1. Informatie over het boek.

Auteur: Hendrik Conscience

Titel: De Leeuw van Vlaanderen

Uitgever: Lannoo

Jaar van uitgave: 2002



2. Een korte biografie over de auteur.

Hendrik Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Hij had een Franse vader en een Vlaamse moeder(uit Brecht). Zijn vader was een scheepstimmerman.

Als kind was hij regelmatig ziek zodat hij dikwijls thuis bleef. Door zelf te studeren, kon hij hulponderwijzer worden. In 1830 nam hij dienst in het Belgisch leger, maar hij kon het harde leven niet aan en werd gedegradeerd. In 1836 begon hij dan uiteindelijk te schrijven. Hij ontpopte zich als flamingant in een romantisch, historisch proza. Zijn epos “De Leeuw van Vlaanderen” bleef generaties lang bijdragen tot de Vlaamse bewustwording. In 1841 trouwde hij met Maria Peinen. Ondertussen was hij griffier geworden. Hij evolueerde naar een minder radicaal, katholiek realisme hoewel hij flamingant bleef. Hij schreef nu maatschappelijke zedenromans zoals "Siska van Roosemael". Vanaf 1850 begon hij dorps- of landelijke romans te schrijven zoals "De Loteling" en "De arme edelman". In 1856 werd hij benoemd tot arrondissementscommissaris te Kortrijk. In zijn Kortrijkse periode verburgerlijkte zijn litterair werk. Uit die periode dateert o.a. "Bella Stock". In 1869 werd hij tenslotte conservator van het Wiertzmuseum te Brussel. Alhoewel het in zijn privé-leven minder goed ging omdat zijn twee zonen overleden, betekende dit op letterkundig vlak een herleving met o.a. "De kerels van Vlaanderen". Er werd ter ere van hem een standbeeld onthuld in augustus van het jaar 1883. Een maand later, op 10 september 1883, overleed "de man die zijn volk leerde lezen" te Elsene aan een maagkwaal die hem al lang hinderde. Hij werd begraven in Antwerpen op het Kielkerkhof. In 1936 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Schoonselhof.



3. Korte inhoud van het boek.

Als Filippa, de dochter van graaf Gwijde van Vlaanderen gevangen is genomen door de Fransen, gaat Gwijde met een delegatie naar Compiegne, waar de Franse koning Filips op dat moment verblijft. Omdat zijn vrouw, Johanna van Navarra erachter komt dat Filips de dochter van Gwijde wil vrijlaten, laat zij de hele groep, onder wie ook Robrecht van Bethune, de zoon van Gwijde en de man die door iedereen ‘de leeuw van Vlaanderen’ genoemd wordt, kerkeren. Alleen Diederik de Vos weet te ontsnappen. Ondertussen verblijft de dochter van Robrecht van Bethune, Machteld, bij Adolf van Nieuwland, die eerder zwaar gewond is geraakt bij een gevecht met een Fransman, in zijn huis in Brugge. Adolf en Machteld worden verliefd op elkaar. Adolf van Nieuwland vraagt aan Pieter Deconinck, deken van de wolwevers en aan Jan Breydel, deken van de beenhouwers, om ervoor te zorgen dat Machteld niets overkomt. Als Johanna van Navarra naar Brugge komt, wordt er door de Leliaarts (Vlamingen die de Fransen steunen) een feest georganiseerd. Dit feest moet worden betaald uit een extra belasting en hier komt verzet tegen. Uiteindelijk krijgen de Fransen de stad Brugge op voorwaarde dat de belasting niet hoeft te worden betaald.



Later ontmoet Adolf in Brugge een man. Hij heeft niet direct door dat het Diederik de Vos is. Diederik vertelt aan Adolf dat hij contact heeft gehad met Robrecht van Bethune en dat zijn bewaker bereid is om hem een aantal dagen te laten gaan als er iemand anders in zijn plaats komt. Er wordt afgesproken dat Adolf de plaats van Robrecht inneemt. Voordat Robrecht van Bethune in Vlaanderen terug is, wordt Machteld door de Fransen gevangen genomen. Jan Breydel wil wraak en Deconinck kan niet tegenhouden dat hij naar het slot van Male, waar Machteld zou verblijven, gaat. Hij krijgt hier in een cafe ruzie en gaat ’s avonds terug met meer mensen. Hij neemt het slot dan geheel in. Machteld is hier inmiddels al weggevoerd en wordt onderweg gezien door haar vader, die haar uit de groep Fransen bevrijdt. Wanneer hij haar verzorgt herkent zij hem niet.

Omdat de Fransen Machteld uit Brugge hadden opgehaald, werden de mensen in Brugge de Fransen steeds meer beu en er kwam uiteindelijk een grote veldslag tussen een groot leger Fransen en een klein leger Vlamingen. Deze groep komt dus niet alleen uit Brugge, maar ook andere Vlaamse streken hielpen mee in deze oorlog. Deze veldslag wordt uiteindelijk gewonnen door de Vlamingen. Dit was niet gelukt zonder de hulp van een bijzonder sterke ridder die later Robrecht van Bethune blijkt te zijn, die van zijn bewaker in Frankrijk toestemming had gekregen stiekem naar Vlaanderen terug te keren. In deze oorlog is Adolf van Nieuwland, die inmiddels de vriend van Machteld is, zwaar gewond geraakt. Hij overleeft het uiteindelijk wel en Robrecht keert weer terug naar Frankrijk.



4. Korte bespreking van het hoofdthema.

Het thema van het boek is onderdrukking en vrijheid. Het verhaal gaat over de bezetting van Vlaanderen door de Fransen en het verzet van de Vlamingen, en vooral van de mensen uit Brugge, hiertegen. Dit onderwerp vind ik redelijk boeiend, maar het is in dit boek bijzonder onrealistisch weergegeven. In dit boek is het zeer duidelijk dat de schrijver van dit boek een grote voorkeur had voor de Vlamingen in deze strijd.



De belangrijke gebeurtenissen in dit boek zijn het gevangen nemen van de grote Vlaamse leiders, omdat dit een van de redenen van de haat van de Vlamingen is, de ontvoering van Machteld, die de aanleiding was om het slot van Male in te nemen, waarop een groot aantal mensen in Brugge, onderwie de moeder van Breydel de dood in werden gejaagd, waarop de belangrijke veldslag plaatsvond.

Deze gebeurtenissen zijn uitvoerig maar bijzonder ongeloofwaardig weergegeven. De grote Vlaamse leiders (‘Iedere houw van zijn (Breydel) bijl kostte een vijand het leven en het bloed van zijn slachtoffers stroomde over zijn kolder’) en vooral Robrecht van Bethune, waren extreem sterk en konden eigenlijk niet verliezen. Naast deze gebeurtenissen speelden ook de gevoelens een belangrijke rol. Dit waren vooral gevoelens van haat die de Vlamingen hadden naar de Fransen toe. Er waren geen gebeurtenissen die echt indruk hebben gemaakt.



5. De bespreking van iets in het boek wat de lezer getroffen heeft.

Jacques de Chatillon, hij is een ridder die door de koningin als landvoogd van Vlaanderen wordt aangesteld. Hij is erg bang voor de Vlamingen. Hij is ook zeer arogant. Dat merk je aan de manier waarop hij over de Vlamingen spreekt en omdat



hij heel wantrouwig is tegenover de gids, die hen in het begin van het boek naar het slot wijnendale voert. Hij houdt hem heel de tijd in het oog en laat zijn schildknapen het zelfs tegen hem opnemen. Gelukkig is Heer de Valois loyaal tegenover zijn vazallen en laat hij het gedrag van de Chatillon niet toe. De Chatillon keert zich een beetje tegen De Valois en vind dat hij zich te nederig gedraagt tegenover zijn onderdanen.

Als de strijd hem te heet onder de voeten wordt vlucht hij naar een kasteel of een ander veilig oord. Hij is dus laf.

Ik vind de Chatillon de minst aantrekkelijke persoonlijkheid in het verhaal.



6. De appreciatie van de lezer en de motivatie hier omtrent.



Het verhaal is redelijk eenvoudig van opbouw. Het is een chronologisch verhaal en er komen geen flashbacks voor in dit verhaal. Doordat het verhaal ontzettend onrealistisch is, is het geen spannend verhaal. De verteller van dit verhaal is zeer subjectief en heeft duidelijk de voorkeur voor de Vlamingen. Aan het eind van het verhaal blijven er ook geen echte open plekken achter. Op iedere mogelijke vraag die er zou kunnen zijn geweest, is dan een antwoord gegeven. Alhoewel de lezer op het einde van het boek wel niet weet wat er in Frankrijk met Robrecht van Bethune zal gebeuren.



Het taalgebruik is redelijk goed. Ik vond de verhouding tussen dialoog en beschrijvingen vrij goed. Het verhaal bevatte zowel dialoog als beschrijvingen. De tekst zelf leverde, voor mij, weinig problemen op. Het taalgebruik was toch wel redelijk ouderwets. Dit vond ik wel een minpunt omdat het boek daardoor helemaal niet vlot meer leest. Ik kon maar enkele bladzijden per keer lezen omdat de zinsconstructies te lang waren en omdat er veel te veel uitleg wordt gegeven bij de details. Bijvoorbeeld in het begin van het verhaal wordt er een halve bladzijde geschreven, alleen om te zeggen dat het ochtend was. Daarom leest het verhaal minder vlot en wordt het redelijk saai.



Wat ik ook een minpunt vind is dat er zeer veel personen voorkomen in dit verhaal. Na een tijdje begint dit heel verwarrend te worden.



De hoofdpersoon in het boek, Robrecht van Bethune, is een echte held, zo wordt hij afgebeeld en zo wordt hij ook expliciet genoemd. Hij is de echte bevrijdingsheld van het Vlaamse volk. Op mij komt hij ook over als een echte ridder, hij is trouw aan zijn vaderland, goed voor het volk en hij is een moedige strijder.

De andere personages in het boek zijn ook goed beschreven en je kan een duidelijk beeld van ze vormen in je hoofd. Zo ziet Machteld eruit als een echte jonkvrouw en gedraagt ze zich daar ook naar en de koningin van Frankrijk, Johanna van Navarra, komt juist heel gemeen over en ze is dan ook lelijk, dat beeld krijg je gewoon. De personages zijn dus heel herkenbaar voor mij.

Het meest sympathieke personage in het boek vind ik Deconinck, hij is een echte volksheld, hij vecht namelijk voor en met het volk. Ook is hij slim en zorgt dat zijn aanvallen goed voorbereid zijn. Hij heeft ook veel over voor zijn stad en leeft erg met iedereen mee, dat vind ik een goede eigenschap. Wat ik wel leuk vond, was dat hij een harnas had gekregen, maar dat hij dat niet aan wou doen, omdat hij dan niet goed kon bewegen en vechten. Dat bewijst weer eens dat hij geen ridder, maar echt een man van het gewone volk is.

De personages reageren min of meer voorspelbaar, dat wil zeggen dat je wel ongeveer weet wat ze gaan doen, maar niet precies. Dit komt doordat de personages geen karakters maar types zijn en dus veranderen ze niet en zijn de dingen die ze doen dus redelijk te voorspellen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.