De klucht van de koe door G.A. Bredero

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 1915 woorden
  • 25 juli 2007
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 9 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1612
Pagina's
64
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De klucht van de koe
Shadow

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk grof en karikaturaal geschetst, zoals in een klucht gebruikelijk. De kracht ligt in de beschrijving van de volksfiguren en de dialogen. Een inleiding geeft informatie over auteur en inhoud en o…

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk gro…

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk grof en karikaturaal geschetst, zoals in een klucht gebruikelijk. De kracht ligt in de beschrijving van de volksfiguren en de dialogen. Een inleiding geeft informatie over auteur en inhoud en over de bedoeling van deze uitgave. Bredero schreef lyriek en toneelstukken, met name kluchten en blijspelen. Hij werd minder beïnvloed door de renaissance dan zijn tijdgenoten.

De klucht van de koe door G.A. Bredero
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
De Klucht van de Koe
Gerbrand Adriaenszoon Bredero


Wel wie hoorde sulcken behendicheyt syn leven?
Hy hettet niet ghestolen, wy hebbent hem alle drie ghegheven.

Auteur: G.A. Bredero/Brederode
Genre: Drama, klucht
Oorsprong: 1612

Eerste reactie
Aangezien we dit verhaal in de klas hebben behandelt leek het mij zeer geschikt voor een mooi boekverslag. Mijn eerste reactie op de titel, de klucht van de koe, scheen mij erg vrolijk en grappig en achteraf had ik daar ook wel gelijk in. Een klucht, ik wist niet precies wat een klucht was. “Klein blijspel, grap” staat in het woordenboek. Mooi! Daar houd ik van! En dit is geschreven in toneelstukvorm dus dat vond ik ook wel eens leuk.

Samenvatting
Gijsje de gauwdief loopt op een dag te wandelen en begint te vertellen. Een waarzegster had hem verteld dat hij rond zijn achttiende jaar zou sterven aan de galg, maar het was nog niet zover gekomen. Alles was tot dusver goed gegaan. Zelfs bij zijn inval in de Rederijkerskamer waren er geen problemen.

Dan loopt Gijsje langs het huis van boer Dirk Thijssen. Gijsje vraagt hem om onderdak en eten. De vriendelijke boer nodigt Gijsje uit in zijn huis. Gijsje eet en drinkt veel en hij vertelt de boer dat hij uit Keulen komt en dat hij een rijke koopman is. De boer vraagt hem om nog een paar dagen te blijven, want er is binnenkort feest. Gijsje vindt het allemaal prima en blijft. Gijsje vraagt de boer om hem vroeg wakker te maken, want hij wil de volgende dag naar Amsterdam. De boer gaat zelf ook mee en zal hem om twee uur wakker maken, dan kunnen ze om vijf uur in Amsterdam zijn.
Ondertussen in Amsterdam heeft Joosje, de optrekker, ruzie met zijn vrouw gehad en probeert zijn ellende weg te drinken. Hij vindt dat je nooit moet trouwen, want dan ben je verloren. Als hij bij café 'Het swarte paert' aankomt wil hij nog wat drinken, maar Giertje wil dat niet, want na elf uur wordt er niet meer getapt. Toch krijgt Joosje het voor elkaar om binnen te komen en zit hij even later aan het bier. Uiteindelijk valt hij dronken in slaap en gaat Giertje ook naar bed.
Gijsje is midden in de nacht op gestaan. Hij heeft de mooie, vette koe van de boer uit de stal gehaald en bindt haar vast aan een hooiberg vlakbij Kostverloren. Gijsje gaat snel weer terug naar zijn bed. Vlak daarna komt de boer hem wakker maken om naar Amsterdam te gaan en even later zijn ze vrolijk pratend op weg naar Amsterdam.
Als ze vlakbij Kostverloren zijn, verteld Gijsje dat er hier nog mensen zijn waarvan hij geld krijgt en dat hij dat nu op gaat halen. De goedgelovige boer wacht op hem. Als Gijsje weer terugkomt heeft hij de koe bij zich. De boer vindt dat ze erg op zijn eigen koe lijkt, maar Gijsje zegt dat dat niet kan en verandert het gespreksonderwerp. Gijsje vraagt zelfs of de boer de koe voor hem wil verkopen, want Gijsje zegt dat hij dat als koopman niet zelf kan doen. De boer vindt het een goed idee. Ze spreken af om elkaar weer te zien in 'Het swarte paert'.
Intussen is Joosje wakker geworden en neemt meteen weer een pot bier, het lijkt hem geen leuk idee om weer thuis te komen bij zijn vrouw. Hij wil graag naar bed met Giertje, maar zij vindt dat niet zo'n goed idee. Als Gijsje binnenkomt neemt hij een pot bier en praten ze wat. Tenslotte komt ook de boer binnen en geeft Gijsje het geld. Gijsje vindt dat het tijd is voor een feest, hij zal alles betalen. Hij vindt dat er vlees en vis moet komen om het te vieren en gaat dat dan zelf halen. Hij krijgt twee schalen van Giertje en de mantel van Joosje mee om alles te halen. Gijsje maakt dat hij weg komt met alle spullen, zonder dat de anderen er iets van merken. Totdat Keesje, het zoontje van de boer, binnenkomt. Hij vertelt huilend dat de koe is gestolen. Dan valt het kwartje voor de boer en eigenlijk kan hij er toch wel een klein beetje om lachen. De boer vraagt aan Giertje of zij dit niet aan andere mensen wil vertellen, tenslotte heeft hij hun allemaal te pakken gehad. En Joosje zegt als slot: "Hij heeft niet van ons gestolen, wij hebben hem alledrie gegeven."

Personages
De personages zijn goed uitgewerkt.

Gijsje is een echte sluwe dief die zijn plannetjes heel goed voorbereid. Hij komt erg betrouwbaar over, vandaar ook dat de boer hem gelooft op zijn woord. Door de manier waarop Gijsje het brengt lijkt alles erg aannemelijk en daardoor kan hij de boer, Joosje en Giertje bestelen, zonder dat ze het doorhebben.
De boer is een echte boer, hij is een beetje traag van begrip en erg goedgelovig. Hiervan maakt Gijsje erg goed gebruik, de boer is niet erg slim, maar heeft toch wel gevoel voor humor. Als hij eindelijk doorheeft wat er allemaal is gebeurd kan hij er toch wel om lachen. Giertje is een vrouw die erg gesteld is op geld en op haar principes, de mannen die in haar café komen weert ze moeiteloos af en als het moet is ze ook wel eens grof tegen ze. Ze is een vrouw die je niet voor de gek moet houden, want daar houdt ze niet van.
Joosje is een ander verhaal, hij is ongelukkig getrouwd en drinkt zijn zorgen weg aan de bar. Zijn motto is dan ook om nooit te trouwen, want dat brengt alleen maar ellende.
En dan is er nog Keesje, het zoontje van de boer. Hij heeft een erg kleine rol in het verhaal, hij vertelt alleen maar dat de koe is gestolen.
Eigenlijk zijn al deze personages typen, ze hebben niet echt emoties of ze veranderen tijdens het verhaal. Maar dat klopt ook, want een van de kenmerken van een klucht is dat er voornamelijk typen in voorkomen.

Thema
De goedgelovigheid van mensen en de slimheid van deze dief.

Opbouw
De opbouw van het verhaal daar kan ik erg kort over zijn. Het verhaal duurt ongeveer twee dagen, waarin op de eerste dag Gijsje de boer ontmoet en op de tweede dag iedereen wordt bedrogen door Gijsje. Het verhaal is chronologisch, er vinden geen flashbacks plaats, alleen plaatswisselingen. Het hele verhaal is duidelijk, alles wordt goed uitgelegd en er is niks in het verhaal waar ik moeite mee had.

Het taalgebruik viel me ook erg mee. Het was meestal duidelijk te volgen en als er iets niet helemaal duidelijk was, kon ik er wel achter komen door de woorden die onder aan de bladzijden staan. Af en toe waren ze wel een beetje grof, maar dat is ook een van de kenmerken van de klucht.

Verdieping
Het verhaal is voor de lagere en de middelste klassen geschreven. Het was volksliteratuur, dus niet voor de hogere klassen. Deze verhalen werden geschreven om het publiek te vermaken en ik denk dat dat wel gelukt is met dit verhaal. Misschien heeft het in verband gestaan met de stedelijke gedragscode, door in dit soort verhalen types naar voren te laten komen die 'fout' waren en dat men daar om kon lachen. Men begreep ook dat dit geen voorbeelden waren voor de mensen uit die tijd. De verhalen zijn puur vermaak en ik denk dat ze verder nergens mee te maken hadden.

Verteller
Alle personen vertelen zelf wat ze zeggen: de verteller vertelt de omstandigheid, ruimte en eventuele handelingen van de persoon.

Tijd en ruimte
Het verhaal is uit dezelfde tijd als dat van de rederijkers, want Gijsje gauwdief vertelt trots over zijn succesvolle inval in de Rederijkerskamer. Bredero was ook lid van de Rederijkers, ook al is het verhaal geen gedicht, het gaat hier om het vermaak. Het verhaal speelt zich af in en rond Amsterdam in de 17e eeuw.

Motief
Dit verhaal heeft eigenlijk maar een functie voor het publiek, namelijk de goedgelovigheid van mensen. Op een slinkse en slimme wijze wist Gijsje de mensen te beroven en de auteur gebruikt dit als een vermakelijk stuk. Want uiteindelijk waren de mensen niet verdrietig of boos, maar ze vonden het knap van Gijsje dat hij hun heeft kunnen belazeren.

Over de schrijver en het verhaal
De in 1585 te Amsterdam geboren schrijver Gerbrand Adriaensz. Bredero (overleden in 1618) kwam voort uit de gegoede burgerklasse van die tijd. Zijn vader was eerst schoenmaker en later een bemiddeld zakenman, die zijn zoon een behoorlijke, niet klassieke, opleiding meegaf. De onvervalste volksschrijver en -dichter beschikte naast de levensdrift van zijn vader ook over de vroomheid van zijn moeder; naast de uitgelatenheid is er ook de inkeer. In zijn werk vertoont Bredero het vermogen tot spot en het tonen van vergankelijkheid (" 't Kan verkeren " was zijn lijfspreuk), maar ook over begrip voor de menselijke zwakten en het menselijk handelen. "De Spaanse Brabander" is zijn bekendste werk.
In 1612 schreef Bredero "De Klucht van de Koe", een uitnemend vertelde anekdote van een listige en brutale gauwdief en een domme boer, waarin de eerste er niet alleen in slaagt de koe van de boer te stelen, maar hem bovendien voor zich te laten verkopen. In deze klucht toont Bredero een sluwheid en slechtheid die van alle eeuwen is en ook een naïviteit en domheid alsof de mens nog steeds niets geleerd heeft. Bredero drijft niet zozeer de spot met de boer, maar juist met de karaktereigenschap van goedgelovigheid. Deze klucht is dan ook nu nog steeds actueel. Er liggen parallellen tussen de boer in deze klucht die zich wijs waant en de politicus die zich vanuit opportunisme door een illusie op sleeptouw laat nemen. De klucht toont iemand die in staat is van een boer een koe te stelen en later deze boer ook nog zijn eigen koe laat verkopen op de markt en hem de rekening van het café laat betalen, oftewel iemand die achter een façade van uiterlijk fatsoen een waarden- en normenpatroon vertoont waarin list en bedrog de boventoon voeren. Men kan het vergelijken met de politicus die de stem van de kiezer steelt met de belofte "met ramen en deuren open" te gaan besturen en vervolgens alles in achterkamertjes (of torentjes) probeert te regelen. De kiezer komt weer bedrogen uit, maar gaat een volgende keer weer naar de stembus. Het object is in de klucht een koe, maar deze kan op landelijk niveau symbool staan voor bijvoorbeeld de discussies over de JSF of de Betuwelijn of een landbouwbeleid dat er op gericht is de voedselproductie uit Nederland te doen verdwijnen omdat "het elders goedkoper kan (?)". Op regionaal niveau kan men denken aan de illusie dat met de aanleg van een tweede ontsluitingsweg naar Hoek van Holland er geen files meer zullen voorkomen. Er zal altijd en iedere keer weer iets zijn waarmee men zich om de tuin laat leiden. Het slachtoffer is de belastingbetaler, de gewone burger die zich maar laat leiden door de waan van de dag en uiteindelijk de rekening moet betalen: 't kan verkeren! Bredero hield op een olijke wijze de mens een spiegel voor. Dit meesterwerk moet dan ook gezien worden als een volksvertelling die dient als parabel. In eenvoudige bewoordingen en middels een simpel verhaal vertelt Bredero over de valkuilen waar de mens iedere keer weer in stapt. Het gaat dus om de vereiste nuchterheid om de zaken op hun juiste waarde te kunnen beoordelen.

Bronnen
www.dbnl.org en www.scholieren.nl

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De klucht van de koe door G.A. Bredero"