Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

De literaire kring door Maxim Februari

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 5770 woorden
  • 23 februari 2012
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 12 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2007
Pagina's
253
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Prijzen
Libris Literatuur Prijs (2008 Genomineerd)

Boekcover De literaire kring
Shadow
De literaire kring door Maxim Februari
Shadow
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Bibliografische gegevens
Schrijfster: Marjolijn Februari
Titel: De literaire kring
Uitgeverij en plaats van uitgave: Prometheus, Amsterdam
Gelezen druk: Vijfde druk, maart 2007
Eerste druk: Februari 2007
Aantal pagina’s: 254
Motto: ‘Men speak too much about the World. Each one of us
here, let the world go how it will, and be victorious or
not victorious, has he not a Life of his own to lead? One
Life; a little gleam of Time between two Eternities; no second chance for us forevermore! It were well for us to
Live not as fools and simulacra, but as wise and realities.

The world’s being saved will not save us; nor the world’s being lost destroy us. We should look to ourselves: there is great merit here in “the duty of staying at home”! And, on the whole, to say truth, I never heard of “worlds” being “saved” in any other way.’
THOMAS CARLYLE, On Heroes, Hero-worship and the Heroic in History

Samenvatting
Deel I
Teresa, de dochter van de invloedrijke jurist Randolf, woont samen met haar man, John in een dorpje op de Utrechtse heuvelrug. Het dorp wordt vooral bevolkt door invloedrijke mensen. In het dorp is ook een literaire kring waar onder andere Randolf, John en Lucius lid van zijn. Het verhaal begint als Teresa haar mobiel laat vallen in het dorpscafé en zo haar oud-klasgenoot Victor ontmoet. Victor, die tegenwoordig journalist is, vertelt haar dat één van hun andere oud-klasgenoten een boek heeft geschreven, De zomer van de linnen schoenen.
Deel II
Victor begint door zijn ontmoeting met Teresa na te denken over Ruth. Hij weet nog dat ze een keer samen te laat kwamen, omdat Ruth’s moeder een zelfmoordpoging deed. Samen met John gaat Teresa naar een feestje waar ze de advocaat Lucius ontmoet. Ze vindt hem wel sympathiek en vraagt hem of hij Ruth’s boek voor wil leggen aan de literaire kring. Later vraagt ze dit ook aan John. Ook probeert Teresa meer te weten te komen over Ruth, maar ze krijgt geen antwoorden.

Deel III
Op de volgende literaire avond stellen John en Lucius voor om met de literaire kring De zomer van de linnen schoenen te gaan lezen. Randolf is hier faliekant tegen, omdat hij bang is dat er bepaalde dingen bekend worden over Ruth’s vader, Erik de Winter. Uiteindelijk besluiten ze toch om het boek te gaan lezen. Intussen is in het dorp geregeld dat Ruth komt spreken op een literaire avond in de kerk op 18 mei. Hierdoor kunnen de leden van de literaire kring niet meer terug en moeten ze het boek wel gaan lezen.
Deel IV
Victor heeft intussen onderzoek gedaan naar Ruth en ontdekt dat haar vader betrokken was bij een glycerineschandaal. Hij heeft vervuilde glycerine aangemerkt als zuiver en deze verkocht. De glycerine kwam terecht in hoestdrank, waardoor tachtig kinderen in Haïti overleden. Destijds is de zaak in de doofpot gestopt, mede dankzij werk van Randolf. Erik de Winter zat vroeger namelijk ook in de literaire kring. Victor stuurt de artikelen naar Teresa, die erg geschokt is door wat ze leest.
Deel V
De literaire avond komt steeds dichterbij en de spanningen lopen hoog op. Victor is achter Erik’s adres gekomen en gaat bij hem op bezoek. Erik voelt totaal geen schaamte en is ook niet geïnteresseerd in zijn dochters boek. Teresa gaat intussen op bezoek bij Lucius en samen bekijken ze een video over het glycerineschandaal. Ze zijn beiden erg geschokt door de formaliteit waarmee de zaak destijds is afgedaan. Dan breekt op 18 mei de literaire avond aan. Vooral Randolf is bang dat er problemen zullen komen, maar het wordt een normale avond. Er wordt niet meer gesproken over het schandaal in Haïti.
Aantal woorden: 455

Vertelinstantie
In De literaire kring is sprake van een auctoriale hij-verteller. Dit kun je zien aan het feit dat het verhaal geschreven is in de derde persoon enkelvoud. Ook zie je dat de verteller de gedachtes kent van alle personages in het verhaal. Ook lees je dat de verteller zich niet identificeert met één personage, maar steeds wisselt tussen onder andere Teresa, John, Lucius en Randolf.
Citaat 1:
“Was er door zijn huwelijk met Teresa dan niets veranderd? Ja, nieuw was dat hij voor het eerst in zijn leven in staat was dagenlang, wekenlang van huis te zijn in de geruststellende zekerheid dat niemand zich daar thuis erg over opwond. In het leven van Teresa was geen ruimte voor relationele problemen, ze had er te veel esthetisch gevoel voor. En zo waren ze tamelijk moeiteloos begonnen aan een perfect huwelijk. Maar een verkeerszuil in de hal was een offer dat John toch niet een-twee-drie bereid was te maken, en als hij vaag begon te glimlachen, begreep Teresa dat de hele gedachte absurd was geweest, zodat ze de hoop op een eigen verkeerszuil in de hal opgaf en alleen achterbleef met haar oude, onsentimentele verlangen het huis vol te hebben met verloren en verlaten voorwerpen; een dagdroom als een Tom Waits-song over kapotte fietsen en dingen die niemand meer nodig had. Dat haar telefoon kapotviel, was voor Teresa dan ook meer dan een praktisch incident. Het was een kleine ramp. Op het moment dat Victor zijn rechterhand weer terugtrok van de hare, keek ze angstig naar de telefoon in zijn linkerhand. De verrassende romantiek van de situatie ontging haar niet, maar dwars door alles heen maakte ze zich zorgen over het klepje met het beeldscherm, dat nog maar aan één punt leek vast te zitten, en dat misschien nog gered kon worden als de onbekende man er een beetje voorzichtig mee deed.” ( Deel I, blz. 53)
In dit citaat zie je goed hoe de schrijver wisselt tussen John en Teresa. Ook is het citaat geschreven in de derde persoon enkelvoud. Het wordt ook duidelijk dat de verteller de gedachtes kent van alle personages
Citaat 2:
“’Ik verstond nog wel zoveel van het Grieks,’ vertelde Iris later aan haar Nederlandse vrienden, ‘dat ik begreep waarom ze me naar binnen hadden gesleept. Ze wilden dat ik voor die dode man een gebed uitsprak, omdat ze blijkbaar zelf de woorden van de gebeden niet kenden, maar ik wist zelf ook van niets. Ik kon me niets herinneren. Helemaal niets. Of ik iets moest zingen? Of bidden? Natuurlijk probeerde ik wel er beleefd onderuit te komen, maar ze bleven aandringen en toen heb ik een paar keer in het wilde weg een kruis geslagen en “Waar de blanke top der duinen” gezongen. Krankzinnig, dat was het enige wat me te binnen schoot. Het was inderdaad heimwee, dacht Teresa toen ze dit verhaal voor de derde keer had aangehoord. Iris vertelde de anekdote om uitleg te krijgen over haar positie. De kans bestond natuurlijk dat haar vrienden haar vanwege deze geschiedenis zouden zien als een type, of als iemand die verscheurd werd tussen twee culturen. Maar dat was niet de reden geweest voor haar gêne. Wat ze had gevoeld was verdriet, omdat ze daar zo ontheemd was geweest. En tegelijk had ze zich gerealiseerd dat ze als inwoner van Griekenland nooit in die situatie zou zijn beland, omdat de dorpelingen haar nooit om dezelfde dienst hadden gevraagd; ze zou ook domweg nooit op dat moment op die plek zijn geweest.” ( Deel II, blz. 108-109 )
In dit citaat lezen we de gedachtes van Teresa. Ook zie je dat er weer is geschreven in de derde persoon enkelvoud.
Citaat 3:
“Het is immers heel goed voorstelbaar (Randolf heeft Het drama van het begaafde kind ook gelezen) dat een jonge vrouw met een scherpe intuïtie voor de noden van haar omgeving zich verstandiger opstelt dan ze is en begint te leiden aan almachtsfantasieën. Denkt dat ze de wereld moet redden. En het is ook goed voorstelbaar dat de almacht na verloop van tijd te groot voor haar wordt en zich tegen haar keert. Zo groot is de woede die door het lichaam van het meisje raast dat ze bang is de aarde te verzengen met haar eigen woorden. Ze is er voor de volle honderd procent van overtuigd dat er tot in de wijde omgeving mensen zullen sterven zodra ze haar mond opendoet, kinderen die onder de tram worden geblazen, mannen die van flatgebouwen springen, moeders die in stukken uiteenspatten als een fragmentatiebom met nabijheidsontsteking – alles ten onder in één grote explosie van taal en tekst en bloed en afgereten ledematen, uitpuilende darmen, rondtollende hoofden, en het is maar goed dat het meisje nog net op tijd in grote verwarring en paniek wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. ( Deel IV, blz. 166)
Hier zie je de gedachtes van Randolf. Ook is het weer geschreven in de derde persoon enkelvoud. In deze 3 citaten heb je dus de gedachtes van John, Teresa en Randolf gezien.

Personages
Teresa Pellikaan
Teresa is de dochter van Randolf Pellikaan, ze is 29 jaar en werkt bij een klein en vooraanstaand bureau dat kunstadvies geeft aan bedrijven en particulieren. Ze ziet er jong uit en heeft een mediterraan tintje. Dit komt door haar Griekse moeder. Ze is duidelijk een round character, omdat ze meerdere karaktereigenschappen heeft en die over het hele verhaal verspreid zijn. Ze kan bijvoorbeeld niet tegen onrecht en vind dat iedereen eigenlijk de waarheid moet vertellen. Ook is ze erg nieuwsgierig. Dit zien we vooral als ze op zoek is naar informatie over het Haïti-schandaal. Ze is ook erg meegaand, wat vooral John erg fijn vindt. Volgens de journalist Victor is er bij Teresa sprake van een karakterverandering ten opzichte van haar tijd op school. Ze straalt namelijk geld uit, terwijl ze dat vroeger niet deed. Volgens Victor is dat of omdat ze erg succesvol is, of omdat ze erg rijk getrouwd is. In het verhaal is geen sprake van een karakterverandering.
Citaat 1:
“God dacht hij met schrik, wat was ze veranderd. En niet veranderd. Ze zag er nog steeds even sprookjesachtig mooi uit. Maar er was in de afgelopen tien jaar heel veel rijkdom aan die schoonheid toegevoegd. Dat kon je zien aan haar gebit, aan de pen die achteloos voor haar op tafel lag, aan de manier waarop haar haar was geknipt, aan tas, horloge, schoenen; ze straalde geld uit. En hij kon dus niet anders dan concluderen dat ze of erg succesvol was – of erg getrouwd. Beide opties maakten hem onzeker.” ( Deel I, blz. 54 )
Hier lees je hoe Victor vindt dat ze in de jaren dat ze elkaar niet gezien hebben erg veranderd is, omdat ze veel meer geld uitstraalt.
Citaat 2:
“Dat was niet helemaal waar. Ze zag er niet socialistisch uit; ze zag er gewoon jong uit. Sterker nog, ze wás jong, twintig jaar jonger dan hij. En voor iedereen acceptabel, onder alle omstandigheden een van ons, of op zijn minst niet een van de anderen. Het regelmatige gezicht was blijkbaar een projectievlak voor veel verschillende verlangens; mooi, maar niet op een angstaanjagende manier; en mediterraan, genetische erfenis van haar Griekse moeder, wat haar iets kosmopolitisch gaf. Ze leek een beetje op hem, gek genoeg, maar zachter en minder agressief. John die zich in veel gezelschappen een indringer voelde, vond het altijd wel gemakkelijk als ze meeging, ze maakte hem aanspreekbaarder, makkelijker te benaderen. Bovendien wilde hij haar vandaag graag om zich heen hebben.” ( Deel I, blz. 26-27 )
Hier zie je dat ze er jong uit ziet en een mediterraan tintje heeft.
Citaat 3:
“Want terwijl Ruth Ackermann achter in de klas regelrecht afkoerste op de psychose waarover ze later haar bestseller zou schrijven, terwijl Victor Herwig voor in de klas met veel kabaal plannen maakte voor een betere wereld, had Teresa zonder er veel over na te denken haar school afgemaakt en was daarna en passant opgeleid tot restaurator van moderne kunst. En tot haar eigen verbazing en ergernis, eigenlijk hield ze niet van kunst, werkte ze tegenwoordig in een grachtenpand in Amsterdam bij een klein en vooraanstaand bureau dat kunstadvies gaf aan bedrijven en rijke particulieren. Advies over kunst. Beleggingen in kunst. Haar baas was een charmante jonge accountant die er in de betere kringen om bekendstond dat hij wegen wist om belastingheffing op fatsoenlijke wijze te voorkomen – en dat was ook zo. Bovendien wist hij heel goed wat je moest doen om je collectie, ‘op een fiscaal gunstige manier!’, over te hevelen naar kinderen of kleinkinderen, of naar wie je maar wilde, en deze adviezen, ‘estateplanning!’, waren binnen een paar jaar min of meer zijn specialiteit geworden. Alles in orde.” ( Deel I, blz. 49 )
Hier zie je welk werk Teresa heeft.

Randolf
Randolf is de vader van Teresa en zit samen met onder andere Lucius en John in de literaire kring. Randolf is een flat character, omdat zijn karakter en uiterlijk alleen in het begin beschreven worden en we alles over hem in enkele pagina’s te horen krijgen. Randolf is erg slim en geeft les aan jonge juristen. Zelf is hij ook een groot jurist. Hij is tevens gevaarlijk, omdat hij erg veel macht heeft in de politiek. Over zijn leeftijd en uiterlijk wordt niks gezegd. Ook is er geen sprake van een karakterverandering. Hij is een van de personen die het Haïti-schandaal in de doofpot stopte. Ook is hij erg dominant. Dit laat hij vooral zien bij de literaire kring.
Citaat 1:
“Randolf is een bevlogen intellectueel, hij is scherpzinnig, behoedzaam, gecultiveerd, blijmoedig, nietsontziend, sentimenteel, gevaarlijk. Nu, jaren later, is hij nog steeds een voorstander van de recht-en-literatuurbeweging, hoewel de eerste opwinding voorbij is en overal in de wereld met het fluctueren van de economie de status van de poëzie weer enigszins is gedaald. Maar Randolf blijft trouw geloven in het belang van cultuur. Wanneer zijn jonge medewerkers, gretige juristen zonder veel onderwijservaring, worstelen met de verveelde houding van hun studenten, houdt hij ze voor dat ze gewoon een beetje meer moeten gaan lijken op Robin Williams. ( Deel I, blz. 22-23 )
Hier zie je dat Randolf erg slim, maar ook erg gevaarlijk is.
Citaat 2:
“’Ik had nog nooit eerder gebruik van ze gemaakt. Maar op dat moment, toen we de glycerine hadden binnengekregen en ik besefte dat mijn bedrijf de Wet Milieugevaarlijke Stoffen ging overtreden heb ik aan het eind van de week toch even overlegd met Randolf Pellikaan en Jurgen Lagerweij. Ik geloof dat we net iets klassieks hadden gelezen, Madame Bovary of zo, en na afloop van de avond, het was bij Frans thuis, heb ik ze om advies gevraagd. Het zat me niet helemaal lekker. Ik had dat spul met de kwalificatie USP aan het buitenland verkocht, ik wist dat dat eigenlijk niet klopte, en dus vroeg ik me al een paar dagen lang af hoe zwaar die beslissing woog. Randolf belde meteen ter plekke met een specialist, een jurist die hij kende uit de redactie van een tijdschrift. En die legde het allemaal netjes uit. Strafbaarheid, aansprakelijkheid. Achteraf bleek dat hij helemaal gelijk had gehad. Prima juridische advies.’ ‘En ze hebben dus niet geprobeerd u van de beslissing af te houden?’” ( Deel V, blz. 219 )
Hier lees je dat Randolf hielp om het Haïti-schandaal in de doofpot te stoppen.
Citaat 3:
“Randolf nam het boek van Jurgen over, wierp er een verstoorde blik op, gooide het weer op tafel en kwam tot een oordeel. ‘We hebben deze leesclub niet opgericht om dit soort rotzooi te lezen.’ En dat oordeel leidde tot verbazing bij John, want ook al had hij zelf weinig fiducie in deze private leestip van Teresa, hij vond het verzet van zijn schoonvader wel erg ongefundeerd.” ( Deel III, blz. 132 )
Hier zie je dat Randolf erg dominant aanwezig is in de leesclub.

Tijd
Historische tijd
Dit boek speelt zich af aan het begin van de 21ste eeuw. Het precieze jaar is 2006. Dat kun je lezen wanneer Gabrielle vertelt dat haar man naar het WK voetbal kijkt. Tussen 2000 en het jaar 2007, toen het boek verscheen, kan alleen sprake zijn geweest van het WK 2002 en 2006. Omdat wordt verteld over het Ahold schandaal, dat speelde in 2003 blijft alleen het WK 2006 over.
Citaat 1:
“’En dat,’ zegt Lucius als hij dronken is aan het eind van een drukke week – als de literaire kring op vrijdagavond bijeen is in het huis van Gabrielle om een boek te bespreken dat alle thema’s en tragiek van de twintigste eeuw, of is het alweer de eenentwintigste eeuw, met een meesterhand bijeenveegt – ‘dat zou het motto van onze keurige leesclub kunnen zijn. Het is allright, het is godverdejezuschristus allright als je maar veel van romans houdt. Als je maar moorden pleegt met vergunning, als je je studentes maar neukt zonder dat je bestuurlijke taken erbij inschieten.’ ‘Ik heb hier geen zin in,’ zegt Gabrielle.” ( Deel I, blz. 24 )
Hier zie je dat gesproken wordt over de 21ste eeuw.
Citaat 2:
“In de jaren daarna vlamde in Nederland een waardendebat op, maar dat beperkte zich tot futiliteiten en raakte nergens aan die belangrijke waarde waarvoor zij zich met al haar beste krachten inzette. De boekhoudschandalen met Enron en Ahold bevestigden haar daarna alleen nog maar in haar opdracht: ze moest de procedures van de economische vrijheidsuitoefening bewaken, niet meer en niet minder. En het was een gelukkige levensmissie, want het was een positieve levensmissie, en niet zo veel mensen die ze kende hadden zo’n positieve opdracht voor zichzelf gevonden. Het was tegelijk ook deze diepgewortelde missie die maakte dat ze niet erg geporteerd was voor de modieuze neiging onder haar zakenrelaties om haar voor te stellen als ‘onze boekhouder’ (zoals ze steeds vaker naar toprestaurants gingen om snert te eten). Ze was geen boekhouder, het ging haar niet om de details van het dagelijkse gerommel, maar om de heldere lijnen van verantwoording, account, lijnen die zij kon helpen uitzetten”
( Deel III, blz. 123-124 )
Hier zie je hoe gesproken wordt over het Ahold schandaal van 2003.
Citaat 3:
“De dag gaat voorbij zonder dat ze kans ziet het boek tevoorschijn te halen; het lukt haar pas thuis, halverwege de avond, als de belangrijkst mails zijn verstuurd en er geen grote problemen meer te verwachten zijn. Haar echtgenoot Tobias zit in de serre naar het wereldkampioenschap voetballen te kijken, zij strijkt neer op een bank i de woonkamer met een kop koffie en haar mobiele telefoon op de trilstand. Dan zet ze zich eindelijk tot lezen, want ze moet zich er ondanks alles toe zetten, en leest, met stijgende verbazing.”
In dit citaat wordt gesproken over het WK voetbal. Al deze citaten samen geven als historische tijd het jaar 2006

Verteltijd
5 delen
33 hoofdstukken
254 bladzijdes
Deel I 7 hoofdstukken
Deel II 5 hoofdstukken
Deel III 5 hoofdstukken
Deel IV 8 hoofdstukken
Deel V 8 hoofdstukken

Terugverwijzing
“Dus goed, wat weerhield hem er nu van meteen verder te zoeken? Waarom startte hij de zoekmachine niet op, zocht hij niet naar De Winter in zijn archieven? Misschien bleef hij zo besluiteloos zitten omdat hij op het punt stond iets te weten te komen dat hij niet wilde weten. Omdat hij Ruth Ackermann had willen tegenkomen als de succesvolle debutante die ze was geworden en niet als het middelpunt van toestanden op Haïti.” ( Deel II, blz. 72 )
Hier wordt terugverwezen naar de gebeurtenissen omtrent de vervuilde glycerine die verscheept werd naar Haïti door de vader van Ruth Ackermann.

Vooruitwijzing
“Nu was de kogel door de kerk. Ruth Ackermann kwam. Er zou een literaire avond komen en Ruth Ackermann kwam spreken in de kerk. Het was de boekhandelaar eindelijk gelukt de grote schrijfster te pakken te krijgen; dat wil zeggen: hij had haar niet zelf gesproken, maar haar uitgeverij liet weten dat Ruth Ackermann graag tijd wilde vrijmaken om langs te komen en met hem over haar boek te praten. De eerste weken van mei was ze in Duitsland en daarna moest ze naar de Verenigde Staten, maar 18 mei had ze nog openstaan. De pr-vrouw van de uitgeverij zei met enige verbazing in haar stem dat Ruth Ackermann wel een vrije dag wilde inleveren om weer eens terug te komen naar de plaats waar ze was opgegroeid. De boekhandelaar kreeg, unbekannterweise, de hartelijke groeten van de schrijfster. En dit zou dan het moment moeten zijn waarop hij een rondedansje door de winkel maakte en triomfantelijk ‘yes!’ riep, maar zo’n man was de boekhandelaar niet. Hij grijnsde, en dat moest voldoende zijn” ( Deel III, blz. 132-133 )
Hier wordt verwezen naar de literaire avond die op 18 mei zal plaatsvinden in de kerk van het dorp.

Flashback
“’Was jij ook te laat?’ zei Victor, om toch iets te zeggen, nu ze tegenover elkaar zaten in het verder uitgestorven secretariaat van de school. ‘Ja,’ zei Ruth Ackermann. ‘Waarom?’ Hij was van plan vriendelijk tegen haar te zijn, en blijkbaar nam ze zich tegelijkertijd hetzelfde voor, want ze ontwaakte uit een lethargie en keek hem opeens opgewekt aan. Toentertijd had hij zich niet verbaasd over haar openhartigheid, maar nu vroeg hij zich af welke stemming haar ertoe had gebracht de gebeurtenissen door te nemen met een jongen die ze nauwelijks kende. ‘Mijn moeder heeft vannacht zelfmoord gepleegd. Dat wil zeggen: ze heeft geprobeerd voor de trein te springen, maar het is niet gelukt. We zijn de hele nacht bezig geweest uit te zoeken of ze gewild had dat het wel was gelukt, en daar zijn we niet achter gekomen. Maar goed ze deed het dus wel, een poging. Een suïcidepoging.’ ‘Waarom?’ ‘Om alles.’ En toen Victor een beetje schaapachtig grijnsde, zei ze verduidelijkend: ‘Fien de la Mar? Actrice? Sprong uit het raam en liet een briefje op tafel liggen. “Om alles” Geweldige suicide note. Om alles’”
( Deel II, blz. 67 )
Hier zie je hoe we teruggaan naar het moment dat de moeder van Ruth zelfmoord probeert te plegen. We worden meegesleept en het lijkt net of we er op dit moment zelf bij zijn. Deze flashback is eigenlijk nog langer maar dit geeft alles al goed weer dus heb ik niet alles overgenomen. Het citaat ging dan namelijk door tot en met bladzijde 70.

Chronologisch/niet-chronologisch
Dit verhaal is chronologisch verteld. De gebeurtenissen volgen elkaar in de goede tijdsvolgorde op. De gebeurtenissen in Haïti worden opgerakeld en opgespeurd door de journalist Victor. We gaan dus niet terug naar de tijd van de, schandalen maar we krijgen er via ‘krantenberichten’ wel informatie over.

Ab ovo/in medias res
Dit verhaal is ab ovo geschreven. We beginnen met een introductie van de personages en het dorp, terwijl het daar nog rustig is. Daarna komen we dingen te weten over het
Haïti- schandaal en komen er, door de verschijning van Ruth’s boek, steeds meer feiten naar boven over dit schandaal. Het wordt steeds onrustiger in het dorp en de spanningen lopen op. We eindigen bij de literaire avond in de kerk. We beginnen dus bij het chronologische begin en eindigen bij het chronologische einde.

Vertelde tijd
Het vroegste vertellersheden van dit verhaal is 13 jaar voor de literaire avond in de kerk van het dorp. Dit betekent dat de vertelde tijd dus ongeveer 13 jaar is. Van de tijd dat Victor, de journalist, bij Ruth in de vierde klas zat, in 1993, tot en met 18 mei 2006, dertien jaar later.
Citaat:
“Hij keek nog eens naar de foto van Ruth Ackermann en probeerde zich haar voor de geest te halen op zestienjarige leeftijd. Hoe oud waren ze toen ze van school kwamen? Achttien? Hijzelf was negentien, en dus had hij al zeker elf jaar niet meer teruggedacht aan Ruth Ackermann, en daarvoor schaamde hij zich nu, want hij herinnerde zich haar nog wel haarscherp in haar vereenzaming, de diepe ellende die achteraf gezien duidde op dreigende waanzin. Niet dat haar ellende voortdurend voelbaar was geweest, ze leek altijd
well-composed, maar eenmaal had hij haar toch aangetroffen in een duidelijke crisissituatie en het viel hem te verwijten dat hij pas nu, zo veel jaar later, serieus geïnteresseerd raakte in de toedracht. ( Deel II, blz. 66 )
Hier zien we hoe Victor terugdenkt aan zijn tijd met Ruth op school. Verderop komt de flashback van zijn ontmoeting met Ruth, in 1993, dat is dus het vroegste vertellersheden. 13 jaar later op de literaire avond van 18 mei 2006 is het laatste vertellersheden.

Ruimte
Fysische ruimte
De ruimte waar het verhaal zich grotendeels afspeelt is het dorp waar Teresa woont. Dit dorp ligt ergens in het midden van Nederland, maar er wordt geen naam genoemd. Het dorp wordt vooral bewoond door rijke, redelijk belangrijke mensen. Omdat steeds gewisseld wordt tussen verschillende mensen is er niet echt een bepaalde kamer, of een bepaald huis dat meer aan bod komt.
Citaat:
“De suikerpot viel van tafel. Net nu het zo goed ging met Teresa. Ze had niets te doen en zat op zaterdagochtend de krant te lezen in het café van de oranjerie aan de rand van het dorp. Blijkbaar was in Kabul een opstand uitgebroken tegen de komst van vn-militairen, op de voorpagina stond een foto van een grijnzende taliban naast een kapotgeschoten
Humvee-voertuig. Daaronder een interview met filmster George Clooney, die beloofde – ‘zie verder Shownieus’ – iets aan de situatie te doen. Teresa bladerde, zigzagde over de pagina’s binnenland, bekeek alle foto’s van Clooney aandachtig, las de filmrecensies, en aangekomen bij de familieberichten gooide ze de krant met een zucht op tafel. Ze kende niemand die doodging in De Telegraaf. En ze had vandaag geen zin in de familieverwikkelingen van wildvreemden. Terwijl ze haar telefoon tevoorschijn haalde uit de donkerbruine
Paddington-tas op de stoel naast haar, keek ze zoekend om zich heen naar de ober en ving zo per ongeluk de blik van een lange, spichtige man die zich over de leestafel boog om een krant uit te zoeken. ‘Vindt u het gezellig als ik bij u kom zitten?’ vroeg hij en trok alvast een stoel naar zich toe.” ( Deel I, blz. 9 )
Hier zie je dat Teresa in een café zit aan de rand van het dorp waar ze woont.

Psychische ruimte
Het belangrijkste psychische kenmerk van het dorp is dat bijna alle bewoners ervan zich er niet heel erg op hun gemak voelen. Aan het begin van het verhaal is dit nog niet echt het geval, maar als bekend wordt dat Ruth een boek heeft geschreven lopen de spanningen steeds meer op. De bewoners vinden al het gekonkel rond de affaire met de glycerine maar vervelend en Teresa vindt eigenlijk dat haar vader moet vertellen wat hij weet. De rest van de bewoners is het hier mee eens, maar zegt niks. Randolf probeert intussen om alles verborgen te houden, zoals ook in het verleden gebeurd is. De spanningen die ontstonden door Ruth’s boek verdwijnen gelukkig als ze begint te spreken op de literaire avond. Het dorp staat dus voor ongemak, omdat de personages zich er ongemakkelijk voelen.

Zintuiglijke manier waarop de ruimte wordt geschetst
Het dorp wordt vooral beschreven door middel van beelden, maar veel wordt er niet over verteld. Er wordt alleen in het begin van het verhaal iets verteld over waar het dorp ligt en hoe het er ongeveer uitziet.
Citaat:
“Het dorp ligt rustig aan de voet van een heuvelrug. Er loopt een provinciale weg door het centrum, maar er staan niet vaak auto’s voor de stoplichten op het kruispunt. De meeste mensen buigen al een dorp eerder van de weg af. Als er in het spitsuur toch een opstopping is, gebruiken de meeste bestuurders hun tijd om vanuit de auto etalages te kijken. Wie vooraan staat bij het stoplicht, kan de uitstalling van de banketbakker zien. Frambozentaartjes, schuimgebak met kirsch, en ieder nieuw seizoen kunstig opgemaakte natuurstukjes van marsepein. Vanuit de auto daarachter kun je het huizenaanbod in de omgeving scannen via het raam van de makelaar. Iedere verdwaalde grotestadsbewoner kijkt verlekkerd naar de grote foto’s van buitenhuizen en boerderijen met paardenstallen die in full colour afsteken tegen de witte achterwand. En het is maar goed dat ze van die afstand de vraagprijs bij de foto’s niet kunnen lezen, want zo kunnen ze een moment lang de droom koesteren dat ze hun Amsterdamse appartement kunnen inruilen tegen een kasteel in de provincie. Dan springt het stoplicht weer op groen, ze geven gas en zijn binnen tien seconden het dorp uit.”
( Deel I, blz. 11-12 )
Hier zie je dat door middel van beelden wordt verteld hoe het dorp eruitziet.

Symbolische ruimte
Het dorp krijgt de symbolische betekenis van een soort spinnenweb van waaruit een aantal machtige personen, waaronder Randolf, aan de touwtjes trekken. Die machtige personen zitten allemaal in de leesclub en hebben geholpen om het Haïti schandaal in de doofpot te stoppen.
Citaat:
“’Ik had nog nooit eerder gebruik van ze gemaakt. Maar op dat moment, toen we de glycerine hadden binnengekregen en ik besefte dat mijn bedrijf de Wet Milieugevaarlijke Stoffen ging overtreden heb ik aan het eind van de week toch even overlegd met Randolf Pellikaan en Jurgen Lagerweij. Ik geloof dat we net iets klassieks hadden gelezen, Madame Bovary of zo, en na afloop van de avond, het was bij Frans thuis, heb ik ze om advies gevraagd. Het zat me niet helemaal lekker. Ik had dat spul met de kwalificatie USP aan het buitenland verkocht, ik wist dat dat eigenlijk niet klopte, en dus vroeg ik me al een paar dagen lang af hoe zwaar die beslissing woog. Randolf belde meteen ter plekke met een specialist, een jurist die hij kende uit de redactie van een tijdschrift. En die legde het allemaal netjes uit. Strafbaarheid, aansprakelijkheid. Achteraf bleek dat hij helemaal gelijk had gehad. Prima juridische advies.’ ‘En ze hebben dus niet geprobeerd u van de beslissing af te houden?’” ( Deel V, blz. 219 )
Hier zien we dat Victor in gesprek is met Erik de Winter, die hem vertelt dat Randolf geholpen heeft om het Haïti-schandaal in de doofpot te stoppen.

Motieven
Verhaalmotief
Een verhaalmotief van dit boek is de keerzijde van macht en rijkdom. Het boek gaat over de problemen en de treurigheid die schuilgaat achter een machtspositie. Vaak hebben er allerlei verschrikkelijke gebeurtenissen plaatsgevonden om ervoor te zorgen dat een bepaald persoon rijk wordt of meer macht krijgt. Een voorbeeld hiervan is het Haïti-schandaal waar Erik de Winter op zijn weg naar meer rijkdom vele kinderen vergiftigt. Ook de reden dat de literaire kring is opgericht hoort hierbij, namelijk voor meer macht en connecties.
Citaat 1:
“’Ik ben niet eens zo vreselijk geïnteresseerd in literatuur, maar ik had me toch in die literaire kring gemanoeuvreerd, je weet maar nooit, het heeft voordelen om mensen te kennen die weer mensen kennen, het was wel goed gezelschap en ik vond het prettig elkaar zo nu en dan te spreken.’” ( Deel V, blz. 219 )
Hier zie je dat Erik de Winter enkel in de literaire kring zat voor meer macht en de connecties.
Citaat 2:
“’Er zit een enorme afstand tussen Nederland en Haïti,’ zei De Winter. ‘En het is nu eenmaal zo: er zijn zo veel regels die lokaal goed werken, maar die op globale schaal geen enkel effect hebben omdat de afstand te groot is tussen alle betrokkenen. Zo veel dingen zijn in Nederland strafbaar, tussen Nederlanders onderling, maar zijn vervolgens niet verboden als je ze als Nederlander wilt gaan doen in het buitenland. Denk je dat die zaak van mij een uitzondering is geweest? In de derde wereld gelden nu eenmaal andere regels voor
chemisch-farmaceutische bedrijven en er zijn heel wat multinationals die daar graag gebruik van maken. Grondstoffen die je in Nederland niet mag verkopen, kun je daar zonder enig probleem kwijt.’” ( Deel V, blz. 222 )
Hier lees je dat Erik vaker vervuilde grondstoffen verkocht en dit deed om macht te verwerven. Hij verwierf dus macht en geld over de ruggen van de armere mensen in de derde wereld.

Leidmotief
Een leidmotief in dit verhaal is het boek: De zomer van de linnen schoenen. Dit boek is geschreven door Ruth Ackermann, de dochter van Erik de Winter. Het hele verhaal draait om het Haïti-schandaal en de reden dat dit wordt opgerakeld is het verschijnen van Ruth’s boek. Dit schandaal werd tot die tijd angstvallig geheim gehouden. Het boek staat dus voor het Haïti-schandaal en het blootleggen daarvan.
Citaat 1:
“Victor vroeg zich af of Ruth Ackermann ooit de documenten had gezien die vastbesloten journalisten hadden opgedoken. Productformulieren, aankoopbrieven, huurcontracten voor de opslag, faxen met de testrapporten, allemaal met de handtekening van haar vader, die zijn akkoord had gegeven aan iedere transactie en direct verantwoordelijk was geweest voor de dood van tachtig kinderen. Uit De zomer van de linnen schoenen kon Victor niet opmaken wat Ruth allemaal wist. Hier was een adel van burgers op drift geraakt in Europa: de systemen die bescherming moesten bieden omdat de mensen zichzelf niet meer konden beschermen tegen alle gevaren – de certificeringssystemen, de kwaliteitssystemen, de rechtssystemen – werden bevolkt door burgers die documenten vervalsten en rapporten kwijtraakten en de boel belazerden en zo al met al de gevaren juist groter maakten in plaats van kleiner. ‘Geen informatie ontvangen’, ‘geen rapporten gezien’, ‘brieven – ondanks ontvangstbewijs – niet aangekomen’. Toen de Nederlandse ambtenaren besloten de zaak met Bloem BV te schikken, vergaten ze de ouders van de overleden kinderen op Haïti daarvan op de hoogte te stellen – ze konden het adres ook niet vinden.” ( Deel IV, blz. 164 )
Hier lees je dat naar aanleiding van De zomer van de linnen schoenen de gebeurtenissen in Haïti worden opgerakeld.
Citaat 2:
“Als John nu niet met het voorstel was gekomen om De zomer van de linnen schoenen te lezen, dan had hijzelf aan het einde van de avond over het boek moeten beginnen – en ongetwijfeld had Randolf hem dat ernstig kwalijk genomen. Ook nu bleef hij op zijn hoede, om Randolf niet tot het uiterste te tergen, en hij probeerde in een mengeling van lafhartigheid en dronkenschap langs de randen van het onderwerp te scheren. Om dat hij niet meteen wist wat hij moest zeggen om John ongemerkt bij te vallen, zei hij het eerste wat in zijn hoofd opkwam. ‘Er zijn in het leven nu eenmaal sensaties die aansluiten op onze zoogdierenhersenen en sensaties die aansluiten op onze mensenhersenen, dus waarom zou je die hersenen niet allemaal tegelijk in beweging zetten?’ Randolf nam het boek van Jurgen over, wierp er een verstoorde blik op, gooide het weer op tafel en kwam tot een oordeel. ‘We hebben deze leesclub niet opgericht om dit soort rotzooi te lezen.’ En dat oordeel leidde tot verbazing bij John, want ook al had hij zelf weinig fiducie in deze private leestip van Teresa, hij vond het verzet van zijn schoonvader wel erg ongefundeerd.” ( Deel III, blz. 131-132 )
Hier zie je dat Randolf probeert om te voorkomen dat de literaire kring Ruth’s boek gaat lezen. Dit doet hij, omdat hij bang is dat de gebeurtenissen in Haïti opgerakeld zullen worden.

Thematiek
Het angstvallig verborgen houden van iets verwerpelijks, uit angst voor gezichtsverlies van jezelf of een ander.
Uit het leidmotief blijkt dat de literaire kring het Haïti-schandaal verborgen probeert te houden, wat slaat op ‘het angstvallig verborgen houden van iets verwerpelijks’. Vooral Randolf probeert dit, uit angst voor gezichtsverlies, omdat hij het schandaal in de doofpot heeft helpen stoppen. Vandaar het tweede deel; ‘Uit angst voor gezichtsverlies van jezelf of een ander’.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De literaire kring door Maxim Februari"