De klucht van de koe door G.A. Bredero

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 1275 woorden
  • 14 augustus 2006
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.9
  • 12 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1612
Pagina's
64
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De klucht van de koe
Shadow

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk grof en karikaturaal geschetst, zoals in een klucht gebruikelijk. De kracht ligt in de beschrijving van de volksfiguren en de dialogen. Een inleiding geeft informatie over auteur en inhoud en o…

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk gro…

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk grof en karikaturaal geschetst, zoals in een klucht gebruikelijk. De kracht ligt in de beschrijving van de volksfiguren en de dialogen. Een inleiding geeft informatie over auteur en inhoud en over de bedoeling van deze uitgave. Bredero schreef lyriek en toneelstukken, met name kluchten en blijspelen. Hij werd minder beïnvloed door de renaissance dan zijn tijdgenoten.

De klucht van de koe door G.A. Bredero
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: De klucht van de koe
Auteur: G.A. Bredero
Uitgever: Thieme-Zutphen
Jaar van uitgave: 1612

Korte motivatie van je boekkeuze:
Ik heb dit verhaal gekozen, omdat dit me een van de leukste verhalen uit de Renaissance leek. Ik had al een beetje van de inhoud in het kort gelezen, er zat namelijk een fragment uit dit boek in het boek Laagland.

Korte samenvatting van de inhoud:
Gijsje, de gauwdief, wandelt in de omgeving van Amsterdam en houdt een monoloog over de kunst van het stelen en wat daar verder bij nodig is. Hij heeft tot nu toe altijd nog goede zaken gedaan, zoals de diefstal in de Rederijkerskamer. Dan komt hij in een dorpje, Ouwerkerk, waar hij Dirk Thijssen, boer, voor zijn huis ziet zitten. Gijsje vraagt om eten en onderdak en dat krijgt hij. De gauwdief vraagt of de boer hem vroeg wil wekken, omdat hij de volgende dag op tijd in Amsterdam, op de markt, aan wil komen. Dirk Thijssen zal met hem meegaan. Het volgende toneel is in Amsterdam, waar Joosje, de optrekker, het huis uitgelopen is, omdat hij het bij zijn vrouw niet meer uit kan houden. Hij gaat naar herberg Het Zwarte Paard, waar Friese Giertje, de waardin, hem bier geeft.
Midden in de nacht staat de gauwdief op, hij haalt de koe uit de stal en bindt haar vast bij een hooiberg in de buurt van Kostverloren, een hofstede. De volgende ochtend gaan Gijsje en Dirk op weg naar Amsterdam. Als ze bij Kostverloren zijn, zegt Gijsje dat hij nog geld tegoed heeft van de eigenaar. Dat kan hij nu gelijk innen en de boer zal op hem wachten. Na een tijd komt hij weer terug, niet met geld, maar met een koe. Dirk Thijssen herkent de koe, maar Gijsje weet hem wijs te maken dat het niet zijn koe is. Hij weet hem zelfs zo ver te krijgen, dat hij de koe voor Gijsje zal verkopen. Ze spreken daarna af in Het Zwarte Paard. Ondertussen is Joosje, die hier in slaap is gevallen, wakker geworden.. Dan komt de gauwdief ook in de herberg en even later de boer. Hij heeft op de markt de koe voor een goede prijs verkocht en overhandigt Gijsje de buidel met het geld. De gauwdief vindt dat dit wel een feestje waard is en er zal gegeten en gedronken worden. Gijsje gaat vlees of vis halen bij Pieter de Kok. De waardin leent hem een paar schotels en de optrekker zijn mantel, om het eten onder te verbergen. De gauwdief gaat weg en Dirk Thijssen en de optrekker feesten intussen door. Dan komt Keesje, het zoontje van de boer, huilend binnen. Hij vertelt tegen zijn vader, dat de koe gestolen is. De boer begrijpt nu dat hij door de gauwdief op een slimme manier is beetgenomen, maar hij kan er nog wel om lachen. De optrekker besluit het verhaal met de zin: ‘Hij heeft het niet gestolen, wij hebben hem alle drie gegeven.”


Een eerste persoonlijke reactie:
Ik vond het een saai boek, omdat het een klucht is wat naar mijn mening niet fijn leest. Ik had het wel zo uit, omdat het gewoon erg dun is en je ook nog eens maar de helft van het boek hoefd te lezen, omdat de andere helft oud-nederlands is. De personages en handelingen zijn niet gecompliceerd. De gebeurtenissen zijn saai en niet verrassend, je wordt door het verhaal niet aan het denken gezet. En je leest zo'n boek alleen maar omdat het verplicht is, anders zou je zo'n boek nooit lezen.

Verdiepingsopdracht:
Deze klucht had eigenlijk geen (duidelijke) relatie met politieke en sociaal-economische achtergronden, daarom ga ik hier ook niet verder op in.
Over de relatie met culturele achtergronden valt wel wat te zeggen. De boer is lid van een rederijkerskamer geweest en de rederijkers worden door hem afgebeeld als een groep mensen die zich bezig houden met en zeer goed zijn in de welsprekendheid, het voor de vuist opnoemen van sonnetten en dergelijke.
De rederijkers werden bij vele stedelijke activiteiten ingeschakeld. Zo waren ze in staat een belangrijke opinierende rol te spelen in de stad. De nieuwe opvattingen over het geloof (hervorming) en de ideeen van de Renaissance en het humanisme werden in de rederijkerskamers druk bediscussieerd. Sommigen namen stelling tegen de nieuwe ontwikkelingen, anderen droegen de nieuwe ideeen uit. Maar dit heeft niet veel te maken met deze klucht.
Omstreeks 1585 begint de renaissance in de Nederlandse letteren. In Amsterdam kwam ze aan het woord in de rederijkerskamer De Egelantier, waarvan later Hooft en Bredero beiden lid zijn geweest. De renaissance streefde naar een strengere taaltucht: bondige uitdrukking van gedachten, het gebruik van het juiste woord op de juiste plaats en zuiver Nederlands. Er ontstond een meer beheerste kunst. Een kenmerk van de nieuwe dichtkunst was een strenger versritme. De ontwikkeling van het rederijkersvers tot het renaissancistische voltrok zich geleidelijk. In Bredero’s lyriek treft men reeds heel veel regels aan met een duidelijk te onderkennen metrum. Vaak zijn het jamben: de z.g. Franse versmaat. De klucht van de koe is evenwel nog geheel geschreven in de traditionele rederijkersversregels. Omdat in dit realistische toneelstuk personen van geringe stand praten, d.w.z niet al te correcte taal gebruiken, is ook van taaltucht weinig of niets te bemerken. Bredero kende de lagere standen door de dagelijkse omgang. Hij wist de taal ervan goed te imiteren. Dat is goed te merken in deze klucht. De wijze les die het publiek geleerd werd was bedrog, gulzigheid en goedgelovigheid. Deze les zat verborgen in de klucht, die met name als vermaak diende, maar ook aspecten had van lering.

Ook over de relatie met literaire stromingen en genres valt het een en het ander te zeggen. Het is inmiddels bekend dat het hier gaat om een klucht. Het is toch een vorm van humanistisch-renaissancistische literatuur. Een klucht was een vorm van toneel. De ‘Klucht van de koe’ is een van de bekendste kluchten. Kluchten zijn veel korter dan blijspelen en tonen zoals eerder gezegd grappige situaties waarbij de auteur zijn personages (vaak afkomstig uit de laagste sociale milieus of de zelfkant van de samenleving: boeren, dieven, hoerenlopers etc.) liet leiden door primaire levensdriften als eten, zuipen en vrijen. Deze aspecten zijn haast allemaal aan bod gekomen en duidelijk naar voren gebracht in de ‘Klucht van de koe’.
De functie voor het publiek is waarschijnlijk puur vermaak geweest, deels natuurlijk ook lering, wat de maatschappelijke taak van de schrijver signaleert. Naar mijn mening is deze klucht niet specifiek gericht op een publieksgroep, maar grotendeels toch voor mensen uit lagere sociale milieus.

Evaluatie:
Door het maken van de verdiepingopdracht is mijn mening over deze klucht aanzienlijk veranderd. Nu ik weet waarom deze klucht op zo’n manier geschreven is, heb ik toch een ander idee over dit stuk. Natuurlijk is het voor mij nog steeds oppervlakkig en nostalgisch, maar de grappige beschrijvingen en situaties waren ook het belangrijkste.
Verder zijn er in deze klucht geen elementen die ik niet begrijp. Alles is me wel duidelijk geworden ondanks het feit dat het lezen van dit stuk erg vervelend was. Ik ben tevreden over de manier waarop ik deze opdracht heb uitgevoerd. Het was in elk geval niet erg gemakkelijk om de verdiepingsopdracht uit te voeren, ondanks dat ik het gevoel had voldoende kennis te beschikken over de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw.
Kortom deze klucht is wel leuk om te lezen als vermaak zonder dat er heel diep op wordt ingegaan. Het is gewoon simpel vermaak met een verborgen element van de lering. Als je een diepgaand verhaal / boek / stuk wilt lezen, kun je naar mijn mening beter iets anders kiezen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De klucht van de koe door G.A. Bredero"