment, was dat waarop de ik-persoon zichzelf neer zou schieten. Het werkelijke schot vindt echter pas ná het verhaal plaats.
Ondanks alles waren de bijzondere associaties (licht en dood) toch nog een pluspuntje en het boek is het daarom wel waard om te lezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.